16-03-2016

Column insturen

Het is best lastig voor een beginnend schrijver om een column in te sturen. Het maakt niet uit waar. Een goede handleiding bestaat niet echt. Oefening baart kunst. Dat is dan weer zo’n dooddoener. Kunst is juist vaak doods. Alsof je bevalt van een miskraam. Dat wil je als kunstenaar niet meemaken. Ook al maken kunstenaars vaak de sier op en met leven en dood, een schrijver is en blijft het zijn eer te na. Hij schrijft door. Zelfs een beginnend schrijver. Zo’n schrijver die nog geen weet heeft dat ie schrijft. Hoe die schrijft. Waarom die schrijft. Als een van de een miljoen potentials.

Alle begin is moeilijk. Ook alweer zo’n dooddoener. Waarom zou beginnen moeilijk zijn? Zolang je de verbinding tussen de oren een beetje stillegt, tijdelijk parkeert, is er niets aan de hand. Aan de hand … Ach, laat ook maar … Met diezelfde hand hanteer je juist de pen of toetsenbord. Ik dwaal weer eens af in mijn spreekwoordenboek.

De kop is er nu in ieder geval af. Het begin gemaakt. Met de voeten wordt schrijfkunst nooit vertrapt en om nu vanaf het eind terug te schrijven naar het begin dat is ook weer zo’n gedoe. Laten we het simpel houden mensen.

De huisbel gaat. De eerste les staat op het punt van aanvangen. Ja, ik heb uiteindelijk toch maar hulp ingeroepen. Geen onverdienstelijke hulp. Ik heb een schrijver uitgekozen waarvan ik denk dat die het beste columns instuurt. Een vlotte schrijver. Geen coureur.

Jan Cremer is zijn naam. Zesenzeventig inmiddels. Oké, hij schildert tegenwoordig meer dan dat ie schrijft, maar het blijft kunst, nietwaar. Ik heb het volste vertrouwen in hem. En daar gaat het om. Hij mag mijn neef columns leren insturen. Ben benieuwd of het in de familie zit en of Mydras net zo snel het insturen van columns oppikt als ik. Twintig columns in de rugzak en daar gaan ze samen op pad. Mydras en Jan. Veel succes wens ik ze toe.

Stiekem gluur ik vanachter het huiskamergordijn of het allemaal lukt. Best wel spannend de eerste keer. De helmen gaan op en de motoren worden gestart. De rugzak met columns zit wat scheef op de rug van Mydras. Als dat maar goed gaat? En jawel hoor. Gas erop. Jan heeft mij toegezegd dat de eerste keer column insturen plaats zal vinden bij ons in de straat. Ben benieuwd.

Na pakweg vijf minuten hoor ik de motoren weer onze straat inrijden. Tegenover me zie ik dat het gat tussen twee auto’s gelukkig nog vrij is. Zojuist heb ik de oranje pionnen binnengehaald. Dat hoeft Mydras niet te weten. Daar komen ze aan. Insturen Mydras, nu, nu! Ja, ja! Helemaal goed. Geslaagd! In een keer nog wel.

10-03-2016

Sterfgeval

Hoe zou je het liefst willen sterven? Een vraag die iedereen zichzelf wel eens stelt. Een vraag bezongen in vele liedjes, gedicht in dito gedichtjes, gefilmd in gedachten en op locaties, origineel of doodgewoon.

Doe mij maar per ongeluk. Nee, niet in bed, ver in de tachtig vredig in slaap. Dat is zo saai. Gewoon in de supermarkt, struikelend over nonchalant weggegooid fruit of groente. Je kent dat wel. Haastig op zoek naar plastic zakjes die altijd op zijn, nog nadenkend wat er nu precies op het briefje staat. Sinaasappelen of perssinaasappelen? Ongeduldig wachtend op al die voorgangers die treuzelen bij de weegschaal.

En dan. Ja, je was het vergeten. Kiwi’s. Snel loop je terug, nadat je het winkelwagentje veilig geparkeerd hebt op een plek waar het niemand in de weg staat. Maar wel een plek die je gemakkelijk terug kunt vinden. Je loopt. Nee, je rent half want je hebt haast en dan voila je gaat onderuit. Over een schil op de vloer. En je weet, beseft, dit is het einde.

Het wordt wit voor je ogen. In de verte de ingedachte tunnel. Wat is ie groot. Wat gaat het snel. Veel sneller dan in je dromen. Een leven flitst voorbij in luttele seconden. Hoogtepunten en dieptepunten en punten ertussenin. Die was je even vergeten. Maar ook die doen er toe. Sterker nog. Die blijven op je netvlies staan.

De dag dat je voor het eerst naar de kapper ging. Niets bijzonders. Totdat de kapper bijna je oor eraf knipte en je kennismaakte met een gek soort blokje ijs. Zo voelde het althans. Je kunt niet op de naam komen. Weer niet. En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. Wie is dat? Verrek. Mijn moeder. Toch? En dan in oplopende volgorde al die stervelingen die eerder gingen. Ze heten mij welkom. Welkom waarin? Welkom waarvan? Is het hier een feestje? Ben ik in de hemel?

Het voelt oké. Maar ook een beetje vreemd. Ik dacht namelijk dat ik nog aan het sterven was. Dan ben je nog niet dood. Het zij zo. Ik neem slechts waar. In mijn eigen film. In mijn eigen leven. Ik neem op. En langzaam, heel langzaam, glijd ik weg. Met de lichten aan. Onder supermarkt-tl’s op een doordeweekse dag. En het voelt goed. Zo wil ik sterven. Het hoort gewoon bij het leven. Dus niet moeilijk over doen.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: hoe zou je het liefst willen sterven? (16-10-2015)

07-03-2016

Hotel de Boter

Met schouders opgetrokken tot in zijn nek loopt de man het ziekenhuis uit. De vilten hoed schuift ie wat achteloos over zijn plakhaar. Kijkt niemand hem na? Hij twijfelt, maar durft niet goed te kijken.
“Meneer, meneer … U vergeet uw jas …!” Een blonde zuster zwaait met een donkere mantel en valt vlak voor de man op haar knieën, uitgeput en buiten adem.
“Dank u wel, dat is lief van u!” De man trekt de mantel zonder te blikken of blozen aan. Maar de lezer weet wel beter. Onderhuids.

Op etage zeven knippert een licht aan en uit. Het licht vraagt om aandacht. De man kijkt nog even schuin omhoog en verdwijnt in de nacht. We zien hem nooit meer terug lezer. Het is maar dat u het weet.
De blonde zuster verschijnt vijf minuten later voor het verlichte raam op etage zeven. Een frons op haar gezicht zegt u nog even niets. Totdat u het verhaal hoort lieve lezer.

Een week geleden had hij een brief geschreven als reactie op een advertentie uit de plaatselijke waarzegger. Er was nog hoop. ‘Lieve vrouw zoekt na tien rampzalige dates een date waar geen reddingsboei bij nodig is. Is goed verzekerd en vraagt dat ook van haar date. Reacties onder briefnummer CX4711.’

Zenuwachtig had hij gewacht op antwoord. En het kwam snel, heel snel. Zo ook de eerste afspraak. Ze wist van wanten en liet er geen gras over groeien. Wel een beetje vreemd want tien voorgaande dates waren rampzalig gebleken. Maar de man was wel into the great wild. Daarnaast was hij fearless. Hij toch zeker. Of hij op zondag een hotelkamer wilde boeken bij Hotel de Boter? Geen probleem.

De lichtknop in de hotelkamer had niet gewerkt. Daar had de man achterdochtig moeten worden lezer. Niet dus. Een ijskoude stem had hem bevolen. “Kleren uit en links in de hoek gaan staan!” Tot dusver ook geen probleem. Hij vond het wel spannend. De kamer rook naar 4711. Die geur kende hij als geen ander. Zijn date hield van korte bevelen. “Voorover bukken, met je hoofd tegen de muur!”

En toen gebeurde het. Eerst geklik van stilettohakken en daarna het geluid van een flesje waarvan de dop op een of andere manier slecht open ging. Vervolgens een afwisselend zuigend spuitend geluid. Hij voelde ijskoude olie in zijn bilspleet. Zo koud dat hij meteen recht omhoog schoot. Een actie waarvan zijn date steil achterover sloeg. “Nondedju!” hoorde hij haar nog zeggen. Daarna grote stilte en blijvende duisternis. Zijn date lag op de grond.
Nou lezer. Leg dat maar eens uit aan een ambulancier. De politie is er niet bijgehaald. Gelukkig maar.

De man verlaat het ziekenhuis. De zuster, helaas niet zijn type, heeft hem zojuist nog uitgelegd, drie weken moet ze rust houden meneer. Drie weken? Heeft de dame in kwestie dan zoveel hersens, zwaar beschadigd? Of de man zo vriendelijk wil zijn de familie op de hoogte te brengen. Een probleem? Een probleem.

Inzending schrijfwedstrijd 'Schrijfix Maart 2016' op ColumnX.
Thema: Een rampzalig verlopen date