31-12-2016

120 Woorden December 2016

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Kraan (01-12-2016) (Themawoord: Kraan)

Heel langzaam biggelt ie over mijn wang. Dichtbij me wil ik hem houden, eigenlijk niet laten gaan. Opgeborreld, ontsproten diep vanuit een klein waterzakje, verstopt achter het oog. Ik ben er zuinig op. Behalve in een jolige bui. Dan ontploft de boel. Vermenigvuldigt zichzelf. Dan stroomt een geluksrivier dwars door de diepe groeven in mijn gezicht. Glijdt en watervalt over mijn rimpels. Als ze handjes zouden hebben zouden ze hard voor zichzelf klappen. Uit pure vreugd.

Maar niet deze kraan. Ik wil hem ophijsen, optakelen met zacht gesnuif. Weer binnenhalen, dat stuk verdriet. De buitenwacht heeft zo lang lopen peuren en porren, ze vat me bij mijn kloten. En toch, uiteindelijk laat ik de rouwmunitie vallen, heel langzaam en ontwapen.


Kraan zoekt wagen (04-12-2016) (Themawoord: Kraan)

Naam: Kraan Jansen
Bijnaam: Roestendoetieniet
Sekse: Man
Werk: Chauffeur
Hobby: Grabbelen
Leeftijd: Durf ik niet te zeggen
Looks: Jong van binnen, oud van buiten
Levensmotto: Bewonder luidruchtig, verwonder in stilte

Ben jij de wagen die ik zoek? Met juiste koppeling om in een mooie versnelling door ons leven te gaan? Living to the Max? Bel dan op mijn toeter. En wie weet ligt er nog een mooie reis in ons verschiet. Carrosserie niet van belang. Zolang de motor nog maar werkt. Tweetakt, diesel, turbo, ik kan het allemaal hebben. Airbag, automatisch inparkeren. Prima. Oldtimer of jonge racemobiel met winter- of zomerbanden. Laat ons gaan. Op het laatste stukje racebaan van ons leven. Fasten your seatbells and let go. Jouw Kraan!


Depot bereikt bodem (05-12-2016) (Themawoord: Depot)

Een witte eend zwemt door het pakhuis. Vloekend. Want de bodem is in zicht. Hij kan niet leveren. En dat is ongekend. De crisis heeft ook overzee bereikt. In september had ie nog een ongerust telefoontje gekregen. Alsof ze het wisten aan de overkant. ‘Gaat het nog goedkomen?’, had de oude rodemijterman de oude eend gevraagd.’

Voor Kerstmis!’, had de witte eend nog willen antwoorden. Maar hij had zich ingehouden. Aan paniekzaaien heeft niemand wat. Pepernoten en mandarijnen ging nog wel lukken, maar de grote cadeaus die kon hij dit jaar helaas niet leveren. Het depot was dermate uitgeput omdat een zekere Donald T. al in augustus zowat het halve pakhuis had opgekocht. Hij wilde ook wel eens Sint spelen.


Chocoladepotje (05-12-2016) (Themawoord: Depot)

Morgen staat het in de krant. In alle kranten. Geen enkele uitgezonderd. ‘Sinterklaas laat ravage achter in Nederland.’ Waarom? Door een overdaad aan chocoladepotjes in chocoladepotjes. ‘Zet ze niet op de vensterbank’, zal het artikel vermelden. Dat geeft troep. Maak er onmiddellijk chocoladepasta van. Dat is nog eens een goede tip.

Haksel de chocoladepoppetjes en -letters tot chocolademoes en smeer het de komende weken lekker op de boterham. Dat bespaart weer een hoop boodschappengeld, vlees- en kaasbeleg.

Wat overblijft vermengen we met kersen en stollen het tot kersenbonbons. Vergeet niet er nog wat crème de cassis door te mengen. En smullen maar. Een klein chocoladepotje mag u natuurlijk wel bewaren. De winter wordt nog koud genoeg en kerstmis komt eraan.


Deportoir (06-12-2016) (Themawoord: Depot)

Met veel dedain laat de meeuw zijn kwakkie vallen. Precies boven de vuilnisbelt van Parijs. Goed gemikt. Hij ontvangt applaus. De volgende meeuw is aan de beurt. Met de teenvliezen bij elkaar, het frietje ertussen gefrot, stijgt ie op. Even goed fladderen, zweven en vliegen, de goede landingsbaan zoeken, aanvliegen, droppen en snel weer opstijgen. E voilà, wederom een groot applaus valt de meeuwen ten deel.

Ze schreeuwen en kraaien het uit van plezier. Een hele uitdaging om de frites op precies dezelfde plek te laten vallen. Vlak voor het Elysée-paleis, het depotoir van de stad. Ja, het stinkt er verschrikkelijk. Maar dat geldt wel voor meer gemeentehuizen. Niet te luchten vaak die stank. Gelukkig bestaan er nog propere meeuwen.


De pot op met depot (07-12-2016) (Themawoord: Depot)

De feestdagen staan weer voor de deur. Die kun je moeilijk laten staan. Maar toch, net als een hele hoop mensen met mij, zie ik ertegen op. Zal ik ze wel binnenlaten? In vol ornaat. Kerstboom, kerststal, lichtjes, slingers, ballen, piek en engelenhaar. Worstenbroodjes, pasteitjes, kerstkrans, bier en bowl, kalkoen en pruimenvlaai.

Ik weet het niet. Na elf maanden lijnen verdwijnt het vet niet voor de zon. Het zijn immers donkere dagen. Die zijn zonder spijs en alcohol amper te verdragen. Ik verzamel gewoon een bosje mensen om me heen. Wie weet, misschien kom ik er dan wel doorheen. De pot op met mijn depot. Ik laat dat afdak lekker hangen. Steek de buik vooruit en ga mijn boom behangen.


Blauw en eenzaam (09-12-2016) (Themawoord: Depot)

Blauw en eenzaam komt de kleine ter wereld. Net als alle babies in de wereld. Een one million dollar baby, verwekt door een flamboyante zanger, gestuwd in kleine momenten van satisfaction. Geboren uit de laatste restjes van papa Mick’s verschraald depot. Let’s rock and roll. Een leven als theater ligt aan zijn kleine minivoetjes. Een immer rollende steen. Steen van Sisyphus.

Maar kom op zeg. Hello hooray voor de little man. Blauw en eenzaam, net als zijn pa, de ouwe gabber. Hoeveel papa’s zal hij straks nog moeten kopen om te groeien tot een zelf? Bedolven onder mamaliefde zal de kleine ongetwijfeld veel naam en faam maken en zal hij papa troosten in zijn schoot. Still there is the blues.


Shoestring (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)

Mijn leven lang, uitgezonderd de eerste drie jaar, ben ik al in het bezit van een strikdiploma. Mijn eerste diploma en tevens eentje dat ik het meeste koester. Apetrots ben ik er op. In de beginjaren lag mijn focus vooral op het strikken van schoenen. Eerst die van mezelf en al snel ook die van anderen. Liefst stiekem onder de tafel, laag bij de grond en zonder rugklachten.

Ik beleef nog steeds veel plezier van mijn strikdiploma. Ik kijk ieder jaar verlangend uit naar 1 april, een topdag. Een soort verjaardag voor mijn strikdiploma. Mijn focus heb ik echter verlegd. Ik strik niet meer, maar ontbind. Reetveters om precies te zijn. Bij voorkeur op heuphoogte. Het blijft een ondeugend karwei.


Chihuahuahoest (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)

‘Help mijn chihuahua gaat dood’. Dat is wat ik denk als Heinz naar lucht snakt. Hij strekt zijn nekje ver naar voren en zijn flanken bewegen snel van binnen naar buiten. Hij maakt ook vreemde snurkgeluiden. Wat is hier aan de hand?

Met grote ogen kijkt Heinz me paniekerig aan. Wat te doen? Zo meteen stikt ie nog. Het snurken gaat over in knorren. Ik kan het niet langer aanzien. Is ie nou aan het hyperventileren? Ik knijp zijn neus dicht en dat helpt.

Ik bel de dierenarts. “Uw chihuahua heeft chihuahuahoest meneer. Heel normaal. Dat heet reverse sneezing. Gewoon de neus dichtknijpen. Had ie stress?”

De zwarte bouvier achter mij ligt in een stuit en laat een harde scheet.


Stinkend erfgoed (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)

Sinds kort heeft de biercultuur in België een plek veroverd op de immateriële culturele Unesco werelderfgoedlijst. Zo dat is een mond vol. Een mond vol Waalse en Vlaamse bierkragen. Een mooie erkenning, die ook wij Nederlanders zeer waarderen. Menig Belgisch biertje vindt namelijk een thuishaven over de grens.

Met deze erkenning komt echter ook een vervelend fenomeen de grens over. Een ernstige en onsmakelijke bijkomstigheid die rechtstreeks voortvloeit uit de bierproductie. Het fenomeen heet broekhoest. In Nederland eenvoudigweg bierscheet genoemd. Nou hadden we natuurlijk al wat bedenkingen bij de dubbel en de tripple. En eerlijk is eerlijk. Niemand zit te wachten op iemand die van de trap pist. Ja, dat wist u niet hè? De herkomst van de naam trappist.


Hoestinh (15-12-2016) (Themawoord: Hoest)

Het is toch wel een vreemd hezicht. Een man die spartelend op de hrond liht. Het publiek dat er omheen staat en aanmoediht. Mannen met en zonder hoofddoek. Vrouwen evenzo. Wat doet die man daar? Hij spartelt niet alleen, hij lacht ook. Keihard. Hij lacht het werkelijkwaar uit. Het publiek? Zichzelf? Ik vraah het aan een omstander.

‘Wat doet die man daar?’ Dehene aan wie ik het vraah kijkt me een beetje onnozel aan. Dat kan, ik ben in Hent (Belhië) en daar kan alles, nietwaar? De omstander schudt nu zijn hoofd en tikt met zijn vinher tehen zijn en daarna tehen mijn hoofd en zeht vervolhens: ‘Dat zie je toch! Die meneer op de hrond die heeft flinke hoestinh!’


In de lik (16-12-2016) (Inzending wedstrijd met thema 'misdaad' (met bargoens))

Bertus Boef zit weer in de lik. En dat is niet de eerste keer in zijn leven. Hij heeft zijn naam ook niet mee. Eigenlijk is het gewoon een brave borst. Een goeierd. Hoe is die dan toch op het verkeerde pad gekomen?

Jarenlang is hij al schilder. Maar de zaken gaan niet goed. De crisistijd heeft Bertus Boef genoodzaakt om wat likjes verf links en rechts, niet op te geven aan de belasting. Al snel is Bertus Boef de Sjaak. Blauw is sowieso niet zijn favoriete kleur.

In 2009 moet Boef zitten. Vanwege goed gedrag en het inlikken van de dievendirecteur en wat bewakers, komt ie in 2010 vrij. Om in 2016 weer te brommen. Misdaad loont echt niet.


Bonbon (17-12-2017) (Themawoord: Hoest)

Bijna kerstmis en al mijn bonbons zijn alweer op. Die van sinterklaas ja, gekregen van mijn man, een echte goedheiligman. Vol verwachting heb ik de boom extra vroeg gezet. En mijn schoen eronder. You never know. Heb er ook een brief in gestoken. Een verlanglijst met een mooie tekening. Ik heb alle soorten bonbons die ik lekker vind in pastel getekend. Met pastelkrijt van de beste soort. Op de pastelkrijtclub waren ze best verbaasd. Waarom teken jij de hele tijd bonbons? Maar een ding heb ik geleerd. Of liever gezegd afgeleerd. Nooit praten over je verslaving. Maar de clubleden dringen aan. Van schrik krijg ik een enorme hoestbui. Aanhoudend en veeleisend zijn ze. Teken je ook hoestbonbons? Nee, niet echt.


Niet te harden (19-12-2016) (Themawoord: Totem)

Die lucht! We zitten opgepropt in een kleine Aygo en ik vrees het ergste. Dit is amper vol te houden. Maar we moeten het halen, voor vijf uur want de winkels gaan bijna dicht. We hebben nog geen kerststol. Nondedju. Dat kan niet. Niet in dit speciale jaar waarin oma 101 wordt. Ze heeft nog zo gezegd ‘ik word geen honderd, maar als ik het word dan wil ik een kerststol, een hele speciale!’.

En nu is het zover. Bijna 23 december, kwart voor vijf. Onze laatste hoop. Pa dropt ons op de markt in Maastricht en wij, wij vliegen alle kanten uit. Naar drie verschillende bakkers, opgezocht via Googlemaps. ‘Pa, houd jij de autotemperatuur op temperatuur, het is ijskoud!’


Totems O’Neal (20-12-2016) (Themawoord: Totem)

Totems O’Neal, ik moet onmiddellijk aan twee mensen denken. Tatum en Shaquille. Wie kent ze niet? Twee totems van persoonlijkheden. De eerste, Tatum, is de jongste Academy Award winnende actrice ooit. Tevens een van de weinige kindsterretjes die kan bogen op een serieuze relatie met Michael Jackson. Tatum nam een totem van een Oscar in ontvangst voor de beste vrouwelijk bijrol in de film ‘Paper Moon’. Later trouwde ze nog met good old John McEnroe, roeptoetertotem van het tennisveld.

De tweede waar ik bij Totems O’Neal aan aan moet denken is basketbalreus Shaquille uit Newark, 2. 16 meter en 147. 4 kilo schoon aan de haak. Een symbool voor de basketbalsport. Dit keer niets over heilig boontje Mart O’Neal Smeets.


Lottotempel (20-12-2016) (Themawoord: Totem)

Ik sta met vijftig andere gelukszoekers, als haringen in een ton, in mijn favoriete winkel, de Read Shop; ultieme prijsscorende lottotempel, hofleverancier van gladde oranje-blauwe loten met grote walvis erop. De warme airco blaast vandaag warm in ons gezicht. En wij, wij puffen terug. Staren naar de grond of naar het plafond en voor wie echt lef heeft, naar de neusvleugels van onze vóór- af achterganger.

Het is vijf voor twaalf. Figuurlijk dan. Dertig december. Ik ben net op tijd. Gelukkig zijn de oliebollen al in huis en evenzo de Freixenet. De allerlaatste fles uit het rek natuurlijk. Nu alleen nog het felbegeerde briefje bemachtigen. Mijn lot hangt ervanaf. Zonder lot mag ik niet thuiskomen. Het eindcijfer maakt niet uit.


Arendsogen (21-12-2016) (Themawoord: Totem)

Met arendsogen tuur ik door mijn viewmaster. Waar bevindt zich Old Shatterhand in het woeste berggebied, tussen cactussen en bruin zand? Ik zie alleen maar Winnetou met zijn indianenpaard. Zonder zadel. Want indianen zijn geen watjes. Of zijn ze gewoon arm? Ik haal de trekker over en draai door naar het volgende plaatje. Weer geen Old Shatterhand. Waar blijft mijn held, mijn stoere cowboy?

Ik zie wat indianen rondom een totempaal dansen. Dat is geen goed nieuws. Aan de manier waarop ze dansen zie ik dat het oorlog wordt. Oorlog zonder regen gelukkig. Regen kan mijn viewmaster niet aan. Ongeduldig draai ik nog een keer door. Met bibberende hand dit keer. Daar staat ie. Fier op de rots. Old Shatterhand.


Totempaal (22-12-2016) (Themawoord: Totem)

Totempaal, een fascinerend woord dat mij onmiddellijk naar de oudheid brengt. Naar de Oude Grieken en Romeinen. Want daar heeft de totempaal zijn ultieme en meest oorspronkelijke vorm gekregen. Gebeeldhouwd in marmer, gekneed in klei en gebakken in de hete oven. De totempaal als lustobject. Want de Grieken en Romeinen die wisten al vroeg van wanten.

Niet dat ze die aandeden, die wanten. Nee, daarvoor waren zij dan weer te puur. Aanpakken met handschoenen dat deden ze nooit en te nimmer. Nee, veel liever vatten ze de koe bij de hoorn met blote handen, wreven van geiligheid de koude stenen warm. Verafgoding ten top. Menige totempaal werd opgewreven. Zowel die van steen als die van vlees. Fallus gigantus om armus.


Banketstaaf (23-12-2016) (Themawoord: Totem)

Iedereen doet zijn stinkende best met Kerstmis. Haalt gezelligheid in huis en bakt de mooiste dingen. Versiert compleet het huis.

De buren doen het ook. Zij proberen ieder jaar opnieuw het mooist versierde huis te hebben. Het doet pijn aan de ogen. Als ik achter in onze tuin sta dan hoor ik Rudolf zoemen.

Het tijdelijke redlightdistrict trekt een vreemd publiek. Dames, schaars gekleed die onder de lantaarnpaal solliciteren naar blaasontsteking en vreemde heren weggedoken in zwarte kragen van scheerwollen jassen.

Nee, wij doen dit jaar niet mee met al die kerstmiskermis. Op een uitzondering na. De banketstaaf. Die mag nooit ontbreken.

Oliebollen, wafels, glühwein, bowl, kerstkransjes, het kan ons allemaal gestolen worden. Maar banketstaaf blijft immer onze Kerstmis totem.


Pa da da (26-12-2016) (Themawoord: Metrum)

Kerstmismetrum voor gevorderden.
Startend met refrein, eindigend met het eerste couplet.
Beste wensen voor het nieuwe jaar namens Paashaas, Sinterklaas, Rudolf en Kerstman.

Pa da da, pa da da, pa da da da da
Pa da da da pa da da pa da da da pa da da
Pa da da, pa da da, pa da da da da
Pa da da da pa da da pa da da da pa da da

Pa da da da da, pa da pa da da da da
Pa da pa da pa da, pa da da da da
Pa da pa da pa, pa da pa da pa
Pa da pa da pa da pa da da da pa da pa da


Infame trumpism (30-12-2016) (Themawoord: Metrum)

Infaam trompettisme, daar lijdt de wereld onder. En wat zal het geven voor 2017. Geen idee. Welk metrum we ook aansnijden en de wereld in galmen, laat het alsjeblieft geen jatwerk zijn. Er zijn al zoveel popsongs opgeofferd, verkracht voor en door politieke doeleinden. Schandelijk. Infaam. Eerloos. En zo’n man die daar onmiskenbaar gebruik van laat maken gaat een van de grootste wereldmachten leiding geven, een gezicht.

Hoe clownesk gaat 2017 eruit zien. Dachten we na dubbel G bosje de overtreffende trap al bereikt te hebben, krijgen we een nog foutere clown voorgeschoteld. En ja, om nog maar eens snedig te snijden in topwerk. You can’t always get what you want. Silly Poetin ligt nu al helemaal in een deuk!


Eeuwige keuze (31-12-2016) (Themawoord: Metrum)

Zwart of rood? Rood of wit? Wit of bruin? Bruin of grijs? Grijs of gekleurd? Gekleurd of effen? Effen of altijd? Altijd of nooit? Nooit of ooit? Ooit of misschien? Misschien of zeker? Zeker of onzeker? Onzeker of overtuigd? Overtuigd of met twijfel? Met twijfel of recht op het doel af? Recht op het doel of in de hoek? In de hoek of altijd lief? Altijd lief of stout? Stout of verdorven? Verdorven of rot? Rot of rotje? Rotje of vuurpijl? Vuurpijl of hagel? Hagel of slag? Slag of stoot? Stoot of Marlène? Marlène of bloot? Bloot of maliënkolder? Kolder of onzin? Onzin of zin? Zin of zinnen? Bij zinnen of hoofdzinnen? Schrijven of lezen? In metrum? Beide in 2017!

Schrijfveren December 2016

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Geluk is kwetsbaar als een herfstblad (02-12-2016)

Een aantal bladeren staat op het podium. Een beetje hulpeloos en schuchter. De tekst zit er nog niet goed in. De regisseur laat weinig ruimte voor improvisatie en dat steekt de blaadjes. Bladeren hulpeloos en schuchter laten; dat vraagt om problemen. Het eikenblad dat hoog boven de rest uitsteekt en van volwassen leeftijd is, heeft nog het meeste moeite met de spaarzame speelruimte. In volle bloei en wasdom zou hij toch moeten en mogen schitteren. Maar, nee, ook hij moet zwijgzaam liggen op de grond en wachten tot de winter komt. Hoe saai kan het leven van een blaadje zijn. Zich onderscheiden van de rest gaat zo niet lukken. Straks wordt hij nog overvleugeld door een beuken- een espen- of erger nog een berkenblad. Hij moet er niet aan denken.

Bezwaarlijk krult hij zijn bruine randen op en beschermt zich tegen de wind die het podium opgeblazen wordt. Had hij nu toch maar een maillot aangetrokken. Gelukkig is het nog maar drie weken naar de generale repetitie. Zou hij de boel nog in beweging kunnen krijgen? Dit kunnen ze de toeschouwer toch niet aandoen? 'In de herfst van het leven.' Dat is de titel van het stuk. Experimenteel en erg zen. Ze moeten gewoon zichzelf zijn en stil blijven liggen op de grond. Een eenakter zonder pauze en nauwelijks tekst. Gelukkig is er wel muzikale ondersteuning. Anders zou het wel erg saai worden voor het publiek. Zij die sterven gaan groeten u op muziek van Mieke Telkamp, gebracht op Albert Hammond wijze. Hij eikenblad zou er liefst zelf van weg willen lopen. Wat een klaagzang.

Maar ja, er moet ook brood op de plank komen. Dan kun je het slechter treffen als eikenblad. Hij prijst zich dan ook stiekem gelukkig. Slapend rijk worden. Niets mis mee. En toch. Het blijft ergens schuren. De rolverdeling is zo anoniem dat niemand kan schitteren op de planken. Nee, het is bepaald een dooie boel. Er is nog maar kort tijd om de boel eens flink in beweging te brengen. De blaadjes liggen niet voor niets in de herfst van hun leven. Hoogste tijd voor nog wat actie. We spannen samen. Voor ons geluk. Alle blaadjes op het podium doen mee. Na vlug beraad zijn we het allen eens. We willen opschudding. Het eikenblad knipoogt en steekt zijn duim omhoog naar de windtechnicus, het is een goede vriend van hem. Een afgesproken teken. De windturbine gaat naar max en alle blaadjes waaien van het podium, keihard de zaal in. Sommigen breken bijna hun nek. Het eikenblad landt op schoot bij de regisseur. Die is kwaad en scheurt hem haast in twee. Dat heeft ie toch maar mooi voor elkaar. Boosheid is ook emotie. Van geluk laat het bruin gerande eikenblad een blijde traan.


Het opsporen van wonderen (04-12-2016)

Met mijn armen gestrekt en de kromme tak stevig vasthoudend sjouw ik over het platteland. In stilte en vroeg, heel vroeg in de ochtend. Dat is het beste moment van de dag om wonderen op te sporen. De laatste tijd gaat het me nog maar moeilijk af. Tot twee maanden geleden ging het me veel beter af. Dan ving ik dagelijks wel zo'n drie wonderen. Drie per dag? Jazeker. Drie per dag, minimaal. Het waren geen bijzondere wonderen hoor. Laat dat duidelijk zijn. Op een gegeven moment raak je er wel aan gewend. De bewoners van het dorp waarin ik woon vonden het zo langzamerhand ook wel best. Een dagelijks portie wonderen wordt na verloop van tijd zo ... gewoon. Vergelijk het maar met het dagelijks vinden van een pot goud aan het einde van de regenboog. De dorpelingen waren dan ook al schatjerijk. En sinds twee weken, nadat er een interview met mij had gestaan in het plaatselijke leugenaartje de Trompetter, heeft zowel de landelijke als de internationale pers er lucht van gekregen. Zelfs Reuters besteed er nu aandacht aan. Toch niet de eerste de beste mediatycoon. Maar sindsdien gaat het snel bergafwaarts. Teveel aandacht krijg ik en ik kan mijn werk niet meer in stilte doen. De dorpelingen kwamen terecht in opstand. Uiteindelijk heb ik een deal gesloten met Reuters en de verzamelde pers. Ze gunnen me de ochtend van 04:00 tot 08:00 uur. Dan kan ik ongestoord mijn gang gaan. Maar het wil maar niet lukken. Mijn zoektocht naar wonderen eindigt hier. Helaas.


Ooit, binnenkort (06-12-2016)

Ga ik weer naar huis. Ik kan niet wachten. Lekker weer terug onder de Spaanse zon. Liggen in mijn hangmatje, lekker drankje erbij, paard op stal en Pieten in geen velden of wegen te bekennen. Of is het wegen en velden? Waarom in welke volgorde? Dat heeft toch ooit iemand bedacht. Vice versa gelijk een pont. Schipper mag ik overvaren? Nou, doe maar even niet. Marokko is me veel te koud. Zeker als er leven op Pluto is. Is dat zo? Na Mars moet alles zo'n beetje mogelijk zijn. Ooit, binnenkort.

Als het maar gebeurt voordat ik 500 honderd wordt. Ja, zolang schenk ik al cadeautjes. Maar alleen in Nederland. Tover ze vanonder mijn mijter en stuiter ze de wereld in. Als kinderen zo blij, zo worden ze ontvangen. Geen wankreet die ik hoor. Ik hoor het Marco al zingen. In zijn Polo. Dromen komen uit. Onder paddenstoelen met rood met witte stippen. Wit met rode stippen dat staat zo lelijk. Die zijn vast giftig. En giftige paddenstoelen liggen zwaar op de maag. Nee, geef mij de wit met rode stippen maar. Met of zonder kaassaus, het is me eender. Zolang er maar niets in mijn baard blijft hangen.

Ah, daar gloort aan de horizon, links van mij, de Spaanse kust. En rechts het blauwe water met als ik heel erg ver kijk een klein lichtpuntje. Een vrouw steekt haar verlichte lantaarn omhoog, vrij van alles. Wat is het leven toch mooi. Hier en daar of daar en hier aan de kust, de Spaanse kust. We leggen aan en ik laat mijn merrie los en zie de Pieten heerlijk over het strand buitelen. Iedereen blij. Eindelijk weer thuis.


Een spiegel voorhouden (08-12-2016)

Ik zie helemaal niks. De spiegel die ik mezelf voorhoud is zwart. Een donker gat. Hoe kan dat nou? Zwarte gaten in de ruimte zijn nog spannend, maar een zwart gat in een spiegel, dat is ernstig. Een teken aan de wand. Ik hang de spiegel terug aan de spijker. Zal ik hem aan diggelen slaan? Het ergst van al, ik zie ook geen spiegelbeeld van mezelf. Of is dat juist het zwart? Zwart van binnen. Zwart voor ogen. Ik weet het even niet meer. Heb ik misschien fout gehandeld? Is dit mijn straf? Zie ik niets omdat ik niets wil zien? Of krijg ik niets te zien omdat ik het verdien?

Kies jij maar. Ja, jij lezer. Je kent me toch? Denkt me te kennen, althans. Nee, ik geef me niet verder bloot. Hier zul je het mee moeten doen. Als ik je nu eens een spiegel voorhoud? Zie jij dan ook zwart? Ja. Dan is er serieus iets aan de hand. Op zwart gaan doet een televisie, een website, een avondklok. Ho eens even, wacht. Je trekt toch niet de stekker eruit, wel? De ruimte die is pas zwart. Hoewel er natuurlijk ook nog sterretjes schijnen. Maar dan moet je ze wel willen zien.

Je ziet ze niet? Tja, dan heb je een probleem. Een echt probleem. Zwart zien, zwart willen zien, dat doe je dan jezelf aan. Zwart kijken wil ik het niet noemen. Veel belangrijker is het zien. Een wezenlijk verschil. Aapjes kijken of aapjes zien. Naar het grote geheel kijken, of het grote geheel zien. Ben jij een kijker of een ziener. Ik weet het wel. Ik maak het even voor je af. Ik zal het voor je duiden. Van afkijken komt afzien. Van doorkijken doorzien. Van uitkijken uitzien. Van inkijken inzien. Zo simpel is het.


Een inheems woord (10-12-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

Cupcake. Dat is het eerste woord dat me te binnen schiet. Inheems uit het buitenland geïmporteerd. Uit Canada om precies te zijn. Voor het eerst gebezigd door Diemanuitcanada. Het oudste lid, niet meer actief, van Column X. He loved cupcakes. Zeker als ze van een specifiek formaat waren. Cupcake Double X was zijn favoriet. Bij voorkeur propvol kliek en kwak. Een bijzonder goedje gekweekt in de buurt van Vancouver. Zonder kliek en kwak geen lekkere cupcake. Afgemaakt met een flinke toet slagroom is helemaal het ultieme.

De laatste keer dat Diemanuitcanada dat gegeten heeft is inmiddels ook alweer lang geleden. Maar geen nood. Hij heeft het recept ergens verstopt op de website Column X. Ergens te vinden in de archieven, lees krochten van CX Café. Het oude CX Café welteverstaan. Los of vast geschreven. Dat maakt in deze niet uit. Kliek en kwak zit ook aan elkaar. Maar ik dwaal af. Onderweg in de trein naar de meest recente Column X meeting. Op weg en op zoek naar kliek en kwak. Inheems en onder ons gesproken op zoek naar de lekkerste cupcakes van Den Bosch, Bossche Bollen.


Kartelrandjes (12-12-2016)

Mijn vingers hebben het. En niet zo zuinig. Door jarenlang nagelbijten en navelstaren. Van navelstaren kartelrandjes aan je vingers krijgen? Ja dat kan. Zodra het neuspeuteren gaat vervelen, stop ik de kartelrandjes uit mijn neus in mijn buiknavel. En ja, daarvoor moet je staren, zeker met mijn buik. Die steekt vooruit. Altijd op de meest ongelegen momenten. Bij sokken aantrekken, schoenen strikken en bij het plaatsen van kartelrandjes in de buiknavel.

Mijn papier heeft ook kartelrandjes en mijn zenuwen. Maar binnen die laatste twee bestaat geen causaal verband. Alhoewel? Van papier kun je behoorlijk zenuwachtig worden. Vooral als het leeg is. Dan kan je kiezen. Of ik kauw aan het papier of ik kauw op mijn zenuwen. En ja, soms volgt het een op het ander. Dat gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Kauwen op mijn zenuwen houd ik niet lang vol. Ze blijven namelijk nooit zitten, die kauwen. Hersenpikkers zijn het. En dan vliegen ze weg.

Maar het vervelendst blijven toch de kartelrandjes van nagelbijten. Vooral de stukken waar ik niet meer bij kan, ook al doe ik nog zo'n moeite. Links of rechts dat maakt niet uit. Ik bijt, zaag, trek en kartel aan beide zijden, net zo makkelijk. Soms schakel ik de hulp in van mijn hond. In gedachten dan. Ik heb immers geen hond. Wel een kat. Maar die luistert niet naar mij en is ook niet echt geïnteresseerd in mijn vingerworstelingen.

Als de nagels zowat op zijn, ga ik vrolijk verder met mijn vingers. Aan sommigen heb ik al een mooi kartelrandje geknaagd. Het worden op die manier hele spitse vingers. Gelijk Dracula tanden heeft heb ik spitse vingers. Gelukkig zijn ze bestand tegen knoflook en kruisen. En het moet gezegd, ze zijn ook erg handig bij het buiknavelpeuteren. Want onder ons gezegd, ook ik ben wel eens toe aan een schoonmaakbeurt.

Sinds kort ben ik ook aangesloten bij een kartelrandkartel. Een zeer aangenaam bondgenootschap van lotgenoten. We kartelen wat af samen. En we liggen regelmatig ook in een deuk. Van onze eigen kartels. Volgende week hebben we weer een bijeenkomst. Ik zie er nu alweer naar uit.


Voorjaarsmode (14-12-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

Ecokleren. Dat is de nieuwe voorjaarsmode. Alle koeturiees wagen zich er in de winter aan. Het is allemaal tijdelijk en riesaikelbaar. Outentiek en niet te moeilijk. Omvattend en niet onthullend. Een nieuwe stroming.

In sommige werelddelen wordt het al toegepast. Eskimomode wordt het ook wel genoemd. We trekken weer dieren aan. Letterlijk. In het westen wordt dat lastig. Zulke grote dieren lopen daar niet meer rond. Ze zijn zeldzaam. De Ecokleren zullen dan ook wederom alleen voor de elite beschikbaar en toegankelijk zijn.

Nu is het helemaal niet erg om koude kille ijskasten in ijsbeerpakken te hijsen. Maar wat kost dat? Geld moet rollen, maar toch niet op deze manier? Tot uitstervens toe? De mode begeeft zich komend jaar op glad ijs. Althans in het westen. In het noorden is het pure noodzaak. Kost het ook niet veel geld, want een ijsbeer kost daar niets. Geen vervoerskosten, alleen heel veel tijd. Het schijnt nogal stug te naaien, zo'n ijsbeerpak.

Maar goed dat deze nieuwe mode nu tot een hoogtepunt komt. Over een paar jaar, de wetenschappers zijn het er nog niet over eens hoe lang precies, zal er geen ijs meer voorkomen in het noorden. Of de ijsberen dan ook hun wintervacht en ijspak afgooien laat zich niet voorspellen. Dat ze het warm krijgen en gaan zweten is echter een ding dat zeker is. Witte voorjaarsmode. Ga maar alvast sparen. Misschien alvast een klein verzoek doen aan de kerstman. Een ijsbeerpak voor onder de kerstboom. Best hip.


Rode draden (16-12-2016)

Het klopt weer. Wat een vreugde. Lief hart opgelapt. Draden goed gelust. Bloed stroomt omhoog. Bloed stroomt omlaag. Kruipt door hartkamers. Vloeit compleet gezuiverd. Morgen naar zwembad. Voorzichtig lijf dompelen. Drijven, voelen, leven. Misschien voor even. What the fuck. Ik heb overleefd. Rode draden kloppen. Revalideren kan beginnen. Lang leve vlechtartsen. Garen- en draadmeesters. Lucky I am. Gezondheid weer gered. Nooit meer frites. Veel te vet. Loos het zout. Loos de suiker. Loos het boos. Omarm de liefde. Omarm het zelf. Omarm de eigenliefde. Omarm de ander. Met dikke kussen. En vette knuffels. Leef het lijf. Lijf het in.


Snakkend naar adem (18-12-2016)

Zojuist de kachel aangemaakt, met de kerstboom. Had ik niet moeten doen. Raam open zetten helpt niet meer. De rokende boom begint nu zelf te hoesten. Hij kucht de dennennaalden dwars door de kamer. Alarm. Honderd lessen BHV spoken door mijn hoofd. Eerst jezelf in veiligheid brengen. Ja, maar hoe red ik dan mijn huis? En wie slapen er nog in mijn huis? De vlooien, de motten, de spinnen, de mieren, en al die dieren die ik al een tijdje niet gezien heb, maar waarvan ik weet dat ze er zijn. Ergens, verstopt in een nog maar enkele dagen ingelaste winterslaap. Ik krijg het niet over mijn hart om ze niet wakker te maken. Ik snak naar adem.

De eerste kerstballen vallen uit de boom en de gordijnen vatten vlam. Ik moet laag over de vloer bewegen, dat kan ik me nog herinneren. En de deur naar binnen toe opentrekken. Of nee, beter dichtlaten. Nog meer zuurstof kan de woonkamer echt niet verdragen. In colonne zie ik de eerste mieren langs de plint marcheren. Gelukkig, die zijn alvast gered. Maar waar blijven de motten en de spinnen, de vlooien en de andere dieren? De sprinklerinstallatie springt dan plots aan. Nee, deed die het dan nog? Een geluk bij een ongeluk. Ik trek mijn nylon kersttrui snel uit en spring een rondje rond de zwarte boom. Snakkend naar adem. But who cares?

Van buiten zie ik de buren door de raam naar binnenkijken. Zelfs die van tegenover. En ja, dan ga je je toch wel schamen. In je blote pielemans. Zomaar ineens. Allemaal aan elkaar geschreven en geplakt. Nu wel. Vrolijk kerstmis en zalig nieuwjaar, mompel ik in onverstaanbare lipletters. Bezorgd, zwaaien ze me uit. Alweer bijna een oud jaar verschroeid.


Roze tulpen (20-12-2016)

Ik ben fan van roze tulpen. Ik druk er graag mijn neus in. Zeker als ze vlezig zijn. Dronken word ik van de geur. En al helemaal als er een zwoele voorjaarswind bij waait. Ik vlei me er dan tussen, met heel mijn lijf. Heerlijk overwoekerd worden door het roze vlees. Ik doe mijn ogen dicht en laat geur en kleur binnenkomen. Al mijn zintuigen slaan dan op hol. Begin te trillen van genot. Zintuigen gaan iets met elkaar aan. Mijn mond ruikt, mijn neus kijkt en mijn oren proeven. De tast hóór ik dan weer. Het brengt me in vervoering. Ik kan daar eenvoudigweg niets aan doen. Het gaat vanzelf.

Met rozen heb ik dat veel minder. Die steken en prikken. Dat leidt af van passie en van hartstocht. Amarillen, die komen nog een beetje in de buurt. Maar dan heeft roze niet langer de voorkeur. Bloedrood moeten amarillen zijn, gelijk de liefde. Vlezig hard én zacht tegelijk. Uiteindelijk gaat er niets boven roze tulpen. Roze vlezige tulpen.

Ik volg de blaadjes in de prille lente. Soms volgen ze een pad. Alsof de duvel ermee speelt. Tulpenblaadjes liggen dan geplaveid op het gras en op de tuintegels richting tuindeuren. Tuindeuren die openstaan voor wat? Ja, voor wat? Ze lokken mij naar binnen, richting trap en slaapkamer. En daar, daar ligt ze dan. De mooiste muze van moeder natuur, in roze negligé, de prachtigste bloem van mijn leven. Mijn tulpenvrouw. Zeg dan maar eens nee?


Zoveel manieren om een sjaaltje te strikken (22-12-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

Charles, diep weggedoken in de kraag van zijn zwarte leren jas, loopt met kordate pas door de donkerste steeg van Amsterdam, de Zwarte Floddergats in helder Mooks jargoen. Af en toe staat ie stil. Ja, het is een lange gats de Zwarte Floddergats. Hij kijkt of alle dames nog keurig achter het raam zitten. En dat zitten ze. Met de kanariepiet trouw naast hun. De vleselijke volière ziet er vandaag weer proper uit.

Af en toe wringt zich een gatsgluurder, het liefst zonder aanraken, tussen Charles en de muur door. Zijn gestalte is ook imposant. Daar wil je niet aankomen. En al helemaal niet als Charles je met zijn blauwe doorsteekkijkers doordringend aankijkt. Maar de mannen in de steeg zoeken geen oogcontact. Met niemand niet. Het zijn lijftuurders en -gluurders. De laatsten doen het stiekem. Althans dat denken ze. De gekooide dames en volière-dieren weten wel beter.

Charles draait de bocht om en loopt nu de Schompesgats in. Hier moet het vanavond gebeuren. Dat heeft hij zich vanochtend voorgenomen. De middaginspectie verloopt uitstekend. Nog even een praatje met Esmeralda en Bonita en hij weet precies hoe de vogels vanavond zullen vliegen. Vanavond besluit Charles een schuchter typje te nemen. Hij heeft geen trek in vervelend touwgetrek, nee, vanavond gunt hij zich gemak.

Na de koffie, het donkert al, neemt Charles een kijkje in de lade. Welke sjaal zal hij nemen? De roze wordt het. Hij trekt de deur achter zich dicht en denkt onderwijl na op welke manier hij vanavond de sjaal zal strikken. Bij een schuchter persoon is dan de laterale stringmethode de meest eenvoudige. En vanavond, vanavond houdt Charles van eenvoud. Hij positioneert zich precies tussen de Zwarte Floddergats en Schompesgats in, wachtend op zijn slachtoffer.

Ah ... daar is ie al. Slaat ie de Schompesgats in? Yes! Vastberaden en met de roze sjaal in zijn knokkels gedraaid loopt hij achter het schuchter mannetje aan. Het kleine mannetje moest eens weten ... Niemand in de buurt? Niemand in de buurt.


Knus en Sneu (27-12-2016)

Daar lopen ze dan, hand in hand over de lange wandelpaden in het haast verlaten tuincentrum, Knus en Sneu. Op koopjesjacht. Op zoek naar goedkope kerstballen en kerstversiering voor 2017 en wie weet misschien wel verlichting voor aan de gevel. De koopjeshoek is geen succes. De beste spulletjes zijn allang weggesnaaid. Ze zijn ook veel te laat. Te laat zelfs voor oliebollen. Tweedehandse bollen die al sinds 16:00 uur koud liggen te worden. Dan smaken ze naar weeë meelwormen en daar hebben beiden geen trek in. Sneu overweegt nog heel even een zak van 10 bollen te kopen, om te vermengen als visaas. Morgen gaat hij weer vissen met de jongens.

Knus trekt Sneu aan zijn jas. Er liggen nog een paar mooie pieken. In de aanbieding, notabene. Maar dan moeten ze er drie kopen, want anders gaat de aanbieding niet door. Misschien iets voor Sneu's vismaatjes. Een van de drie pieken lijkt zelfs op een vis. Een kromme aal. Of is het een misgietsel? Sneu twijfelt. Nee, toch maar niet. Bovendien hebben alle drie zijn maten al een kunstboom die ze al tien jaar lang hetzelfde decoreren. Sterker nog, ze trekken hem ieder jaar kant en klaar uit een kartonnen doos van de zolder. De vrouwen komen niet langer in opstand. Zij bakken ook al tien jaar lang dezelfde oliebollen en appelflappen. En ieder jaar blijven er net zoveel over. Voor de buren en de vissen in de vijver achter op het veldje.

Aan de kassa kijkt Knus nog even in het winkelwagentje. De buit is weinig. Weer helemaal niets. Om schuldgevoel af te kopen besluiten ze in onderling overleg samen nog een treetje kerstkaarten te kopen. Voor volgend jaar alvast. Neutrale. Alleen met een kerstboom erop en fijne feestdagen. Geen jaartal, want dan zijn ze niet meer te gebruiken. De kassajuffrouw kijkt met een schuin oog beurtelings naar Knus en Sneu. Toch niets achter de hand gehouden? Zien ze haar denken. Snel nog wat pakpapier van de rol snijden en hup wegwezen. De buit is binnen.


Zuiverheid (29-12-2016)

Vandaag extra alert. De nieuwe NS Dienstregeling is ingegaan. Check check dubbelcheck. Bij het beginstation meteen vertraging. Bij het eindstation is de vertraging opgelopen tot twee uur. Valt best mee, vertelt de conducteur mij. Gisteren liep deze trein helemaal niet. De man naast mij doet spelletje 24. Opblaasbaar speelgoed. Tekenen met Sudoko. Japanse babydoll of Sumoworstelaar. Wie zal het zeggen? Ik ben op zoek naar Rodin. Die bivakkeert tijdelijk in Groningen, tegenover het station. In Utrecht stopt de trein op het pasgeopend nieuwe station. Het witte gebouw dat ik zie vanuit de trein hangt scheef. Het wijkt. Lijkt nog het meest op een H. Waarom geen U denk ik dan. Of misschien de H van haast? Hoe cynisch. Groningen komt eraan in de mist. Lang niet meer getreind. En nu kan ik niet eens naar buiten kijken. Had ik toch maar een boek meegenomen. Spel 24 naast me is opgelost. Het is een opblaasbare saxofoon met muzieknoot. Wie verzint dat. Niet ik. Buiten deze tekst. Loepzuiver.


De eeuwige keuze (31-12-2016)

Zwart of rood? Rood of wit? Wit of bruin? Bruin of grijs? Grijs of gekleurd? Gekleurd of effen? Effen of altijd? Altijd of nooit? Nooit of ooit? Ooit of misschien? Misschien of zeker? Zeker of onzeker? Onzeker of overtuigd? Overtuigd of met twijfel? Met twijfel of recht op het doel af? Recht op het doel of in de hoek? In de hoek of altijd lief? Altijd lief of stout? Stout of verdorven? Verdorven of rot? Rot of rotje? Rotje of vuurpijl? Vuurpijl of grondwerk? Grondwerk of stijgerbouw? Stijgerbouw of villakunst? Villakunst of André Rieu? André Rieu of André van Duin? Duin of zee? Zee of zand? Zandkasteel of luchtkasteel? Luchtkasteel of fata morgana? Morgana of Mildred? Mildred of een muis? Muis of kat? Kat of hond? Hondenweer of sneeuw? Sneeuw of hagel? Hagel of slag? Slag of stoot? Stoot of Marlene? Marlene of opwaaiende zomerjurken? Opwaaiende zomerjurken of bloot? Bloot of bold? Bold of beautifull? Beauty or full? Full metal jacket of harnas? Harnas of maliënkolder? Kolder of onzin? Onzin of zin? Zin of zinnen? Bij zinnen of hoofdzinnen? Ach ... we schrijven lustig verder ... in 2017 ... niet waar?





Columns van Harrie (December 2016)

Meneertje Weet ik veel / Gein & Ongein / 16-12-2016

Vandaag kwam ik hem weer tegen, meneertje Weet ik veel. Een bijzonder exemplaar want er lopen er steeds minder van rond. Ik ben dan ook blij dat ik hem regelmatig zie in mijn bos. Meneertje Weet ik veel heeft altijd iets leuks te vertellen. Achteraf. Nooit van te voren en ook nooit ergens in het midden of gewoon tussendoor. Want dat is meestal bagger. Nee, met het lachertje achteraf maakt hij altijd goede sier. Niet alleen bij mij, maar ook bij al mijn andere bezoekers van het bos. Met pretoogjes maakt hij het aan het einde altijd goed met zijn toehoorders. Hij vraagt weliswaar bescheiden, edoch veel aandacht meneertje Weet ik veel, maar altijd vol overtuiging. Overtuiging in zijn gelijk. Zijn eigen gelijk uiteraard. Een ander gelijk bestaat eenvoudigweg niet. Ga daar niet over in discussie met meneertje Weet ik veel. Doe dat niet. Doe dat nooit. Ik spreek uit ervaring. De deksel op de neus krijg je dan. Nog voor zijn twinkeloogjes verschijnen.

Ik zal u vertellen hoe ik deze kennis heb opgedaan. Inclusief de kennis van deze kennis. Ik kwam hem voor het eerst tegen bij mijn favoriete eikenboom. Amerikaans zeg ik u, niet Canadees. Maar wat zegt pummel Weet ik veel. Zo noemde ik hem toentertijd. Het is een Canadees. Ik zeg, wie denk je wel dat bent pummel, het is een Amerikaan. Nou, nee hoor, kijk maar naar het blad zegt ie vol overtuiging. Ik kijk voor de zekerheid nog eens goed naar het blad en zeg. Amerikaans. Dat is een Amerikaans blad. Pummel Weet ik veel begint nu rood aan te lopen. Ik doe alvast een stapje achteruit. Voor de zekerheid. Hoe durft u mij tegen te spreken ... en u is ...? Catweazle heet ik, moet ik het even voor u spellen? Pummel Weet ik veel schrikt nu toch wel. Catweazle? Uit de tv-serie? Nee, niet uit de tv-serie, gewoon de echte, van vlees en bloed, hier knijpt u maar even? Pummel Weet ik veel knijpt in mijn vel. Potjandrie, u bent het echt. Potjandrie, potjandrie, wat een braaf woord. Vooruit ik noem u voortaan meneertje Weet ik veel. Ja, Weet ik veel, want dat denkt u denk ik toch, dat u veel weet? Ja, dat klopt Catweazle, ik weet best veel. Zo weet ik dat dit een Canadese eik is en geen Amerikaanse. Kijk maar, de bladeren zijn gekarteld en niet geplooid? Verrek. Meneertje Weet ik veel heeft gelijk. Ik schud hem de hand en feliciteer hem met zijn kennis. Nieuwe kennis is mij eigen geworden door deze vreemde maar aardige nieuwe kennis. Meneertje Weet ik veel loopt voldaan en met de neus omhoog weg.

Raakhout schuurt tegen mijn been. Griss mich nich. Hij waarschuwt me voor het vrouwtje dat in de verte komt aangelopen. Nee. Vrouwtje Weet ik veel komt eraan. Snel wegwezen nu. Ik wil de bosjes inschieten maar te laat. Brizzl djeu er is geen ontkomen meer aan. Of ik weet waar meneertje Weet ik veel is? Ja, denk ik, maar ik zeg het niet. Nee. Niet gezien. Vrouwtje kijkt me ongeloofwaardig aan. Ze hoorde zojuist nog stemmen. Daar zijn dokters voor mevrouw. Fout antwoord. Ze probeert me nu nadrukkelijk dood te kijken. Ik zwijg. Uit ervaring weet ik dat dat is wat ik het beste kan doen, gegeven de situatie. Het werkt. Gelukkig. Pinnig loopt vrouwtje Weet ik veel verder. Op zoek naar meneertje Weet ik veel. Ben benieuwd of ze hem gaat vinden. Ze loopt nu in ieder geval de verkeerde kant uit. Ze zijn elkaar al langer kwijt. En dat is niet voor het eerst. Ik laat ze hun gang maar gaan. Dat gedijt het beste bij Weet ik veeltjes.


El en voet / Gein & Ongein / 31-12-2016

Ik stroop met mijn beste maat Raakhout door mijn bos. Links en rechts raap ik wat rare stokken op. Brizzl djeu. Ze stinken naar vuur en zijn aan het uiteinde zwart. Soms dragen ze een vreemd gekleurd klein doosje aan de staart. Vreemde projectielen. Ze zijn allemaal iets meer dan anderhalve el lang. De Haagse el niet de Brugse. El? Ja, de el. Aan centimeters doe ik niet. Ik reken nog steeds in lichaamsdelen. Veel makkelijker. Zo is mijn bosvijver bijna honderdvierenzestig voet breed. De totale omtrek bedraagt daar een veelvoud van, afgerond zo'n pakweg vijfhonderdvijftien voet. Dan weet je meteen hoeveel stappen het ongeveer kost om een rondje rond de vijver te wandelen. En dan neem ik passen van ruim een el. In die el passen dan weer ruim twee voeten. Omgerekend ben ik dan in tweehonderdvijftig passen rond de vijver gelopen. Voor Raakhout zijn dat er veel meer. Hoewel? Hij springt tegenwoordig best wel ver. Dat komt omdat Raakhout verliefd is. Het zijn nog net geen bokkensprongen die hij maakt. Of bokkesprongen? Ik laat de n er voortaan tussenuit. Nergens voor nodig die tussen n. Staat alleen maar in de weg. Is overbodig in uitspraak en in schrift. We zeggen toch ook niet de Dikken van Dalen. Nee, gewoon de Dikke van Dale.

Raakhout blijft wat achter. En alleen ik weet waarom. Daar halverwege de bocht bij het kraagriet daar blijft ie zo meteen hangen. Wedden? Tien meter na de bocht blijf ik staan en kruip achter een bosje. En ja hoor, daar springt Raakhout het kraagriet in. Op zoek naar zijn deerne. Wedden? En ja hoor. Ik buig wat voorover en daar zie ik zijn kikkerprinsesje aankomen. Ook zij dartelt vrolijk op haar kleine paddevoetjes. Een bizarre vlaag van heimwee overvalt me. Hoezo bizar? Nou simpel, ik ben zelf nog nooit verliefd geweest en heb ook nog nooit een vriendin gehad. Hoe in hemelsnaam kan ik dan een vlaag van heimwee krijgen? Heimwee waarnaar? Naar liefde die er niet is, die ik nooit gekend heb? Maar ik zie en voel het toch voor me? Bizar. Vast ergens gelezen, het gevoel van verliefd zijn. Of moet ik zeggen verlangen? Nu weet ik het helemaal niet meer. Verlang ik nu naar heimwee of naar liefde?

Raakhout maakt er hoe dan ook geen punt van. Hij springt als een dolle geit achter zijn diva aan. Bokken doet ie nog net niet. Maar het is wel duidelijk hoe zijn vork uit de steel steekt. Griss mich nich. Recht naar voren. De stouterd. Zijn prinsesje kirt van plezier. Kirren? Ja kirren? Met de kin in de nek pruttelend op en neer bewegen en flinke zeepbellen blazen. Zeepbellen? Ja, zeepbellen, Van het gesop. Ik laat ze even begaan en besluit dan in te grijpen. Ik wil niet onmiddellijk het kalverliefde dempen. Daarmee help je koeien alleen maar in de put. En daarvoor is de natuur me te lief. Welke koeien? In de weide omtrek zijn geen koeien te bewonderen. Zelfs geen lakenvelders. Lake kan hier niet. De witte strepen op de koeien hebben de vorm van een laken. Daar kan geen n meer vanaf. Enfin, het is weer mooi geweest. Kom op Raakhout, we gaan weer samen op pad. Hij kijkt me vreemd aan. Op pad? Hij komt er net vanaf. Rare jonge denkt ie dan. Ik zie hem denken.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.