maandag 13 februari 2012

Putdicht

In het diepst van mijn ziel ben ik geroerd.
Zomaar op een decembermorgen
In zalmroze en in groen.
Mijn maag voelt als een bodemloze put.
Is er iemand die mijn zwarte gaten vult?

Drab en regenwater rochel ik naar binnen.
Niets gaat aan mijn waterpoort voorbij.
In ijzer smeed ik snode plannen.
Gitzwart, want alles drijft in mij.
Op drift hol ik door donkere kanalen.
Vind amper troost in moeder aarde.
Ik eindig in een eindeloze zee.

Blaadjes, peuken, neuzel ik naar binnen.
Prikkelen mijn betonnen maag.
Ik hoest ze met het water naar de zee.
Mijn baggergaten houden ieder straatje schoon.
Slechts af en toe word ik gelucht, gekeerd.
Dan ziet mijn bodem ook eens licht.

Mien

Tekst geïnspireerd op fotowerk van Paul Bogaers

donderdag 2 februari 2012

Diep gegrond

Diep gegrond fluistert de stilte vanachter een gesloten deur.
Wie twijfelt hier nu over beweging als in zwijgzaamheid het oranje flonkert?
Azuur licht op, dwars door twijfelend blauw.
Ik durf het niet. Twijfelen. Om niets.
Liever treed ik binnen, in grote luister.
Maar iets weerhoudt. Iets weerhoudt
Met het slot op slot. Toe. Gewoon dicht.

Een gouden greep biedt houvast.
Zij nestelt zich in mijn kruin.
En ik, ik hoor slechts tweetakt.
Wind fluit in mijn oren. Dwarrelt om mijn stam.
Een onstuimig spel der liefde woelt in mijn bonkend hart..
Complementair in blauw oranje. Vierkant lacht het spel me uit.
Het neemt me beet. Laat niet meer los.
Passie overwoekert zacht mijn dunne lijst.

Een schilderij gedrenkt in dun wazig streperig blauw schreeuwt om lucht.
Het wil ademen. Verdraagt geen klodders verf.
Acht scharnieren houden het recht. Opdat het doek niet omkiepert.
Vurige bladeren van geluk strelen het oppervlak.
Om terstond neer te vallen in een open boek.
Ik hang er maar stilletjes bij. Zilverachtig.
Met het slot op slot. Toe. Gewoon dicht.

Mien

Tekst geïnspireerd op fotowerk van Paul Bogaers