26-07-2012

Over de neus

Sommige mensen steken hem overal in. Ja, de neus, het meest overschatte deel van ons lichaam. Hij komt voor in diverse maten en kleuren. Soms neemt ie een loopje met de bezitter. Hij laat zich niets wijs maken. O nee. En ojee, als je hem probeert te nemen. Ja, die neus. Daar is ie niet van gediend. En ook niet van geportretteerd. Ook al staat hij meestal in het midden. Dat verschrikkelijk portret.

Hatsjoe. Gatverdikkie. Rood, Nat, Kriebelig. Wat moet ik mat dat ding. Ik zou hem eraf willen zagen. Die snotneus. Ik heb er al van alles op losgelaten. Poederkes, pillekes, flesjes, drupkes. Het wil allemaal niet helpen. Schijtziek word ik van die neus. Die lulhannes. Zelfs stomen wil niet helpen. Zere ogen krijg ik er van. De tranen springen van de hitte in mijn ogen. En dan die lucht. Ik stik er bijna in. Wie verzint dat nu? Menthol. Menthol Harrie! Dit moet snel ophouden.

Ik kan niet kiezen. Tussen de Diskus en de Ingelheim. Achter de toonbank kijkt een kleine snotneus mij met grote ogen aan. “Papa is weg. Dokter”. Het kleine ventje wijst naar de deur. Ja, dat kan natuurlijk. Apothekers moeten ook wel eens naar de dokter. Maar waarom nu, op dit tijdstip. Als ik hem nodig heb. De Aerosol en Respimat zijn eigenlijk ook niet verkeerd. Lang geleden dat ik die nog gebruikt heb. Verrek, nu zie ik ook de Autohaler staan. Naast de Cyclohaler. Dat die nog bestaan? Dan staan de Handihaler en de Redihaler waarschijnlijk ook dicht in de buurt.

“Condooms?” roept het menneke nu keihard. Verschrikt en beschaamd kijk ik de snotneus aan. Waar haalt dat menneke de wijsheid vandaan? “Nou doe maar niet, ik ben veel te verkouden. Natte neus. Begrijp je?” Ondertussen kijk ik de apotheek goed rond of er nog iemand rondloopt.
“Natterman?” roept het menneke nog harder. Hij tilt een klein flesje boven de toonbank uit. “Goedkoop!” roept ie er achteraan. Ik heb hier van doen met een kleine businessman. Dat blijkt.

Ineens steekt er een enorme neus over mijn schouder. Hij snuift langzaam het geurspoor op dat mijn lijf afgeeft. Langzaam glijdt de neus naar beneden. Oeps, als ie maar niet …. o nee …, als ie maar niet aan mijn … mijn zakie ruikt. Jawel hoor. Vanachter mij wordt nu ook geluid geproduceerd. “Ik weet wat u nodig hebt meneer”, roept de neus. Ik kijk om en zie een enorme lelijke vrouw aan de neus hangen. Het is een flinke neus met pukkels en hij hangt tussen twee kwallen van ogen. Verzuurd kijkt de vrouw me aan. “Hij stinkt verschrikkelijk, uw neus” roept de vrouw en gebaard met een krom wijsvingertje naar beneden. Wat een heks. “Wilt u zich niet moeien met mijn zaken, mevrouw”, bijt ik de heks toe.

Het kleine mannetje is snel weggelopen. Waarschijnlijk rook hij onraad met de komst van deze maffe heks. De deur van de apotheek zwaait nu open en een man in een witte jas stapt binnen. Ha, de apotheker zeker. Hij loopt onmiddellijk naar de heks en grijpt haar stevig vast. “Noisette, zit jij nu weer bij de apotheker. We zijn je al de hele middag kwijt.” Verschrikt kijkt Noisette de man aan en steekt haar tong uit. Ze zet daarbij grote ogen op en wijst naar mij met haar grote dikke rode hangneus. “Ik had even een geurspoor opgevangen. Hij daar, hij stinkt. Uit twee neuzen, hi, hi!”

De witte man geeft snel tekst en uitleg. “Sorry meneer, vanochtend ontsnapt uit Huize Silly, we nemen haar nu weer mee. Ze heeft last van een orgastisch reuksyndroom. Ze steekt overal haar neus in. Dat kan aardig uit de hand lopen. Maar gelukkig zijn we erop tijd bij. Wilt u even achteruit stappen?” Noisette stribbelt tegen. “Wacht, wacht, wacht, ik moet mijn Eikenschacht nog uit de gang halen!” Het kleine jongetje van zojuist duikt ineens weer op. In zijn handen draagt hij een grote bezemsteel. “Hier is ie”. “Dankjewel Harrie!” Noisette wordt afgevoerd. En ik, ik maak mijn keuze. “Doe mij maar de Ingelheim Harrie, die werkt het fijnst. Doe er ook maar een flesje Natterman bij. Je weet maar nooit.”

Co-column geschreven op website ColumnX door Harrie en Mien