Plaats van delict: Een eetcafé gelegen in een grote gekke stad in Nederland.
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige licht getinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.
De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.
We laven ons aan warme thee en bespreken uitvoerig de lange wandeling die wij die ochtend gemaakt hebben. De inspannende wandeling heeft me kruim gekost en ik voel dat mijn bloedsuiker behoorlijk aan het dalen is. Voor een diabeet treedt dan onmiddellijk een noodsignaal in werking. Op het toilet meet ik voor de zekerheid mijn suiker. Die is inderdaad te laag. Ik heb koolhydraten nodig.
Vriendelijk vraag ik de jongeman of hij een broodje voor me heeft. Tot mijn grote verbazing ontstaat een vertwijfelde blik op het gelaat van de jongeman. Hij moet even overleggen met de gastvrouw. Ik begrijp er niets van. De gastvrouw komt nu zelf uit de keuken te voorschijn en vertelt me zonder te blikken of blozen dat er vandaag geen losse broodjes verkocht kunnen worden. Die zijn gereserveerd voor de soep. Ik kan eventueel wel soep bestellen met een broodje.
Ongeloof overvalt mij. Dat zal toch niet waar zijn? Wel broodjes hebben maar deze alleen uitserveren bij de soep? Ik leg vriendelijk doch stellig uit dat ik broodnodig brood nodig heb vanwege mijn suiker en of er geen uitzondering gemaakt kan worden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar een leus die ik zojuist op de toiletmuur gelezen heb: ‘Je moest eens zweten’. Hoopvol kijk ik de gastvrouw aan. Maar nee, het gaat echt niet lukken. Dan klopt de verhouding soep en brood niet meer.
In mijn hoofd vormt zich langzaam een bommelding. Deze gastvrouw is niet in staat om buiten het kastje te denken. Omdat openheid vaak deuren opent probeer ik de starheid van mijn gastvrouw met open vizier vriendelijk te breken. Ik vertel haar nogmaals de noodzaak van het brood verlenen en leg haar de consequentie uit van het geen gehoor geven. Ik kan mogelijk buiten bewustzijn raken.
Mijn noodkreet heeft geen enkel effect op de stoïcijnse gastvrouw en ze blijft onverbiddelijk nee zeggen. Uit de muziekboxen klinkt wrang Santana Esmeralda’s ‘Don’t let me be misunderstood’.
De bommelding in mijn hoofd neemt nu ernstige vormen aan. Voordat de bom ontploft kies ik eieren voor mijn geld. De ongegeneerde klantonvriendelijkheid is zo imponerend dat mijn gezelschap en ik besluiten ons heil elders te zoeken. Angst voor broodroof en liefdeloosheid voor het vak zijn in dit eetcafé ver doorgeslagen. Mijn gastvrouw zal het worst wezen. De reacties van de andere gasten spreken boekdelen. Verbouwereerd wordt onze uittocht gadegeslagen.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
05-03-2009
14-02-2009
Elvisimitatoren
El de Vis woonde afgelegen in een bergdorpje diep in het zuiden van Spanje. Hij droomde van een blitse toekomst. In het dorp was niets te beleven dus besloot hij zijn biezen te pakken en de wijde wereld in te trekken. El was een elegante sierlijke Spanjaard met lange neukteugels van krullend kroeshaar. Elke ochtend smeerde hij die vol met brillantine zodat ze flink glommen in de Spaanse zon.
El de Vis deed zijn naam eer aan. Hij droeg altijd lange glitterbroeken en vestjes met kopspijkers. Door zijn smalle taille en lange benen zag hij er uit als een glimmend sardientje. El de Vis had een stoere inborst en kon fantastisch zingen. Hij ambieerde een rol in een spaghettiwesterncarrière. Ennio en Terence waren zijn grote helden. Hij zag zichzelf al zingend in een houten tobbe door de Spaanse heuvelen trekken. Yippee ya yee! Maar deze droom ging helaas niet door.
Op een mooie warme ochtend in de zomer trok El de Vis zijn stoute houten schoenen aan. ‘It’s now or never’, dacht hij en ging op pad. El was een beetje wereldvreemd en voelde zich ’s avonds vaak lonesome. Onderweg kwam hij alleen maar rare snuiters tegen. Eerst was daar een oud vrouwtje huilend in een kapeltje. Ze was de weg kwijt en haar teddybeer. El Vis troostte haar met een mooi lied.
‘Griterío en la capilla, ... sin un corazón de madera, ...pero con my teddybear ... muss i denn, muss i denn, ... und du mein Schat bleibst hier’.
Het vrouwtje vertrouwde hem voor geen meter. Voor haar was El de Vis niets meer en niets minder dan een mooi sardientje vermomd als duivel. Ze smeekte hem haar aardig te behandelen. Ook al was ze soms een koppig vrouwtje, ze had absoluut geen houten hart, maar dat had El al lang gezien. Gul als hij was, gaf hij het vrouwtje zijn kostbaarste ring. Het vrouwtje hing de ring trots om haar nek en El vervolgde zijn pad.
Een stukje verder kwam El voorbij een gevangenis. Heftige rockmuziek klonk door de tralies. Zo hard, dat een jachthond verderop luidkeels aansloeg. Hij kreeg medelijden met de hond en stuurde hem terug naar zijn afzender. Address unknown. Een tijdje later liep El zijn kleine zusje tegen het lijf. Hij was helemaal weg van haar en dus stond hij toe dat zij hem een poosje vergezelde. Zij was zo blij hem weer te zien dat ze spontaan de Bossa Nova voor hem danste. Uiteindelijk helemaal opgeschud kwamen beiden weer bij zinnen. El biechtte zijn kleine zusje op dat zij altijd in zijn gedachten was. ‘Ach, dat is gewoon het wonder der liefde’ mompelde zuslief en ze dartelde vrolijk verder, haar broer luidkeels naroepend: ‘auf Wiedersehn!’. El dacht: ‘… und du mein Schat bleib hier!’
El de Vis had zijn levensbestemming nog immer niet gevonden. Hij keerde in zichzelf en werd een knorrige, eenzame man. El kon niet wreed zijn tegen zijn hart. Dat sprak altijd de waarheid. Hij besloot een vak te kiezen. Met een gebroken hart vermande hij zich tot een Bigg Boss. Maar om nu een slechte imitator van Bruce te worden, dat ging hem te ver. Zijn leven lang al imiteerde hij zichzelf. Hij was dat beu, meer dan zat. Nee, hij had een ander plan.
Ooit had El de Vis gehoord van een Amerikaanse zanger die best wel rockte. Een knappe stoere aal uit Tupelo, Missisippie, United States. El kende deze rocker uit de prille liefdesbrieven van zijn moeder. Zij adoreerde Elvis de Pelvis als geen ander en dat was precies wat El de Vis ook wilde. Dit beseffend nam El genoegen met een second life. El de Vis werd Elvis. Met een gerust hart keerde hij huiswaarts. Na jarenlange Elvisimitaties overleed El op 27 december 2008 op 57-jarige leeftijd. Elvis definitely left the building and many people cried.
Mien Elvis huilt
Column opgedragen aan Toon Nieuwenhuisen (1951-2008), King uit Deurne
El de Vis deed zijn naam eer aan. Hij droeg altijd lange glitterbroeken en vestjes met kopspijkers. Door zijn smalle taille en lange benen zag hij er uit als een glimmend sardientje. El de Vis had een stoere inborst en kon fantastisch zingen. Hij ambieerde een rol in een spaghettiwesterncarrière. Ennio en Terence waren zijn grote helden. Hij zag zichzelf al zingend in een houten tobbe door de Spaanse heuvelen trekken. Yippee ya yee! Maar deze droom ging helaas niet door.
Op een mooie warme ochtend in de zomer trok El de Vis zijn stoute houten schoenen aan. ‘It’s now or never’, dacht hij en ging op pad. El was een beetje wereldvreemd en voelde zich ’s avonds vaak lonesome. Onderweg kwam hij alleen maar rare snuiters tegen. Eerst was daar een oud vrouwtje huilend in een kapeltje. Ze was de weg kwijt en haar teddybeer. El Vis troostte haar met een mooi lied.
‘Griterío en la capilla, ... sin un corazón de madera, ...pero con my teddybear ... muss i denn, muss i denn, ... und du mein Schat bleibst hier’.
Het vrouwtje vertrouwde hem voor geen meter. Voor haar was El de Vis niets meer en niets minder dan een mooi sardientje vermomd als duivel. Ze smeekte hem haar aardig te behandelen. Ook al was ze soms een koppig vrouwtje, ze had absoluut geen houten hart, maar dat had El al lang gezien. Gul als hij was, gaf hij het vrouwtje zijn kostbaarste ring. Het vrouwtje hing de ring trots om haar nek en El vervolgde zijn pad.
Een stukje verder kwam El voorbij een gevangenis. Heftige rockmuziek klonk door de tralies. Zo hard, dat een jachthond verderop luidkeels aansloeg. Hij kreeg medelijden met de hond en stuurde hem terug naar zijn afzender. Address unknown. Een tijdje later liep El zijn kleine zusje tegen het lijf. Hij was helemaal weg van haar en dus stond hij toe dat zij hem een poosje vergezelde. Zij was zo blij hem weer te zien dat ze spontaan de Bossa Nova voor hem danste. Uiteindelijk helemaal opgeschud kwamen beiden weer bij zinnen. El biechtte zijn kleine zusje op dat zij altijd in zijn gedachten was. ‘Ach, dat is gewoon het wonder der liefde’ mompelde zuslief en ze dartelde vrolijk verder, haar broer luidkeels naroepend: ‘auf Wiedersehn!’. El dacht: ‘… und du mein Schat bleib hier!’
El de Vis had zijn levensbestemming nog immer niet gevonden. Hij keerde in zichzelf en werd een knorrige, eenzame man. El kon niet wreed zijn tegen zijn hart. Dat sprak altijd de waarheid. Hij besloot een vak te kiezen. Met een gebroken hart vermande hij zich tot een Bigg Boss. Maar om nu een slechte imitator van Bruce te worden, dat ging hem te ver. Zijn leven lang al imiteerde hij zichzelf. Hij was dat beu, meer dan zat. Nee, hij had een ander plan.
Ooit had El de Vis gehoord van een Amerikaanse zanger die best wel rockte. Een knappe stoere aal uit Tupelo, Missisippie, United States. El kende deze rocker uit de prille liefdesbrieven van zijn moeder. Zij adoreerde Elvis de Pelvis als geen ander en dat was precies wat El de Vis ook wilde. Dit beseffend nam El genoegen met een second life. El de Vis werd Elvis. Met een gerust hart keerde hij huiswaarts. Na jarenlange Elvisimitaties overleed El op 27 december 2008 op 57-jarige leeftijd. Elvis definitely left the building and many people cried.
Mien Elvis huilt
Column opgedragen aan Toon Nieuwenhuisen (1951-2008), King uit Deurne
10-02-2009
Branding
Het Wake-up Light verlicht langzaam de kamer; vogeltjes fluiten zacht een ochtendlied. Mijn droom eindigt in een boeddhistisch bos. Ik kijk op de Swatch. Het is 06:30 uur en ik spring van mijn Auping. Ik trek de Luxaflex met een ferme ruk omhoog. Het wordt een prachtige dag; de zon schijnt in mijn gezicht. Voordat ik naar het toilet ga schiet ik in mijn badstoffen Bader en Wehkamppantoffels. Ze voelen nog wat koud.
De Villeroy & Boch vangt gelaten mijn ochtendplas op. Het laatste Poplavel trek ik van de rol en spoel door. In de badkamer haal ik uit de Schock mijn Elmex te voorschijn. Ik pers een afgemeten dot pasta op mijn Sonicare. Al pulsend en zoemend worden mijn wangen wakker. Met de Braun grasmaai ik mijn kin glad en bekijk het resultaat met een tevreden grijns in de Swaluw. De Swaluw grijnst slaperig terug. Goedemorgen. Met een washandje van de HEMA wrijf ik de resten van mijn slaap uit de ogen. Een flinke spray Sanex maakt mij weer okselfris en met een vleugje Chanel onder de neus word ik pas echt goed wakker.
Wat zal ik vandaag eens aantrekken? Een belangrijke dag, vandaag. Mijn keuze valt op een zwarte Sloggy onder in de la. Ik schiet in een lange blauwe Levis en trek een witte vers gesteven Arrow over mijn hoofd. Met een dubbele Winsor knoop ik een roze wit gestreepte Peter Hahn om mijn nek. Een roze Marco Polo en bruine van Bommels zonder sokken, zorgen ervoor dat ik er gelikt uit zie. Mijn Hilfiger kleedt de boel uiteindelijk helemaal af. Ik kijk een laatste keer inspecterend in de Swaluw. Goedgekeurd. Op naar het ontbijt.
In de Bruynzeel trek ik eerst de Smeg open. Ik scan alle schappen en rekken op zoek naar Campina. Vandaag eet ik Brinta met een vers kopje Douwe Egberts. Voor de lunch maak ik een lunchpakketje. Ik weet niet zeker of ik vandaag gelegenheid heb om te lunchen. Ik smeer wat Blue Band op twee Tarvosneetjes en beleg het geheel met Old Amsterdammer. Een Verkadereep trek ik achteloos uit de keukenla. Een beetje zoetigheid, om later op de dag de ergste honger te stillen, kan geen kwaad. Dat moet kunnen.
Ik trek het AD uit de brievenbus en berg hem op in mijn Samsonite. Ik leg hem bovenop m’n Apple. De Tarvosneetjes verpak ik samen met een Chiquita en een Elstar in mijn Tupperwaredoos. Ook deze plaats ik in mijn Samsonite. Nu nog even het journaal spotten op mijn Bang & Olufsen en dan ga ik op pad. Ik trek mijn Burleymantel van de kapstok en groet mijn vrouw. Ik loop de garage in. Daar staat een groene Peugeot mij ongeduldig op te wachten. Ready for a brand new day.
Reclamezuilen langs de A2 flitsen onachtzaam aan me voorbij. Vandaag ga ik op klantenbezoek bij de grootste klanten van de zaak, gewoon voor een beetje branding. Wel zo belangrijk. Ik troost me met de gedachte dat branding ook anders beleefd kan worden. Aan een prachtig strand in Corsica.
Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten
De Villeroy & Boch vangt gelaten mijn ochtendplas op. Het laatste Poplavel trek ik van de rol en spoel door. In de badkamer haal ik uit de Schock mijn Elmex te voorschijn. Ik pers een afgemeten dot pasta op mijn Sonicare. Al pulsend en zoemend worden mijn wangen wakker. Met de Braun grasmaai ik mijn kin glad en bekijk het resultaat met een tevreden grijns in de Swaluw. De Swaluw grijnst slaperig terug. Goedemorgen. Met een washandje van de HEMA wrijf ik de resten van mijn slaap uit de ogen. Een flinke spray Sanex maakt mij weer okselfris en met een vleugje Chanel onder de neus word ik pas echt goed wakker.
Wat zal ik vandaag eens aantrekken? Een belangrijke dag, vandaag. Mijn keuze valt op een zwarte Sloggy onder in de la. Ik schiet in een lange blauwe Levis en trek een witte vers gesteven Arrow over mijn hoofd. Met een dubbele Winsor knoop ik een roze wit gestreepte Peter Hahn om mijn nek. Een roze Marco Polo en bruine van Bommels zonder sokken, zorgen ervoor dat ik er gelikt uit zie. Mijn Hilfiger kleedt de boel uiteindelijk helemaal af. Ik kijk een laatste keer inspecterend in de Swaluw. Goedgekeurd. Op naar het ontbijt.
In de Bruynzeel trek ik eerst de Smeg open. Ik scan alle schappen en rekken op zoek naar Campina. Vandaag eet ik Brinta met een vers kopje Douwe Egberts. Voor de lunch maak ik een lunchpakketje. Ik weet niet zeker of ik vandaag gelegenheid heb om te lunchen. Ik smeer wat Blue Band op twee Tarvosneetjes en beleg het geheel met Old Amsterdammer. Een Verkadereep trek ik achteloos uit de keukenla. Een beetje zoetigheid, om later op de dag de ergste honger te stillen, kan geen kwaad. Dat moet kunnen.
Ik trek het AD uit de brievenbus en berg hem op in mijn Samsonite. Ik leg hem bovenop m’n Apple. De Tarvosneetjes verpak ik samen met een Chiquita en een Elstar in mijn Tupperwaredoos. Ook deze plaats ik in mijn Samsonite. Nu nog even het journaal spotten op mijn Bang & Olufsen en dan ga ik op pad. Ik trek mijn Burleymantel van de kapstok en groet mijn vrouw. Ik loop de garage in. Daar staat een groene Peugeot mij ongeduldig op te wachten. Ready for a brand new day.
Reclamezuilen langs de A2 flitsen onachtzaam aan me voorbij. Vandaag ga ik op klantenbezoek bij de grootste klanten van de zaak, gewoon voor een beetje branding. Wel zo belangrijk. Ik troost me met de gedachte dat branding ook anders beleefd kan worden. Aan een prachtig strand in Corsica.
Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten
Abonneren op:
Posts (Atom)