Uiterst voorzichtig trek ik hem naar beneden en leg hem zo zacht mogelijk op de grond. Daar ligt ie dan, met uitgestrekte ledematen op een wollen deken, op de eikenhouten vloer. Wat is zijn haar toch dun geworden? Ik besef nu pas hoe groot het aantal kale plekken is toegenomen. Het afscheid nemen valt me best moeilijk en ik stel het zo lang mogelijk uit. Ik mag eigenlijk niet klagen, want in zijn toestand heeft ie het nog lang volgehouden. Zonder water, zonder brood. Hij luste niets meer. Maar wat zeur ik nu. Ik loop een paar rondjes om hem heen en sleep hem aan zijn voet een stukje door de kamer richting deur. Ondertussen denk ik aan de goede tijd die ik met hem heb gehad.
Ik denk aan het licht en de glitter die hij in mijn leven bracht. De warmte die hij gaf. Onvoorwaardelijk aan iedereen die toenadering zocht. Hij maakte voor niemand een uitzondering en toonde zijn uiterlijke en innerlijke pracht. Maar slechts alleen aan diegenen die het wilden zien. Dag en nacht. Een prater was het niet. Onbeweeglijk en met een starende blik nam hij telkens het bezoek in zich op. Dat was ook meteen zijn charme. Zonder al te veel toeters en bellen palmde hij iedereen in. Maar nu, nu is hij dood. Zijn rigor mortis bezorgt mij kippenvel. Het is ook allemaal zo snel gegaan.
Ik kan het amper geloven. Een kleine maand is hij onder ons geweest. Hij kreeg de beste plek die hij maar wensen kon. Vlak voor het raam, met uitzicht op straat. Met veel toeters en bellen hebben we hem binnengehaald. In onderling overleg uiteraard. Iedereen moest zijn zegen geven over zijn opname in ons huis. Daarna hebben we hem meteen goed aangekleed. Koud en klam voelde hij aan. In aanvang reageerde hij wat weerbarstig, maar al gauw voelde hij zich thuis. Bewierookt werd hij en bezongen en overladen met chocola. Behangen met de mooiste juwelen. Zoveel hielden we van hem. Met cadeautjes werd hij onderladen. Wat knapte hij daarvan op. Maar niet voor lang. Helaas.
Na drie weken liet hij steekjes vallen. Op zich niet zo heel erg, want hij had er toch genoeg. Steken en streken. Plagerig streek ie iedere ochtend langs mijn benen zodra ik de gordijnen opende. Hij genoot van alle aandacht en van het licht. Uiteindelijk bezweek ie aan een ouderdomskwaal. Hij bezweek aan zijn veel te grote ballen. Eentje hebben we er kunnen redden. Maar het was voor ons een teken aan de wand. Meteen volgde familieoverleg en besloten we onmiddellijk over te gaan tot vrijwillige euthanasie.
Een dementerende fase heeft hij gelukkig niet gekend. Het ging allemaal enorm snel. Zijn groene levenslust ging snel over in gele dorheid. Met een grote mantel der liefde hebben we hem ontmanteld. Ontdaan van al de ballast die hij nog in en aan zijn lijf en leden droeg. Morgen wordt ie opgehaald. Ik doe de deur open en zet hem naast de groenbak. Koud en klam en zonder wortel. Hij krijgt van mij een laatste groet, een warme knuffel en ik bedank hem voor zijn vriendschap en gezelligheid. Vaarwel mijn groene vriend.
06-01-2014
02-01-2014
Familiegeheim
Hoeveel familiegeheimen zijn er de afgelopen maand geopenbaard? Of juist opgebaard? Hoeveel familiegeheimen zijn er de afgelopen maand boven tafel gekomen? Hoeveel familiegeheimen zijn er verstopt? In eten en in drank, opgevreten, weggeslikt. En hoeveel nieuwe familiegeheimen zijn er gecreëerd? Of juist gecremeerd? Voor de lieve vrede, in zoete broodjes en in marsepein?
Wie wil dat eigenlijk weten? Naast persmuskieten, zwarte pieten. De maand december is sinds lange tijd gebombardeerd tot biecht- en smiechtmaand. Staat in het teken van emotionele inkopen, opkopen, afkopen en uitverkopen. Al de kopen staan al dagenlang, zorgvuldig geregisseerd, uitgebreid te pronken in kranten, tijdschriften en reclamebladen. Goedkoop aangeboden en voor ieder wat wils.
Verstopt achter granieten glimlachen blijven de geheimen goed geborgen. Zittend op korte en op lange lonten. Sommige lichten mogen nooit gaan schijnen. Hullen zich in duisternis omdat ze het daglicht niet kunnen verdragen. Sommige waarheden zijn te pijnlijk. De lucht die boven het ontbijt, de lunch en het diner zweeft aan de familiedis is ijl en ingehouden. Het eten wordt gang voor gang, nauwgezet en rauw weggepeuzeld. Zo ook de gedachtegangen die volgen. Die worden weggeknaagd tot op het bot. In stilzwijgen.
Tong en tongen staan niet op het menu. Die zijn allang afgebeten. Ongezouten. Na het eten worden de geheimen en gedachtegangen nog even uitgelaten. Kort maar krachtig. In koude, wind en sneeuw. Om daarna voor lange tijd weer opgesloten te worden, in kleine kistjes memorie. Ook dit jaar zijn er geen setjes gevormd en bruggen gebouwd. Het geheugen is selectief daar waar de emotie zich verstopt achter gesloten deuren. De geheimen blijven, ongeschonden.
Wie wil dat eigenlijk weten? Naast persmuskieten, zwarte pieten. De maand december is sinds lange tijd gebombardeerd tot biecht- en smiechtmaand. Staat in het teken van emotionele inkopen, opkopen, afkopen en uitverkopen. Al de kopen staan al dagenlang, zorgvuldig geregisseerd, uitgebreid te pronken in kranten, tijdschriften en reclamebladen. Goedkoop aangeboden en voor ieder wat wils.
Verstopt achter granieten glimlachen blijven de geheimen goed geborgen. Zittend op korte en op lange lonten. Sommige lichten mogen nooit gaan schijnen. Hullen zich in duisternis omdat ze het daglicht niet kunnen verdragen. Sommige waarheden zijn te pijnlijk. De lucht die boven het ontbijt, de lunch en het diner zweeft aan de familiedis is ijl en ingehouden. Het eten wordt gang voor gang, nauwgezet en rauw weggepeuzeld. Zo ook de gedachtegangen die volgen. Die worden weggeknaagd tot op het bot. In stilzwijgen.
Tong en tongen staan niet op het menu. Die zijn allang afgebeten. Ongezouten. Na het eten worden de geheimen en gedachtegangen nog even uitgelaten. Kort maar krachtig. In koude, wind en sneeuw. Om daarna voor lange tijd weer opgesloten te worden, in kleine kistjes memorie. Ook dit jaar zijn er geen setjes gevormd en bruggen gebouwd. Het geheugen is selectief daar waar de emotie zich verstopt achter gesloten deuren. De geheimen blijven, ongeschonden.
01-01-2014
Eindejaars gein en ongein
De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, wederom. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar.
Kees is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam vindt Kees. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop aan Kees voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?
De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Kees tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft zijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Kees kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.
De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Kees langs de kerstgrot loopt aait ie over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn broers en papa het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.
De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Kees. Samen met zijn broer en zus vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.
Kees is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Kees ‘s morgens wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. En hij is al zeven.
Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Kees. Want vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot in de late uurtjes. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Kees geniet van al die drukte.
Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met babbeleros en stuifzand. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Eén hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Kees houden. Hij heeft al een hele verzameling.
Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Kees moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Kees is er klaar voor.
De glazen worden nog eens gevuld en zijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“
Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren.
Kees houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent ie de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ie twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Kees in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel heel eventjes, lekker warm.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Kees is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam vindt Kees. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop aan Kees voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?
De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Kees tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft zijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Kees kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.
De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Kees langs de kerstgrot loopt aait ie over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn broers en papa het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.
De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Kees. Samen met zijn broer en zus vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.
Kees is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Kees ‘s morgens wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. En hij is al zeven.
Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Kees. Want vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot in de late uurtjes. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Kees geniet van al die drukte.
Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met babbeleros en stuifzand. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Eén hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Kees houden. Hij heeft al een hele verzameling.
Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Kees moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Kees is er klaar voor.
De glazen worden nog eens gevuld en zijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“
Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren.
Kees houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent ie de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ie twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Kees in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel heel eventjes, lekker warm.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Abonneren op:
Posts (Atom)