Vlammenzee in spetterend theater.
Het doek scheurt, valt, troost, huilt.
Bittere tranen smelten in fijn stof.
Een fanfare van onmacht klinkt.
Een zwart skelet rilt in kou en regen.
Dat kan zomaar niet.
Dit huis was speels.
Où est mon maison de jeu?
Het gaat mijn fantasie te boven.
Zoete herinneringen houden het theater levend.
Kommil Foo, een circus vol met muzen.
Groots in kleinheid.
Verpakt in plastic folie komt ze naar mij toe.
Mijn muze.
Stil spat het zweet van haar af.
Zij verwonderd, ik bewonder.
Een jazzconcert komt dubbel binnen.
Van lieve Loet van der Lee.
Een groot artiest geeft het publiek applaus.
En ik, ik dank Har en Piet.
Mien / Helmond / 27-01-2012
Ode aan theater 't Speelhuis te Helmond (naar aanleiding van brand)
Mien weblog
Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte
zondag 29 januari 2012
woensdag 4 januari 2012
That will be the day
Met een zwaar hoofd wordt Kees wakker. Langzaam opent hij zijn ogen en knippert met zijn lange wimpers doelloos in het donker. Achter in zijn oren hoort hij vaag en dof iets wat lijkt op muziek. Het is de wekkerradio die dagelijkse rituelen afdraait. Begin de dag met een dansje. Begin de dag met een lach. Want wie vrolijk kijkt in de morgen. Ja die lacht de hele dag. Ja die lacht de hele dag ...
Ja, maar nu even niet. Kees’ hoofd staat niet naar Giel’s geluksriedel. Vandaag is een bijzondere dag.
Met lichte weerstand schuift Kees langzaam uit zijn bed. Liever was hij deze dag niet begonnen. Voor hem had hij gewoon voorbij mogen gaan. Overgeslagen desnoods. Al heel lang lag hij in het verschiet. Nu is deze dag aangebroken. Hij voelt als een loodzware deken. Kees overweegt om voor de gelegenheid speciale kleding aan te trekken. Maar welke? Hij denkt terug aan wat er toentertijd gedragen werd. Bruin, paars, oranje. Wijde pijpen, lange rokken. Zijn gedachten dwalen af als een gouwe ouwe uit de wekkerradio klinkt. Eres tu. Touch the wind.
I woke up this morning and my mind fell away. And looking back sadly from tomorrow. As I heard an echo from the past softly say. Come back, come back, won't you stay. And only forever can I say I love you. And only forever have I lost you. But only a dreamer could wake up. As I do and hope it's still yesterday.
Met een zachte plof en zwaar gemoed zinkt Kees neer op de oude zitzak in de slaapkamer. Met tegenzin schuift hij in zijn sokken. Geitenwol vandaag, want het is winter. Voor de gelegenheid dan toch maar een corduroy broek aan. Een paarse blouse met grote kraag en een bijbehorend vest. Klaar is Kees. Nu nog even de sluipers zoeken. Zijn outfit is bijna compleet. Alleen de groene pukkel ontbreekt nog. In gedachten ziet Kees zijn gerafelde pukkel op de oude nappa leren bank liggen. Verstild in een armetierige grijze woonkamer. Hij denkt terug aan kapotte knieën, opengehaald aan een veel te harde kokosmat. Ruw. Wreed. Maar ach. Everybody was wounded, wounded at Wounded Knee.
Kees hoeft zijn gedachten niet langer te ordenen. Ze achtervolgen hem al sinds zijn jeugd. Haunted by days and numbers. Deze dag zou vroeg of laat komen. Daarvoor heeft hij geen glazen bol nodig. Ook geen visnet en ook geen macramé. Achtenveertig jaar is zij geworden. Droef en moederziel alleen, 17656 dagen lang. Vandaag wordt hij net zo oud. Een speciale aangelegenheid. Troostvol bindt Kees een verjaardagskaart aan zijn vlieger. Een verjaardagskaart voor zijn moeder. Die hoog in de hemel is. Een kaart met 17656 digitale kaarsjes. Voor als het donker is daarboven. Stroom, stroom, stroom, de loop van het leven gaat steeds maar voort.
Mien eres tu
Ja, maar nu even niet. Kees’ hoofd staat niet naar Giel’s geluksriedel. Vandaag is een bijzondere dag.
Met lichte weerstand schuift Kees langzaam uit zijn bed. Liever was hij deze dag niet begonnen. Voor hem had hij gewoon voorbij mogen gaan. Overgeslagen desnoods. Al heel lang lag hij in het verschiet. Nu is deze dag aangebroken. Hij voelt als een loodzware deken. Kees overweegt om voor de gelegenheid speciale kleding aan te trekken. Maar welke? Hij denkt terug aan wat er toentertijd gedragen werd. Bruin, paars, oranje. Wijde pijpen, lange rokken. Zijn gedachten dwalen af als een gouwe ouwe uit de wekkerradio klinkt. Eres tu. Touch the wind.
I woke up this morning and my mind fell away. And looking back sadly from tomorrow. As I heard an echo from the past softly say. Come back, come back, won't you stay. And only forever can I say I love you. And only forever have I lost you. But only a dreamer could wake up. As I do and hope it's still yesterday.
Met een zachte plof en zwaar gemoed zinkt Kees neer op de oude zitzak in de slaapkamer. Met tegenzin schuift hij in zijn sokken. Geitenwol vandaag, want het is winter. Voor de gelegenheid dan toch maar een corduroy broek aan. Een paarse blouse met grote kraag en een bijbehorend vest. Klaar is Kees. Nu nog even de sluipers zoeken. Zijn outfit is bijna compleet. Alleen de groene pukkel ontbreekt nog. In gedachten ziet Kees zijn gerafelde pukkel op de oude nappa leren bank liggen. Verstild in een armetierige grijze woonkamer. Hij denkt terug aan kapotte knieën, opengehaald aan een veel te harde kokosmat. Ruw. Wreed. Maar ach. Everybody was wounded, wounded at Wounded Knee.
Kees hoeft zijn gedachten niet langer te ordenen. Ze achtervolgen hem al sinds zijn jeugd. Haunted by days and numbers. Deze dag zou vroeg of laat komen. Daarvoor heeft hij geen glazen bol nodig. Ook geen visnet en ook geen macramé. Achtenveertig jaar is zij geworden. Droef en moederziel alleen, 17656 dagen lang. Vandaag wordt hij net zo oud. Een speciale aangelegenheid. Troostvol bindt Kees een verjaardagskaart aan zijn vlieger. Een verjaardagskaart voor zijn moeder. Die hoog in de hemel is. Een kaart met 17656 digitale kaarsjes. Voor als het donker is daarboven. Stroom, stroom, stroom, de loop van het leven gaat steeds maar voort.
Mien eres tu
zaterdag 24 december 2011
Herderkens, herderkens
De os doet zijn verhaal
Hier sta ik dan met mijn zware lijf en dikke poten, in een veel te kleine stal. Ik heb nauwelijks plek en iedereen loopt me voor de voeten. Het is hier ongelofelijk druk. Een komen en gaan. Iedereen vergaapt zich boven een klein kribje achter in de stal. Ik snap er niets van. Er worden hier wel vaker kindertjes geboren. Maar deze kleine schat trekt toch wel erg veel aandacht. Het moet vast een belangrijk kindje zijn.
Verdikkeme zeg, wat een vervelende ezel hier naast mij. Hij staat ongegeneerd tegen mij aan te leunen. Hij heeft het zeker koud. Ik voel zijn botten door zijn vel, tegen mijn dikke buik aantrillen. Ach, ze zijn ook niets gewend die domme ezels. Wie heeft dat feest hier eigenlijk georganiseerd? Het is toch veel te koud voor een babyshower? Hoe halen ze het in hun hoofd om dat buiten in een stal te doen?
Zeg, nou lopen er ook al schapen voor mijn voeten. Ze lopen allemaal in polonaise en mekkeren er wat irritant op los. De voorste houdt er het tempo goed in. Hier moet ik even ingrijpen. “Ho, ho, meneertje schaap, een beetje respect voor een oude os. Hou eens even op met zenuwachtig door die stal te hollen. Straks gebeuren er nog ongelukken. Sta liever eens stil en luister naar de mooie hemelse muziek die in deze stal klinkt. Het lijkt wel of hier engelen zingen.”
Mijmeringen van een ezel
Nou zeg die os is ook een mopperkont. Hij denkt dat ik hem niet versta. Hij moest eens weten. De onnozele. Ik ben namelijk een geletterde ezel. Afgestudeerd cum laude op HAVO, stro en Cambridge. Hij kan nog zo staan schudden met zijn dikke kont. Luctor et emergo. Ik wijk hier voor geen meter. Zijn vacht is veel dikker dan de mijne. Ik, ik warm me lekker aan de zijne. Laat die dikke os maar lekker kuchen. Wij noeste dieren staan hier met een missie. Dat is dit pas geboren kindje beschermen tegen regen, wind en kou.
Ik blaas me helemaal suf, de longen uit mijn magere lijf. Straks kan ik nog geen IA meer zeggen. Maar ja, alles voor het goede doel. Het is hier stiekem toch wel druk. Daar heeft die os toch wel een punt. Het wemelt van de schapen in de stal. Ik kan die beestjes geen ongelijk geven. Het regent buiten pijpenstelen en wie wil er nu een natte vacht? De schaapjes staan hier op ’t droge. Ziet ze toch eens grijnzen. Maar menen ze dat nu wel? Of is het schijn die bedriegt? Die grijns van hen is eigenlijk best schaapachtig.
Hé, daar komt mijn oude baas de stal ingelopen. Hij draagt een houten staf. Ik herken hem bijna niet meer terug. Hij is getooid in een schapenvel. Waar is zijn blauwe overall gebleven? En draagt hij nou sandalen in plaats van klompen? In mijn oude baasje is geen boer meer te bekennen. Hij is schapenherder geworden. Wat heb ik voor mijn oude baas een ballast gedragen. Jaar in jaar uit. Gebukt ging ik onder al zijn zorgen. Nu is het een contente mens. Hoor hem eens lachen boven het kribje. Van blijdschap zingt hij spontaan een nobel refrein. Nota bene in het Latijn. Geletterd als ie is.
De zorgen van Maria
Wat een beestenbende is het hier in deze stal. Een puinhoop maken ze er van. En ik maar proberen alles maagdelijk schoon te houden. En dan die herrie? Als dat zo doorgaat maken ze mijn lieve menneke nog wakker. Dat is niet de bedoeling. Ziet hem daar eens heerlijk slapen. Het is voor mij nog steeds een mirakel hoe dit kindje in mijn buik terecht is gekomen. Onbevlekt volgens mijn moeder. Dat is toch wel bijzonder.
Mijn Jozef en zijn familie waren ‘not amused’, toen zij dit hoorden. Ik heb hemel en aarde bewogen, om hen op het hart te drukken, dat er niemand anders in het spel is. Zelfs engelen heb ik aangeroepen. Gelukkig gaf er eentje gehoor. Die gaf een originele uitleg aan de situatie. Nu maar hopen dat het verder geen toestanden geeft. We krijgen veel toeloop voor ons menneke. Ik voel me als moeder Maria dan ook zeer vereerd. Boeren, herders, koningen, ja zelfs drie wijzen uit het oosten, bezoeken ons kindje.
Die wijzen komen goed van pas. Zij geven tekst en uitleg over het bijzondere mirakel. Eentje is wel erg enthousiast. Arnol heet hij geloof ik. Met luid stem verhef orakelt hij de oren van ieders hoofd er bijna af. Het is een lief mens, maar eenmaal op dreef is hij moeilijk te bedaren. De drie wijzen hebben de stal gemakkelijk gevonden. Een ster en wat fritslichten van Philips wezen hen de weg. Het enige wat ze hoefden te doen is ‘Glow with the flow’. Nu luisteren ze in de stal met blij gemoed naar het gezang van leeuweriken. Hoort de vogels en de muziek eens dwarrelen, in de ijle winterlucht!
Jozef timmert aan de weg
Nog steeds kan ik het niet begrijpen. Hoe is het mogelijk dat mijn lieve Maria een kindje heeft gebaard? In elke man die de stal hier binnentreedt, zie ik een potentiële vader. De geboorte heeft de gemoederen bij ons thuis flink doen oplaaien. Mijn vader heft telkens de armen ten hemel als hij ons kindje ziet en roept dan luid:
“Die kleine heeft niet jouw handen en veel te weinig haar. Heb je die neus al eens bekeken, en die oortjes? Nee, nee, die kleine lijkt niet echt op jou?”
Gelukkig is mijn moeder milder gestemd. Zij is een trotse oma en onvoorwaardelijk content. Ze zegt tegen mij: “Je bent nu vader geworden mijn lieve zoon. Er rust een grote verantwoordelijkheid op je schouders. Je geeft het leven door, zorg er goed voor. Het is een menneke met een missie. Kijk maar eens naar al dat bezoek, daar moet een bijzondere reden voor zijn.” Mijn mams heeft gelijk. Zo heb ik het nog niet bekeken. Maar het stelt me nog niet helemaal gerust. Bij ieder mannelijk bezoek blijft een zweem van verdenking bestaan. Met mijn timmermansoog speur ik neuzen, oren en ogen van bezoekers af op zoek naar gelijkenis. Gelukkig tevergeefs.
Een gevleugelde vriend stelt me eindelijk gerust. Hij spreekt van een godswonder dat gekoesterd moet worden. En dat het de kleine aan niets mag ontbreken. Opgelucht stort ik mij op het timmeren van een fantastisch kribje. Ik gebruik al het sloophout dat ik kan vinden. In diverse maten en pasteltinten. Kleurrijk moet het kribje zijn. Trots als een pauw besluit ik er gauw kasten, tafels en stoelen bij te maken. Misschien begin ik wel een handeltje? Een gouden handel wel te verstaan. Het resultaat van creatieve processen geeft altijd lucht. Ik omarm al mijn muzen en zing van blijdschap en geluk.
Kindje Jezus laat van zich horen
Jezus, wat een drukte bij mijn kribbe. Het is zeker weer showtime? Ik krijg hier niet eens de tijd om een dutje te doen. Jammer dat ik geen filmcamera bij me heb. Je zou die gezichten eens moeten zien, die boven mijn kribbe komen hangen. Ik lig af en toe helemaal in een deuk. Behalve als ze zeveren, van opwinding. Ja, dat komt wel eens voor. Dan helpt maar één ding. Snel mijn mond en ogen dichtdoen. Ik krijg veel commentaar op mijn kribbe. Die vindt iedereen prachtig. Sommigen doet het denken aan Piet Hein Eek. Geen idee wie dat is. Vast één of andere local.
Zou het al etenstijd zijn? Ik krijg langzaam honger. Eens even kijken of ik wat aandacht kan trekken van mijn mams. Een kwestie van mijn mond ver open doen en dan jammerlijk huilen. Succes gegarandeerd.
Hé, wie zijn die deftige heren die nu plots boven mijn kribbe hangen? Ze ruiken naar wierook en naar mirre. Ze ruiken in ieder geval beter dan die os en die ezel. Wat kunnen die beesten een partij dampen. Die twee maken ook nog eens de hele tijd stennis. Alsof ze niet genoeg plek hebben in de stal.
Ach, het zal mijn tijd wel duren. Ik lig hier voorlopig goed. Mijn mams en paps zien er gelukkig en tevreden uit. Wat kan ik me dan als kindje nog meer wensen? Er doen verhalen de ronde als zou ik mensen redding brengen. Dat is wel een beetje hoog gegrepen. Ik begrijp best dat in deze complexe wereld van techniek en multimedia een wegwijzer zeer gewenst is. Maar verwacht van mij geen zegen. Zolang mensen mij niet verafgoden wil ik ze best met raad en daad bijstaan. Ik ben een specialist in troost, hoop en liefde. Bij hoge nood mag iedereen er wat van komen halen. Ik deel het met liefde en plezier.
Mien kerstverhaal
Kerstverhaal in vijf delen.
Voorgedragen tijdens het Kerstconcert van Kamerkoor Alauda Vocalis.
Op 20 en 23 december 2011 te Eindhoven.
Dirigent: Hubert Koniuszek.
Programma:
1. G. Messaus (1589-1640): Resonet in laudibus
2. Kerstverhaal (dl.1): De os doet zijn verhaal
3. W.G. James (1892-1977): Country carol
4. G. Messaus (1589-1640): O salich heylich Bethlehem
5. Jetse Bremer (1959): In ‘t stalleken van Bethlehem
6. Kerstverhaal (dl.2): Mijmeringen van een ezel
7. G. Messaus (1589-1640): Dies est laetitiae
8. W.G. James (1892-1977): The three drovers
9. Jetse Bremer (1959): Het komet een schip
10. G. Messaus (1589-1640): Het quamen dry Coningen
11. Kerstverhaal (dl.3): De zorgen van Maria
12. Jetse Bremer (1959): O herders laat uw bokken en schapen
13. G. Messaus (1589-1640): Laet ons met herten reyne
14. Th. L. de Victoria (1548-1611): O Magnum mysterium
15. Kerstverhaal (dl.4): Jozef timmert aan de weg
16. W.G. James (1892-1977): Carol of the birds
17. Jetse Bremer (1959): Herders hij is geboren
18. G. Messaus (1589-1640): Het viel eens hemels dauwe
19. Kerstverhaal (dl.5): Kindje Jezus laat van zich horen
20. Jetse Bremer (1959): In ‘t stalleken van Bethlehem
Hier sta ik dan met mijn zware lijf en dikke poten, in een veel te kleine stal. Ik heb nauwelijks plek en iedereen loopt me voor de voeten. Het is hier ongelofelijk druk. Een komen en gaan. Iedereen vergaapt zich boven een klein kribje achter in de stal. Ik snap er niets van. Er worden hier wel vaker kindertjes geboren. Maar deze kleine schat trekt toch wel erg veel aandacht. Het moet vast een belangrijk kindje zijn.
Verdikkeme zeg, wat een vervelende ezel hier naast mij. Hij staat ongegeneerd tegen mij aan te leunen. Hij heeft het zeker koud. Ik voel zijn botten door zijn vel, tegen mijn dikke buik aantrillen. Ach, ze zijn ook niets gewend die domme ezels. Wie heeft dat feest hier eigenlijk georganiseerd? Het is toch veel te koud voor een babyshower? Hoe halen ze het in hun hoofd om dat buiten in een stal te doen?
Zeg, nou lopen er ook al schapen voor mijn voeten. Ze lopen allemaal in polonaise en mekkeren er wat irritant op los. De voorste houdt er het tempo goed in. Hier moet ik even ingrijpen. “Ho, ho, meneertje schaap, een beetje respect voor een oude os. Hou eens even op met zenuwachtig door die stal te hollen. Straks gebeuren er nog ongelukken. Sta liever eens stil en luister naar de mooie hemelse muziek die in deze stal klinkt. Het lijkt wel of hier engelen zingen.”
Mijmeringen van een ezel
Nou zeg die os is ook een mopperkont. Hij denkt dat ik hem niet versta. Hij moest eens weten. De onnozele. Ik ben namelijk een geletterde ezel. Afgestudeerd cum laude op HAVO, stro en Cambridge. Hij kan nog zo staan schudden met zijn dikke kont. Luctor et emergo. Ik wijk hier voor geen meter. Zijn vacht is veel dikker dan de mijne. Ik, ik warm me lekker aan de zijne. Laat die dikke os maar lekker kuchen. Wij noeste dieren staan hier met een missie. Dat is dit pas geboren kindje beschermen tegen regen, wind en kou.
Ik blaas me helemaal suf, de longen uit mijn magere lijf. Straks kan ik nog geen IA meer zeggen. Maar ja, alles voor het goede doel. Het is hier stiekem toch wel druk. Daar heeft die os toch wel een punt. Het wemelt van de schapen in de stal. Ik kan die beestjes geen ongelijk geven. Het regent buiten pijpenstelen en wie wil er nu een natte vacht? De schaapjes staan hier op ’t droge. Ziet ze toch eens grijnzen. Maar menen ze dat nu wel? Of is het schijn die bedriegt? Die grijns van hen is eigenlijk best schaapachtig.
Hé, daar komt mijn oude baas de stal ingelopen. Hij draagt een houten staf. Ik herken hem bijna niet meer terug. Hij is getooid in een schapenvel. Waar is zijn blauwe overall gebleven? En draagt hij nou sandalen in plaats van klompen? In mijn oude baasje is geen boer meer te bekennen. Hij is schapenherder geworden. Wat heb ik voor mijn oude baas een ballast gedragen. Jaar in jaar uit. Gebukt ging ik onder al zijn zorgen. Nu is het een contente mens. Hoor hem eens lachen boven het kribje. Van blijdschap zingt hij spontaan een nobel refrein. Nota bene in het Latijn. Geletterd als ie is.
De zorgen van Maria
Wat een beestenbende is het hier in deze stal. Een puinhoop maken ze er van. En ik maar proberen alles maagdelijk schoon te houden. En dan die herrie? Als dat zo doorgaat maken ze mijn lieve menneke nog wakker. Dat is niet de bedoeling. Ziet hem daar eens heerlijk slapen. Het is voor mij nog steeds een mirakel hoe dit kindje in mijn buik terecht is gekomen. Onbevlekt volgens mijn moeder. Dat is toch wel bijzonder.
Mijn Jozef en zijn familie waren ‘not amused’, toen zij dit hoorden. Ik heb hemel en aarde bewogen, om hen op het hart te drukken, dat er niemand anders in het spel is. Zelfs engelen heb ik aangeroepen. Gelukkig gaf er eentje gehoor. Die gaf een originele uitleg aan de situatie. Nu maar hopen dat het verder geen toestanden geeft. We krijgen veel toeloop voor ons menneke. Ik voel me als moeder Maria dan ook zeer vereerd. Boeren, herders, koningen, ja zelfs drie wijzen uit het oosten, bezoeken ons kindje.
Die wijzen komen goed van pas. Zij geven tekst en uitleg over het bijzondere mirakel. Eentje is wel erg enthousiast. Arnol heet hij geloof ik. Met luid stem verhef orakelt hij de oren van ieders hoofd er bijna af. Het is een lief mens, maar eenmaal op dreef is hij moeilijk te bedaren. De drie wijzen hebben de stal gemakkelijk gevonden. Een ster en wat fritslichten van Philips wezen hen de weg. Het enige wat ze hoefden te doen is ‘Glow with the flow’. Nu luisteren ze in de stal met blij gemoed naar het gezang van leeuweriken. Hoort de vogels en de muziek eens dwarrelen, in de ijle winterlucht!
Jozef timmert aan de weg
Nog steeds kan ik het niet begrijpen. Hoe is het mogelijk dat mijn lieve Maria een kindje heeft gebaard? In elke man die de stal hier binnentreedt, zie ik een potentiële vader. De geboorte heeft de gemoederen bij ons thuis flink doen oplaaien. Mijn vader heft telkens de armen ten hemel als hij ons kindje ziet en roept dan luid:
“Die kleine heeft niet jouw handen en veel te weinig haar. Heb je die neus al eens bekeken, en die oortjes? Nee, nee, die kleine lijkt niet echt op jou?”
Gelukkig is mijn moeder milder gestemd. Zij is een trotse oma en onvoorwaardelijk content. Ze zegt tegen mij: “Je bent nu vader geworden mijn lieve zoon. Er rust een grote verantwoordelijkheid op je schouders. Je geeft het leven door, zorg er goed voor. Het is een menneke met een missie. Kijk maar eens naar al dat bezoek, daar moet een bijzondere reden voor zijn.” Mijn mams heeft gelijk. Zo heb ik het nog niet bekeken. Maar het stelt me nog niet helemaal gerust. Bij ieder mannelijk bezoek blijft een zweem van verdenking bestaan. Met mijn timmermansoog speur ik neuzen, oren en ogen van bezoekers af op zoek naar gelijkenis. Gelukkig tevergeefs.
Een gevleugelde vriend stelt me eindelijk gerust. Hij spreekt van een godswonder dat gekoesterd moet worden. En dat het de kleine aan niets mag ontbreken. Opgelucht stort ik mij op het timmeren van een fantastisch kribje. Ik gebruik al het sloophout dat ik kan vinden. In diverse maten en pasteltinten. Kleurrijk moet het kribje zijn. Trots als een pauw besluit ik er gauw kasten, tafels en stoelen bij te maken. Misschien begin ik wel een handeltje? Een gouden handel wel te verstaan. Het resultaat van creatieve processen geeft altijd lucht. Ik omarm al mijn muzen en zing van blijdschap en geluk.
Kindje Jezus laat van zich horen
Jezus, wat een drukte bij mijn kribbe. Het is zeker weer showtime? Ik krijg hier niet eens de tijd om een dutje te doen. Jammer dat ik geen filmcamera bij me heb. Je zou die gezichten eens moeten zien, die boven mijn kribbe komen hangen. Ik lig af en toe helemaal in een deuk. Behalve als ze zeveren, van opwinding. Ja, dat komt wel eens voor. Dan helpt maar één ding. Snel mijn mond en ogen dichtdoen. Ik krijg veel commentaar op mijn kribbe. Die vindt iedereen prachtig. Sommigen doet het denken aan Piet Hein Eek. Geen idee wie dat is. Vast één of andere local.
Zou het al etenstijd zijn? Ik krijg langzaam honger. Eens even kijken of ik wat aandacht kan trekken van mijn mams. Een kwestie van mijn mond ver open doen en dan jammerlijk huilen. Succes gegarandeerd.
Hé, wie zijn die deftige heren die nu plots boven mijn kribbe hangen? Ze ruiken naar wierook en naar mirre. Ze ruiken in ieder geval beter dan die os en die ezel. Wat kunnen die beesten een partij dampen. Die twee maken ook nog eens de hele tijd stennis. Alsof ze niet genoeg plek hebben in de stal.
Ach, het zal mijn tijd wel duren. Ik lig hier voorlopig goed. Mijn mams en paps zien er gelukkig en tevreden uit. Wat kan ik me dan als kindje nog meer wensen? Er doen verhalen de ronde als zou ik mensen redding brengen. Dat is wel een beetje hoog gegrepen. Ik begrijp best dat in deze complexe wereld van techniek en multimedia een wegwijzer zeer gewenst is. Maar verwacht van mij geen zegen. Zolang mensen mij niet verafgoden wil ik ze best met raad en daad bijstaan. Ik ben een specialist in troost, hoop en liefde. Bij hoge nood mag iedereen er wat van komen halen. Ik deel het met liefde en plezier.
Mien kerstverhaal
Kerstverhaal in vijf delen.
Voorgedragen tijdens het Kerstconcert van Kamerkoor Alauda Vocalis.
Op 20 en 23 december 2011 te Eindhoven.
Dirigent: Hubert Koniuszek.
Programma:
1. G. Messaus (1589-1640): Resonet in laudibus
2. Kerstverhaal (dl.1): De os doet zijn verhaal
3. W.G. James (1892-1977): Country carol
4. G. Messaus (1589-1640): O salich heylich Bethlehem
5. Jetse Bremer (1959): In ‘t stalleken van Bethlehem
6. Kerstverhaal (dl.2): Mijmeringen van een ezel
7. G. Messaus (1589-1640): Dies est laetitiae
8. W.G. James (1892-1977): The three drovers
9. Jetse Bremer (1959): Het komet een schip
10. G. Messaus (1589-1640): Het quamen dry Coningen
11. Kerstverhaal (dl.3): De zorgen van Maria
12. Jetse Bremer (1959): O herders laat uw bokken en schapen
13. G. Messaus (1589-1640): Laet ons met herten reyne
14. Th. L. de Victoria (1548-1611): O Magnum mysterium
15. Kerstverhaal (dl.4): Jozef timmert aan de weg
16. W.G. James (1892-1977): Carol of the birds
17. Jetse Bremer (1959): Herders hij is geboren
18. G. Messaus (1589-1640): Het viel eens hemels dauwe
19. Kerstverhaal (dl.5): Kindje Jezus laat van zich horen
20. Jetse Bremer (1959): In ‘t stalleken van Bethlehem
Labels:
alauda vocalis,
arnol,
columnx,
contemplatie,
ezel,
hubert koniuszek,
humor,
jozef,
kerstconcert,
kerstmis,
kerstverhaal,
maria,
mien,
os,
piet hein eek,
schaap,
verhaal
Abonneren op:
Berichten (Atom)

