04-05-18

Harrie Banneling

Harrie Banneling is een beetje doorgedraaid. Een heel klein beetje maar. Net genoeg om binnen het WMO te vallen. Wat een geluk. De mantelzorger die nu dagelijks bij hem thuis komt draagt altijd een blauwe mantel. Op verzoek van Harrie. Want blauw is Harrie's lievelingskleur. Tijdens het intakegesprek heeft Harrie aangegeven dat zijn mantelzorger wel van dieren moet houden en van piano's. Harrie heeft een Steinway waar hij al jarenlang liedjes op componeert en een poes. Een mooie witte Angora en ze heet Hoezepoes. Ondanks haar leeftjd spint Hoezepoes als de beste. Wol en garen. Het gespin van Hoezepoes werkt als een metronoom voor Harrie. Het eerste liedje dat hij componeerde droeg hij dan ook op aan haar.

Harrie is nu al tachtig jaar en Hoezepoes vijftien. Ze doen een wedstrijdje wie het eerste gaat. Niet dood. Nee, nee. Een windje. Dat vinden ze beiden leuk. Windjes laten. De mantelzorger niet. Die rent dan druk wapperend met zijn blauwe mantel door de woonkamer. Lol dat ze dan hebben. Met grote halen slaat Harrie dan met zijn grote handen op de toetsen van zijn piano. Een kabaal! Zijn vingers zijn te stijf en dik om nog een toets tegelijk te slaan. Wat een klerenherrie. Daar helpt geen mantelzorg meer tegen.

De grote handen kwamen Harrie wel van pas in zijn arbeidsleven. Als stratenmaker was dat een groot voordeel. Hij opperde kilo's stenen met zijn grote handen. En toen hij wat meer ervaring kreeg legde hij grote straten met stenen aan. Met blauwe stenen bij voorkeur. De blauwe straten leken op rivieren die door kleine dorpen en grote steden stroomden. Pleinen werden zeeën. Stratenmaker op zee noemden ze hem vroeger.

Nu zit Harrie alweer vijftien jaar thuis. Veel dorpen en steden heeft hij gezien. Ook in het buitenland. Hij werd al snel beroemd als stratenmaker op zee in binnen- en buitenland. Een boekingskantoor heeft hij uiteindelijk in moeten schakelen om aan de grote vraag te voldoen. Een opleidingsinstituut is hij zelfs begonnen. Zijn idee werd al snel opgepikt, lees gejat. In Mekka transformeerden leipe Arabieren zijn blauwe zeestraten naar rode, ongevraagd. Niet zo netjes, wel? Harrie raakte er haast van aan de drank. Dol werd hij van port Soedan, het lekkerste drankje dat ooit door zijn keel stroomde. Wel een beetje zout. Maar toch, het smaakte toch wel zoet na al het zuur.

Thuis zit ie nu. Harrie Banneling als banneling, maar wel met mantelzorg. Blauwe mantelzorg. Want Harrie moet ook zelf een bijdrage leveren. De helft ongeveer. Bij mantelzorg van 24/7 is dat toch wel prijzig. Maar Harrie verdient de beste zorg die er is. Om in zijn hoge onkosten te voorzien componeert hij liedjes op zijn eigen Steinway. Inspiratie voor zijn liedjes vindt hij in dagelijkse rituelen. In de blauwe mantelzorger bijvoorbeeld. Hetty heet ze. Hetty draagt grote zorg voor Harrie en daarvoor wil hij haar graag bedanken. Soms zet Hetty Harrie voor het blok. Daarover heeft hij een mooi liedje geschreven. Het blok dat voor twijfel zorgt heeft hij vertaald in mooie muziek en tekst. Heel simpel en to the point. Gewoon ja zuster, nee zuster. Meer moet dat niet zijn. De titel van het lied was daarmee ook meteen rond.

Rond titels moet je nooit geitebreien. Zijn oom Willem vond dat ook. Ach ja, ome Willem, nu drie jaar dood. Harrie mist hem nog steeds. Zijn favoriete oom. Hij was degene die hem altijd, na een lange dag werken op straat, mee nam naar de kroeg. Hun favoriete kroegie, Het schaap zonder poten. Wat hebben ze daar een hoop Sonneveldjes gedronken samen. Those where the days. Ze dronken de Sonneveldjes altijd heel deftig, met hun pinken omhoog. Als ze er genoeg op hadden dansten ze samen de Alexander Polka en raakten dan volledig de Klutz kwijt. In Het schaap zonder poten, te Delft.

Wat een theater, wat een feest. Altijd met Harrie, harde werker en bovenal levensgenieter. Tussen 1955 en 1999 heeft hij 44 jaar lang prima werk geleverd. Helaas heeft Harrie aan het einde van zijn leven niet mogen winnen van Hoezepoes. Geen windjes meer. RIP Harrie.

13-04-18

Onmachtsvertoon

De aap en de leeuw hebben ruzie. Wie is er nu eigenlijk de baas in het grote bos dat wereld heet? Daar gaat de ruzie over. Ruzie? Noem het gerust oorlog, strijd. Maar eerst even uitleg over de hoofdrolspelers in deze. De aap is een gorilla. Groot, zwart, mannetjesputter. Hij luistert naar de naam Boe. De leeuw is een leeuwin, imposant, goudbruin, mansfelder. Ze heet Bo. De locatie? Rivier de Betazone, aftakking van de Witte Nijl vlakbij Bwindi in Oeganda. Niet dat u nu veel meer weet lezer, maar geschiedschrijving zonder locatie is not done. Tijdstip? Right now. Ja, ik weet het. Engelse termen, Amerikaanse zo u wil, voor de taalpuristen onder ons, maar ook voor hen die een hekel hebben aan taalpuree. Ik dwaal af. De Nijl is ook zo lang in al zijn verschijningsvormen.

De grote vraag is natuurlijk, we zijn immers in de natuur, wie gaat er winnen? Wie komt als winnaar uit de bus en wie als lijk? Uit de safaribus vanzelfsprekend. Want daarin zitten de echte haantjes, opgedirkt in exclusieve safarikledij. Ze dragen niet alleen zandkleurige kledij en hoeden maar ook geweren. Uiteraard. De lafaards, laf van aard. Schieten vanuit een safaribus, wie doet dat nu? En dan ook nog eens met zo'n belachelijk antiek geweer. Haakbussen zonder haan. Enfin, in ieder geval beter dan een handbus, want die is veel te zwaar om te hanteren. Watjes zijn het. In de plastic wereld heel erg oer. In de natuur machteloos. Bleu. Zie ze daar eens zitten. Stiekem bang. Vol onmachtsvertoon. Af te lezen in wijkende blauwe oogjes in slappe tronies.

Bo en Boe daarentegen lusten elkaar rauw. Bij de rivier komen hun habitats bij elkaar. Beiden moeten immers drinken. Dorstig. Bloeddorstig ook. Koning leeuw Bo en Goeroe gorilla Boe? De safaribuswatjes zetten ver op afstand in en turen door hun verwegkijkers. Eigenlijk willen ze het helemaal niet zien. Te wreed zo'n gevecht tussen oerbeesten. Ze moesten eens weten, de safaribuswatjes, in hun plastic wereld doen ze niet anders, vreten ze elkaar op met huid en haar. Maar hier aan de rivier, daar wordt hun pis lauw. Want uitstappen durven ze niet. En het gaat lang duren, daar heeft de teamleider, het ultieme oerbeest, al voor gewaarschuwd. Gemiddeld duurt een gevecht tussen gorilla en leeuw toch snel een paar uur. Tactiek kennen de beesten niet. Ze gaan door tot het puntje. Punt uit. Maar ik kan wel vast verklappen wie er gaat winnen. De gorilla. Lees en huiver verder.

Bo, die meestal zijn prooi dood met een nekbeet, bijt zijn tanden stuk op de nek die een gorilla eigenlijk niet heeft. Het hoofd loopt meteen door in de brede schouders. Ook al heeft Bo een grote bek, hij krijgt geen grip. Er valt niets dood te bijten. Na dertig pogingen raakt Bo wat moedeloos. Zijn onmachtsvertoon werkt als een rode lap op de stierennek van Boe. Ja, eerlijk is eerlijk, uiteindelijk heeft een gorilla toch een nek. Maar je moet hem wel willen zien. Tijd voor handelen. Met zijn lange armen grijpt hij Bo bij haar manen als deze haar eenendertigste poging inzet. Heeft ze eindelijk wat grip, wordt ze aan haar manen over het dikke hoofd van Boe getrokken en ver weg geslingerd. Met twee vuisten slaat Boe op zijn zwaarbehaarde zwarte borst en brult het uit. Brullen? Maar dat is toch uitbesteed aan de leeuwen? Mooi niet. Bo ligt op de grond en kermt van de gedwongen val. Oe ... ah ... oe ... ahhhh. Het is maar een zielig hoopje leeuwin. Tijd voor een tweede leven, na deze bijna dood ervaring. Ze heeft nog genoeg levens te gaan. Bo rijst op en zet in voor een ultieme aanval. Maar Boe is onbevreesd. Wat kan die maffe poes nu uitrichten? Hij moest eens weten. Ook een gorilla kent een zwakke plek.

Voordat Boe ook maar bah kan zeggen voelt hij hoe er een flink aantal slachttanden aan zijn edele delen hangt. Hij wil toch echt wel een jongetje blijven en bonkt met twee vuisten op het hoofd van Bo. Maar die laat niet los. De tranen stromen in de donkere ogen van Boe. Zijn brede neusvleugels stuiteren naar buiten en vibreren van de pijn. Zijn klokkenspel hangt aan een zijden draadje en dat weet ie. Onmachteloosheid maakt zich meester van hem. Getemd door de tanden van een wilde leeuwin? Dat mag niet gebeuren. Zal hij dan toch maar vechten als een woest wijfie? Aan harentrekken heeft Boe een broertje dood, maar hé, in oorlogstijd is alles toegestaan. Met zijn grote handen trekt hij Bo helemaal kaal. Geen gezicht, een leeuwin met kale kop. De snorharen trekt Boe ook nog snel even uit. Dan laat Bo los, valt achterover en stikt vervolgens in de ballen van Boe. Beiden zijn verliezer. Boe bezwijkt uiteindelijk aan onmachtsvertoon. Zonder ballen door het leven, dat kan toch niet en hij gooit zichzelf in de rivier. Zwemmen kan hij niet.

De safaribus verdwijnt aan de horizon. Iedereen heeft genoeg gezien en gelezen. Snel huiswaarts richting plastic wereld met zijn eigen wetten, verraderlijk veilig.

27-03-18

Verslag Literair Podium PoëzieClub Eindhoven i.s.m. dichters Café Eijlders Amsterdam ter gelegenheid sluiting Kunstcafé Malle Abbe

Zondag 25 maart hielden dichters en schrijvers van Café Eijlders Amsterdam en PoëzieClub Eindhoven een Literair Podium in Kunstcafé Malle Abbe te Eindhoven. Het thema voor deze speciale editie was 'Van boven en onder de rivieren'. Een speciale editie omdat dit het laatste optreden was voor dichters en schrijvers van PoëzieClub Eindhoven in Malle Abbe. Wat hebben we er genoten. Voorafgaand aan het podium werd er nog een ode gebracht aan good old Leonard Cohen. Maar dat terzijde.

Van boven en onder de rivieren stroomden de dichters uit regio Amsterdam en Eindhoven binnen. Goed gemutst uiteraard. Het zou een gedenkwaardige middag en avond worden startend met lentezon, koffie, thee, bier en wijn. En niet te vergeten, worst en kaas op de bar. De middag werd afgetrapt door twee presentatoren, Pierre Maréchal van onder de rivier en Paul Lokkerbol van boven de rivier. Zij kondigden afwisselend in blokken de volgende dichters aan.

Kees Godefrooij
Martin Wijtgaard
Marije Hendrikx
Hubert Klaver
Kathinka Kreeberg

Hans F. Marijnissen
Rob Mientjes
Louis van Londen
Max Violier
Rick Kewal

Stanislaus Jaworski
Marijke Hooghwinkel
Jan Wagenaar
Jolies Heij
Adrie Maria Krabbendam

Bianca Hazenberg & Hans Daalmeier
Willem Adelaar
Ingo Oudenaerd
Bob Kalkman
Gérard Vromen

Martin van de Vijfeijke
Katelijne Brouwer
Paul Roelofsen

Remco Sligting
Angela Polderman
Johan Meesters
Pit van Nes
Hermien Koekkoek

Aan het einde was er nog gelegenheid voor Gerwout van Lodewyck de Cortenbergh, Julius Dreyfsandt Zu Schlamm, Bob Heiligers, Jeanine Hoedemakers en Anne Dijkstra om het open podium te betreden.
Daarna was het tijd voor afscheidsgedichten die speciaal te berde gebracht werden als bedankje aan Jan Van De Loo (57), uitbater Kunstcafé Malle Abbe en Hans Jarec de 79-jarige DJ (bekend als DJ van Dancing Aristo / Dancing Drijtap in de jaren 1965 tot 1974).

Ik heb genoten van deze mooie poëziemiddag en neem met enige weemoed afscheid van Malle Abbe waar ik mooie optredens en voordrachten heb mogen meemaken. Zoals daar vandaag de bijzondere voordrachten waren van Renate Spierdijk, met haar melancholische gitaar en heldere zang. Klein en intiem. Het kreeg zelfs de dichters stil. En ook het vitaminendicht van Hubert Klaver blijft in mijn geheugen gegrift. Zo ook het vaderpoëm van Willem Adelaar en het gedicht van Jolies Heij. Ach wat, ik druk het hier gewoon even af in toetsenbordinkt. Er moet toch een gedicht in dit schrijven. Het trof in ieder geval treffend het thema. Zo ook de bijdrage van Gérard Vromen, dichter afkomstig uit het diepe Zuiden, die in het Limburgs Amsterdam bezong.

Over de Lethe

Als ik een rivier had kon ik wegschaatsen
en Joni Mitchell liegt nooit. Er worden geen bomen
meer gekapt noch rendieren opgetuigd als in het
lied, maar de wens blijft zo lang jouw

seizoen van ijs voorziet. We zijn het liefste
kwijt wat ons bezielt, wat te dichtbij.
We koesteren de afstand, de overkant, niet
wat ons vasthoudt maar met de losse hand. Hij

houdt niet van mij, het noorden is te koud
voor veenbrand. Daarom duikt hij onder de
rivier, in de warmte van gloeilampen die

hem doen groeien en zijn twijfels verdampen.
De bedding is zacht, lente geeft vals licht af.
Over geen rivier haal ik hem nog terug naar hier.

Jolies Heij


Valse bescheidenheid is den dichter en schrijver vreemd. Vandaar mijn bijdrage ook maar even benoemd. Hij viel best in goede aarde. Toch een beetje dichter in mij. Een klein beetje. Gestart met niet de lichtste kost. Twee trioletten. Daarna een kleine gimmick. Een gedicht van vier seconden, refererend aan de strenge hantering van de regels tijdens dit podium. 'Denk eraan het moeten gedichten zijn en je hebt vier minuten de tijd om voor te dragen'. Waarvan akte. Ik had de eierwekker voor de zekerheid meegenomen.

Een triolet als schuiftrompet (05-12-2017)
Toilettriolet (06-12-2017)
Een gedicht van vier seconden (25-03-2018)
Lentekramp (28-03-2017)

Helaas heb ik de mooie middag en avond maar mee kunnen maken tot en met de voordracht van Gérard Vromen. De rest heb ik vernomen uit betrouwbare bronnen. Speciale dank gaat uit naar Jan en Hans van Malle Abbe. Het gaat jullie verder goed. Naar Jolies Heij voor het mooie gedicht. Naar Marije Hendrikx en Bianca Hazenberg voor de mooie foto's, waarnaar ik verwijs in de volgende link. Marije maakte de zwart-wit foto's en Bianca de kleurenfoto's zonder iPhoneformaat.
Ook de gasten van boven de rivieren wil ik nog even extra bedanken. Ze hadden een lange weg te gaan. Edoch de moeite waard. Ik was onder de indruk van het hoge niveau van de voordrachten.

Foto-impressie van deze mooie middag en avond is hier te zien. In chronologische volgorde de dichters die hierboven genoemd zijn (uitgezonderd Jeanine Hoedemakers en Anne Dijkstra).