18-04-2015

De jongens van de suikerwerkfabriek

Al jaren reizen Cor, Dirk, Rien en Theo met de trein naar de suikerwerkfabriek. Ze hebben een ‘eigen’ coupé. Theo, een jonge knaap die nog maar kort in de fabriek werkt is sinds een maand in hun groepje opgenomen.

De mannen hebben geen goede ervaringen met vrouwen. Cor's echtgenote heeft de ziekte van Parkinson en moet constant verzorgd worden. Dirk's echtgenote heeft Dirk een keer een blauw oog geslagen en hem verkracht. Rien vergezelt zijn echtgenote altijd naar sportevenementen om haar in de gaten te houden. Ook op de fabriek worden de jonge mannen vernederd door hun vrouwelijke bovengeschikten.

Rien vindt alle vrouwen hetzelfde, “Ze willen allemaal een koning voor hun kinderen en een prins in bed.” Ook Theo heeft geen prettige ervaringen met vrouwen. Hij wordt doodmoe van zijn dominante, belerende moeder, die zijn vader volkomen onder de duim houdt. Zijn tante Hanny deed zijn seksuele gevoelens ontwaken met verhalen over het Indische sprookje in de Efteling. De mooie erotische dromen worden echter ontluisterd als hij met zijn vriendinnetje Truusje voor het eerst naar bed gaat in de meubelzaak van zijn vader.

De mannen klagen in de coupé hun nood bij elkaar. Uiteindelijk accepteren zij gelaten de wereld zoals die is, die voltrekt zich immers buiten hun invloed om. Dit verandert plotseling als op een ochtend een nieuwe, jonge conductrice hun kaartjes komt knippen. Theo heeft vergeten zijn maandkaart te verlengen en de conductrice schrijft een boete uit.

Een onbekende kracht haalt de mannen uit hun lethargie en als een soort wraak op alle vrouwen kleden zij de conductrice uit. Als zij helemaal naakt is en de haat van de mannen overgaat in liefkozingen, breekt het verzet van de conductrice; zij komt klaar en begint te huilen. Beduusd laten de mannen haar gaan, nog vlug haar bundeltje kleren in haar handen stoppend. Verdwaasd stapt de conductrice naakt het perron op.

Vrije 'eh man cipatorische' vertaling van een boekbespreking van 'Anoniem' (5VWO 2002) van de verhalenbundel 'De jongens van de suikerwerkfabriek' van Theo van het Loo (Werknemerspers, Amsterdam, 1983).

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 8e schrijfopdracht op ColumnX (april 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Beschrijf een momentopname in een willekeurige situatie in 290-310 woorden.


Edit 29-04-2015:
De inzending van deze schrijfopdracht op ColumnX is door de redactie verwijderd op verdenking van plagiaat. Ik ben het daar niet mee eens en heb besloten om verder uit te zoeken of daadwerkelijk sprake is van plagiaat of vrijheid in schrijven. In mijn ogen is het namelijk een bewerking. Wordt vervolgd.


Edit 12-05-2015:
N.a.v. mailcorrespondentie met een redactielid van www.scholieren.com, een ICT-jurist en Tessa de Loo ben ik tot de conclusie gekomen dat publicatie van mijn verhaal op de website ColumnX als plagiaat beticht kan worden, omdat ik niet meteen de bronvermelding vermeld heb. Dit had ik achteraf gezien wel moeten doen, maar had ik uitgesteld vanwege de schrijfopdracht. Ik heb hierover mijn spijt betuigd op de website ColumnX.
Het plaatsen van dit verhaal op mijn weblog is geen plagiaat omdat ik bij het verhaal wel meteen een bronvermelding heb geplaatst.
Kortom een vervelende situatie waarvan ik veel geleerd heb. Ik heb besloten het verhaal op mijn weblog te laten staan.


Tessa stond mij toe haar antwoord n.a.v. mijn mail te plaatsen op ColumnX en op mijn weblog. Hieronder onze mailcorrespondentie.


01-05-2015: Mail aan Tessa de Loo:

Beste Tessa de Loo,

Mijn naam is Rob Mientjes en ik schrijf columns en verhalen op een website
waar ik lid van ben en die tevens openbaar toegankelijk is. Onlangs heb ik
op deze website meegedaan aan een schrijfopdracht: beschrijf een
momentopname in een willekeurige situatie in maximaal 290-310 woorden.

Voor deze opdracht heb ik vrijwel letterlijk gebruik gemaakt van een
boekverslag op www.scholieren.com van een scholier 5VWO, anoniem
geplaatst. Zie: www.scholieren.com/boekverslag/47824. Het betreft
een boekverslag van het titelverhaal van uw boek 'De meisjes van de
suikerwerkfabriek'. Een boek dat ik zeer bewonder. In dit boekverslag heb
ik bewust de man-vrouw rol omgedraaid en de namen van de hoofdpersonen en
de titel aangepast. Zo wordt in de hoofdscène (het door mij gekozen moment
voor de schrijfopdracht) niet de conducteur in de treincoupé door vrouwen
uitgekleed, maar de conductrice door mannen.

Onderaan mijn schrijfopdracht heb ik op ludieke wijze een verkapte
bronvermelding aangebracht. Maar het moet gezegd, niet echt duidelijk. Het
doel van deze letterlijke overname en omwerking van de tekst uit het
boekverslag was om de actualiteit van agressie in het openbaar vervoer en
de emancipatie van de man met elkaar te verbinden.

De redactie van de website heeft na een opmerking van een lid van de
website mijn inzending geduid als plagiaat en een week later van de
website verwijderd. Ik heb dat gerespecteerd maar twijfel of hier
daadwerkelijk sprake is van plagiaat. In mijn gedachtegang heb ik een
duidelijke bewerking en interpretatie gegeven in dichterlijke vrijheid.
Dat de bron waaruit ik geput heb in zekere zin anoniem was maakte het niet
makkelijk. Met naam en toenaam had ik deze ongetwijfeld onmiddellijk als
bron opgenomen. Omdat ik de beschuldiging van plagiaat erg beschadigend
vind wil ik graag uw mening vragen of u ook vindt dat hier sprake is van
plagiaat.

Op mijn eigen weblog is de schrijfopdracht nog terug te lezen. Zie:
http://mienweblog.blogspot.nl/2015/04/de-jongens-van-de-suikerwerkfabriek.html.
Met dit verschil dat ik de link naar het originele boekverslag in de
opmerking onder de schrijfopdracht niet heb opgenomen in de inzending naar
de website. De intentie was om dat later te doen, pas nadat de leden hun
commentaar hadden gegeven op deze bewerking.

Beste Tessa de Loo, wellicht een lang verhaal, maar kunt u mij helderheid
geven of hier sprake is van plagiaat? Wat is uw mening? Mocht hier sprake
zijn van plagiaat dan wil ik langs deze weg ook aan u, als auteur van het
verhaal, mijn welgemeende excuses aanbieden. Ik zal mijn excuses dan ook
overbrengen aan de redactie van http://www.scholieren.com. In geval van plagiaat
zal ik ook de publicatie van mijn weblog verwijderen.

Ik hoop dat u tijd vindt en de noodzaak inziet om mijn vraag te beantwoorden.

Met vriendelijke groet,
Rob Mientjes

-------------------

04-05-2015: Antwoord Tessa de Loo:

Beste Rob Mientjes,
In antwoord op je vraag of er in dit geval sprake is van plagiaat:
Je verhaal heeft het karakter van een boekverslag, dus is er hooguit plagiaat
gepleegd van een boekverslag. Met de oorspronkelijke novelle 'De meisjes van de
suikerwerkfabriek' heeft het naar mijn oordeel niets van doen - daarvoor mist het de
structuur, het uitdiepen van de karakters, het opbouwen van spanning etc., kortom
alles wat een meeslepend verhaal nodig heeft. Bovendien is het 'unieke' in dat
verhaal het feit dat daarin een man verkracht wordt door vier vrouwen. Het
verkrachten van vrouwen door mannen gebeurt dagelijks (helaas) en ik kan dan ook
niets emancipatorisch zien in jouw omkering.
Gezien de opdracht begrijp ik niet waarom je voor dit ingewikkelde onderwerp gekozen
hebt. Wanneer je een verhaal wilt vertellen in max.310 woorden, kun je alleen maar
voor één eenvoudige handeling kiezen, of voor het genre van de column.
Ik kan je dus geruststellen: er is op geen enkele manier sprake van plagiaat. Mocht
je belangstelling hebben voor het avontuur dat het creëren van een boeiend verhaal
altijd weer is en je een week lang willen verdiepen in alle aspecten die daarbij
komen kijken, dan nodig ik je uit een keer een workshop te komen volgen, hier aan de
zuidelijke rand van Europa. Voor informatie verwijs ik je naar mijn website.
Tenslotte wens ik je veel schrijfplezier,in welke vorm dan ook...Met een hartelijke
groet,Tessa de Loo.

------------

Voor degenen met interesse in de workshops van Tessa de Loo in Portugal zie:
https://tessadeloo.com/schrijfcursus-in-portugal-door-tessa-de-loo

Mien korte verhalen (36 en 37) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 18-04-2015

36) Een titel valt niet af te dwingen

Het loopt allemaal moeizaam in huize Mien. Het blijft wennen aan de nieuwe vrouw van mijn vader. En nu wil ze ook nog dat we mams tegen haar zeggen. Dat kan niet. Die naam is maar voor een moeder bedoeld. En die is er niet meer. Dat spreekt toch vanzelf? Mijn vader doet zijn best om ons te bewegen het wel te doen. De tranen springen in mijn ogen. De anderen zwijgen. De tijd en wil is nog niet rijp. Foute timing. Deze titel valt niet af te dwingen. Tijdens de maaltijden wordt het steeds zwijgzamer en ongemakkelijk aan tafel. Het is ook allemaal veel te snel gegaan. Iedereen zoekt zijn eigen weg in het verdriet. Ook de hond geeft geen goedkeuring. Hij blijft grommen tegen de nieuwe bewoonster. Onze blije Cocker kwispelt steeds minder. De sombere sfeer in huis lijkt ook het beestje te treffen. Mams is en blijft onvervangbaar, hoe ziek ze ook was.

Voor de nieuwe vrouw is dit maar moeilijk te accepteren. Ze heeft niets met kinderen en niets met huisdieren. Die mogen van haar allemaal weg. Zo voelt het toch. En sterker nog. Zo wordt het ook nog eens uitgesproken. ’s Avonds laat op een zomeravond, stiekem op de trap, hoor ik samen met mijn broer, hoe hij neergezet wordt door onze nieuwe moeder. “Hij gaat naar een tehuis. Ik kan niet met hem overweg. Heb je zijn kamer gezien, hij doet niets in huis, hij luistert niet. Hij eruit of ik eruit.” De boodschap komt hard aan. Mijn vader slaat nu ook door. Harde woorden vliegen door de lucht. We geloven onze oren niet. Versteend zitten mijn broer en ik op de trap. Het geschreeuw achter de woonkamerdeur wordt steeds heftiger. Broer gaat naar bed. Ik blijf nog even zitten. In wanhoop, omdat ik niet wil geloven wat ik hoor. Wat als ze me straks zien zitten? Ik besluit om ook maar snel naar bed te gaan. Het voorval komt de volgende dag niet ter sprake. Maar iets lijkt er geknapt. Ik heb mijn vader nog nooit zo stil gezien. Dit huwelijk kan nooit lang duren.


37) Het Noorden en het Zuiden kwijt

Het is herfstvakantie en vandaag rijden we naar Heerlen. We gaan de nieuwe woning van mijn grote broer en zijn vrouw inwijden. Ze zijn in maart getrouwd. Broer heeft een mooie baan gevonden bij het ABP. Ze hebben een appartement gehuurd in een flat bij de Vossekuil. Niet zo’n beste buurt, maar de huur is er goedkoop. Ze hebben het appartement keurig ingericht volgens de laatste mode. Veel rotan, een donkere ribfluwelen bank en natuurlijk veel kamerplanten. De vingerplant en parapluplant ontbreken niet. Boven de keukenbar die de keuken van de woonkamer afscheid hangen felgekleurde donkere glazen bollen in een wit net. De letterbak tegen de muur is gevuld met prullaria die ik niet kan thuisbrengen. Maar het ziet er wel gezellig uit.

Het ziet er allemaal picobello uit en de taart kan geserveerd. Mijn vader is trots. Dat kun je zien. Net als grote broer en zijn vrouw. Er komt geen eind aan de rondleidingen. Dan weer dit zien en dan weer daar even kijken. Ik heb het wel gezien en vraag of ik naar buiten mag met onze Cocker. Die is wat blij. Met een bocht loopt ie om de vrouw van mijn vader. Het zullen nooit vrienden worden. Tot zo! En weg zijn we. Best vreemd om onze hond in een voor mij onbekende omgeving uit te laten. We nemen de lift. Een klein stinkend houten hok dat veel te langzaam afdaalt naar beneden. Het park bij de flat maakt veel goed. Zal ik hem even loslaten? Eigenlijk is dat niet verstandig maar doe het toch. Weg is ie! Als een hazewind. Ik raak in paniek. Want hij gaat er echt als een duvel in een doosje er vandoor. Hoe ik ook roep, hij is verdwenen. Met lood in de schoenen meld ik me op de vijfde etage, flatnummer 124. Dat heb ik goed onthouden. In tranen vertel ik dat onze Cocker er vandoor is. Geen paniek. Met z’n allen vinden we hem wel. De hele middag lopen we te zoeken. De housewarming party krijgt een diepvriesscenario. Laat in de middag, als we toch nog een keer gaan kijken loopt onze Cocker binnen. Zuchten van verlichting. We kunnen meteen naar huis. Vanaf het balkon zwaaien grote broer en zijn vrouw ons gedag. Een gelukkig koppel. Ik knijp onze Cocker dicht tegen me aan, achter in de auto. Waar was je nou?

Ik zit tussen mijn zus en haar vriend op de achterbank. De Cocker op schoot. Dat moet. Ik laat hem nooit meer los. “Ze wonen daar mooi”, zegt de vrouw naast mijn vader, “alleen hoop ik wel dat ze daar gelukkig worden, ik vond haar er niet echt gelukkig uitzien.” Mijn vader geeft onmiddellijk antwoord. “Ach wat, ze moet daar even wennen, ze is alleen het dorp gewend, dat heeft tijd nodig.” “Nou, ik moet dat nog zien hoor!” “Mens, doe toch niet zo negatief!”

We zijn eindelijk thuis. Op de bank zit mijn andere broer, de handen in zijn lange blonde haar geslagen, voorover gebogen. Dat betekent slecht nieuws. Hij had geen zin om mee te gaan naar Heerlen en bovendien moest hij nog wat voorbereiden voor school. Mijn vader voelt nattigheid, dat mag duidelijk zijn. “Wat is er jongen?” Mijn broer zwijgt. Maar niet lang. “Ik heb mijn vriendinnetje zwanger gemaakt!” Alles in de kamer komt heel even tot stilstand. Er zijn geen woorden voor. Totdat. “Hoe is het mogelijk, jongen, wanneer, hoe, waarom, en wat nu … hoe kun je …!” Het ongeloof lijkt onmetelijk. “Schande, schande, schande …!” Mijn vader weet niets anders te zeggen. “We houden het kind!” zegt mijn broer resoluut. Ik heb het er al over gehad met de moeder van mijn vriendin, die vindt het goed!” Mijn vader ploft neer op de bank. Zijn vrouw rent naar de keuken, in al haar onnozelheid. Er flitst bij mij maar een gedachte door mijn hoofd. Ik raak nu ook mijn andere broer in huis kwijt. Het besef slaat bij me in als een bom. Zeventien jaar en dan al vader worden. Dat kan toch niet?

01-04-2015

Momento dado

Ik houd zijn oren stevig vast, bang dat ik anders van hem afval. Voorzichtig leun ik over zijn hoofd heen. Ik kan mijn nieuwsgierigheid amper bedwingen. Ik wil graag zien wat hij ziet. Ik geniet van ieder moment en zuig de warme lucht die rond onze oren vliegt diep naar binnen. Het verwarmt niet alleen mijn longen, maar ook mijn buik. Om over het hart maar niet te spreken. Dat bonst sowieso in mijn keel. Al sinds we van de grond zijn opgestegen.

Het is een droomvlucht die ik onderga. Gelukkig heb ik mijn fotocamera meegenomen. Het bewijs moet vastgelegd. Wie zal mij anders geloven. Het wordt steeds warmer, we stijgen langzaam op. Mijn transportmiddel is zwijgzaam. Sinds de uitnodiging heeft hij niet meer met mij gesproken. Hij heeft me verteld dat hij me brengt naar waar ik op zoek ben. Un momento dado. De warmte wordt nu toch wel drukkend. Het zonlicht verblindt. Waar brengt deze rare vogel mij naartoe? Wat wil hij me laten zien?

Mijn transportmiddel praat. Ik kan het amper verstaan. Mijn oren staan in brand, net als de staart van de rare vogel. Ik raak nu toch wel lichtelijk in paniek. Waar en hoe gaat deze droomvlucht eindigen? "Pak je camera Mien! Kleinste sluitertijd!" Ik pruts wat aan mijn camera. "Leg hem stil tussen mijn oren en buk!" Ik begrijp er niets van maar reageer op de automatische piloot. "Afdrukken als ik ja zeg!" We vliegen recht de zon in. Hoe is het mogelijk? "Bukken, bukken, bukken!" Het vuur aan de staart van de vogel klimt over zijn rug richting mij. Ik heb nog maar heel weinig tijd. En dan, dan zie ik plots een gezicht ... een gezicht midden in de zon ... maar van wie ... ? Ik begin te huilen. Keihard. "Jaaaaaaa!" Ik druk af. Het moment is mij gegeven. Un momento dado.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 8e schrijfopdracht op ColumnX (april 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Beschrijf een momentopname in een willekeurige situatie in 290-310 woorden.