31-03-2014
Columns van Harrie (Maart 2014)
Tautologieles / Gein & Ongein / 12-03-2014
Mozeskriebel, wat een woord? Dat dacht Raakhout toen hij wakker werd uit zijn winterslaap. Veel te vroeg. Ook dat nog. Dat betekent dit jaar dat de insecten vroeg aan hun einde zullen komen. Vroeg omdat ze niet volledig volgroeid zijn en daardoor een korter leven beschoren zijn. Vroeg omdat alle vogels met de vroege lente in de bol reeds aan het flikflooien zijn. Wat extra veel energie kost en amoureuzen noodzaakt veel te foerageren. Dat wordt dus honger lijden dit jaar voor Raakhout.
Van de liefde alleen kun je echter niet leven, ook al gaat deze vaak door de maag. Is hier nu sprake van een schijnbare tegenstelling, van een contaminatie, of simpelweg, ironie? En als het een contaminatie is, is het dan een ingeburgerde, een gepeperde of een versteende? Ach, wat doet het er ook toe, op een website zonder stijl. Het raakt so wie so kant noch wal en je slaat er stijlloos slechte figuren mee. Als je tenminste een stok kunnen vinden.
Vermoeiend hoor al die opsommingen. Ik lijk Battus wel. RIP. Maar eventjes genoeg geript uit het grote taalspectrum waarover ons paddenland beschikt en waarin het talenteert. Ondanks dat het toch wel belangrijk is om het te weten en hier te vermelden. Zeker in een samenleving waarin iedereen bij elkaar op de lip woont en kritisch van opvatting is. Het luistert allemaal nauw die taal. Zowel gesproken als geschreven.
Maar intussen, back to basic. Wat een woorden: mozeskriebel, talenteert en paddenland. Op mijn schrijfscherm zijn ze rood onderlijnd. En zodra ik op het lijntje klik is er geen vervanging beschikbaar. Jammer. Ik zou er zo een paar kunnen noemen, of zo u wil, verzinnen. Jemig de pemig, Aäronjeuk, kunnenkoestert, spraakverorbert, glibbernatie, springcountry. Ik bedoel maar. Niet verkeerd hè, voor een kleine rat met paddenbrein?
Herengrieven / Gein & Ongein / 21-03-2014
Reuring in mijn bos. Tussen de bomen in de maagdenpalm trekken allemaal wilde vrouwen voorbij. Ze komen in bosjes. Ik snap er werkelijk niets van. Oké het voorjaar staat voor de deur en vele knoppen staan op springen. Dat lokt de dieren meestal uit hun tent. Maar zoveel vrouwen in het bos. Dat verbaast. Ze zijn allemaal wel erg druk met zichzelf en met elkaar. Een bekend fenomeen onder vrouwen. Schijnt ooit in de oertijd ontstaan te zijn. Tijdens de pluk. Als de haantjes op jacht gingen. Die kunnen de drukte op de jacht niet gebruiken. Want dat vraagt concentratie en stilte. Maar nogmaals. Mozes kriebel ik begrijp er geen ruk van. Ze blijven maar toestromen. Ze blijven soms bij een boom staan en krabbelen dan wat in de bast. Met hele kleine aardappelmeisjes.
Ik kan het amper lezen. De aardappelmeisjes zijn een beetje bot en de tekens die de dames in de bast krassen lijken nog het meest op herengrieven. Herengrieven met onder- en bovenkast. Sommige herengrieven lijken zelfs op sixpacks. Horizontale lijntjes die repeterend op de borst van de boom gekrast worden. Ja, ja, de wens is de moeder van de gedachte toch? En als je heel stil bent dan hoor je de aardappelmeisjes giebelen. Hoor, hoor, daar hoor ik het weer. Hi, hi, hi. De dames die de herengrieven op de bast boetseren horen het gegiebel amper. Ze zijn serieus met de inhoud bezig. Althans zo lijkt het.
De dames houden blijkbaar van wisselende contacten. Nadat ze vol overtuiging op een boom geherengrieft hebben lopen ze door naar de volgende boom. Daar bekijken ze eerst of er al een tekst geschreven staat. Zo ja, dan halen ze een speciaal aardappelmeisje te voorschijn. Een scherp dit keer. Met het scherpe aardappelmeisje krassen ze dan goedlachs een aanvullende tekst onder het geschrevene. Een soort van reactie. Daar beitelen ze dan heel voorzichtig met een wat botter aardappelmeisje in sommige gevallen nog een raar wezentje bij neer. Meestal in cirkelvorm en zonder armen en beentjes. Soms glimlachend, soms knipogend, soms treurend. Emoties gebeiteld in een boom.
Vreemd volk hoor die vrouwen. Ze bezigen een taal die amper te volgen is. Ik verbaas me altijd over het aantal lijnen en rode draden die ze door en met elkaar weten te knopen. Alert zijn ze ook. Ze houden alles in de gaten, voortdurend. Schijnt ook al uit de oertijd te stammen. Altijd alert op gevaar. Het gevaar dreigt alleen niet altijd uit de wijde omgeving. Nee. Het grootste gevaar dreigt meestal vlakbij. Vanuit de eigen kern. Het begint meestal met gekissebis om onbenulligheden. Maar als de onbenulligheid een onbenul met wormvormig aanhangsel betreft dan heb je binnen no time de poppen aan het dansen. Dat is dan weer leuk voor de haantjes die na een wilde safari weer terugkeren op hun honk. Met de vlam in de pan dansen zij dan om de hete brij de hete polka. Samen met de vrouwen.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
28-03-2014
Een dag om nooit te vergeten
'Alles in drie', dat dacht Tinus Token toen hij eindelijk zijn theorie-examen haalde. Het was op 24 juni, een mooie zomerdag in 1864. Nog nooit was hij zo zenuwachtig geweest. Er hing namelijk veel vanaf. Alleen als hij zou slagen voor zijn theorie-examen zou hij verzekerd zijn van een rijbewijs. Een rijbewijs dat hij uiterlijk 25 juni nodig had. Wat was Tinus blij. Maar nu had hij andere zorgen.
Tinus had nog precies een halve dag om te zorgen voor een mooie passende outfit. Hij had het risico niet durven nemen om zich een handgemaakt kostuum aan te laten meten. Omdat hij er toch mooi uit wilde zien, zocht hij naar een alternatief. Kleren maken immers het mannetje. Morgen was een grote dag. Het bood Tinus tevens een ultieme gelegenheid om zich te presenteren aan een groot publiek. En wie weet, misschien werd hij wel gespot door een mooie vrouw. Tinus was nog vrijgezel.
Het alternatief diende zich al snel aan. Laarzen moest hij hebben, nieuwe laarzen. Want daarmee kon ie pronken. Maar waar zat nu een goede laarzenwinkel? Ach, natuurlijk. In het centrum. Koninklijke Dongelman, Halstraat 12. Dat ie daar niet eerder aan had gedacht. Tante Aagje woonde er notabene langs. Zo snel als zijn benenwagen hem kon dragen snelde Tinus naar Dongelman. Het was een dure winkel en Tinus was een arme luis. Nu maar hopen dat hij Dongelman kon paaien. Dat moest wel. Zeker als hij vertelde voor welke bijzondere gelegenheid hij laarzen nodig had. Voor goede reclame moest Dongelman ook maar in zijn buidel tasten.
Dongelman had wel oren naar het verhaal van Tinus. "Goh, en je hebt vandaag echt je theorie-examen en rijbewijs gehaald. En morgen ben jij chauffeur van het grote gebeuren? Ongelofelijk! Fantastisch! Hier neem die laarzen maar mee. Gratis. Ja, ja, schoenendoos mag je ook houden. Daar staat mijn naam op. Ben er zuinig op hė!"
Tinus kon zijn geluk niet op en besloot zijn geluk te delen met tante Aagje. Hij was nu toch in de buurt. Tante Aagje was zijn favoriete tante. Ze was zeer creatief en dat kon Tinus wel waarderen. Hij was benieuwd hoe ver tante Aagje was met haar nieuwste project. Het boetseren van een vingerplant. Met zand, niet met klei. Een unicum. Het werd door iedereen onmogelijk geacht, behalve door tante Aagje. Zij geloofde heilig in dit project. Haar vorige project was ook succesvol geweest. Zandkasteel van papier-maché. Ze had er een eerste prijs mee gewonnen bij expo 'Beeldig aan Zee'. Alleen jammer dat het zandkasteel bij eb iets te dicht bij zee was geplaatst. Dom, dom, dom.
Tante Aagje was verheugd dat Tinus haar een bezoek bracht. En ook nog eens met zo'n mooi nieuws. Ze zou morgen op tijd opstaan om een mooie plek te bemachtigen. Ze wilde het spektakel voor geen goud missen. Waar kon ze het beste gaan staan? Waar was het beste zicht? Tinus tipte haar voorbij Kneuterdijk een plaatsje te bemachtigen. Richting zee. Zeestraat was een goede optie. Dan hoefde ze ook niet zo ver te lopen. Dat vond Aagje een goed plan. Tinus dronk snel zijn bakkie Hag op en liet het kaakje liggen. Hij had niet langer tijd en moest nog veel doen.
Stik zenuwachtig was ie nu. Daar stond ie in vol ornaat. Hij keek nog eens goed of alles paste. Had hij alles bij zich? Rijbewijs? Bijna vergeten. Hoe was dat mogelijk? Na twee jaar zwoegen en twee examens verder, was het bij het derde theorie-examen eindelijk gelukt. Tinus Token kon zijn geluk nog steeds niet op. Hier had hij het allemaal voor gedaan. Voor deze bijzondere dag. En iedereen wist het. Vele stadsgenoten zouden langs het parcours staan. Vrijwel alle media hadden aandacht gevestigd op dit heuglijk gebeuren. Zelfs het Haagsch Courantje had er in een mooie column aandacht aan besteed. Wie had dat gedacht?
En nu was het zover. Met trillende benen besteeg hij het prachtige voertuig dat voor hem stond. Een zweep zou hij vandaag niet nodig hebben. Het gehinnik voor het voertuig maakte dat meteen duidelijk. Beiden paarden hadden er zin in. Met een ferme teugeltrek zette Tinus het tweespan in beweging. Het vertrek van eerste paardentram van Nederland. Van Kneuterdijk naar Badhuis Scheveningen. 25 Juni 1864, een dag om nooit te vergeten.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.
Tinus had nog precies een halve dag om te zorgen voor een mooie passende outfit. Hij had het risico niet durven nemen om zich een handgemaakt kostuum aan te laten meten. Omdat hij er toch mooi uit wilde zien, zocht hij naar een alternatief. Kleren maken immers het mannetje. Morgen was een grote dag. Het bood Tinus tevens een ultieme gelegenheid om zich te presenteren aan een groot publiek. En wie weet, misschien werd hij wel gespot door een mooie vrouw. Tinus was nog vrijgezel.
Het alternatief diende zich al snel aan. Laarzen moest hij hebben, nieuwe laarzen. Want daarmee kon ie pronken. Maar waar zat nu een goede laarzenwinkel? Ach, natuurlijk. In het centrum. Koninklijke Dongelman, Halstraat 12. Dat ie daar niet eerder aan had gedacht. Tante Aagje woonde er notabene langs. Zo snel als zijn benenwagen hem kon dragen snelde Tinus naar Dongelman. Het was een dure winkel en Tinus was een arme luis. Nu maar hopen dat hij Dongelman kon paaien. Dat moest wel. Zeker als hij vertelde voor welke bijzondere gelegenheid hij laarzen nodig had. Voor goede reclame moest Dongelman ook maar in zijn buidel tasten.
Dongelman had wel oren naar het verhaal van Tinus. "Goh, en je hebt vandaag echt je theorie-examen en rijbewijs gehaald. En morgen ben jij chauffeur van het grote gebeuren? Ongelofelijk! Fantastisch! Hier neem die laarzen maar mee. Gratis. Ja, ja, schoenendoos mag je ook houden. Daar staat mijn naam op. Ben er zuinig op hė!"
Tinus kon zijn geluk niet op en besloot zijn geluk te delen met tante Aagje. Hij was nu toch in de buurt. Tante Aagje was zijn favoriete tante. Ze was zeer creatief en dat kon Tinus wel waarderen. Hij was benieuwd hoe ver tante Aagje was met haar nieuwste project. Het boetseren van een vingerplant. Met zand, niet met klei. Een unicum. Het werd door iedereen onmogelijk geacht, behalve door tante Aagje. Zij geloofde heilig in dit project. Haar vorige project was ook succesvol geweest. Zandkasteel van papier-maché. Ze had er een eerste prijs mee gewonnen bij expo 'Beeldig aan Zee'. Alleen jammer dat het zandkasteel bij eb iets te dicht bij zee was geplaatst. Dom, dom, dom.
Tante Aagje was verheugd dat Tinus haar een bezoek bracht. En ook nog eens met zo'n mooi nieuws. Ze zou morgen op tijd opstaan om een mooie plek te bemachtigen. Ze wilde het spektakel voor geen goud missen. Waar kon ze het beste gaan staan? Waar was het beste zicht? Tinus tipte haar voorbij Kneuterdijk een plaatsje te bemachtigen. Richting zee. Zeestraat was een goede optie. Dan hoefde ze ook niet zo ver te lopen. Dat vond Aagje een goed plan. Tinus dronk snel zijn bakkie Hag op en liet het kaakje liggen. Hij had niet langer tijd en moest nog veel doen.
Stik zenuwachtig was ie nu. Daar stond ie in vol ornaat. Hij keek nog eens goed of alles paste. Had hij alles bij zich? Rijbewijs? Bijna vergeten. Hoe was dat mogelijk? Na twee jaar zwoegen en twee examens verder, was het bij het derde theorie-examen eindelijk gelukt. Tinus Token kon zijn geluk nog steeds niet op. Hier had hij het allemaal voor gedaan. Voor deze bijzondere dag. En iedereen wist het. Vele stadsgenoten zouden langs het parcours staan. Vrijwel alle media hadden aandacht gevestigd op dit heuglijk gebeuren. Zelfs het Haagsch Courantje had er in een mooie column aandacht aan besteed. Wie had dat gedacht?
En nu was het zover. Met trillende benen besteeg hij het prachtige voertuig dat voor hem stond. Een zweep zou hij vandaag niet nodig hebben. Het gehinnik voor het voertuig maakte dat meteen duidelijk. Beiden paarden hadden er zin in. Met een ferme teugeltrek zette Tinus het tweespan in beweging. Het vertrek van eerste paardentram van Nederland. Van Kneuterdijk naar Badhuis Scheveningen. 25 Juni 1864, een dag om nooit te vergeten.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.
27-03-2014
Paashaas Kip
Zij springt bijna uit haar vel. Paashaas Kip. Geboren in een verkeerd lichaam, dat mag duidelijk zijn. En dan ook nog te vondeling gelegd. Het kan verkeren. Het is ook geen gezicht, een Paashaas met veren. En dan moet deze Paashaas ook nog eens voor aap spelen. Het zal uzelf maar overkomen lezer. Een vervelende geschiedenis die vraagt om verdere toelichting. Een complex verhaal. Ik waarschuw u alvast.
Paashaas Kip is vijf jaar geleden verwekt onder een sterrenhemel aan het Noordzeestrand. Als gevolg van een amoureuze escapade tussen een tochtige kip en een stout haasje. Dat tochtige kippetje was niet zo maar een kippetje. Ze heette niet voor niets Windop. Nee, nee, het was een kippetje van adel. En niet zo maar een adellijk kippetje. Het behoorde tot een deftige exquise adellijke familie die geen enkele smet op haar adeldom tolereerde. Na het amoureuze avontuur besefte kippetje Windop onmiddellijk met wat voor een dilemma zij geconfronteerd werd. Stel dat ze zwanger was geworden?
Het stoute haasje daarentegen zat daar helemaal niet mee. Het haasje droeg zijn naam alle eer aan. Haas Fuck kwam voort uit een kwaadaardig aards en donker crimineel milieu. En kippetje Windop wist dat. Ze had dat meteen gespot. Er was meteen chemie. Opposites attrack nietwaar? Ze maakte dat meteen kenbaar aan het stoute haasje. Ze verleidde hem met haar koddige sexy zaadoogjes. Die stonden geil van mais. Het haasje was meteen om en wist het kippetje te paaien voor een stevige strandbeurt. Stout en woest naaide hij het kippetje tig keer, crimineel hard. Kippetje Windop genoot met volle teugen, dat mag duidelijk zijn. Het tokte staccato ... ja, ja, ja ...! Met nadrukkelijk hoofdgebaar voegde ze haar daad ook nog eens bij het woord. Haar kippennek bewoog ritmisch mee in hetzelfde tempo van haar getok en haar daad ... ja, ja, ja, ...! Er was geen houden aan. Haas Fuck en kippetje Windop vonden het beiden veel te lekker.
Wat Kip Windop bangelijk bevroedde kwam helaas ook uit. Ze raakte zwanger van haas Fuck. Precies drie weken later zat ze met gebakken peren en met een bastaard kippenhaasje opgescheept. Kleine kuikentjes zijn over het algemeen best schattig. Maar dit was toch een heel erg lelijk kuiken. Het had dikke snorharen, bruine veren en een paar lelijke lange oren. Slim als ze was had kip Windop al lang een plan bedacht. Ze durfde haar familie niet onder ogen te komen met Paashaas Kip. Haas Fuck probeerde het haar nog uit het hoofd te praten. Maar ze had haar besluit al snel genomen. Paashaas Kip werd te vondeling gelegd. In een schoenendoos onder een grote vingerplant bij tante Vleugellam. Die woonde in een verzorgingstehuis. Kip Vleugellam was hartstikke dement. Ze schrok zich een hoedje van Paashaas Kip. Dat was geen gezicht. Een demente kip met een hoed op dat is echt affreus. Zeker voor een adellijke familie die wat op te houden heeft. Paashaas Kip werd snel van tante Vleugellam weggenomen en afgegeven bij het dichtstbijzijnde kippenasiel.
Het is alweer vijf jaar geleden. Paashaas Kip bouwt nu zandkastelen. Ze heeft nooit geweten dat ze ter vondeling is gelegd. Haar is verteld dat beiden ouders bij haar geboorte op het strand, zijn overreden door een grote strandwals. Deze traumatische ervaring heeft ervoor gezorgd dat Paashaas Kip nu alleen nog zandkastelen bouwt. Waarom zandkastelen? Heel simpel. Het bouwen van een zandkasteel is een stuk eenvoudiger dan het bouwen van luchtkastelen.
Het verwerken van het droeve nieuws heeft lang geduurd. Het enige waar Paashaas Kip nog van droomt is dat haar geschiedenis ooit in een column wordt vastgelegd. Dat is begrijpelijk. Zo'n droeve geschiedenis moet voor eeuwig worden vastgelegd. Mag nooit vergeten worden. Wie weet komt het daar ooit nog van. Dromen zijn lang niet altijd bedrog.
Paashaas Kip slaakt een diepe zucht en besluit over te gaan tot een voor haar inmiddels vertrouwde orde van een nieuwe dag. Ze zet haar beste apenmasker op en neemt het mandje met eieren onder haar linkervleugel. Ze opent het eerste tuinhekje dat ze tegenkomt. Waar zal ze deze eieren nu weer eens verstoppen? Vreemde eieren zijn het. Afzender onbekend.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.
Paashaas Kip is vijf jaar geleden verwekt onder een sterrenhemel aan het Noordzeestrand. Als gevolg van een amoureuze escapade tussen een tochtige kip en een stout haasje. Dat tochtige kippetje was niet zo maar een kippetje. Ze heette niet voor niets Windop. Nee, nee, het was een kippetje van adel. En niet zo maar een adellijk kippetje. Het behoorde tot een deftige exquise adellijke familie die geen enkele smet op haar adeldom tolereerde. Na het amoureuze avontuur besefte kippetje Windop onmiddellijk met wat voor een dilemma zij geconfronteerd werd. Stel dat ze zwanger was geworden?
Het stoute haasje daarentegen zat daar helemaal niet mee. Het haasje droeg zijn naam alle eer aan. Haas Fuck kwam voort uit een kwaadaardig aards en donker crimineel milieu. En kippetje Windop wist dat. Ze had dat meteen gespot. Er was meteen chemie. Opposites attrack nietwaar? Ze maakte dat meteen kenbaar aan het stoute haasje. Ze verleidde hem met haar koddige sexy zaadoogjes. Die stonden geil van mais. Het haasje was meteen om en wist het kippetje te paaien voor een stevige strandbeurt. Stout en woest naaide hij het kippetje tig keer, crimineel hard. Kippetje Windop genoot met volle teugen, dat mag duidelijk zijn. Het tokte staccato ... ja, ja, ja ...! Met nadrukkelijk hoofdgebaar voegde ze haar daad ook nog eens bij het woord. Haar kippennek bewoog ritmisch mee in hetzelfde tempo van haar getok en haar daad ... ja, ja, ja, ...! Er was geen houden aan. Haas Fuck en kippetje Windop vonden het beiden veel te lekker.
Wat Kip Windop bangelijk bevroedde kwam helaas ook uit. Ze raakte zwanger van haas Fuck. Precies drie weken later zat ze met gebakken peren en met een bastaard kippenhaasje opgescheept. Kleine kuikentjes zijn over het algemeen best schattig. Maar dit was toch een heel erg lelijk kuiken. Het had dikke snorharen, bruine veren en een paar lelijke lange oren. Slim als ze was had kip Windop al lang een plan bedacht. Ze durfde haar familie niet onder ogen te komen met Paashaas Kip. Haas Fuck probeerde het haar nog uit het hoofd te praten. Maar ze had haar besluit al snel genomen. Paashaas Kip werd te vondeling gelegd. In een schoenendoos onder een grote vingerplant bij tante Vleugellam. Die woonde in een verzorgingstehuis. Kip Vleugellam was hartstikke dement. Ze schrok zich een hoedje van Paashaas Kip. Dat was geen gezicht. Een demente kip met een hoed op dat is echt affreus. Zeker voor een adellijke familie die wat op te houden heeft. Paashaas Kip werd snel van tante Vleugellam weggenomen en afgegeven bij het dichtstbijzijnde kippenasiel.
Het is alweer vijf jaar geleden. Paashaas Kip bouwt nu zandkastelen. Ze heeft nooit geweten dat ze ter vondeling is gelegd. Haar is verteld dat beiden ouders bij haar geboorte op het strand, zijn overreden door een grote strandwals. Deze traumatische ervaring heeft ervoor gezorgd dat Paashaas Kip nu alleen nog zandkastelen bouwt. Waarom zandkastelen? Heel simpel. Het bouwen van een zandkasteel is een stuk eenvoudiger dan het bouwen van luchtkastelen.
Het verwerken van het droeve nieuws heeft lang geduurd. Het enige waar Paashaas Kip nog van droomt is dat haar geschiedenis ooit in een column wordt vastgelegd. Dat is begrijpelijk. Zo'n droeve geschiedenis moet voor eeuwig worden vastgelegd. Mag nooit vergeten worden. Wie weet komt het daar ooit nog van. Dromen zijn lang niet altijd bedrog.
Paashaas Kip slaakt een diepe zucht en besluit over te gaan tot een voor haar inmiddels vertrouwde orde van een nieuwe dag. Ze zet haar beste apenmasker op en neemt het mandje met eieren onder haar linkervleugel. Ze opent het eerste tuinhekje dat ze tegenkomt. Waar zal ze deze eieren nu weer eens verstoppen? Vreemde eieren zijn het. Afzender onbekend.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)