Shocking. Mannen komen van Venus. Het is onlangs wetenschappelijk aangetoond. En het komt niet zomaar out of the blue. Nee, zeker niet. Er is jarenlang onderzoek gedaan en nu is het dan eindelijk definitief vastgesteld. Het onderzoek ving aan op 12 juli 1969. In de flower power tijd. Toen vrouwen eindelijk vrouw mochten zijn en mannen man bleven. Dat laatste was niet zo handig achteraf, maar daarover later.
Ik ga niet uitgebreid uitleggen hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Dat is allemaal niet zo belangrijk. Het resultaat telt immers, de uitkomst. Zo werkt dat in de wetenschap. Eerst proefondervindelijk onderzoeken en daarna met vette cijfers in onmogelijke grafieken omzetten. C’est ça! Mannen komen van Venus. Wie het onderzoek gedaan heeft is dan weer wel interessant. Ik stel de deelnemers aan het onderzoek even aan u voor.
De onderzoeksleider heet Robbie Leeuwen, een voormalig dompteur uit Circus Renz, die niet toevallig gespecialiseerd was in het trainen van leeuwen. Hij was dompteur in een tijd dat een circus nog een circus mocht zijn, met wilde dieren en zo. Na jarenlange coaching raakte hij uitgekeken op zijn vak en zocht een nieuwe uitdaging. Die vond ie bij een roze olifant. Let wel, een muzikale roze olifant. Puur toeval. De olifant wilde graag beroemd worden en zocht iemand die hem op de kaart kon zetten. Robbie was in zijn studententijd DJ geweest, onder de naam DJ Robbie. Hij had altijd zijn netwerk goed onderhouden en dat kwam nu goed van pas. Zelf vond hij het ook wel leuk om beroemd te worden. Dus gingen ze samen op zoek naar een zangeres met een mooie naam en een prachtig keeltje.
Zo kwam Vera om de hoek kijken. Het derde onderzoekslid van het onderzoeksteam ‘Komen mannen van Venus’. De olifant en Vera wisten eigenlijk helemaal niet dat ze onderdeel uitmaakten van een onderzoeksteam. Maar daar had Robbie bewust voor gekozen. ‘The more they know, the less they understand’. Dat was Robbie’s favoriete adagium. En hij wilde graag dat de onderzoeksresultaten voor zichzelf zouden spreken. Dus niet van te voren vastgesteld.
“Vera, veer eens? Wat meer door je knieën ja. Dat is beter voor je stem.” De olifant toeterde op de achtergrond dat het een lieve lust was. Maar het moet gezegd. Het klonk fantastisch. Vera is toch niet zo’n mooie naam, bedacht Robbie ineens. Mariska klinkt veel mooier. Ze waren het gelukkig alle drie eens. En wat voor een naam zouden ze hun bandje nu eens geven? Dat ze zouden gaan optreden stond buiten kijf. Vooral de roze olifant had er erg veel zin in. “Het moet iets schokkends zijn”, sprak Vera … eh … Mariska. “Ja, ja … “, riep de olifant, “iets ‘out of the blue’, rock and roll!” Robbie kreeg meteen een ingeving. “Wat vinden jullie van Shocking Blue?” Beiden stemden unaniem voor.
Om een lang verhaal dan toch maar kort te maken. De rest is geschiedenis. Hun eerste nummer was meteen een wereldhit. ‘Venus’ kwam op nummer één, all over the world. Shocking Blue, de roze olifant, Vera aka Mariska en Robbie hadden het gemaakt. Ze waren beroemd.
Verder onderzoek was niet meer nodig, vond Robbie. Het was nu wel duidelijk dat mannen niet alleen van, maar ook voor Venus komen. Maar dan vooral, van en voor Mariska Venus. En Botticelli dan? Who the fuck is Botticelli? Die had uiteindelijk toch nog gelijk gekregen. Met zijn Milo. Hij wist het al lang. Alle mannen komen van Venus. Maar helaas. Alleen de cijfers tellen. Anno 7 juni 2016 zijn we daar wel achter. Waren mannen nu maar niet alleen man gebleven, dan zag de wereld er veel anders uit.
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Mannen komen van Venus.
07-06-2016
03-06-2016
Een dagje in de Zoo
Met een stevige vuist klopt Gerard op het raam van de vitrine waarin de kleine pasgeboren krokodil zenuwachtig rondjes draait. In de donkere kijkers vloeien tranen. Wat is er met de kleine aan de hand? Gerard slaat er zijn handboek nog eens op na. Maar dat geeft geen antwoord. Het boek is van de LOI en niet echt wetenschappelijk verantwoord. Eerder huis-, tuin- en keukenfilosofie. Wel een hoofdstuk over vlinders en paarden, maar geen enkel over krokodillen en wasberen. Jammer. Kleine Witje is een albinokrokodil. Zeldzaam in zijn soort. De hoofdattractie van de Zoo.
Gerard probeert nog steeds de krokodil te troosten. De mens tracht vaak het onmogelijke. Zo ook Gerard. Vrij van gedachten is hij meer een doener. Hij blijft dan ook op de raam kloppen. Met succes. Plots staat Witje stil. Er verschijnt een klein aureool boven zijn kop. Ziet Gerard dat nu goed? En God lacht. Gerard’s sproeten jeuken. Dat heeft hij altijd bij buitenaardse gewaarwordingen. Ach … vasthouden is loslaten. Het is Gerard toch maar mooi gelukt. Witje staat stil en huilt niet meer. Met een gerust hart kijken de twee elkaar aan. Totdat het noodlot toeslaat. Een donderwolk verschijnt bij heldere hemel. De bliksem slaat in. Eenmaal. Keihard. Het reptielenhuis stuitert op zijn vesten. Heel even. Het aquarium breekt in twee. Witje drijft met al het zand naar buiten. Met al zijn kracht probeert hij zich te handhaven. En jawel hoor. Het lukt. Hij landt op de grond en heft dictatoriaal zijn kleine lange bek in de lucht. Het zit in hem gebakken. Nu al. De blinkende tanden lijken Gerard uit te lachen.
Shit, shit, shit, was de Zoo zojuist begonnen met het leggen van schone lei. Dondert het hele gebouw in elkaar. Bij de pakken neerzitten heeft geen zin. Zwartkijken al helemaal niet. Veel belangrijker is om Witje eerst een nieuw thuis te geven. Misschien is er nog plek bij Lieve Lita. Nijlpaarden en krokodillen verdragen elkaar best goed. Tenzij ze honger hebben natuurlijk. Maar dat is in een dierentuin geen issue. Waar Gerard wel aan twijfelt, is aan Lita’s grootheidswaanzin. Die neemt best veel ruimte in. Is Witje daartegen wel opgewassen? Preuts is Witje in ieder geval niet. Het moet lukken.
Met een big smile aanschouwt Gerard de volgende dag de ochtendrituelen van Lita en Witje. Ze hebben elkaar gevonden. Witje brusht de harige rug van dikke Lita met zijn scherpe tandjes en Lita plet met liefde het lange lijf van Witje extra plat. Dat helpt bij camouflage en laat Witje sneller zwemmen. Witje is dolblij met zijn nieuwe maatje. De grootheidswaanzin van Lita is tanend. En dat is maar goed ook. Komt er weer wat meer plek in de Zoo en minder chaos.
Het is bijna weekend. Gerard neemt afscheid van de dieren. Zijn stage zit er alweer op. Hij heeft veel geleerd in korte tijd. Niet uit boeken, maar in de praktijk. Nog snel neemt Gerard afscheid van brulaap Michelangelo, zijn favoriete dier. In Michelangelo schuilt een ware artiest. Hij is de Domingo van de Zoo. Een nadeel heeft ie echter. Voor de beste brularia’s moet Michelangelo eerst veel eten. Hij zal Gerard nog het meeste missen. Maar geen nood. Gerard heeft voor alle dieren een gepast afscheidscadeau. Geen barbecue maar een onvervalste eetmarathon staat op het menu. Dat wordt smullen.
Aan de poort levert Gerard zijn sleutel in. Roodstaart amazone Riko luidt hem luidkeels uit. “Seks, Seks, Seks!” Gerard lacht Riko vriendelijk toe en geeft hem een aai over zijn bol. Het is wat met die wilde dieren. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een dierentuin. Gered uit Villa Casa Buch heeft Riko toch maar mooi een nieuwe stek gevonden.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. de Schrijfwedstrijd van Mei op ColumnX. Voor deze schrijfwedstrijd werd gebruik gemaakt van het principe van priming. 23 Dagen van de maand mei werd een priming woord of concept op de website plaatsen. Op dezelfde dag kon je dan aan de hand van de 'primer' een stuk schrijven en insturen. Ik heb meegedaan aan deze wedstrijd en achteraf besloten ook een stuk te schrijven waarin alle primers van de maand mei chronologisch verwerkt zitten (uitgezonderd 14 en 21 mei). Dat is dit stukje geworden. Een dagje naar de Zoo.
De primers van de maand mei waren:
Krokodillentranen (1-5), Huis-, tuin- en keukenfilosofie (2-5), Kleine Witje (3-5), De mens tracht (4-5), Vrij (5-5), en God lacht (6-5), Sproeten (7-5), Vasthouden is loslaten (8-5), Donderwolk (9-5), Dictatoriaal (10-5), Schone lei (11-5), Zwartkijken (12-5), Lieve Lita (13-5), Grootheidswaanzin (15-5), Preuts (17-5), Ochtendritueel (18-5), Vaarwel (19-5), Michelangelo (20-5), Eetmarathon (22-5), Telefoonseks (23-5)
Gerard probeert nog steeds de krokodil te troosten. De mens tracht vaak het onmogelijke. Zo ook Gerard. Vrij van gedachten is hij meer een doener. Hij blijft dan ook op de raam kloppen. Met succes. Plots staat Witje stil. Er verschijnt een klein aureool boven zijn kop. Ziet Gerard dat nu goed? En God lacht. Gerard’s sproeten jeuken. Dat heeft hij altijd bij buitenaardse gewaarwordingen. Ach … vasthouden is loslaten. Het is Gerard toch maar mooi gelukt. Witje staat stil en huilt niet meer. Met een gerust hart kijken de twee elkaar aan. Totdat het noodlot toeslaat. Een donderwolk verschijnt bij heldere hemel. De bliksem slaat in. Eenmaal. Keihard. Het reptielenhuis stuitert op zijn vesten. Heel even. Het aquarium breekt in twee. Witje drijft met al het zand naar buiten. Met al zijn kracht probeert hij zich te handhaven. En jawel hoor. Het lukt. Hij landt op de grond en heft dictatoriaal zijn kleine lange bek in de lucht. Het zit in hem gebakken. Nu al. De blinkende tanden lijken Gerard uit te lachen.
Shit, shit, shit, was de Zoo zojuist begonnen met het leggen van schone lei. Dondert het hele gebouw in elkaar. Bij de pakken neerzitten heeft geen zin. Zwartkijken al helemaal niet. Veel belangrijker is om Witje eerst een nieuw thuis te geven. Misschien is er nog plek bij Lieve Lita. Nijlpaarden en krokodillen verdragen elkaar best goed. Tenzij ze honger hebben natuurlijk. Maar dat is in een dierentuin geen issue. Waar Gerard wel aan twijfelt, is aan Lita’s grootheidswaanzin. Die neemt best veel ruimte in. Is Witje daartegen wel opgewassen? Preuts is Witje in ieder geval niet. Het moet lukken.
Met een big smile aanschouwt Gerard de volgende dag de ochtendrituelen van Lita en Witje. Ze hebben elkaar gevonden. Witje brusht de harige rug van dikke Lita met zijn scherpe tandjes en Lita plet met liefde het lange lijf van Witje extra plat. Dat helpt bij camouflage en laat Witje sneller zwemmen. Witje is dolblij met zijn nieuwe maatje. De grootheidswaanzin van Lita is tanend. En dat is maar goed ook. Komt er weer wat meer plek in de Zoo en minder chaos.
Het is bijna weekend. Gerard neemt afscheid van de dieren. Zijn stage zit er alweer op. Hij heeft veel geleerd in korte tijd. Niet uit boeken, maar in de praktijk. Nog snel neemt Gerard afscheid van brulaap Michelangelo, zijn favoriete dier. In Michelangelo schuilt een ware artiest. Hij is de Domingo van de Zoo. Een nadeel heeft ie echter. Voor de beste brularia’s moet Michelangelo eerst veel eten. Hij zal Gerard nog het meeste missen. Maar geen nood. Gerard heeft voor alle dieren een gepast afscheidscadeau. Geen barbecue maar een onvervalste eetmarathon staat op het menu. Dat wordt smullen.
Aan de poort levert Gerard zijn sleutel in. Roodstaart amazone Riko luidt hem luidkeels uit. “Seks, Seks, Seks!” Gerard lacht Riko vriendelijk toe en geeft hem een aai over zijn bol. Het is wat met die wilde dieren. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een dierentuin. Gered uit Villa Casa Buch heeft Riko toch maar mooi een nieuwe stek gevonden.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. de Schrijfwedstrijd van Mei op ColumnX. Voor deze schrijfwedstrijd werd gebruik gemaakt van het principe van priming. 23 Dagen van de maand mei werd een priming woord of concept op de website plaatsen. Op dezelfde dag kon je dan aan de hand van de 'primer' een stuk schrijven en insturen. Ik heb meegedaan aan deze wedstrijd en achteraf besloten ook een stuk te schrijven waarin alle primers van de maand mei chronologisch verwerkt zitten (uitgezonderd 14 en 21 mei). Dat is dit stukje geworden. Een dagje naar de Zoo.
De primers van de maand mei waren:
Krokodillentranen (1-5), Huis-, tuin- en keukenfilosofie (2-5), Kleine Witje (3-5), De mens tracht (4-5), Vrij (5-5), en God lacht (6-5), Sproeten (7-5), Vasthouden is loslaten (8-5), Donderwolk (9-5), Dictatoriaal (10-5), Schone lei (11-5), Zwartkijken (12-5), Lieve Lita (13-5), Grootheidswaanzin (15-5), Preuts (17-5), Ochtendritueel (18-5), Vaarwel (19-5), Michelangelo (20-5), Eetmarathon (22-5), Telefoonseks (23-5)
02-06-2016
Stilleven (13): Borduurwerk
Borduurwerken ik heb er grote bewondering voor. Altijd al gehad. Het zigeunerinnetje, het melkmeisje, het jongetje met de traan, n'importe quoi. Noeste arbeid borduurwerk. Het ligt ook in de naam opgesloten. Bord uur werk. Eigenlijk zou het bordurenwerk moeten heten, uren werken op een bord. Met een beetje visueel vermogen, is van iedere ondergrond een bord te maken, beeldend beeldig werk. Grote kunst. Uren en uren bezig zijn met het vullen en rijgen van puntjes, lijntjes en vlakjes. Geduld op de proef gesteld. Behalve bij mensen die alle tijd hebben. Hoewel? Zelfs tijd biedt geen garantie voor geduld. Je kunt ook heel lang ongeduldig zijn. Dan is borduurwerk niet aan je besteed. Het is ook heel aards, borduren. Ik heb nog nooit zwevende borduurders gezien. Zelfs niet als deze de draad lang doorhalen. Meestal gebeurt het borduren zittend. Borduurders maken veel zituren, geen vlieguren, want dan gaat het mis.
Goede ogen, dunne vingers, geduld, zit- en uithoudingsvermogen, vasthoudendheid, doorzettingsvermogen, vlijt, het zijn lichaamsdelen en competenties waarover succesvolle borduurders moeten bezitten. Succesvol? Ja, succesvol, zeker indien er prestaties verwacht worden. In de meeste gevallen is dat zo. ‘Ik borduur nog tot vanavond en dan ga ik naar bed’, of ‘Ik borduur het blauw nog af’, zijn veel gebezigde termen die tijdens borduursessies te horen zijn. Het is en blijft een ambacht dat vasthoudendheid en doorzettingsvermogen vraagt. Maar om het naar kunst te tillen, dat is een heel ander verhaal. Borduurkunst. De kunst zit hem in de omdraaiing, beter gezegd omkering. Letterlijk en figuurlijk. Ook al zo Zen, aarden en omkeren. Het vraagt veel van een borduurder. Het resultaat mag er uiteindelijk zijn. Zodra een borduursel zijn voltooiing vindt, de punten, lijnen en vakken op de juiste manier zijn ingekleurd, het ‘schilderij’ af is, alle stukjes van de puzzel in elkaar vallen, dan keert de rust terug in het lijf van de borduurder. Hij of zij komt dan in een kleine extase, te zien aan een brede glimlach rond de mond. Eindelijk mag de kurk van de fles. Lijstje eromheen of de vorm vullen met veertjes of dons, het lijstje inpakken in kleurrijk cadeaupapier, of ophangen aan de muur, of de vorm neerleggen op de bank of in de stoel. Grote voldoening sowieso.
En deze gave, die zo ogenschijnlijk eenvoudig nietig overkomt en resulteert in kleurrijke landschappen, stillevens, voorstellingen, portretten, die mag, die moet gezien worden. En niet alleen in de huiskamer. Het ambacht schreeuwt om erkenning en exposure. De exponenten van deze vorm van kunst mogen niet alleen maar toebedeeld en voorbehouden zijn aan familie, vrienden en vage kennissen. Niet verstopt op toiletten, slaapkamers en zolders, verdwijnen in containers, verpieteren bij kringloopwinkels. Nee, deze vorm van kunst die moet getoond aan iedereen, shinen aan museummuren, erkenning krijgen. Niets mooiers dan bloed, zweet en tranen, gevlochten met een draad. Alle draden tezamen vertellen verhalen, roddels over voor- en tegenspoed, over geluk, pijn, eenzaamheid en verdriet. De tijd van alle tijden geregen op een bord. Wat wil een mens nog meer?
Het zoeken kan beginnen.
‘Ja, doe die ook maar. Wat? Nee, doe ze maar allemaal. Inpakken? Hoeft niet. Doei!’
Tien jaar later heeft hij drie loodsen vol. Zijn werk kan beginnen. De grond ligt bezaaid met doek. Meer dan duizend werken. Gesorteerd op dradig alfabet, maakt hij keuzes in klank en kleur. De juiste toets de juiste toon het juiste palet. Alles komt bij elkaar. Van blijdschap rolt hij door zijn atelier. Hier gaat het om.
‘Draai ze nu eens allemaal om. Wauw, die abstractie, de vervaging, de expressie die impressie kust, de orde versus wanorde, geniaal. Kijk de stukken gaan allemaal iets met elkaar aan. De variaties op een thema. De aanpak. De discipline. Ieder borduursel vertelt zijn eigen verhaal. Aan de achterkant, geweldig! Niets meer aan doen. De achterkant van het gelijk! Jeder ist ein Künstler. De show kan beginnen.
Geschreven naar aanleiding van de Embroidery Show van Rob Scholte in Museum de Fundatie
Klik hier voor een link naar mijn blog op de website www.robscholtemuseum.nl.
Goede ogen, dunne vingers, geduld, zit- en uithoudingsvermogen, vasthoudendheid, doorzettingsvermogen, vlijt, het zijn lichaamsdelen en competenties waarover succesvolle borduurders moeten bezitten. Succesvol? Ja, succesvol, zeker indien er prestaties verwacht worden. In de meeste gevallen is dat zo. ‘Ik borduur nog tot vanavond en dan ga ik naar bed’, of ‘Ik borduur het blauw nog af’, zijn veel gebezigde termen die tijdens borduursessies te horen zijn. Het is en blijft een ambacht dat vasthoudendheid en doorzettingsvermogen vraagt. Maar om het naar kunst te tillen, dat is een heel ander verhaal. Borduurkunst. De kunst zit hem in de omdraaiing, beter gezegd omkering. Letterlijk en figuurlijk. Ook al zo Zen, aarden en omkeren. Het vraagt veel van een borduurder. Het resultaat mag er uiteindelijk zijn. Zodra een borduursel zijn voltooiing vindt, de punten, lijnen en vakken op de juiste manier zijn ingekleurd, het ‘schilderij’ af is, alle stukjes van de puzzel in elkaar vallen, dan keert de rust terug in het lijf van de borduurder. Hij of zij komt dan in een kleine extase, te zien aan een brede glimlach rond de mond. Eindelijk mag de kurk van de fles. Lijstje eromheen of de vorm vullen met veertjes of dons, het lijstje inpakken in kleurrijk cadeaupapier, of ophangen aan de muur, of de vorm neerleggen op de bank of in de stoel. Grote voldoening sowieso.
En deze gave, die zo ogenschijnlijk eenvoudig nietig overkomt en resulteert in kleurrijke landschappen, stillevens, voorstellingen, portretten, die mag, die moet gezien worden. En niet alleen in de huiskamer. Het ambacht schreeuwt om erkenning en exposure. De exponenten van deze vorm van kunst mogen niet alleen maar toebedeeld en voorbehouden zijn aan familie, vrienden en vage kennissen. Niet verstopt op toiletten, slaapkamers en zolders, verdwijnen in containers, verpieteren bij kringloopwinkels. Nee, deze vorm van kunst die moet getoond aan iedereen, shinen aan museummuren, erkenning krijgen. Niets mooiers dan bloed, zweet en tranen, gevlochten met een draad. Alle draden tezamen vertellen verhalen, roddels over voor- en tegenspoed, over geluk, pijn, eenzaamheid en verdriet. De tijd van alle tijden geregen op een bord. Wat wil een mens nog meer?
Het zoeken kan beginnen.
‘Ja, doe die ook maar. Wat? Nee, doe ze maar allemaal. Inpakken? Hoeft niet. Doei!’
Tien jaar later heeft hij drie loodsen vol. Zijn werk kan beginnen. De grond ligt bezaaid met doek. Meer dan duizend werken. Gesorteerd op dradig alfabet, maakt hij keuzes in klank en kleur. De juiste toets de juiste toon het juiste palet. Alles komt bij elkaar. Van blijdschap rolt hij door zijn atelier. Hier gaat het om.
‘Draai ze nu eens allemaal om. Wauw, die abstractie, de vervaging, de expressie die impressie kust, de orde versus wanorde, geniaal. Kijk de stukken gaan allemaal iets met elkaar aan. De variaties op een thema. De aanpak. De discipline. Ieder borduursel vertelt zijn eigen verhaal. Aan de achterkant, geweldig! Niets meer aan doen. De achterkant van het gelijk! Jeder ist ein Künstler. De show kan beginnen.
Geschreven naar aanleiding van de Embroidery Show van Rob Scholte in Museum de Fundatie
Klik hier voor een link naar mijn blog op de website www.robscholtemuseum.nl.
Abonneren op:
Posts (Atom)