Aan de vooravond van de landelijke verkiezingen hangt een waas van rust over Helmond West. Schijn bedriegt. Enkele wijkbewoners hebben hun huis al verlaten. Uit een veel te kleine woningvijver hebben zij een nieuwe stek gehengeld. Niet bepaald iezie.
Voorzichtig treedt het nieuwe college naar buiten. Aangenaam verrast ontving ik een uitnodiging van de nieuwe coördinerende wethouder Helmond West. Voor kennismaking. Kennismaking met wie? Met mij persoonlijk of als voorzitter van Belangenvereniging BUITEN(ONS)OM? Eerst maar op persoonlijke titel.
Samen met mijn vrouw toog ik naar de wethouder. We hadden een goed gesprek waarin gelegenheid werd geboden om persoonlijke onvrede rondom de wijkontwikkelingsplannen kenbaar te maken. Dit vond gehoor. Verkapt bood de wethouder excuus aan voor zaken die niet soepel verliepen in de vorige collegeperiode. Hij beloofde verbetering in communicatie.
Een week later werd de daad bij het woord gevoegd. Ik ontving een uitnodiging voor hernieuwde kennismaking tussen gemeente en belangenvereniging BUITEN(ONS)OM. Ook kreeg de vereniging eindelijk bericht dat een informatieavond georganiseerd zou worden voor gedupeerde huurders van garageboxen en bedrijfspanden.
Intussen heeft de informatieavond plaatsgevonden. Voor het gemak waren tevens bewoners en ondernemers uitgenodigd, woonachtig tussen het spoor en de Heeklaan. Zij waren tot nu toe verstoken gebleven van persoonlijke toelichting op de plannen. In twee aparte sessies werd voor beide groepen de laatste stand van zaken toegelicht.
In de eerste sessie kwam vooral bereikbaarheid ter sprake. De artist impression van Tracé BuitenOm toonde geen enkele verkeersaansluiting met het gebied tussen spoor en Heeklaan. Vraagtekens alom. Dat wordt een moeilijke opdracht. Ook werd onvrede uitgesproken over het feit dat er drie jaar lang bouwactiviteiten plaats zullen vinden met grote gevolgen voor de bereikbaarheid. Om nog maar te zwijgen over de consequenties van trillingen met betrekking tot het heiwerk?
In sessie twee gaf de wethouder uitleg, hoe en door wie de huurders van garageboxen en bedrijfspanden gecompenseerd gaan worden. De eigenaar verkoopt de percelen in verhuurde staat aan de gemeente. Op twee manieren biedt de gemeente compensatie. Huurders van bedrijfspanden ontvangen een wettelijk vastgestelde compensatie. De garageboxhouders komen daarvoor niet in aanmerking. De vraag is of dit zo is? De gemeente biedt als goeddoening een vergoeding van 750 euro per huuropzegging. Ik ben benieuwd of woCom dit ook doet voor haar garageboxhouders in de Itterestraat?
Het is een doekje voor het bloeden. Door het verdwijnen van de 110 garageboxen zullen de parkeerproblemen in de wijk toenemen. Dat het parkeerprobleem in heel Helmond speelt is een dooddoener. Wellicht een idee om de Zuid Willemsvaart te dempen voor zowel ondergrondse als gelijkvloerse parking?
Helaas was voor de informatieavond geen pers uitgenodigd. Ook Stichting Buurtbeheer Helmond West had geen uitnodiging ontvangen. Voor gemeente Helmond een gemiste kans op burgerparticipatie. Zeker nu de Klankbordgroepen definitief zijn ontmanteld.
Of Tracé BuitenOm überhaupt doorgang vindt valt te bezien. Zeker gezien de aanhoudende economische recessie en de vele onderzoeken die nog plaats moeten vinden. De verworven percelen zullen in dat geval ongetwijfeld een dankbare bestemming vinden als dure bouwgrond. De gemeentelijke grondaankoper wist te melden dat het niets verandert aan de waardebepaling van de percelen. Maar daarover heb ik grote twijfel.
Mien
06-06-2010
03-06-2010
Klantenfobie
In de wachtkamer bij de tandarts las ik onlangs in een glossy magazine een artikel over klantenfobie. Erg fascinerend. In het artikel kwam een man ter sprake die een ziekelijke angst voor klanten had ontwikkeld. Erg lastig want hij was ondernemer. Eigenaar van een florerend bedrijf in kantklossen. In no time scande ik het artikel met mijn ogen.
De oorsprong van de klantenfobie lag in de jeugd van de man. Door zijn overgewicht werd hij op de basisschool continue als lastige klant gezien. Zo werd hij tijdens de gymlessen altijd als laatste gekozen. In de schoolkantine werd hij met regelmaat terecht gewezen als veelvraat en vetklant. Dit maakte hem erg verdrietig. Sindsdien vermeed hij iedere vorm van contact. Daar ging hij heel ver in. Zo weigerde hij bijvoorbeeld volgnummertjes te trekken bij de bakker. Het bezit van een volgnummer bombardeerde hem immers tot klant. Dat wilde hij niet. Dat strookte niet met zijn fobie.
Na verloop van tijd raakte de man behoorlijk in de war. De angst voor klanten had zich dusdanig vastgezet in zijn hersenen dat hij vreemd gedrag begon te vertonen. Op zijn werk verstopte hij zich steevast onder zijn bureau. De telefoon schakelde hij standaard door. Er zou zo maar een klant aan de telefoon kunnen hangen. Dit konden zijn werkgever en collega’s niet appreciëren. Het leidde vaak tot ontslag.
Ook thuis gebeurden er vreemde dingen. Zijn vrouw, in zijn ogen ook vaak een lastige klant, haalde hem iedere avond voor het slapen gaan uit de kofferbak van zijn auto. Daar zat hij meestal de hele avond te kantklossen. Het gaf hem rust. Hij kon zich helemaal verliezen in basisklostechnieken, spinnen, tulebindingen en traliesoorten. Kant was zijn passie. Hij las er zelfs boeken over.
Het vermijden van klantcontact isoleerde en vervreemdde hem steeds meer van de buitenwereld. Zijn schaamte overwinnend zocht hij hulp. Bij een cognitieve therapeut raakte hij vertrouwd met zijn lastige k(l)ant en begon langzaam zijn fobie systematisch te desensitiseren. Hierdoor namen emotionele spanningen af. Hij begon zelfs te twijfelen aan de dreiging die van hem en van andere (lastige) klanten uitging. Eigenlijk berustte die dreiging op onwaarheid. Het zat meer in zijn hoofd. Dit inzicht verloste hem van zijn klantenfobie. Hij besloot onmiddellijk van zijn hobby kantklossen, zijn werk te maken.
Ik was blij voor de man. Het kantklossen had uiteindelijk geleid tot een bevrijdend klantlossen. Wat een impact kantklossen toch kan hebben. Sinds 2009 is het door UNESCO opgenomen in de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Terecht.
Het artikel in het glossy magazine eindigde ook met een lijst. Een lijst met opmerkelijke fobieën. Enkele met een haast onuitspreekbare naam. Wat te denken van paraskevidekatriafobie of hippopotomonstrosesquippedaliofobie. Je zult er maar één van hebben. Dan heb ik liever een flosfobie of klantenfobie.
Mien Fobie
Geschreven voor website Gek op Klanten
De oorsprong van de klantenfobie lag in de jeugd van de man. Door zijn overgewicht werd hij op de basisschool continue als lastige klant gezien. Zo werd hij tijdens de gymlessen altijd als laatste gekozen. In de schoolkantine werd hij met regelmaat terecht gewezen als veelvraat en vetklant. Dit maakte hem erg verdrietig. Sindsdien vermeed hij iedere vorm van contact. Daar ging hij heel ver in. Zo weigerde hij bijvoorbeeld volgnummertjes te trekken bij de bakker. Het bezit van een volgnummer bombardeerde hem immers tot klant. Dat wilde hij niet. Dat strookte niet met zijn fobie.
Na verloop van tijd raakte de man behoorlijk in de war. De angst voor klanten had zich dusdanig vastgezet in zijn hersenen dat hij vreemd gedrag begon te vertonen. Op zijn werk verstopte hij zich steevast onder zijn bureau. De telefoon schakelde hij standaard door. Er zou zo maar een klant aan de telefoon kunnen hangen. Dit konden zijn werkgever en collega’s niet appreciëren. Het leidde vaak tot ontslag.
Ook thuis gebeurden er vreemde dingen. Zijn vrouw, in zijn ogen ook vaak een lastige klant, haalde hem iedere avond voor het slapen gaan uit de kofferbak van zijn auto. Daar zat hij meestal de hele avond te kantklossen. Het gaf hem rust. Hij kon zich helemaal verliezen in basisklostechnieken, spinnen, tulebindingen en traliesoorten. Kant was zijn passie. Hij las er zelfs boeken over.
Het vermijden van klantcontact isoleerde en vervreemdde hem steeds meer van de buitenwereld. Zijn schaamte overwinnend zocht hij hulp. Bij een cognitieve therapeut raakte hij vertrouwd met zijn lastige k(l)ant en begon langzaam zijn fobie systematisch te desensitiseren. Hierdoor namen emotionele spanningen af. Hij begon zelfs te twijfelen aan de dreiging die van hem en van andere (lastige) klanten uitging. Eigenlijk berustte die dreiging op onwaarheid. Het zat meer in zijn hoofd. Dit inzicht verloste hem van zijn klantenfobie. Hij besloot onmiddellijk van zijn hobby kantklossen, zijn werk te maken.
Ik was blij voor de man. Het kantklossen had uiteindelijk geleid tot een bevrijdend klantlossen. Wat een impact kantklossen toch kan hebben. Sinds 2009 is het door UNESCO opgenomen in de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Terecht.
Het artikel in het glossy magazine eindigde ook met een lijst. Een lijst met opmerkelijke fobieën. Enkele met een haast onuitspreekbare naam. Wat te denken van paraskevidekatriafobie of hippopotomonstrosesquippedaliofobie. Je zult er maar één van hebben. Dan heb ik liever een flosfobie of klantenfobie.
Mien Fobie
Geschreven voor website Gek op Klanten
01-06-2010
Sociaal netwerken (19/23)
Sociaal netwerken doe ik eigenlijk al jaren. Van oorsprong live, het is bij mijn geboorte onmiddelijk begonnen. Het netwerk met mijn moeder was meteen sociaal, wat overigens ook geldt voor de rest van mijn familie. Daar werd het fundament, de basis gelegd van het sociaal netwerken.
Al gauw deden vrienden en kennissen mee. Bij het sporten, in de kroeg, op school, op het werk, whenever, wherever. Pas op latere leeftijd kwam daar het virtuele netwerken bij. Inmiddels maak ik deel uit van de Hyves-, Linkedin- en sinds kort ook Twittergoegemeenschap. Daarnaast ben ik sinds 2003 actief op het schrijf- en lezersnetwerk ColumnX. Dit netwerk, in 2002 begonnen als weblog voor schrijvers en lezers, ziet regelmatig nieuwe mensen komen en gaan die op geheel eigen wijze het netwerk telkens weer weten te verrijken.
Frappant is dat bij ColumnX de virtuele ontmoeting een vervolg kreeg in een live ontmoeting. Columnxmeetingen zo gezegd. Wel een beetje vreemd om je virtuele vrienden plots een lichaam en gezicht te zien krijgen. Maar het moet gezegd. Het versterkt de banden. Sterker nog er zijn huwelijken uit voortgevloeid. Met ringen bezegelde sociale mininetwerkjes, zullen we maar zeggen.
De kracht van sociaal netwerken, zowel live als virtueel, blijft de ontmoeting en samenkomst van gemeenschappelijkheid en herkenning. Zolang het netwerk gevoed wordt blijft het betekenis houden. Helaas zie ik steeds vaker netwerken juist aan gebrek aan voeding ten onder gaan. Of heeft dit te maken met de vluchtigheid in tijd. Wie zal het zeggen?
Vooralsnog zijn er altijd blijvertjes. Live de ouderwetse kameraadschappen en everlasting vriendinnenclubs; virtueel de Hyvers, Linkedinners, Facebookers, YouTubers, Flickraars, Myspacers, Twitteraars en ga zo maar door. Let's connect and stay connected!
Overheid, bedrijfsleven, de politiek, de pers, het onderwijs, instellingen, kunstenaars, senioren, zo'n beetje elke bevolkingsgroep kent een sociaal netwerk en heeft inmiddels het virtuele sociale netwerken ontdekt. Meestal worden de virtuel netwerken gebruikt om te profileren en informatie te verspreiden. Pas later komt men tot de ontdekking dat door virtueel netwerken ook fysieke afstanden verkleind en drempels verlaagd worden, met name in communicatie. Virtueel sociaal netwerken is daarmee een uitstekend middel om in contact te komen met klanten en geïnteresseerden en deze uitspraken te laten doen over de diensten die aangeboden worden. Uiteindelijk biedt iedere hierboven genoemde groepering wel één of andere dienst aan. Dat geldt ook zeker voor groeperingen in mijn eigen vakgebied. Mediatheken, bibliotheken, informatiecentra en andere informatieleveranciers doen er goed aan zich te begeven in virtuele sociale netwerken. Tell, sell and interact.
Tot slot. Is er bij sociaal netwerken niet eigenlijk sprake van een pleonasme? Netwerken is in mijn ogen per definitie een sociale bezigheid. Je hoort bijna nooit iemand zeggen dat hij asociaal netwerkt. Alhoewel, goed bekeken zijn er toch vormen van asociaal netwerken te benoemen. Bij mensen die met honderden vrienden tegelijk in sociale netwerken bivakkeren vraag ik me wel eens af of dit niet asociaal is. Live heb ik al moeite om met korte gesprekken en ontmoetingen iedereen op zijn tijd te woord te staan. Hoe onderhoud ik dan een netwerk met honderden vriendschappen? Gelukkig is er ook een oplossing voor dit asociaal netwerken. Een nieuwe trend. Onthyven, ontlinkedinnen, ontfacebooken, onttwitteren, ... Nu nog even ontvrienden en ontfamilieën en de rust keert weder in mijn drukke leventje.
Neem gerust een kijkje op Mien Hyves of Mien Linkedin en connect.
Werk net als ik en netwerk.
Al gauw deden vrienden en kennissen mee. Bij het sporten, in de kroeg, op school, op het werk, whenever, wherever. Pas op latere leeftijd kwam daar het virtuele netwerken bij. Inmiddels maak ik deel uit van de Hyves-, Linkedin- en sinds kort ook Twittergoegemeenschap. Daarnaast ben ik sinds 2003 actief op het schrijf- en lezersnetwerk ColumnX. Dit netwerk, in 2002 begonnen als weblog voor schrijvers en lezers, ziet regelmatig nieuwe mensen komen en gaan die op geheel eigen wijze het netwerk telkens weer weten te verrijken.
Frappant is dat bij ColumnX de virtuele ontmoeting een vervolg kreeg in een live ontmoeting. Columnxmeetingen zo gezegd. Wel een beetje vreemd om je virtuele vrienden plots een lichaam en gezicht te zien krijgen. Maar het moet gezegd. Het versterkt de banden. Sterker nog er zijn huwelijken uit voortgevloeid. Met ringen bezegelde sociale mininetwerkjes, zullen we maar zeggen.
De kracht van sociaal netwerken, zowel live als virtueel, blijft de ontmoeting en samenkomst van gemeenschappelijkheid en herkenning. Zolang het netwerk gevoed wordt blijft het betekenis houden. Helaas zie ik steeds vaker netwerken juist aan gebrek aan voeding ten onder gaan. Of heeft dit te maken met de vluchtigheid in tijd. Wie zal het zeggen?
Vooralsnog zijn er altijd blijvertjes. Live de ouderwetse kameraadschappen en everlasting vriendinnenclubs; virtueel de Hyvers, Linkedinners, Facebookers, YouTubers, Flickraars, Myspacers, Twitteraars en ga zo maar door. Let's connect and stay connected!
Overheid, bedrijfsleven, de politiek, de pers, het onderwijs, instellingen, kunstenaars, senioren, zo'n beetje elke bevolkingsgroep kent een sociaal netwerk en heeft inmiddels het virtuele sociale netwerken ontdekt. Meestal worden de virtuel netwerken gebruikt om te profileren en informatie te verspreiden. Pas later komt men tot de ontdekking dat door virtueel netwerken ook fysieke afstanden verkleind en drempels verlaagd worden, met name in communicatie. Virtueel sociaal netwerken is daarmee een uitstekend middel om in contact te komen met klanten en geïnteresseerden en deze uitspraken te laten doen over de diensten die aangeboden worden. Uiteindelijk biedt iedere hierboven genoemde groepering wel één of andere dienst aan. Dat geldt ook zeker voor groeperingen in mijn eigen vakgebied. Mediatheken, bibliotheken, informatiecentra en andere informatieleveranciers doen er goed aan zich te begeven in virtuele sociale netwerken. Tell, sell and interact.
Tot slot. Is er bij sociaal netwerken niet eigenlijk sprake van een pleonasme? Netwerken is in mijn ogen per definitie een sociale bezigheid. Je hoort bijna nooit iemand zeggen dat hij asociaal netwerkt. Alhoewel, goed bekeken zijn er toch vormen van asociaal netwerken te benoemen. Bij mensen die met honderden vrienden tegelijk in sociale netwerken bivakkeren vraag ik me wel eens af of dit niet asociaal is. Live heb ik al moeite om met korte gesprekken en ontmoetingen iedereen op zijn tijd te woord te staan. Hoe onderhoud ik dan een netwerk met honderden vriendschappen? Gelukkig is er ook een oplossing voor dit asociaal netwerken. Een nieuwe trend. Onthyven, ontlinkedinnen, ontfacebooken, onttwitteren, ... Nu nog even ontvrienden en ontfamilieën en de rust keert weder in mijn drukke leventje.
Neem gerust een kijkje op Mien Hyves of Mien Linkedin en connect.
Werk net als ik en netwerk.
Abonneren op:
Posts (Atom)