31-07-2014

Columns van Harrie (Juli 2014)


Schwalbe in yellow on centercourt / Gein & Ongein / 08-07-2014

Vanochtend werd ik opgeschrikt door een vreemd tafereel in mijn bos. Eerst dacht ik dat Raakhout in een verliefde bui uit zijn dak ging. Maar al snel bleek er iets anders aan de hand te zijn. Dit tafereel oversteeg de vreemdste vormen van Raakhout’s uitzinnige gedragingen. Ik zal proberen in zo min mogelijke woorden uit te leggen wat er precies gebeurde.

Maar voordat ik van wal steek, eerst wat zaken vooraf, voor de duidelijkheid. Er was slechts een hoofdrolspeler betrokken bij het complete tafereel. Op de tweede plaats, deze persoon was merkwaardig verkleed. Op de derde plaats, de persoon verkleedde zich telkens op nieuw. De ondergrond waarop het tafereel plaatsvond veranderde voortdurend. Na verloop van tijd had ik door dat het terugkerende ondergronden waren. Mozes kriebel, wat ingewikkeld allemaal.

Als rode draad door het tafereel liep een geel shirt, vergezeld door een vreemde bal. Een bal die verschillende vormen aan kon nemen. Soms werd je er helemaal brazuca van, oftewel dol. Ik ga nu proberen te beschrijven wat zich vlak voor mij voltrok. Mijn verontschuldigingen alvast voor het geval u me kwijtraakt in dit merkwaardig tafereel.

Het begon op een kortgeknipte ondergrond met witte lijnen. De persoon op de ondergrond droeg een wit shirt en een kleine bal. Wat zeg ik, drie kleine ballen. Die werden hem van alle kanten toegeworpen. Ook droeg hij een kleine mattenklopper. Twee ballen stopte ie in zijn zak en de andere bal gooide hij in de lucht. Met de mattenklopper probeerde hij de bal weg te slaan. Dat lukte boven verwachting. Het ging wel gepaard met en flinke zucht.

Vervolgens trok de man een geel shirt aan en stapte op een fiets. Hij fietste keihard weg, alsof zijn leven er van af hing. Hij zigzagde tussen de bomen van het bos door, onder aanmoediging van schelle claxongeluiden. Waar die geluiden vandaan kwamen? Geen idee. Ze klonken wel heel Engels. De ondergrond veranderde concreet in asfalt. In zinderend asfalt.

De fietser zag zichzelf gespiegeld in het asfalt en gleed keihard onderuit. Vanuit het bos klonken ineens donkere, zware stemmen die monotoon ‘Schwalbe, schwalbe’ riepen. Uit het bos kwam een kleine boze Costaricaan gelopen. Hij ijlde en sleepte met beide handen, twee grote robben over de grond met zich mee, aan hun oren. Geen gezicht.

De fietser was inmiddels opgestaan en droeg een oranje shirt. Hij stond met licht gekromde benen in het gras. Hij droeg ook rare schoenen, gepantserd met tijgerprint, fluorescerend, de linkse roze gekleurd en de rechtse blauw. Het was overduidelijk dat deze persoon rekende op de geboorte van een twee-eiige tweeling. Roger, Roger.

De fietser nam een korte aanloop en schopte tegen een grote vreemde felgekleurde sambabal. Van de Hema. Er spatte allemaal kleine kogellagers uit. Vervolgens zette hij een sprint in die nooit meer leek op te houden. Een sprint zonder einde. Totdat ie met z’n neus tegen een eik knalde. Er vielen tig eikels uit de boom die de sprinter meteen begonnen te schoppen.

Dit gedrag werd niet getolereerd door de scheidsrechter, die hoog vanuit zijn stoel het overzicht hield. Omdat de scheids lui van aard was, maande hij via een microfoon, al zijn lijnrechters tot actie. Helaas stonden die allemaal met hun rug naar de scheidsrechter en het veld toegekeerd en hadden alleen oog en oor voor het publiek. Het publiek eiste alle aandacht op van de lijnrechters. De sprinter werd op niet verstane wijze half doodgeschopt en het enige wat de scheidsrechter nog kon roepen was ‘deuce’. Dat klonk in ieder geval verzachtend. A few more points to go.

De ondergrond veranderde meteen weer in asfalt. De sprinter sprong op zijn fiets en haalde ondanks alle gebreken de finish. Tot ieders en zijn eigen verbazing werd hij eerste. Hij won uiteindelijk game, set en match. Door de luidsprekers in het stadion galmde keihard het Wilhelmus. Een lange voorname man betrad de arena in langzame pas, met opgetrokken neus en de handen achter op zijn rug ineengeslagen. Hij maakte een praatje met de kleine ballen van de jongens en meisjes die zich verzameld hadden op het asfalt.

Brizl djeu. Voor mij het signaal om de stekker eruit te trekken. Wat een vreemde man en wat een herrie. Als betaman heb ik niets met alfasport en al helemaal niets met klassieke muziek. Raakhout stemde stilzwijgend toe. Voor hem mocht de stekker er ook uit. Dat zag ik aan de dikke vette tong die uit zijn mond ‘ja’ knikte. Het gras won het van het asfalt. De kleine ballen van de grote. Het oranje shirt van het gele. Eindelijk.

Een stukje verder in mijn bos kroop een man op zijn knieën door het gras en knipte het zorgvuldig met een klein nagelschaartje kort. Zo af en toe nipte hij van de bidons die hij tegenkwam in het gras. Sommige smaakte een beetje naar spuw. Bah. Raakhout daarentegen trok zich daar niets van aan en lebberde de bidons naar hartelust leeg. Het is daar en op dat exacte moment dat ik afscheid nam van toneel en tafereel. Ik had genoeg gezien. Schwalbes in yellow on centrecourt.


Fietsparcoursen / Gein & Ongein / 20-07-2014

Mozes kriebel, vroem, vroem, brizl djeu, wat is hier nu aan de hand? Ik kan me niet herinneren dat mijn bos ooit is aangemerkt voor het houden van fietsparcoursen. Ik heb ook nog nooit paaltjes gezien. Oké, oké, Nummer Eén ligt pakweg 17 kilometer van de Belgische grens maar toch?

Je zou ze bijkans een pak voor hun broeck geven. De koekenbakkers. In strakke gekleurde pakjes zitten ze op hun fietsje en scheuren door mijn bos dat het een lieve lust is. Vroem, vroem. Ze zitten er nog net niet doorheen. Maar je ziet wel dat het niet veel scheelt. Eentje zit er sowieso bijna op zijn kont daar door.

Het zijn complete ploegen die door mijn bos heen ploegen. Ze jagen op pedalen. De ploegen ploegen op pedalen. Een vos of een haas zijn nergens te zien. Wat me opvalt zijn de hammetjes. Die wiebelen op een soort zwarte schoenleest op en neer. Het lijkt net of ze knipogen, die hammetjes. Ze zitten verpakt in strakke zwarte broeckjes en zijn beplakt met vreemde letters die schreeuwen om aandacht.

Sommigen hebben dezelfde broeckskes aan. Die vormen dan een ploeg. Er zijn grote en kleine ploegen. Vooral de ploeg met de letters E N K A op hun achterste is in grote getale vertegenwoordigd. Op het shirt boven de hammetjes staat nog een vreemde tekst. ‘Na maand, na maand’. Het slaat werkelijk nergens op. Maand, na maand, wat wil dat nu zeggen. Ik wil ze nog geen dag in mijn bos. Mozes kriebel. Brizl djeu.

De hammetjes die op en neer gaan blijven nog het meeste fascineren. Ze dansen op hun maffe schoenleest heen en weer. Het lijkt wel disco. Een soort tour de sjans. Daar raakt met name het vrouwelijk schoon in mijn bos behoorlijk van opgewonden. Ze slurpen met hun ogen haast de hammetjes naar binnen.

Ah, gelukkig. Ze springen nu gelijk jonge hinden mijn bos weer uit. Met de tong op het stuur. Wat mij betreft mogen ze erop klappen. Met hun tong, op het stuur. Eindelijk weer rust in mijn bos. Ik heb niets met dit soort wilde fietskaravanen. Zeker niet door mijn bos. Nee, ik heb karavanen liever op een Egyptische manier, te voet of op een kameel. Door een hete woestijn. Het ruikt ook veel beter. Naar zout en brandend zand. Niet naar stinkend zeemleer en Midalgan.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.