12-10-2015

Het meisje met de blauwe pet (8)

Geen moment te verliezen. Alle belangrijke gedachten vlogen naar de achtergrond. Dit was realiteit en die vroeg meteen om actie. De oude kale man die zich had voorgesteld als Theo, werd geholpen door Betsy. Ik hield de schuifdeur die altijd vervelend dichtklapte voor hun open. De conducteur was inmiddels verder naar achteren de trein in gerend. Ik vermoedde dat ook daar weinig mensen zaten. Ik vond het nog steeds raar dat de trein zo leeg was.

Buiten langs de rails stonden twee mensen te wachten. Eentje droeg een zwarte pet met een gele rand. Waarschijnlijk de machinist. De andere persoon was een vrouw. Althans dat dacht ik. Toen we elkaar groetten bleek de vrouw een heel donkere zware stem te hebben. Ik was gefascineerd door haar of zijn adamsappel. Die ging als een tennisbal op en neer onder zijn kin. Toch een man naar ik vermoedde.

De oude man stelde zich voor aan de beide heren. ‘Ik ben Theo, de broer van haar.’ Hij wees naar Betsy. ‘En ik ben Betsy, de zus van … ‘ Ja, dat was nu wel duidelijk. Ik kon me er nog steeds niets bij voorstellen. Dat konden toch onmogelijk broer en zus zijn? Uit verschillende huwelijken misschien? Met een hele oude vader. De oorlog was al even voorbij en de babyboom had behoorlijk om zich heengeslagen. Was Betsy het resultaat van inhaaleffect. Nee toch? Theo raakte in druk gesprek met Charly, zo stelde de manvrouw of vrouwman zichzelf voor. Ik was er nog niet over uit. Theo ging op ontdekkingstocht, dat was wel duidelijk. Mijn nieuwsgierigheid betrof alleen maar Betsy. De machinist hield zich anoniem.

Intussen brandde de trein van voor naar achter als een fakkel. We gingen een stukje achteruit staan want het begon aardig heet te worden. De conducteur stond nu met de machinist te praten. Drie maal raden waar het gesprek over ging. Er was verder niemand meer uitgestapt.

‘Nou ontmoeten we elkaar dan eindelijk!’, brak ik het gesprek open.
‘Jahhhh …!’, antwoordde Betsy met een zwoele stem.
Ik schrok ervan. Ik kende Betsy amper, vond haar best leuk en de coup de foudre was nog niet uitgewerkt, maar dit ging wel erg snel, wat een overgave.
‘Ik heb jouw briefje met veel moeite ontvangen, of eerlijk gezegd bekeken. Een of andere idioot had er een papieren vlieger van gevouwen …!’ Terwijl ik dit vertelde aan Betsy dacht ik. Wat zal ze nu toch niet van me denken, die is gestoord. Het zelfde dacht ik van Betsy. Zij antwoordde weer met: ‘Jahhhh …!’ Daarnaast keek ze me vol verlangen aan. Ik wist me even geen raad.

‘Ik heb dat briefje geschreven, heel snel, ik wist jij bent de ware, mijn ware!’ Bronstig keek Betsy mij nu aan. De ware, ik de ware, nu al, na een kleine blik. Na een kleine petieterige coup de foudre. Dat is haast onmogelijk. Het vreemde was, dat ik precies hetzelfde gevoel had gehad. De afgelopen dagen althans. Maar nu in levende lijve leek mijn keutel heel even terug te schieten. Ik voelde nattigheid. En die moest zo snel mogelijk opgelost worden.

07-10-2015

Hemelsblauw

'De macht van de gesloten deur'. Ik lees de zin af van het grote bord bij de toegang van de Baron 1898, de nieuwste attractie van de Efteling. Ik moet er niet aan denken. Opgesloten zitten in een goudmijn en dan de deur niet open krijgen. Paniek alom. Mijn handen staan ernaar. Ze beven als een rietje. En dan de stem van het lichaam. De angstschreeuw die niet klinken wil. Opgesloten in een veeg lijf. Bevroren in ijskoud blauw. Doofstom gelijk de oren en mond van Munch.

'Waar twijfel je aan?', fluistert plots een hese stem in het donker naast mij. Ik lijk wel in gesprek met een dorre oude vrouw. Ze draagt een lantaarn die ineens oplicht. Ik ontwaar de contouren van een heks. Inclusief bezemsteel, grote grijze hoed en zwart kleed. Ze doet me denken aan een slechte leraar die ik ooit had. Een verwijfde oude geschiedenisgek die stonk naar oudheid. Bah. Nog steeds niet verdrongen.

'Nou, wat en wie houdt je tegen? Durf je de deur niet open te doen?'
Op de deur is een bord met een pijl getekend. Die wijst naar een klink. Hoe moeilijk kan het zijn. Maar nee, ik durf inderdaad niet. Stond er nu maar een tovenaar in plaats van een heks naast mij. Zij zijn te vertrouwen. Heksen niet. Ik verkeer in slecht gezelschap. Ook dat nog. Wat nu? Ik overwin mijn angst en zwaai de deur alsnog met grote huivering open. Wat bevindt zich achter de deur?

'Welkom achter de deur, u treedt nu het Grote-Vragen-labyrint binnen. Geef invulling aan de opdrachten op de muur en wellicht komt u verder?' Ik kijk afwisselend naar de ruimte achter de deur en de heks. Waar komt die stem vandaan? Op de muur zie ik drie opdrachten staan: 1) schrijf over een tatoeage 2) schrijf over een taakverdeling 3) schrijf over een openbaring. Dit zou ik nooit kunnen, ware het niet dat de heks me een paar woorden influistert, 'hou het simpel'.

De eerste is gemakkelijk. Ik draag zelf tatoeages op mijn beide armen, op mijn linkerarm een tatoeage in de vorm van een hart. Ik hou van de vrouw aan wie dat hart ooit toebehoorde. Helaas verliet ze mij al na drie weken. Zo werd mijn hart gebroken. Dat gebroken hart draag ik op mijn rechterarm. Ik hoor de heks achter mij een traantje wegpinken.

De tweede opdracht is veel moeilijker. Ik heb het niet zo op met taakverdelingen. Ze zijn vaak zo opgelegd en sterven daardoor bij mij meestal vroegtijdig een langzame dood. Dat heb ik ook met formulieren. Neem nu zo'n achterlijk Dela-rouwformulier. 'Hoe zou je het liefst willen sterven?' Ik zou na het lezen van zo'n rouwformulier alleen maar kunnen bedenken, niet invullen, en daarna het loodje laten, puur uit wraakzucht. Dat ze het lekker zelf uitzoeken. De lulhannesen. Daarmee heb ik opdracht drie ook gelijktijdig ingevuld. Openbaring genoeg dacht ik zo.

Meteen roep ik mezelf weer tot de orde. Maar waarom eigenlijk? Wat heb je nu aan verbroken beloftes? Mocht ik het formulier wel hebben ingevuld, de geschreven beloftes had ik echt niet kunnen nakomen. Noch aan familie, noch aan vrienden en kennissen. Formulieren en ik, dat zijn twee treinen die op volle snelheid op elkaar afrazen. Onheilspellend voorspellend. Het enige dat ik zou kunnen doen is onbeschaamd en onbeheerst dansen. Wild en vol passie. Zij die gaan sterven groeten u.

'Iemand gaf je bloemen, uit de hemel waaronder je geboren bent'. Ik ken de songtekst niet. Maar dat is zo'n beetje het laatste wat ik me herinneren zou. Als het mij tenminste gegund is vanuit de kist. Pas na een verhelderend gesprek in diezelfde hemel zou ik eindelijk mijn afgetrapte versleten schoenen uit kunnen doen en de sleutel inleveren. Je kunt niets vasthouden uit het oude leven. Dat gaat gewoonweg niet. De schat terugbrengen heeft ook geen zin. Welke schat? Alsof jouw schatten op de aarde gratis worden uitgedeeld. Alsof je schatten op je hemelreis had mee kunnen nemen. Die zijn jou allang ontnomen. Het vege lijf, je ziel. Dat zijn de enige schatten die op jouw laatste reis mee hadden kunnen gaan. Wat je meebracht uit de oorlog is allang verdeeld. Verdeeld onder aardse aasgieren.

'Schrijf over een cirkel en dat ie nu gesloten is!', roept de heks me ineens toe. Is dat nu weer een nieuwe opdracht, vraag ik mezelf af. Maar natuurlijk. Ik snap het. Ze heeft gelijk. Wederom. Ze bedoelt het overdrachtelijk. Ik schrijf over mijn lievelingsboek. Over Zen en de kunst van het motoronderhoud, of over Boerenpsalm? Ik kan niet kiezen. Weet nog steeds niet wie er won? Toen niet, nu niet. Daar schrijf ik dan maar over. Over wie er won. Met al mijn twijfel. Ik schrijf over een won.

De ban breekt. De cirkel sluit dan toch. Heel, heel langzaam valt de zware deur open. Niet te geloven. De macht van de deur is doorbroken. Einde machteloosheid. Wie had dat ooit durven dromen? Dat het nog ooit zou gebeuren. Mijn hart bonkt, het brandt, het staat in vuur en vlam. Ik kijk omhoog. Met tranen in de ogen. Na weken, na maanden. Nog nooit, nee nog nooit, zag de hemel, mijn lucht, zo blauw.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (oktober 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand oktober zijn:

1 de macht van de gesloten deur - 2 mijn handen staan ernaar - 3 de stem van het lichaam - 4 waar twijfel je aan? - 5 gesprek met een dorre oude vrouw - 6 een slechte leraar - 7 wie houdt je tegen? - 8 een bord met een pijl - 9 zij zijn te vertrouwen - 10 slecht gezelschap - 11 schrijf over een tatoeage - 12 schrijf over een taakverdeling - 13 schrijf over een openbaring - 14 dit zou ik nooit kunnen - 15 zo werd mijn hart gebroken - 16 hoe zou je het liefst willen sterven? - 17 wraakzucht - 18 verbroken beloftes - 19 twee treinen die op volle snelheid op elkaar afrazen - 20 onbeheerst dansen - 21 iemand gaf je bloemen - 22 de hemel waaronder je geboren bent - 23 een verhelderend gesprek - 24 versleten schoenen - 25 de sleutel inleveren - 26 je kunt niets vasthouden - 27 de schat terugbrengen - 28 wat je meebracht uit de oorlog - 29 schrijf over een cirkel - 30 mijn lievelingsboek - 31 schrijf over een won



05-10-2015

Het meisje met de blauwe pet (7)

Ik wist dat ze ergens in een van de laatste de coupés zaten. Snel rende ik door de smalle gang, het leek uitgestorven in de trein. Er zat bijna niemand in de andere treinstellen. Hier moest het toch ergens zijn. Ah, daar hingen bruine gordijntjes voor de coupé. Dit moest hem zijn.

Maar nu sloeg pas echt de twijfel toe. Alle heldhaftigheid waarmee ik de trein was binnengestormd verdween in luttele seconden. Wat ging ik Betsy en die vreemde man zeggen? Waarom had de man Betsy terug op haar stoel getrokken, de gordijnen dichtgedaan? Waarom zat er bijna niemand in de trein? Waarom was de trein gestopt? Waarom riep ik in hemelsnaam altijd zelf zoveel vragen op? Handelen, handelen, handelen. Een kleine stem tikte me tegen de oren. Handelen. Nu. Met een ruk trok ik de coupé open en wat ik zag ontroerde me.

Betsy zat op schoot van de vreemde man met haar hoofd tegen zijn schouder aangeleund. Het zag er heel close uit. De man streelde Betsy door het haar. En Betsy weende, weende zachte warme tranen. Althans zo voelde het voor mij. Koude tranen zijn veel te hard voor zo’n lieve meid. De man keek me een beetje guitig aan. Lachte hij me nu uit? Nee, toch? Ineens stak hij met een ondeugende blik een klein puntje van zijn tong naar me uit. Hier klopte toch iets niet. Hij hield nu ook op met het strelen van het haar van Betsy.

‘Hallo, ik ben Billy …’
Terwijl ik mijn hand uitstak, voelde ik hoe ongemakkelijk de situatie was waarin ik me bevond. Ik wist ook niet wie ik het eerste een hand moest geven. Ze keken me beiden aan. Eerst mezelf maar even netjes voorstellen, had ik in mijn onnozelheid bedacht. Mijn hand zwaaide wat verloren voor de neus van Betsy en de vreemde man. Ik kreeg geen hand terug. Snel liet ik hem zakken.
‘ … en wie zijn jullie?’
Ik nam me voor om maar een vraag tegelijk te stellen. De situatie vroeg erom.

‘Ik ben Theo en dit is Betsy, mijn zusje, wat is er toch gebeurd?’ De vreemde man keek me doordringend aan, maar pas nadat hij eerst het puntje van zijn tong weer naar binnen had gelepeld. ‘Weet jij waarom we stil staan? Ze is zo geschrokken mijn lieve kleine Betsy.’ Daar kwam het tongetje weer. Wat een idioot gedrag. Wat een rare man en wat een raar tafereel. Zo klein vond ik Betsy niet. Integendeel, ze bestreek bijna de hele schoot van deze Theo. Ze was niet klein van stuk en zeker niet klein van leeftijd. Ik schatte Betsy vierentwintig. Theo daarentegen was minstens zeventig. Hoe konden die twee nu broer en zus zijn?

‘Hallo Theo, hallo Betsy, … ik weet niet wat er precies gebeurd is, dat is de conducteur op dit moment aan het uitzoeken’.
Intussen vroeg ik mij af hoe ik nu zo tactisch mogelijk kon vragen waarom Theo de gordijntjes had dicht getrokken bij het aanzien van mijn blik. Los van de schrik die de twee ongetwijfeld even hadden toen de trein plots stil kwam te staan. Maar van schrik trek je toch niet zomaar de gordijnen dicht.

Betsy haalde haar hoofd los van de schouder van Theo en rekte zich wat uit. Daarna lachte ze mij een beetje schaapachtig verlegen toe. ‘Jij heet dus … Be … Be … Be … Billy!’ Haar ogen vingen de mijne … klaboem! … een lichtblauwe ontmoeting … een kleine verdrinking … snakken naar adem … een coup de foudre … daarna streek een compleet orkest neer in mijn oor … ik heb geen klassiek opleiding genoten … maar volgens mij streek een voltallig orkest neer en speelde alle klassieke deuntjes die ik kende gelijktijdig in mijn oor. Wat voelde dat bijzonder. Een fanfare van plezier en genot. Met Betsy deed het ook iets. Dat las ik in haar gezicht.

‘Ja, ik ben Billy … aangenaam!’ Ik nam de hand die Betsy mij ondeugend aanreikte meteen aan. Hij voelde zacht en warm. Het was de lekkerste hand die ik ooit had vastgepakt. Ik dacht heel even ook iets zoets te ruiken. Alsof Betsy’s hand geparfumeerd was. Dat zal toch niet? De tijd leek voorgoed stil te staan, totdat in de deuropening van de coupé een harde stem bromde. ‘Onmiddellijk de trein verlaten, we staan in brand!’ Het was de conducteur.