Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en
hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor
gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een
voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een
feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een
feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.
Drie
dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba,
slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen.
Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand
is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw,
met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder
laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline
stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het
hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.
Carnaval
is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en
vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top
down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke
transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De
jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman,
Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind.
Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een
originele act.
Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een
knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O
ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of
dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en
supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld.
Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als
dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus.
Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet
vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de
maskerade compleet.
De optocht is een groot kleur- en
muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het
publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep
valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager
verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant
leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De
handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde
Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het
strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik
en strijken verontwaardigd hun veren recht.
Een antieke bierwagen
met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het
publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en
gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van
het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok
worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn
Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs
Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en
schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm
hun laatste lied.
Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders
lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap
geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken
nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt
het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest
is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…
Mien
Bijdrage (7) als vaste columnist op de maandag
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout tijdens Carnaval)