120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Lexodus (1-7-2018)
Michiel-Ronald, acht jaar oud, zit aan de keukentafel en houdt zijn oren dicht. Mams en paps maken ruzie. Hij snapt er niets van. Papa wil een auto kopen en mama niet. ‘Lexus, Lexus, een Lexus wordt het dus!’
‘Ammenooitniet!’, roept mama terug.
De stilte die volgt is pijnlijk. Michiel-Ronald wil wat zeggen, maar durft niet goed, hij is veel te netjes opgevoed. Maar de ruzie aan tafel gaat hem aan het hart. Er staat hem maar één ding te doen.
‘Zeg het eens ventje?’
Hij komt amper boven de toonbank uit.
‘Een auto voor mijn vader, meneer.’
De man achter de toonbank schiet in de lach.
‘Oh, een auto voor je paps? En welke had je in gedachten?’
‘Een Lexodus!’
Limonadiseren (1-7-2018)
Trudie is boos. Met een grote honkbalknuppel loopt ze door de jambuurt. Waar woont die troela? Dat is wat Trudie zich afvraagt. Haar enige beweegreden om zich te begeven in de sjieke, eigenlijk voor haar verboden buurt. Met de paplepel is haar vroeger, vooral door pap, maar ook door mam, ingegeven dat de jambuurt no place to be is.
Trudie kan haar niet vinden, het kutwijf dat haar ex heeft ingepalmd. Van gif slaat ze met de honkbalknuppel enkele koplampen stuk van dure bolides die ze onderweg tegenkomt. Waar ligt de Burgemeester Gummersstraat? Hoppa, een Mercedes Benz verliest zijn beide koplampen. Daar staat ie dan eindelijk, om de hoek, de roze limo van Priscilla-Jozien. Gelukkig is ze zelf niet thuis.
Hemelse modder (7-7-2018)
Mijn oma maakte het iedere zondag. Hemelse modder, uitgeserveerd in de zondagse kamer, op een hemelse tafel op, een hemels tafelkleed, voorzien van beste servetten en bestek en borden.
Smullen. Maar niet van oma. Oma was een norse dame, ietwat ijdel. Wat zeg ik ietwat? Volledig. Een Misses Bouquet avant la lettre. Dat zij zo’n hemels desert kon maken verbaasde iedereen aan tafel hogelijk.
Het zag er ook niet uit die hemelse modder. Een vies gemengd bruin kleurtje had de glibberige massa. Gelukkig zorgde de zorgvuldig gedrapeerde slagroom voor gulzige blikken. Wij wisten al jaren hoe het smaakte. Diegenen die later met ons aanschoven niet. Er werd nooit over gesproken. Over oma’s modder. We wilde haar niet in verlegenheid brengen.
Seniorvriendelijk (11-7-2018)
Ik sta in de kantine van hockeyclub ’t Kromme Stickje. Eigenlijk moet ik zeggen clubhuis. Een kantine is meer een woord voor voetballers. In een clubhuis eet je garnalenkroketten. In een kantine frikandellen. In een kantine drink je bier, heel veel bier. In een clubhuis wijn en cocktails. Betere wijn en cocktails.
Maarrrr… op beide locaties gebeurt dat seniorvriendelijk, meestal op zondag. Ik doel dan op de inname van genoemde spijzen en dranken. Aan de ene zijde in 100% polyester, zwaar gesponsorde outfits. Aan de andere zijde in 100% katoen of wol, zwaar gemerkte kledij. Seniorvriendelijk, want er wordt niet geknoeid.
Niet met eten, wel met taal. Dubbele tongen aan beide zijden. Na verloop van tijd. Zeg, kérel! Hee, maotje!
Kruik (12-7-2018)
Goort Perdam, Flierefluiter en Fons zitten zwijgzaam rondom een knapperend houtvuur. De kruik gaat rond. Niet een keer maar tig keer. Ze hebben een dilemma dat zich niet een twee drie laat oplossen. Het gemeenschappelijk besef smaakt zuur en lijkt niet weg te spoelen met jenever. Tot op de bodem moeten ze gaan. Ook als de kruik uiteindelijk leeg is.
Hoe kunnen ze in hemelsnaam het nog goedmaken. Goedmaken met hun beste vriend. De wolken waarin ze zweven beginnen heel langzaam te wijken. Nog heel even en dan valt de hele bliksemse boel uit elkaar. Dat mag niet gebeuren. Op de aardkloot onder hen zien ze een klein jongetje met wit stekelig haar droevig voor zich uitstaren. Merijntje moet gered.
Ondoorgrondelijk (20-7-2018)
Ik zie geen steek. Ondanks dat ik mijn ogen wijd opensper. Een sperwer zou er zelfs jaloers van worden. Wat die beestjes überhaupt kunnen zien, fantastisch. Dus ondanks mijn sperwerblik blijk ik dus stekeblind.
Ik doorsta de test dan ook niet. Jammer. Geen blik, geen grond, geen door, geen lijk, niks nakkes nada van dat al. Ondoorgrondelijk is dan ook de uitkomst. Ik baal als een stekker. Ook al heb ik geen idee waar ik die als puntje bij paaltje komt moet insteken. Als het zelfs mijn neus niet lukt, wat zou ik me dan druk maken over mijn ogen.
Zien is compleet iets anders dan kijken. Turen helpt ook niet. Blind staren evenmin. Met opgezwollen ogen geen mooi toekomstbeeld.
CC cyclus (20-7-2018)
Een gruwelijke hekel heb ik aan overbodige cyclussen. Neem nu de CC Cyclus. Nee, geen enge ziekte, maar een onnodige opvolging van berichten. Zeker als de CC Cyclus door allen beantwoord wordt. Nog erger is de BCC Cyclus. Een onzichtbare, edoch niet voor de verzender. Uitzenden die verzender zeg ik dan. Ik wil helemaal niet terecht komen in dit soort irritante cycli. Terecht, terecht? Je verdwaalt haast in de cycli, in de lijsten bovenal. Verstikkend want gezien het alfabet sta ik ook nog eens helemaal onderaan. Alfabetisch gestapeld en geplet. Soms pas ik niet eens meer in het adressenvenster. Dan scrol ik tevergeefs naar degene die vergeten is. Herkenbaar? Niet meer doen dus, dat domme CCen BCCen. Gebruik liever AAN.
Michiel-Ronald, acht jaar oud, zit aan de keukentafel en houdt zijn oren dicht. Mams en paps maken ruzie. Hij snapt er niets van. Papa wil een auto kopen en mama niet. ‘Lexus, Lexus, een Lexus wordt het dus!’
‘Ammenooitniet!’, roept mama terug.
De stilte die volgt is pijnlijk. Michiel-Ronald wil wat zeggen, maar durft niet goed, hij is veel te netjes opgevoed. Maar de ruzie aan tafel gaat hem aan het hart. Er staat hem maar één ding te doen.
‘Zeg het eens ventje?’
Hij komt amper boven de toonbank uit.
‘Een auto voor mijn vader, meneer.’
De man achter de toonbank schiet in de lach.
‘Oh, een auto voor je paps? En welke had je in gedachten?’
‘Een Lexodus!’
Limonadiseren (1-7-2018)
Trudie is boos. Met een grote honkbalknuppel loopt ze door de jambuurt. Waar woont die troela? Dat is wat Trudie zich afvraagt. Haar enige beweegreden om zich te begeven in de sjieke, eigenlijk voor haar verboden buurt. Met de paplepel is haar vroeger, vooral door pap, maar ook door mam, ingegeven dat de jambuurt no place to be is.
Trudie kan haar niet vinden, het kutwijf dat haar ex heeft ingepalmd. Van gif slaat ze met de honkbalknuppel enkele koplampen stuk van dure bolides die ze onderweg tegenkomt. Waar ligt de Burgemeester Gummersstraat? Hoppa, een Mercedes Benz verliest zijn beide koplampen. Daar staat ie dan eindelijk, om de hoek, de roze limo van Priscilla-Jozien. Gelukkig is ze zelf niet thuis.
Hemelse modder (7-7-2018)
Mijn oma maakte het iedere zondag. Hemelse modder, uitgeserveerd in de zondagse kamer, op een hemelse tafel op, een hemels tafelkleed, voorzien van beste servetten en bestek en borden.
Smullen. Maar niet van oma. Oma was een norse dame, ietwat ijdel. Wat zeg ik ietwat? Volledig. Een Misses Bouquet avant la lettre. Dat zij zo’n hemels desert kon maken verbaasde iedereen aan tafel hogelijk.
Het zag er ook niet uit die hemelse modder. Een vies gemengd bruin kleurtje had de glibberige massa. Gelukkig zorgde de zorgvuldig gedrapeerde slagroom voor gulzige blikken. Wij wisten al jaren hoe het smaakte. Diegenen die later met ons aanschoven niet. Er werd nooit over gesproken. Over oma’s modder. We wilde haar niet in verlegenheid brengen.
Seniorvriendelijk (11-7-2018)
Ik sta in de kantine van hockeyclub ’t Kromme Stickje. Eigenlijk moet ik zeggen clubhuis. Een kantine is meer een woord voor voetballers. In een clubhuis eet je garnalenkroketten. In een kantine frikandellen. In een kantine drink je bier, heel veel bier. In een clubhuis wijn en cocktails. Betere wijn en cocktails.
Maarrrr… op beide locaties gebeurt dat seniorvriendelijk, meestal op zondag. Ik doel dan op de inname van genoemde spijzen en dranken. Aan de ene zijde in 100% polyester, zwaar gesponsorde outfits. Aan de andere zijde in 100% katoen of wol, zwaar gemerkte kledij. Seniorvriendelijk, want er wordt niet geknoeid.
Niet met eten, wel met taal. Dubbele tongen aan beide zijden. Na verloop van tijd. Zeg, kérel! Hee, maotje!
Kruik (12-7-2018)
Goort Perdam, Flierefluiter en Fons zitten zwijgzaam rondom een knapperend houtvuur. De kruik gaat rond. Niet een keer maar tig keer. Ze hebben een dilemma dat zich niet een twee drie laat oplossen. Het gemeenschappelijk besef smaakt zuur en lijkt niet weg te spoelen met jenever. Tot op de bodem moeten ze gaan. Ook als de kruik uiteindelijk leeg is.
Hoe kunnen ze in hemelsnaam het nog goedmaken. Goedmaken met hun beste vriend. De wolken waarin ze zweven beginnen heel langzaam te wijken. Nog heel even en dan valt de hele bliksemse boel uit elkaar. Dat mag niet gebeuren. Op de aardkloot onder hen zien ze een klein jongetje met wit stekelig haar droevig voor zich uitstaren. Merijntje moet gered.
Ondoorgrondelijk (20-7-2018)
Ik zie geen steek. Ondanks dat ik mijn ogen wijd opensper. Een sperwer zou er zelfs jaloers van worden. Wat die beestjes überhaupt kunnen zien, fantastisch. Dus ondanks mijn sperwerblik blijk ik dus stekeblind.
Ik doorsta de test dan ook niet. Jammer. Geen blik, geen grond, geen door, geen lijk, niks nakkes nada van dat al. Ondoorgrondelijk is dan ook de uitkomst. Ik baal als een stekker. Ook al heb ik geen idee waar ik die als puntje bij paaltje komt moet insteken. Als het zelfs mijn neus niet lukt, wat zou ik me dan druk maken over mijn ogen.
Zien is compleet iets anders dan kijken. Turen helpt ook niet. Blind staren evenmin. Met opgezwollen ogen geen mooi toekomstbeeld.
CC cyclus (20-7-2018)
Een gruwelijke hekel heb ik aan overbodige cyclussen. Neem nu de CC Cyclus. Nee, geen enge ziekte, maar een onnodige opvolging van berichten. Zeker als de CC Cyclus door allen beantwoord wordt. Nog erger is de BCC Cyclus. Een onzichtbare, edoch niet voor de verzender. Uitzenden die verzender zeg ik dan. Ik wil helemaal niet terecht komen in dit soort irritante cycli. Terecht, terecht? Je verdwaalt haast in de cycli, in de lijsten bovenal. Verstikkend want gezien het alfabet sta ik ook nog eens helemaal onderaan. Alfabetisch gestapeld en geplet. Soms pas ik niet eens meer in het adressenvenster. Dan scrol ik tevergeefs naar degene die vergeten is. Herkenbaar? Niet meer doen dus, dat domme CCen BCCen. Gebruik liever AAN.