Het landschap is weids en gloort onder een blakende zon. Snikheet is het. Ratelslangen ritselen door het droge gras. Er staat angst en eenzaamheid in de ogen van de kleine man. Hij laat zich niet kennen en sluit zich af voor natuurlijke prikkels die hem belemmeren in zijn dadendrang. Gebukt en op zijn knieën laat hij het warme zand door zijn vingers glijden. Dit is goed. Dit is het zand waarop hij kan bouwen. Met een grote schep laadt hij het in een roestige kruiwagen. Vergenoegd en in zijn nopjes.
Daar ligt ze op de vloer. In de loods. Klaar om bestormd te worden. Zijn muze in wit. Ze hunkert naar kleur. Maar de kleur wil nog niet komen. Zijn hersenen denken in de vroege ochtend alleen maar aan zwart en wit. Grijze sluiers dringen langzaam binnen. Dringen binnen in de loods. Een megagrote loods. Pablo Johnson loopt naar de hoek van de loods en laadt zijn pick-up. Een gepinde hefarm krast korzelig droevige muziek uit het vinyl. Een bronstige stem zingt over rozen. Over plastic rozen. Grijsgedraaid. Opdat ze niet verwelken.
Omvangrijk is zijn muze. Ze ligt met haar benen wijd open. Op de koude vloer. Klaar en zuchtig voor ontvangenis. Pablo schrikt van zoveel ontwapening. Vanuit het centrum besluit hij te beginnen. Het moet. Want daar ligt de basis. Donzig zwart en grijs. Maar eerst een stevige borrel. Zonder liquid Jack is er geen beginnen aan. Zinnenprikkelend is de alcohol die langs zijn neusharen strijkt. El bandido komt tot leven. Zijn blik is veelzeggend, staat stijf van adrenaline. Tijd voor actie. Tijd voor performance.
Johnson stroopt zijn mouwen op. Bedachtzaam stuwt en sproeit hij sporen van lavendel over de witte dijen van zijn muze. Ze geniet en zuigt de lavendel met volle teugen naar binnen. Ze vraagt naar meer. Zwarte lijnen krioelen over het doek. Heel langzaam gaan ze op zoek naar kleur. Gulzig geeft Pablo zich aan zijn muze over. Met zijn neus volgt hij het lijnenspel en snuift grijs, zwart en wit naar binnen. De lijnen splijten zich in punten en vormen kleine poelen van verderf. Heel, heel langzaam lijkt Pablo de controle te verliezen. Maar niet voor lang.
Met zijn grote handen gooit hij het nog warme zand, uit de kruiwagen, over zijn muze. Het vocht van het warme zand verdampt en vermengt zich met de muze. Lavendel in de mist. Niets, maar dan ook niets wordt aan het toeval overgelaten. In fracties van gespleten secondes neemt Pablo zijn besluiten. In lavendel dansen nu de lijnen in speelse choreografie. Niets is wat het lijkt. Lavendel in de mist.
20-05-2014
15-05-2014
Stilleven (1): Petmans ziet kraaien
Met een droevige blik zet hij zijn bierglas neer. Petmans heeft de afgelopen drie uur de omgeving goed in zich opgenomen. Het kleine terras, genesteld onder populieren, doet hem denken aan vroegere tijden. Toen alles beter zou zijn geweest. Tenminste als hij de oude mensen, die aan het tafeltje naast hem zitten moet geloven. Geloven doet Petmans eigenlijk nergens meer in. Na drie uur schouwen kan hij maar een ding concluderen. De oudjes hebben gelijk. Vroeger was alles beter.
“Wat zit je toch te mopperen mens, geniet een beetje van het leven, het is veel te kort”.
Petmans kijkt verbaasd om zich heen. De oude mensen naast hem turen het weiland in en houden hun mond stijf dicht. De lippen staan bevroren in hun gerimpelde gezichten. Een stralende zon probeert ze tevergeefs te ontdooien. Maar waar komt die stem dan toch vandaan?
“Ja hier, koekenbakker, hallo, ben ik in beeld?”
Petmans valt bijna van zijn stoel. Het geluid komt onder zijn bierglas vandaan. Hij tilt het bierglas op en kijkt met grote ogen naar het portret dat geschilderd staat op het bierviltje. Het portret geeft een vette knipoog. Wat een rare kwast, denkt Petmans.
“Rare kwast, rare kwast, hoor wie het zegt. Heb je jezelf al eens goed bekeken?”
Dat is een goede vraag. Wanneer heeft hij zichzelf ook alweer voor het laatst bekeken. Als hij het zich goed kan herinneren was dat toen hij zichzelf een oor aannaaide. In een donkere spiegel van zijn ziel. Maar dat lijkt alweer een eeuwigheid geleden.
“Nou, je hoeft niet zo vreemd te kijken hoor. Je weet verrekte goed waar ik op lijk. Zal ik het even voor je spellen? Of nee, nee wacht. Ik zal het voor je zingen?
Spiegelbeeld vertel eens even
Ben ik heus zo oud als jij
Is het waar, ben ik al zestig
Is m’n leven voorbij
‘k Ben wel jong maar ik ben toch niet zo jong meer als toen
‘k zou zo graag nog hier en daar
nog eens iets overdoen
Ennehhhh … Brings back memories?”
Petmans begrijpt er helemaal niets van. Wat wil die rare kwast toch van hem? En wat is dat voor een maf liedje dat hij daar zingt? Petmans pijnigt zijn gedachten en verbeeldingsvermogen. Vroeger, heel vroeger had hij vast een pasklaar antwoord gehad. Maar helaas. Dass war einmal.
De vertwijfeling is blijkbaar van zijn gezicht af te lezen. Want de oude mannetjes naast hem kijken Petmans meelijwekkend aan. Het hersenknarsen komt de mannetjes welbekend voor.
Een zwarte kraai komt vanaf de akker aangevlogen en gaat op de rug van de lege stoel zitten die naast Petmans staat. Met zijn linkervleugel poetst ie even zijn bolletje en kraait daarna met krasse stem: “Willeke Alberti, het is Willeke Alberti, zeker weten!”
De oude mannetjes komen nu plots in beweging en storten zich op het bierviltje van Petmans. Ze zijn met z’n drieën en bestuderen het bierviltje aandachtig. Al snel komen ze tot een gemeenschappelijke conclusie en roepen in koor: “Dat kan niet, stomme vogel, kijk maar, dat portret heeft een baard. Heb je ooit een vrouw met een baard horen zingen?”
“Ja maar, ja maar …”, sputtert de kraai tegen, “Het lied is van Willeke, niet het portret. Ze zingt over haar spiegelbeeld, stelletje ouwe dozen!”
“Ho, ho, ho …”, valt het bierviltportret bij. “Nu verklap je bijna de clou, stomme vogel. Laat Petmans alsjeblieft zelf tot conclusies komen. Ja, wil je? En luister eens Petmans. Heb je al eens goed naar mijn streken gekeken. Ja die okeroranje streken in mijn baard, herken je ze? Heb je toch jarenlang naar lopen zoeken? En wat vind je ervan. Ja, ja, man, verf en techniek hebben zich de laatste jaren flink ontwikkeld. Met dank aan de commercie?”
Het bierviltportret krijgt geen antwoord en krabt zich aan zijn baard. Petmans is vertrokken. Naar de horizon. Achter kraaimans aan. Het bierviltportret slaakt een diepe zucht. En de oudjes turen naar de einder. Met de lippen stijf op elkaar. Ze vonden Petmans best wel aardig. Hadden ze maar gezwegen.
“Wat zit je toch te mopperen mens, geniet een beetje van het leven, het is veel te kort”.
Petmans kijkt verbaasd om zich heen. De oude mensen naast hem turen het weiland in en houden hun mond stijf dicht. De lippen staan bevroren in hun gerimpelde gezichten. Een stralende zon probeert ze tevergeefs te ontdooien. Maar waar komt die stem dan toch vandaan?
“Ja hier, koekenbakker, hallo, ben ik in beeld?”
Petmans valt bijna van zijn stoel. Het geluid komt onder zijn bierglas vandaan. Hij tilt het bierglas op en kijkt met grote ogen naar het portret dat geschilderd staat op het bierviltje. Het portret geeft een vette knipoog. Wat een rare kwast, denkt Petmans.
“Rare kwast, rare kwast, hoor wie het zegt. Heb je jezelf al eens goed bekeken?”
Dat is een goede vraag. Wanneer heeft hij zichzelf ook alweer voor het laatst bekeken. Als hij het zich goed kan herinneren was dat toen hij zichzelf een oor aannaaide. In een donkere spiegel van zijn ziel. Maar dat lijkt alweer een eeuwigheid geleden.
“Nou, je hoeft niet zo vreemd te kijken hoor. Je weet verrekte goed waar ik op lijk. Zal ik het even voor je spellen? Of nee, nee wacht. Ik zal het voor je zingen?
Spiegelbeeld vertel eens even
Ben ik heus zo oud als jij
Is het waar, ben ik al zestig
Is m’n leven voorbij
‘k Ben wel jong maar ik ben toch niet zo jong meer als toen
‘k zou zo graag nog hier en daar
nog eens iets overdoen
Ennehhhh … Brings back memories?”
Petmans begrijpt er helemaal niets van. Wat wil die rare kwast toch van hem? En wat is dat voor een maf liedje dat hij daar zingt? Petmans pijnigt zijn gedachten en verbeeldingsvermogen. Vroeger, heel vroeger had hij vast een pasklaar antwoord gehad. Maar helaas. Dass war einmal.
De vertwijfeling is blijkbaar van zijn gezicht af te lezen. Want de oude mannetjes naast hem kijken Petmans meelijwekkend aan. Het hersenknarsen komt de mannetjes welbekend voor.
Een zwarte kraai komt vanaf de akker aangevlogen en gaat op de rug van de lege stoel zitten die naast Petmans staat. Met zijn linkervleugel poetst ie even zijn bolletje en kraait daarna met krasse stem: “Willeke Alberti, het is Willeke Alberti, zeker weten!”
De oude mannetjes komen nu plots in beweging en storten zich op het bierviltje van Petmans. Ze zijn met z’n drieën en bestuderen het bierviltje aandachtig. Al snel komen ze tot een gemeenschappelijke conclusie en roepen in koor: “Dat kan niet, stomme vogel, kijk maar, dat portret heeft een baard. Heb je ooit een vrouw met een baard horen zingen?”
“Ja maar, ja maar …”, sputtert de kraai tegen, “Het lied is van Willeke, niet het portret. Ze zingt over haar spiegelbeeld, stelletje ouwe dozen!”
“Ho, ho, ho …”, valt het bierviltportret bij. “Nu verklap je bijna de clou, stomme vogel. Laat Petmans alsjeblieft zelf tot conclusies komen. Ja, wil je? En luister eens Petmans. Heb je al eens goed naar mijn streken gekeken. Ja die okeroranje streken in mijn baard, herken je ze? Heb je toch jarenlang naar lopen zoeken? En wat vind je ervan. Ja, ja, man, verf en techniek hebben zich de laatste jaren flink ontwikkeld. Met dank aan de commercie?”
Het bierviltportret krijgt geen antwoord en krabt zich aan zijn baard. Petmans is vertrokken. Naar de horizon. Achter kraaimans aan. Het bierviltportret slaakt een diepe zucht. En de oudjes turen naar de einder. Met de lippen stijf op elkaar. Ze vonden Petmans best wel aardig. Hadden ze maar gezwegen.
01-05-2014
In het vervolg verhalen
In het vervolg verhalen, dat is wat ik me heb voorgenomen. Niet onmiddellijk, niet meteen. O, neen, ik zou het niet meer durven. Meteen verhalen. Ik doe het niet meer. Alleen in het vervolg verhaal ik nog. Verhaal halen moet je nooit meteen doen. Even wachten is veel beter. Dat heb ik inmiddels geleerd.
Wie vroeg verhaal haalt komt meestal op de koffie. En raar maar waar, juist bij vroege koffieleuten, gaat niet het koffie- maar juist het theewater, vaak in no time koken. ‘Waar hebben ze het over?’, vraag ik me dan af. Helemaal in de war raak ik als blijkt dat die vroege koffieleuten eigenlijk verkapte theemutsen zijn. Je ziet het aan hun kapsel. Het theezakje hangt in de nek, vlak onder de haarlijn, er nog ietsje onderuit. Geen gezicht, ik geef het toe.
Even wachten met verhalen is het beste wat ik kan doen. Zodra het vervolg na verloop van tijd zijn verhaal heeft gedaan, dan pas kom ik met mijn verhaal. Aanvankelijk nietszeggend, maar achteraf tussen de verhaalregels door, alleszeggend en vlijmscherp. Heel irritant, maar het is niet anders. Een prettige bijkomstigheid van verhaal doen in het vervolg, en dus niet onmiddellijk, is dat je de tijd hebt om te nuanceren. Laat eerst de ander zijn relaas doen, weeg zijn woorden en sla dan toe. Anceren noem ik deze tactiek. Anceren in het nu. Nu mag het. Nee, nu moet het. Met de juiste timing.
Waarom anceren en waarom met de juiste timing? Omdat het risico bestaat dat ondanks alle voorbereidingen en juiste bedoelingen, je in het verhaal toch te laat kunt komen. De kunst is om op het juiste moment te pieken. Dat komt het verhaal ten goede. Daarnaast speelt ook een goede enscenering een belangrijke rol. Als de enscenering niet klopt dan kun je het schudden met je verhaal. Er is dan niemand meer die volgt. Zelfs rechters en advocaten haken dan af. Op het juiste moment en op de juiste plaats pieken en anceren, daar gaat het om bij een goed verhaal.
Je moet het leren door veel te oefenen. Oefening baart kunst. Soms pas na een zware bevalling maar vaak ook middels glijbanen vol pret. Daar kunnen zelfs de grootste koffieleuten en theemutsen over mee praten.
Met de juiste ancering in het nu en een juiste enscenering in het verhaal, bereik je uiteindelijk het meest. Zelfs als er sprake is van meer lijnen in het verhaal. Dat vraagt wel opperste concentratie en vasthoudendheid en kan alleen in goede banen geleid worden door ervaringsdeskundigen. De beste stuurlui staan aan wal, ik weet het. Maar toch. Zodra meerlijnen verplaatst worden naar andere meerpalen wordt het verhaal pas goed vlot getrokken en bereikt het een veilige haven. De vraag alleen is: verstomd of verstoomd het verhaal op dat moment? Een goede vraag voor schipper naast Mathilde.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Wie vroeg verhaal haalt komt meestal op de koffie. En raar maar waar, juist bij vroege koffieleuten, gaat niet het koffie- maar juist het theewater, vaak in no time koken. ‘Waar hebben ze het over?’, vraag ik me dan af. Helemaal in de war raak ik als blijkt dat die vroege koffieleuten eigenlijk verkapte theemutsen zijn. Je ziet het aan hun kapsel. Het theezakje hangt in de nek, vlak onder de haarlijn, er nog ietsje onderuit. Geen gezicht, ik geef het toe.
Even wachten met verhalen is het beste wat ik kan doen. Zodra het vervolg na verloop van tijd zijn verhaal heeft gedaan, dan pas kom ik met mijn verhaal. Aanvankelijk nietszeggend, maar achteraf tussen de verhaalregels door, alleszeggend en vlijmscherp. Heel irritant, maar het is niet anders. Een prettige bijkomstigheid van verhaal doen in het vervolg, en dus niet onmiddellijk, is dat je de tijd hebt om te nuanceren. Laat eerst de ander zijn relaas doen, weeg zijn woorden en sla dan toe. Anceren noem ik deze tactiek. Anceren in het nu. Nu mag het. Nee, nu moet het. Met de juiste timing.
Waarom anceren en waarom met de juiste timing? Omdat het risico bestaat dat ondanks alle voorbereidingen en juiste bedoelingen, je in het verhaal toch te laat kunt komen. De kunst is om op het juiste moment te pieken. Dat komt het verhaal ten goede. Daarnaast speelt ook een goede enscenering een belangrijke rol. Als de enscenering niet klopt dan kun je het schudden met je verhaal. Er is dan niemand meer die volgt. Zelfs rechters en advocaten haken dan af. Op het juiste moment en op de juiste plaats pieken en anceren, daar gaat het om bij een goed verhaal.
Je moet het leren door veel te oefenen. Oefening baart kunst. Soms pas na een zware bevalling maar vaak ook middels glijbanen vol pret. Daar kunnen zelfs de grootste koffieleuten en theemutsen over mee praten.
Met de juiste ancering in het nu en een juiste enscenering in het verhaal, bereik je uiteindelijk het meest. Zelfs als er sprake is van meer lijnen in het verhaal. Dat vraagt wel opperste concentratie en vasthoudendheid en kan alleen in goede banen geleid worden door ervaringsdeskundigen. De beste stuurlui staan aan wal, ik weet het. Maar toch. Zodra meerlijnen verplaatst worden naar andere meerpalen wordt het verhaal pas goed vlot getrokken en bereikt het een veilige haven. De vraag alleen is: verstomd of verstoomd het verhaal op dat moment? Een goede vraag voor schipper naast Mathilde.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Abonneren op:
Posts (Atom)