20-11-2016

De voetbal beslist

Sinds kort ben ik weer wat meer geïnteresseerd in voetbal. Hoe dat zo komt? Twee redenen. Een, mijn kleine neefje is fan van Barcelona en twee, de introductie van steeds meer technische mogelijkheden binnen het voetbal. Vroeger kon Ajax mij nog bekoren, maar sinds Johan er niet meer is, is het voetbal in Nederland saai en slecht geworden. Het is wachten op een nieuwe Johan. Mijn neefje misschien. Hij heeft in ieder geval genoeg aspiraties. En ik de inspiratie. Om over voetbal te schrijven. Daarom nog maar eens een echte voetbalcolumn in een rubriek die op sterven na dood is.

En ja, waar draait het nu om bij voetbal? Juist ja de voetbal. Die moet erin. En het liefst heel vaak. Dat maakt de supporters, trainers, coaches, journalisten, profs, amateurs en last but not least, de voetballers gelukkig. Zeker degene die scoort. Wie ben ik vergeten? Juist ja, de scheidsrechter. Bewust? Nee, niet helemaal. Hij is soms, samen met zijn maten de advocaat van de duivel. In sommige gevallen, incidenteel, samen met de bookmakers, want die was ik ook nog even vergeten. Niets beïnvloedt meer het spel, heeft meer macht, dan de scheidsrechter. Want als iedereen gelijk heeft kan hij dat gelijk evengoed nog betwisten, in een momentopname. Hij ziet niet wat duizend anderen ziet. En hij komt er mee weg. Meestal. Nee, altijd.

Hoe lossen we dat voor eens en altijd goed op? Heel simpel. Met techniek. Ook het voetbal verdient een big brother who is watching. Fout, fout, fout. Dat gaan we nu eens niet doen. Die big brother is al in ons dagelijks leven alom aanwezig. Dat hij zich nu eens niet bemoeit met brood en spelen, alsjeblieft. Let go, let go.

Nee, er is maar een die wat mij betreft aanspraak maakt op waarheid en gelijk. En dat is de voetbal zelf. Laat nu de huidige techniek toevallig de mogelijkheid bieden om dit te bewerkstelligen. En wel heel eenvoudig. We planten in de voetbal een chip. Een chip die kan praten. Is er al toch? De voetbal bepaalt dan met behulp van de chip of hij gescoord heeft. Juist ja, of de voetbal de doellijn gepasseerd heeft. Het enige wat bij twijfel dan nog even moet gebeuren is luisteren. Eenvoudigweg luisteren naar de voetbal. En wie doet dan? De scheidsrechter en de beide coaches. Gedrieën treden ze toe tot de innercircle van het veld en beluisteren de bal. Want de voetbal, die heeft altijd gelijk. Was het een doelpunt? Ja, fluistert de voetbal, in drie paar oren. Doelpunt toegekend. En nee, even for the record, dit is geen verslag uit het laatste Harrie Potter boek en heeft niets te maken met bezemvoetbal.

Als die voetbal nu eens snel komt, met ingebouwde chip, dan ga ik weer kijken naar voetbal. Beloofd is beloofd. De ballen moeten er gewoon weer in. Wat maken ze me nou? Leve brood en spelen. In alle opzichten.

06-11-2016

Met de doden spreken

Ik probeer het nu al vier maanden en het lukt me van geen meter. Alles heb ik uit de kast gehaald, alles geprobeerd. De bibliotheek bezocht, het internet afgespeurd, media geraadpleegd, en vooral ook in mijn vrienden- en kennissenkring een balletje opgeworpen. Hoe kom ik in hemels-, hels- of vagevuursnaam in gesprek met de doden? Ergens moeten ze toch gebleven zijn? Zo graag zou ik eens met enkelen willen spreken. Heel even maar. Over koetjes of kalfjes of over serieuze zaken, het maakt me niet uit. Mijn nieuwsgierigheid vreet me haast op, niet te harden.

Ik weet geeneens welke taal de doden spreken, maar dat mag mijn ondernemingsgeest en pret niet drukken. Ja pret. Ik beleef er enorm veel plezier aan om nu al vragen te verzinnen die ik mijn meest geliefde en gehate doden wil stellen. Over hun reis naar de plek waar ze zich nu bevinden bijvoorbeeld? Of over hun laatste aardse gedachten. Wat er door hun hoofd ging op het moment van sterven. Bij sommigen lijkt me het waanzinnig interessant juist dat te mogen weten.

Van de vier maanden heb ik drie maanden gemediteerd. Volgens strenge regels. Ik trad binnen, vouwde mijn benen in kleermakerszit, liet alles los en dacht niets, aan helemaal niets. Tussendoor nam ik alleen zo af en toe een boterham en een glas melk. Mediteren vraagt aandacht, concentratie en heel weinig koolhydraten. Die laatsten zorgen er namelijk voor dat je op aarde blijft. Toiletzaken en zo. En dat wil je juist niet. Bijna had ik contact. Maar het contact vloog weg. Zodra het me zag zitten in kleermakerszit was het contact gevlogen. En toch schijnt het zo te werken.

De andere maand heb ik gebruik gemaakt van het oproepen van de doden. Samen en alleen. Samen met drie goede vrienden die me wel wilden helpen, totdat mijn koelkast leeg was, want toen hielden ze het ineens niet meer vol. Alleen met een doosje dat telkens op tafel naar de letters van het alfabet schoof, maar het doosje schoof slechts naar medeklinkers. Ik kon er geen naam van maken. En dan nog? Wat zou ik dan tegen die naam moeten zeggen. Wie is u en wat doet u hier? Het lukte gewoonweg niet.

Ik besluit uiteindelijk, los van het contact met de dode, gewoon met de dode in gedachte te spreken, in mijn eigen taal. Ik verzin de wildste vragen en antwoorden. De doden zwijgen. Wijselijk. Maar ik weet wel beter, ze zijn er, stuk voor stuk, geen ontkomen aan. Daarvoor zijn zij ook te nieuwsgierig. Wie zwijgt stemt toe, min of meer, nietwaar? Ik weet dan nu ook hoe de hemel, hel en het vagevuur eruitzien. Ik kan het u zeggen. No places to be. Not yet. En dat geldt voor alle drie. Ja, ja, ook doden proberen elkaar dood te zwijgen. Maar dat gaat nu mooi niet lukken, er is er altijd wel eentje die lekt. En ik, ik ga hem of haar, vroeg of laat vinden. Zeker weten.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Met de doden spreken (06-11-2016)

04-11-2016

Redenen om te blijven

Blijven of weggaan, hoe vaak heb ik dat niet gedacht? In den beginne begon het al. Ik floepte uit mijn moeder en dacht meteen, wat doe ik hier? Ja, ik kon meteen denken. Mijn moeder schrok er zelfs van. Praten deed ik ook. Een echte wijsneus met een stem. Met mijn neus wees ik de wereld waarin ik terecht was gekomen meteen terecht. Wie wil er hier nu blijven? Maar weggaan was nog geen optie. Ik kon niet lopen.

Gelukkig had ik mijn gedachten. Man wat ben ik daarin ver weg geweest. Beyond borders. Ja, ik ben tweetalig. Wat zeg ik, vijftalig. En het zit geeneens in de genen. Mijn vader sprak maar een taal. Heel duidelijk. Mijn moeder zweeg, meestal. Bij het weggaan is het spreken van vijf talen wel zo handig. In dromenland maakte ik me de talen eigen. Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans. Zo kon ik alle kanten uit. Nou ja, behalve China, Rusland, Mongolië en nog wat andere landen. In de weet dat ik ze toch niet allemaal kon bereizen, geen probleem.

En so what, ik beschikte immers ook nog over handen en voeten. Ik kon er nog niet mee lopen, maar wel mee praten. In mijn dromen en ook in het echt. Zo verkocht ik mijn vader en moeder regelmatig een muilpeer. Waarom? Omdat ze soms te dicht in mijn buurt kwamen. Als baby had ik al ADD en Adidas. Ik schreeuwde soms de hele buurt bij elkaar want niemand kwam er kijken naar mijn mooie schoentjes.

En toch besloot ik om te blijven. Want naarmate mijn leven en wereld groeide, kwam ik thuis in mijn eigen huis. Het huis groeide en groeide al snel. De ruimte in lijf en ledematen nam snel toe. Het was ook de ruimte die ik nodig had om te groeien. Ik hoef niet langer weg te gaan. Ik blijf in mijn blijf en lijf. Forever, pour toujours, für immer, per sempre, por sienpre, yǒngyuǎn, navsegda, üürd mönkh.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Redenen om te blijven (04-11-2016)