120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Bedelen (01-12-2015) (Themawoord: Beeld)
Bedelen of bedelen. Het is een kwestie van klemtoon leggen. Je kunt bedelen met en om aandacht. Een voorbeeld. Bedelt Giel Beelen om of met aandacht? Een ander voorbeeld. Bedeelt Giel Beelen met of om aandacht. Een laatste voorbeeld. Behoort Giel Beelen tot de bedelenden, de bedeelden of de bedelenden?
Denk even in beelden. Beeldend dus. Waar kom je dan uit? Bij belendende beelden? Die kans zit er dik in. Bedelen of bedelen, het ene vloeit voort uit het andere. Of vloeit het andere allemaal voort uit het ene? Verwarrend hoor.
Als mensen bedelen, bedelen ze de ander met mededelingen dat ze verlegen zitten om bedeling. Ik neem bedelaars altijd bij de arm. Met arme bedelaars heb ik een band.
Tekstinvoer (02-12-2015)
Heeft u nog iets in te voeren?
Wat dacht u van woorden?
Op papier of in gedachten?
Beide!
Moeilijke of makkelijke?
Beide!
Dure of goedkope?
Beide!
Legt u ze dan maar eens op tafel.
Allemaal?
Allemaal.
Vooruit dan.
Oef, dat wordt flink tellen. De woorden in gedachten ontbreken. Kunt u die nog even opschrijven?
Daar vraagt u wat. Dat gaat wel even duren.
Ik heb de tijd.
Twee dagen later liggen er dertig A4'tjes op de grenstafel. Een complete dichtbundel. De rekening is snel gemaakt.
Dat is dan drieduizend euro.
Drieduizend?
Drieduizend. De moeilijke en dure woorden kosten vijf euro. De makkelijke en goedkope een euro. Per woord uiteraard.
Kan ik het overmaken?
Contant betalen graag.
Wit?
Zwart mag ook.
Beeld in tranen (04-12-2015) (Themawoord: Beeld)
Het bloed spat van de hamer af. De beitel klieft diepe groeven. Op het hoofd staat zweet. Mouwen worden opgestroopt. Het hoofd geeft niet mee. Rimpels verschijnen zichtbaar in het zachte marmer. Blauw- en roze-aderig laat het materiaal zich niet kisten. Het geeft nauwelijks krimp.
De kunstenaar schreeuwt het uit. Weerbarstig wil het beeld zich niet vrijgeven. Er wordt geknokt en gevochten. Een grote worsteling. Wat in het hoofd zit wil er maar niet uitkomen. De buste bolt vol verlangen onder het uitdrukkingsloze gezicht.
Heel, heel langzaam tekenen gelaatstrekken zich af. Het beeld huilt zacht. Met een zachte doek wordt het verdriet wat weggepoetst. Een traan rolt diep het decolleté in. Op zoek naar troost. Hamer en beitel blijven binnenkomen.
Duimpjes meer of minder (07-12-2015) (Themawoord: Afgang)
We tellen een januari 2016. Een rustig begin van het nieuwe jaar. De balans kan worden opgemaakt. Zestig miljoen euro’s de lucht in. Vijf miljoen minder dan vorig jaar. Een prettige afgang. Veel siervuurwerk, minder geknal. Favoriet zijn nog steeds de gillende keukenmeiden.
Dat geldt ook voor Jingle bells van Bing en de Sound of Music van Julie. Het grootste verlangen in 2015 bleef een witte kerst. Idem dito de voornemens en voorspellingen voor 2016, stoppen met roken en weer beginnen. Afvallen en weer aankomen.
Op Facebook kunnen we straks kiezen voor duimpjes meer of minder. Omhoog of omlaag. Naast goedkeuring nu ook afkeuring. De wereld in balans. Wel zo handig voor de zeven duimlozen, drie minder dan vorig jaar.
Afgaan als een ... (07-12-2015) (Themawoord: Afgang)
Het is winter. Hij weet wat dat betekent. Een paar maanden in de schuur of het hok in. Op zich niet zo’n probleem. Er zijn meer lotgenoten die eventjes geparkeerd staan. Niet zo belangrijk als hem natuurlijk. Hij zorgt immers voor groei, is broodnodig en onmisbaar. Een belangrijke voorwaarde om de winter goed te overleven.
Maar toch beklaagt hij zich. De afgang na de herfst had beter en zorgvuldiger gekund. Op zijn minst even een doekje om zijn schouder en over de buik. Gewoon om wat glans te bewaren. De sproeigaatjes even doorprikken kan ook geen kwaad. Zorgt voor een betere doorspoeling in de lente, wanneer hij weer nodig is. Voorlopig geen water, maar gevleugelde overwinteraars in buik en slurf.
Afgang verklaard (08-12-2015) (Themawoord: Afgang)
De man stond aan het eind van de dijk en zag toe hoe schippers op enige afstand hun goederen losten. De afdaling over de loopbrug verliep telkenmale voorspoedig. Gelukkig maar, de gang over het pad stond synoniem voor einde en heengaan, kortom de dood. Niet iedereen kon zwemmen. Niet iedereen was even moedig om tot redding over te gaan. Een man overboord was overkomelijk en inwisselbaar.
Van schrik liep menigeen na het eerste lossen naar het kleine huisje en aanschouwde met grote vreze het product van zijne stoelgang. Met de mond vol tanden vaak, vanwege een beschamende mislukking. Het losbranden van een vuurwapen viel erbij in het niet. Met de kanonslag uit de broek ging het daarna wel stukken beter.
Lettertransformatie (09-12-2015) (Themawoord: Afgang)
De man had veel moeite om aan de opdracht te voldoen. Hoe kon hij in hemelsnaam deelnemen? Hij was niet eens officieel lid van de club. Ondanks het feit dat hij al een flink aantal columns had gepubliceerd op de website. Maar deze opdracht, dit verplichtte themawoord was hem toch echt te moeilijk.
Als hij nu eens ophield om fonetisch te denken en te schrijven. Zou dat wellicht kunnen helpen? Wacht. Hij had een veel beter idee. Hij zou een machine fabriceren die zijn euvel kon verhelpen. Een machine die automatisch zijn nauwelijks uitspreekbare letter transformeerde in de juiste. Het werkte noh niet helemaal hoed. De man uit Hent stelde de machine bij. En voilà, weer een flinke afgang voorkomen.
Spanningzoeker (15-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Het was erg donker in de volksbuurt. De lichten waren nog niet aan, maar het zou niet lang meer duren. Een late haan kraaide ergens in de middle of nowhere. Duiven koerden in de achtertuintjes. Er heerste een vreemde sfeer. Een prima setting voor een horrorfilm.
Wie niet bekend was in de volksbuurt zou er op dat moment niets willen zoeken. Behalve de spanningzoeker. Voor hem was dit de perfecte setting. Een beetje langs de huizen lopen. Verdacht, half gebukt, en dan ineens opspringen, vlak voor een verlicht raam. De handen omhoog gestoken.
De mensen aan tafel onder de tafellamp, schrokken zich meestal een hoedje. De spanningzoeker wist dat. Hij rekende erop. Hij trok dan altijd zijn beste zondagse gezicht.
De band loopt leeg (15-12-2015) (Themawoord: Spanning)
De band loopt leeg. Alweer. En hij is met geen enkele pomp meer op te blazen. Taai is het leer. De solutie is op. Vindt in deze tijd nog maar eens goede bandleden. Hoe geamputeerd een band kan raken? Het is al vaker voorgekomen. Fleetwood Mac, Crosby, Stills and Nash. Pardon, Crosby Stills, Nash and Young. Crosby, Stills, Nash, Young and Dylan, Creedence Clearwater Revival, Rolling Stones… de bandenspanning liep er regelmatig van op. Knalde uiteen. Met geen solutie meer te lijmen. Nu maar duimen dat de coverbands bij elkaar blijven. Stel je voor dat die leeglopen? Dan is het publiek zo vertrokken. Die banden mogen niet doorgesneden. Never nooit niet. Houdt het publiek op de juiste bandenspanning. En publique.
Ballonvrees (17-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Bleu blies Bollejan zijn ballon in de juiste proportie. Totdat de ballon aan zijn vingers opraakte en bijna uit zijn hand schoot. Amper kon hij de ballon nog vasthouden. In zijn linkse duim en wijsvinger begon de kramp reeds toe te slaan. Om hulp kon hij niet roepen. In een dovencentrum heeft dat weinig zin.
Zwaaien, ja zwaaien, dat moest ie doen. Met zijn rechtse hand kneep hij de in bijna kramp geschoten duim en wijsvinger flink aan. De ballon mocht niet ontsnappen. De doven zouden zich een hoedje schrikken. Stel je voor dat de ballon in hun gezicht zou schieten? De spanning was van het gezicht van Bollejan af te lezen en van de ballon. Toch maar leeg laten?
Meneer Spanning (17-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Meneer Spanning voelde zich wat slapjes en besloot voor de zekerheid even naar de dokter te gaan. Spanning, niet echt sterk van gestel, zat bibberend in de wachtkamer. Hij was nog lang niet aan de beurt. Met de minuut werd meneer Spanning meer en meer zenuwachtig. Hij kreeg het afwisselend koud en warm. Dat ging niet goed. Zijn buurvrouw had het snel in de gaten. Ze zag hoe meneer Spanning zich enorm opwond.
‘Gaat het wel goed meneer?’
‘Nou, ik heb me wel eens beter gevoeld.’
‘Hoe komt dat zo?’
‘Ik heb last van mijn stekker.’
‘Van uw stekker?’
‘Ja en de stroom is er ook nog eens af.’
‘Oei, dat is vervelend.’
‘Ja, dat vindt mijn vrouw nu ook!’
Er staat een kameel op de gang (19-12-2015)
Na veel moeite heb ik een groene boom in mijn woonkamer geplant. Die staat nu hartstikke vol. De ballen en de slingers passen er amper in. En ik heb iets vergeten. Shit de lampjes. Ik haal alle ballen en slingers weer uit de boom. Een lichtnet volstaat niet. Twee is ook nog erg armoedig. Bij drie ben ik pas tevreden. Ballen en slingers er weer in. Engelenhaar? Nee, dit jaar niet. Kerststal? Jazeker. Er komt een neefje en nichtje op bezoek. Alleen daarom al is het feest. Ik knip wat takken weg en plaats de stal. Ik pak iedereen uit. Jozef, Maria, de os en ezel, een handvol schaapjes, drie koningen, drie herders. Maar waar laat ik nou de kameel?
Vechtershart (21-12-2015) (Themawoord: Ontlading)
Mijn vechtershart wil zich ontladen. Het liefkoost, huilt en vecht, vanaf de vroege morgen tot de late avond. Zelfs tot diep in de nacht. De liefkozing is nog het moeilijkst. Die zit verstopt dicht onder de huid. Het hart pinkt traantjes weg en vecht zich stapel om het verdriet binnenhuids en binnenskamers te houden. Het bloed dat protesteert. Dat is te zien in bloeddoorlopen ogen, die waterig in de oogkas staan, overlopend van zoete zoute tranen. Waar laat ik mijn verdriet, waar laat ik mijn pijn? Mijn hart slaat tweehonderd slagen per minuut, weet met zichzelf geen blijf. Het slaat van binnen lomp om zich heen. Mijn vechtershart wil geen oorlog met zichzelf. Wil slechts ontlading van liefde, stil verdriet.
Serieus verzoek (22-12-2015)
Een serieus verzoek klinkt ernstig. Niets is minder waar. Als ik u vertel dat het een vertaling betreft van het Engelse serious request dan vallen zaken op hun plek. Op de eerste plaats een verwijzing naar 3FM dat in samenwerking met het Rode Kruis aan ons een oproep doet om kinderen in oorlogsgebieden vooruit te helpen. Door donaties in alle mogelijke vormen. Materieel en in gedachten. Ook gedachten komen binnen. Denk aan Zen. Dat serieus niet altijd bloedernstig hoeft te zijn laten de drie DJ’s, gasten en publiek in en rondom het Glazen Huis in Heerlen duidelijk zien. De uitbundige sfeer en gemeenschapszin bundelen kracht en gevoel. Keep them going! Niet op een, op twee, maar op alle plekken. Doneer!
Uit dag ING (24-12-2015)
De titel verknipt? Inderdaad. Zo ook een dag uit het leven van ING. Een uitdaging? Ik dacht het niet. Een dag als geen ander. En daardoor juist bijzonder. Less is more. In de beperking toont zich de meester. Maar geldt dat ook voor bankiers?
In zekere zin wel. Wie op de kleintjes let wordt immers rijk. Dat geldt overigens zowel voor je kinderen als voor je geld. De vraag is wat het meest verrijkt? Ik weet het antwoord wel. Money and children make the world go round. Not?
Maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de kindjes. Hoewel Dagobert Duck daar waarschijnlijk een ander beeld bij heeft. Verder valt er weinig te melden over een dag ING. Over en uit.
31-12-2015
Columns van Harrie (December 2015)
Pearls voor de zwijnen / Verkeer / 01-12-2015
Een vreemd fenomeen maakt zich meester van moeder aarde. Mijn chef van de Andere Kant maakt zich ongerust. Het fenomeen schijnt ieder jaar terug te keren in de laatste weken van de omlooptijd van de aarde rond de zon. In aardtijd gesproken, om en nabij 365 wentelingen rond de zon, in pakweg 24 uur tijd. Tot op de seconde schijnt die tijd te kloppen, voor zover dat mogelijk is. Alleen Chinezen en Romeinen geloven daar niet helemaal in. Maar dat zijn dan ook rare jongens. Zoals alle aardlingen dat eigenlijk zijn.
Het fenomeen heet reclame. Het neemt dramatisch toe in de laatste weken van omwentelingen rondom de zon. Het fenomeen wordt vooral waargenomen op het noordelijk halfrond. Diverse media zetten het op merkwaardige wijze in. Reclame. In de vorm van perpetuum mobiles proberen ze de krachten te bundelen. Misselijkmakend. Het draait consumenten een rad voor ogen. Ze worden niet wijs uit alle aanbiedingen. De markt wordt overspoeld.
De chef heeft mij op pad gestuurd. Om enkele reclames te toetsen. Om zijn zorg weg te nemen. Nu is het mijn zorg. Ik land mijn TARDIS voor een disco. De ultieme plek om een reclametoetsing te doen. In de disco danst helemaal niemand. Volgens de muziekencyclopedie die ik speciaal voor deze opdracht heb doorgelezen is dat not done. Hoe kan hier nu een reclame opgenomen worden? Nou het kan. Ik heb het geweten.
Een showbusinessmannetje met vlinderdas duwt mij het podium op en vraagt me vriendelijk zo vreemd mogelijk te dansen. Ik houd drie vingers voor mijn ogen en richt ze daarna op de camera. Ik wieg mijn heupen vierkant in het rond en spring omhoog, de benen gespreid. Ik land in een ziekenhuis. De arts die mij behandelt lijkt verrekte veel op een mannetje dat belastingpapieren invult in huize Lammers. Maar dan in een andere reclame. Ik draag mijn sokken links en rechts aan de juiste voeten. Dat is duidelijk te zien. De arts, annex belastingpapierinvuller, geef ik een gratis bril. De andere gratis bril houd ik zelf. Lekker puh. Mijn chef hoeft het niet te weten. Altijd handig zo’n extra brilletje.
Ik vlieg terug naar de Andere Kant en rapporteer aan mijn chef dat reclames banaal zijn. Maar ook lucratief. Hij hoeft zich er geen zorgen over te maken. Je kunt er leuke prijzen mee winnen en klanten. Vooral met bizarre reclames lukt dat. Met koeien die bommetjes doen in een zwembad en olifanten met een sterk geheugen, na Rolo-onthouding. Aan het einde van het jaar baren hooguit reclames over brillen en ondoorzichtige zorgverzekeraars zorgen. En die over uitvaartzorg of course. Yarg.
Popiejopie / Verkeer / 03-12-2015
Mijn chef is in de ban van aardse terminologie. Ik heb drie weken de tijd gekregen om zoveel mogelijk aardse terminologie te traceren en te duiden. Ter leering ende vermaeck. Ik besluit eerst maar eens te reizen naar de Middeleeuwen. De taal en terminologie die toentertijd gebezigd werd blijkt zeer hoofs te zijn. Ik denk dan. Hoofs, hoofs? Kan taal dan ook ergens anders vandaan komen? Uit de poeperd? Is de taal dan poeps? Bestaat er dan zoiets als hoofse en poepse aardtaal?
Met mijn TARDIS land ik op een megagroot plein. Het plein is omringd door gigantisch hoge zuilen. Ze staan in een een ovaal georkestreerd en zuigen mij als bezoeker richting een groot gebouw met brede trappen. Op de trap zit een oude man. Kaal met een klein wit petje op. Hij is gehuld in een grote tent. De tent zit om zijn middel vastgebonden met een touw. Om de man zitten een aantal mensen, diep gebukt, op hun knieën. Ik tik er eentje op zijn rug en vraag wat hij aan het doen is? Of hij iets zoekt misschien?
Ik aanbid, meneer.
Oh, en wie of wat aanbid je dan?
Nou, die man daar voor me.
Die man met dat witte petje?
Ja, Popiejopie.
Popiewie?
Popiejopie, zo noemen we hem, hij is onze popiejopie.
Wat een vreemde naam?
Het is een eigenlijk een koosnaam.
Een koosnaam? Hoezo, heet ie dan eigenlijk Koos?
Nee, het is een naam die we voor hem gekozen hebben.
Maar waarom Popiejopie?
Hij heet eigenlijk Poop, maar popie vonden we leuker klinken.
En waarom Jopie?
Dat is zijn naam in het aardse leven.
Hoezo aardse leven?
Nou, Poop staat voor Paus en dat is een naam uit de heilige wereld. Jopie staat voor Joop, de naam waaronder Poop op de aarde fysiek rondloopt.
Dus als ik het goed begrijp heeft die man met dat witte petje twee namen. Een heilige naam en een aardse naam. Poop en Joop!
Ja, u begrijpt het. En omdat we hem zo leuk vinden, noemen we hem met een koosnaam, een gekozen naam dus, Popiejopie.
Wat een vreemde naam. Ik brief de term plus uitleg meteen door naar mijn chef en reis verder in mijn TARDIS.
De volgende term die ik door krijg is Mozes Kriebel. Ik vang hem op in een bos gelegen vlakbij zee ergens in het noorden. Er volgen meerdere vreemde termen. Griss mich nich. Brizl Djeu. Ze zeggen me allemaal niets. Het is een vreemde man in een bruine pij die de termen bezigt. Hij lijkt wat in de war. Ik wil hem echter niet storen. Hij is te veel in gedachten verzonken. Zulke mensen kun je beter niet storen. Ik vlieg verder.
Letterverkeer / Verkeer / 07-12-2015
Ik zweef weer bovenaards. Loco loco. Boven een land vol landen. In een vreemde letterruimte. En het moet gezegd, ik raak er bekoorlijk van in de war. De letterborden zijn niet te volgen. Mijn TARDIS schikt de letters binnen en vraagt zich af. Zijn aardse woorden van elastiek? Ze springen alle kanten uit. Dat is zeker. Neem nu Oklahoma. Apen, moten, liesjes, ze duizelen voor ogen. Hoe transformeer ik die naar de Andere Kant? Naar mijn chef, een onverbeten letterbeet. Ach, hij moet mijn woorden in letters maar slikken. Gepuzzeld in willekeurige orde. Niet volgzaam, onspelbaar, vormloos in dictieregels. Prettig getiteld. Lets poog. Komtie.
In Oklahoma bezoek ik vaak mijn alkohoma
Zij is tachtig jaar en prettig mahaloko
Eet meestal hamakool met makaholo
Sinds kort is mijn alkohoma haakloom
Niet te verwarren met holokaam
Daarvan wordt zij behoorlijk lokahoma
Nee, nee, mijn alkohoma is niet homokaal
Ook al spreekt zij vaak wat lokohaam
Aan laakhoom doet zij niet
Vandaag kookt mijn alkohoma koolhaam
Homaloka zonder lookhaam
Voor een verdwaalde laakhomo en een aangespoelde kaalhoom
Mijn alkohoma is de liefste die er is
Zou haar voor geen oolmahak willen missen
Mijn alkohoma is een echte lieve aalmohok
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Schrijfveren December 2015 (16 t/m 31)
Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
16. Telefoontje van een oude bekende
Met verbijstering hoor ik het verhaal aan. Niet een echt consistent verhaal. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Wat opvalt zijn de associaties. Ik betrap mezelf op het zoeken naar een rode draad. Totdat ik erachter kom deze er wellicht niet is. Maar het geraaskal komt me zo bekend voor dat mijn nieuwsgierigheid het wint van de vermoeidheid van het luisteren. Er zitten ook wel zinnen tussen die mij verbazen en mij terugvoeren naar een ver verleden. Nog steeds opent het geen deuren in mijn brein. Maar ik geef niet op. Een klein fragment dan maar. Voor zover ik me herinner.
Weet je wel die ene keer daar bel ik voor. Met Carnaval de benen buiten gestoken en daarna stomdronken op de piano gespeeld op het lege plein. Wat ik je vragen wil klopt dat dan niet helemaal. Dorien lang niet meer gezien weet jij waar ze is? Ja, die met dat mantelpakje die bij de slager oude kaas bestelde. En toen kwam die rare zwarte Piet voorbij. Ja, serieus. Hartje zomer. We zijn toen met zijn allen naar de bioscoop gegaan. Ik zal het nooit meer vergeten. Wil je iets voor mij doen. Heb ik Dorien gisteren ook gevraagd. Weet je echt niet waar ze is? Ben nog met je vader op zoek gegaan naar het vinden van het lot. Dat jullie toen kwijt waren. Heb me altijd al verbaast dat je vader altijd hetzelfde eindcijfer nam. Maar om nu een heel lotnummer van buiten te kennen en dan bij hoog en laag beweren dat de jackpot gevallen is op dat nummer en dat de loterij toegeeft dat dat klopt maar helaas niet kan uitkeren omdat het lot na lang nadenken in de broek van pa zat en de 40 graden bontwas niet overleefde. Dat doet pijn. Zelfs een bloemetje ging er niet af ...
De oude bekende ratelde maar door. Frustrerend dat ik niet meer op zijn naam kon komen. Het was iets met Piet, heel lang geleden. Maar wederom kwam ik er niet tussen. Uiteindelijk de verbinding maar verbroken. Leek mij wel wijs.
17. Alles was kakkerlakbruin
We sliepen in een tent. Dat hadden we dus nooit moeten doen. Niet in die jungle. Maar we hadden weinig keus. Ik waande me heel even op een onbewoond eiland. In een aflevering Expeditie Robinson. Alleen dan zonder wedstrijd en daarmee zonder strijd. Al dagen waren we de weg kwijt. Het was dan ook best wel een groot eiland. Het grootste in het Noorden. Op een zaterdag was de bom gevallen. Hij vaagde alles weg. Behalve ons. Vijf vrienden die heel eventjes schuilden voor het weer. De woeste wind en de felle regen. Ik verbaas me nog steeds dat de toren is blijven staan. En ook het licht dat draaide nog. Verbazingwekkend. Het wierp wel vreemde kleuren over het landschap. Alles zag bruin. Kakkerlakbruin. Vies. Smerig zag het eruit. Het maakte ook dat we geen enkele honger hadden. Dagen lang beten we op een houtje. Maar dat liever dan een hap nemen uit kakkerlakbruin. Nu was het tijd de tent af te breken en verder te gaan. Met een beetje mazzel konden we het eiland nu in een keer nemen. Het bood het meeste perspectief op redding. Tenzij de redding niet nabij was. Maar daar hadden wij natuurlijk niets over te zeggen. De envelop zouden wij nooit openmaken. Ammenooitniet.
18. Jojo
De zinnen kwamen al snel teruggerold. De woorden hechtten aan het touwtje. Gelijk een jojo. Maar dan in omgekeerde volgorde. Volgorde omgekeerde in dan maar. Jojo een gelijk. Touwtje het aan hechtten woorden de. Teruggerold snel al kwamen zinnen de.
Ik knipte de zinnen in het midden snel door midden. En herhaalde de oefening. Het jojo-effect kwam daarmee extra tot zijn recht. Hoe krom ook. Ik husselde de stukjes door elkaar en bouwde een nieuw verhaal. Maar wel met een vast concept. Aan herhaling had ik een gruwelijke hekel. Eigenlijk hield ik helemaal niet van gejojo. Maar een beetje structuur kon geen kwaad.
De zinnen. De woorden. Kwamen al snel teruggerold. Hechtten aan het touwtje. Gelijk. Maar dan in. Een jojo omgekeerde volgorde. Volgorde omgekeerde jojo een. In dan maar. Gelijk. Touwtje aan het hechtten. Teruggerold snel al kwamen. Woorden de. Zinnen de.
19. Wie geboekt heeft, moet verschijnen
De schrijver had eindelijk geboekt. Niet een boek. Nee, drie maar liefst. Het was hem uitstekend bevallen het boeken. Tegen het eerste boek had hij enorm opgezien. Maar het tweede rolde zowaar in honderd stukjes uit zijn pen. In het derde groef de schrijver zich autobio. Trots had hij de boeken voorzien van een mooie voor- en achterkant. Met naald en draad had ie alles aan elkaar gebonden. In zij. Euforie alle boeken aan elkaar. Dat was niet slim. Hij schaarde zijn boeken zachtjes van elkaar en begon opnieuw te naaien. Hij zorgde ervoor dat de boeken niet meer bij elkaar lagen. Het was wel een beetje lastig dat de bladzijden nu al gaatjes hadden. Het papier dat de schrijver had gebruikt was van lage kwaliteit en dus kwetsbaar. Met grote zorgvuldig- en voorzichtigheid moesten naald en draad door de bestaande gaatjes geregen worden. Een monnikenwerk. Maar het loonde de moeite. Iedere dag zorgde de schrijver voor een nieuwe oplage van drie. De drie-eenheid was heilig voor hem. Zo bracht de schrijver zijn boeken dagelijks naar drie boekenwinkels. Hij hoopte dan tevens dat er op de toonbank geen boeken meer van hem lagen. Dat was dan een goed teken. Die waren dan verkocht. Kassa. Of hij even mocht vangen. De schrijver was trouw aan zijn boeken en zijn boekenwinkels. Hij verscheen iedere dag.
20. Daar zou ik nooit over schrijven
Alle onderwerpen waren op. Wat nu? Hoe kon de schrijver in hemelsnaam verder met zijn vak. Waar moest hij over schrijven, zonder onderwerp. Taalkundig kon het al helemaal niet. Probeer maar eens een verhaal te schrijven zonder onderwerp. Dat gaat nergens over. En ergens moet het toch wel over gaan. Wie leest anders zij. Werk? Niemand toch? En schrijven doet de schrijver nooit voor niemand. Een schrijver schrijft aan od voor iemand. Altijd. Desnoods aan of voor zichzelf. Aan of voor anderen schrijven is natuurlijk honderd, wat zeg ik, duizend keer leuker. Maar dan moet het wel ergens over gaan toch? Lang, heel lang dacht de schrijver na. Hij pijnigde zijn hersens en kroop door alle holen en keek achter iedere deur in zijn hersenpan. Had hij daadwerkelijk over alles al geschreven? Dat was niet mogelijk. Op herhaling wilde hij niet. Een nieuw sausje over een oud verhaal ook niet. Dat was hem zijn eer te na. Maar wacht eens even. Wacht. Nee, dat ligt toch veel te simpel voor de hand? Het is niet waar? Maar natuurlijk. Ik moet nog schrijven over Daar. Helemaal vergeten. Het meisje dat laatst loos was, Daar.
21. De draak van de rouw
Hij brulde het uit van pijn. Wat een verdriet. Drakenverdriet. Nog nooit was de draak zo verliefd geweest. En nog nooit was de draak zo in de steek gelaten. Eigenlijk was zijn geliefde een draak van een draak. Maar hee, liefde maakt blind, toch? De draak stak zijn verdriet niet onder stoelen of banken, dat mag duidelijk zijn. Niet alleen kwamen er meterslange vlammen uit zijn neus, nee, ook zijn drakenstekels stonden loodrecht omhoog. Hoed u dan voor de draak, mesdames et messieurs, als drakenstekels op ontploffen staan dan zijn hemel en aarde te klein. Ik noem maar wat. U begrijpt wel wat ik wil uitdrukken, duidelijk wil maken. Zaak is het nu om de pijn weg te nemen van onze draak. Maar hoe? Het drakenmeisje waar hij zo verliefd op was was allang met de Noorderzon vertrokken. De maan scheen halfslachtig wat de stemming er niet bepaald beter op maakte. Intussen had de sluiswachter de sluis al botenwijd opengezet. Niet voor de boten maar voor de tranen die uit de drakenogen biggelden. Een overstroming kon het drakendorp op dit moment niet goed gebruiken. Het dorp maakte zich namelijk op voor het grote drakenfeest dat zevenjaarlijks gehouden werd. De stortvloed aan tranen zou het decor in gevaar kunnen brengen. En om in no time een nieuw kasteel te bouwen dat zagen de drakenbewoners niet zitten. Het drakenmeisje moest niet zo moeilijk doen en zich opofferen voor het feest. Acuut werd de snelste draak verzocht een brief af te leveren bij de Noorderzon. Het was nu wachten op een teken van berouw. Berouw van een drakenvrouw voor een drakenman in rouw.
22. Wie zou je bellen als je de loterij won?
Met de baas van Ziggo natuurlijk. Afhankelijk van het bedrag dat ik zou winnen uiteraard. Een miljard is tegenwoordig al haalbaar. Dan kom ik dicht in de buurt van overname. Uitkopen zou ik de baas en de hele Ziggo handel. En deze zou ik dan weer doorverkopen aan XS4all. Nadat ik eerst alle autoriteiten en waakhonden die mogelijk dwars kunnen liggen bij aankoop omgekocht had. Met oogverblindend geld en exclusieve biefstuk, van de haas desnoods.
Waarom? Gewoon omdat het kan. Hoe vaak ze mij niet hebben lastig gevallen. Die Ziggomonsters. Ik betaal ze. Met gelijke munt terug. Nou nee, niet met gelijke munt. Met veel minder munt. Ik krijg nog heel wat munten van hen terug. Voor al die momenten dat ik niet online kon gaan en geen verbinding kreeg. Ontmantelen die business en onderbrengen bij hun concurrent. En liefst meteen de beste. XS4all. Mee eens? Prima.
23. Ik schrijf niet omdat ...
Ik schrijf niet omdat. Dat zou veel te makkelijk zijn. Ik schrijf. Punt. Less is more. Waarom zou ik omdat moeten schrijven? Of nog erger niet omdat. Veel liever schrijf ik intrinsiek. Vanuit het schrijven zelf. Ik ben de gedachte. Ik ben het tooltje. Ik ben het middel. Ik ben de pijn, de liefde en de troost. Ik schrijf dus ik ben. Niet omdat. Nee. Gewoon. Ik schrijf. Punt. Waarom? Nee. Ook daar trap ik niet in. Net zo goed niet als in het niet waarom? En nee, een dubbele ontkenning is geen bekentenis. Een gat een holte in bekennen. Wie bekent loopt leeg. Wie ontkent houdt vast. Aan niets. Aan ont. Laten we het daar maar even op houden. Ophouden te bekennen. Ik schrijf niet omdat. Ik ben niet gek. Het waarom mag voor mij in mysterie blijven hangen. Intrinsiek. Onverklaard.
24. Aan de hemelpoort
Hé Pé, laat me eens binnen!
Oh ... en wie ben jij dan wel?
Was ... ik ben toch dood?
Dat klopt.
Wat klopt?
Laat maar zitten. Mag ik even je ID?
Heb ik niet bij me, is dat nodig dan?
Nou, je bent hier wel bij de hemel.
So what?
Zonder ID kom je hier niet binnen.
Maar Pé, it's me, your buddy.
Sorry hoor, er gaat bij mij geen belletje rinkelen.
We hebben samen nog op school gezeten?
Oh ... en waar dan?
In Methusalem.
Methusalem?
Ja, op de ambachtsschool.
Wacht nu gaat er een belletje rinkelen.
Had u iets besteld Peter?
Nu even niet Tender, ik ben even in gesprek.
We zaten samen in de klas met Jozef, ken je die niet meer?
Met Jozef, ja, maar dat is lang geleden.
Dat klopt.
Onder welke steen heb jij geleefd?
Ha, ha, eentje uit de oudheid. Hoe heet zo'n ding ook alweer? Een menhir. Ik heb er later nog een obelisk uit gehouwen. Weet je wel?
We hebben het gezien ja hiero. We lagen dubbel. Wat een lelijk ding. Maar kom binnen jongen. Ben alleen even je naam kwijt.
Judas is de naam. Maar zeg maar liever Juul. Weet je, er is nog ooit een sport naar mij vernoemd. Naar het schijnt wordt ie binnenkort op aarde opgenomen als Olympische sport. Daar ben ik best fier op.
Dat mag. Maar kom, we gaan nu eerst een borrel vatten. Dat is lang geleden. Juul, wie had dat gedacht.
Je bent niets veranderd Pé, en nog steeds portier. Je ziet er goed uit.
Dank je.
25. Wat betekent spiritualiteit?
In het bezit zijn van een dubbele spirit. Dat is spiritualiteit. Alleen zijn ze de 'd' vergeten. De 'd' van dubbel. Erg slorig. Kijk, vrijwel iedereen is in meer of mindere mate in het bezit van spirit. Een drijfveer die ons beweegt. Een vat energie dat klaar ligt om aangeboord te worden. Alleen het wordt niet altijd gedaan dat aanboren. Waarom niet? Omdat sommige mensen het vat niet vinden en omdat sommige mensen die het wel vinden niet beschikken over de juiste tool om het vat te openen en te laten bruisen. Is dat niet dubbel? Wel vinden maar er niets mee doen? Zonde. Een dikke ton spirit die op springen staat niet aanboren? Wat houdt sommigen dan tegen? Ruwe diamanten onder het stof die maar geen plumeau weten te vinden. Rijkdom in armoede. Armoedig rijk. Hoe dubbel is de spirit. Hoe duaal. Duaal? Ja, je hebt er namelijk altijd anderen voor nodig om duaal te kunnen zijn. Want die anderen die kunnen duiden op een andere kant. Andere kant? Ja, andere kant. Alles heeft meerdere kanten. Of in ieder geval een andere kant. Welke kant je ook kiest, je hebt er ook kennis van de andere kant voor nodig. Niet volledig. Want dat zou te makkelijk zijn. In ieder geval heb je wel spirit nodig om het überhaupt te kunnen onderzoeken. Wellicht wordt het nu allemaal wat zweverig. Geen paniek. Ook dat hoort bij spiritualiteit. Het is een bijwerking. Voor sommigen aangenaam voor anderen onaangenaam. Zolang je maar met beide voeten op de grond de spiritualiteit aangaat en met beide handen aangrijpt kunnen er mooie dingen gebeuren. Sommige begrijpelijk. Andere onbegrijpelijk. Het vatten zonder te vatten. Dat is toch mooi? Het verrijkt de geest en bevrijdt geesten uit de fles. Wat ergens op de bodem borrelt bruist langzaam naar boven. Trigger spirit.
26. Hoogzomer
Hoogzomer, je zult het zijn. Ergens hoog in de bergen. Top. Wel hopen dat er iemand in de buurt is. Je wil het hoogzomer zijn immers graag delen. Het kan behoorlijk pijn doen. De euforie. Dan denk je terug aan het momentum dat vooraf ging. Dat bepalend was voor jouw toestand. Want een toestand is het. Of beter gezegd kan het zijn. Niet iedereen heeft er last van. Van hoogzomer zijn. Trek in haring, last van pollen. Dramatisch gedrag. Depressieve neigingen. Ongeloof. Het kan zo maar komen aanwaaien. Over de berg, door diepe dalen. Dan is het fijn om een hand te voelen. Op je schouders, op je buik. Zeker als de hoogzomer voeten krijgt. Vat op jouw. Je langzaam leeg vreet. Explodeert. Op het hoogtepunt van de hoogzomer komt het tot een uitbarsting. Gouden regen valt uit de hemel, de sluizen gaan open. Brugwachters staan aan de kant en steken duimen op. Wie wenst wie nu succes? De pijn is haast ondraaglijk, maar je perst de lippen op elkaar. Puft hufters is het gezicht. Hoogzomer zijn is niet fijn. Koorts kruipt op je voorhoofd. Zweet spat in de ruimte. Welke idioot had deze zomerwens? Je verlangt heel even terug naar de winter. Zou het liefst weer voor de kachel willen kruipen, op een berevel, samen met de liefde van je leven. Om samen weer opnieuw hoogzomer te worden.
27. (On)afhankelijkheid
Het kind zit op de vloer en speelt (on)handig met zijn speelgoed. Moeders houdt het in de gaten. De telefoon gaat. (On)doordacht neemt ze op. Ah, ben jij het. Ja, ik ben het. (On)willekeurig gaan haar gedachten over naar de zwoele nacht die zij gisteren had. Het was fijn. Ja, het was fijn. Wil je nog een keer afspreken? Ja graag. Wanneer? Het liefst (on)middellijk. Dat kan. Waar? Bij jou of bij mij? Kom maar naar hier? Zal ik wat te eten meenemen? (On)belangrijk, ik heb alles in huis. Tot zo. Tot zo. (On)dankbaar kijkt ze naar de kleine op de vloer. Waar moet ik dat joch nu laten? (On)mogelijk op zijn kamertje, het moet maar even. De bel gaat. Daar is ie al. Dat is vlug. (On)wijs snel dropt ze de kleine op de kamer en opent de deur. Vol (on)behagen vliegt ze hem om de nek en kust hem (on)behoorlijk van top tot teen. Heerlijk voelt het om zo (on)verwacht genomen te worden, midden op de dag. (On)wijs werkt ze hem af, de (on)gelikte beer. Haar huis staat van binnen compleet ondersteboven. Haar hoogtepunt dat moet nog komen. Luttele seconden voelt ze (on)wel. Van top tot teen (on)klaar. Haast (on)gelovelijk. (On)afhankelijk geluk.
28. Waar smaakt je favoriete muziek naar?
Mijn favoriete muziek smaakt naar meer. Ik lust er wel pap van. Of soep. Met lettervermicelli. In alfabetische volgorde: Anouk, Bach, CCR, Dylan, ELO, Focus, Glitter, Hozier, Iggy, Jett, Koop, Lennon, Monk, Novastar, Otis, Prince, Quincy, Randy, Satie, Tindersticks, Ultravox, Vicky, Winehouse, XTC, Yes, ZZ Top. Zoveel smaken, zoveel soorten. Van into the mood tot rock and roll. Van klassiek tot camp. Van jazz tot hiphop. Van Strauss tot Stones.
29. De zon ging prachtig onder
De zon zien ondergaan dat is een van de mooiste ondergangen die ik ken. Soms hangt de maan dan ook in de buurt. Maar die kan natuurlijk niet tippen aan de zon. Bescheiden hangt deze dan ook meestal in nevel gehuld of achter een roze wolk. Waar je ook staat in de wijde wereld het is en blijft een mooi schouwspel. Aan zee of in de bergen geeft natuurlijk een extra meerwaarde. Of wat te denken van de woestijn. Oeps, waar is ie nou zo snel gebleven? Voordat he het zand uit de ogen hebt gewreven staan de maan en de sterren al te pronken. Een ruimtelijk metamorfose in speedtime.
Onderwater de zon zien ondergaan is ook best bijzonder. Of op de Noordpool. Wie goed luistert hoort de zon dan sissen, zodra deze de waterhorizon aanraakt. Als een spiegelei glijdt ie dan de zee in. Met tranen in de ogen word ik het gewaar. De gele zinder die met mijn pupillen stoeit. Mij plagerig in de ogen schijnt. Het enige dat je daarna blieft is een groot glas bier of witte zoete wijn. Een sangria is natuurlijk ook niet verkeerd. Daarnaast is het verkeren in goed gezelschap ook niet verkeerd. Niets mooiers dan de zon te delen met je lief.
30. Wat miste je als kind?
Mijn handschoenen natuurlijk. Altijd zaten die rotdingen ergens opgestroopt verstopt in mijn mouwen. Aan zo'n klerentouw dat dwars door je jas was getrokken. Vergeet de muts niet. Hoorde je nog iemand roepen. Ga toch weg. Ik wil naar buiten. De sneeuw in met mijn sleetje. Sneeuw? Waar is die sneeuw dan? Maakt niet uit. Hoop doet leven. Desnoods schuif ik door het natte gras. Ergens achter mijn ellebogen voel ik de wollen wanten prikken. Mijn jas zou ik uit kunnen doen. Een idee. Maar ik kijk wel uit. Veel te koud. Veel liever blaas ik af en toe op mijn handen. Die handschoenen zijn ook altijd veel te groot. Daar kun je een slee niet goed mee vastpakken. Laat staan aansturen.
De sneeuw voelt wel koud aan. Zo met blote vingers. Net als het gras. Ik schat zo in dat ze over een paar minuten gaan gloeien. Rood worden ze dan. Vuurrood. En als ik dan niet snel naar huis ga, blauw. Roodblauw. Een keer heb ik dat laten gebeuren. Daarna nooit meer. Voor mij geen vingers meer op de verwarming. Ik moet er niet aan denken. Ik mis de winter en de koude vingers. Nog steeds. De wanten nooit. Volgens mij zitten ze nog steeds in mijn jas. Verstikt in veel te smalle mouwen.
31. Jaren die vragen stellen en jaren die antwoord geven
Het jaar is weer voorbij. Een van de velen. Ik laat het achter me. Laat een nieuw maar komen. Het voorgaande jaar stelde me weinig vragen. Het waren er zo weinig dat ze makkelijk te beantwoorden waren. Ben dan ook benieuwd of het komend jaar me voor meer vragen zal stellen. Het wordt weer eens tijd dat de balans de andere kant doorslaat. Meer vragen dan antwoorden. Dat zou fijn zijn. Dat houdt je bezig. Anders is het wanneer de jaren vol met antwoord zitten. Indien antwoorden de vragen overstelpen dan wordt het een zooitje. Zoek dan maar eens een passend antwoord. Sommige jaren verlopen wat dat betreft als een verkapt multiple choice. En dan niet een multiple choice met vier, maar met zes antwoorden. Vermoeiend. Wegstrepen lukt dan niet goed. Nee, geef mij maar zes vragen zonder antwoord. Een jaar vol cryptogram. Waar na veel gepuzzel bevredigende oplossingen worden gevonden. Onbetwistbaar en eenduidig. Al is het er maar een. Er moet ook wat te raden blijven. Anders is het leven maar saai.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
16. Telefoontje van een oude bekende
Met verbijstering hoor ik het verhaal aan. Niet een echt consistent verhaal. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Wat opvalt zijn de associaties. Ik betrap mezelf op het zoeken naar een rode draad. Totdat ik erachter kom deze er wellicht niet is. Maar het geraaskal komt me zo bekend voor dat mijn nieuwsgierigheid het wint van de vermoeidheid van het luisteren. Er zitten ook wel zinnen tussen die mij verbazen en mij terugvoeren naar een ver verleden. Nog steeds opent het geen deuren in mijn brein. Maar ik geef niet op. Een klein fragment dan maar. Voor zover ik me herinner.
Weet je wel die ene keer daar bel ik voor. Met Carnaval de benen buiten gestoken en daarna stomdronken op de piano gespeeld op het lege plein. Wat ik je vragen wil klopt dat dan niet helemaal. Dorien lang niet meer gezien weet jij waar ze is? Ja, die met dat mantelpakje die bij de slager oude kaas bestelde. En toen kwam die rare zwarte Piet voorbij. Ja, serieus. Hartje zomer. We zijn toen met zijn allen naar de bioscoop gegaan. Ik zal het nooit meer vergeten. Wil je iets voor mij doen. Heb ik Dorien gisteren ook gevraagd. Weet je echt niet waar ze is? Ben nog met je vader op zoek gegaan naar het vinden van het lot. Dat jullie toen kwijt waren. Heb me altijd al verbaast dat je vader altijd hetzelfde eindcijfer nam. Maar om nu een heel lotnummer van buiten te kennen en dan bij hoog en laag beweren dat de jackpot gevallen is op dat nummer en dat de loterij toegeeft dat dat klopt maar helaas niet kan uitkeren omdat het lot na lang nadenken in de broek van pa zat en de 40 graden bontwas niet overleefde. Dat doet pijn. Zelfs een bloemetje ging er niet af ...
De oude bekende ratelde maar door. Frustrerend dat ik niet meer op zijn naam kon komen. Het was iets met Piet, heel lang geleden. Maar wederom kwam ik er niet tussen. Uiteindelijk de verbinding maar verbroken. Leek mij wel wijs.
17. Alles was kakkerlakbruin
We sliepen in een tent. Dat hadden we dus nooit moeten doen. Niet in die jungle. Maar we hadden weinig keus. Ik waande me heel even op een onbewoond eiland. In een aflevering Expeditie Robinson. Alleen dan zonder wedstrijd en daarmee zonder strijd. Al dagen waren we de weg kwijt. Het was dan ook best wel een groot eiland. Het grootste in het Noorden. Op een zaterdag was de bom gevallen. Hij vaagde alles weg. Behalve ons. Vijf vrienden die heel eventjes schuilden voor het weer. De woeste wind en de felle regen. Ik verbaas me nog steeds dat de toren is blijven staan. En ook het licht dat draaide nog. Verbazingwekkend. Het wierp wel vreemde kleuren over het landschap. Alles zag bruin. Kakkerlakbruin. Vies. Smerig zag het eruit. Het maakte ook dat we geen enkele honger hadden. Dagen lang beten we op een houtje. Maar dat liever dan een hap nemen uit kakkerlakbruin. Nu was het tijd de tent af te breken en verder te gaan. Met een beetje mazzel konden we het eiland nu in een keer nemen. Het bood het meeste perspectief op redding. Tenzij de redding niet nabij was. Maar daar hadden wij natuurlijk niets over te zeggen. De envelop zouden wij nooit openmaken. Ammenooitniet.
18. Jojo
De zinnen kwamen al snel teruggerold. De woorden hechtten aan het touwtje. Gelijk een jojo. Maar dan in omgekeerde volgorde. Volgorde omgekeerde in dan maar. Jojo een gelijk. Touwtje het aan hechtten woorden de. Teruggerold snel al kwamen zinnen de.
Ik knipte de zinnen in het midden snel door midden. En herhaalde de oefening. Het jojo-effect kwam daarmee extra tot zijn recht. Hoe krom ook. Ik husselde de stukjes door elkaar en bouwde een nieuw verhaal. Maar wel met een vast concept. Aan herhaling had ik een gruwelijke hekel. Eigenlijk hield ik helemaal niet van gejojo. Maar een beetje structuur kon geen kwaad.
De zinnen. De woorden. Kwamen al snel teruggerold. Hechtten aan het touwtje. Gelijk. Maar dan in. Een jojo omgekeerde volgorde. Volgorde omgekeerde jojo een. In dan maar. Gelijk. Touwtje aan het hechtten. Teruggerold snel al kwamen. Woorden de. Zinnen de.
19. Wie geboekt heeft, moet verschijnen
De schrijver had eindelijk geboekt. Niet een boek. Nee, drie maar liefst. Het was hem uitstekend bevallen het boeken. Tegen het eerste boek had hij enorm opgezien. Maar het tweede rolde zowaar in honderd stukjes uit zijn pen. In het derde groef de schrijver zich autobio. Trots had hij de boeken voorzien van een mooie voor- en achterkant. Met naald en draad had ie alles aan elkaar gebonden. In zij. Euforie alle boeken aan elkaar. Dat was niet slim. Hij schaarde zijn boeken zachtjes van elkaar en begon opnieuw te naaien. Hij zorgde ervoor dat de boeken niet meer bij elkaar lagen. Het was wel een beetje lastig dat de bladzijden nu al gaatjes hadden. Het papier dat de schrijver had gebruikt was van lage kwaliteit en dus kwetsbaar. Met grote zorgvuldig- en voorzichtigheid moesten naald en draad door de bestaande gaatjes geregen worden. Een monnikenwerk. Maar het loonde de moeite. Iedere dag zorgde de schrijver voor een nieuwe oplage van drie. De drie-eenheid was heilig voor hem. Zo bracht de schrijver zijn boeken dagelijks naar drie boekenwinkels. Hij hoopte dan tevens dat er op de toonbank geen boeken meer van hem lagen. Dat was dan een goed teken. Die waren dan verkocht. Kassa. Of hij even mocht vangen. De schrijver was trouw aan zijn boeken en zijn boekenwinkels. Hij verscheen iedere dag.
20. Daar zou ik nooit over schrijven
Alle onderwerpen waren op. Wat nu? Hoe kon de schrijver in hemelsnaam verder met zijn vak. Waar moest hij over schrijven, zonder onderwerp. Taalkundig kon het al helemaal niet. Probeer maar eens een verhaal te schrijven zonder onderwerp. Dat gaat nergens over. En ergens moet het toch wel over gaan. Wie leest anders zij. Werk? Niemand toch? En schrijven doet de schrijver nooit voor niemand. Een schrijver schrijft aan od voor iemand. Altijd. Desnoods aan of voor zichzelf. Aan of voor anderen schrijven is natuurlijk honderd, wat zeg ik, duizend keer leuker. Maar dan moet het wel ergens over gaan toch? Lang, heel lang dacht de schrijver na. Hij pijnigde zijn hersens en kroop door alle holen en keek achter iedere deur in zijn hersenpan. Had hij daadwerkelijk over alles al geschreven? Dat was niet mogelijk. Op herhaling wilde hij niet. Een nieuw sausje over een oud verhaal ook niet. Dat was hem zijn eer te na. Maar wacht eens even. Wacht. Nee, dat ligt toch veel te simpel voor de hand? Het is niet waar? Maar natuurlijk. Ik moet nog schrijven over Daar. Helemaal vergeten. Het meisje dat laatst loos was, Daar.
21. De draak van de rouw
Hij brulde het uit van pijn. Wat een verdriet. Drakenverdriet. Nog nooit was de draak zo verliefd geweest. En nog nooit was de draak zo in de steek gelaten. Eigenlijk was zijn geliefde een draak van een draak. Maar hee, liefde maakt blind, toch? De draak stak zijn verdriet niet onder stoelen of banken, dat mag duidelijk zijn. Niet alleen kwamen er meterslange vlammen uit zijn neus, nee, ook zijn drakenstekels stonden loodrecht omhoog. Hoed u dan voor de draak, mesdames et messieurs, als drakenstekels op ontploffen staan dan zijn hemel en aarde te klein. Ik noem maar wat. U begrijpt wel wat ik wil uitdrukken, duidelijk wil maken. Zaak is het nu om de pijn weg te nemen van onze draak. Maar hoe? Het drakenmeisje waar hij zo verliefd op was was allang met de Noorderzon vertrokken. De maan scheen halfslachtig wat de stemming er niet bepaald beter op maakte. Intussen had de sluiswachter de sluis al botenwijd opengezet. Niet voor de boten maar voor de tranen die uit de drakenogen biggelden. Een overstroming kon het drakendorp op dit moment niet goed gebruiken. Het dorp maakte zich namelijk op voor het grote drakenfeest dat zevenjaarlijks gehouden werd. De stortvloed aan tranen zou het decor in gevaar kunnen brengen. En om in no time een nieuw kasteel te bouwen dat zagen de drakenbewoners niet zitten. Het drakenmeisje moest niet zo moeilijk doen en zich opofferen voor het feest. Acuut werd de snelste draak verzocht een brief af te leveren bij de Noorderzon. Het was nu wachten op een teken van berouw. Berouw van een drakenvrouw voor een drakenman in rouw.
22. Wie zou je bellen als je de loterij won?
Met de baas van Ziggo natuurlijk. Afhankelijk van het bedrag dat ik zou winnen uiteraard. Een miljard is tegenwoordig al haalbaar. Dan kom ik dicht in de buurt van overname. Uitkopen zou ik de baas en de hele Ziggo handel. En deze zou ik dan weer doorverkopen aan XS4all. Nadat ik eerst alle autoriteiten en waakhonden die mogelijk dwars kunnen liggen bij aankoop omgekocht had. Met oogverblindend geld en exclusieve biefstuk, van de haas desnoods.
Waarom? Gewoon omdat het kan. Hoe vaak ze mij niet hebben lastig gevallen. Die Ziggomonsters. Ik betaal ze. Met gelijke munt terug. Nou nee, niet met gelijke munt. Met veel minder munt. Ik krijg nog heel wat munten van hen terug. Voor al die momenten dat ik niet online kon gaan en geen verbinding kreeg. Ontmantelen die business en onderbrengen bij hun concurrent. En liefst meteen de beste. XS4all. Mee eens? Prima.
23. Ik schrijf niet omdat ...
Ik schrijf niet omdat. Dat zou veel te makkelijk zijn. Ik schrijf. Punt. Less is more. Waarom zou ik omdat moeten schrijven? Of nog erger niet omdat. Veel liever schrijf ik intrinsiek. Vanuit het schrijven zelf. Ik ben de gedachte. Ik ben het tooltje. Ik ben het middel. Ik ben de pijn, de liefde en de troost. Ik schrijf dus ik ben. Niet omdat. Nee. Gewoon. Ik schrijf. Punt. Waarom? Nee. Ook daar trap ik niet in. Net zo goed niet als in het niet waarom? En nee, een dubbele ontkenning is geen bekentenis. Een gat een holte in bekennen. Wie bekent loopt leeg. Wie ontkent houdt vast. Aan niets. Aan ont. Laten we het daar maar even op houden. Ophouden te bekennen. Ik schrijf niet omdat. Ik ben niet gek. Het waarom mag voor mij in mysterie blijven hangen. Intrinsiek. Onverklaard.
24. Aan de hemelpoort
Hé Pé, laat me eens binnen!
Oh ... en wie ben jij dan wel?
Was ... ik ben toch dood?
Dat klopt.
Wat klopt?
Laat maar zitten. Mag ik even je ID?
Heb ik niet bij me, is dat nodig dan?
Nou, je bent hier wel bij de hemel.
So what?
Zonder ID kom je hier niet binnen.
Maar Pé, it's me, your buddy.
Sorry hoor, er gaat bij mij geen belletje rinkelen.
We hebben samen nog op school gezeten?
Oh ... en waar dan?
In Methusalem.
Methusalem?
Ja, op de ambachtsschool.
Wacht nu gaat er een belletje rinkelen.
Had u iets besteld Peter?
Nu even niet Tender, ik ben even in gesprek.
We zaten samen in de klas met Jozef, ken je die niet meer?
Met Jozef, ja, maar dat is lang geleden.
Dat klopt.
Onder welke steen heb jij geleefd?
Ha, ha, eentje uit de oudheid. Hoe heet zo'n ding ook alweer? Een menhir. Ik heb er later nog een obelisk uit gehouwen. Weet je wel?
We hebben het gezien ja hiero. We lagen dubbel. Wat een lelijk ding. Maar kom binnen jongen. Ben alleen even je naam kwijt.
Judas is de naam. Maar zeg maar liever Juul. Weet je, er is nog ooit een sport naar mij vernoemd. Naar het schijnt wordt ie binnenkort op aarde opgenomen als Olympische sport. Daar ben ik best fier op.
Dat mag. Maar kom, we gaan nu eerst een borrel vatten. Dat is lang geleden. Juul, wie had dat gedacht.
Je bent niets veranderd Pé, en nog steeds portier. Je ziet er goed uit.
Dank je.
25. Wat betekent spiritualiteit?
In het bezit zijn van een dubbele spirit. Dat is spiritualiteit. Alleen zijn ze de 'd' vergeten. De 'd' van dubbel. Erg slorig. Kijk, vrijwel iedereen is in meer of mindere mate in het bezit van spirit. Een drijfveer die ons beweegt. Een vat energie dat klaar ligt om aangeboord te worden. Alleen het wordt niet altijd gedaan dat aanboren. Waarom niet? Omdat sommige mensen het vat niet vinden en omdat sommige mensen die het wel vinden niet beschikken over de juiste tool om het vat te openen en te laten bruisen. Is dat niet dubbel? Wel vinden maar er niets mee doen? Zonde. Een dikke ton spirit die op springen staat niet aanboren? Wat houdt sommigen dan tegen? Ruwe diamanten onder het stof die maar geen plumeau weten te vinden. Rijkdom in armoede. Armoedig rijk. Hoe dubbel is de spirit. Hoe duaal. Duaal? Ja, je hebt er namelijk altijd anderen voor nodig om duaal te kunnen zijn. Want die anderen die kunnen duiden op een andere kant. Andere kant? Ja, andere kant. Alles heeft meerdere kanten. Of in ieder geval een andere kant. Welke kant je ook kiest, je hebt er ook kennis van de andere kant voor nodig. Niet volledig. Want dat zou te makkelijk zijn. In ieder geval heb je wel spirit nodig om het überhaupt te kunnen onderzoeken. Wellicht wordt het nu allemaal wat zweverig. Geen paniek. Ook dat hoort bij spiritualiteit. Het is een bijwerking. Voor sommigen aangenaam voor anderen onaangenaam. Zolang je maar met beide voeten op de grond de spiritualiteit aangaat en met beide handen aangrijpt kunnen er mooie dingen gebeuren. Sommige begrijpelijk. Andere onbegrijpelijk. Het vatten zonder te vatten. Dat is toch mooi? Het verrijkt de geest en bevrijdt geesten uit de fles. Wat ergens op de bodem borrelt bruist langzaam naar boven. Trigger spirit.
26. Hoogzomer
Hoogzomer, je zult het zijn. Ergens hoog in de bergen. Top. Wel hopen dat er iemand in de buurt is. Je wil het hoogzomer zijn immers graag delen. Het kan behoorlijk pijn doen. De euforie. Dan denk je terug aan het momentum dat vooraf ging. Dat bepalend was voor jouw toestand. Want een toestand is het. Of beter gezegd kan het zijn. Niet iedereen heeft er last van. Van hoogzomer zijn. Trek in haring, last van pollen. Dramatisch gedrag. Depressieve neigingen. Ongeloof. Het kan zo maar komen aanwaaien. Over de berg, door diepe dalen. Dan is het fijn om een hand te voelen. Op je schouders, op je buik. Zeker als de hoogzomer voeten krijgt. Vat op jouw. Je langzaam leeg vreet. Explodeert. Op het hoogtepunt van de hoogzomer komt het tot een uitbarsting. Gouden regen valt uit de hemel, de sluizen gaan open. Brugwachters staan aan de kant en steken duimen op. Wie wenst wie nu succes? De pijn is haast ondraaglijk, maar je perst de lippen op elkaar. Puft hufters is het gezicht. Hoogzomer zijn is niet fijn. Koorts kruipt op je voorhoofd. Zweet spat in de ruimte. Welke idioot had deze zomerwens? Je verlangt heel even terug naar de winter. Zou het liefst weer voor de kachel willen kruipen, op een berevel, samen met de liefde van je leven. Om samen weer opnieuw hoogzomer te worden.
27. (On)afhankelijkheid
Het kind zit op de vloer en speelt (on)handig met zijn speelgoed. Moeders houdt het in de gaten. De telefoon gaat. (On)doordacht neemt ze op. Ah, ben jij het. Ja, ik ben het. (On)willekeurig gaan haar gedachten over naar de zwoele nacht die zij gisteren had. Het was fijn. Ja, het was fijn. Wil je nog een keer afspreken? Ja graag. Wanneer? Het liefst (on)middellijk. Dat kan. Waar? Bij jou of bij mij? Kom maar naar hier? Zal ik wat te eten meenemen? (On)belangrijk, ik heb alles in huis. Tot zo. Tot zo. (On)dankbaar kijkt ze naar de kleine op de vloer. Waar moet ik dat joch nu laten? (On)mogelijk op zijn kamertje, het moet maar even. De bel gaat. Daar is ie al. Dat is vlug. (On)wijs snel dropt ze de kleine op de kamer en opent de deur. Vol (on)behagen vliegt ze hem om de nek en kust hem (on)behoorlijk van top tot teen. Heerlijk voelt het om zo (on)verwacht genomen te worden, midden op de dag. (On)wijs werkt ze hem af, de (on)gelikte beer. Haar huis staat van binnen compleet ondersteboven. Haar hoogtepunt dat moet nog komen. Luttele seconden voelt ze (on)wel. Van top tot teen (on)klaar. Haast (on)gelovelijk. (On)afhankelijk geluk.
28. Waar smaakt je favoriete muziek naar?
Mijn favoriete muziek smaakt naar meer. Ik lust er wel pap van. Of soep. Met lettervermicelli. In alfabetische volgorde: Anouk, Bach, CCR, Dylan, ELO, Focus, Glitter, Hozier, Iggy, Jett, Koop, Lennon, Monk, Novastar, Otis, Prince, Quincy, Randy, Satie, Tindersticks, Ultravox, Vicky, Winehouse, XTC, Yes, ZZ Top. Zoveel smaken, zoveel soorten. Van into the mood tot rock and roll. Van klassiek tot camp. Van jazz tot hiphop. Van Strauss tot Stones.
29. De zon ging prachtig onder
De zon zien ondergaan dat is een van de mooiste ondergangen die ik ken. Soms hangt de maan dan ook in de buurt. Maar die kan natuurlijk niet tippen aan de zon. Bescheiden hangt deze dan ook meestal in nevel gehuld of achter een roze wolk. Waar je ook staat in de wijde wereld het is en blijft een mooi schouwspel. Aan zee of in de bergen geeft natuurlijk een extra meerwaarde. Of wat te denken van de woestijn. Oeps, waar is ie nou zo snel gebleven? Voordat he het zand uit de ogen hebt gewreven staan de maan en de sterren al te pronken. Een ruimtelijk metamorfose in speedtime.
Onderwater de zon zien ondergaan is ook best bijzonder. Of op de Noordpool. Wie goed luistert hoort de zon dan sissen, zodra deze de waterhorizon aanraakt. Als een spiegelei glijdt ie dan de zee in. Met tranen in de ogen word ik het gewaar. De gele zinder die met mijn pupillen stoeit. Mij plagerig in de ogen schijnt. Het enige dat je daarna blieft is een groot glas bier of witte zoete wijn. Een sangria is natuurlijk ook niet verkeerd. Daarnaast is het verkeren in goed gezelschap ook niet verkeerd. Niets mooiers dan de zon te delen met je lief.
30. Wat miste je als kind?
Mijn handschoenen natuurlijk. Altijd zaten die rotdingen ergens opgestroopt verstopt in mijn mouwen. Aan zo'n klerentouw dat dwars door je jas was getrokken. Vergeet de muts niet. Hoorde je nog iemand roepen. Ga toch weg. Ik wil naar buiten. De sneeuw in met mijn sleetje. Sneeuw? Waar is die sneeuw dan? Maakt niet uit. Hoop doet leven. Desnoods schuif ik door het natte gras. Ergens achter mijn ellebogen voel ik de wollen wanten prikken. Mijn jas zou ik uit kunnen doen. Een idee. Maar ik kijk wel uit. Veel te koud. Veel liever blaas ik af en toe op mijn handen. Die handschoenen zijn ook altijd veel te groot. Daar kun je een slee niet goed mee vastpakken. Laat staan aansturen.
De sneeuw voelt wel koud aan. Zo met blote vingers. Net als het gras. Ik schat zo in dat ze over een paar minuten gaan gloeien. Rood worden ze dan. Vuurrood. En als ik dan niet snel naar huis ga, blauw. Roodblauw. Een keer heb ik dat laten gebeuren. Daarna nooit meer. Voor mij geen vingers meer op de verwarming. Ik moet er niet aan denken. Ik mis de winter en de koude vingers. Nog steeds. De wanten nooit. Volgens mij zitten ze nog steeds in mijn jas. Verstikt in veel te smalle mouwen.
31. Jaren die vragen stellen en jaren die antwoord geven
Het jaar is weer voorbij. Een van de velen. Ik laat het achter me. Laat een nieuw maar komen. Het voorgaande jaar stelde me weinig vragen. Het waren er zo weinig dat ze makkelijk te beantwoorden waren. Ben dan ook benieuwd of het komend jaar me voor meer vragen zal stellen. Het wordt weer eens tijd dat de balans de andere kant doorslaat. Meer vragen dan antwoorden. Dat zou fijn zijn. Dat houdt je bezig. Anders is het wanneer de jaren vol met antwoord zitten. Indien antwoorden de vragen overstelpen dan wordt het een zooitje. Zoek dan maar eens een passend antwoord. Sommige jaren verlopen wat dat betreft als een verkapt multiple choice. En dan niet een multiple choice met vier, maar met zes antwoorden. Vermoeiend. Wegstrepen lukt dan niet goed. Nee, geef mij maar zes vragen zonder antwoord. Een jaar vol cryptogram. Waar na veel gepuzzel bevredigende oplossingen worden gevonden. Onbetwistbaar en eenduidig. Al is het er maar een. Er moet ook wat te raden blijven. Anders is het leven maar saai.
Abonneren op:
Posts (Atom)