15-06-2014

Drie maal daags innemen

Ik maak mij ernstig zorgen. Vanochtend werd ik wakker en toen ik de gordijnen opende scheen er een vreemde gloed de slaapkamer binnen. Een gloed die niet dagelijks in de lucht hangt. Een beetje vaal oranje. Alsof de zon een beetje afgebrand was. Ziek, dacht ik meteen? De zon die oranje schijnt dat kan niet. Ik wilde meteen het weerstation bellen. Het KNMI. Want dit was verdacht. Stel je voor dat de zon ziek is? Ziek op vrijdag de dertiende nog wel. Dat mag niet. Dat kan niet. We hebben de zon veel te hard nodig. Helaas namen ze bij het KNMI niet op. Ik dacht vanmiddag opnieuw proberen. Bij een zieke zon kun je niet te lang wachten.

Enfin, dan maar eerst ontbijten. Wacht. Nee, eerst aankleden. Wacht. Nee, eerst wassen. Wacht. Nee, eerst naar het toilet. Wat vreemd. Oranje plas in de pot. Hoe is dat mogelijk? Ik heb gisteren toch geen vreemde dingen genuttigd. Aandachtspuntje. Ik vertrouw het allemaal niet zo. Eerst een oranje gloed en nu een oranje plas. Eerst maar even wassen. Ehhh … Een oranje washandje … Ehhhh … En een oranje handdoek. Zelfs de tandpasta oranje. Sinaasappelsmaak. Bahhhh! Wat is hier aan de hand? Ik begin me nu pas echt zorgen te maken. Maar, eerst maar even aankleden. Waaaaatttttt? Op de stoel, keurig klaargelegd, een oranje onderbroek, oranje sokken, oranje short, oranje shirt. En zelfs een oranje petje. Maar die doe ik niet op. Ik ben niet gek.

Aan het ontbijt. Oranje boter, oranje hagelslag, oranje tompoucen, gedver. Hier is iets helemaal fout. Ik kan er alleen niet opkomen. Mijn geheugen laat me in de steek. Wat is er vandaag toch aan de hand? Mijn geheugen is oranje. Erg vaag. Ik denk dat het wellicht toch verstandig is om even de dokter te bellen. Die is attent. Hij ziet de ernst van de situatie en de noodzaak van zijn komst onmiddellijk in. Een geweldige dokter heb ik. Als ik de deur tien minuten later open doe staat de dokter in een vreemd ornaat voor mijn deur. Ik herken hem amper. Hij draagt een oranje petje met daaraan zwart haar vastgenaaid. Geen gezicht. Verder een oranje trainingspak dat erg blinkt. Hij waggelt en schudt met zijn kont als ik hem binnen laat.

“Wat is er aan de hand Mien?”
“Wel dokter, ik heb last van oranje, ik zie het overal?”
“Nou Mien, dat is niet zo vreemd hoor, het zit hem in de tijdgeest.”
“Tijdgeest dokter, in welke tijdgeest zitten we dan?”
“Nou Mien, voordat ik je daar over bericht stel ik voor dat je eerst even een leuk muziekje opzet. Dat praat wat makkelijker. Heb je iets oranje’s. Een volksliedje bij voorkeur?”

Ik zet het Wilhelmus op en nodig de dokter uit te gaan zitten.

“Ah, da’s mooi. Mooie versie ook. Van Bauer, nietwaar?”
“Van Fransje ja. De laatste versie. Nog niet zo lang uit.”
“Wel Mien, het is heel simpel. De tijdgeest waarin we nu leven is oranje. Het duurt zo lang het duurt. Het kan morgen afgelopen zijn maar ook nog goed drie weken duren. Het is ook niet gegarandeerd dat het daarna voorbij zal zijn. Maar de kans is wel groot.”
“Maar dokter, en de zon dan, die is ook goed ziek, toch? Lijdt die niet onder de oranje gloed?”
“Mien, ik begrijp je ongerustheid, maar heb geen nood. De zon is oranjegezind. Zal ie voorlopig ook blijven. Het enige advies dat ik je kan geven is om je een beetje aan te passen aan de tijdgeest. De oranje tijdgeest. Ook al is het maar tijdelijk. Gewoon een beetje slikken dat oranje. Met kleine beetjes. En het komt helemaal goed.”
“Dank dokter, goed dokter, maar kunt u mij toch niet een recept voorschrijven? Gewoon voor de zekerheid?”
“Liever niet Mien, het gaat namelijk vanzelf over. Wat je eventueel kunt doen is een hartversterkertje nemen bij het opstaan. Of beter nog, bij het opstaan en het slapen gaan. Dan krijg je in ieder geval de nodige nachtrust. Tussen de middag eentje mag ook nog. In noodgevallen dan.
“Dank dokter, voor uw komst en persoonlijke zorg en goede raad. Ik zal me houden aan uw advies. Vanaf vandaag start, pauzeer en eindig ik mijn dagen met oranjebitter. Drie maal daags. Voor de zekerheid. En in slechte dagen een paracetamolletje. Oranje uiteraard.”