120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Kabinetjes (01-11-2015) (Themawoord: Kabinet)
Het is steenkoud. We nemen het buitenschip. Zelfs de kaarsen aan de wand bibberen van de kou; als ik de vlammen moet geloven. Ze dansen in oranje blauw, waarbij het oranje het blauw omvat.
De zondagse kleren zitten niet lekker. Een korte broek dat kan nog net, zo laat mijn vader mij geloven. Ik stop mijn hemd wat dieper in de broek en knoop het jasje stevig dicht. De kleine stropdas geeft ook geen warmte. De sokken hoog optrekken, dat kan nog helpen.
Maar ik krijg de tijd niet. Zodra ik buk, trekt mijn vader me omhoog. De man aan het kruis kijkt me vol medelijden aan. Links uit een van de vreemde kabinetjes klinkt gekreun. “Doorlopen!”, roept vader verschrikt.
Mijn hond heet Hans (04-11-2015) (Themawoord: Tocht)
Hans krabt zijn rug. Er springen wat kleine beestjes weg. Haast onzichtbaar. Het stemt Hans in ieder geval diep tevreden, want hij draait zich nog eens gemoedelijk om. Met een luide piepende geeuw.
De kachel brandt in huis. Het warme vuur maakt slaperig. Al snel valt Hans in een diepe coma. Hij ligt nu op zijn zij met de kin op de grond. Zijn dikke lippen hangen languit op de vloer en blubberen bij iedere ademstoot zachtjes op en neer. Het is een vertrouwd gezicht.
Buiten begint het zachtjes te waaien. Als dat maar goed gaat. Het zacht gewaai gaat al snel over in sterke wind. De wind wordt storm. Hans springt op. Blind van woede, over de plotse tocht.
Sliske (10-11-2015) (Themawoord: Zeep)
De man sliste hevig. Zo hevig dat de omstanders altijd onnoemelijk moesten lachen. Zijn spraak ging nogal gepaard met flinke consumptie. De omstanders stonden altijd op ruime afstand om hem heen geparkeerd. Dan konden ze tenminste dubbel lachen. Het as erkelijk aar een komisch gezicht.
De man had ook nog eens een prachtig beroep. Koerier van een koets in Amsterdam. Bij de opstaphalte as het altijd druk. Met name Amsterdammers vonden er vertier. Zij moesten bij voorbaat al lachen nog voordat de Japanners en andere maffe toeristen in de koets van Sliske stapten. Sliske, zo hadden ze hem genoemd.
Soms volgden ze Sliske bij de eerste meters. Het meest amusant was natuurlijk wanneer Sliske de zeep er flink over gooide.
Zeepsmoel (14-11-2015) (Themawoord: Zeep)
Ik glij uit
Over bloed
Gemorst
Uit een lichaam
Een zeperd
Languit op mijn kont
Land ik
Op grond
Tussen lijken
Over lijken
Gevloerd
Ongepast
Ik geloof
Zegt de gek
Niet met opzet
Maar in waanzin
Kortsluiting
In een hoofd
Vijftien jaar oud
Gerekruteerd
Voor een goede zaak
Op leven en dood
Voor een betere wereld
In de hemel
Wie maakt wie wat wijs?
Hoe democratisch is geloven?
Wie spreekt recht?
En wie krom?
Vloeken en tieren
Met bommen en granaten?
Kortgelont
Met kalashnikov
Gordels van verknipte jeugd
Gebrainwashed in nood en deugd
Woestijngloed
Struikelen in eigen bloed
Geloof dat neem je niet af
Diep van binnen
Niet van buiten
Hartdruk
Ook jij niet zeepsmoel
In mijn stad van liefde.
Zwerven (15-11-2015) (Themawoord: Zeep)
Zweet, zweet van zeep. Zoekt zwoel zalige zult. Zwoegend door zware zeurderige regen van zwavel. Zittend in een zijspan van zeem, zwalkt de zwerver zout en zwijgzaam door zijn zwevend bestaan. Als een zouaaf die zweert bij oorlog zingt hij over zoete zever. Zotheid is hem naar het hoofd gestegen.
Zwak zwijkt hij uit. Voor zevenenzestig zwanen die zwetsen uit hun nek. Zie hoe zorgzaam zij zuchten bij zijdezachte zuidenwind. Zaniken en zeuren is zo jaren zeventig. Zwerven, zweven, het is een kunst. Zwart en zuur zeulen door een zee van ego onder een zinderende zon. Zuigen, zogen, zagen. Zebrapaden.
Zoeloes huilen over de lange weg die zij moeten gaan. Zwabberen wanhopig in vloeibare zerken. Langzaam, een zware dood tegemoet.
Peperspree (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Nee, dat mag niet.
Nee, niet aankomen.
Ik kruip op mijn knietjes door de kamer.
Mij krijgt ze niet klein.
Wat heb ik nu gezegd?
Niet aankomen.
Ik trek me langzaam omhoog aan de tafelpoot.
Mijn knuistjes omklemmen het tafelblad.
Wel verdorie, wat heb ik nu gezegd.
Afblijven.
Ik waag een nieuwe poging.
Het gaat me steeds makkelijker af.
En nu is het afgelopen.
De kamer uit.
Nog een keer proberen.
Het witte tafelkleed schuift langzaam van de tafel.
Mama is even spoorloos.
Ik tril op mijn kleine beentjes.
Het potje komt steeds dichterbij.
Tafelkleed en potje glijjden over mij heen.
Ik hoor een krijsend geluid.
Een mamasirene slaat op tilt.
‘Hyperintelligente terrorpeuter komt om door peperspree!’
Kopt de Telegraaf.
Voorstelling (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Stel dat ik mocht kiezen, welk stel ik mocht zijn? Welk stel zou ik dan verkiezen? En wie van het stel zou ik dan het liefste willen zijn? Mocht het stel uit twee bestaan uiteraard. Ik ken legio voorbeelden. En ja, ik ga ze allemaal noemen. Ernie of Bert? De dikke of de dunne? Tarzan of Jane? Ken of Barbie? Spik of span? Goed of kwaad? Vuur of water? Wind of regen? Vraag of antwoord? Stel of sprong? Bank of stoel? Ja of nee? Stellig of vol twijfel? Ik weet het even niet meer. Citroen of sinaasappel? Zuur of zoet? Woorden zijn bijna op. Zo ook mijn overwegingen. De kapper is klaar. Kort geknipt hou ik het zout en peper.
Piet Chili (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Piet Chili had maar een droom. Piet worden in het grote Pietencircus van Valencia. Maar daarvoor moest ie eerst auditie doen bij de circusdirectrice, een vrouw met een grote witte baard.
Piet had echter een groot probleem. Hij stonk verschrikkelijk. Daar kon hij niets aan doen. Als klein kereltje was hij vroeger in een grote ketel hete pepersoep gevallen. De geur was sindsdien aan hem blijven kleven.
Aan stinkende Pieten had de circusdirectrice een broertje dood. Maar Piet zou haar overtuigen met een geweldig idee. Mits ze zouden trouwen. Hij wist dat de directrice van kindjes en feesten hield. Zijn idee was het organiseren van een jaarlijks terugkerend kinderfeest.
Snel schreef hij een sollicitatiebrief.
‘Geachte Dolores con Carne, bij deze’
Peperpersoon (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
Peperpersoon wie kent het niet? Wacht ik koppel hem meteen aan gepeperd. De rekening dan. Los uit de pols wordt het voor je voeten geworpen. Nu ja, los uit de pols? Schijn bedriegt. Er is natuurlijk goed over nagedacht. Over de prijs per persoon. Dat levert namelijk veel meer op dan prijs per twee of per groep. Prijs per woning. Prijs per chalet. Het is weer bijna wintersport. Hoewel dat laatste niet echt er toe doet. De gemiddelde bemiddelde wintersporter kijkt niet zo nauw. Bij chalet begint hij of zij sowieso vrijwel onmiddellijk te jodelen. Je gaat toch niet vanuit een flatje snowboarden? Niet te verwarren met waterboarden. Je zou haast stikken van de prijzen die ze vragen, per persoon.
Reetpeper (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
Heel even raakte de schrijver in de war. Een themawoord als peper vroeg om een zorgvuldige benadering. Vrije associatie was uit den boze. Het moest ergens over gaan. En voordat het ergens over ging, moest er eerst nagedacht worden.
Reetkever en reetveter waren de eerste woorden die de schrijver te binnen schoten. Hij parkeerde ze op een blocnote. Reetkevers had hij onlangs nog op bezoek gehad. Daar zou zijn verhaaltje over kunnen gaan. Maar reetveter bood natuurlijk veel meer mogelijkheden.
Voodat hij er over schreef wilde hij het eerst ervaren. Zo’n reetveter. Zonder ervaring bleven gedachten maar loos.
Daar zat hij dus achter zijn laptop. Met zijn billen bloot. Nou ja, bloot. Gescheiden door wat reetpeper. Inventief ineengevouwen A4tjes. Pijnlijk.
Poederbrief (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
De gepeperde rekening moest nog verstuurd worden. Blauw zou hij zich betalen. Dat was zo goed als zeker. Veel te veel uren had hij gemaakt. Niet geschreven wel gemaakt. Zou hij ze alsnog opvoeren? De uren? Met Max Verstappen speed? Of gewoon met witte peper? Ja, dat was een goed plan. Hij zou de rekening versturen met wat witte peper. Wat zou de aannemer schrikken? De verbouwing was toch wel erg duur geweest. De kosten moest hij toch wel opvoeren. Als aangever kon hij niet anders. De aannemer van de brief zou zich een hoedje schrikken. Slecht voor de bloedvaten. Maar dat is het lot van de aannemer van de brief. Als aangever had hij er niets mee te maken.
Bram (17-11-2015)
Bram zit in de bus. Hij is oud. Heel oud. Hij mijmert wat voor zich uit. De rode jurk zit niet naar zijn wens. Hij kreukt en kriebelt. Dat komt door de goedkope stof. Hij heeft de jurk nog niet zo lang aan. Een boldotcomjongetje had hem vanochtend aan zijn deur afgegeven.
Bij de jurk zat ook een mijter. Wat moest ie daar nu mee? Bram geloofde al lang niet meer in Sinterklaas. Dat was de enige persoon waaraan Bram kon denken, in relatie tot de mijter. Hij moest er toch iets mee. Nietwaar?
Bram arriveert bijna op zijn bestemming. Rotterdam CS. Daar zou hij Nel ontmoeten. Tot voorheen Nelus. Ook wel koperen Nelus genoemd. Ook uit de kast gekomen.
Maaltijd (17-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
Waar was je?
Gewoon even weg.
Waar naar toe?
Naar het bos.
Wat te doen?
Gewoon het gebruikelijke.
Houdt het op?
Ik hoop ooit.
Maar vandaag niet.
Nee, vandaag niet.
Vervelend dat malen.
Vind ik ook.
Tijd is wreed.
Ik weet het.
Vreet je weg.
Slurpt je op.
Verdwijnt in zwart.
En herhaalt zich.
Ja, telkens weer.
Tijd slaat dood.
Wat te doen?
Ophouden met malen.
Is geen optie.
Dacht het wel.
Het lukt niet.
Je moet volhouden.
Ik geef op.
Is geen optie.
Vader tijd komt.
Maar altijd ongelegen.
Morgen maar weer?
Denk het niet.
Oh, waarom niet?
Maaltijd is voorbij.
Voor jou misschien.
Voor jou ook.
Snap ik niet.
Is jouw punt.
Maal ik van.
Dat bedoel ik.
Geen zin in sommen (18-11-2015)
Inderdaad. Ik heb er even geen trek in om een som op te lossen. Dan kom ik maar niet binnen. Krijg ik geen toegang. Als we voor de gein nu eens alle robotten zouden verzamelen, optellen, vermenigvuldigen en daarna aftrekken of delen. Ja, vierendelen. Zoals ze dat in de Middeleeuwen deden. Of gif laten drinken uit een heilige beker. Gif van een naakte python. Dat zou ze leren, die stomme robotten. Dan hoefde ik ook geen domme getallen meer op te tellen. Gelukkig kan ik wel gratis bijdragen. Stukjes, geen reacties. Dat is dan weer vreemd. Reacties wegen blijkbaar zwaarder. Graag draag ik bij, vrij toegankelijk, zonder reageren. Het internet is toch eigenlijk een grote kleuterschool. Goed gedrag wordt beloond.
Dialoog vertaald in maaltijd (18-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“U kunt beginnen met uw verdediging, uw maaltijd gaat nu in.”
“Mijne heren, ik ga u bewijzen dat deze dialoog werkt en tevens een gat in de markt is.”
“Oh, hoe wilt u dat dan bewijzen?”
“Proefondervindelijk. Mag ik u allen vragen uw baretten hier voor mij op tafel te leggen.”
“U houdt ons voor de gek?”
“Echt niet, kijk, ik giet nu de dialoog over uw baretten, en zie wat er gebeurt.”
“Maar dat is onmogelijk, dat bestaat niet!”
“Wat bestaat niet? Dat er plots gedachtegangen uit uw baretten omhoog stijgen in klare taal?”
“Warempel u heeft gelijk. En ze zijn nog goed te volgen ook, woordelijk!”
“Het beste komt nog. Mijn dialoog kost slechts drie euro per fles.”
Sergeant Peper (19-11-2015) (Themawoord: Peper)
Hij diende in het leger van de prins. Sergeant Peper. Hij was zeer getalenteerd op meerdere vlakken en overal inzetbaar. Het meeste hield hij van gele vlakken. De blauwe vlakken ontweek ie altijd. Hij vond ze veel te nat.
Het liefste bewoog Sergeant Peper door het midden. Links en rechts vond hij veel te moeilijk. Op de flanken aanvallen vond hij te omslachtig. Vanuit het midden had hij meer overzicht. Ook al stond de vijand met zijn rug naar hem toegekeerd, hij schatte meestal goed in wie hij voor zich had.
Aan bommen had Sergant Peper een bloedje hekel. Die stemden hem mineur. Ze sloegen altijd keihard in, in zijn eenzaam hart. Vierenzestig jaar is ie geworden. Sergeant Peper. RIP.
Piekeren (21-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“Waarom piekert u zoveel?”
“Hoezo, het is alweer bijna Kerstmis.”
“Kerstmis? Het moet nog eerst Sinterklaas worden.”
“Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met piekeren.”
“Piekeren met Kerstmis en Sinterklaas?”
“Ja, kijk, ik speel altijd een dubbelrol in december. Ik tranformeer afwisselend in Sinterklaas en Kerstman.”
“Ik begrijp het, dat past prima bij uw gespletenheid, met Pasen bent u zeker ook Paashaas?”
“Ha, ha, nu probeert u mij in de maling te nemen zeker.”
“Nee hoor. In deze kostbare maaltijd die ik kosteloos aan u besteedt, omdat u van betekenis bent voor veel kinderen wereldwijd, neem ik uw gepieker als psychiater bloedserieus.”
“Fijn, zal ik Sinterklaas dan een piek cadeau doen of een nieuw paaseimandje?”
“Helaas, u tijd is voorbij.”
Mentha piperita (22-11-2015) (Themawoord: Peper)
Het heeft niets te maken met Pipo de Clown en ook niet met Rita Corita. Als je er te veel van binnen krijgt tast het niet de gezondheid aan. Hoewel daar ook grenzen aan zijn. Het is ook geen enge ziekte, maar dan nog, je wenst het niemand toe. Krijg de mentha piperita is eigenlijk best wel aangenaam. Het kan een verfrissende werking hebben. De mentha piperita werkt uiterst rustgevend. Bij veel stress is het raadzaam om even in een park een bankje te zoeken en dan de omgeving in je op te nemen. Adem in en adem uit. Neem dan een mentha piperita en alles komt goed. Je kunt ook een rang of mars nemen. Een pepermuntje werkt beter.
Dambordvlieg (23-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Hij veegt zijn handjes zachtjes over elkaar en wrijft af en toe ook even door zijn haar. Daarbij glijden de handjes ook heel even over de oogjes. Voldaan van de maaltijd laat hij een miniboertje. Haast onhoorbaar.
De zon schijnt lekker. Een mager laat herfstzonnetje. De afbraak in de natuur is begonnen. Bladeren nestelen zich rondom plantenstronken en houden de bodem lekker warm. Niemand klaagt nog over vorst en kou. Het zal niet lang meer duren. Gelukkig maar.
Zijn eeuwige honger is niet te stillen. Hij heeft zojuist nog gegeten, zijn buikje rond. Alles netjes afgekluifd. Een waar feestmaal. Hij heeft niet veel meer overgelaten. De rest is voor de pieren, de echte aaseters der natuur. Hijzelf zuigt liever poep.
Beeseters (24-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Aaseters hebben altijd honger. Ze zijn zo vraatzuchtig dat ik besloten heb om ze vanaf de volgende zin weg te laten uit mijn stukje. Hun bemoeizucht ben ik zo beu. Zeer ergerlijk zijn ze. Met de neus voorop verschijnen zij veelvuldig voor in de rij.
Beeseters zijn veel leuker. Niet zo hebberig. Ze kennen hun plek in het schrift. Bescheiden stellen zij zich op. Niet voor niets zijn het medeklinkers. Klinkers willen klinken gelijk een klok, vervelend en luidruchtig.
Nee, op medeklinkers kun je bouwen. Op de Bees, de Cees, de Dees, enzovoort. Complete letterbedjes kun je er mee spreiden. Klinkers zijn niet per se nodig voor een goede column. Beeseters hebben zelden honger. Ze zijn zelf om op te vreten.
Geloven (24-11-2015)
Geloof een ongemeen goed.
Voor wie er in gelooft smaakt het zoet.
De een gelooft heilig in kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.
Geloof in eigen kunnen, ook zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.
In niets, ook daarin kun je geloven.
Diep vanuit de grond, in Zen, of helemaal van boven.
Of geloven in het tegenovergestelde.
Mogelijk de opvoeding die ergens knelde.
Geloof dat is voor dommen, die met een laag IQ?
Die liever zweven, dan aarden in het nu?
Geloven in mystiek en fantasie.
In decembermaanden gaan er flink wat door de knie.
Geloof in mensen, dieren, planten, dingen, dat volstaat.
Eenvoudig en in liefde blijven voeden, met woord en daad.
Achtenveertigen (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
De wekelijkse kaartavond van kaartclub Slinger en Rik werd op zondagavond vreselijk verstoord. De vaste koppeltjes die al drie maanden streden om de Gompiebokaal waren compleet verbolgen. Dit kon niet waar zijn. Iemand verziekte het spel. En dat nota bene op de slotavond.
Wie o wie had het in zijn hoofd gehaald om alle azen te stelen? De harten, de schoppen, de klaveren en de schoppen. Welke ongelofelijke stoethaspel maakte het klaar om deze mooiste avond van het seizoen voor iedereen te bederven?
Een asociale aaseter of een ergerlijk jokertje? De ogen stonden strak en iedereen leek voor even verdacht. Totdat de wedstrijdleider kwam met een lumineus idee. De azen doen vanavond gewoon niet mee. We rikken met z’n achtenveertigen.
Categorische perceptie (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
‘Allofoon, allofoon’. Er is niemand op zoek naar zijn telefoon. Nee, hier is sprake van een vreemd fenomeen. Een Nederlands-Franse taalverwarring van bijzondere categorische perceptie, waarbij spraakklanken niet als uniek akoestisch signaal worden waargenomen, maar door de hersenen opgeslagen in aparte categorieën. Welkom in de wondere wereld van de fonologie, een duur woord voor klanktaalwetenschap.
Het vraagt eventjes oplettendheid bij de lezer. Dat is ook het geval bij het woord ‘Aaseter’. Spreekt u het maar eens hardop uit: AASETER. En doe het nu ook eens met ACHETER. Er is onmiddellijk sprake van een allofoon (variant van foneem). Wat moet u er nu mee? U voelt zich misschien verkocht, omgekocht, afgekocht. Mogelijk zelfs gecorrumpeerd. En dat nog wel door een aaseter.
Maaltijd in de sauna (25-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“Hallo.”
“Best heet hier!”
“Lekker warm noem ik het.”
“Dan kunt u er beter tegen.”
“Dat is een kwestie van gewenning.”
“Voor mij went het nooit.”
“Waarom doet u het dan?”
“Ik heb een bon gekregen.”
“Van Social Deal zeker.”
“Nou nee, van mijn vriendin.”
“Bent u voor de eerste keer hier?”
“Ja, dit is mijn vuurdoop.”
“Eerst een voetenbad genomen?”
“Een voetenbad?”
“Ja, om op temperatuur te komen.”
“Is daar dan een apart voetenbad voor?”
“Ja, niet gezien bij binnenkomst?”
“Nee.”
“Handleiding ook niet gelezen?”
“Handleiding voor mijn voeten?”
“Ja, en de rest.”
“Weet u misschien de tijd?”
“Daar hangt een klok.”
“Waar?”
“Daar!”
“Maar dat is een zandloper.”
“Klopt, die maalt de tijd.”
“Maar geen etmaaltijd!”
“Nee, helaas.”
Isla Mosquera (26-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Verontrustende geluiden vanuit Isla Mosquera. UNESCO heeft ontdekt dat er een virus heerst onder de aaseters op dit kleine Galapagoseiland. Alle aaseters zijn zwaar neusverkouden. Ze ruiken de lijkengeur van kadavers niet meer. Na een aantal dagen worden ze ook nog eens blind door hevig ontstoken bijholten. Een vervelende complicatie die uiteindelijk leidt tot honger en dood. De natuur is wreed. Darwin maakte het al eerder mee, in september 1835 om precies te zijn. Ik lees even voor uit zijn schrift. ‘Ik ruimde samen met mijn crew de hele dag vele aaseters. Van klein naar groot: mieren, kevers, vliegen, wespen, wormen, garnalen, krabben, ratten, raven, gieren, schildpadden, vossen, jakhalzen, hyena’s en varanen. Hopelijk vinden ze de dood in het hiernamaals.’
Kaas eten (27-11-2015) (Themawoord: Kaas eten)
Er was eens een muis. Hij heette Piet. Zijn favoriete kostje was kaas. Het liefst at Piet eerst de kaas van de kaas. Bij voorkeur knaagde hij dan de lange linkerzijde van de kaas van boven naar beneden af. Daarna viel altijd het resterende stukje van de kaas, een kleine v, naar beneden op zijn kant.
Vervolgens knabbelde Piet eerst het schuine opstaande stukje op en daarna het liggende. Wat dan overbleef was aas. Vanaf dat moment transformeerde Piet van kaaseter in aaseter.
Omdat Piet best gulzig was vrat hij meteen verder aan de aas. De eerste a lukte altijd. De tweede nooit. Hij zat dan vol. Piet was een onvervalste kaas- en aaseter. As eten ging hem te ver.
Open haard (29-11-2015)
Mijn haard is niet open. Het is een gesloten huis. Een huis van metaal. Gietijzer om precies te zijn. Van staal was misschien mooier geweest. Cortenstaal. Het vuur doet het in ieder geval goed. Een open vuur in een gesloten systeem. Het nodigt uit. Hoe dan ook. De vlammen worden gevoed door zuurstof. Zij komen haast nooit in ademnood.
Vlammen die hyperventileren, ik moet er niet aan denken. Soms slaat het vuur op hol. Dan houd ik het niet bij. Het danst dan in de schoorsteen. Een zorgwekkend schouwspel dat kort duurt. Het is wachten op sirenes. Geen mythologisch mooie vrouwen. Nee, op Bob de Bouwers met rode mantels en een lange ladder. Mijn gesloten haard verwordt tot open huis.
Beelddenken in denkbeelden (30-11-2015) (Themawoord: Beeld)
Met ferme handen boetseert René D, de grote denkbeelder, zijn woorden in klei. Hij denkt, dus hij beeldt. Dat doet ie letter voor letter. Hij boetseert eerst een mooie b, draait deze vervolgens achterstevoren naar d. Kantelt hem in spiegelbeeld naar p. De stok omlaag. Tot slot nog een draai naar rechts en voilà, daar is de q.
Denkbeeldig verzint hij een mooie titel voor het beeld. Bedepeku. Nu nog even afgieten in brons. Nee in goud. Opdracht geslaagd. De beelddenker kan weer verder met zijn volgende opdracht. Een boombeeld. Maar hij is niet zo in de mood voor boom. Hij houdt het liever bij Bedepeku. Driedimensionaal geniet René van het eindbeeld. Totaal van de kaart. Een gestolde beeldgedachte, museumwaardig.
30-11-2015
24-11-2015
Geloven
Geloof is een ongemeen goed.
Voor wie er in geloven wil smaakt het vaak zoet.
Geloof verschijnt in diverse vormen.
In zoele winden maar ook in stormen.
Ons gemoed maakt soms overuren.
Lijf en leden zijn dan nauwelijks te besturen.
Haast ongelofelijk maar zeker waar.
Zelfs geloof maakt de mens soms helemaal gaar.
De mond kookt, de ogen spuwen vuur.
Wild geloof wordt dan onbehoorlijk en guur.
De een zweert trouw, gelooft heilig in de kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.
Geloof in eigen kunnen, ook al zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.
Ook daarin kun je dan weer geloven.
Diep vanuit de grond, aards in Zen, of helemaal van boven.
Je kunt ook geloven in het tegenovergestelde.
Het is mogelijk de opvoeding die ergens knelde.
Geloof dat is iets voor de dommen, die met een laag IQ.
Ze zweven liever, dan dat ze aarden in het nu.
Er is ook zoiets als geloof in mystiek en fantasie.
Vooral in donkere decembermaanden gaan er flink wat door de knie.
Ze hemelen oude heren, met lange baarden gekleed in rode tabberds.
Vooringenomen, tijdelijk duurkoop, geloof op zijn allerbelabberdst.
Geloven, puur en zuiver, is niet voor iedereen vanzelfsprekend weggelegd.
Zoveel woorden, boeken vol geschreven, wie heeft er gelijk, zo onder ons gezegd.
Geloof in mensen, dieren, planten, dingen dat volstaat.
Gewoon eenvoudig blijven voeden, met liefde, in woord en daad.
23-11-2015
Mien korte verhalen (38 en 39) met kleine grote waarheid
Beiden geschreven op 23-11-2015
38) Paniek in de tent
Paniek in de tent. Hoe is het mogelijk. Mijn broer heeft zijn vriendin zwanger gemaakt. Maar wanneer dan? En waarom? Allemaal vragen die op harde toon geuit worden, maar niet meteen een antwoord krijgen. Eigenlijk helemaal niet. Wat voorop staat is de ongelofelijke schande. Hij krijgt van iedereen om zijn oren en de emoties lopen hoog op. 'Je deugt niet. Je denkt alleen aan jezelf. Wat doe je de familie aan? Schande. Wat zullen de buren en de familie niet denken?' Zinsneden die bij mij als klein jongetje dwars door mijn hoofd blijven zinderen. Ik zie mijn lieve broer nog verder van mij verwijderd raken. Hoe pijnlijk. Zeventien jaar, de school nog niet eens af en dan al papa worden. Dat kan toch niet. De schok is groot in huize Mien.
Na de eerste schrik moeten zaken goed geregeld worden. Het valt niet mee om de schande weg te poetsen. Het hoogstnoodzakelijke wordt geregeld. Maar hoe zit het met de toekomst? Van mijn broer, zijn nog ongeboren kind, zijn vriendin, maar twee jaar ouder? Hoe vinden zij werk? Gaan ze beiden werken? Wie vangt dan het kindje op? Allemaal zorgen. De zorgen worden niet gedeeld aan de koude kant. Daar is voldoende support. Koude kant? Ja, want getrouwd moet er worden. Op zijn minst. Over en weer worden deals gesloten. Soms van harte maar vaak pijnlijk en met veel weerstand. Groeien is pijnlijk. Zeker als die groei buiten het bevattingsvermogen en geijkte kaders plaatsvindt. Uiteindelijk wil ook mijn vader het beste voor zijn eigen kind.
Om de eerste kosten te financieren van mijn broer's eigen haard en huis verkoopt mijn vader zijn eigen haard en huis. Moeder's erfdeel zit er namelijk in. Dat erfdeel is nodig om de aankoop van een huis en inrichting te bekostigen voor broerlief. Dat wordt dus straks verhuizen voor pa en mij. Naar een flatje op twaalf hoog. Ik vind het vreselijk als puber. Ik wil er niet aan denken.
De sfeer in huis is na de openbaring van mijn broer beklemmend. De lucht zwaar en zwanger van pijnlijke stiltes, gevloek en getier. Ik voel alleen maar droefheid en eenzaamheid. In drie jaar tijd verlaat mijn familie het ouderlijk huis en vinden drie huwelijken en een scheiding plaats. Ik vind het vreselijk. Een rollercoaster van emoties.
Eerst trouwt mijn vader met zijn nieuwe vriendin. Op de eerste dag van de lente. Mijn moeder is dan nog geen anderhalf jaar geleden overleden. Maar pas nadat het veel te kleine huis eerst grondig is verbouwd. Een jaar later trouwt mijn oudste broer, 23 jaar jong. Weer een jaar later mijn andere broer, 17 jaar jong. Dat moet, ook al wil ie liever niet. Niet voor de kerk althans. Beiden met lang blond haar, zij met dikke buik. Mijn vader en zijn vrouw ondergaan dit huwelijk met ingehouden trots en woede. De woede wint. Twee maanden later scheidt mijn vader van zijn tweede vrouw. Mijn zus trouwt nog geen maand later na deze pijnlijke scheiding en verlaat ook huize Mien, 22 jaar jong. Samen met mijn pa verhuis ik naar een trieste flat aan de Maas.
Tot aan het huwelijk verstopt broerlief, papa in spé, zich op zijn kamer op de zolder. Zolang het nog kan. Ik zie hem nog niet klussen in huis, luiers wisselen en papa spelen. Een spel kan het ook zeker niet genoemd worden. Vanaf de zolder wordt Boudewijn de Groot met de volumeknop flink open grijs gedraaid. 'Arm kind, zestien lentes zo pril. Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg'. Via via vindt mijn broer een baan bij de krant. Schrijven is zijn passie. Hard labour, maar los van huize Mien. Uit het trapgat komt wierook vermengd met weedlucht de trap af gedwarreld. Het bedwelmt voor even de emoties.
39) Ansje
Eindelijk heb ik een kamer voor mij alleen. Grote broer is getrouwd en heeft huize Mien verlaten, mijn zus heeft haar eigen kamer en mijn andere broer huist op de zolder. Maar niet voor lang meer. Ook hij gaat binnenkort trouwen en verhuizen. Ik kan me nog niet goed voorstellen dat hij straks papa wordt. Weliswaar volwassen voor zijn leeftijd hoop ik stiekem dat hij het nooit wordt en dat hij weer terugkeert als mijn oude vertrouwde speel- en vertrouwensbroertje. Hem durf ik alles te vertellen. Maar de afstand is nu zo groot.
Ik lig op bed en geniet van mijn nieuw ingerichte territorium. Alles ademt eindelijk ruimte. Ik draai een plaatje op mijn zuur verdiende muziekinstallatie. Daar zitten heel wat uurtjes aardbeienplukken in. Ik wissel de dubbelaar Jesus Christ Superstar af met de blauwe van de Beatles, met Bob Dylan, Santana en Boudewijn de Groot. Johnny Cash, Elly en Rikkert en de Everly Brothers bewaar ik voor later. Een eigen muzieksmaak heb ik nog niet ontwikkeld. Die van mijn broers volstaat.
'I don't know how to love him ...', komt bij me binnen. Ik smelt bij de lieve stem van Yvonne Elliman. Heel even droom ik weg en laat me meeslepen in de muziek. Buiten op straat hoor ik gegiechel en geschaterlach. Mijn hart slaat op hol. Hoor ik daar een bekende stem? Ja. De stem van Ansje. Ik spring van mijn bed en kruip naar het raam. Heel voorzichtig til ik mijn hoofd boven de vensterbank en gluur langs het gordijn. Ze mogen mij niet zien. Ik ben veel te verlegen en bang om gespot te worden. Het gordijn moet bewogen hebben want ik zie de vriendinnen van Ansje omhoog wijzen. Ik duik weg. Ik heb Ansje niet kunnen zien. Ze is ook zo klein. Ik ben al een flinke tijd verliefd op haar. Durf dat haar echter niet te tonen. Laat staan haar vriendinnen. Ze weten dat ik thuis ben en vanachter het gordijn de boel bespied. Wat moet ik nu doen?
Hopelijk lopen ze snel door. Ik schaam me dood. Ineens voelt mijn eigen kamer niet langer vertrouwd. Ik voel me vreemd en gevangen. Gevangen in emoties. Wanneer zal ik toch ooit mijn gevoelens voor Ansje durven tonen? Nu nog even niet. Zal ik toch nog een keer naar buiten kijken? Ik denk te weten wat ze aan heeft, mijn lieve Ansje. Een spijkerbroek en bijbehorend spijkerjasje. Hoe stoer! En sluipers, die heeft ze ook aan, zeker weten. Bruine stoere schoenen. In gedachte verdrink ik in haar donkere ogen en kroel met mijn vingers door haar lange haar. In gedachten. Giechelend loopt de meidengroep verder. Waren ze nu speciaal langs ons huis gelopen? Op verzoek van Ansje? Had ik toch ...?
38) Paniek in de tent
Paniek in de tent. Hoe is het mogelijk. Mijn broer heeft zijn vriendin zwanger gemaakt. Maar wanneer dan? En waarom? Allemaal vragen die op harde toon geuit worden, maar niet meteen een antwoord krijgen. Eigenlijk helemaal niet. Wat voorop staat is de ongelofelijke schande. Hij krijgt van iedereen om zijn oren en de emoties lopen hoog op. 'Je deugt niet. Je denkt alleen aan jezelf. Wat doe je de familie aan? Schande. Wat zullen de buren en de familie niet denken?' Zinsneden die bij mij als klein jongetje dwars door mijn hoofd blijven zinderen. Ik zie mijn lieve broer nog verder van mij verwijderd raken. Hoe pijnlijk. Zeventien jaar, de school nog niet eens af en dan al papa worden. Dat kan toch niet. De schok is groot in huize Mien.
Na de eerste schrik moeten zaken goed geregeld worden. Het valt niet mee om de schande weg te poetsen. Het hoogstnoodzakelijke wordt geregeld. Maar hoe zit het met de toekomst? Van mijn broer, zijn nog ongeboren kind, zijn vriendin, maar twee jaar ouder? Hoe vinden zij werk? Gaan ze beiden werken? Wie vangt dan het kindje op? Allemaal zorgen. De zorgen worden niet gedeeld aan de koude kant. Daar is voldoende support. Koude kant? Ja, want getrouwd moet er worden. Op zijn minst. Over en weer worden deals gesloten. Soms van harte maar vaak pijnlijk en met veel weerstand. Groeien is pijnlijk. Zeker als die groei buiten het bevattingsvermogen en geijkte kaders plaatsvindt. Uiteindelijk wil ook mijn vader het beste voor zijn eigen kind.
Om de eerste kosten te financieren van mijn broer's eigen haard en huis verkoopt mijn vader zijn eigen haard en huis. Moeder's erfdeel zit er namelijk in. Dat erfdeel is nodig om de aankoop van een huis en inrichting te bekostigen voor broerlief. Dat wordt dus straks verhuizen voor pa en mij. Naar een flatje op twaalf hoog. Ik vind het vreselijk als puber. Ik wil er niet aan denken.
De sfeer in huis is na de openbaring van mijn broer beklemmend. De lucht zwaar en zwanger van pijnlijke stiltes, gevloek en getier. Ik voel alleen maar droefheid en eenzaamheid. In drie jaar tijd verlaat mijn familie het ouderlijk huis en vinden drie huwelijken en een scheiding plaats. Ik vind het vreselijk. Een rollercoaster van emoties.
Eerst trouwt mijn vader met zijn nieuwe vriendin. Op de eerste dag van de lente. Mijn moeder is dan nog geen anderhalf jaar geleden overleden. Maar pas nadat het veel te kleine huis eerst grondig is verbouwd. Een jaar later trouwt mijn oudste broer, 23 jaar jong. Weer een jaar later mijn andere broer, 17 jaar jong. Dat moet, ook al wil ie liever niet. Niet voor de kerk althans. Beiden met lang blond haar, zij met dikke buik. Mijn vader en zijn vrouw ondergaan dit huwelijk met ingehouden trots en woede. De woede wint. Twee maanden later scheidt mijn vader van zijn tweede vrouw. Mijn zus trouwt nog geen maand later na deze pijnlijke scheiding en verlaat ook huize Mien, 22 jaar jong. Samen met mijn pa verhuis ik naar een trieste flat aan de Maas.
Tot aan het huwelijk verstopt broerlief, papa in spé, zich op zijn kamer op de zolder. Zolang het nog kan. Ik zie hem nog niet klussen in huis, luiers wisselen en papa spelen. Een spel kan het ook zeker niet genoemd worden. Vanaf de zolder wordt Boudewijn de Groot met de volumeknop flink open grijs gedraaid. 'Arm kind, zestien lentes zo pril. Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg'. Via via vindt mijn broer een baan bij de krant. Schrijven is zijn passie. Hard labour, maar los van huize Mien. Uit het trapgat komt wierook vermengd met weedlucht de trap af gedwarreld. Het bedwelmt voor even de emoties.
39) Ansje
Eindelijk heb ik een kamer voor mij alleen. Grote broer is getrouwd en heeft huize Mien verlaten, mijn zus heeft haar eigen kamer en mijn andere broer huist op de zolder. Maar niet voor lang meer. Ook hij gaat binnenkort trouwen en verhuizen. Ik kan me nog niet goed voorstellen dat hij straks papa wordt. Weliswaar volwassen voor zijn leeftijd hoop ik stiekem dat hij het nooit wordt en dat hij weer terugkeert als mijn oude vertrouwde speel- en vertrouwensbroertje. Hem durf ik alles te vertellen. Maar de afstand is nu zo groot.
Ik lig op bed en geniet van mijn nieuw ingerichte territorium. Alles ademt eindelijk ruimte. Ik draai een plaatje op mijn zuur verdiende muziekinstallatie. Daar zitten heel wat uurtjes aardbeienplukken in. Ik wissel de dubbelaar Jesus Christ Superstar af met de blauwe van de Beatles, met Bob Dylan, Santana en Boudewijn de Groot. Johnny Cash, Elly en Rikkert en de Everly Brothers bewaar ik voor later. Een eigen muzieksmaak heb ik nog niet ontwikkeld. Die van mijn broers volstaat.
'I don't know how to love him ...', komt bij me binnen. Ik smelt bij de lieve stem van Yvonne Elliman. Heel even droom ik weg en laat me meeslepen in de muziek. Buiten op straat hoor ik gegiechel en geschaterlach. Mijn hart slaat op hol. Hoor ik daar een bekende stem? Ja. De stem van Ansje. Ik spring van mijn bed en kruip naar het raam. Heel voorzichtig til ik mijn hoofd boven de vensterbank en gluur langs het gordijn. Ze mogen mij niet zien. Ik ben veel te verlegen en bang om gespot te worden. Het gordijn moet bewogen hebben want ik zie de vriendinnen van Ansje omhoog wijzen. Ik duik weg. Ik heb Ansje niet kunnen zien. Ze is ook zo klein. Ik ben al een flinke tijd verliefd op haar. Durf dat haar echter niet te tonen. Laat staan haar vriendinnen. Ze weten dat ik thuis ben en vanachter het gordijn de boel bespied. Wat moet ik nu doen?
Hopelijk lopen ze snel door. Ik schaam me dood. Ineens voelt mijn eigen kamer niet langer vertrouwd. Ik voel me vreemd en gevangen. Gevangen in emoties. Wanneer zal ik toch ooit mijn gevoelens voor Ansje durven tonen? Nu nog even niet. Zal ik toch nog een keer naar buiten kijken? Ik denk te weten wat ze aan heeft, mijn lieve Ansje. Een spijkerbroek en bijbehorend spijkerjasje. Hoe stoer! En sluipers, die heeft ze ook aan, zeker weten. Bruine stoere schoenen. In gedachte verdrink ik in haar donkere ogen en kroel met mijn vingers door haar lange haar. In gedachten. Giechelend loopt de meidengroep verder. Waren ze nu speciaal langs ons huis gelopen? Op verzoek van Ansje? Had ik toch ...?
Abonneren op:
Posts (Atom)