31-10-2016

120 Woorden Oktober 2016

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Op zoek naar een quodlibet (03-10-2016) (Themawoord: Quodlibet)

Meneer de bouwvakker begreep er niets van. Hij tuurde naar het briefje dat zijn quasi intellectuele vrouw hem in de handen had geduwd. Een quodlibet wilde ze hebben. Ja dat stond er echt. Zonder enige verwijzing. Haasten dus, want diezelfde avond hadden ze nog een feestje. Toe maar.

Gelukkig was meneer de bouwvakker niet voor een gat te vangen. Hij liet zich dan ook niet kennen. Vol overtuiging trad ie de winkel binnen en ging op zoek naar de eerste de beste verkoper. Het werd de tweede, want de eerste zat nog op het toilet.

‘Doet u mij maar het quodlibet van de aanbieding.’

‘Wat zegt u? Op? Mijn hemel!’

‘Nou, doe dan maar de twijfelaar.’

‘Nee, inpakken hoeft niet.’


In de verdediging (04-10-2016) (Themawoord: Quodlibet) (Verkozen tot Weekwinnaar 40 van 2016)

De pedel luidt de klok. Hij weet waar de klepel hangt. Kwestie van kennis van algemene kennis. Maar niet voor Pieter Jansen. Zenuwachtig verdedigt hij zijn proefschrift voor de heren professoren H. Jozef en M. Maria. Paranimfen houden hun heilig hart vast.

Het proefschrift draagt de titel ‘De impact van algemene kennis in werelden van domheid’. Als verdediging gebruikt Pieter quodlibet, een speciale improvisatietechniek waarbij hij een aantal zaken uiteenzet. Vraag en strijdpunten, redenen die pleiten tegen een positief antwoord, tegenwerpingen hierop, de conclusie, illustratieve voorbeelden en tot slot tekortschietende argumenten. Alles uiteraard helder en geordend gepresenteerd.

Resultaat: Pieter promoveert cum laude van Pieter tot Sint Pieter. Perfecte titel. Familie, vrienden allemaal blij. De pedel schrijdt langzaam binnen. Hora finita!


Auditio fantastico (05-10-2016) (Themawoord: Quodlibet)

Zenuwachtig meld ik me bij de Historische Kerk Souburg. Vandaag doe ik auditie bij het Zeeuwse vrouwenkoor Quodlibet onder bezielende leiding van Willie de Hollander.

Willie weet van wanten en stelt me gerust door mij onmiddellijk tussen de leeuwinnen te werpen. Ik weet niet wat me overkomt. Mag gelijk meedoen. Daar gaan we, in alfabetische volgorde gezongen:

Hendrik Andriessen: De Nachtegael
Jos Beltjens: De Kleinste
Hildegard von Bingen: Quia ergo femina
Johannes Brahms: Die Braut
Benjamin Britten: A ceremony of Carols
Pablo Casals: Nigra sum
Dré van Dongen: Galina, galina
Margret Dryburgh: Song of surfival
Gabriel Fauré: Agnus Dei
L. Hassler: Brala Bih Kupusa
Camille Saint-Saëns: Carnival

Amechtig haal ik adem. Kende gelukkig van alle stukken de eerste zin. Aangenomen.


Michael Jordaan (07-10-2016) (Themawoord: Quodlibet)

Als engeltjes zitten ze boven op een roze wolk. De vleugeltjes lieflijk achter op de schouders geplakt. Er valt niet veel te beleven hoog boven de wolken. Johnny, Leen, en Willie laten hun voetjes bengelen en zetten gezamenlijk een lied in. Maar ieder een ander lied. Da’s best lastig.

Driestemmig drie liederen zinnen, dat gaat zelfs Michael zijn pet te boven. Als mulitmegolane hypermusicalist is hij de aangewezen persoon om de drie stemmen op een lijn te brengen. Kunnen ze nog zo nu en dan polyfoon uitwijken, maar dat maakt niet uit.

Een beetje volkszanger laat zijn eigen lied niet alleen, zeker daar waar de jongens met de meisjes samengaan. Michael stuitert alleen bij het idee al. Quodlibet ad fundum.


Xan de weldoener (15-10-2016) (Themawoord: Xantippe)

Niemand kan aan Xan tippen. Nog nooit heb ik zo’n moedige Chinees gekend. Nee, niet zo een die nu al begint met het uitdelen van gratis kalenders met vuurspuwende draken. Voor een Chinees in Nederland is ieder jaar het jaar van de draak.

En zijn stoep rood. Niet van bloed maar van pakpapier. Verschrikkelijk irritant. En maar laten liggen tot de regen, die op een of andere manier de eerste week van januari nooit lijkt te vallen, het wegspoelt. Met een beetje pech vriest het vast aan de stoep en moet je het met een plamuurmes afsteken.

De gemeente maakt zijn handen er niet aan vuil. Xan wel. Hij is van goud. Chinees Xan ja, met de X van Xantippe.


Nachtdiep (17-10-2016) (Themawoord: Nacht)

Ik lig met mijn hoofd half onder het kussen. De gordijnen zijn nog open. Waarom heb ik deze niet dichtgedaan? Omdat ik de nacht wil zien komen? Omdat de dag de nacht daagt? Ik weet het niet meer. Hoef het ook niet te weten. Het enige dat me nu nog zorgen baart is het nachtdiep. Ik weet dat het zo gaat komen. Maar wanneer precies?

Al weken lig ik in training, maar het wil eenvoudigweg niet echt lukken. Het nachtdiep laat zich niet eenvoudig spotten. Laat staan vatten. Memento mori denk ik dan onwillekeurig. Waarom? geen idee. Het moet de donkerte zijn. Het nachtdiep dus. Ongrijpbaar. Ook voor die zwarte vogel, die op de vensterbank zijn veren gladstrijkt, met kraalogen.


Nachtrus Igor (17-10-2016) (Themawoord: Nacht)

Moe strompelt hij door de straten van Oelala, Igor Dnjepper, president van het kleine autonome deelstaatje Altaj, gelegen 3641 kilometer ten oosten van Moskou. Hij is moe. Doodmoe. Geen nachtraaf maar nachtrus. Ooit verbannen uit zijn geliefde Moskou probeert hij sinds jaar en dag zin te geven aan zijn eigenste republiekje Altaj.

Een referendum heeft hij uitgeschreven, als democraat in hart en nieren. Maar hij vreest de uitslag. Een typisch voor-of-tegen-referendum. Om niets. Waarom zich dan zo druk maken? Eigenbelang? Aanzien? Het is Igor allemaal vreemd.

De enige zorg die hij heeft is de vangst van Olga. Ze woont in Vagina, waar hij haar voor het eerst zag. Liefde op het eerste gezicht. Zijn reden voor bestaan. Heel legitiem, toch?


Nachtblind (18-10-2016) (Themawoord: Nacht)

Je zult maar Guus heten en nachtblind zijn. Je wil het niet meemaken. En dan ook nog eens op je eerste date. De kleren op de grond vind je nooit meer terug. Laat staan dat je de halve fles rode wijn nog weet op te sporen. Je durft ook niet uit bed te gaan, weg van de liefste vriendin van de wereld. En dat nog maar pas een dag en een nacht.

Zij is je baken. Je redder in de nood. Je nachtbril als het ware. Je weet ook gelijk, dit maak je nooit meer mee. Koester het in je droom. Don’t you forget about me. Chrissie bijdehandje laat jou nooit meer gaan. Ze is net als jij stekeblind, nachtblind.


Nachtmusik (19-10-2016) (Themawoord: Nacht)

Kleine Fritz is zenuwachtig. Vanacht zijn eerste optreden. Apetrots heeft hij het de hele familie en al zijn vriendjes verteld. Daar heeft ie nu een beetje spijt van, want ze komen allemaal kijken. Best wel vreemd eigenlijk. Want het betreft hier een nachtoptreden. Fritz heeft dat er helemaal niet bijverteld. Maar slim als papa is heeft deze iedereen achteraf toch maar even ingelicht.

Papa maakt zich ook ongerust. Want hij vreest dat er niemand komt. Behalve opa en oma natuurlijk. Maar ja, die zijn ook van voor de oorlog. De tweede. De derde gaat morgen waarschijnlijk uitbreken. Als Fritz hoort en ziet dat er bijna niemand komt kijken. Ach gut. Een groot drama bij Fritz eerste kleine Nachtmusik. Op tuba!


Nachtwethouder (20-10-2016) (Themawoord: Nacht)

Je zult het maar zijn? Nachtburgemeester. Veel liever ben ik nachtwethouder of desnoods nachtraadslid. Dan kun je nog dekking zoeken in het donkerte. Een nachtburgemeester niet. Die loopt voorop, handhaaft de orde en zorgt dat al zijn nachtgenoten genieten van fijne nachten.

Hij of zij, in het laatste geval nachtburgemeesteres, gaat in de troepen voorop. Als vaandel- en lantaarndrager in een persoon verenigd. Wat het daglicht niet kan verdragen wordt volledig geconsumeerd in de nacht.

Een nachtburgemeester heeft wat dat betreft een groot nadeel ten opzichte van de dagburgemeester. Hij moet altijd de rekening betalen aan het einde van de nacht. Op de pof, dat kan alleen nog in het daglicht. De kroegbaas krijgt PR en geeft een gulle lach.


Drie Musketiers (20-10-2016) (Themawoord: Nacht)

Een samenzwering in het holst van de nacht. Drie Musketiers smeden snode plannen. Wie zullen ze vannacht weer eens te grazen nemen? De arrogante elite of het domme gepeupel? Ach, wat maakt het ook eigenlijk uit, het sop is de kool niet waard. Er geldt immers maar een goedheid. En dat zijn zij gedrieën. De drie Musketiers.

En tieren dat kunnen ze. Weelderig maar ook summier. In alle genen voelen zij zich aanwezig. Onoverwinnelijk en altijd in hun gelijk. Zo ook in alle letters. Onomkeerbaar draaien ze het alfabet ondersteboven. Van boven naar beneden en vice versa. Geen brug is hun te ver. Geen sloot ook. Gehard door jarenlange ervaring en door uitgekookte kennis maakt niemand hun nog iets wijs.


Zonachtig sterretje gezocht (21-10-2016)

De heren geleerden turen naar megaschermen terwijl hun dames zenuwachtig koffie schenken. Zou het pakketje aangekomen zijn? Het pakketje van pakweg 10 miljoen euro? Nog nooit heeft een postzegel zoveel geld gekost. Een universele postzegel die een wereldse boodschap moet doorgeven. Waarheen leidt de weg die het pakketje moet gaan?

Het zijn alleen de geleerden die het weten. Maar ze mogen nog niets zeggen. Want stel nu dat het weer niet lukt. Twintig landen zullen dan teleurgesteld zijn. Twintig landen met opgeteld zo’n 300 miljoen inwoners. Inwoners die, enkele daargelaten, allemaal braaf belasting betalen. Zodat de postzegel nog groter en veelomvattend zijn reis kan volgen. Naar eindbestemming Nuts. Want vroeg of laat levert het iets op. Een Milkyway van Mars.


Gezwollen ader (24-10-2016) (Themawoord: Ader) (Deel 1 van 6-luik)

In zijn nek klopt bloed het woedend uit. Het pulseren laat ook zijn ogen knipperen. Haast op de maat. Ziet hij het nu goed? Loopt daar… Ja. Hij is het. En nu?

Daar loopt de dader. Vader van zijn ontstaan. De pa die hem de wereld op schopte. Hij weet er niet van en wil het vast ook niet weten. Alleen hij weet het. Hij is in hem ontstaan. Maar pas nadat hij in haar vervlochten raakte. In zijn mams. Lang geleden.

Vorige week vertelde zij het. Daar loopt ie, achter het winkelwagentje bij kassa zeven. Jouw geluksgetal. Je was er toch naar op zoek? Nou dat is hem.
En daar staat ie weer. Bij kassa acht dit keer. Wat nu?


Bladerdeeg (25-10-2016) (Themawoord: Ader) (Deel 2 van 6-luik)

Hij schuift aan bij kassa acht en laadt zijn karretje uit op de band. Spek en rookworst, boerenkool, bladerdeeg, jam, chips, chocolade, sinaasappels, treetje bier, twee, boter, kaas en eieren. Een gewone man. Eenzaam. Een beetje riekend naar een onbestemd wasmiddel dat al vrij lang aan zijn kleren lijkt te kleven.

Dat maakt dertig euro vijftig. Hij grist een oude vaalbruine portemonnee uit zijn kontzak. Pas dan merkt hij hoe de jongen achter hem best wel dicht tegen hem aanleunt. Ontwaart hij nu een blik van minachting. De jongen trekt namelijk zijn neus op en kijkt hem doordringend aan. Hij herkent die blik. Een spiegel wordt hem voorgehouden. Vijftig eurocent valt op de vloer. Hij bukt. En dan gebeurt het.


Verrader (25-10-2016) (Themawoord: Ader) (Deel 3 van 6-luik)

‘Bent u mijn vader?’

Langzaam steekt hij de vijftig eurocent in zijn portemonnee, pakt stoïcijns zijn boodschappen in en vertrekt richting uitgang. Snel wegwezen.
In zijn rug voelt hij de ogen van de jongen branden en nog voordat hij het goed en wel beseft voelt hij een hand op zijn schouder rusten.

‘U bent mijn vader, hè?’

De hand klemt steviger om zijn schouder. Met een ruk trekt hij zich los en loopt stug door, zonder antwoord te geven. Hij voelt de jongen achter zich aankomen en weet maar een ding te doen. Hoe pijnlijk ook. Hij zet zijn tas neer en draait zich om.

‘Ik ben jouw vader niet. Het spijt me erg!’

‘Verrader!’ Bijt de jongen hem toe.


Oplader loopt leeg (26-10-2016) (Themawoord: Ader) (Deel 4 van 6-luik)

De jongen ontploft bijna. Tot voor kort heeft hij zich ingehouden. Jaren van oplading komen tot explosie.

De man weet niet wat hem overkomen gaat, binnen nu en tien seconden. Vastgenageld bij het aanzien van de woede-uitbarsting, kan hij niet anders doen dan nagels uit zijn schoenen trekken. Tevergeefs. Zelfs een nijptang kan hem niet uit deze benarde situatie helpen. Waar is de vrouw die hem dit heeft aangedaan?

De jongen haalt een klein zwart voorwerp uit zijn binnenzak. Het lijkt op een rechthoekig scheerapparaat met twee ijzeren tanden. Hij schakelt het apparaat aan en kijkt om zich heen. Niemand te zien. Elektriciteit spat uit het apparaat en uit zijn ogen. Hij slaat toe. Pa stort neer, met spartelende benen.


Toenadering (27-10-2016) (Themawoord: Ader) (Deel 5 van 6-luik)

Het voorval is best hevig. De jongen schrikt van zijn eigen daad. Ook al is de voorbereiding nog zo secuur en voortreffelijk. Hier heeft hij niet op gerekend, zijn gevoel dat parten speelt. Woede, verdriet en onvoorwaardelijke liefde smelten samen. Hij reikt zijn pa de hand. Beiden trillen hevig na. Maar het beven bevriest al snel.

IJskoud kijkt zijn pa hem aan. Die wil nog steeds van niets en niemand weten. Ontkenning van zijn eigen leven. De boodschappen liggen op de grond en hij raapt ze vlot samen. De spek, de worst, de boerenkool. Doet ze in de tas en wil verder lopen. De jongen staat perplex, roept zichzelf snel tot orde. Zijn vader zet heel vlug de pas erin.


Vergadering op straat (28-10-2016) (Themawoord: Ader) (Deel 6 van 6-luik)

Dan botst pa op ma. En het is niet de eerste keer. Noch mentaal, noch fysiek. Midden op straat. De jongen probeert nog tussenbeide te komen. Tevergeefs. Uit de linkermouw van de jas van pa ontsnapt een kleine aap, die onmiddellijk de benen neemt. Pa erachteraan. Ma erachteraan. De jongen erachteraan. Comedy keepers. Alleen het muziekje ontbreekt.

En nu ga je vertellen hoe de vork in de steel zit! Midden op straat spartelt pa wederom met zijn benen. Boven op hem zit ma. Volumineus. Ze heeft al haar verdriet met de jaren weggevreten. Maar dit is haar kans. Ze knipoogt naar haar jongen en vraagt of ze door moet knijpen. Pa loopt rood aan, bindt in en erkent zijn zoon.

Schrijfveren Oktober 2016

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
De meeste Schrijfveren hieronder zijn al eerder Schrijfveer geweest in oktober 2015. Toch heb ik ervoor gekozen om ze opnieuw te schrijven.


De stem van het lichaam (03-10-2016) Zie ook Schrijfveer 03-10-2015 met dezelfde titel

Vandaag toch maar even naar de dokter. Mijn lichaam maakt namelijk vreemde geluiden. Het zijn geluiden die ik niet ken van mijn lijf. Zuchten, piepen, kraken, letters spuien, boertjes poepen en windjes kuchen, daar ben ik mee vertrouwd. Heb bij overdaad er effectieve remedies voor gevonden. Soms met behulp van zorgvuldig voorgeschreven zalfjes, pillen of drankjes. Mijn lijfarts is de beste van het land. In noodgevallen heb ik zelfs therapie gevolgd. Op aanwijzing van of gewoon via internet. Een mens in nood maakt gekke sprongen. En toch, het geluid dat mijn lichaam nu maakt klinkt vreemd. Nog nooit gehoord. Het maakt me danig ongerust. Ongekend. Het geluid is ook niet te vangen in woorden. Hoe beschrijf ik dit geluid? Er bestaan geen letters voor, laat staan woorden. Voordoen gaat ook niet lukken. Hoe doe je überhaupt een geluid voor. Klinkt als. Nee, dat gaat niet. Ik moet vertrouwen op mijn lijfarts.

In de wachtruimte bekruipt me een ernstig gevoel van onmacht. Deze situatie kan ik niet beheersen, och arme maagd. Aan zweven heeft mijn lijfarts niets. Sterker nog, daaraan heeft ie een broertje dood. Ik moet heel snel met een oplossing, of tenminste een ingang komen. Nog twee patiënten voor me. Ik denk vreselijk hard na. Waar lijkt dit geluid nu toch het meeste op? En erger nog. Het lijkt op dit moment suprême verdwenen. Net nu ik onder het bereik van een meester ben, laat het falen me in de stuk. Hoe breng ik mijn error nu te berde? Maar hoe ik ook mijn best doe, het euvel laat verstek gaan. Het is verdwenen, het idiote geluid.

Ik word binnengeroepen door de doktersassistente. Mijn beurt. Al snel heeft de lijfarts in de gaten dat er iets goed mis is. Als ik probeer te vertellen wat er aan de hand lijkt schiet de dokter in de lach. Meestal wil hij bewijs. Of in ieder geval de kracht ervan. Maar wonder boven wonder slaat de dokter deze noodzaak over. Hij komt meteen tot de punt (ik heb een hekel aan het gebruik van de Engelse taal in Nederlandse stukjes, vandaar tot de punt).

‘Geen punt, geen punt, het is de stem van uw lichaam waar u last van heeft meneer, het is er ook de tijd voor, ik zag het meteen bij uw binnenkomst. U hoeft niet te gaan liggen en geen kleren uit te doen. Ik heb ook het juiste recept voor de kwaal!’

Ik ben gerustgesteld. Het is alleen maar een stem. Daar kan ik mee leven. Er hoeft dan ook niets verdoofd of weggesneden. Ik krijg ook meteen een recept toegeschoven. Alsof de dokter het klaar heeft liggen. Zo snel. Iets wat ernstig heerst misschien? Ik lees het recept en dank de dokter.

Stem-emulsie voor de organische huid (van Pfizer). Aanmaken met roodband (niet bijgeleverd). Vijf kilo. Drie maal daags smeren over het gehele lijf. Een week lang. Bijwerkingen: slappe vingers, hoofdpijn, letterdiarree. Tip: plastic handschoenen gebruiken bij het aanbrengen, voorkomt huidirritatie.

Vijf kilo? Is dat niet veel?


Gesprek met een dorre vrouw (05-10-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

‘Wat vind jij nu eigenlijk van het leven?’

Ik krijg geen antwoord.

‘Omarm je het of bevecht je het leven?’

Het blijft stil.

‘Moet ik het dan maar weer voor je invullen?’

Geen reactie.

‘Zo te zien, maar let wel het is slechts mijn invulling, ik maak het op uit je houding, omarm je het, je straalt een bepaalde rust uit, een innerlijk geluk. Hoe doe je dat?’

De felle zon strijkt neer op haar voorhoofd. Ze knippert niet eens met haar ogen.

‘Ondanks dat jij meestal je armen in uitgestrekte houding op schouderhoogte laat rusten, gelijk een lieve heer, denk ik dat jij stiekem het leven omarmt ja. Geen idee overigens waarom je dat doet, dat met die armen, het heilige boontje uithangen misschien? Is het jouw grote voorbeeld, de lieve heer?’

Ik schuif wat dichter tegen haar aan. Er moet toch reactie komen, vroeg of laat. Ik geef het niet op. Vroeg of laat zal ze spreken. Ik neem nog een teug van mijn single malt, zorgvuldig verstopt in krantenpapier. Ook al bevind ik me in de middle of nowhere ik wil niet gespot worden met mijn liquor.

‘Krijg je het nooit koud, met die armen de hele tijd zo uitgestrekt? Ik zie je zelfs in de winter soms zo staan. Het moet toch wel je favoriete standje zijn?’

Nog steeds geen enkele reactie. Forceren dan maar.

‘Neuk je ook zo?’

Heel langzaam komt er een beetje beweging in de vrouw. Maar geen antwoord op mijn vraag. Een verlegen type denk ik dan. Of dor? Een dorre oude vrouw. Ha, ha. Natuurlijk. Eentje die nooit over het leven nadenkt en niets heeft meegemaakt. Ze ziet er ook nog eens verwaarloosd uit. Versleten kleren, ouderwetse hoofddoek om uit het jaar nul. En zie ik het goed? Volgens mij slaapt ze nog in het stro. Het komt haar mouwen uit, de strostengels. En ook onder uit haar rok. Een dorre oude vrouw, dat is ze.

‘Nou, ik ga er maar weer eens van tussen. Met jou valt niet te praten. Hoe dan ook, toch prettig om weer niet kennis gemaakt te hebben.’

Ik strompel van het veld. De zon gaat langzaam onder. Ik kijk nog een keer om en zie de vrouw in het veld nog steeds haar armen gestrekt houden. Een volhoudster, die oude dorre vrouw. Een kraai land op haar bovenarm en poetst zijn verendek. Ze laat geen krimp. Wat een leven. Geen leven. Ik keer langzaam terug naar het mijne. De drank is op. Waar is mijn brouwerij?


De stem van het lichaam (07-10-2016) Zie ook Schrijfveer 07-10-2015 met dezelfde titel

Wat een heerlijke dag vandaag. In mijn ochtendjas tuur ik door het raam de tuin in. Merels huppen voor de raam en lijken te roepen: Waar blijft het brood! Even wachten jongens ik ben pas wakker. Ik wil nog even genieten van het ochtendgloren. Oranje is de lucht gekleurd. Ik gooi de deur open om de frisse lucht op te snuiven. De merels vliegen verbolgen weg en gaan op het puntje van de garage zitten.

Uit de broodlade haal ik twee zakken. Een met oud en een met vers brood. Wie eerst? De vogeltjes maar. Nog niet helemaal ontwaakt snijd ik het brood op de broodplank in kleine stukjes. Die drop ik vervolgens in het vogelhuis en op het voederbordje. De merels lopen me voor de voeten. Smachtend kijken ze me aan met hun kleine zwarte kraaloogjes.

Nu mijn eigen brood smeren. Wat doe ik er vandaag op? Ham. Mmm. Niets lekkerder dan ham op de boterham. In gedachten over wat ik deze dag ga doen trek ik de ijskast open. Iets wat op ham lijkt haal ik eruit. Ook gris ik meteen een kuipje boter mee. De koffie staat reeds te pruttelen. Sterk. Oersterk. Want zo heb ik hem het liefst.

Aan tafel glijdt de boterham ham zuur en oud weg. Gelukkig helpt de koffie bij het slikken. Totdat een stem uit mijn lichaam roept, schreeuwt, in opstand komt. Nu. Nu. Ga onmiddellijk naar het toilet. Je kunt het. Je haalt het. Te laat. Weer. Vandaag doe ik helemaal niets. Heb de schijt van deze ochtend. En ga too bad to bed.


Wraakzucht (17-10-2016) Zie ook Schrijfveer 17-10-2015 met dezelfde titel

Het is me totaal vreemd, wraakzucht. Waarom zou ik zuchtig zijn naar wraak? Al hetgeen me overkomt berust op toeval. En toeval is een kruising van wegen. Waarom zou ik de degens kruisen met wegen? Dat zou pas echt een kruisweg worden. Nee, ik geloof niet in kruisen noch in wraak. Het gaat nergens over, wraak. In misdaad noch religie. Twee vormen waarin het veel toegepast wordt. In de liefde wordt ook nog wel eens gewroken. Maar dat is passioneel. Dat telt niet. Wreken doe je met de ratio in mijn ogen. De wraakdaad ansich wordt mogelijk uitgevoerd in grote passie, het is edoch de ratio die vooraf bepaald dat je gaat wreken.

Niets voor mij. Veel te moeilijk allemaal. Leven en laten leven. Dat stel ik tegenover wraak. Wie en wat zou je moeten wreken? Een aartsvijand of aartsgeliefde? Een aartsgelovige die het tegenovergestelde geloofd? Nogmaals. Leven en laten leven. Het ene heeft het andere juist nodig. En vice versa. En nee, in het leven en ook in de dood is niet alles even eerlijk verdeeld. En dan heb ik het niet eens over het lot. Of lotsbestemming zo u wil. Dood gaan we uiteindelijk allemaal. Tussen leven en dood het beste eruit halen, daar is niets mis mee, daar draait alles om. Geen tijd voor wraak. Het is verloren tijd. En ook nog eens tijd die pijn doet. Niet doen dus.

Maar … zonder wraak ook geen wrekers. De Wrekers, met Patrick Macnee als John Steed en Diana Rigg als Emma Peel. Dat hadden we dan moeten missen in de jaren zestig. En in de jaren zeventig nog een keer in de revival met Joanna Lumley als Purdey. Dat is dan weer spijtig.


Twee treinen die op volle snelheid op elkaar afrazen (19-10-2016) Zie ook Schrijfveer 19-10-2015 met dezelfde titel

Loco loco, zo voel ik me, en dat is niet eens zo vreemd. Ik heb een legitiem motief om mij zo te voelen. Het komt door dat verdomde broertje van mij. Ik mag niet met hem spelen. Hij heeft het veel te druk. Hij zit boven op de zolder en speelt met zijn treinen. Dat wil ik ook. Ik ben een hele goede machinist. Tenminste, dat is wat de juffrouw onlangs tegen mij vertelde, na mijn antwoord op haar clichévraag: En kinderen, vertel eens aan de juf wat willen jullie later worden? Machinist, het enige zinnige dat ik kon verzinnen. Ik houd namelijk van rechtlijnigheid, op tijd komen en vertrekken, en van het stuur in eigen hand houden. Dat heb ik de juf natuurlijk niet verteld, maar volgens mij was het overduidelijk aan mij te zien. Jantje wordt later machinist en een hele goede. Ja, daar hoefde ik natuurlijk niets aan toe te voegen. Zeker niet toen de juf ook nog aan de klas uitlegde dat ik een enorme wijsneus had. Altijd handig bij het machineren. Ik wijs de trein de weg met mijn neus. As simple as that. Ja, wij krijgen ook al Engels op school. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Aldus de juf.

Maar terug naar de zolder. Ik kan het niet laten. Dan maar botsen hoor. Broer met zijn stoomlocomotief en stoom uit de oren en ik met mijn pas gekochte TGV. Mijn broer wist er niets van maar nu zou ik hem hebben. De koekenbakker, waarom mag ik nooit met hem en zijn treinen spelen? Mijn zus daar kan ik nog inkomen. Die heeft niets met treinen. Maar ik? De supermachinist in spé? Ik zal hem hebben.
Heel voorzichtig duw ik de deur van de zolderkamer open en kruip naar het grote rangeerbord waar alle treinen op passeren. Ik steek mijn hoofd boven de mini-Alpen uit en plaats snel de TGV op de rails. Maar ik ben gespot. Mijn broer schreeuwt moord en brand. Wat doe je nu!? Haal die trein er vanaf. Mijn TGV stormt al richting Lago Magiorre. Snel haal ik hem eraf en draai hem om. Ik geef hem een flinke duw in tegenovergestelde richting. De loco van mijn broer raast voort op hetzelfde spoor. Daar is ie al. Hi, hi. Dat wordt nog eens botsen. Lekker puh. Kedeng! Trein en broer ontploffen haast.


Iemand gaf je bloemen (21-10-2016) Zie ook Schrijfveer 21-10-2015 met dezelfde titel

Een bosje rozen krijg ik in mijn handen gedrukt. Zonder doornen gelukkig en aan de onderkant nat. Het water drupt nog van het frêle papier dat veel te lang in het water heeft gestaan, in een emmer tussen de benen van de bijrijder, die mij de bloemen brengt na een lange reis in een donkerblauwe Dacia Duster. De rozen zijn net zo lelijk als de auto. Het is daarom onder andere dat ik liever geen bloemen krijg. Uit lelijkheid en disrespect voor de natuur. Het zijn ook nog eens botoxbloemen die niet veel natuurlijk daglicht hebben gezien. Doorgefokte pokonrozen. En of dat niet erg genoeg is, er hangen ook nog eens drie kleine zakjes pokon aan de bos. Levensreddend, fluistert de gulle gever mij toe. Ik breng schamper mijn dank uit en zoek heel even troost in de handdruk en de bijbehorende knuffel die ik ongevraagd krijg. Wijken heeft geen zin. Met tranen in de ogen geef ik de bos door aan de vrouw die achter me staat. Leg ze maar langs de andere lijken.

De rij schuift door en ik krijg een nieuwe bos bloemen in de hand gedrukt. Slappe tulpen. Drie ervan dragen een brace. Ze hebben de hitte niet overleefd. Geel. Wat een kleur! Voor deze gelegenheid zeer ongepast, maar ontegenzeggelijk ook niet minder goed bedoeld. Ze stinken een beetje. De kleur van de intelligentie denk ik dan. Daar is niets mis mee. Ik ben nu degene die moet troosten. De vrouw die tegenover me staat breekt. Ik trek haar naar me toe en omarm het verdriet. Maar wel met gepaste afstand. De klik in mijn warme lijf hoeft zij niet gewaar te worden.

Het is tijd. Roept de zwarte raaf. Alle vogels mogen naar binnen. Even opgesloten voor de kachel. Voor iedereen veel te warm en ongemakkelijk. Resten slechts wat mooie woorden. Het slotwoord is aan mij. Voor de microfoon val ik stil. Eindelijk.


De sleutel inleveren (25-10-2016) Zie ook Schrijfveer 25-10-2015 met dezelfde titel

Kapers op de kust, een onrustbarend familiespel is weer opnieuw in de markt gezet. Het is alweer bijna Sinterklaas. Met een klein verschil met vorig jaar. Zwarte Piet doet weer wat minder mee. Kennen we hem nog? Die donkere neger met een ring door zijn neus. Tot moes geslagen haast omdat hij het tempo niet kan bijhouden. Het roeiritme van de slavengalei opgelegd door een witte tempobeul, ja met baard. Het is wederom het oude liedje. Maar we laten ons niet kennen. Ons niet kapen door een gouden familiespel dat jaloers wordt uitgekleed door een kleine minderheid die hard schreeuwt. Voor de bühne, oerschreeuwen uit een oudheid die ver achter ons ligt en niet voor herhaling vatbaar is. Of wil men per se dat de geschiedenis zich herhaalt? In de cirkels van een ondoorbreekbaar bestaan leidend tot Dante's hemel, hel of vagevuur. Het is maar waaraan je je wil warmen.

Wat te doen met die mooie schatkist van ons bestaan? Waarin onze kinderlijke en volwassen dromen zorgvuldig zijn opgeslagen. Waarvan de sleutel in handen ligt van de enige echte droomkeeper, het zelf. Waarin het zelf in donkerte geknecht blijft en veel te weinig naar buiten mag, van zich doet spreken. Want het hunkert en bunkert om naar buiten te komen en zich te laven aan zon, lucht, leven en vrijheid. Vrijheid van denken en voelen en heel, heel veel cadeautjes geven en krijgen. Waarom zouden we onze sleutels inleveren? De schatkist is niet voor niets in ons leven geroepen. Gebruik hem dan ook. Roei met de riemen. Hard en heel hard. En laat ons niet op de kop zitten. Amen aan de Sint en Piet discussie. Daar waar kwaad en goed gezien worden, gedijen zij het best. Het heet groei. Het is deel van het leven. Een leven dat geleefd moet. Een leven dat geleefd mag. In alle onrust. Van rust gaan we immers allen al dood. Vroeg of laat.


De schat terugbrengen (27-10-2016) Zie ook Schrijfveer 27-10-2015 met dezelfde titel

Onder een grote boom stoppen we en hangen wat verlegen rondom de fiets. Het is volle maan en dat geldt ook voor onze hormonen. Ze gieren door het lijf. Een zwoele avond die zindert van wellust. Alles maar dan ook alles staat in het teken van amor. Wie neemt het initiatief? We praten en praten. De gespreksstof raakt langzaam op. Ja, het was een leuke avond en we weten wat iedereen die avond zei. Geboren voor elkaar. Van je vrienden moet je het hebben. Maar toch. Aanstalten maken? Hoe precies?

IJsbreken op nog geen honderd meter afstand van een ouderlijk huis, is dat wel zo slim? Wie spiedt er allemaal door gordijnen? Ik dacht toch echt zojuist beweging te zien. Een buurt waar alles in de gaten wordt gehouden. Ach, houd op. Toch niet in een jambuurt. Die hebben wel wat beters te doen. Daar houden ze de gordijnen dicht om aan dieven te ontkomen. Bang dat hun zuur verdiende centen en spullen in aanmerking komen voor diefstal. En die camera's dan? Staan die niet aan? Misschien bespieden ze ons wel van binnenuit? Dood voor spontane liefde. Dood voor de eerste stap. Mijn gedachten dwalen af.

Vriendin kijkt me nu met ogen aan die ik niet helemaal kan polsen. Nog nooit eerder gezien. Vragend, haast smekend. Ze lijken me wel op te vreten. Welk antwoord moet ik geven? De zuigende kracht werkt haast hypnotiserend en langzaam geef ik toe. Een aarzelende weg volgt naar haar mond en zwoele lippen. Ze staan in kus-en-zuig-me-stand. Een bobbel in mijn broek begint me aan te sporen. Het is nu of nooit.

De omhelzing is zacht en hevig, de zuigkracht onweerstaanbaar. Mond en tong versmelten. Ik voel nattigheid in heel mijn lijf. Ze smaakt zoet, naar honing. Vlinders in mijn buik. Maar hoe haal ik nu in hemelsnaam adem? We ploppen los en kijken elkaar verliefd aan, op een zwoele zomeravond.

Ik moet gaan, fluistert mijn vriendin me toe. En ja. Zelfs dat klinkt geil. Moet ik niet even mee... Nee, dat hoeft niet. Tot morgen.


Schrijf over een wond (31-10-2016)

Daar moet ik toch wel even over nadenken? Een wond letterlijk of figuurlijk? Een wond als in opgewonden of opgewonden bewonderen? Een wond eren? In het nu of bezien vanuit vroeger? Wonde wordt het dan. Schrijf over een wonde. Onomwonden? Ik ga het proberen en zal pogen het letterlijke met het figuurlijke te vereenzelvigen. Een zere wond. Zoveel is zeker. Immers, wat hebben we aan een aangename wond? Daarin is niemand geïnteresseerd toch? Zijn er überhaupt aangename wonden? Vast en zeker. In de natuur. Daar is alles mogelijk en te vinden. De natuur is onze survivor. Zeker daar waar het gaat om het onomwonden oplossen en eren van het door opgewonden bewonderen van wonden.

Een voorbeeld. Een slang bijt een rat in zijn staart. De rat denkt, wat heb ik nu aan mijn staart hangen? Een slang en niet veel later een wond. Mits de rat de slang van zich af weet te schudden. Het enige dat ie kan doen is bijten. In de neus van de slang. Heeft de slang dan een neus? Jazeker. Hoe ruikt ie anders, met zijn tong? Ja, met zijn tong die onder zijn neus zit. Doet er verder ook niet toe. De rat bijt in het ruikorgaan van de slang en de slang laat los. Gadverdamme. Twee gaten in de staart van de rat. Aangenaam? Ja, aangenaam. Nu kan de rat een ringetje door zijn staart laten schieten. Een gouden staartringetje waarmee hij een vrouwtje mee kan vervoeren, ontroeren. Mooi toch? En de slang? Ja, die heeft nu vier ruikorgaangaten en meer lucht. Iedereen geholpen, toch? Aangename wonden zogezegd. Nee over vervelende wonden ga ik het hier niet hebben. Ook al smacht u er als lezer mogelijk naar. Ik doe niet mee. Ik onomwonden nee. Lang leve de aangename wond in verwondering. Daar is geen paracetamol voor nodig. Figuurlijk dan.

Columns van Harrie (Oktober 2016)

Oorlog in indianenland / Verkeer / 14-10-2016

Ik krijg een spoedopdracht van mijn chef aan de Andere Kant. Problemen oplossen in het Galacticum dat tig lichtjaren verwijderd ligt en ingesloten door twee grote wateren. Ik inspecteer mijn TARDIS extra lang, want dit kon wel eens een moeilijke klus worden. Dan zit je niet te wachten op panne aan je vervoersmiddel. Toch neem ik voor de zekerheid mijn pasjes mee. Het schint dat ik er ook op Aarde gebruik van kan maken. Sterker nog. Ik schijn al een gouden klant te zijn, met alle korting vandien. Mijn pas kan nog van pas komen, heb immers Aardedekking.

Ik word ontvangen door twee mediastations die ook al oorlog voeren. Iets met mail, verwijderen en modder gooien. Zo schetsen ze het probleem. Tussen twee pubers nota bene van plus 65 in werkkring. Werkkring? Werken ze dan nog op moeder Aarde na 65? Wat een armoede. Enfin, niets leukers dan tussenbeide komen bij pubers. Ah, ook nog eens van divers geslacht. Dat wordt helemaal leuk. Die kun je nog eens goed opkloten. De media lacht in haar vuistje. Ze zijn eens met mij. Opvoeren en voeren die oorlog. Munitie zat in dit vrome schijnheilige land geplet, uitgeknepen, geklemd tussen twee blauwe oceanen, eentje west en eentje oost gelegen. Noord en zuid kent hele andere problemen. Zuid een imaginaire muur die door een alphamannetje het liefst in steen gebouwd moet worden. Een oorlogsmuur. En noord fysieke landbouwgronden die tot aan de verre horizon strekken en die het liefst door het alphavrouwtjes uitgemolken worden en omgezet in onversneden dollars.

In het midden moet dan alles bij elkaar komen. De media werken dit dan weer met alle geweld tegen. Werpen regelmatig balletjes op om al te veel eenstemmigheid en rust te voorkomen. Daar zijn de media namelijk niet bij gebaat. Het omdermijnt hun businessmodel. Alleen reuring levert nog wat geld op. Dus naaien ze de boel op met valse berichtgeving of berichtgeving die niet te checken valt. Bronnen die niet vrijgegeven worden. Want stel je eens voor dat bronnen zich moeten verantwoorden? Dat wat uit de bron komt net zo hard gelogen of opgeklopt is. Wie vertrouwt er dan nog op waarheidsbevinding? De hardste schreeuwers winnen. Of degenen die kwantitatief het hoogste scoren. Minder, minder, meer, meer. Het vindt plaats op grote schaal, bij grote mogendheden, op macroniveau. Maar ook in kleine gemeenschappen op microniveau. Elkaar het licht niet in de ogen gunnen. En ook daar spint de media en haar publiek weer garen bij. Reuring levert aandacht, aandacht levert bekendheid, bekendheid levert nieuwe klandizie en stemgewin. Lang leve de kijk- en leescijfers. What's the score?

Ik spreek de twee grootste media-iconen aan en onderhandel met mijn beste beentje voort. Alle argumenten voor en tegen pareer ik kunstig met mijn intergalactische charme-offensief. Ja, offensief, want de aanval is de beste verdediging nietwaar? Ik glimlach ze stijf, zoals zij dat ook bij mij pogen. Ik prik overal doorheen en dring door tot de onderlaag. Het besluit is daarna eenvoudig te maken. Links omarmt rechts, oost west en noord zuid en alles vice versa. De media blijven gevoerd met losse flodders, koetjes en kalfjes om reuring te blijven voeden. Het volk wil immers altijd brood en spelen. De onderlaag wordt nieuwe basis. De onderbuik komt langzaam boven. Een meerjarenplanning weliswaar, maar dan is ook alles van de Aarde. Problemen opgelost. Op een deel van het Westelijk Halfrond althans. Er valt nog veel te winnen. Missie voorlopig volbracht. Ik keer terug naar mijn chef aan de Andere Kant.


Speelruimte / Verkeer / 25-10-2016

Ik doe mijn lange wolle sjaal maar weer eens om. Kleurrijk is ie en dat heeft een reden. Kijk en wilde bos haar volstaat niet langer om op te vallen. En als dokter moet ik toch duidelijk aanwezig overkomen. Een witte jas is niet meer van deze en andere tijden. Dus daar vang ik oom al bot. Nee, een fel en lelijk gekleurde vloeksjaal, dat is wat werkt. Zeker weten. Er is nog een andere reden waarom ik de sjaal vandaag aantrek. Het is namelijk de dag waar ik ieder jaar weer naar uitkijk, de Intergalactische Speelruimtedag. En met mijn sjaal, u begrijpt het al, krijg ik alle speelruimte. De ergste demonen heb ik er al mee bedwongen. Want ja, ook die komen op zo'n dag tevoorschijn. Iedereen wil immers shinen op deze jaarlijkse IS-dag.

Ik zie dat bijna alle stripfiguren al gearriveerd zijn. Ze zij. Goed verkleed en dragen hun mooiste kostuums. Stuk voor stuk. Batman in black. Superman in red. Hulk in green. Smurf in blue. Voertaal is Engels. Geen van allen draagt een sjaal en daarvan krijgen ze allemaal spijt. Ik laat wind en kou los in de ruimte en geef snel het startsein voor de eerste ronde speelruim. Hulk, met de dikste nek, valt het eerste uit. Batman en Superman volgen snel. Alleen Smurf blijkt over goede weerstand te bezitten. Met Smurfenmoed slaat hij wind en koude uit zijn nek. Maar volhouden kan hij niet. Ook hij redt de eerste ronde niet.

Ik trek een nieuw blik helden open. Fameuse cowboys, cowgirls, honkytonkmuzikamten en veel, heel veel countryzangers. Het jippiejajee is niet van de lucht. Ik laat ze lekker razen en linedancen. Dit houden ze geen drie uur vol. En ja hoor. Ze vallen nu ook snel om. Ik vrees dat ik dit spel nu ook weer ga winnen. De competitie is zo arm. Het lijkt wel of ik in een Nederlandse voetbalarena ben aanbeland. Ja, dit dramatische nieuws dringt ook door in de Intergalactische Nieuwsbladen. Ik geef tot slot nog een keer de kans aan wat snellere jongens. Ze arriveren in glimmende veel te nauw zittende bolides die luisteren naar prachtige namen. Ze vallen alleen allemaal onder vijf dezelfde merken, waarvan er eentje altijd winnaar wordt. Die stijgt uit boven de rest. Daar logt voor mij een uitdaging uiteraard. Hoeveel speelruimte zal ik ze eens geven? Vooruit tachtig rondjes door de lucht. Ze mogen onderweg drie keer stoppen en luchtbandjes wisselen. Niet dat het helpt. Mijn sjaal haalt immers niemand in. Mijn sjaal goes far beyond max.

Ik sein de uitslag snel door naar mijn chef aan de Andere Kant. Als vanzelfsprekend is ie apetrots. Ben nu zes keer op rij winnaar van de Intergalactische Speelruimtedag. Vreemd eigenlijk, want normaal gesproken leg ik nooit niemand iets strobreed in de weg. En toch, het lijdt bij mijn medespelers altijd weer opnieuw tot heftig strobalen.

Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.