25-07-2010

Siem

Vier letters in een woord, vijf parels aan een kroon. Zo wordt een kleine telg groots aangekondigd. Keizerlijk onthaald in een hete zomer in juni 2010. In een Nederland volledig in de ban van voetballende Oranje elfjes. In een verwilderd Nederland op zoek naar een nieuw kabinet. Kleurrijke Vuvuzela’s en ijverige Twitteraars laten luidruchtig van zich horen, kleine Siem is geboren.

Siem, een flinke knaap met alles erop en eraan. Bijna drie en een halve kilo schoon aan de haak. Hij schittert roze, blank en blauw in een Stokke op wielen. Klaar om met verwondering de wereld te veroveren. Vele harten bonzen, van familiegeluk en vriendenpret. Van Atteveld tot Mientjes. Siem vindt een trotse vader en moeder aan zijn zijde. Ericsson wordt Siemsson, HRM wordt SRM. Een kleine familie gaat op levenswandel.

Met Siem naar Siem in Denemarken. Dansend en zingend op de tonen van Stromae: “Alors on danse, alors on chante.” Siem luistert en verhoort. Als roze wolk is hij geland in een groene Tilburgse banlieu. Als lieve stoere stamhouder en Kruikenzeiker. Met een vette knipoog, schuin boven een klein stomp neusje, palmt hij aandoenlijk oma en opa’s zo maar in. Op grote handen en voeten wordt hij gedragen.

Kobodaishi zei het al: Stroom, stroom, stroom, de loop van het leven gaat almaar door. Zeker op 25 juni, een bijzondere dag. Vanuit een blauwe hemel pinkt overgrootmamma, precies 37 jaar na dato, trots een traantje weg. En ook oma houdt het boven niet droog. Gaudi, Jansen, en Georgen, Orwell en Michael, zagen op deze dag het licht. Foucault, Cousteau, majoor Bosshardt en Michael Jackson knepen juist hun ogen dicht.

Lang geleden op 25 juni deed een vaccin tuberculose voor het eerst in de ban. Belgen zagen op 25 juni een nieuw nummerbord verschijnen. In 2150 zullen vele mensen, 7 minuten lang, op deze dag, in het duister staan. Behalve kleine Siem. Want die blijft vanaf heden, voor altijd gloren.

Groen als gras droomt hij lekker weg en zal voortvarend door het leven gaan. Als kleine tijger en als kreeft. Ambitieus en zoekend naar bewondering, laat hij zich daarbij graag regeren door de maan. Maak plaats, maak plaats, maak plaats, voor een nieuwe lieve wereldvriend.

Oudoom Mien


20-07-2010

Hittegolf

Zwetend rol ik uit bed. Ik heb nauwelijks het idee dat ik geslapen heb. Op weg naar de badkamer doorklief ik zware warme slaapkamerlucht. In de winter ben ik blij met zo’n warme deken maar nu verwerp ik hem. Een nat washandje geeft verkoeling en ook de koude tandpasta die ik door mijn mond borstel werkt verfrissend.

Snel naar het toilet. De koelste plek in huis. Extra lang blijf ik zitten en overweeg om het kleinste kamertje in te richten tot vaste verblijfplaats, totdat de hittegolf opgezouten is. Een bedje past er net in. Laptop en koffiezetapparaat installeren en klaar is Kees. Mijn vrouw haalt me uit de droom. Ze klopt op de deur. Of ik op wil schieten.

Snel verzamelen we spulletjes voor een dagje pierewaaien aan het water. Lekker vertoeven langs de waterkant in de schaduw van dennenbomen en robuuste Polen. Zij bevolken massaal het vakantiepark. De zon is al heet en ik gooi vliegensvlug mijn kleren uit. Een horde schaatsenrijders begroet mij als ik het lauwe venwater in stap. Oppassen dat ik niet op een kikker trap. Koude- en warmtegolven glijden afwisselend langs mijn benen. Een aangenaam gevoel.

Terwijl ik wat baantjes trek valt mijn blik op een doucherek aan de overkant. Ik zie een klein jongetje in een veel te grote roodwitblauwe zwemkniebroek zijn armen heffen onder de waterstralen. De zon zet zijn rosse bolleke in vuur en vlam. Oranje boven denk ik onmiddellijk. Vanavond speelt Nederland de WK voetbalfinale tegen Spanje. Een hitte- en oranjegolf houden Nederland in een haast verstikkende houdgreep.

Uit het water laat ik me opdrogen door warme zonnestralen. Vervolgens nemen mijn vrouw en ik een witte zonnemelkdouche. We zijn klaar voor de BBQ. De zon prikt al snel in onze ruggen. Zodra we sudderen draaien we om. Op mijn teen landt een grote libel. Zijn glazige ogen draaien in de rondte. Na een poos vliegt hij weer verder. In mijn hoofd klinkt de begintune van M.A.S.H., een populaire TV-serie uit de jaren 70.

Pretgeluiden in een vreemde taal klinken boven de waterspiegel. Ik zie 10 Polen in het water een menselijke piramide bouwen. Theatrale beroepsdeformatie. Ze hebben veel plezier samen. Het Oostblokcircus trekt veel bekijks. Zelfs de badmeester kan er om lachen.

Twee ouders lopen rustig langs de waterkant. Tussen hen in loopt een kleine knaap van amper 9 jaar druk mobiel te bellen. “Nee Herman, ik kan vandaag niet. Ik ben op de camping met mijn ouders. Ik kan niet komen spelen, te druk, gaat echt niet lukken. Andere keer misschien. Wat zeg je …..” Onverstoord blijft hij al bellend tussen zijn ouders inlopen en struikelt bijna over twee eenden die zijn pad kruisen. Ik ben helemaal verbaasd en voel behalve de zon nu ook mijn leeftijd prikken.

Het zonnen maakt hongerig. Ik haal twee witte boterhammen met gebakken ei uit de koelbox. Uit plastic bekertjes drinken mijn vrouw en ik donkere ijskoude thee. De rest van de dag geven we ons over aan zomerse loomheid. De warme lucht maakt kortademig. Het wordt tijd om naar huis te gaan. Snel nog even ijsjes scoren. Die smelten voordat ze onze mond zien. Het ijs drupt langs de kin.

Ik knoop de grote handdoek om mijn middel en verwissel zo snel als ik kan mijn zwembroek voor een oranje Nastaseslip. Natte handdoeken, krantje, kruiswoordpuzzels en zwemprullaria verdwijnen in de tas. Totaal verzadigd van zon lopen mijn vrouw en ik naar de uitgang. Het hete zand schuurt in onze sandalen. Tevreden en voldaan glijden we in onze groene bakoven op wielen en varen richting huis. De hittegolf heeft ons vandaag niet klein gekregen.

Mien Zonnelach

19-07-2010

Klantenbederf

“Hoe goed bent u eigenlijk voor uw klanten? Ik zie er hier namelijk maar weinig rondlopen.”
Max Fruit moest het antwoord even schuldig blijven. Dit vroeg om een tactisch antwoord. Waarom stelde zijn schoonvader in spé überhaupt deze vraag? Max besloot het grote klantenspel mee te spelen.

“Beste meneer Jong, als bedrijfsleider van dit casino ben ik degene die de vragen stelt. Ook al bent u voor mij een belangrijke klant, uw vraag vind ik ongepast. Zeker gezien de setting waarin wij ons bevinden. Een casino dat afstevent op een faillissement is gebaat bij een meer positieve benadering van zijn clientèle.

“Nou, meneer Fruit, dat ben ik niet met u eens. Ik zie op diverse schermen met regelmaat familieleden van u voorbij komen. En onder ons gezegd, zodra ze op één lijn staan valt er veel te winnen, nietwaar? De vraag is alleen, waar zijn die klanten die zo goed gezind raken van uw familieleden en hoe goed bent u voor ze?

“Meneer Jong, u bent waarachtig geïnteresseerd in de filosofie van het klantenspel. Dat zie ik onmiddellijk. U hebt gelijk, wij zijn gebaat bij fruitige klandizie. Zoals u wellicht weet heb ik persoonlijk een gruwelijke hekel aan gelijkgestemde familieleden. Dat kost namelijk geld. Ik hecht belang aan diversiteit. Liefst zie ik alleen vreemde eenden in de bijt. Helaas happen die maar mondjesmaat toe.”

“Maar meneer Fruit u hebt ze wel nodig hoor. Hoe wilt u anders de tering naar de nering zetten? U weet, ik heb een dochter die helemaal verzot is op spelletjes. Hoe wilt u haar dan plezieren? Met uw staat van dienst hebt u vast geen last van beroepsdeformatie en zult u ook andere dingen doen dan alleen maar gokjes wagen? Ik zie u denken. U denkt, dus u gokt!”

“Beste meneer Jong, ik doe er werkelijk alles aan om het onze klanten naar de zin te maken. Cocktailtje hier, chipje daar. Onze dienstverlening is customer made. Zelfs voor oosterse klanten. Hebt u al kennisgemaakt met onze kamelenrace, die is erg hot op het moment.”

“Nou liever niet, meneer Fruit. Ik ben allergisch voor kamelen en ijsberen. Ze lopen mij veel te veel heen en weer. Nee, ik hecht meer waarde aan standvastigheid. Vooral waar het mijn dochter betreft. Zoals u wellicht zult begrijpen ben ik niet van plan om haar in een wespennest te plaatsen zonder wespen of in het hol van de leeuw zonder leeuw. Dus vertelt u mij maar eens, wat hebt u uw klanten te bieden? Om te beginnen, uw belangrijkste klant. Mijn dochter.”

“Rozengeur en maneschijn, meneer Jong. Ik beloof het fruit te koesteren. Ik speel open kaart met u. U hebt immers mijn troef in handen. I will keep all my customers satisfied, even if they are strange fruit. En als u mij nu wilt excuseren. Ik heb een afspraak met een belangrijke klant waarvan ik de lol niet wil bederven. Zij heeft een houdbaarheidsdatum die vraagt om een zekere mate van stiptheid. Ik zie u volgende week aan het altaar. Dan zal ik oogsten wat u gezaaid heeft. Tot ziens.”

Mien

Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten