29-06-2018

Webtales Gedichten Juni 2018

Potter lekt halfbloed (05-06-2018)

De panter slaat toe
Zwart en bruin pek op de vloer
Halfbloed, Potter lekt


Tablet Igor (07-06-2018)

Igor, de tablet
Heeft alles op een rij, qua
Kolommensteller


Ouderlinguïstiek (08-06-2018)

Ouderlinguïstiek
'Ik krijg het op mijn heupen'
Linker kunst of rechts?


Sedimenteel (12-06-2018)

tranen vriezen vast
kleine korrels klei huilt Ruud
zeer sedimenteel


Vanachterstallig (15-06-2018)

seks in fietsenhok
geen zadelpijn maar diepgang
vanachterstallig


Hittepetit (15-06-2018)

op het bord alleen maar hitte
dampende kolen
uitjes die vlammen

kok hittepetit zweet
zijn haar wordt vermicelli
slagroom klotst door

het eten dat moet af
de gasten wachten
op eten uit de hel

hemelse modder
heksensoep
onbetaalbaar

en de hitte slaat maar door
spijzen smelten in de mond
achteraf geblust met brandewijn

indisch, grieks en mexicaans
van heet eten moet je zweten
genieten tot in de diepste porie

(Inzending voor menukaart Restaurant de Liefde)


Inderdaadkracht (17-06-2018)

'Inderdaad, ik kom!
In deze daad zit veel kracht
Inderdaadkracht!


Zwembadjevarens (18-06-2018)

zwembadjevarens
verouderd zwemparadijs
​groen tot op bodem


Hofnar maakt hof (19-06-2018)

De hofnar maakt hof
Met knipoogje en glimlach
Op sigarenband


Lintjesro(c)k (27-06-2018)

Malle Babbe lacht
Valt stomdronken van plezier 
Op de lintjesro(c)k


Onderwerpingen (29-06-2018)

Onderwerpingen
We ondergaan ze allen
Tot de zon opkomt







28-06-2018

120 Woorden Juni 2018

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Genderfiel (01-06-2018)
 
Jan is een genderfiel. Hij kan niet van de jongens, meisjes en alles wat daar tussen zit afblijven. Een zwaar geval. Zwaar in lijvigheid. Jan weegt 156 kilo. Gelukkig maar. Slachtoffers kunnen makkelijk wegrennen. Jan heeft veel moeite met zijn aandoening. Haast aandoenlijk om te zien.
 
Jan straalt zijn genderfilie aan alle kanten uit. Er is geen Jomanda nodig om dat te duiden. Een brede glimlach, pakweg twintig centimeter, is zijn handelsmerk, naast doordringend oogcontact.
 
Lonken kan hij als de beste. Hij kan het niet laten. De genderfilie van Jan heeft het stadium van alleen maar kijken en nergens aankomen allang gepasseerd. Een boodschap die hij op zeer jonge leeftijd van zijn zes ouders meekreeg.
 
Jan is een ware mensengenieter. 
 
 
Defenestratie (01-06-2018)
 
Vogels dromen ervan. Rare vogels ook. Voor hen is defenestratie een zege, een bevrijding. Mits vrijwillig natuurlijk. Want wie of wat wil er nu gedwongen uit het venster geflikkerd worden? Niemand, niets toch?
 
Papegaai Ouwe Jan is al helemaal de laatste die dat wil. Dit beest is intussen zo gedomesticeerd dat ie niet eens meer durft te vliegen. Veel te klein, zijn woonkamer in Veldhoven. Aan oefenvluchten waagt hij zich niet. Uit het venster vliegen gaat dan ook niet echt lukken.
 
En toch wil Ouwe Jan het graag eens proberen. Vol lef gaat hij op het randje van het venster zitten. Hij wil wel eens voelen hoe het is om een rare vogel te zijn.
 
Daar gaat ie. RIP Jan.
 
 
Genderving (01-06-2018)
 
Hoeveel gen er bestaat in de wereld, mens en dier is nog lang niet definitief bepaald. Daarvoor hebben we mogelijk buitenaards leven nodig. Mochten we dat niet vinden, dan rest ons niets anders dan blijven delven naar gen. Het zit namelijk diep geworteld in alle levensstructuren. 
 
Doktoren zijn het er nog lang niet over eens. Overeenkomen is sowieso een lastig ding onder doktoren. Hermans schreef er een mooi boek over. Misschien wel twee. Nee, niet minister Hermans. Loekie de koekie kan niets met gennen.
 
Nee, good old WF. Nee, niet what the fuck. Hoewel hij wel zou willen, zo’n geuzennaam. Nee, Willem Frederik bedoel ik dan. Had hij nog maar een paar boeken meer geschreven. Mocht helaas niet zo zijn.

 
Van Gender Loos (01-06-2018)
 
Waar werk jij?
Bij Van Gender Loos.
Is dat leuk?
Gaat wel.
Leg uit.
Je moet er even doorheen kijken.
Waar doorheen?
De werksfeer, het werkklimaat.
Is daar iets mis mee dan?
Dat hangt er vanaf.
Waarvan dan?
Of je van flauwe grappen houdt.
Doe ik.
Zoals deze?
 
'Er gaat een man naar de slager.
Slager: Zegt u het maar, u bent aan de beurt.
Man: Graag een harde worst.
Slager: Gesneden of heel?
Man: Zeg, wat denkt u wel? Mijn reet is geen sjoelbak. Een hele. En inpakken graag.'
 
Oei, dat is wel een hele flauwe mop. Genderonvriendelijk ook.
Ach, het is maar hoe je het consumeert, hoe het binnenkomt, zogezegd.
De worst?
Nee, het verhaal natuurlijk.
Ach zo. 
 
 
Genderneutraal neuken (1-6-2018)
 
Ik weet niet goed waar te beginnen. De voorzitter van het twaalfde Hermafrodietenbal nodigt mij uit een openingsspeech te houden. Hoe hij bij mij terecht komt is voor mij onduidelijk. Het zij zo. Ik laat me niet kisten. 
 
Het is warm buiten. In volledig gevechtstenue zit ik buiten op het terras onder de luifel en steek van wal op wit papier. Tenen zweten peentjes in mijn legerkistjes. Ook onder mijn groene helm drupt vocht omlaag.’
 
Nee, nee, niet op mijn papier!’
 
Te laat. De woorden die ik met veel pijn en moeite heb geschreven vaporiseren. Kan ik weer opnieuw beginnen. Het was ook geen sterke opening. Beter meteen met de deur in huis vallen. Iets over genderneutraal neuken dan maar.
 
 
Vragenderwijs (1-6-2018)
 
Onwijs. Vragenderwijs word ik langzaam wijzer. De oren van het hoofd vraag ik iedereen. Waarom moet ik alle cookies accepteren. Telkens opnieuw. Hoorndol maakt het me. Ik hou helemaal niet van cookies. Kan er niet een cookiesmonster ontwikkeld worden. Zou een hoop irritatie en ellende schelen.
 
Vragenderwijs word ik langzaam wijzer. Maar niet op internet of sociale media. De meest basale vragen die ik stel geven resultaten die ik niet wil weten. En bij alles wordt gevraagd: cookie erbij. Nee, nee en nog eens nee. Op internet en sociale media wordt je niet vragend wijs.
 
Antwoorden geven op internet en sociale media is big business. Cashen is het motto. Maar eerst lid worden van de club. Cookie erbij? Nee, bedankt.
 
 
Genderme (2-6-2018)
 
 “Och erme, bende gai ôk van de genderme?”
 
Naast me staat een man in uniform. Bijna hetzelfde uniform als ik draag. Het is hartje winter en de Carnaval is net een paar uur gestart. De optocht gaat zo beginnen.
 
Ik heb het nog nooit meegemaakt. Een look-a-like die naast me staat bij het kijken naar de optocht. Ik ben toch origineel? Mooi niet dus. Maar geen nood. Zeker weten dat mijn look-a-like geen sabel bij zich heeft.
 
“Kiek mien jong, wat vinde van mijn sabel?”
 
Shit, hij heeft dus wel een sabel. Maar waar dan? Ik zie niets.
 
Wat er dan gebeurd overtreft zelfs mijn fantasie. De man naast me trekt zijn broek omlaag en daar staat ie. Zijn sabel.
 
 
Gendermatologica (3-6-2018)

Een man met olifantenhuid meld zich bij de huisarts. De huisarts herinnert zich de man uit een ver verleden. Hij weet dat nog zo goed omdat hij toentertijd een snoepje uitdeelde aan een olifant in een optocht. De man die toen op de olifant zat staat nu weer voor hem. Wel wrang. Besmet worden door een olifant en dan zijn huid erven.

Enfin, het is duidelijk wat de man wil. Zuivering van huid en haar. Er rest de huisarts maar een ding. Doorverwijzing naar een dermatoloog. Maar dan wel eentje die niet liegt. Een gendermatoloog dus. Eentje die de wetten van gentheologie naleeft. Met een beetje gendermatologica moet deze olifantenman met huid en haar geholpen zijn. En anders met Rolo.


Weemoed (4-6-2018)

Zomaar een café in een grote provinciestad. Ik laaf me aan de bar. Klein en bezaaid met borrelnoten en pindaschillen op de vloer. Het mag. Het moet. Het is gezellig. De muziek is al even droef als de naam van het café doet vermoeden. En toch. Het bindt, verbindt. Zware romantiek druipt van alle muren en van gepokte gezichten. Veelzeggend en hoopvol. Hier ligt een laatste kans voor liefde opgesloten. Je moet het wel willen zien en aandurven. Moed is er voor nodig en veel wee. Want owee als je wordt afgewezen. Wat dan? Een blauwtje lopen is alweer zolang geleden. En hoe ging dat ook alweer? Ken ik jou niet ergens van? Heb je niet toen ook ooit, nee!


Pinklepelen (4-6-2018)

Ik begeef me in sjieke kringen. U kent het wel. Elke zondagmiddag naar de soos. De dames ietwat te zwaar opgemaakt in weelderige kledij of juist klassiek strak. De heren losjes in de pantalon met gestreken blouse, bij voorkeur streep of ruit en een grijs of donkergrijs vestje. De dames roken Belinda menthol of Stuyvesant, de heren bolknak of Roxy.

In den beginne is de conversatie op niveau. Kleine amuses passeren en deze worden met geheven pink naar binnen gelepeld. Althans de dames doen dat. Neus ietwat omhoog getrokken. Als het smaakt een blijk van waardering, kleine twinkeling in ogen. De heren komen los na de eerste borrels. De vrouwen na citroentjes met suiker. De make-up loopt door. Taalgebruik ook.


Valklepelaar (4-6-2018)

Een valkparkiet kennen we allemaal. Een valk ook. Maar ooit gehoord van een valklepelaar? Ongehoord. Letterlijk en figuurlijk.

Letterlijk begrijp ik nog. Het beest maakt amper geluid. Dat komt omdat deze lepelaar hele zachte lepels heeft. Gestoffeerd als het ware. Kortom je hoort ze amper. Eigenlijk niet, zonder versterker. Maar versterkers mogen niet gebruikt in de natuur. Dan krijg je alle vogelaars over je heen. En er is een ding dat je absoluut wil vermijden. Juist ja, vogelaars op je dak, laat staan in je tuin.

Figuurlijk ongehoord is een ander verhaal. Deze beesten stinken namelijk als een otter. Nu hebben de meeste vogels sowieso nooit een cursus zindelijk worden gevolgd. Maar een valklepelaar? Alsjeblieft. Daar helpt toiletspray niet meer.


Kaklepel (5-6-2018)

Vijfenvijftigplus dan ben je pas de sjaak. Zowel in positieve als negatieve zin. Laten we voor het gemak maar eerst met het positieve beginnen. Een vijfenvijftigplusser zit nooit voor de geraniums. Nee. Geen tijd voor. Om alle kortingspassen te effectueren en daarmee zijn of haar prepensioen wat te spekken gaat hij of zij zoveel mogelijk op pad. Bijna gratis overal treinen, trammen en bussen, toegang tot musea en andere attractieparken en ook nog eens hier en daar een gratis kopje koffie of thee. Wat wil een mens nog meer?
Maar dan het negatieve. Vreemde post ontvangt een vijfenvijftigplusser soms op de mat of in de brievenbus. Zoals een vreemd pakketje om zelf darmkankeronderzoek te doen. Maar helaas zonder fatsoenlijke kaklepel?


Mariske (5-6-2018)

Het zit al lang in de familie. Speelgekte. Zo erg dat de familie onlangs een verbod heeft gekregen op het bezoeken van het casino in de stad. Geen probleem voor de familie. In de ochtend pakken ze het eten voor de dag in en nemen het openbaar vervoer naar de eerstvolgende stad. Niemand die dat in de gaten heeft. En al zeker de dokter niet.

Die dokter komt nooit buiten. Zit altijd maar achter zijn laptop. Laptopverslaafd. Je kunt maar een verslaving hebben. De familie is zo verslingerd aan speelgekte dat ze in de derde generatie nu ook de kinderen een passende naam geven. Oma en opa zijn stapel op Risken. Zo ook papa en mama. Nu baby Mariske nog.


Wat? (6-6-2018)

Wat?
Ik hoor je niet goed.
Wat?
Ik HOOR je niet goed.
Wat?
IK HOOR JE NIET GOED?

Zet hem dan even uit?
Wat?
Zet HEM dan even uit?
Wat?
ZET HEM DAN EVEN UIT?
Wie?

Ja, wat de k je nu zelf?
Ah, dat is beter.
O, je hoort me zeker weer.
Klopt.
Wat?
Het klopt weer.

Ja, dat zie ik ook wel.
Niet zo aangebrand.
Nou, dat bepaal ik altijd nog zelf.
Klopt.
Wat?
Het klopt nog steeds.

Maar waar kan ik hem nu vinden?
Wat?
Ja, daar gaan we weer.
Jij begint.
Nietes.
Hoor!

Wat?
Het klopt weer.
Alleen kloppen?
Nee, hij slaat nu ook.
Echt?
Ja echt.

Gelukkig maar.
Ja.
Fijn.
Hangt ook.
Eindelijk.
De klepel.


Gewag (6-6-2018)

Heb genoeg gewag, deze nag, niet om te laggen. Op zich niets mis met voorgaande zin. Over de woorden kan men vallen. Zelfs over de letters. Maar boeien. Waarom druk maken over schrijfwijzen? Alsof zij het Oosten ooit vonden zonder sterren te zien.

Uiteindelijk ziet iedereen vroeg of laat sterren. En dat is maar goed ook. De eerste ster die ik zag was een reclamester. Hoe heette hij nu ook alweer? Pita Vitamientje of zoiets. Vreemde naam. In een Pita zitten namelijk amper vitamienen. Maar dat terzijde.

Lieve lezer, nu u gewach heeft gemaakt van mijn stelling, wil ik u uitnodigen voor een gelach. Mogelijk valt het zwaar, maar ook ik doe alleen maar mijn besch. Smakelijk eten dan maar.


Klepelsteeltje (7-6-2018)

Er was eens een heel vals mannetje. Zo vals dat ie niet eens zichzelf in de spiegel durfde aan te kijken. Hij had dat ooit een keer gedaan. En toen was de spiegel van schrik in twee gesprongen.

Het mannetje was zo vals geworden omdat hij het niet kon winnen van zijn jaloezie. En onder ons gezegd, dat is ook best lastig. Hij verzon daarom een list. Hij nodigde de jaloezi uit om zijn naam te raden. Hij vertelde daar niet bij dat hij uit een grote klokkengietersfamilie kwam. Nee. Zo vals was hij eigenlijk toen al.

De jaloezie piekerde zich suf. Totdat hij dacht dat hij de klepel gevonden had. Hij hoorde hem tenminste. Door zijn luidruchtig steeltje. Klepelsteeltje!


Gestichtyosis vulgaris (12-6-2018)

Je zult er maar last van hebben? Een huid die je knettergek maakt. Dan werkt een olifantenhuid niet meer. Zalfjes al helemaal niet. Pillen? Niet aan beginnen. Krabben? Alleen als ze een goed leven hebben gehad in zeewater. Visjes helpen wel. Dat is pas goud. Lekker aan je tenen laten knabbelen in een betere sauna. Wie durft gaat zelfs even kopje onder in het voetbad. De echte diehards zogezegd. Degenen die een sinaasappelhuid al hebben overwonnen. Wee degenen die niet op tijd met smeren begint. Ik houd het voort goed bij. Tenen, vingers, ellebogen, zelfs mijn kinnetje krijgt iedere avond een zachte beurt. Mijn hals voelt als een zachte kippennek. Je hoort mij dan ook zelden kakelen. Schoonheidsslaapjes werken altijd.


Dolletjes (12-6-2018)

Ik poep dolletjes. Dat is lang geleden. Het maakt me enorm blij. Geen bolletjes en ook geen drolletjes. Dolletjes. De dokter is ook blij. Meestal doet het poepen pijn. Zo’n fijne patiënt heeft dokter lang niet gehad. Kraaiend van plezier trek ik mijn broek omhoog.

‘Ho, ho!’, roept dokter een heel klein beetje bozig nu. Eerst even de kruier vervangen. Een klein kaboutertje met rode puntmuts spurt snel weg. Hij laat het kruiwagentje staan voor zijn opvolger. Daar is ie al. Kaboutertje Plop met bruine puntmuts. Meestal wordt ie opgetrommeld voor het zware werk. Hij is een beetje teleurgesteld. Is dat alles?

De kleine dolletjes worden bepaald niet dolletjes opgeveegd en op zijn kleine kromme beentjes spurt Plop driftig weg.


Leeggesticht (14-6-2018)

Jantje en Pietje, in liefde geboren, maar met kleine beperkingen. Waar, hoe en wat, dat doet er even niet toe. Zo ook dachten de beide ouders. Uitputtend de zorg. En ze zijn nog zo jong, alle vier. Van hutje naar huisje verhuisden ze allen tig keer. Tot het maatje vol was telkens weer. Wat een maten kwamen ze onderweg tegen. De ene nog gekker dan de ander.

Voor de wind ging het amper. Overal triestig uitgezwaaid. Niemand die het begreep wat mankeerde. Ouders uit elkaar. Jantje en Pietje ook gescheiden. Ik weet het lieve lezer, het is een triestig verhaal. En niemand die er wat aan kan doen. Drama in het kwadraat, wat zeg ik, tot de vierde macht. Leeggesticht.


De keuze is reuze (15-6-2018)

Jantje en Pietje staan voor een deur. Daarop staat met grote letters geschreven: DOLHUIS. Feest, lekker dollen samen. Helaas hebben ze niet de juiste instelling. Te gek bevonden. Op naar het GEKKENHUIS dan maar.

Deftig staat op het naambord geschreven: INRICHTING VOOR GEESTESZIEKEN. Wat een flauwekul. Geesten bestaan niet. Dit is gewoon een KRANKZINNIGENGESTICHT, een KRANKZINNIGENINRICHTING. Ook daar moeten ze niet zijn.

Op een deur verder staat plat geschreven: TEHUIS VOOR BEZETENEN. Altijd beter dan de deur ernaast, PSYCHOPATENVERBLIJF of erger nog daarnaast PSYCHIATRISCHE INRICHTING.

Beiden verkiezen liever een bank of doos in het park te nemen en ZZPer te worden. In no time hebben ze een bedrijfje opgericht. TUCHTSCHOOL KEUZE IS REUZE. Nu nog ergens zieltjes winnen. Komt goed.


Gestichticuleren (15-6-2018)

Pietje en Jantje zijn knettergek en lijden beiden aan beroepsdeformatie. Dat uit zich in hun taalgebruik. Compleet verknipt. De heren doctoren zijn er nog niet helemaal uit. Maar een ding daar zijn ze zeker over. Een typisch gevalletje van gestichticuleren.

Dat is wat ze doen, Jantje en Pietje. De hele dag halen ze de letters van het alfabet door elkaar. Nonsens kramen ze dan uit. Zelden komen uit hun monden zinnige woorden. Woorden met zin, als u bedoelt wat ik begrijp.

Voor Jantje en Pietje is het overduidelijk. De wereld is gek. Knettergek. Zij niet. Ze kunnen het prima met elkaar vinden. Gewoon in hun eigen taal en wereldje. Geen plek voor zinnige mensen. Lang leve de onzin. Heerlijk gestichticuleren.


Netjes opgevoed (16-6-2018)

Ik ben netjes opgevoed. In een gesticht dat familie heet. Ik ben er goed van af gekomen. Het had allemaal veel erger gekund. Zeker als ik dat zo hoor links en rechts van mij. Neem nu de buren. Die waren pas echt gestoord. Die gingen niet naar de kerk. Hoe is het mogelijk. Schandalig. En dan de andere buren. Nog nooit heb ik in zo’n korte tijd zoveel vreemde mannen naar binnen zien gaan. Gelukkig kwamen ze er allemaal ook na een half uur tot een uur er weer uit. Je zou er haast iets van denken. En vreemdst van al, ze kwamen altijd op bezoek als de buurman niet thuis was. Nee, ik ben netjes opgevoed. In gesticht familie.


Herberg (17-6-2018)

Ik berg me. Sterker nog, ik herberg me. In het restaurant van Mien. Want daar is het veel te lekker eten. Kijk, vandaag Mienestrone. Zo lekker heb ik hem nog nooit gegeten. Boordevol vitamientjes uit het complete alfalfabet. Daarna een broodje falafel, heerlijk. Een wereldrestaurant. Zeker als het ook nog eens wordt afgesloten met ouderwetse Mien Hangop.

Niks ophangen, opeten zeg ik. Smullen.
Ik berg me achter de bar, tussen de achtenveertig buitenlandse dranken. Geen mens die me spot. Om middernacht zal ik dan tevoorschijn kruipen en me linea recta begeven naar de keuken. Want daar woont een prinses, mijn prinses. Samen bakken we dan heel vroeg zoete broodjes. Om me vervolgens te herbergen voor een aanstonds ontbijt. Mien geniet.


Vaderland, moedertaal en broederliefde (19-6-2018)

Alleen de zusjes ontbreken. Dat is sneu. Ik draag dan ook dit stukje op aan alle zusjes die daaronder mogelijk lijden. Waaronder? Gebrek aan aandacht. Niet dat ze daar zelf om vragen hoor. Neu. De zusjes die achter de schermen al het werk doen. Die voorlezen aan hun kleine broertjes in, juist ja, hun moedertaal. Die alles in de strijd gooien voor volk en, juist ja, vaderland. Die tot het gaatje gaan als het erop neer komt. Waarop neer? Bij oorlog en vrede in familiekwesties. Ik moet alleen nog even een geschikt woord vinden om de onzichtbare zusjes tevoorschijn te toveren en alle hulde toe te dichten die ze verdienen. Ik houd het maar even op zusterhoop. Redders in nood.


Rexodus (27-6-2018)

Er bestaat buitenaards leven, dat is een ding dat zeker is. In welke vorm dat is nog maar de vraag. De microbiologie hoopt op kleine microwezens. De gamers onder ons op mega grote beesten. Dino’s après la lettre.

En dan is daar eindelijk geluid. From out of space. Nee, geen nepnieuws of slechte aprilgrap. Maar voor het echie dit keer. De geleerden buigen zich er nog over. By so far heeft James Farr toch een beetje gelijk gekregen. De geluiden duiden op microgolven die ongekend zijn.

Het geluid komt bijzonder dichtbij vermoede oergeluiden. Zijn het dan toch de dino’s die buitenaards surviven? Rex Gildo verbleekt erbij. Kelvinkou bevriest de aarde. De Rexodussen komen eraan. En ze hebben honger. Vleselijke honger.


Wegbulldozeren (27-6-2018)

Het is kermis in de hel. Het regent pijpenstelen en de zon schijnt. Tinus Tooier laat zich er niet door uit het veld slaan. Hij is nog lang niet klaar met bulldozeren. Hij schuift zijn gele bulldozer al bijna vijf uur aan een stuk over het met munten bezaaide veld. Geen tijd om te eten noch te drinken. Met een schuin oog houdt hij de hoofdprijs in de gaten. Die is nog steeds niet vergeven, gelukkig maar.

Tinus weet dat hij zijn vrouw blij moet maken. En liefst zo snel mogelijk. Wat heeft hij het de afgelopen dagen bestierd bij zijn vrouw. Veel te veel beloften gedaan. En nu nog nakomen. Gratis reis naar Benidorm. Drie munten wegbulldozeren. Ja, kassa!







 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

21-06-2018

120 Woorden Juli 2018

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. 
 
 
Lexodus (1-7-2018)

Michiel-Ronald, acht jaar oud, zit aan de keukentafel en houdt zijn oren dicht. Mams en paps maken ruzie. Hij snapt er niets van. Papa wil een auto kopen en mama niet. ‘Lexus, Lexus, een Lexus wordt het dus!’
‘Ammenooitniet!’, roept mama terug.

De stilte die volgt is pijnlijk. Michiel-Ronald wil wat zeggen, maar durft niet goed, hij is veel te netjes opgevoed. Maar de ruzie aan tafel gaat hem aan het hart. Er staat hem maar één ding te doen.

‘Zeg het eens ventje?’
Hij komt amper boven de toonbank uit.
‘Een auto voor mijn vader, meneer.’
De man achter de toonbank schiet in de lach.
‘Oh, een auto voor je paps? En welke had je in gedachten?’
‘Een Lexodus!’


Limonadiseren (1-7-2018)

Trudie is boos. Met een grote honkbalknuppel loopt ze door de jambuurt. Waar woont die troela? Dat is wat Trudie zich afvraagt. Haar enige beweegreden om zich te begeven in de sjieke, eigenlijk voor haar verboden buurt. Met de paplepel is haar vroeger, vooral door pap, maar ook door mam, ingegeven dat de jambuurt no place to be is.

Trudie kan haar niet vinden, het kutwijf dat haar ex heeft ingepalmd. Van gif slaat ze met de honkbalknuppel enkele koplampen stuk van dure bolides die ze onderweg tegenkomt. Waar ligt de Burgemeester Gummersstraat? Hoppa, een Mercedes Benz verliest zijn beide koplampen. Daar staat ie dan eindelijk, om de hoek, de roze limo van Priscilla-Jozien. Gelukkig is ze zelf niet thuis.


Hemelse modder (7-7-2018)

Mijn oma maakte het iedere zondag. Hemelse modder, uitgeserveerd in de zondagse kamer, op een hemelse tafel op, een hemels tafelkleed, voorzien van beste servetten en bestek en borden.

Smullen. Maar niet van oma. Oma was een norse dame, ietwat ijdel. Wat zeg ik ietwat? Volledig. Een Misses Bouquet avant la lettre. Dat zij zo’n hemels desert kon maken verbaasde iedereen aan tafel hogelijk.

Het zag er ook niet uit die hemelse modder. Een vies gemengd bruin kleurtje had de glibberige massa. Gelukkig zorgde de zorgvuldig gedrapeerde slagroom voor gulzige blikken. Wij wisten al jaren hoe het smaakte. Diegenen die later met ons aanschoven niet. Er werd nooit over gesproken. Over oma’s modder. We wilde haar niet in verlegenheid brengen.


Seniorvriendelijk (11-7-2018)

Ik sta in de kantine van hockeyclub ’t Kromme Stickje. Eigenlijk moet ik zeggen clubhuis. Een kantine is meer een woord voor voetballers. In een clubhuis eet je garnalenkroketten. In een kantine frikandellen. In een kantine drink je bier, heel veel bier. In een clubhuis wijn en cocktails. Betere wijn en cocktails.

Maarrrr… op beide locaties gebeurt dat seniorvriendelijk, meestal op zondag. Ik doel dan op de inname van genoemde spijzen en dranken. Aan de ene zijde in 100% polyester, zwaar gesponsorde outfits. Aan de andere zijde in 100% katoen of wol, zwaar gemerkte kledij. Seniorvriendelijk, want er wordt niet geknoeid.

Niet met eten, wel met taal. Dubbele tongen aan beide zijden. Na verloop van tijd. Zeg, kérel! Hee, maotje!


Kruik (12-7-2018)

Goort Perdam, Flierefluiter en Fons zitten zwijgzaam rondom een knapperend houtvuur. De kruik gaat rond. Niet een keer maar tig keer. Ze hebben een dilemma dat zich niet een twee drie laat oplossen. Het gemeenschappelijk besef smaakt zuur en lijkt niet weg te spoelen met jenever. Tot op de bodem moeten ze gaan. Ook als de kruik uiteindelijk leeg is.

Hoe kunnen ze in hemelsnaam het nog goedmaken. Goedmaken met hun beste vriend. De wolken waarin ze zweven beginnen heel langzaam te wijken. Nog heel even en dan valt de hele bliksemse boel uit elkaar. Dat mag niet gebeuren. Op de aardkloot onder hen zien ze een klein jongetje met wit stekelig haar droevig voor zich uitstaren. Merijntje moet gered.


Ondoorgrondelijk (20-7-2018)

Ik zie geen steek. Ondanks dat ik mijn ogen wijd opensper. Een sperwer zou er zelfs jaloers van worden. Wat die beestjes überhaupt kunnen zien, fantastisch. Dus ondanks mijn sperwerblik blijk ik dus stekeblind.

Ik doorsta de test dan ook niet. Jammer. Geen blik, geen grond, geen door, geen lijk, niks nakkes nada van dat al. Ondoorgrondelijk is dan ook de uitkomst. Ik baal als een stekker. Ook al heb ik geen idee waar ik die als puntje bij paaltje komt moet insteken. Als het zelfs mijn neus niet lukt, wat zou ik me dan druk maken over mijn ogen.

Zien is compleet iets anders dan kijken. Turen helpt ook niet. Blind staren evenmin. Met opgezwollen ogen geen mooi toekomstbeeld.


CC cyclus (20-7-2018)

Een gruwelijke hekel heb ik aan overbodige cyclussen. Neem nu de CC Cyclus. Nee, geen enge ziekte, maar een onnodige opvolging van berichten. Zeker als de CC Cyclus door allen beantwoord wordt. Nog erger is de BCC Cyclus. Een onzichtbare, edoch niet voor de verzender. Uitzenden die verzender zeg ik dan. Ik wil helemaal niet terecht komen in dit soort irritante cycli. Terecht, terecht? Je verdwaalt haast in de cycli, in de lijsten bovenal. Verstikkend want gezien het alfabet sta ik ook nog eens helemaal onderaan. Alfabetisch gestapeld en geplet. Soms pas ik niet eens meer in het adressenvenster. Dan scrol ik tevergeefs naar degene die vergeten is. Herkenbaar? Niet meer doen dus, dat domme CCen BCCen. Gebruik liever AAN.