31-08-2011
Columns van Harrie (Augustus 2011)
De grote leegte in het vreemde / Verkeer / 05-08-2011
Daar ligt ie dan op de grond. Basaal, rechthoekig en keihard zichzelf te zijn. Vuurrood tot op zijn kaken. De grote drukte rondom hem heen laat hem koud. Het stoort hem niet. Vanuit zijn geaardheid beseft hij dat drukte vanzelf weer overgaat. Hoe vaak hij wel niet betast, bepoteld en besnuffeld is de afgelopen dagen. God mag het weten. Geen krimp heeft hij gelaten. Eigenlijk geniet hij stiekem van alle aandacht. Nou ja, tot op zekere hoogte. Ook aanzien kent grenzen natuurlijk. Hij is wel geschrokken dat zoveel mensen zich ineens bekommerden om hem. Er is zelfs een dokter bijgehaald. Wie? Ja precies, die ja. Dokter Wie. Een mafketel met een felgekleurde sjaal. Deze dokter schijnt alle raadselen die het universum voor vlakkelanders uit het sterrengat Joepilèr verborgen houdt, te onderzoeken en verklaren.
Eén ding is zeker. Dokter Wie krijgt hiermee een grote klus voor zijn kiezen. Hij mag dan een groot aantal raadsels doorgrond hebben in sterrengat Joepilèr, waar hij nu mee te maken krijgt is andere koek. De dokter weet dat en dat is te zien. Hij heeft een veiligheidsjas en veiligheidslaarzen aangetrokken en maant de grote menigte tot rust. De menigte is erg bang. Waarvoor zou je denken? Nou gewoon voor het vreemde. De eerste zorg van de dokter is om rust te brengen. Hij spant een groot roodwit lint rondom de plek waar het vreemde ligt en maant de menigte afstand te nemen. Het vreemde blijft onbeweeglijk liggen en luistert goed naar wat de menigte te zeggen heeft.
Waar komt ie vandaan? Gisteren lag hij er nog niet. Van horen zeggen wordt verteld dat ie erg agressief kan worden. Dat verklaart zijn rode kleur. Zie ik het goed? Volgens mij wordt ie steeds roder. Als dat maar goed gaat. Straks ontploft ie nog. Ik heb ook gehoord dat hij in samenwerking met anderen in staat is om grote werken te verzetten. Dan kun je op hem bouwen en is hij een bindende factor. Staat wel in contrast met zijn agressie maar ach. Hij die vrij is van zonden ... En zo murmelt de menigte maar verder. Dokter Wie heeft intussen zijn onderzoeksgereedschap tevoorschijn gehaald. Voor de zekerheid heeft hij ook een mondkapje opgezet. Het vreemde vreest het ergste. Dit zou wel eens een heel vervelend onderzoek kunnen worden.
Het vreemde wordt eerst gewassen. Met een vreemd soort water dat hij niet kent. Het geeft wel veel energie als hij het naar binnenslurpt. Het komt zeker van Mars. Daar hebben ze onlangs water ontdekt. Stromend nog wel. Tot in z’n poriën voelt hij de energie binnenstromen. Het narcotiseert als het ware. Na 10 seconden valt hij dan ook in een diepe slaap. Gelukkig maar. Omstanders uit de menigte verklaren later dat de boor die de dokter gebruikt een oorverdovend lawaai maakt. Aan het gat in zijn lijf is te zien dat er gebruik is gemaakt van een grote maat boor. De dokter heeft niets kunnen vinden. Wat een bak. Dat had hij hem ook wel kunnen vertellen. Enfin, met een plug en pleister is het gat weer gauw gevuld. Gelukkig heeft de dokter niet tot op de kern geboord. De grote leegte die hij dan gevonden had zou pas echt tot onrust geleid hebben onder de menigte. De grote leegte dat is pas iets om bang van te worden.
Woeste hoogte / Verkeer / 16-08-2011
Verloren dwaalde dokter Wie langs dennenbomen en berkenbosjes. Iets had hem gelokt. Hij wist alleen nog niet precies wat en wie. Een bijna onweerstaanbare behoefte het bos in te trekken, dat was wat hij die ochtend gevoeld had tijdens het ontbijt. En dat allemaal naar aanleiding van een klein stemmetje dat door de keuken dwaalde en linea recta zijn linkeroor was ingevlogen.
Het bleef daar rondspoken en deed een appèl op hem. Je moet het bos in, vandaag nog. Dat leek het stemmetje hem te zeggen. Het stemmetje gedroeg zich zeer irritant. Het leek wel een vreemdsoortige oorhorzel. Brommend, zeurderig en stekend was zijn klaagzang. Niet om aan te horen. Er zat dan ook niets anders voor de dokter op dan het verzoek van het vervelende stemmetje in te willigen.
Het weer dat was voorspeld voor die dag leek nergens op. Maar ja, dat was al weken zo. Het kon de dokter ook niet deren. Een regencape, een kleine rugzak, wat bammetjes om op te eten en een flesje drinken werden in een mum van tijd uit de schuur, koel- en broodkast bij elkaar verzameld. Alsof het een dagelijkse praktijk was. Eigenlijk was dat ook wel zo. De dokter was een fervent wandelaar. Het kon wel eens nat zijn in het bos, dus deed de dokter voor de zekerheid ook maar de wandelschoenen aan. Falkesokken werden ook niet vergeten. Een linkse en rechtse sok, wel zo gemakkelijk. Voor de luie en gedesoriënteerde wandelaar waren de letters L en R in rood katoen in grote letters op de blauwe wreef gestikt. Complementair. Wel zo handig. Schiet eens op, had de oorhorzel in zijn oor gedramd. Die zeurde nu vooral in het rechteroor. O ja, een zakmes mee, dat was ook wel zo handig. Je wist het maar nooit in het bos, zeker niet in een eilandbos.
Het eilandbos voelde eenzaam en verlaten. En nog steeds wist de dokter niet wat hem nou precies lokte. Een stem alleen dat kon het niet zijn. Hier stak meer achter. Als een verschrikte Catweazle keek de dokter om zich heen. Achter elke den, eik of berk verwachtte de dokter een ernstig gevaar. De stem in zijn hoofd was verdwenen en had plaats gemaakt voor een lichte ruis. Een ruis die steeds meer rond zijn beide oren begon te suizen. Het leek ook alsof de wind wat meer toenam. Dit had de dokter nog niet eerder meegemaakt in zijn eilandbos. Het gesuis in zijn oren werd steeds heftiger.
Niet alleen de oorsuizingen namen in heftigheid toe. Ook de wind begon krachtiger te waaien. Die loeide tussen de bomen door. In het kielzog van de wind kwam gele stuifzand mee. Het zand kwam van woeste hoogte en schuurde het gezicht van de dokter. Het liet diepe sporen achter op de tronie van de dokter. Boven de gekleurde sjaal van de dokter schreeuwden oog- en gezichtsrimpels moord en brand. De dokter trok zijn sjaal wat hoger op. Het gehate stemmetje liet ook weer korzelig van zich horen. Of de dokter de woeste hoogte had zien liggen en wat die hoogte met hem deed. Het deed de dokter niets. Woest was niet eenzaam en grote hoogtes kon de dokter makkelijk hebben. Het stemmetje hield aan. En de pieken en dalen dan? Wat dacht de dokter daar dan van?
Het kwartje begon eindelijk bij de dokter te vallen. De slechte zomer had wintergeesten doen ontwaken. In zijn oren was deze ochtend een verdwaalde winterkoning gevlogen, volledig in de war. Die had de dokter in de waan van een vervroegde skivakantie gebracht. De tekens waren dit keer overduidelijk en niet mis te verstaan. Met oorsuizingen op de lange latten. Over hoge pieken en door diepe dalen. Niks geen gele stuifzand maar door onvervalste witte stuifsneeuw. Vers gevallen niet in Klein Holland maar ergens ver weg in Nieuw Zeeland. Misschien moest de dokter dit jaar toch maar eens wat eerder boeken.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
03-08-2011
Het Gouden Glimlachje
Ik sla de advertentiepagina open van het plaatselijke leugenaartje en schiet in de lach bij een merkwaardige advertentie. Een blijde wulpse dame kijkt me verleidelijk aan. Ze staat achter een kleurrijke balie. Boven de balie hangt een groot bord met de tekst ‘Welkom bij Klantenopvangcentrum Het Gouden Glimlachje!’. Onder de schreeuwletters staat nog een kleinere tekst. ‘Oplossingen op maat voor al uw klantvragen én -problemen. Eerste consult gratis. Bel 06-109708605 voor een afspraak.’ Op de balie zie ik een lamp staan in de vorm van een groot hart.
Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Is dit een grap of een serieuze zaak? Ik wil er het mijne van weten en hang meteen aan de telefoon. Een mevrouw met poezelige geeft antwoord. “Hallo, met Klantenopvangcentrum het Gouden Glimlachje, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik kom meteen to the point. “Beste mevrouw, ik las vandaag uw advertentie in de Koerier en vroeg me af wat het Gouden Glimlachje voor mij kan betekenen?” “Ha, ha, meneer u bent een leukerd, u kaatst de vraag terug, nu heeft u een serieus probleem.” Ik laat een kleine stilte vallen en antwoord: “Ja, daar bel ik dus voor, mijn vragen leiden altijd tot problemen.” “Nou meneer, in dat geval bent u bij ons aan het juiste adres. Wij bieden maatwerkoplossingen voor zowel vragen en problemen. Het eerste consult is gratis, dus roept u maar, wanneer kunt u langskomen?”
De directheid waarmee ik aangesproken wordt vraagt om een doortastend antwoord. “Nu meteen mevrouw, kan dat?” “Dat kan meneer, maar dan heb ik wel eerst wat gegevens van u nodig.” Onmiddellijk voel ik argwaan opkomen. “Graag wil ik even het klantenprofiel met uw doornemen, puur administratief, is dat goed?” “Nou vooruit dan, ik ben vandaag in een goede bui, vraagt u maar.” “Hoelang bent u al klant?” “Mmm … moeilijke vraag, vanaf mijn geboorte denk ik.” “Bent u een tevreden of ontevreden klant?” “Dat hangt ervan af, ik heb zo mijn behoeftes. Zolang die gekoesterd worden ben ik tevreden, anders niet.” “Klinkt logisch meneer, ik vul beiden in: tevreden en ontevreden. De volgende vraag. Bent u als klant meegaand of lastig?” “Dat hangt geheel af van de stemming waarin ik verkeer mevrouw. Vandaag ben ik meegaand.” “Wel meneer, dan vul ik ook hier beiden in: meegaand en lastig.”
“Nu nog een persoonlijke vraag meneer, u hoeft die niet te beantwoorden, maar ik raad het u wel aan. Voor u eigen gemoedsrust. Begrijpt u? Wat is het u waard om antwoord op al uw vragen en problemen te krijgen?” Die vraag stemt tot nadenken. “Nou mevrouw, daar vraagt u me wat. Indien het bevredigende antwoorden oplevert, veel, heel veel. In tijd en geld is dat voor mij niet uit te drukken. Daar wilt u zeker naartoe mevrouw, niet waar?” Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Tsja meneer, er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan onze dienstverlening. Maar daar komen we samen wel uit, toch? Onze klanten zijn over het algemeen zeer tevreden en zeer gul. Gaat u akkoord als ik bij deze vraag ’alles’ in vul?” De poezelige stem klinkt onweerstaanbaar maar ik antwoord resoluut. “Laat u die vraag nog maar even open staan, mevrouw, tot na het gratis consult met uw goedvinden.”
“Best meneer, wilt u dan wel zo vriendelijk zijn om al uw klantvragen én -problemen duidelijk op een A4 te schrijven. Want tot zover reikt het gratis consult. En ja, ik weet het, een A4 is lang niet toereikend om alles duidelijk te formuleren. Maar alleen op deze wijze kunnen we antwoorden garanderen die u een gouden glimlach bezorgen. In de beperking toont zich de meester niet waar? Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat in een juiste formulering van de vraag, het antwoord vaak al schuil gaat, ha, ha. Wij worden samen slapend rijk meneer. Begrijpt u? Ja, u en ik. En ik kan u nu al vertellen meneer, als u hier vandaan gaat bent u weer helemaal het mannetje. Dan voelt u zich weer koning. Koning klant. Komt u nu maar snel. Zullen we zeggen tot over een half uur?” Ik krijg geen tijd meer om antwoord te geven. De dame in kwestie heeft ingelegd. De boodschap is duidelijk. Ik noteer het adres met een vette glimlach. Op naar goud. Het A4 schrijf ik in een mum van tijd vol. Geen probleem.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Is dit een grap of een serieuze zaak? Ik wil er het mijne van weten en hang meteen aan de telefoon. Een mevrouw met poezelige geeft antwoord. “Hallo, met Klantenopvangcentrum het Gouden Glimlachje, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik kom meteen to the point. “Beste mevrouw, ik las vandaag uw advertentie in de Koerier en vroeg me af wat het Gouden Glimlachje voor mij kan betekenen?” “Ha, ha, meneer u bent een leukerd, u kaatst de vraag terug, nu heeft u een serieus probleem.” Ik laat een kleine stilte vallen en antwoord: “Ja, daar bel ik dus voor, mijn vragen leiden altijd tot problemen.” “Nou meneer, in dat geval bent u bij ons aan het juiste adres. Wij bieden maatwerkoplossingen voor zowel vragen en problemen. Het eerste consult is gratis, dus roept u maar, wanneer kunt u langskomen?”
De directheid waarmee ik aangesproken wordt vraagt om een doortastend antwoord. “Nu meteen mevrouw, kan dat?” “Dat kan meneer, maar dan heb ik wel eerst wat gegevens van u nodig.” Onmiddellijk voel ik argwaan opkomen. “Graag wil ik even het klantenprofiel met uw doornemen, puur administratief, is dat goed?” “Nou vooruit dan, ik ben vandaag in een goede bui, vraagt u maar.” “Hoelang bent u al klant?” “Mmm … moeilijke vraag, vanaf mijn geboorte denk ik.” “Bent u een tevreden of ontevreden klant?” “Dat hangt ervan af, ik heb zo mijn behoeftes. Zolang die gekoesterd worden ben ik tevreden, anders niet.” “Klinkt logisch meneer, ik vul beiden in: tevreden en ontevreden. De volgende vraag. Bent u als klant meegaand of lastig?” “Dat hangt geheel af van de stemming waarin ik verkeer mevrouw. Vandaag ben ik meegaand.” “Wel meneer, dan vul ik ook hier beiden in: meegaand en lastig.”
“Nu nog een persoonlijke vraag meneer, u hoeft die niet te beantwoorden, maar ik raad het u wel aan. Voor u eigen gemoedsrust. Begrijpt u? Wat is het u waard om antwoord op al uw vragen en problemen te krijgen?” Die vraag stemt tot nadenken. “Nou mevrouw, daar vraagt u me wat. Indien het bevredigende antwoorden oplevert, veel, heel veel. In tijd en geld is dat voor mij niet uit te drukken. Daar wilt u zeker naartoe mevrouw, niet waar?” Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Tsja meneer, er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan onze dienstverlening. Maar daar komen we samen wel uit, toch? Onze klanten zijn over het algemeen zeer tevreden en zeer gul. Gaat u akkoord als ik bij deze vraag ’alles’ in vul?” De poezelige stem klinkt onweerstaanbaar maar ik antwoord resoluut. “Laat u die vraag nog maar even open staan, mevrouw, tot na het gratis consult met uw goedvinden.”
“Best meneer, wilt u dan wel zo vriendelijk zijn om al uw klantvragen én -problemen duidelijk op een A4 te schrijven. Want tot zover reikt het gratis consult. En ja, ik weet het, een A4 is lang niet toereikend om alles duidelijk te formuleren. Maar alleen op deze wijze kunnen we antwoorden garanderen die u een gouden glimlach bezorgen. In de beperking toont zich de meester niet waar? Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat in een juiste formulering van de vraag, het antwoord vaak al schuil gaat, ha, ha. Wij worden samen slapend rijk meneer. Begrijpt u? Ja, u en ik. En ik kan u nu al vertellen meneer, als u hier vandaan gaat bent u weer helemaal het mannetje. Dan voelt u zich weer koning. Koning klant. Komt u nu maar snel. Zullen we zeggen tot over een half uur?” Ik krijg geen tijd meer om antwoord te geven. De dame in kwestie heeft ingelegd. De boodschap is duidelijk. Ik noteer het adres met een vette glimlach. Op naar goud. Het A4 schrijf ik in een mum van tijd vol. Geen probleem.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
31-07-2011
Columns van Harrie (Juli 2011)
Metalen mug / Gein & Ongein / 05-07-2011
De rust is compleet verstoord. Een vreemde karavaan trekt door mijn bos. Het doet pijn aan ogen en oren. Felle kleuren vliegen door de lucht, ik kan het even niet plaatsen. Net als het scherpe geluid. Keihard wordt er luid toeterend tussen de bomen doorgereden. Uit de ramen van maffe stinkende koetsen wordt van alles het bos in gegooid. Ik maak me grote zorgen. Waar is Raakhout? In zijn verliefde toestand wil hij zijn hoofd wel eens verliezen. Onoplettendheid is het ergste wat hem nu kan overkomen. Ongerust ga ik naar hem op zoek. Ik moet me vasthouden aan een berk want ik word bijna overreden door een man op een hard hollend ijzeren paard die al blazend op een fluitje, drukgebarend mij denkt weg te wuiven. Dat gaat niet gebeuren. Ho ho, dit is mijn bos. Maar al snel begrijp ik waarom die maffe ridder mij weg wil hebben van het bospad. Het bos kotst in één keer wel honderd supergrote metalen muggen uit. Op de rug van de muggen zitten allemaal mannetjes die voorovergebogen en geconcentreerd naar het bospad turen. Ze komen recht op mij af. Ik duik snel weg achter de berk. Zoemend sneren ze voorbij en zuigen mij bijna mee in een slipstream. De muggen dragen allemaal een klein helmpje op hun hoofd en stinken naar zweet en iets chemisch. Ze dragen felgekleurde tshirts. Ik zie geel, groen en wit. Als ik ook nog rode bolletjes voorbij zie komen slaat de schrik om mijn hart. Het zijn toch geen bloeddruppels? Ik denk aan Raakhout en hoor hem plots zacht kwaken. Het is niet waar? Ik ren keihard richting het einde van de muggenstroom en zie Raakhout op het bospad zitten. Hard huilend nu. Naast hem ligt Slijmballetje, zijn grote liefde, badend in het bloed. Overreden door een metalen mug. Raakhout is ontroostbaar.
Pleased to meet you / Verkeer / 13-07-2011
Bloody hell wat een rotweer. Ik dacht even dat ik van het eilandweer verlost was. Maar mooi niet. Wat een merkwaardige wereld is het hier, met een heel bijzonder landschap. Het ruikt en smaakt een beetje als kale with sausage. Wat opvalt is dat je heel ver weg kunt kijken. Very wide. Het is best wel een plat landje. Very flat. Dat geeft mensen air to breath.
Het volk dat hier rondhuppelt maakt op mij wel een gestreste indruk. Als drukke mieren rennen ze heen en weer en hebben nauwelijks tijd voor elkaar. Blijkbaar hebben ze ook allemaal last van hun oren. Voortdurend houden ze daar een apparaatje tegen aan. Soms praten ze tegen dat ding. Very strange. Het heeft wel mijn interesse. Alles wat met communicatie te maken heeft boeit mij. Wolken lezen en braille zijn mijn favoriet. Why? De lijntjes zijn kort, de boodschap helder en weinig last van ruis. Bovendien maakt dit soort communicatie nauwelijks lawaai.
Het is de fascinatie voor communicatie die mij op deze mooie website gebracht heeft. Op aanraden van mijn grote vriend Catweazle. Die kwam ik tegen, een stukje terug in de tijd. Ik dacht zo om en nabij de jaren zeventig. Een grappig mannetje met zijn gekartelde borstrok en zijn gestoorde pad. Hoe heette dat beest nu ook alweer? O ja, het schiet me weer te binnen, Raakhout. Ik houd het liever bij Touchwood. Was die niet onlangs verliefd? En was zijn vlam niet aangereden door een metalen mug? Tenminste zo vertelde Catweazle het. Ik moest gelijk aan een bicycle denken. Een fiets toch?
Bloody hell waarom wordt hier in dit land toch alles vertaald en spreekt men niet gewoon beschaafd Engels. Idiots. Ik kreeg nog wel een tip van Catweazle mee. Er schijnen hier nogal wat maffe figuren rond te lopen op de website die zich overal over opwinden. Nou ben ik niet zo van de bange. Open minded, zo gezegd. Mocht het niet bevallen, ach, dan zap ik toch gewoon weer weg. Wel zo handig met mijn timemachine. De komende tijd laat ik me graag verrassen op deze website. Zelf zal ik ook met verrassingen komen. Surprise, surprise. Mijn eerste indruk van het tijdperk waarin ik mij nu begeef is positief. Een wonderlijk tijdperk waarin iedereen online babbelt en schrijft. Pleased to meet you. Who? Ja, die ja, Dokter Wie!
Spooky en Sue / Verkeer / 21-07-2011
Het is hartje zomer op het vlakke land en het vriest dat het kraakt. Dat is in geen duizend jaar voorgekomen. De vlakkelanders zijn dan ook behoorlijk in de war. Very confused. Het roept veel vragen op in het derde gallacticum. De vlakkelanders van sterrengat Joepilèr vrezen oorlog met de weergoden. Ze zijn druk doende met de vorming van hun armada. Al maanden vlechten ze eindeloos dag en nacht dikke kabels stignomars die noodzakelijk zijn om de ruimte te overspannen. Het zal de vlakkelanders pas rust geven als de stignomarskabels aangehecht kunnen worden aan hun ruimteschepen.
Spooky, de aanvoerder van de vlakkelanders ziet het somber in. Het koste hem weinig moeite om de voortekenen van een nieuwe ijstijd snel te herkennen. Hij kan zich de laatste ijstijd van 3711 nog goed herinneren. Die heeft de populatie vlakkelanders ernstig uitgedund. Dat nu juist in de zomer van 4711 het noodlot weer dreigt toe te slaan vraagt om een alerte reactie van Spooky. Hij kan maar één ding bedenken. De hulp van Sue inroepen. Spooky weet dat de weergoden een enorme hekel hebben aan achterklap en roddel. Vooral tijdreus Sependipios, de aanvoerder van de weergoden. Hij heeft ooit een fikse gehoorbeschadiging opgelopen door een hevige aanval van achterklap en roddel. Sindsdien heeft hij verdomt veel moeite met het horen van de klok. Een enorme handicap.
Goed kunnen klok luisteren is van levensbelang in het derde gallacticum. Sependipios draagt dan ook altijd oorbeschermers van gumsnum. Gumsnum is een ijzersterk materiaal dat lucht en geluid doorlaat. Het is zo geweven dat het ook dienst doet als filter. Het vormt als zodanig een ingenieus timbre-analysesysteem. Er is maar één manier waarop het timbre-analysesysteem getackeld kan worden en daarmee ook een dreigende ijstijd. Dat is een kordaat optreden van Sue en Spooky. Sue de meesteres van roddel en achterklap en Spooky de stampvoetende vlakkelander.
Sue is een bijzonder schepsel dat al een oneindigheid rondzweeft in sterrengat Joepilèr. Ze is geboren in het aardemillenium, heel lang geleden. In het aardemillenium was sprake van een vreemde dualiteit tussen twee soorten aardbewoners. De mannetjes en de vrouwtjes. Die leefden in een soort haatliefde met elkaar. Toen na de grote postknal de aarde verging is Sue als enige van de vrouwtjes overgebleven. Behept met een merkwaardig talent heeft ze alle gallactica overleefd. Ze orakelt, ratelt en krijst met een gigantisch volume. Roddel en achterklap zijn haar oorlogswapens. Het zijn dodelijke wapens. Sinds jaar en dag wordt Sue al achtervolgd door tijdreus Sependipios. Hij wil haar nog steeds wreken. Door haar toedoen is hij doof geworden. Zij heeft hem bijna letterlijk dood geroddeld. Het scherpzinnige taalgevecht dat daarmee gepaard ging is opgetekend door Freak Alfa. Freak is de aangewezen persoon om Sue op te sporen.
Freak Alfa is na het taalgevecht hevig verliefd geworden op Sue. Alleen hij weet hoe in contact te treden met Sue. Als Spooky zijn vlakkelanders wil redden van de vriesdood dan zal hij zo snel mogelijk Freak moeten inschakelen. Spooky wacht geen seconde langer en stampt met zijn eeltige bergvoeten keihard op de grond. Het dunne ijs, dat al een flink stuk over het land is gekropen, breekt. Freak rijst op uit de grond. Hij bibbert van de kou en begrijpt onmiddellijk wat hem te doen staat. Met grote slagen zwiept Freak zijn vier meter lange groene tentakels in de lucht en speurt met al zijn tentakelogen de kosmos af. Hij hoeft nu nog maar alleen te blozen om Sue te lokken.
Een donderend geluid afgewisseld met een kakofonie van metaalachtige geluiden komt als een gigantische geluidsorkaan op Freak en Spooky afgedenderd. Snel zetten ze hun gumsnummen oorbeschermers op. Net op tijd. Sue land op het gladde verse ijs. Wat is ze mooi. Haar steenkoolzwarte huid glanst, spiegelt en weerkaatst in de ogen van Freak en Spooky. Het hart van Freak vat onmiddellijk vlam. Snel slaat hij de vlammen met zijn groene tentakels uit. Gelukkig weet ook Sue wat haar te doen staat. De ijstijd moet hoe dan ook voorkomen worden. Samen met Spooky betreedt ze de kleine arena die gevormd is door het kruiend ijs. Beiden beseffen dat tijdreus Sependipios ergens op de loer ligt, de tijdreusschurk. Ziedend stampt Spooky de grond aan gort en begint een luidruchtig en oorverdovend gesprek met Sue.
Spooky met verheven stem: Je praat te veel. Je praat over mensen die je nooit hebt gezien. Je praat veel te veel. Je praat over mensen. Waar je ook maar naartoe gaat. Je praat over goede dingen en over slechte dingen. Je praat en je praat en je praat. Je praat te veel.
Sue gillend: Wat bedoel je, ik praat te veel. Je weet verrekte goed dat ik te veel praat. Wat geef jij erom. Als dat ijskonijn hier maar snel verdwijnt. God damned, you Sependipios.
Doodse stilte. Zachtjes waait een warme zuidenwind rondom de hoofden van Spooky en Sue. De wind blaast zachtjes in hun nek en fluistert met een lispelend geluid: Het is goed zo jongens, Sependipios is bezweken, de nieuwe ijstijd is geweken.
De Imalupisram / Verkeer / 28-07-2011
Verontrust knoopt de dokter zijn bonte sjaal om zijn nek. Wat hij nu toch weer vernomen heeft baart hem grote zorgen. Een vreemd dier is plots opgedoken in de kwariband van Palombia. Vlak bij Venezuela. Volgens de overlevering luistert het vreemde dier naar de naam Imalupisram. Dat klinkt verdacht. De naam komt de dokter bekend voor en voorspelt in zijn ogen niet veel goeds. Wildeman is het nieuws komen brengen. Hij had het weer gehoord via de tam tam. Wildeman is technieker en medicijnman van sterrengat Joepilèr en al gallactica lang bevriend met de dokter. De dokter kan de boodschap van Wildeman niet negeren. Er rest hem dan ook niets anders dan polshoogte te gaan nemen. De Imalupisram kan nogal schade berokkenen aan zijn omgeving.
Voorzichtig klimt de doktor in zijn Zitrad. Het Zitrad is al vele gallactica lang de trouwe vervoerder en metgezel van de dokter. Het ultieme vervoersmiddel om door het sterrengat Joepilèr te reizen. Dit keer wordt het een verre en lange reis. Palombia lijkt dichtbij te liggen. Maar schijn bedriegt. Dit stukje hogeland is tijdens de twaalfde universumoorlog afgeschoten door tijdreus Sependipios. Dat gebeurde met veel geweld en veel klokslagen. Sindsdien heeft Palombia zich afgescheiden van het sterrengat Joepilèr en het sterrengat zelfs verlaten. Dat betekent dat de dokter zich op onbekend terrein en in onbekende tijd moet gaan begeven. Volgens Wildeman heeft Palombia zich lang geleden aangesloten bij het koninkrijk Fantasia. Dat gaat naar alle waarschijnlijkheid voor nog meer problemen zorgen. Fantasia en Joepilèr zijn sinds gallacticaheugenis in oorlog met elkaar.
De dokter weet dat hij snel moet handelen. Het schiet hem weer te binnen dat de Imalupisram bekend staat om zijn ongekende voortplanting- en territoriumdriften. De dokter moet kost wat kost voorkomen dat de Imalupisram in aanraking komt met zijn tegenbeeld. Zodra de Imalupisram zich weet te verenigen met zijn tegenbeeld heb je de poppen aan het dansen. Zowel de dokter als Wildeman weten waar het tegenbeeld van de Imalupisram zich bevindt. Vlakbij de kwariband van Palombia. Er is haast geboden.
Het Zitrad slaakt een diepe zucht zodra de dokter is ingestapt. Het is alweer even geleden dat het baasje gebruik heeft gemaakt van zijn diensten. Dat laat ie weten ook. Zodra de dokter de startknop kust spurt het Zitrad gevaarlijk knarsend en met veel herrie weg. De dokter valt bijna achterover van het Zitrad af. De tandwielen van het Zitrad schuren droog en luid piepend over elkaar heen. Het lijkt wel of het Zitrad protesteert. Gelukkig is Wildeman in de buurt. De technieker heeft het Zitrad binnen een mum van tijd weer aan de praat. Over vierhonderd kwintustoeten zijn ze op de plaats van bestemming. Als alles meezit.
Langzaam drijft het Zitraad het koninkrijk Fantasia binnen. Voor de zekerheid is Wildeman meegereisd met de dokter. Hij is ook redelijk vertrouwd met het tegenbeeld van de Imalupisram. Wildeman kent beiden tegenpolen en is een specialist in het vinden van tegenpolen. Best moeilijk want de Imalupisram en zijn tegenbeeld zijn complementair gekleurd, gevlekt en erg harig. Ten allen tijden moet voorkomen worden dat zij elkaar ontmoeten. De kans bestaat namelijk dat de Imalupisram zijn tegenbeeld onmiddellijk wil bevruchten. Dat mag absoluut niet gebeuren. Het gezang en de paringsgeluiden tijdens de paring zullen zo schel en vals klinken dat het alle nabije sterrengaten doet knallen en exploderen. Koninkrijk Fantasia, Palombia en Joepilèr zullen dan voorgoed uit het heelal verdwijnen. Niet echt de bedoeling.
Wildeman spitst zijn oren en luistert goed of hij het lieve gezang kan opvangen van het tegenbeeld van de Imalupisram. Ze zweven nog een aantal kwintustoeten door Fantasia. Plotseling gebaart Wildeman de dokter het Zitrad uit te zetten. Hij is iets op het spoor. Heel zachtjes hoort Wildeman het tegenbeeld in de verte zingen: “Wij zijn twee vrienden, jij en ik. Twee dikke vrienden, jij en ik. Wij blijven altijd bij elkaar. Al worden we meer dan honderd jaar. Wij blijven vrienden tot onze laatste snik. Hoebahoebahoebahophophop Hoebahoebahoebahophophop!” Ze hebben het tegenbeeld gevonden. De dokter weet wat hem te doen staat. Snel trekt hij een groot schepnet uit zijn tas en springt uit het Zitrad.
Zijn Marsipulamivanger komt nu uitstekend van pas en doet effectief zijn werk. Met een grote elegante worp is de Marsipulami in een paar microkwintustoeten gevangen. Piepend begint de Marsipulami keihard om Guust en Dennie te roepen. Niet zo vreemd. Zij hebben de Marsipulami per slot van rekening tot leven gebracht. In hun armen wil hij dan ook het liefst sterven. Maar dat is helemaal niet aan de orde. Zodra de Marsipulami wat gekalmeerd is leggen de dokter en Wildeman uit waar het gevaar zit. Gelukkig is de Marsipulami een goede verstaander en heeft aan een half woord genoeg. Het laatst wat ie wil is de Imalupisram tegenkomen. De laatste keer dat dit gebeurde is Marsipulami bijna zijn marsipulamiheid kwijt geraakt. En die wil hij nog graag heel lang behouden. Er rest de Marsipulami dan ook niets anders dan zich de komende tijd stil en zwijgend te houden. Opdat de Imalupisram hem never nooit zal vinden. Met een gerust hart keren Wildeman en de dokter terug naar Joepilèr. Ze waren er gelukkig weer op tijd bij.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)