20-06-2017

Het reisavontuur van Hans de wandelende tak

Hoor- en kijkspel in de vorm van een sprookje / verhaal zonder moraal, prins(es) of heks. Kan ook als voorleesverhaal dienen. Geschikt voor alle leeftijden. Bij voorkeur voordragen met twee personen.

Opmerking vooraf: Hans de wandelende tak heeft een spraakgebrek. Hij kan de H niet uitspreken.

Hans gaat mee op vakantie.

Wiebelend op de achterbank richting de wijde wereld.

Plots krijgt hij jeuk aan een van zijn poten, maar hij kan er niet bij.

"Elp, elp", roept Hans, "wie kan mij elpen?"

Voor in de auto klinkt gestommel en Giraf draait zijn nek om.

"Geen paniek Hans, ik heb een hele lange tong."

"Ik eet niet Ans, ik eet Ans!" roept Hans richting Giraf.

"Maar ik heb ook helemaal geen homger gekke Hans", lacht Giraf.

"Eb jij geen onger? Oe kan dat nou! Eb jij al een oop gegeten? Ik eb nog steeds jeuk!"

"Oké, als je nu even je poten over de stoelleuning gooit, lik ik met mijn lange blauwe tong de kriebel wel weg."

"Komt ie!"

"Oeps ... je bent korter dan ik dacht!" zegt de Giraf van schrik.

"Mrpffff ... allo ... mrmpffff ... allo ... ik zit vast in je lange nek. Wat is dat nu? Tis donker iero! Elp!"

"Ojé, kriebel in mijn keel!" roept Giraf. "Euche ... Eeeuuucchhee ... Euchhh!"

Hans plopt uit de keel van Giraf.

"Ee, ee, Giraf, de jeuk aan mijn poten is weg! Et is gelukt!"

"Nou zeg Hans. En ik heb geen kriebel meer in mijn keel. Hoera!"

"Oera!"

Geschreven samen met Ruud Meulendijks (leesconsulent Bibliotheek Helmond-Peel) op maandagmiddag 19 juni 2017 tijdens een workshop van Tania Heimans (stadsschrijver Helmond in 2016), tijdens een Bedankavond voor alle vrijwilligers van de VoorleesExpress Helmond (onderdeel van Stichting LEVgroep, organisatie voor brede welzijnszorg in Helmond en de Peelregio).




17-06-2017

Dichtwerk voor een optionele debutantenbundel

Laken en deken

Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg

Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou

Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in

Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk

Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon


Beladen ballades

De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.

Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.

Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.

Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.


Bellen blazen

Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.

Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.


Duinenrijen

Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.

Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.

Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.


Hamer en beitel

Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen

Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk

Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest

Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede

Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen

Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar


Mien

Helmond, 9 juni 2017

01-06-2017

Roze Tom

Okker, Okker, okkernoten
Cooper, Cooper, minicooper

Tube, tube, lekke tube
Tuba, tuba, hoempapa

Flits, flats, keihard omlaag
Zwets, zweet, lamgzaam omhoog

Giro giraal
Finish aan de haal

Nog vijf, tien, vijfiten meter te gaan tot aan de streep.
Blijf nou toch eens liggen verrekte meet.

Honger, honger, nok nok
Zonnestralen in de nek

Klop, klop, who's there
Hallu voor de ogen

Fietsval
Sta op!

Ze komen eraan
Va bene, va bene

Trek aan het stuur
Krom de rug

Gaan met die benen
Ar rief ie dertie

Uit het zadel nu
Roze glimt de bilnaad

Vanuit de tenen een kreun
Bloed spat uit de ogen

Tong hangt uit Tom
Tom, Tom, Tòòòmmmmm

Niet bijten, niet bijten
Stouwen

Dwars door de streep
Wees gegroet hoog in de lucht

Losse handen
Hart loopt over

Nooit meer alleen
Lang leve de zege

Tom van de Molen
Wiekt meisjes van het podium

Een lange arm omvat de beker
Champagne van Joke bruist

Roze, alles is roze
Roze Tom

Geschreven onder alias Dichtman op Schrijversweb (23-05-2017)