Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Koud voetenbad (01-06-2016)
Ik zit niet lekker in mijn vel. Wat ik dan meestal doe is een voetenbad nemen. Bijgeloof? Wie zal het zeggen? Eerder macht der gewoonte. Het helpt met aarden. Hoe dan ook. Ook geeft het verplichte rust. Met een voetenbad aan je voeten kun je niet veel actie ondernemen. Ik heb het wel eens geprobeerd hoor. Gelijktijdig een voetenbad nemen en boodschappen doen. Geen succes. Ik heb de kassa bij de supermarkt niet gehaald. Althans, niet met warm water. Kon onderweg ook niet echt bijvullen. AH is best klantvriendelijk, maar mijn verzoek ging toch iets te ver. Ik was al verbaast dat ze me toelieten met een voetenbad. Na de groenteafdeling moest ik echter al afhaken. Mijn voetenbad was lek gestoken door een cactus die toevallig op de grond lag. Nu rijzen wellicht twee vragen. 1) Wat doet een cactus in een supermarkt? 2) Hoe kan een cactus een voetenbadje lek maken? Het antwoord op beiden vragen is edoch eenvoudig. 1) AH hield een cactusproef die toevallig die week liep. Om te laten zien dat cactussap in drinkpakken weldegelijk cactus bevat. Een stekelige dame legde dat uitstekend uit. Echter een cactus was er toevallig even tussenuit uitgepiept. Had zich op de grond laten vallen, net op het moment dat ik voorbij liep. En dan zegt men dat toeval niet bestaat. Een kruising van twee wegen? Ik heb het geweten. 2) Mijn voetenbadje bleek van inferieure kwaliteit. Nooit meer koop ik voetenbadjes van de Zeeman. Wat natuurlijk wel gelijktijdig kan is een voetenbad nemen en schrijven. Maar of je daar nu zo rustig van wordt? Dat is voor jullie een vraag, voor mij vanaf nu een weet.
Een ronde tafel (03-06-2016)
Vandaag wordt eindelijk een besluit genomen over de openingstijden van kasteel Gwinnieverstupidi. Alle ridders uit de wijde omgeving zijn opgetrommeld. Aan het hoofd van de grote zware eiken rechthoekige tafel zit het hoofd. Het hoofd knikt naar alle aanwezigen en opent de vergadering. Of er nog nieuwe agendapunten zijn en of er nog een wisseling moet komen in de agenda? Stilte.
Helemaal aan het einde linksachter in de hoek, steekt de arm zijn arm op. Geen nieuw agendapunt maar wel een verzoek tot wisseling van een agendapunt. Of het bepalen van de locatie en inrichting voor het houden van de vergadering naar voren geschoven kan worden. Het agendapunt eindigt altijd op de laatste plaats en wordt nooit behandeld. Daar baalt de arm van. Het hoofd knikt en vraagt alle aanwezigen hoe zij daar over denken. Prima plan wordt er gemompeld. Wisselen met agendapunt een? En de openingstijden dan? Komen die dan nog wel aan de beurt? Vast.
Alle ridders stemmen voor de wisseling. De huidige kamer en tafel worden ter discussie gesteld. De locatie is te krap, is donker en ruikt muf. De tafel waaraan vergaderd wordt is een onding. Rechthoekig en veel te lang. Sommige ridders worden niet gezien. Iemand een idee? Een ronde tafel plaatsen in de serre. De serre? Gwinnieverstupidi heeft geen serre. Dan bouwen we een serre. We? Het gepeupel. Goed plan. Door de ronde tafel kan iedereen elkaar zien. In een serre schijnt meer licht en stroomt meer frisse lucht.
Tot zover alles koek en ei. Ware het niet dat het hoofd zijn bedenkingen heeft. Waar gaat het hoofd zitten aan een ronde tafel? Die vraag schiet door ieders hoofd. Alle ridders voelen de bui al hangen. Het hoofd gaat niet akkoord. Een prominente plek aan een ronde tafel is niet mogelijk. Wacht, wacht. Arm steekt nog eens zijn arm op. Een plek midden op de ronde tafel. Daar kan het hoofd toch zitten? No way. Het hoofd keert niemand de rug toe. Iets wat midden op een ronde tafel onvermijdelijk is. We denken er nog even over na. Het volgende agendapunt.
Een familielegende (06-06-2016)
Ome Jan is de aap van de familie. De aap? De aap. Hij is de leukste, gekste, liefste oom. Ieder verjaardagsfeestje geeft hij partij. Slingert de mafste moppen uit zijn mouw. Mijn tantes vinden er niets aan. Maar ik smul. Zeker als ze een beetje erotisch getint zijn. Daar kunnen de tantes absoluut niet tegen. Dan worden de blikken snel afgewend en de neuzen in grote nep leren tassen gestoken. Er word dan en masse gegraaid naar lippenstift, eau de cologne, zakdoekjes of poederdozen. Een keer, werkelijk waar, deden alle tantes dat tegelijkertijd. Dat was een komisch gezicht. Ze vielen daarbij haast van hun stoel. Het was dan ook een hele erge, foute, schuine mop. Zo schuin dat ik hem hier niet kan neer typen. De mop zou van de regel vallen, zeker weten. Geen enkele mop vond de mop dan ook leuk. Zelfs Moppie niet.
Ome Jan trekt zich er nooit iets van aan en hakt altijd als eerste zijn gebakje snel naar binnen. Om de volgende mop te vertellen. Een keer heeft ome Jan het zo bont gemaakt met het tappen van moppen dat alle tantes stante pede opstonden en een hun vertrek aankondigden. De ooms volgden gedwee. Ze waren niet opgewassen tegen boze tantes. De mop die het vertrek bewerkstelligde ging niet eens over seks. Nee, die ging veel dieper. Ook deze mop zal ik hier niet te berde brengen. Ik zou niet durven. Stel dat een van de tantes mee zou lezen. Ik moet er niet aan denken.
Enfin. Op deze manier werd ome Jan wel een familielegende. Sommige tantes nodigen ome Jan niet meer uit. Of ze bellen met tante Sjaan om te vragen wanneer ome Jan weer een visavond heeft. Dan plannen ze hun verjaardag op die dag. Echt waar. Jan houdt namelijk van vissen bij avondlicht. Eigenlijk is hij best een romanticus. Maar niet op het gebied van moppen tappen. De eerste romantische mop moet sowieso nog uitgevonden worden. Uitgezonderd tante Moppie. Dat is en blijft een schatje. Zij heeft altijd een picknickmand en kaarsjes bij zich. Voor het geval dat.
Faliekant mislukt (07-06-2016)
Geschokt ben ik door het nieuws. The Greatest is overleden. En dan weet iedereen meteen wie ik bedoel. Cassius Clay oftewel Muhammad Ali. De bokser die niet alleen een bokser was met vuisten, maar ook met zijn mond en hart. Binnen en buiten de ring. Hij is niet meer. Na een slepende ziekte, hij leed aan Parkinson, zijn ineens de geleerden het erover eens. Parkinson was het gevolg van de rake klappen die hij al die jaren tegen zijn hoofd kreeg. Maar daarover heeft Ali nooit geklaagd. Sterker nog. Als een echte bokser stond hij voor zijn ziekte en ook voor de mensen die daaronder lijden. Tot tranen toe geroerd was ik toen hij in Atlanta waardig en met trillend lijf, de Olympische vlam ontstak. Wat een held. Dan ben je groot.
Zijn uitspraken waren legendarisch. Hij liet zich niet voor het karretje spannen. Nooit. Zelfs het leger had geen vat op hem. Er was geen enkele Vietcong die hem 'nigger' noemde, waarom zou hij dan tegen hen vechten? Een standbeeld voor deze man. Maar dan toch. Het moet gezegd. Uiteindelijk ging het toch mis met Ali. Financieel raakte hij aan de grond. Hij moest weer boksen. Opboksen. Een faliekant mislukte laatste rentree. Hij kreeg rake klappen, de tegenstander raakte zijn faliekant, zijn scheve kant, met een niet rechte hoek. Hoe pijnlijk. RIP greatest of all!
Het ruikt hier naar rook (14-06-2016)
Ik grijp naar mijn neus en knijp de vleugels dicht. Dit wil ik niet ruiken. Deze rook. Het is rook die helemaal verkeerd is. Dat zie je zo. Daarvoor heb je ogen. De rook is groen. Gifgroen. En ik wil helemaal niet weten hoe gifgroen ruikt. Dat bedenk ik zodra mijn ogen de rook gewaar worden. Mijn neus hoeft dat niet te doen. Die is veel gevoeliger dan mijn ogen. Sterker nog. Vaak is mijn neus de aanleiding voor nattigheid die uit mijn ogen komt. Door woede of verdriet, maar ook van blijdschap. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Helaas.
Nee, de ogen zijn mijn ziel en zaligheid en onderzoeken wat en wie er verder door mag dringen in mijn lijf. Geen gifgroene rook dus. Maar hoe weet ik nu zo zeker dat het groen gif is? Groen staat toch meestal voor veilig? Safe. Hoe weten mijn ogen dan dat het beter is om de neus te sluiten? Intuïtie, overtuiging, vooroordelen, kennis, wikipedia? Wie zal het zeggen? Ja, ik dus. Ik zal toch echt zelf in deze moeilijke kwestie het heft in handen moeten nemen.
Het heft? Wat is nu weer het heft? Iets verhevens misschien? Het eerste waar ik aan moet denken is een mes. Een mes heeft toch een heft? Een handvat? Maar hoe steek ik groen gif nu neer? Dat is toch vechten tegen windmolens? Gelijk een Don Quichotte die met zijn zwaard groene ballonnetjes doorprikt. Ik weet het niet. Misschien moet ik mij afwenden en heen gaan. Naar elders. Waar elders dan ook mag zijn. Maar dat is dan weer een zwaktebod. Afkeren van iets wat ik niet ken. Hoe zit het dan met verwondering?
Misschien is het gifgroen wel helemaal niet zo gif. Zal ik dan toch maar de neus een klein stukje openzetten? Ach ja, waarom niet? Gisteren heb ik nog een draak in zijn bek gekeken. En wat deed ie? Hij gaf gewoon een knipoog. Vet!
Steile rotsen (21-06-2016)
Het begint nu wel erg onbehaaglijk te voelen. Het vocht druipt van de muren af terwijl het niet eens regent. De zon heb ik al weken niet gezien. Althans, zo voelt het. Het bruin van de vakantie ben ik allang kwijt. Ik ga voor de verandering maar weer eens linksaf. Niet te vaak. Ik wil niet in cirkels lopen. Zou ik toch een levend wezen tegenkomen? Een pratend levend wezen. Die mijn taal spreekt. Ik zou blij zijn.
'Hallo, wie loopt daar in mijn labyrint?'
Ik schrik. Waar komt die piephoge stem vandaan? De vraag wordt nog een keer herhaald. Piephoge stem, zou het dan van boven komen. Ik strek mijn nek die zeer doet van het in het duister staren. De zon schiet in mijn ogen en maakt me blind voor wat ik zie. Ergens boven op de stijle rotsen word ik iets gewaar dat spreekt. Ik blijf niet onopgemerkt.
'Wie ben jij en hoe kom jij in mijn labyrint?'
Teveel vragen. Ik ben te uitgeput om te antwoorden. De vage vorm krijgt langzaam gestalte. Vanuit kikkerperspectief moet het welhaast een enorme reus zijn die op mij neerkijkt. Een gebochelde reus, nu ik goed kijk. Hoe ik hier ben gekomen? Ik heb werkelijk waar geen idee. Ik heb nog drie minuten om een antwoord te vinden. Een verstaanbaar antwoord, in reuzentaal.
'Je krijgt nog twee minuten om te antwoorden!'
Dat is niet eerlijk en niet genoeg. Vlug waag ik een poging en praat de reus naar zijn mond. Ik vertel dat ik met mijn kleine paardje een sprong waagde van B5 naar C3 en me plots op een onbewoond eiland begaf. Omzoomd door hoge steile rotsen. Mijn paardje, dat goed kan zwemmen heeft een gat gevonden in de steile rotsen. En dat gat ben ik nu kwijt, net als mijn paard.
'Ha, ha, daar geloof ik helemaal niets van. Mijn labyrint is geen schaakmat, maar een damkleed. Kies bij de volgende viersprong het midden en je komt terecht. Veel succes!'
Familiegeheimen (22-06-2016)
Een familiegeheim ontstaat niet zomaar. Vaak gaat er een proces van rijping aan vooraf. Het moet groeien. Net als een goed verhaal. Want laten we eerlijk zijn. Vaak zijn ze om te smullen, die familiegeheimen. De verborgen dochters of zonen. De vreemdgang. Het doorgeschoven familiekapitaal. Op rekeningen die zelfs op de Bahama's onbekend zijn. Om op te maken dan. Wie wil er nu een schuld erven? Naast alle ellende is dat too much. Gelukkig weten de gieren er niet altijd van. Waardoor boontje om zijn of haar loontje komt. Alsof er geen vrouwelijke bonen bestaan. Ja, ja, hangend aan staken. Zou het daar vandaan komen. Het mannelijke? Wat? Alsof vrouwen niet mogen staken? Onzin. Sinds ze van het aanrecht geklommen zijn, mogen ook zij staken. Op het aanrecht desnoods. Vrouwvriendelijk. Dat wel. Manvriendelijk bestaat dan weer niet. Onmogelijk. Juist zij hebben het het hardst nodig. Vriendelijk wezen. Een kostbaar erfgoed. Brengt me weer terug bij de familie. Het geheim en zijn of haar geschiedenis. U mag het dit keer zelf invullen lieve lezer(es of in). Want zijn die wezen wel zo vriendelijk? Zonder pa en ma geen familie? Onzin. Ze kunnen evengoed een broer of zus hebben. En dan heb je toch wat te (ver)delen. Maar hoe komen die familiegeheimen nu toch uit? Wel, heel simpel. Via de televisie. Het gaat niet lang meer duren en dan maken ze er een quiz van. Read my lips. Zoiets. Leuke titel zou dat al zijn. Marietje heeft een zusje. Ze voelt het. Ze weet het zeker. Ze gaat op zoek. Wat en wie gaat ze inzetten? Een soort Cluedo. Maar dan anders. Er wordt niet iemand vermoord, maar iemand geboren. Food for thoughts. De winnaar krijgt een reis aangeboden. Naar een plek naar keuze. Want wie weet er nu waar wezen wezen moeten? Laten we daar vooral geen geheim van maken. Get lost of Ga los. Zo zou het nieuwe programma ook kunnen heten. Get lost op de Ga los pa of ma eilanden.
Is het eten klaar? (24-06-2016)
Bezweet, het zoute water op rug, voorhoofd en bovenbenen, pluk ik mij het apelazarus. Het onkruid moet eruit. Nog voor het eten klaar is. Ik ben halverwege het grindpad dat als een T-splitsing in mijn tuin ligt. Wel zo handig met water geven en onkruid plukken. Eerst heb ik zorgvuldig het grindpad zelf ontgrast, ontmost en ontplant. Daarna, maagd als ik ben, heb ik het grind, of beter gezegd de kiezel zorgvuldig gekamd met de hark. Alles ligt weer recht. I love it. Ik kijk even op mijn horloge, dat ik niet om heb? Afgedaan voor het tuinieren. Logisch toch? Maar ik weet de tijd. Geen tijd meer. Voor de zekerheid geef ik een gil naar achteren. ‘Is het eten al klaar?’
Vanuit de keuken komt onmiddellijk antwoord. ‘Je hebt nog vijf minuten!’ Vijf minuten! Waarom heeft ze mij niet eerder gewaarschuwd? Verdomme. Mijn hoofd maakt overseconden. Laatste stukje nog afmaken? Alles laten vallen? Snel nog even douchen? Haal ik niet meer. Malloot. Timing, I hate it. Adem in adem uit. Ik hou vast aan afspraken die ik met mezelf heb gemaakt. Laat je niet gek maken. Alles een voor een afhandelen. Dat geeft rust. Ik maak in vijf minuten tijd de een na laatste border af. Balen dat ik de laatste niet meer heb gered. Het zij zo. Ik ruim het tuinafval en de tuinspullen op. Rennend. Vlieg de trap op richting douche. Zet de kraan aan terwijl ik me uitkleed en jump onder de douche. In vier vegen haal ik het zand van alle kanten van het lijf. De tenen vragen extra aandacht. Vooruit dan. Bukken.
Nog lekkend schuif ik aan tafel.
‘Wat eten we lief?’
‘Waterzooi!’
‘Mmm … lekker!’
30-06-2016
120 Woorden Juni 2016
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Een wreed sprookje (01-06-2016) (Themawoord: Slager)
Ga direct terug.
Dit is een gevaarlijk sprookje.
Een verschrikkelijk wreed sprookje.
Ga terug, het kan nog.
Oké dan, u leest verder.
Zelf weten, eigen schuld dikke bult.
Normaal gaan sprookjes over prinsen en prinsessen.
Over kabouters, feeën en lieve dieren in het bos.
Wat? En de reuzen, heksen, trollen, draken, wolven, moord en doodslag dan?
U heeft helemaal gelijk, bijna vergeten.
Maar het eindigt altijd goed, nooit wreed.
Dit sprookje wel. Het eindigt vreselijk.
Het gaat over een slager met een mes.
Een verschrikkelijk groot mes, vlijmscherp.
En over een hakbijl. Zo’n grote lompe.
Ik laat u niet verder in spanning.
Spring gelijk naar de slotzin.
Intro en middenstuk zijn te wreed.
Daar liggen ze op tafel, zes vingers.
Slagerei (01-06-2016) (Themawoord: Slager)
Op 1 juni gevonden, echt waar. Het eerste slagerei van dit jaar. En het mooiste van alles komt nog. Het is een legale vondst. Ondanks de vele tegenwerpingen tijdens het Kamerdebat van Kamer 3 is dit jaar de zoektocht goedgekeurd. Al voor het tiende jaar op rij.
De trotse vinder heeft meteen de pers ingeschakeld. En de sociale media. Die gaan tegenwoordig hand in hand. Zo zag ik zojuist al snapshots voorbijkomen op Snapsnot.
Tot mijn verbazing was het slagerei nog heel. Dat liep andere jaren wel eens anders. Knap hoor om een pas gevonden slagerei heel te houden.
De vinder en eigenaar van het ei laten beiden weten dat het goed met ze gaat. Niemand is de kluts kwijt.
Communicerende gaten (04-06-2016)
Peerke Vent en Truusje Luft zitten samen op de bank. De televisie staat op SBS6. Ze hebben zojuist gegeten. Moerepetazie met veel moer, ui en een hele rookworst.
De aflevering Utopia gaat over seks en ruzie. Oude thema’s die voor Peerke en Truusje gesneden koek zijn. Niet de moeite waard om te bespreken. Zwijgzaam volgen ze de programmering. Drinken koffie met een koekje en doen de afwas.
Het programma ‘Zullen we een spelletje doen?’ is nu op televisie. Alweer Nick versus Simon. Saai, saai, saai. ‘Wat een poppenkast!’ volgt. Saai, saai, saai.
‘Pfffffttttt.’
Peerke lacht en kijkt naar Truusje.
‘Ppplllrrrrrrr… Prrrruttt.’
Truusje lacht terug.
‘Pfffffttttt… Pfffffftttt… Prrrrrrrrrut.’
Peerke komt niet meer bij.
‘Pppllllrrrrr… Pfffffffiieeet… Pfiiiieeeet.’
Communicerende gaten. De moerepetazie werkt.
Ontsnappen (04-06-2016)
Ik ontsnap er niet aan. Sterker nog, ik maak het me eigen. Moet toch mee, met de tijd. Dus kocht ik een Samsung A7. Die maakt toch mooie foto’s. Vijf weken heb ik erover gedaan om dat ding te doorgronden. Maar hé, nu ben ik dan ook top of the bil. Sterker nog, mijn top of the bil is mijn selfie. En die selfie prijkt nu op mijn Facebook, Twitter, LinkedIn, Jammer, Whatsapp, Snapchat, Weblog en mijn paspoort. Mijn paspoort? Kan dat dan? Jazeker, met mijn hoofd zeker. En wat nog het meest maffe is, ik krijg veel reacties. Van mensen die mij herkennen. Ja, echt. Aan mijn spleetje. Tussen de tanden. Er valt niet meer aan te ontsnappen. Sexting.
Tokkietaal (06-06-2016) (Themawoord: Occlusie)
Nu tokkies niet meer zo hip zijn, wordt het tijd voor een grondige analyse over deze bijzondere volksstam. En waar begin je dan? Bij de communicatie. Via taal kun je veel kennis ontlenen aan de stam.
Bij tokkies is dat heel helder. Zij gebruiken alleen maar de stam. Vervoegingen kennen zij niet. En als ze al een vervoeging gebruiken dan wordt deze alleen gebezigd in metseltermen. Een goede verstaander heeft een half woord nodig.
Tokkies herken je onmiddellijk aan hun veelvuldig gebruik van plosief of occlusief, ook wel plofklank genoemd, een medeklinker die gekenmerkt wordt door een belangrijke graad van obstructie. Hun plosieven behoren tot de ruimere klankencategorie van obstruenten en stopklanken.
Uitkijken geblazen dus, want ze komen keihard binnen.
Will is (08-06-2016)
Hoe lang heeft Will nu op intensive care gelegen? Kunstmatig in leven gehouden in een kamer met meer bekabeling dan een mens in een hand kan dragen. Laat staan verdragen. Maar hij komt er weer bovenop zo is aan de familie verteld. Het was kantje boord. Dat mag duidelijk zijn.
Verslikt in een frietje werd aanvankelijk gedacht. Totdat de artsen midden in de nacht een andere diagnose stelden. Hersenbloeding. Overschakelen op een andere acute behandeling. Gelukkig waren de dienstdoende artsen zeer kundig. Schakelen was hun specialiteit.
Gelukkig kregen ze ook de juiste informatie van de onmiddellijk ingevlogen familie. ‘Will is sterk. Hij heeft een enorme sterke wil.’ Dat is ook wat Will uiteindelijk redde. Zijn sterke Circel van Will is!
Een eenvoudige occlusie (08-06-2016) (Themawoord: Occlusie)
Sommige opgaven zijn heel eenvoudig. Een simpel voorbeeld.
Tandarts Karel Vullings inspecteert het gebit van Fred Janssen.
‘Deze tand moet eruit. Die heeft geen plek en mocht ie verder groeien dan is het mogelijk dat hij uw keelgat afsluit. En dat wilt u niet? Eens, meneer Janssen?’
Een eenvoudige occlusie trekt de tandarts hier.
Volgende voorbeeld.
Meester Tinus Taal legt de eerste beginselen van rekenen uit. ‘De wortel van zestien is vier. De wortel van vier is twee. Tellen we alle woorden uit de twee zinnen op. Krijgen we twaalf.’
Een eenvoudige occlusie trekt de meester hier.
Waarom moeilijk doen, indien het makkelijk kan.? Dat is mijn occlusie. En daarmee lieve mensen, moet u het doen.
Hij trok zijn occlusie.
Frontale botsing (09-06-2016) (Themawoord: Occlusie)
Kasper en Rolf zitten tegenover elkaar aan het schaakbord. Er staat veel op het spel. Eigenlijk alles. Geld, eer, oorlog en vrede. Kasper komt uit Rusland en Rolf uit Duitsland. Niet dat het er toe doet, maar ik meld het hier toch maar even.
Een cruciaal moment. De zwarte loper slaat de witte pion. Kasper ontploft en schreeuwt naar Rolf. Rolf staat recht. Er hangt onweer in de lucht. Dat mag duidelijk zijn. Het koude front van Kasper botst met het warme van Rolf. De jury grijpt met handen in hun haar. Hun eigen haar. Niet dat van Kasper en Rolf. Wat nu? Een occlusiefront dreigt op H2. Als dit maar niet eindigt in een depressie? Het zal toch niet?
Riekooi (14-06-2016) (Themawoord: Riek)
Mijn opa was een lieve man. Was. Verleden tijd. Hij is dood. In de verleden tijd was ie lief. Nu niet meer dan? Het is wat met die taal. Voor mij is ie nog steeds lief. Ook al ken ik nu zijn streken en weet ik van zijn stilzwijgen. Alsof dat laatste hardop mogelijk is, zwijgen? De Nederlandse taal, ondoorgrondelijk.
Als mijn opa sprak, dan sprak ie Engels. Onverbeterlijk. Nou ja, onverbeterlijk, hij las het voor uit de KRO-gids. Ook de reclames. Zijn uitspraak sprak boekdelen. Zo werd 7Up [zuup], de FBI de [fibi], Kojak [kojak] en Canon [kanon]. Maar de meest bizarre bleef toch Ricoh [riekooi]. Mijn tante Riek een lichtekooi? Ach, we zullen het nooit weten. RIP opa.
Blauwvoorhoofdamazones (14-06-2016) (Themawoord: Riek)
Drie zijn er bij ons thuis in korte tijd de revue gepasseerd en ze dansten stuk voor stuk de Can Can, ongegeneerd de witte rok omhoog. ‘La, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la’. Graag zelf de klemtoon leggen lezer, want ik kom er niet aan uit.
Ik doel hier natuurlijk op onze drie blauwvoorhoofdamazones die stuk na stuk luisterden naar de naam Rico en stuk voor stuk, beest voor beest, superlenig waren met hun papegaaiendijen en -nek.
Ziet u het voor zich lezer? ‘La, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la.’ Ja, ja, vijftien lala’s en daarna hielden ze op. ‘Rrrrriekkoooo, Rrrrrriekoooo, Rrrrrrriekoohhhh… Koppie krauw!’
Monocle (20-06-2016) (Themawoord: Monocle)
Ik heb de bloemetjes eens flink buiten gezet. Samen met mijn monocle. In de Jordaan. En dat we toffe jongens zijn dat hebben we geweten. Johnnie, Willie en Leen waren stille getuigen. De hele avond heb ik mijn monocle vrijgehouden. Tot in de kleine uurtjes. Daarna hebben we uiteraard nog een bezoek gebracht aan de Kleine Waarheid. Nou dat heb ik geweten. De Moulin Rouge zou er nog van kleuren. En mijn monocle ging me toch te keer. Die danst de Can Can met de ogen en benen dicht. Echt waar. Ik heb haar daarna op sleeptouw genomen langs de Amsterdamse grachten. In een rondvaartboot van wel vijftien meter. Dat was pas echt lachen, samen met mijn monocle. Schip ahoy!
Henri meets Nero (22-06-2016) (Themawoord: Monocle)
Ze zitten samen op de eretribune van le Parc des Princes. Ieder met een sjaaltje in de kleuren van hun favoriete team. Het gladiatorenspektakel staat bijna op het programma. De leeuwen brullen van de honger. Henri blaast keihard op zijn vuvuzela. Die mocht ie meenemen van zijn zoontje. De leeuwen worden helemaal gek.
‘Zit er nog familie van jou bij?’ Vraagt Nero aan Henri.
‘Nee, maar ik zie wel een paar pooiers, zonde, doodzonde, daar gaat veel geld verloren.’
‘Toch niet uit de Moulin Rouge?’
‘I’m afraid so!’
‘Waarom spreek je nu ineens Engels?’
‘When I get scared.’
‘Ik dacht dat jij een God in Frankrijk was.’
‘Et toi en Rome?’
‘Het gaat beginnen Henri!’
‘Brilletjes op!’
‘Monocles, mon ami”‘
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Een wreed sprookje (01-06-2016) (Themawoord: Slager)
Ga direct terug.
Dit is een gevaarlijk sprookje.
Een verschrikkelijk wreed sprookje.
Ga terug, het kan nog.
Oké dan, u leest verder.
Zelf weten, eigen schuld dikke bult.
Normaal gaan sprookjes over prinsen en prinsessen.
Over kabouters, feeën en lieve dieren in het bos.
Wat? En de reuzen, heksen, trollen, draken, wolven, moord en doodslag dan?
U heeft helemaal gelijk, bijna vergeten.
Maar het eindigt altijd goed, nooit wreed.
Dit sprookje wel. Het eindigt vreselijk.
Het gaat over een slager met een mes.
Een verschrikkelijk groot mes, vlijmscherp.
En over een hakbijl. Zo’n grote lompe.
Ik laat u niet verder in spanning.
Spring gelijk naar de slotzin.
Intro en middenstuk zijn te wreed.
Daar liggen ze op tafel, zes vingers.
Slagerei (01-06-2016) (Themawoord: Slager)
Op 1 juni gevonden, echt waar. Het eerste slagerei van dit jaar. En het mooiste van alles komt nog. Het is een legale vondst. Ondanks de vele tegenwerpingen tijdens het Kamerdebat van Kamer 3 is dit jaar de zoektocht goedgekeurd. Al voor het tiende jaar op rij.
De trotse vinder heeft meteen de pers ingeschakeld. En de sociale media. Die gaan tegenwoordig hand in hand. Zo zag ik zojuist al snapshots voorbijkomen op Snapsnot.
Tot mijn verbazing was het slagerei nog heel. Dat liep andere jaren wel eens anders. Knap hoor om een pas gevonden slagerei heel te houden.
De vinder en eigenaar van het ei laten beiden weten dat het goed met ze gaat. Niemand is de kluts kwijt.
Communicerende gaten (04-06-2016)
Peerke Vent en Truusje Luft zitten samen op de bank. De televisie staat op SBS6. Ze hebben zojuist gegeten. Moerepetazie met veel moer, ui en een hele rookworst.
De aflevering Utopia gaat over seks en ruzie. Oude thema’s die voor Peerke en Truusje gesneden koek zijn. Niet de moeite waard om te bespreken. Zwijgzaam volgen ze de programmering. Drinken koffie met een koekje en doen de afwas.
Het programma ‘Zullen we een spelletje doen?’ is nu op televisie. Alweer Nick versus Simon. Saai, saai, saai. ‘Wat een poppenkast!’ volgt. Saai, saai, saai.
‘Pfffffttttt.’
Peerke lacht en kijkt naar Truusje.
‘Ppplllrrrrrrr… Prrrruttt.’
Truusje lacht terug.
‘Pfffffttttt… Pfffffftttt… Prrrrrrrrrut.’
Peerke komt niet meer bij.
‘Pppllllrrrrr… Pfffffffiieeet… Pfiiiieeeet.’
Communicerende gaten. De moerepetazie werkt.
Ontsnappen (04-06-2016)
Ik ontsnap er niet aan. Sterker nog, ik maak het me eigen. Moet toch mee, met de tijd. Dus kocht ik een Samsung A7. Die maakt toch mooie foto’s. Vijf weken heb ik erover gedaan om dat ding te doorgronden. Maar hé, nu ben ik dan ook top of the bil. Sterker nog, mijn top of the bil is mijn selfie. En die selfie prijkt nu op mijn Facebook, Twitter, LinkedIn, Jammer, Whatsapp, Snapchat, Weblog en mijn paspoort. Mijn paspoort? Kan dat dan? Jazeker, met mijn hoofd zeker. En wat nog het meest maffe is, ik krijg veel reacties. Van mensen die mij herkennen. Ja, echt. Aan mijn spleetje. Tussen de tanden. Er valt niet meer aan te ontsnappen. Sexting.
Tokkietaal (06-06-2016) (Themawoord: Occlusie)
Nu tokkies niet meer zo hip zijn, wordt het tijd voor een grondige analyse over deze bijzondere volksstam. En waar begin je dan? Bij de communicatie. Via taal kun je veel kennis ontlenen aan de stam.
Bij tokkies is dat heel helder. Zij gebruiken alleen maar de stam. Vervoegingen kennen zij niet. En als ze al een vervoeging gebruiken dan wordt deze alleen gebezigd in metseltermen. Een goede verstaander heeft een half woord nodig.
Tokkies herken je onmiddellijk aan hun veelvuldig gebruik van plosief of occlusief, ook wel plofklank genoemd, een medeklinker die gekenmerkt wordt door een belangrijke graad van obstructie. Hun plosieven behoren tot de ruimere klankencategorie van obstruenten en stopklanken.
Uitkijken geblazen dus, want ze komen keihard binnen.
Will is (08-06-2016)
Hoe lang heeft Will nu op intensive care gelegen? Kunstmatig in leven gehouden in een kamer met meer bekabeling dan een mens in een hand kan dragen. Laat staan verdragen. Maar hij komt er weer bovenop zo is aan de familie verteld. Het was kantje boord. Dat mag duidelijk zijn.
Verslikt in een frietje werd aanvankelijk gedacht. Totdat de artsen midden in de nacht een andere diagnose stelden. Hersenbloeding. Overschakelen op een andere acute behandeling. Gelukkig waren de dienstdoende artsen zeer kundig. Schakelen was hun specialiteit.
Gelukkig kregen ze ook de juiste informatie van de onmiddellijk ingevlogen familie. ‘Will is sterk. Hij heeft een enorme sterke wil.’ Dat is ook wat Will uiteindelijk redde. Zijn sterke Circel van Will is!
Een eenvoudige occlusie (08-06-2016) (Themawoord: Occlusie)
Sommige opgaven zijn heel eenvoudig. Een simpel voorbeeld.
Tandarts Karel Vullings inspecteert het gebit van Fred Janssen.
‘Deze tand moet eruit. Die heeft geen plek en mocht ie verder groeien dan is het mogelijk dat hij uw keelgat afsluit. En dat wilt u niet? Eens, meneer Janssen?’
Een eenvoudige occlusie trekt de tandarts hier.
Volgende voorbeeld.
Meester Tinus Taal legt de eerste beginselen van rekenen uit. ‘De wortel van zestien is vier. De wortel van vier is twee. Tellen we alle woorden uit de twee zinnen op. Krijgen we twaalf.’
Een eenvoudige occlusie trekt de meester hier.
Waarom moeilijk doen, indien het makkelijk kan.? Dat is mijn occlusie. En daarmee lieve mensen, moet u het doen.
Hij trok zijn occlusie.
Frontale botsing (09-06-2016) (Themawoord: Occlusie)
Kasper en Rolf zitten tegenover elkaar aan het schaakbord. Er staat veel op het spel. Eigenlijk alles. Geld, eer, oorlog en vrede. Kasper komt uit Rusland en Rolf uit Duitsland. Niet dat het er toe doet, maar ik meld het hier toch maar even.
Een cruciaal moment. De zwarte loper slaat de witte pion. Kasper ontploft en schreeuwt naar Rolf. Rolf staat recht. Er hangt onweer in de lucht. Dat mag duidelijk zijn. Het koude front van Kasper botst met het warme van Rolf. De jury grijpt met handen in hun haar. Hun eigen haar. Niet dat van Kasper en Rolf. Wat nu? Een occlusiefront dreigt op H2. Als dit maar niet eindigt in een depressie? Het zal toch niet?
Riekooi (14-06-2016) (Themawoord: Riek)
Mijn opa was een lieve man. Was. Verleden tijd. Hij is dood. In de verleden tijd was ie lief. Nu niet meer dan? Het is wat met die taal. Voor mij is ie nog steeds lief. Ook al ken ik nu zijn streken en weet ik van zijn stilzwijgen. Alsof dat laatste hardop mogelijk is, zwijgen? De Nederlandse taal, ondoorgrondelijk.
Als mijn opa sprak, dan sprak ie Engels. Onverbeterlijk. Nou ja, onverbeterlijk, hij las het voor uit de KRO-gids. Ook de reclames. Zijn uitspraak sprak boekdelen. Zo werd 7Up [zuup], de FBI de [fibi], Kojak [kojak] en Canon [kanon]. Maar de meest bizarre bleef toch Ricoh [riekooi]. Mijn tante Riek een lichtekooi? Ach, we zullen het nooit weten. RIP opa.
Blauwvoorhoofdamazones (14-06-2016) (Themawoord: Riek)
Drie zijn er bij ons thuis in korte tijd de revue gepasseerd en ze dansten stuk voor stuk de Can Can, ongegeneerd de witte rok omhoog. ‘La, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la’. Graag zelf de klemtoon leggen lezer, want ik kom er niet aan uit.
Ik doel hier natuurlijk op onze drie blauwvoorhoofdamazones die stuk na stuk luisterden naar de naam Rico en stuk voor stuk, beest voor beest, superlenig waren met hun papegaaiendijen en -nek.
Ziet u het voor zich lezer? ‘La, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la, la.’ Ja, ja, vijftien lala’s en daarna hielden ze op. ‘Rrrrriekkoooo, Rrrrrriekoooo, Rrrrrrriekoohhhh… Koppie krauw!’
Monocle (20-06-2016) (Themawoord: Monocle)
Ik heb de bloemetjes eens flink buiten gezet. Samen met mijn monocle. In de Jordaan. En dat we toffe jongens zijn dat hebben we geweten. Johnnie, Willie en Leen waren stille getuigen. De hele avond heb ik mijn monocle vrijgehouden. Tot in de kleine uurtjes. Daarna hebben we uiteraard nog een bezoek gebracht aan de Kleine Waarheid. Nou dat heb ik geweten. De Moulin Rouge zou er nog van kleuren. En mijn monocle ging me toch te keer. Die danst de Can Can met de ogen en benen dicht. Echt waar. Ik heb haar daarna op sleeptouw genomen langs de Amsterdamse grachten. In een rondvaartboot van wel vijftien meter. Dat was pas echt lachen, samen met mijn monocle. Schip ahoy!
Henri meets Nero (22-06-2016) (Themawoord: Monocle)
Ze zitten samen op de eretribune van le Parc des Princes. Ieder met een sjaaltje in de kleuren van hun favoriete team. Het gladiatorenspektakel staat bijna op het programma. De leeuwen brullen van de honger. Henri blaast keihard op zijn vuvuzela. Die mocht ie meenemen van zijn zoontje. De leeuwen worden helemaal gek.
‘Zit er nog familie van jou bij?’ Vraagt Nero aan Henri.
‘Nee, maar ik zie wel een paar pooiers, zonde, doodzonde, daar gaat veel geld verloren.’
‘Toch niet uit de Moulin Rouge?’
‘I’m afraid so!’
‘Waarom spreek je nu ineens Engels?’
‘When I get scared.’
‘Ik dacht dat jij een God in Frankrijk was.’
‘Et toi en Rome?’
‘Het gaat beginnen Henri!’
‘Brilletjes op!’
‘Monocles, mon ami”‘
Columns van Harrie (Juni 2016)
Jodelen / Gein & Ongein / 05-06-2016
Griss mich nich. Raakhout heeft een nieuwe sport ontdekt. En wat voor een? Een zeer luidruchtige. Waar hij het vandaan haalt, ik heb geen idee. In mijn bos bevinden zich geen heuvels noch bergen. Nee, mijn bos is vlak. Hij heeft de sport geleerd van een zekere Olga. Een dame met flinke boezem en dito longinhoud. Dat schijnt ook nodig te zijn voor deze merkwaardige sport. Je moet de adem goed kunnen inhouden en goed getimed laten ontsnappen. Gelijk het ventiel van een fietsenband die je voorzichtig leeg laat lopen. Ik zal de lucht die ik bij de eerste keer tegen mijn vinger voelde persen nooit vergeten. Nou, datzelfde gevoel schijnt de grootste drager te zijn van de nieuwe sport die Raakhout mij probeert te verkopen.
Verkopen ja. Naar het schijnt verdient Olga de kost met haar sport. Als ik Raakhout vraag naar de prijs is zijn antwoord simpel. Jodelen met pijp of zonder pijpen. Ik wil het verschil graag weten. Nou, jodelen zonder pijpen is zonder hulpstuk, alleen met de mond. Is een stuk goedkoper dan jodelen met pijp. Maar dat hangt dan weer af van de maat pijp. Ik ben het even kwijt en vraag of Olga het misschien even voor kan doen.
Geen probleem. Eerst maar even zonder pijpen, zonder hulpstuk. Olga haalt diep adem en spreidt haar rode lippen. Een oorverdovend gejodel stoot ze uit. Ik voel het naklinken tot diep in mijn botten. Wat een timbre? En nu met pijp. Olga rijdt een grote wagen voor en haalt er drie lange pijpen uit. Eentje zet ze aan haar mond. Raakhout fluistert me toe, dit is de langste. Is dan ook het duurst. Olga omvat het mondstuk met haar rode lippen en jodelt dat het een lieve lust is. Het geluid dat uit de pijp komt buldert gelijk een lawine. Ik weet niet waar ik moet kijken, zo hard is het lawaai. Ik weet genoeg. Hoe omvattend kan het jodelen zijn. Op de grote wagen prijkt aan de zijkant met grote circusletters een niet te missen naam, 'Olga Lawina'. Ik heb geen vragen meer aan Raakhout. Brizl djeu.
Soeptrien / Gein & Ongein / 16-06-2016
Het wordt tijd dat ik er eens een column aan besteed. Niets verkeerd over de vrouwelijke sekse maar er zitten exemplaren tussen die gerust exemplarisch genoemd kunnen worden. Exemplarisch in de volle breedte van het woord. Ik noem ze voor het gemak soeptrienen. Een korte verklaring van mijn woordkeus ben ik wel aan u verplicht lieve lezer. Trien hoef ik denk ik niet uit te leggen. Maar voor de zekerheid en om vooral niets aan het toeval over te laten of misinterpretatie toch maar even een kleine duiding.
Een soeptrien is voor mij een niet bepaald flateuze benaming voor een vrouw die niet Katrien genoemd wil worden maar zich wel als zodanig gedraagt. Griss mich nich. Een trien die zich gedraagt als een ka. Een Soepkatrien. Ik weet het, het is wellicht dubbelop. Maar ze bestaan, soepkatrienen, zeker weten. Het zijn dames die zich overal mee moeien en vol zijn van zichzelf. Zo vol als dikke tomatensoep, maar dan zonder ballen. Tomatensoepkatrienen zijn dan ook het ergst. Buitencategorie worst.
Ik ken er enkele. En die lopen regelmatig door mijn bos. Niets is er goed. Deze tak hangt te hoog en deze weer te laag. Die blaadjes zijn vaal en deze blinken weer te veel. Het is nooit goed. De dames komen uit een streng gezin waar vader de teugels strak hield. Eenmaal losgelaten spugen de dames in no time alle frustratie eruit. Ze gooien alle teugels los. Onbeteugeld eist dat tol. Voor hunzelf en voor omstanders. Niet altijd even prettig.
Maar waar ligt de grond voor dit barbaars gedrag? Heel simpel. In de afgunst. In de jaloezie. De dames in kwestie vinden zichzelf uitzonderlijk, niet te verwarren met exemplarisch, en weten altijd alles net iets beter. Althans dat denken ze. Zelfs als ze het bij het onjuiste end hebben. Dat is knap en volhardend, maar ook heel erg lastig. Het eigen gelijk gaat namelijk na verloop van tijd zeuren en breekt op. Het eigen gelijk kent geen tegenstand, noch weerspraak en weet uiteindelijk met zichzelf geen blijf. Dames veranderen dan heel snel in tomatensoepkatrienen.
Ik noem ze gewoon soeptrienen. Trienen die het sop in de soep niet waard zijn. Ze meten zich met alles en iedereen. Ja, zelfs met mannen. Heel fout. Nooit doen. Met slimme domheid proberen ze het vaak. Gespeelde onnozelheid. Ze reageren onnozel en het liefst niet to the point. Wanneer het gif doorschiet worden ze vals. Dan komt daadwerkelijk de onzin tot zijn recht. Een hakkelgevecht in woorden is dan wat rest. Daar zijn soeptrienen sterren in. Lettervermicellifetisjisten worden het dan.
Een lange adem hebben ze die verstikkend werkt. Ze knijpen keelgaten dicht. Maken van bronstige bassen iele sopranen, eunuchen die voor hun buigen. Seksloos hebben ze het het liefst. Nee, lieve mensen hoedt u voor de soeptrienen. Ze lusten u rauw. Hoe u ze herkent? Dat behoeft geen uitleg. U merkt het vanzelf. Zodra het jeukt, kriebelt en schuurt. Dat zijn de eerste tekenen. Beantwoordt ze niet. U bent dan reddeloos verloren. U zinkt in verongelijktheid. Diep, diep. Heel diep. Sta dat niet toe. Ren weg. Hard. Heel hard. Het is het enige dat werkt. Vlucht voor de tomatensoepkatrienen. Niemand zal het u kwalijk nemen. Ook ik niet.
Waterval / Gein & Ongein / 21-06-2016
Mozes kriebel, griss mich nich het water stroomt door mijn bos. Letterlijk en figuurlijk. De beek kan het niet meer aan en de grond is verzadigd. Nieuwe waterwegen vormen zich. Voetpaden en struinpaadjes lopen vol, stromen over en zoeken wegen die spoorloos zijn. Zelfs Raakhout is het beu. Als pad zou je je toch verheugen op tomeloze regenbuien. Het houdt maar niet op. Hagel slaat zelfs als onweer in. En onweer is het. Nog nooit heb ik on zo treffend verwoord gezien als in onweer. Kloten on. Klotenweer. Ik ben ten einde raad. Al een week regent het onophoudelijk in mijn bos. Weer on. Verdorie. Veel liever hou ik weer op ophoudelijk. Zo zou het weer moeten zijn. Gevarieerd en ophoudelijk. Zo nu en dan een bui daar heb ik geen moeite mee. Maar onophoudelijk? Ophouden denk ik dan. Of liever bijhouden. Houd de regen bij. Boven in de lucht. Drijf maar naar het water. Naar de zee. En los het daar dan lekker op. Hagel op zee. Een mooier concert bestaat er niet.
Maar ik moet nu echt aan de bak. Eigenlijk aan de regenton. Maar daar is geen beginnen aan. Dan kan ik mijn hele bos volzetten. Ik heb heel even gedacht aan bijzondere wateropvang. Hoog beginnen denk ik dan. Watergoten in de bomen. Hoog in de bomen. Of nee, grote kachels in de bomen. Die de regen verdampen nog voor die op de aarde valt. Maar ... dan krijg je weer nieuwe wolken ... toch? Werkt dus niet. Veel te omslachtig. Net als het weer. Je zou er zelf haast omslag van krijgen. Weerstuiten. Weerstuipen. Nee. Na lang nadenken ben ik eruit. Het water moet gevangen. En wel onmiddellijk. En de enige oplossing is het plaatsen van voldoende watervallen. Zodat het water niet ontglipt. Maar waar lok ik het water dan mee? Aas voor water. Waar houdt het water van? Waar kan water niet zonder? Waarvan krijgt het honger? Wat lust het graag? Geen idee. Vooralsnog blijft het in mijn bos een waterzooi. Het voorspelt niet veel goeds voor de toekomst. Naar het schijnt is de laatste regen nog niet gevallen.
Aas voor watervallen. Toch ook niet echt een oplossing. Want waar laat ik dan het water? Een watersloper zou beter zijn. En vervolgens inblikken dat water. En dan weer terugbrengen op de markt. Dat is een goed idee. Verdienen we ook nog wat aan al die regenellende. Een beetje gas toevoegen en een smaakje. Van plat naar bruis. Honingzoet of zeezout.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Griss mich nich. Raakhout heeft een nieuwe sport ontdekt. En wat voor een? Een zeer luidruchtige. Waar hij het vandaan haalt, ik heb geen idee. In mijn bos bevinden zich geen heuvels noch bergen. Nee, mijn bos is vlak. Hij heeft de sport geleerd van een zekere Olga. Een dame met flinke boezem en dito longinhoud. Dat schijnt ook nodig te zijn voor deze merkwaardige sport. Je moet de adem goed kunnen inhouden en goed getimed laten ontsnappen. Gelijk het ventiel van een fietsenband die je voorzichtig leeg laat lopen. Ik zal de lucht die ik bij de eerste keer tegen mijn vinger voelde persen nooit vergeten. Nou, datzelfde gevoel schijnt de grootste drager te zijn van de nieuwe sport die Raakhout mij probeert te verkopen.
Verkopen ja. Naar het schijnt verdient Olga de kost met haar sport. Als ik Raakhout vraag naar de prijs is zijn antwoord simpel. Jodelen met pijp of zonder pijpen. Ik wil het verschil graag weten. Nou, jodelen zonder pijpen is zonder hulpstuk, alleen met de mond. Is een stuk goedkoper dan jodelen met pijp. Maar dat hangt dan weer af van de maat pijp. Ik ben het even kwijt en vraag of Olga het misschien even voor kan doen.
Geen probleem. Eerst maar even zonder pijpen, zonder hulpstuk. Olga haalt diep adem en spreidt haar rode lippen. Een oorverdovend gejodel stoot ze uit. Ik voel het naklinken tot diep in mijn botten. Wat een timbre? En nu met pijp. Olga rijdt een grote wagen voor en haalt er drie lange pijpen uit. Eentje zet ze aan haar mond. Raakhout fluistert me toe, dit is de langste. Is dan ook het duurst. Olga omvat het mondstuk met haar rode lippen en jodelt dat het een lieve lust is. Het geluid dat uit de pijp komt buldert gelijk een lawine. Ik weet niet waar ik moet kijken, zo hard is het lawaai. Ik weet genoeg. Hoe omvattend kan het jodelen zijn. Op de grote wagen prijkt aan de zijkant met grote circusletters een niet te missen naam, 'Olga Lawina'. Ik heb geen vragen meer aan Raakhout. Brizl djeu.
Soeptrien / Gein & Ongein / 16-06-2016
Het wordt tijd dat ik er eens een column aan besteed. Niets verkeerd over de vrouwelijke sekse maar er zitten exemplaren tussen die gerust exemplarisch genoemd kunnen worden. Exemplarisch in de volle breedte van het woord. Ik noem ze voor het gemak soeptrienen. Een korte verklaring van mijn woordkeus ben ik wel aan u verplicht lieve lezer. Trien hoef ik denk ik niet uit te leggen. Maar voor de zekerheid en om vooral niets aan het toeval over te laten of misinterpretatie toch maar even een kleine duiding.
Een soeptrien is voor mij een niet bepaald flateuze benaming voor een vrouw die niet Katrien genoemd wil worden maar zich wel als zodanig gedraagt. Griss mich nich. Een trien die zich gedraagt als een ka. Een Soepkatrien. Ik weet het, het is wellicht dubbelop. Maar ze bestaan, soepkatrienen, zeker weten. Het zijn dames die zich overal mee moeien en vol zijn van zichzelf. Zo vol als dikke tomatensoep, maar dan zonder ballen. Tomatensoepkatrienen zijn dan ook het ergst. Buitencategorie worst.
Ik ken er enkele. En die lopen regelmatig door mijn bos. Niets is er goed. Deze tak hangt te hoog en deze weer te laag. Die blaadjes zijn vaal en deze blinken weer te veel. Het is nooit goed. De dames komen uit een streng gezin waar vader de teugels strak hield. Eenmaal losgelaten spugen de dames in no time alle frustratie eruit. Ze gooien alle teugels los. Onbeteugeld eist dat tol. Voor hunzelf en voor omstanders. Niet altijd even prettig.
Maar waar ligt de grond voor dit barbaars gedrag? Heel simpel. In de afgunst. In de jaloezie. De dames in kwestie vinden zichzelf uitzonderlijk, niet te verwarren met exemplarisch, en weten altijd alles net iets beter. Althans dat denken ze. Zelfs als ze het bij het onjuiste end hebben. Dat is knap en volhardend, maar ook heel erg lastig. Het eigen gelijk gaat namelijk na verloop van tijd zeuren en breekt op. Het eigen gelijk kent geen tegenstand, noch weerspraak en weet uiteindelijk met zichzelf geen blijf. Dames veranderen dan heel snel in tomatensoepkatrienen.
Ik noem ze gewoon soeptrienen. Trienen die het sop in de soep niet waard zijn. Ze meten zich met alles en iedereen. Ja, zelfs met mannen. Heel fout. Nooit doen. Met slimme domheid proberen ze het vaak. Gespeelde onnozelheid. Ze reageren onnozel en het liefst niet to the point. Wanneer het gif doorschiet worden ze vals. Dan komt daadwerkelijk de onzin tot zijn recht. Een hakkelgevecht in woorden is dan wat rest. Daar zijn soeptrienen sterren in. Lettervermicellifetisjisten worden het dan.
Een lange adem hebben ze die verstikkend werkt. Ze knijpen keelgaten dicht. Maken van bronstige bassen iele sopranen, eunuchen die voor hun buigen. Seksloos hebben ze het het liefst. Nee, lieve mensen hoedt u voor de soeptrienen. Ze lusten u rauw. Hoe u ze herkent? Dat behoeft geen uitleg. U merkt het vanzelf. Zodra het jeukt, kriebelt en schuurt. Dat zijn de eerste tekenen. Beantwoordt ze niet. U bent dan reddeloos verloren. U zinkt in verongelijktheid. Diep, diep. Heel diep. Sta dat niet toe. Ren weg. Hard. Heel hard. Het is het enige dat werkt. Vlucht voor de tomatensoepkatrienen. Niemand zal het u kwalijk nemen. Ook ik niet.
Waterval / Gein & Ongein / 21-06-2016
Mozes kriebel, griss mich nich het water stroomt door mijn bos. Letterlijk en figuurlijk. De beek kan het niet meer aan en de grond is verzadigd. Nieuwe waterwegen vormen zich. Voetpaden en struinpaadjes lopen vol, stromen over en zoeken wegen die spoorloos zijn. Zelfs Raakhout is het beu. Als pad zou je je toch verheugen op tomeloze regenbuien. Het houdt maar niet op. Hagel slaat zelfs als onweer in. En onweer is het. Nog nooit heb ik on zo treffend verwoord gezien als in onweer. Kloten on. Klotenweer. Ik ben ten einde raad. Al een week regent het onophoudelijk in mijn bos. Weer on. Verdorie. Veel liever hou ik weer op ophoudelijk. Zo zou het weer moeten zijn. Gevarieerd en ophoudelijk. Zo nu en dan een bui daar heb ik geen moeite mee. Maar onophoudelijk? Ophouden denk ik dan. Of liever bijhouden. Houd de regen bij. Boven in de lucht. Drijf maar naar het water. Naar de zee. En los het daar dan lekker op. Hagel op zee. Een mooier concert bestaat er niet.
Maar ik moet nu echt aan de bak. Eigenlijk aan de regenton. Maar daar is geen beginnen aan. Dan kan ik mijn hele bos volzetten. Ik heb heel even gedacht aan bijzondere wateropvang. Hoog beginnen denk ik dan. Watergoten in de bomen. Hoog in de bomen. Of nee, grote kachels in de bomen. Die de regen verdampen nog voor die op de aarde valt. Maar ... dan krijg je weer nieuwe wolken ... toch? Werkt dus niet. Veel te omslachtig. Net als het weer. Je zou er zelf haast omslag van krijgen. Weerstuiten. Weerstuipen. Nee. Na lang nadenken ben ik eruit. Het water moet gevangen. En wel onmiddellijk. En de enige oplossing is het plaatsen van voldoende watervallen. Zodat het water niet ontglipt. Maar waar lok ik het water dan mee? Aas voor water. Waar houdt het water van? Waar kan water niet zonder? Waarvan krijgt het honger? Wat lust het graag? Geen idee. Vooralsnog blijft het in mijn bos een waterzooi. Het voorspelt niet veel goeds voor de toekomst. Naar het schijnt is de laatste regen nog niet gevallen.
Aas voor watervallen. Toch ook niet echt een oplossing. Want waar laat ik dan het water? Een watersloper zou beter zijn. En vervolgens inblikken dat water. En dan weer terugbrengen op de markt. Dat is een goed idee. Verdienen we ook nog wat aan al die regenellende. Een beetje gas toevoegen en een smaakje. Van plat naar bruis. Honingzoet of zeezout.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)