09-07-2010

Oranje boven

Op een blauwe maandag zit ik in mijn bruine kroeg. Ik sta rood en zit op zwart zaad. De barkeeper is een rooie vrouw en een echte blauwkous. Zij zit aan mijn groene zijde en lacht witjes voor haar uit. Helaas ziet ze niet dat ik zwart zie van de honger en paars van de kou. Zij zoekt enkel witte plekken in mijn landkaart.

Ik trek mijn stoute schoenen aan.
“Lieve barvrouw, ik krijg nog een geeltje van jou.”
“Nou, ik dacht het niet, zie ik zo wit? Ik krijg namelijk van jou nog een rooie rug.” Ik laat het blauw maar even blauw.

Mijn opmerking werkt als een rode lap op een stier. De barvrouw schuift een papiertje onder mijn neus. Het wordt me wit om de neus. Daar staat het zwart op wit. 1000 euro schuld. Het wordt me groen en geel voor de ogen en ik krijg acuut grijze haren. Dat kan de bruine niet trekken.

In de grijze oudheid ga ik op zoek naar de rode draad en een witte pomp. Ik lieg dat het zwart ziet en bied de barvrouw zwart goud. Daarmee maak ik het echt te grijs. Ze weet niet zo goed wat ze daarmee moet. Op financieel gebied is zij een groentje. Ze wil me bont en blauw slaan. Dat mag wel met een rode letter in de almanak.

Als ik een aantal weken grijs rijd dan kan ik wellicht bij de barvrouw mijn zwart geld witwassen. Maar wel oppassen hiermee. Al te wit is gauw vuil. Wel even uitkijken dat mijn barmaten niet groen gaan zien. Zij zijn bepaald niet van de blauwe knoop en ik wil niet dat ze mij groen op het lijf vallen. De barvrouw beziet mijn barmaten door een roze bril. Het zijn bepaald geen prinsen op witte paarden.

Ik zie mijn maten denken. Rode baard, duivels aard. Heden rood, morgen dood. Het liefst willen ze de rode haan laten kraaien. De barvrouw denkt daar anders over. Dat is een witte raaf. Zij wil bij mijn barmaten best een wit voetje halen. Dat gaat zeker lukken. Die willen slechts één ding. De WK-finale zien.

Het grote grijze Tv-scherm kleurt trillend rood wit en blauw. Kleurrijke liederen worden ingezet. De kroegkanarie fluit mee. We snuiven alle kleuren van de regenboog. Witwassen is niet langer aan de orde. Nederland, zo groen als gras, wordt kersvers wereldkampioen. Bonte serpentines en slingers kunnen daarna weer in de doos. Alle kleuren behalve één. Die blijft ergens boven, voor altijd in het geheugen gegrift.

Mien Olé

02-07-2010

De bal is niet rond

Mijn leren voetbal van vroeger, altijd drachtig van vette modder en regen, was absoluut niet rond. Hij hing met leren draadjes aan elkaar. Bovendien was hij vierkant tegen mij. Hij deed absoluut niet wat ik wilde. Kruising zoeken en scoren? No way. Blauwe tenen kreeg ik van dat afgetrapte monster. En stinken dat hij deed. Zodra ik mijn neus tegen het natte leer duwde, zweefden mijn neusvleugels onmiddellijk naar een Nirvana waar junks jaloers van zouden worden.

Nee, de bal is niet rond. Nooit geweest ook. Kijk maar naar zijn geschiedenis. Ooit begon de voetbal zijn carrière in de vorm van een schedel. De Vikingers sloegen en trapten elkaar de kop in en schopten vervolgens hun schedels vierkant kaal. Men had niet echt controle over de richting die deze knoken bal uitging. In een poging het boerse spel soepeler te laten verlopen maakte men na verloop van tijd gebruik van opgeblazen varkensblazen. Achteraf ook geen succes. Na een kwartiertje trappen nam de lubberbal vormen aan die niet geassocieerd konden worden met rond. Bovendien werd de blaas continu lek geschoten.

In het huidige voetbal zijn behoorlijk wat karakteristieken van deze antieke ballen terug te herkennen. Sommige hoofden van spelers vertonen angstvallige gelijkenis met schedels en varkensblazen van weleer.

In 1855 werd een nieuwe poging gedaan om meer ronding te geven aan de bal. Charles Goodyear introduceerde gevulkaniseerd rubber in de voetballerij. De voetbal dreigde hierdoor uit de band te springen. De bal kreeg door deze toepassing wel een betere grip. Hij bleef nu lekker plakken. Voor de perfecte ronding werd heil gezocht in een andere materiaalsoort. Edel leer deed zijn intrede. De nieuwe bal kreeg ook nog een kleurtje en een veter. Je zou bijna denken, de voetbal is klaar voor een strandgang. Alleen een zonnebril en zonnecrème ontbraken nog.

Brazilië omarmde al snel deze sport met leren bal. Een likje verf om waterabsorptie tegen te gaan was daar niet nodig. Deze salonvoetballers waren mooiweerspelers. Als het regende voetbalden ze niet. Ook vonden de Brazilianen het grote onzin om twaalf lederen vijfhoeken en twintig zeshoeken met een leren veter aan elkaar te naaien. Daarmee kreeg je echt geen ronde bal. Zij gebruikten de veter voor andere doeleinden. Zij dekten er de scheidslijn mee af tussen vlezige rondingen en hielden daardoor hun gebruinde sambaballen in toom. Alleen op het strand en tijdens Carnaval uiteraard.

Op het Noordelijk halfrond braken westerse wiskundigen hun hoofd over de ultieme perfectie in de rondingen van de voetbal. De afknotting van een twintigvlak had nog niet geleid tot een wereldbal. Het bleef een stompe bal. Een rijgspel van vijf-, zes- en zevenhoeken bood ook geen soelaas. Elliptische, euclidische, hyperbolische krommingen ten spijt, het mocht allemaal niet baten. Ook de Siamese voetbal was geen succes. Twee voetballen waarbij de overgang tussen beiden ballen door zevenhoeken gebeurt was not done.

Zowel de voetbal als de wiskundigen dreigden door te draaien. Wijsgeergedachten cirkelden als bezetenen in complexe hoofden rond. Echter zonder chaos geen creativiteit. Het aaneenrijgen van driehoeken en zeshoeken vond toepassingen in de bouwwereld en in de geneeskunde. Het Eden Project in Cornwall bestaat uit niets anders dan aan elkaar gelaste grote voetballen. Voetbalidolatrie onder bouwvakkers is alom bekend. Wie DNA goed bekijkt ziet een opeenstapeling van regelmatige twaalfvlakken in twee verstrengelde spiralen. Het is dan ook niet vreemd dat veel artsen voetballiefhebber zijn. De voetbal zit hen in de genen.

Tegenwoordig is de voetbal van polyurethaan en luistert naar prozaïsche namen als Azteca, Etrusco Unico, Questra, Tricolore, Fevernova, Teamgeist en Jabulani. Daarbij denk je niet gelijk aan rond, maar wel aan pizza’s. Dat dit plastic balletje de Teamgeist op het veld af en toe hoorndol maakt mag duidelijk zijn. Maar hoe je de bal of wendt op keert, vetert of plakt, het blijft een afgeknotte icosaëder, en die is niet rond.

Mien houdt de bal hoog





Gebruikte bronnen:
http://www.kennislink.nl/publicaties/de-bal-is-rond
http://nl.wikipedia.org/wiki/Voetbal_(voorwerp)

01-07-2010

Twee buurvrouwen

Een bijzondere ontmoeting met twee bijzondere dames. Beiden wonen al meer dan 55 jaar in dezelfde straat. Op nog geen 15 meter van elkaar. Lief en leed hebben zij gedeeld. Met elkaar en met de buurt. Het afgelopen jaar verloren beiden hun dierbare echtgenoot. Binnen niet al te lange tijd moeten zij Helmond-West verlaten. Huis en haard worden geofferd aan een drukke nieuw te bouwen weg. Het raakt hen in hun hart. Toch voeren warme herinneringen de boventoon. Een kleine terugblik met twee geweldige buurvrouwen.

Wat is jullie fijnste herinnering?
Daar hoeven de beide dames niet lang over na te denken. De geboorte van hun kinderen. Ja en het spelen van de kinderen in de straat, met elkaar. Vol trots vertellen ze over wie er vroeger in de straat woonden. Het was toen eigenlijk een elitestraat. Met de pastoor die woonde op de hoek, naast de school.

Wat is jullie vervelendste herinnering?
Die hebben we niet, roepen beide dames in koor. We hebben het hier altijd goed gehad. Geen vervelende dingen meegemaakt. Nooit. Dat de huizen hier plat moeten, dat vinden we wel erg.

Wat wensen jullie jezelf voor de toekomst?
Een goede gezondheid, zegt de een. De ander denkt even na. Het wordt nooit meer zoals het geweest is, verzucht ze even, ik hoop een goede verhuizing en dat ik nog kan aarden in een nieuwe omgeving.

Wat is jullie levensmotto?
Positief blijven en niet bij de pakken neerzitten, dat heeft mij altijd geholpen. Ik weet het nog niet, antwoordt de andere buurvrouw. Na regen komt zonneschijn. Nee wacht, ik weet er nog één. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Gniffelend vallen de beide dames elkaar in de armen. Ik zal je altijd blijven opzoeken buurvrouw en ook je krulspelden inzetten, als je dat maar weet. Een brede glimlach verschijnt op beide gezichten.

Wat willen jullie de jeugd die in de wijk achterblijft nog meegeven, dames?
Saamhorigheid, antwoordt één buurvrouw onmiddellijk, waarop de ander aanvult, ja, dat is erg belangrijk. En er voor zorgen dat je een eigen thuis maakt. Dat heb ik hier altijd gehad.

Ik ben onder de indruk van de kracht die beide dames uitstralen en het plezier dat ze met elkaar hebben. Samen brengen we een toast uit op de toekomst. Achter in de tuin hoor ik de oude notenboom, 55 jaren geleden geplant, stilletjes diep zuchten.

Mien zweeft en zwetst door Helmond-West

Gepubliceerd in Wijkkrant Helmond West Juli 2010 > Twee buurvrouwen