Leg uit.
Doe ik.
'Er gaat een man naar de slager.
Slager: Zegt u het maar, u bent aan de beurt.
Man: Graag een harde worst.
Man: Zeg, wat denkt u wel? Mijn reet is geen sjoelbak. Een hele. En inpakken graag.'
Oei, dat is wel een hele flauwe mop. Genderonvriendelijk ook.
Nee, het verhaal natuurlijk.
Ach zo.
Genderneutraal neuken (1-6-2018)
Ik weet niet goed waar te beginnen. De voorzitter van het twaalfde
Hermafrodietenbal nodigt mij uit een openingsspeech te houden. Hoe hij
bij mij terecht komt is voor mij onduidelijk. Het zij zo. Ik laat me
niet kisten.
Het is warm buiten. In volledig gevechtstenue zit ik buiten op het
terras onder de luifel en steek van wal op wit papier. Tenen zweten
peentjes in mijn legerkistjes. Ook onder mijn groene helm drupt vocht
omlaag.’
Nee, nee, niet op mijn papier!’
Te laat. De woorden die ik met veel pijn en moeite heb geschreven
vaporiseren. Kan ik weer opnieuw beginnen. Het was ook geen sterke
opening. Beter meteen met de deur in huis vallen. Iets over
genderneutraal neuken dan maar.
Vragenderwijs (1-6-2018)
Onwijs. Vragenderwijs word ik langzaam wijzer. De oren van het hoofd
vraag ik iedereen. Waarom moet ik alle cookies accepteren. Telkens
opnieuw. Hoorndol maakt het me. Ik hou helemaal niet van cookies. Kan er
niet een cookiesmonster ontwikkeld worden. Zou een hoop irritatie en
ellende schelen.
Vragenderwijs word ik langzaam wijzer. Maar niet op internet of
sociale media. De meest basale vragen die ik stel geven resultaten die
ik niet wil weten. En bij alles wordt gevraagd: cookie erbij. Nee, nee
en nog eens nee. Op internet en sociale media wordt je niet vragend
wijs.
Antwoorden geven op internet en sociale media is big business. Cashen
is het motto. Maar eerst lid worden van de club. Cookie erbij? Nee,
bedankt.
Genderme (2-6-2018)
“Och erme, bende gai ôk van de genderme?”
Naast me staat een man in uniform. Bijna hetzelfde uniform als ik draag.
Het is hartje winter en de Carnaval is net een paar uur gestart. De
optocht gaat zo beginnen.
Ik heb het nog nooit meegemaakt. Een look-a-like die naast me staat
bij het kijken naar de optocht. Ik ben toch origineel? Mooi niet dus.
Maar geen nood. Zeker weten dat mijn look-a-like geen sabel bij zich
heeft.
“Kiek mien jong, wat vinde van mijn sabel?”
Shit, hij heeft dus wel een sabel. Maar waar dan? Ik zie niets.
Wat er dan gebeurd overtreft zelfs mijn fantasie. De man naast me trekt zijn broek omlaag en daar staat ie. Zijn sabel.
Gendermatologica (3-6-2018)
Een man met olifantenhuid meld zich bij de huisarts. De huisarts herinnert zich de man uit een ver verleden. Hij weet dat nog zo goed omdat hij toentertijd een snoepje uitdeelde aan een olifant in een optocht. De man die toen op de olifant zat staat nu weer voor hem. Wel wrang. Besmet worden door een olifant en dan zijn huid erven.
Enfin, het is duidelijk wat de man wil. Zuivering van huid en haar. Er rest de huisarts maar een ding. Doorverwijzing naar een dermatoloog. Maar dan wel eentje die niet liegt. Een gendermatoloog dus. Eentje die de wetten van gentheologie naleeft. Met een beetje gendermatologica moet deze olifantenman met huid en haar geholpen zijn. En anders met Rolo.
Weemoed (4-6-2018)
Zomaar een café in een grote provinciestad. Ik laaf me aan de bar. Klein en bezaaid met borrelnoten en pindaschillen op de vloer. Het mag. Het moet. Het is gezellig. De muziek is al even droef als de naam van het café doet vermoeden. En toch. Het bindt, verbindt. Zware romantiek druipt van alle muren en van gepokte gezichten. Veelzeggend en hoopvol. Hier ligt een laatste kans voor liefde opgesloten. Je moet het wel willen zien en aandurven. Moed is er voor nodig en veel wee. Want owee als je wordt afgewezen. Wat dan? Een blauwtje lopen is alweer zolang geleden. En hoe ging dat ook alweer? Ken ik jou niet ergens van? Heb je niet toen ook ooit, nee!
Pinklepelen (4-6-2018)
Ik begeef me in sjieke kringen. U kent het wel. Elke zondagmiddag naar de soos. De dames ietwat te zwaar opgemaakt in weelderige kledij of juist klassiek strak. De heren losjes in de pantalon met gestreken blouse, bij voorkeur streep of ruit en een grijs of donkergrijs vestje. De dames roken Belinda menthol of Stuyvesant, de heren bolknak of Roxy.
In den beginne is de conversatie op niveau. Kleine amuses passeren en deze worden met geheven pink naar binnen gelepeld. Althans de dames doen dat. Neus ietwat omhoog getrokken. Als het smaakt een blijk van waardering, kleine twinkeling in ogen. De heren komen los na de eerste borrels. De vrouwen na citroentjes met suiker. De make-up loopt door. Taalgebruik ook.
Valklepelaar (4-6-2018)
Een valkparkiet kennen we allemaal. Een valk ook. Maar ooit gehoord van een valklepelaar? Ongehoord. Letterlijk en figuurlijk.
Letterlijk begrijp ik nog. Het beest maakt amper geluid. Dat komt omdat deze lepelaar hele zachte lepels heeft. Gestoffeerd als het ware. Kortom je hoort ze amper. Eigenlijk niet, zonder versterker. Maar versterkers mogen niet gebruikt in de natuur. Dan krijg je alle vogelaars over je heen. En er is een ding dat je absoluut wil vermijden. Juist ja, vogelaars op je dak, laat staan in je tuin.
Figuurlijk ongehoord is een ander verhaal. Deze beesten stinken namelijk als een otter. Nu hebben de meeste vogels sowieso nooit een cursus zindelijk worden gevolgd. Maar een valklepelaar? Alsjeblieft. Daar helpt toiletspray niet meer.
Kaklepel (5-6-2018)
Vijfenvijftigplus dan ben je pas de sjaak. Zowel in positieve als negatieve zin. Laten we voor het gemak maar eerst met het positieve beginnen. Een vijfenvijftigplusser zit nooit voor de geraniums. Nee. Geen tijd voor. Om alle kortingspassen te effectueren en daarmee zijn of haar prepensioen wat te spekken gaat hij of zij zoveel mogelijk op pad. Bijna gratis overal treinen, trammen en bussen, toegang tot musea en andere attractieparken en ook nog eens hier en daar een gratis kopje koffie of thee. Wat wil een mens nog meer?
Maar dan het negatieve. Vreemde post ontvangt een vijfenvijftigplusser soms op de mat of in de brievenbus. Zoals een vreemd pakketje om zelf darmkankeronderzoek te doen. Maar helaas zonder fatsoenlijke kaklepel?
Mariske (5-6-2018)
Het zit al lang in de familie. Speelgekte. Zo erg dat de familie onlangs een verbod heeft gekregen op het bezoeken van het casino in de stad. Geen probleem voor de familie. In de ochtend pakken ze het eten voor de dag in en nemen het openbaar vervoer naar de eerstvolgende stad. Niemand die dat in de gaten heeft. En al zeker de dokter niet.
Die dokter komt nooit buiten. Zit altijd maar achter zijn laptop. Laptopverslaafd. Je kunt maar een verslaving hebben. De familie is zo verslingerd aan speelgekte dat ze in de derde generatie nu ook de kinderen een passende naam geven. Oma en opa zijn stapel op Risken. Zo ook papa en mama. Nu baby Mariske nog.
Wat? (6-6-2018)
Wat?
Ik hoor je niet goed.
Wat?
Ik HOOR je niet goed.
Wat?
IK HOOR JE NIET GOED?
Zet hem dan even uit?
Wat?
Zet HEM dan even uit?
Wat?
ZET HEM DAN EVEN UIT?
Wie?
Ja, wat de k je nu zelf?
Ah, dat is beter.
O, je hoort me zeker weer.
Klopt.
Wat?
Het klopt weer.
Ja, dat zie ik ook wel.
Niet zo aangebrand.
Nou, dat bepaal ik altijd nog zelf.
Klopt.
Wat?
Het klopt nog steeds.
Maar waar kan ik hem nu vinden?
Wat?
Ja, daar gaan we weer.
Jij begint.
Nietes.
Hoor!
Wat?
Het klopt weer.
Alleen kloppen?
Nee, hij slaat nu ook.
Echt?
Ja echt.
Gelukkig maar.
Ja.
Fijn.
Hangt ook.
Eindelijk.
De klepel.
Gewag (6-6-2018)
Heb genoeg gewag, deze nag, niet om te laggen. Op zich niets mis met voorgaande zin. Over de woorden kan men vallen. Zelfs over de letters. Maar boeien. Waarom druk maken over schrijfwijzen? Alsof zij het Oosten ooit vonden zonder sterren te zien.
Uiteindelijk ziet iedereen vroeg of laat sterren. En dat is maar goed ook. De eerste ster die ik zag was een reclamester. Hoe heette hij nu ook alweer? Pita Vitamientje of zoiets. Vreemde naam. In een Pita zitten namelijk amper vitamienen. Maar dat terzijde.
Lieve lezer, nu u gewach heeft gemaakt van mijn stelling, wil ik u uitnodigen voor een gelach. Mogelijk valt het zwaar, maar ook ik doe alleen maar mijn besch. Smakelijk eten dan maar.
Klepelsteeltje (7-6-2018)
Er was eens een heel vals mannetje. Zo vals dat ie niet eens zichzelf in de spiegel durfde aan te kijken. Hij had dat ooit een keer gedaan. En toen was de spiegel van schrik in twee gesprongen.
Het mannetje was zo vals geworden omdat hij het niet kon winnen van zijn jaloezie. En onder ons gezegd, dat is ook best lastig. Hij verzon daarom een list. Hij nodigde de jaloezi uit om zijn naam te raden. Hij vertelde daar niet bij dat hij uit een grote klokkengietersfamilie kwam. Nee. Zo vals was hij eigenlijk toen al.
De jaloezie piekerde zich suf. Totdat hij dacht dat hij de klepel gevonden had. Hij hoorde hem tenminste. Door zijn luidruchtig steeltje. Klepelsteeltje!
Gestichtyosis vulgaris (12-6-2018)
Je zult er maar last van hebben? Een huid die je knettergek maakt. Dan werkt een olifantenhuid niet meer. Zalfjes al helemaal niet. Pillen? Niet aan beginnen. Krabben? Alleen als ze een goed leven hebben gehad in zeewater. Visjes helpen wel. Dat is pas goud. Lekker aan je tenen laten knabbelen in een betere sauna. Wie durft gaat zelfs even kopje onder in het voetbad. De echte diehards zogezegd. Degenen die een sinaasappelhuid al hebben overwonnen. Wee degenen die niet op tijd met smeren begint. Ik houd het voort goed bij. Tenen, vingers, ellebogen, zelfs mijn kinnetje krijgt iedere avond een zachte beurt. Mijn hals voelt als een zachte kippennek. Je hoort mij dan ook zelden kakelen. Schoonheidsslaapjes werken altijd.
Dolletjes (12-6-2018)
Ik poep dolletjes. Dat is lang geleden. Het maakt me enorm blij. Geen bolletjes en ook geen drolletjes. Dolletjes. De dokter is ook blij. Meestal doet het poepen pijn. Zo’n fijne patiënt heeft dokter lang niet gehad. Kraaiend van plezier trek ik mijn broek omhoog.
‘Ho, ho!’, roept dokter een heel klein beetje bozig nu. Eerst even de kruier vervangen. Een klein kaboutertje met rode puntmuts spurt snel weg. Hij laat het kruiwagentje staan voor zijn opvolger. Daar is ie al. Kaboutertje Plop met bruine puntmuts. Meestal wordt ie opgetrommeld voor het zware werk. Hij is een beetje teleurgesteld. Is dat alles?
De kleine dolletjes worden bepaald niet dolletjes opgeveegd en op zijn kleine kromme beentjes spurt Plop driftig weg.
Leeggesticht (14-6-2018)
Jantje en Pietje, in liefde geboren, maar met kleine beperkingen. Waar, hoe en wat, dat doet er even niet toe. Zo ook dachten de beide ouders. Uitputtend de zorg. En ze zijn nog zo jong, alle vier. Van hutje naar huisje verhuisden ze allen tig keer. Tot het maatje vol was telkens weer. Wat een maten kwamen ze onderweg tegen. De ene nog gekker dan de ander.
Voor de wind ging het amper. Overal triestig uitgezwaaid. Niemand die het begreep wat mankeerde. Ouders uit elkaar. Jantje en Pietje ook gescheiden. Ik weet het lieve lezer, het is een triestig verhaal. En niemand die er wat aan kan doen. Drama in het kwadraat, wat zeg ik, tot de vierde macht. Leeggesticht.
De keuze is reuze (15-6-2018)
Jantje en Pietje staan voor een deur. Daarop staat met grote letters geschreven: DOLHUIS. Feest, lekker dollen samen. Helaas hebben ze niet de juiste instelling. Te gek bevonden. Op naar het GEKKENHUIS dan maar.
Deftig staat op het naambord geschreven: INRICHTING VOOR GEESTESZIEKEN. Wat een flauwekul. Geesten bestaan niet. Dit is gewoon een KRANKZINNIGENGESTICHT, een KRANKZINNIGENINRICHTING. Ook daar moeten ze niet zijn.
Op een deur verder staat plat geschreven: TEHUIS VOOR BEZETENEN. Altijd beter dan de deur ernaast, PSYCHOPATENVERBLIJF of erger nog daarnaast PSYCHIATRISCHE INRICHTING.
Beiden verkiezen liever een bank of doos in het park te nemen en ZZPer te worden. In no time hebben ze een bedrijfje opgericht. TUCHTSCHOOL KEUZE IS REUZE. Nu nog ergens zieltjes winnen. Komt goed.
Gestichticuleren (15-6-2018)
Pietje en Jantje zijn knettergek en lijden beiden aan beroepsdeformatie. Dat uit zich in hun taalgebruik. Compleet verknipt. De heren doctoren zijn er nog niet helemaal uit. Maar een ding daar zijn ze zeker over. Een typisch gevalletje van gestichticuleren.
Dat is wat ze doen, Jantje en Pietje. De hele dag halen ze de letters van het alfabet door elkaar. Nonsens kramen ze dan uit. Zelden komen uit hun monden zinnige woorden. Woorden met zin, als u bedoelt wat ik begrijp.
Voor Jantje en Pietje is het overduidelijk. De wereld is gek. Knettergek. Zij niet. Ze kunnen het prima met elkaar vinden. Gewoon in hun eigen taal en wereldje. Geen plek voor zinnige mensen. Lang leve de onzin. Heerlijk gestichticuleren.
Netjes opgevoed (16-6-2018)
Ik ben netjes opgevoed. In een gesticht dat familie heet. Ik ben er goed van af gekomen. Het had allemaal veel erger gekund. Zeker als ik dat zo hoor links en rechts van mij. Neem nu de buren. Die waren pas echt gestoord. Die gingen niet naar de kerk. Hoe is het mogelijk. Schandalig. En dan de andere buren. Nog nooit heb ik in zo’n korte tijd zoveel vreemde mannen naar binnen zien gaan. Gelukkig kwamen ze er allemaal ook na een half uur tot een uur er weer uit. Je zou er haast iets van denken. En vreemdst van al, ze kwamen altijd op bezoek als de buurman niet thuis was. Nee, ik ben netjes opgevoed. In gesticht familie.
Herberg (17-6-2018)
Ik berg me. Sterker nog, ik herberg me. In het restaurant van Mien. Want daar is het veel te lekker eten. Kijk, vandaag Mienestrone. Zo lekker heb ik hem nog nooit gegeten. Boordevol vitamientjes uit het complete alfalfabet. Daarna een broodje falafel, heerlijk. Een wereldrestaurant. Zeker als het ook nog eens wordt afgesloten met ouderwetse Mien Hangop.
Niks ophangen, opeten zeg ik. Smullen.
Ik berg me achter de bar, tussen de achtenveertig buitenlandse dranken. Geen mens die me spot. Om middernacht zal ik dan tevoorschijn kruipen en me linea recta begeven naar de keuken. Want daar woont een prinses, mijn prinses. Samen bakken we dan heel vroeg zoete broodjes. Om me vervolgens te herbergen voor een aanstonds ontbijt. Mien geniet.
Vaderland, moedertaal en broederliefde (19-6-2018)
Alleen de zusjes ontbreken. Dat is sneu. Ik draag dan ook dit stukje op aan alle zusjes die daaronder mogelijk lijden. Waaronder? Gebrek aan aandacht. Niet dat ze daar zelf om vragen hoor. Neu. De zusjes die achter de schermen al het werk doen. Die voorlezen aan hun kleine broertjes in, juist ja, hun moedertaal. Die alles in de strijd gooien voor volk en, juist ja, vaderland. Die tot het gaatje gaan als het erop neer komt. Waarop neer? Bij oorlog en vrede in familiekwesties. Ik moet alleen nog even een geschikt woord vinden om de onzichtbare zusjes tevoorschijn te toveren en alle hulde toe te dichten die ze verdienen. Ik houd het maar even op zusterhoop. Redders in nood.
Rexodus (27-6-2018)
Er bestaat buitenaards leven, dat is een ding dat zeker is. In welke vorm dat is nog maar de vraag. De microbiologie hoopt op kleine microwezens. De gamers onder ons op mega grote beesten. Dino’s après la lettre.
En dan is daar eindelijk geluid. From out of space. Nee, geen nepnieuws of slechte aprilgrap. Maar voor het echie dit keer. De geleerden buigen zich er nog over. By so far heeft James Farr toch een beetje gelijk gekregen. De geluiden duiden op microgolven die ongekend zijn.
Het geluid komt bijzonder dichtbij vermoede oergeluiden. Zijn het dan toch de dino’s die buitenaards surviven? Rex Gildo verbleekt erbij. Kelvinkou bevriest de aarde. De Rexodussen komen eraan. En ze hebben honger. Vleselijke honger.
Wegbulldozeren (27-6-2018)
Het is kermis in de hel. Het regent pijpenstelen en de zon schijnt. Tinus Tooier laat zich er niet door uit het veld slaan. Hij is nog lang niet klaar met bulldozeren. Hij schuift zijn gele bulldozer al bijna vijf uur aan een stuk over het met munten bezaaide veld. Geen tijd om te eten noch te drinken. Met een schuin oog houdt hij de hoofdprijs in de gaten. Die is nog steeds niet vergeven, gelukkig maar.
Tinus weet dat hij zijn vrouw blij moet maken. En liefst zo snel mogelijk. Wat heeft hij het de afgelopen dagen bestierd bij zijn vrouw. Veel te veel beloften gedaan. En nu nog nakomen. Gratis reis naar Benidorm. Drie munten wegbulldozeren. Ja, kassa!