31-12-2010
Columns van Harrie (December 2010)
Rotzak / Gein & Ongein / 08-12-2010
Grote gruwel potverdikke nog aan toe. Prsssnich mich nich. Ik kan weer eens geen geschikt houtskooltje vinden. Ja, nu hoor ik u denken. Die wil een lekker warm vuurtje stoken in het bos. Maar nee, ik heb geen kooltje nodig om de boel hier op te warmen. Mijn bos geeft ook in de winter voldoende warmte. Laat die achterlijke stedelingen maar lekker klappertanden in hun stenen dozen met hun idiote verwarmingsmachines. Nee, ik zoek een geschikt houtskooltje voor mijn verhaal. Daar kan ik overigens ook rook vanaf laten komen. Maar dat even terzijde. Ik zoek een houtskooltje met een fijn klein gerookt puntje. Als het te dik is dan kan niemand mijn zwarte vlekken ontcijferen. Dan draait Rotzak zich om in zijn graf. Als Rotzak mijn verhaal zou testen dan zou hij alleen maar blinde vlekken zien. Ach, vond ik nu maar een geschikt houtskooltje dan zou ik onmiddellijk een leuk verhaal optekenen. Dan zou ik inzicht geven in mijn schrijfproces. Ik zou schrijven over jonge fruitvliegjes. Dat zou zeker passen in deze warme wintertijd. Een titel heb ik al gevonden. Jung und Freudig zou ik mijn verhaaltje noemen. Met Kafkiaanse hanepoten zou ik inzicht geven in mijn creabeabrein. Maar ja. Ik kan dat kooltje maar niet vinden. Grisnichmich .... brittzl ... dzjeu.
Sterretjes / Gein & Ongein / 22-12-2010
Vandaag weer contact gehad met de buitenwereld. Via mijn vertelbot. Dat stomme tring tring ding maakte me al heel vroeg wakker. Het was Zwam van de Paddologenorde. Zwam wilde weten hoe het met mij ging. Eigenlijk kwam het gesprek mij slecht uit want het was mijn boomklopdag. Dat vraagt nogal wat concentratie.
Ik was ook nog eens net bezig met een ingewikkelde bezwering. Ingegeven door Rotzak. Rotzak had mijn creabeabrein vorige keer een enorme boost gegeven. Ja, dat komt ervan als je probeert inzicht te geven in een schrijfprocessie. Dat is niet altijd te volgen. Soms raak ik mezelf kwijt. Dan ben ik lost. Zwam had wel een punt. Hoe ging het eigenlijk met mij? Toonde ik eigenlijk wel voldoende belangstelling voor mezelf. Vragen die ik me zelden stel. De boswizzard in mij kwam boven. Geef geen antwoord. Ontwijk de vraag. Zwam zwamt paddenstoelentaal. Vertel hem gewoon een verhaaltje. Zo gezegd zo gedaan. Gisteren werd ik helemaal wild. Zag overal sterretjes. Allemaal sterretjes op stokjes. Ik dacht dat ik gek werd. Ze flikkerden, kris, kras, kros door mijn bos. Er zaten rare mensen aan vast geketend. Die schreeuwden heel hard. Iets over koud vuur en Nieuwjaar. Heel vreemd. Ik kon er niets mee.
Jeuk tussen de benen / Gein & Ongein / 28-12-2010
Heel veel witte mannen in mijn bos gezien vandaag. Geen idee wat die hier komen doen. Ze zijn ijskoud en dragen allemaal een sjaal. Snipverkouden zijn ze. Dragen allemaal ijspegels aan hun winterwortelneus. Brrrrr …. Gris mich nich. Stokstijf staan ze me aan te gluren met hun steentjesogen. Best eng zo in de schemer van mijn bos. Overdag dan rent er van dat jong grut omheen. Van die minimensjes met veel te grote jassen. Schreeuwen dat dat grut doet. Oorverdovend. Soms graaien ze naar de grond en kneden dan witte ballen. Die gooien ze met luid gekrijs naar elkaar toe. Wat dezer dagen ook vreemd is in dit bos zijn al die maffe wezens die zich voort bewegen op smalle bomen. Dat doen ze meestal zuchtend en met rode hoofden. Kwaad prikken ze dan met stokken in de sneeuw. Het lijkt net of ze jeuk hebben tussen de benen. Ze schuren die namelijk de hele tijd van voor naar achter. Of is het alleen naar voren? Ingewikkeld allemaal. Ach, ik sprokkel en ga voort.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
30-12-2010
Schrijftechnisch
Wat een afschuwelijk woord. De bedenker van dit woord heeft bij taalkundig wellicht een belletje horen rinkelen en gedacht, dat kan ik beter. Dan krijg je zo iets lelijks als schrijftechnisch. Op mijn laptop wordt dit woord door mijn tekstverwerker steevast rood onderlijnd. Ja, ja, een rode lijn met een ferme consequente krul. Zelfs mijn tekstverwerker steekt er de draak mee. Negeren denk ik dan. Alles negeren en never nooit niet toevoegen aan mijn woordenlijst.
Gelukkig is schrijftechnisch nog niet ingedaald in het Daalse Dikkertje. Stel je eens voor, dat na schrijftaal ineens het woord schrijftechnisch opdoemt. Om de verdoemenis niet. Dat gaat niet gebeuren. Daaltaal staat dat niet toe. En terecht. Brengt mij meteen bij schrijftaal. Ook al zo’n maf woord. Het geschreven woord zie ik alleen maar in tekstballonnetjes verschijnen, boven zielen die niet zeggen wat ze bedoelen. Meestal kijken ze heel beteuterd als ik hen daar op aanspreek. Alsof ik met een naald door hun luchtballonnetje prik. Mijn Aha-erlebnis verwordt dan plotseling tot hun Hoho-erlebnis. Hun schrijftaal glijdt dan meestal af van spreek- naar schreeuwtaal. Vloeken heet dat.
Schrijftechniek vind ik dan wel weer een geschikt woord. Ik word soms zelfs lyrisch als ik zie hoe sommige lieden hun schrijfmiddelen hanteren. Of dat nou is met Oost-Indische inkt, ganzenveren, potloden, pennen, ballpoints, krijt of toetsenbord, het maakt me al niet uit. Zolang de techniek maar uitmondt in schoonschrift, pas de problème. Zodra de teksten geschreven of gedrukt staan zie ik echt niet meer met welke techniek ze tot stand zijn gekomen. Uitzondering hierop vormt de kalligrafie. Niet te verwarren met palligrafie. Knap hoe de Chinezen deze kunst bedrijven. Maar allez, dat mag je ook verwachten van een volk dat doordrenkt is met de leer van Confucius. Ik moet hierbij wel onmiddellijk toegeven dat ik ook af en toe confuus wordt van al die gekrulde letters.
Schrijftechniek veronderstelt ook het bestaan van schrijftactiek. Slinks schrijven noem ik dat. Hoewel schrijvers van rechts kunnen er ook wat van hoor. Het geschrevene kan je soms behoorlijk op het verkeerde pad brengen. Experts in het schrijven van tussendoorregels zijn ons allen bekend. Ze drijven de burger vaak tot waanzin. De schrijftactici vinden vooral emplooi in de rechtspraak, het notariaat, de ambtenarij en het geldwezen. Daar is het tussen de regels door schrijven en lezen tot een rechtse hobby verheven. Sommigen weten het ook goed te oreren. Luchtschrijven in kleine lettertjes heet dat.
Ergo error. So what. Een paar foutjes op de pagina is heel normaal in het internettijdperk van vandaag. Ik zou zeggen, lig er niet al te veel van wakker. Want laten we even erelijk zijn. Qua schrijftechniek behoort erelijk eerlijk te zijn. In het multimediale minimale interfacetijdperk worden ook de foute kleine lettertjes voor lief genomen. Zowel de palli- als de kalligrafen onder ons zullen dit naar eer en geweten beamen. Voor kleine lettertjes biedt een beamer dan wel weer soelaas. Beam me up Scotty onderschrijft in spreektaal eens te meer dat schrijftechnisch never nooit van deze wereld kan zijn.
Mien ferme taal
Gelukkig is schrijftechnisch nog niet ingedaald in het Daalse Dikkertje. Stel je eens voor, dat na schrijftaal ineens het woord schrijftechnisch opdoemt. Om de verdoemenis niet. Dat gaat niet gebeuren. Daaltaal staat dat niet toe. En terecht. Brengt mij meteen bij schrijftaal. Ook al zo’n maf woord. Het geschreven woord zie ik alleen maar in tekstballonnetjes verschijnen, boven zielen die niet zeggen wat ze bedoelen. Meestal kijken ze heel beteuterd als ik hen daar op aanspreek. Alsof ik met een naald door hun luchtballonnetje prik. Mijn Aha-erlebnis verwordt dan plotseling tot hun Hoho-erlebnis. Hun schrijftaal glijdt dan meestal af van spreek- naar schreeuwtaal. Vloeken heet dat.
Schrijftechniek vind ik dan wel weer een geschikt woord. Ik word soms zelfs lyrisch als ik zie hoe sommige lieden hun schrijfmiddelen hanteren. Of dat nou is met Oost-Indische inkt, ganzenveren, potloden, pennen, ballpoints, krijt of toetsenbord, het maakt me al niet uit. Zolang de techniek maar uitmondt in schoonschrift, pas de problème. Zodra de teksten geschreven of gedrukt staan zie ik echt niet meer met welke techniek ze tot stand zijn gekomen. Uitzondering hierop vormt de kalligrafie. Niet te verwarren met palligrafie. Knap hoe de Chinezen deze kunst bedrijven. Maar allez, dat mag je ook verwachten van een volk dat doordrenkt is met de leer van Confucius. Ik moet hierbij wel onmiddellijk toegeven dat ik ook af en toe confuus wordt van al die gekrulde letters.
Schrijftechniek veronderstelt ook het bestaan van schrijftactiek. Slinks schrijven noem ik dat. Hoewel schrijvers van rechts kunnen er ook wat van hoor. Het geschrevene kan je soms behoorlijk op het verkeerde pad brengen. Experts in het schrijven van tussendoorregels zijn ons allen bekend. Ze drijven de burger vaak tot waanzin. De schrijftactici vinden vooral emplooi in de rechtspraak, het notariaat, de ambtenarij en het geldwezen. Daar is het tussen de regels door schrijven en lezen tot een rechtse hobby verheven. Sommigen weten het ook goed te oreren. Luchtschrijven in kleine lettertjes heet dat.
Ergo error. So what. Een paar foutjes op de pagina is heel normaal in het internettijdperk van vandaag. Ik zou zeggen, lig er niet al te veel van wakker. Want laten we even erelijk zijn. Qua schrijftechniek behoort erelijk eerlijk te zijn. In het multimediale minimale interfacetijdperk worden ook de foute kleine lettertjes voor lief genomen. Zowel de palli- als de kalligrafen onder ons zullen dit naar eer en geweten beamen. Voor kleine lettertjes biedt een beamer dan wel weer soelaas. Beam me up Scotty onderschrijft in spreektaal eens te meer dat schrijftechnisch never nooit van deze wereld kan zijn.
Mien ferme taal
22-12-2010
Columnpies
Eén voor één tik ik de letters via mijn toetsenbord de laptop in. Daar mogen ze eventjes de polonaise dansen. In mijn hoofd rangschik ik vervolgens de letters tot woorden. Soms op de automatische piloot en soms in dichterlijke vrijage. De laptop schrikt er van. Hij raakt in de war van zijn eigen spelling. Zijn beeldscherm begint dan spontaan te knipperen. Alarmfase roodt wordt ingezet. Ho, ho, rood zonder t. Sommige woorden herkent mijn laptop niet eens. Dom blondje, zou je bijna zeggen. Van word wordt je soms echt gestoord. Om over in excel maar niet te spreken.
Het beeld van mijn laptop blijft zwart. Inktzwart. Dat komt omdat ik zwarte vingers heb. Dat krijg je van druipende inktcartridges. Ik ga bijna door mijn typelint als ik naar mijn vingers kijk. Een grote inktvlek druipt richting mijn laptop die naast de printer staat te lonken. Wachtend op wat nieuwe woorden. Hoe kan ik die vlek nou stoppen? Langzaam druipt de inkt richting laptop. Liever zag ik dat ie afdroop. Woorden schieten me nog steeds niet te binnen. Mijn hoofd probeert nog letters te ontwaren in de zwarte blinde vlek, maar helaas, tevergeefs.
Derde alinea en nog geen zinnig woord gerept. Rap rappen en dan schiet me vast iets te binnen. Zo niet dan wordt het weer eens als vanouds columnpies. Mijn neus trekt op. Ik schud de foute letters en woorden van me af en spoel door. Zoute zure oude lucht dringt door in mijn neusvleugels. Urine kristalliseert rondom de toetsen van mijn keyboard. De sleutel naar het schrijftoilet heb ik nog steeds niet gevonden. Ongeduld hoopt zich op. Ik houd het niet meer. De column dringt op mijn inktblaas. Hij moet de ether in. Nu. Zend.
Mien Tipt
Het beeld van mijn laptop blijft zwart. Inktzwart. Dat komt omdat ik zwarte vingers heb. Dat krijg je van druipende inktcartridges. Ik ga bijna door mijn typelint als ik naar mijn vingers kijk. Een grote inktvlek druipt richting mijn laptop die naast de printer staat te lonken. Wachtend op wat nieuwe woorden. Hoe kan ik die vlek nou stoppen? Langzaam druipt de inkt richting laptop. Liever zag ik dat ie afdroop. Woorden schieten me nog steeds niet te binnen. Mijn hoofd probeert nog letters te ontwaren in de zwarte blinde vlek, maar helaas, tevergeefs.
Derde alinea en nog geen zinnig woord gerept. Rap rappen en dan schiet me vast iets te binnen. Zo niet dan wordt het weer eens als vanouds columnpies. Mijn neus trekt op. Ik schud de foute letters en woorden van me af en spoel door. Zoute zure oude lucht dringt door in mijn neusvleugels. Urine kristalliseert rondom de toetsen van mijn keyboard. De sleutel naar het schrijftoilet heb ik nog steeds niet gevonden. Ongeduld hoopt zich op. Ik houd het niet meer. De column dringt op mijn inktblaas. Hij moet de ether in. Nu. Zend.
Mien Tipt
Abonneren op:
Posts (Atom)