Dichtbij is zijn komst. Ja, ja, Holyman ligt al klaar, laag in ’t schap. Hij valt bijna uit zijn mal. ’t Kind juicht vanuit gans zijn hart. Wat is ‘t in zijn nop van al dat zalig spul. Vol smacht houdt ’t zijn hand op. Pa blij, ma blij. Maar toch, ’t kind krijgt naast smacht ook smart in ‘t lijf. Strotpijn, kaakpijn, tandpijn, buikpijn. Ook bij mams plus paps vindt smart plaats, portomonnaipijn. Dat zit danig dwars. Raar want chocola smaakt als honing, zalig toch? Daar waar honing langzaam langs ’n kin omlaag druipt, krult ‘n mond van blijdschap omhoog.
Nougat, kruidnoot, taaitaai, walnoot, borstplaat, aardnoot, fondant, mandarijn, ook zij zijn blij. In spotlights blinkt hun huid fantastisch. Hun smaakvol aroma lonkt naar aandacht. ’t Vraagt dolblij: ‘Gooi mij maar vlug in uw boodschapkar?’ Good old Holyman, hij maakt captains of industry van AH tot C1000, van Plus tot Jumbo, van MT tot V&D, van Aldi tot Spar, van Macro tot Sligro, van Kruidvat tot Lidl, van Action tot Timco, totaal happy. Maar ik, ik raaskal maar wat: ‘Holyman, pak uw boot maar gauw naar ’t Spaans land. Want wij gaan na uw komst in training. Spijtig maar waar, uw gul is ons gram. Uw gul is oorzaak van ’n buikrand bomvol kilo’s’.
Holyman grinnikt op zijn paard. Op ‘n thuistrainapparaat krijgt ’t stout lijf haar straf. Vijftig pushups, buik strak op spanning, lucht op slot, puf, puf, puf, hup vooruit. Wazig kijk ik uit mijn oog. Uit mijn oor stijgt langzaam lucht omhoog. Zwaar shit. Rood van inspanning tuur ik voorzichtig in ’n ruit vol glans. Slinkt dat lijf nu al? Op mijn trainingsmat dik ik m’n buik in ’n half uur tijd nog zo’n vijf cm in. Holakomola, wat ’n mijlpaal, fantastisch toch? Trots blik ik omlaag naar mijn bikinilijn. Hij is door mijn inspanning strak lila. ’t Kost kruim, ’n buik zo plat als taaitaai.
In mijn laars vind ik daags na mijn training ’n boodschap van good old Holyman. In koninklijk handschrift staat ’n zin, inktzwart op ’n wit blad, in kapitaal: ‘NOG ’N PAAR MAAND TRAINING MIJN VRIND, HOU VOL, DAN ZIJT GIJ ZO BLIJ ALS ’N KIND’. In mijn laars vind ik ook nog ’n bikini plus slip in scharlaak, maat 41. Wat pakt good old Holyman voor mij dit jaar gul uit. Daarom alvast ’n toast op mijn vrind uit Madrid. ‘n Bisschopswijn uit ’t Spaans land is altijd prima. Rood of wit, warm of koud, ’t drinkt, ’t smaakt, ‘t stropt als honing. Zalig.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Opdracht: Schrijf een column zonder e.
Aanleiding: Eloze roman van la Disparition van Georges Perec vertaald door Guido van de Wiel ('t Manco - Arbeiderspers).
Klik hier voor verdere uitleg.
26-09-2011
07-09-2011
Spiegelspin
Elke ochtend stap ik in de auto om naar mijn werk te rijden. Het hoort bij de doordeweekse rituelen die volgen na het wassen, tandenpoetsen, aankleden en ontbijten. Sinds een maand of drie is daar een nieuw ritueel bijgekomen. Een bijna dagelijkse ontmoeting met mijn spiegelspin. Gemakshalve heb ik hem maar Kareltje genoemd.
Zodra ik de sleutel in het portier steek en vluchtig nog even mijn kapsel in de buitenspiegel check, zie ik Kareltje wegschieten. Ik moet de dag nog meemaken dat Kareltje op zijn draad blijft zitten. Eerst dacht ik dat hij last had van antropofobie. Maar net zo min als dat ik last heb van arachnofobie heeft Kareltje angst voor mensen. Hij is gewoon verlegen.
Ik moet altijd enorm lachen als hij met zijn wiebelbuik op hoge dunnen poten in zijn favoriete spiegelkapspleet schiet. Soms kijkt hij me daarbij schalks aan. Hij weet dat ie onnavolgbaar snel kan vluchten. Hij weet ook dat ik hem niet uit zijn spleet gepeuterd krijg. Ik gun hem die lol. Ieder zijn talent. Soms ben ik wel eens jaloers op Kareltje. Met zijn talent zou ik met twee vingers in de neus, de 100 meter sprint tijdens de Olympische Spelen kunnen winnen. Ware het niet dat ook ik daarvoor te verlegen ben. Dat matcht niet echt met het karakter van een 100 meter sprinter.
Als ik de motor van mijn auto start zie ik hoe Kareltje zich nerveus verstopt in zijn spleet. Hij weet wat er komen gaat. Angstig, droevig en hoopvol tegelijk werpt hij nog een laatste blik op zijn kunstig gevlochten dradenweb. In een mum van tijd staat het bol door de zijwind. Met een bibberende buik zet Kareltje zich met al zijn poten schrap in de spleet. Gelukkig regent het vandaag niet. De bolling van het web knapt zodra we op de snelweg zijn. Ik heb weer zijn kunstwerkje vernietigd. Hoe wreed. Al honderd keer heb ik Kareltje uitgenodigd om in mijn auto te bivakkeren. Maar dat is zijn eer te na. Hij is een buitenspin en van auto’s krijgt hij alleen maar claustrofobie. Ik respecteer dat.
Kareltje is eigenlijk heel dapper. Dagelijks houdt hij mij met gevaar voor eigen leven een spiegel voor van de zinloosheid van het bestaan. Want zeg nu eens eerlijk. Dagelijks je tanden poetsen en naar je werk rijden lijkt toch soms net zo zinloos als het aan gort rijden van een spinnenweb. Dezelfde rituelen waarmee wij het bestaan draaglijk maken drijven ons vaak ook tot waanzin. Iedere dag opnieuw rolt Kareltje enorme sisyphosaanse rotsen de berg op om vervolgens keihard weg te rennen. Op de vlucht voor niets. Drie maal daags bouwt hij een nieuw web. Hoe broos kan een jachtveld zijn? Liefst zou hij mijn bloed willen drinken. Maar hij laat het niet merken. Verlegen als Kareltje is.
Mien Spiderman
Zodra ik de sleutel in het portier steek en vluchtig nog even mijn kapsel in de buitenspiegel check, zie ik Kareltje wegschieten. Ik moet de dag nog meemaken dat Kareltje op zijn draad blijft zitten. Eerst dacht ik dat hij last had van antropofobie. Maar net zo min als dat ik last heb van arachnofobie heeft Kareltje angst voor mensen. Hij is gewoon verlegen.
Ik moet altijd enorm lachen als hij met zijn wiebelbuik op hoge dunnen poten in zijn favoriete spiegelkapspleet schiet. Soms kijkt hij me daarbij schalks aan. Hij weet dat ie onnavolgbaar snel kan vluchten. Hij weet ook dat ik hem niet uit zijn spleet gepeuterd krijg. Ik gun hem die lol. Ieder zijn talent. Soms ben ik wel eens jaloers op Kareltje. Met zijn talent zou ik met twee vingers in de neus, de 100 meter sprint tijdens de Olympische Spelen kunnen winnen. Ware het niet dat ook ik daarvoor te verlegen ben. Dat matcht niet echt met het karakter van een 100 meter sprinter.
Als ik de motor van mijn auto start zie ik hoe Kareltje zich nerveus verstopt in zijn spleet. Hij weet wat er komen gaat. Angstig, droevig en hoopvol tegelijk werpt hij nog een laatste blik op zijn kunstig gevlochten dradenweb. In een mum van tijd staat het bol door de zijwind. Met een bibberende buik zet Kareltje zich met al zijn poten schrap in de spleet. Gelukkig regent het vandaag niet. De bolling van het web knapt zodra we op de snelweg zijn. Ik heb weer zijn kunstwerkje vernietigd. Hoe wreed. Al honderd keer heb ik Kareltje uitgenodigd om in mijn auto te bivakkeren. Maar dat is zijn eer te na. Hij is een buitenspin en van auto’s krijgt hij alleen maar claustrofobie. Ik respecteer dat.
Kareltje is eigenlijk heel dapper. Dagelijks houdt hij mij met gevaar voor eigen leven een spiegel voor van de zinloosheid van het bestaan. Want zeg nu eens eerlijk. Dagelijks je tanden poetsen en naar je werk rijden lijkt toch soms net zo zinloos als het aan gort rijden van een spinnenweb. Dezelfde rituelen waarmee wij het bestaan draaglijk maken drijven ons vaak ook tot waanzin. Iedere dag opnieuw rolt Kareltje enorme sisyphosaanse rotsen de berg op om vervolgens keihard weg te rennen. Op de vlucht voor niets. Drie maal daags bouwt hij een nieuw web. Hoe broos kan een jachtveld zijn? Liefst zou hij mijn bloed willen drinken. Maar hij laat het niet merken. Verlegen als Kareltje is.
Mien Spiderman
01-09-2011
Kort geknipt en glad geschoren
Al zes jaar lang fiets ik er iedere zaterdag voorbij. De herenkapsalon aan de Mierloseweg.
Maar deze keer niet. Mijn haar schreeuwt om geknipt te worden. De grote vraag is natuurlijk: is de kapsalon ook geknipt voor mij?
Eenmaal over de drempel word ik vriendelijk begroet door een aardige dame. Op zich verrassend in een herensalon, maar de kapsalon blijkt heel modern. Al drie generaties gaan ze met hun tijd mee. Als jonge onderzoeker vuur ik mijn vragen onmiddellijk af op de aardige dame. En zij vertelt vol trots honderduit en bevlogen. Vanzelfsprekend valt vader Spoormakers met hetzelfde enthousiasme haar regelmatig bij.
Ik val met de neus in de boter en word op mijn wenkbrauwen bediend. Ik krijg in kort Amerikaans een nieuw fris kapsel aangemeten. Gelijktijdig word ik ingewijd in de magische wereld van het kappersvak met een onvervalst kappersjargon. In korte tijd leer ik dat het kort Amerikaans zijn oorsprong kent in Frankrijk, ook wel het Brosse-kapsel geheten. Ja, ja, Bebop blijkt grensoverschrijdend en van alle tijden. De jeugd van tegenwoordig noemt het nu Blockhead.
Om dit eenvoudig lijkend kapsel goed te doen slagen is een bijzonder gereedschap voor handen. Werd vroeger nog de Blockhead met kam en schaar gemodelleerd, heden ten dage wordt de Flattopper ingezet. Let wel, met ingebouwde waterpas. Het resultaat is strak. Mijn lieve harenarchitect levert in no time een mooi kunstwerkje af.
Ik voel me helemaal happy in de mooie authentieke Belmont-stoel. Die draagt al sinds 1926 trouw al haar klanten. Net als de kapperszaak is zij sinds kort kompleet in het nieuw gestoken. De stoel en zijn omgeving hebben beide een nieuwerwetse outfit gekregen. Ontspannen leun ik achterover.
Op de achtergrond klinkt zachtjes muziek uit de boxen. 100% NL. De klanten weten Spoormakers al jarenlang te vinden. En ik mag het best wel verklappen. Ze komen niet alleen maar voor hun haren. Nee, ook de oren willen graag wat nieuws. Zo wordt in de kapperszaak met regelmaat West-Helmonds nieuws geboren. Maar pas op, alleen voor wie het horen wil en altijd in vertrouwen.
Aan de Mierloseweg wordt het kappersvak met grote liefde bedreven. En niet alleen met liefde voor het vak maar ook met liefde voor de mens. Al 85 jaar lang. De klanten komen trouw van heinde en van verre, van Helmond tot Roermond. De jongste klant moet nog geboren worden en de oudste is al 94. Onder de klandizie bevindt zich een divers pluimage. Het is een zorgzaam en sociaal beroep. De gewone man is er van harte welkom en evenzo de advocaat.
Ook al is de werktijd door de jaren heen aardig opgerekt, oude trouwe klanten worden niet vergeten. Zij worden op hun thuisadres op hun wenkbrauwen bediend. Eigenlijk net als ik. Spoormakers maakt geen onderscheid in dienstverlening. Zo opa, zo vader, zo vader, zo dochter. Vol trots worden nog de lidmaatschapsmedailles getoond van eeuwige trouw aan kappersbond Anko. De leesmap met actuele edities wordt hier nauwelijks gesleten want alles gaat op afspraak. En de boeddha aan de muur? Ach, die vind het allemaal oké. Hij is al sinds de eeuwigheid kort geknipt en glad geschoren.
Mien zweeft en zwetst door Helmond-West
Gepubliceerd in Wijkkrant Helmond West September 2011 > Kort geknipt en glad geschoren
Maar deze keer niet. Mijn haar schreeuwt om geknipt te worden. De grote vraag is natuurlijk: is de kapsalon ook geknipt voor mij?
Eenmaal over de drempel word ik vriendelijk begroet door een aardige dame. Op zich verrassend in een herensalon, maar de kapsalon blijkt heel modern. Al drie generaties gaan ze met hun tijd mee. Als jonge onderzoeker vuur ik mijn vragen onmiddellijk af op de aardige dame. En zij vertelt vol trots honderduit en bevlogen. Vanzelfsprekend valt vader Spoormakers met hetzelfde enthousiasme haar regelmatig bij.
Ik val met de neus in de boter en word op mijn wenkbrauwen bediend. Ik krijg in kort Amerikaans een nieuw fris kapsel aangemeten. Gelijktijdig word ik ingewijd in de magische wereld van het kappersvak met een onvervalst kappersjargon. In korte tijd leer ik dat het kort Amerikaans zijn oorsprong kent in Frankrijk, ook wel het Brosse-kapsel geheten. Ja, ja, Bebop blijkt grensoverschrijdend en van alle tijden. De jeugd van tegenwoordig noemt het nu Blockhead.
Om dit eenvoudig lijkend kapsel goed te doen slagen is een bijzonder gereedschap voor handen. Werd vroeger nog de Blockhead met kam en schaar gemodelleerd, heden ten dage wordt de Flattopper ingezet. Let wel, met ingebouwde waterpas. Het resultaat is strak. Mijn lieve harenarchitect levert in no time een mooi kunstwerkje af.
Ik voel me helemaal happy in de mooie authentieke Belmont-stoel. Die draagt al sinds 1926 trouw al haar klanten. Net als de kapperszaak is zij sinds kort kompleet in het nieuw gestoken. De stoel en zijn omgeving hebben beide een nieuwerwetse outfit gekregen. Ontspannen leun ik achterover.
Op de achtergrond klinkt zachtjes muziek uit de boxen. 100% NL. De klanten weten Spoormakers al jarenlang te vinden. En ik mag het best wel verklappen. Ze komen niet alleen maar voor hun haren. Nee, ook de oren willen graag wat nieuws. Zo wordt in de kapperszaak met regelmaat West-Helmonds nieuws geboren. Maar pas op, alleen voor wie het horen wil en altijd in vertrouwen.
Aan de Mierloseweg wordt het kappersvak met grote liefde bedreven. En niet alleen met liefde voor het vak maar ook met liefde voor de mens. Al 85 jaar lang. De klanten komen trouw van heinde en van verre, van Helmond tot Roermond. De jongste klant moet nog geboren worden en de oudste is al 94. Onder de klandizie bevindt zich een divers pluimage. Het is een zorgzaam en sociaal beroep. De gewone man is er van harte welkom en evenzo de advocaat.
Ook al is de werktijd door de jaren heen aardig opgerekt, oude trouwe klanten worden niet vergeten. Zij worden op hun thuisadres op hun wenkbrauwen bediend. Eigenlijk net als ik. Spoormakers maakt geen onderscheid in dienstverlening. Zo opa, zo vader, zo vader, zo dochter. Vol trots worden nog de lidmaatschapsmedailles getoond van eeuwige trouw aan kappersbond Anko. De leesmap met actuele edities wordt hier nauwelijks gesleten want alles gaat op afspraak. En de boeddha aan de muur? Ach, die vind het allemaal oké. Hij is al sinds de eeuwigheid kort geknipt en glad geschoren.
Mien zweeft en zwetst door Helmond-West
Gepubliceerd in Wijkkrant Helmond West September 2011 > Kort geknipt en glad geschoren
Abonneren op:
Posts (Atom)