Droomwereld van weleer
botten, spieren moe
het zwart daalt neer
in aderen
sneeuw en ijs verzacht
samson brult
uit zijn manen
daalt goudstof neer
een oude man spreekt
van combi’s die niet kunnen
sport en kunst
onmogelijk divers
bijten loeren jeuken
zweet druipt in het zand
bloed op de piste
bergen om te verzetten
rotsen om te breken
sisyphus spoort niet langer
donder rolt naar beneden
collage ruikt naar brand
botten, spieren moe
het zwart daalt neer
in aderen
sneeuw en ijs verzacht
samson brult
uit zijn manen
daalt goudstof neer
een oude man spreekt
van combi’s die niet kunnen
sport en kunst
onmogelijk divers
bijten loeren jeuken
zweet druipt in het zand
bloed op de piste
bergen om te verzetten
rotsen om te breken
sisyphus spoort niet langer
donder rolt naar beneden
collage ruikt naar brand
ganzen op de vlucht
ultieme eenzaamheid
touwen kettingen
geselen het hart
snakkend het verlangen
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (83) als vaste columnist op de maandag (voorzien van een foto van een fotocollage gemaakt op de Academie Beeldende Vorming in 1987)