Posts tonen met het label klant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klant. Alle posts tonen

03-08-2011

Het Gouden Glimlachje

Ik sla de advertentiepagina open van het plaatselijke leugenaartje en schiet in de lach bij een merkwaardige advertentie. Een blijde wulpse dame kijkt me verleidelijk aan. Ze staat achter een kleurrijke balie. Boven de balie hangt een groot bord met de tekst ‘Welkom bij Klantenopvangcentrum Het Gouden Glimlachje!’. Onder de schreeuwletters staat nog een kleinere tekst. ‘Oplossingen op maat voor al uw klantvragen én -problemen. Eerste consult gratis. Bel 06-109708605 voor een afspraak.’ Op de balie zie ik een lamp staan in de vorm van een groot hart.

Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Is dit een grap of een serieuze zaak? Ik wil er het mijne van weten en hang meteen aan de telefoon. Een mevrouw met poezelige geeft antwoord. “Hallo, met Klantenopvangcentrum het Gouden Glimlachje, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik kom meteen to the point. “Beste mevrouw, ik las vandaag uw advertentie in de Koerier en vroeg me af wat het Gouden Glimlachje voor mij kan betekenen?” “Ha, ha, meneer u bent een leukerd, u kaatst de vraag terug, nu heeft u een serieus probleem.” Ik laat een kleine stilte vallen en antwoord: “Ja, daar bel ik dus voor, mijn vragen leiden altijd tot problemen.” “Nou meneer, in dat geval bent u bij ons aan het juiste adres. Wij bieden maatwerkoplossingen voor zowel vragen en problemen. Het eerste consult is gratis, dus roept u maar, wanneer kunt u langskomen?”

De directheid waarmee ik aangesproken wordt vraagt om een doortastend antwoord. “Nu meteen mevrouw, kan dat?” “Dat kan meneer, maar dan heb ik wel eerst wat gegevens van u nodig.” Onmiddellijk voel ik argwaan opkomen. “Graag wil ik even het klantenprofiel met uw doornemen, puur administratief, is dat goed?” “Nou vooruit dan, ik ben vandaag in een goede bui, vraagt u maar.” “Hoelang bent u al klant?” “Mmm … moeilijke vraag, vanaf mijn geboorte denk ik.” “Bent u een tevreden of ontevreden klant?” “Dat hangt ervan af, ik heb zo mijn behoeftes. Zolang die gekoesterd worden ben ik tevreden, anders niet.” “Klinkt logisch meneer, ik vul beiden in: tevreden en ontevreden. De volgende vraag. Bent u als klant meegaand of lastig?” “Dat hangt geheel af van de stemming waarin ik verkeer mevrouw. Vandaag ben ik meegaand.” “Wel meneer, dan vul ik ook hier beiden in: meegaand en lastig.”

“Nu nog een persoonlijke vraag meneer, u hoeft die niet te beantwoorden, maar ik raad het u wel aan. Voor u eigen gemoedsrust. Begrijpt u? Wat is het u waard om antwoord op al uw vragen en problemen te krijgen?” Die vraag stemt tot nadenken. “Nou mevrouw, daar vraagt u me wat. Indien het bevredigende antwoorden oplevert, veel, heel veel. In tijd en geld is dat voor mij niet uit te drukken. Daar wilt u zeker naartoe mevrouw, niet waar?” Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Tsja meneer, er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan onze dienstverlening. Maar daar komen we samen wel uit, toch? Onze klanten zijn over het algemeen zeer tevreden en zeer gul. Gaat u akkoord als ik bij deze vraag ’alles’ in vul?” De poezelige stem klinkt onweerstaanbaar maar ik antwoord resoluut. “Laat u die vraag nog maar even open staan, mevrouw, tot na het gratis consult met uw goedvinden.”

“Best meneer, wilt u dan wel zo vriendelijk zijn om al uw klantvragen én -problemen duidelijk op een A4 te schrijven. Want tot zover reikt het gratis consult. En ja, ik weet het, een A4 is lang niet toereikend om alles duidelijk te formuleren. Maar alleen op deze wijze kunnen we antwoorden garanderen die u een gouden glimlach bezorgen. In de beperking toont zich de meester niet waar? Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat in een juiste formulering van de vraag, het antwoord vaak al schuil gaat, ha, ha. Wij worden samen slapend rijk meneer. Begrijpt u? Ja, u en ik. En ik kan u nu al vertellen meneer, als u hier vandaan gaat bent u weer helemaal het mannetje. Dan voelt u zich weer koning. Koning klant. Komt u nu maar snel. Zullen we zeggen tot over een half uur?” Ik krijg geen tijd meer om antwoord te geven. De dame in kwestie heeft ingelegd. De boodschap is duidelijk. Ik noteer het adres met een vette glimlach. Op naar goud. Het A4 schrijf ik in een mum van tijd vol. Geen probleem.

Mien

Geschreven voor website Gek op Klanten




26-04-2011

Klantengek

Verkleed in een bruin harig kostuum gleed hij de supermarkt uit. De oren in de nek en de staart tussen de benen. Wat had hij het warm gehad de afgelopen week. Op eieren had ie moeten lopen. Vijfentwintig graden was de buitentemperatuur en binnen was het nog geen zeventien. Snipverkouden was ie geworden. Daarnaast was hij bijna stapelgek geworden van al die supermarktklanten die hem belaagden. Stiekem lachten ze hem uit en noemden hem maf konijn. Dat vond de aangeklede paashaas niet fijn. Hij ergerde zich gruwelijk aan mensen die hem bij de foute naam noemden. "Ik ben geen maf konijn, ik ben een paashaas!" meesmuilde hij dan.

Een week lang had ie paasartikelen aangeprezen. Chocolade paashazen en eieren van fondant. Hij had wel duizend kindjes op zijn schoot gehad. Sommigen hadden keihard aan zijn snorharen getrokken. Dat had zeer gedaan. Door al dat getrek had hij een rode neus gekregen. Ja, ook kleine mensjes konden heel vervelend doen. Maar als dappere dodo liet hij zich niet kennen. Hij was geen bang konijn en zeker geen angsthaas.

Als paashaas vond hij troost bij de trekharmonicaman. Die stond elke dag trouw bij de schuifdeuren van de supermarkt. Hij maakte de mensen gelijktijdig blij en kwaad met zijn gebrekkig repertoir aan trekharmonicamuziek. Samen rookten de paashaas en de trekharmonicaman zo af en toe samen een sigaretje en bespraken dan het publiek van die dag. Hun gesprekken noemden ze voor de gein dan beroepsdeformatie. Daar moesten ze beiden als supermarktallochtonen altijd keihard om lachen. Gezonde zelfspot zo gezegd. Met z’n twee hadden ze eigenlijk best veel lol.

De supermarktmanager was erg in zijn nopjes met de twee allochtonen. Niemand plezierde en kietelde de supermarktklanten beter dan de trekharmonicaman en de paashaas. Zij waren namelijk echt klantengek. Stapel waren ze op klanten. Ze vraten de klanten bijna letterlijk op. Dat lieten de klanten zich graag welgevallen. In het jungleleven dat een supermarkt soms kon zijn gold de gouden regel: "Eten of gegeten worden". Nou dat wilde wel lukken met paasartikelen op trekharmonicamuziek. Een gouden combinatie. Na elke uitvoering ging de trekharmonicaman met de pet rond, de paashaas huppelend achter hem aan. Dat leverde entertainment en trok klanten. En ach, dat kleingeld kon de supermarkt best missen. Met de kleine vis werd uiteindelijk de grote binnengehaald.

Mien Bunny

Geschreven voor website Gek op Klanten

19-02-2011

Klantcontact achter gordijnen

Voorzichtig schuift het blauwe gordijn opzij. Drie lingeriesetjes worden aangereikt. Een rood, wit en een blauw setje. De achtergrondmuziek zwelt aan. Lady Gaga vult plots de ruimte. Ik wurm me in het veel te nauwe pashokje in het rode setje. Met een poker face tuur ik in de spiegel. Dat wordt helemaal niks en ik roep Alejandro erbij. Alejandro biedt troost en een helpende hand. Hij loopt een blauwtje en ik, ik trek wit weg. It’s a bad romance.

Met een ferme ruk wordt het witte gordijn opzij geschoven. Een dame op crocs treedt binnen. Het gordijn wordt dicht geschoven. Hallo, uw naam en geboortedatum graag en rolt u de mouw maar even op. Een koude hand betast mijn arm op zoek naar een blauwe ader. Een scherpe naald schiet vlotjes het zachte vlees in. Mijn bloed wordt rood opgezogen. Ik krijg een pleister op de wonde. Drukt u hem maar even aan. Het gordijn wordt open geschoven. Goedendag. Service as cold as ice.

Het geroezemoes in de zaal neemt toe. Achter de coulissen nemen veertien dames hun positie in. Het blauwe licht dooft en tromgeroffel klinkt. Langzaam schuift het rode gordijn open. Mesdames et messieurs, je vous présente: a lovegame. Op het podium verschijnen de dames in witte sexy lingerie met prachtige verentooien op hun hoofd. Lenig gooien ze hun benen beurtelings in de lucht. Paparazzi kijken ademloos toe. The Can Can keeps the customers satisfied.

Zachtjes piept de badkamerdeur open. Contouren van een naakte vrouw schijnen door het plastic gordijn. Een vreemd personage glijdt door de blauwe stoom. In zijn hand blinkt fel wit het lemmet van een scherp mes. Krijsende violen kondigen onheilspellend onraad aan. Met grote molenwiekslagen maait de indringer dwars door het plastic gordijn heen, het mes een aantal keren in de borst van de naakte vrouw. Lichtrood bloed vermengt zich met water en sijpelt weg in het doucheputje. Psycho Killer qu'est que c'est?

De kassa rinkelt. Pink Floyd dreunt de stereo uit. Een voorname man met rode anjer loopt wat te paraderen. De liftdeur gaat open en een vlotte jongeman in wit pak heupwiegt van de trap. Achter de toonbank staat een oude man met plakhaar. Hij heeft een potlood achter zijn oor en om zijn nek hangt een plastic rolmeter. De klok slaat negen uur en de eerste klant loopt binnen. Hij neust wat rond. Vanachter een gordijn verschijnt een chique vrouw met een blauw kermiskapsel. Zij is zeer attent. Loopt op de klant af en roept bekakt: Are you being served?

Mien Can Can

Geschreven voor website Gek op Klanten

09-01-2011

Klantvriendelijkheid

Ik doe altijd wat de klant belooft. Ze maken mij niet gek. Als de klant belooft dat hij zijn portemonnee gaat halen, bel ik hem altijd even na. Voor het geval hij dat vergeten is. Meestal zijn ze aangenaam verrast als ze mij aan de telefoon krijgen.

“Ja, hallo meneer Boodschap, u spreekt met meneer Winkelmans. Ik ben even benieuwd, heeft u uw portemonnee al gevonden? Ik maak me eigenlijk een beetje ongerust.”
“Ehhh … mijn portemonnee vergeten, o ja, dat klopt … ehhh … ik kwam onderweg een vriend van mij tegen, vandaar dat ik nog geen tijd had om terug te komen.”
“Is niet erg meneer Boodschap, wachten wij gewoon nog even. Ik maak er wel even een kleine notitie van. Maakt u vooral geen haast. We hebben tijd genoeg. Tot zo!”
“Kan ik dan nog even de hond uitlaten, onze Blacky moet nodig plassen!”
“Prima, maar bedenkt u wel, wij sluiten stipt om 17:00 uur. De winkelworstwarenwet schrijft voor dat wij onze klandizie afhandelen tussen 08:30 en 17:00 uur. Daar dient u zich aan te houden. Tot zo!”

Zo nu is het een kwestie van geduld bewaren. Ik ken mijn klanten en probeer mij altijd in te leven in hun beslommeringen. Blacky klinkt als een kleine hond. Kleine plas dus. Ze wonen om de hoek. Ik geef meneer Boodschap een half uur.

“Ja, hallo meneer Boodschap, hier nogmaals met meneer Winkelmans. Zeg het is nu 16:30 uur en ik heb u nog niet terug gezien. Dat is niet netjes en niet conform de afspraak. Weet u wel wat dit voor gevolgen heeft voor onze economie?”
“O sorry meneer Winkelmans, onze Blacky moest ook nog een grote boodschap doen. It runs in the family. Ha, ha. Ahoewwwwwww. Blacky, koest l!!.”
“Nou, nou, nou, meneer Boodschap, dat zijn geen grappen hoor. U bedient zich hier van een flauwe smoes. Iedereen moet zijn steentje bijdragen aan de financiële crisis. Ik geef u nog 10 minuten.”

Meestal sorteert deze handelswijze het beoogde effect. Een klant moet niet denken dat ie mij voor het lapje kan houden. Ik ken mijn pappenheimers. Gelukkig is meneer Boodschap doorgaans zeer meegaand en snel van begrip. Aha, daar is hij al.

“Goedemiddag, meneer Boodschap, u hebt uw portemonnee weer gevonden?”
“Ja, hij zat in mijn andere broek. Nogmaals sorry voor de overlast. Doet u mij nu maar dat mooie biefstukje waar we het vanochtend over hadden.”
“Tja, meneer Boodschap dat zal niet meer gaan vrees ik. De biefstuk is uitverkocht.”
“Maar u zou toch een biefstukje opzij leggen voor mij?”
“Ja, ja, ho eens even, zo zijn we niet getrouwd. U hebt verzuimd op tijd terug te komen. Daar kan ik als vleesboer geen rekening mee houden hoor. Ik heb hier nog een kilo zult, daar zult u het mee moeten doen! Dat is dan twaalf euro dertig.”
“Twaalf euro dertig! Voor een kilo zult waarom ik niet gevraagd heb?”
“Ja, meneer, dat is twaalf euro dertig. U weet niet welke doodsangsten ik heb uitgestaan dat ik die biefstuk niet meer op tijd verkocht zou krijgen. Dat moet ik helaas aan u doorrekenen.”
“Dat kunt u niet maken meneer Winkelmans!”
“O jawel meneer Boodschap, ik beroep mij op de winkelworstwarenwet artikel 3.5 en wilt u nu zo vriendelijk zijn te betalen. Het is al bijna 17:00 uur!”
“Nou het is dat het zo slecht gaat met de economie en ik wel wat kan lijden. Alstublieft!”
“Dank u wel en tot ziens meneer Boodschap, doet u de deur achter u dicht?”

Zolang je maar vriendelijk en duidelijk bent tegen je klanten komt het altijd goed. In zware tijden moet je elkaar helpen. Desnoods met harde maatregelen. Zo’n winkelworstwarenwet komt dan goed van pas. Mij eten ze in ieder geval de kaas niet van het brood.

Mien Hoofdkaas

Geschreven voor website Gek op Klanten

21-09-2010

Helpdeskboy

“Mag ik even uw PC-nummer weten, meneer?”
In lichte paniek staar ik apathisch naar mijn elektronische toverdoos. Met mijn ogen scan ik alle getallencombinaties af die mogelijk mijn PC-nummer zouden kunnen duiden. Securitycode, verpakkingscode, processorcode. Mijn hele PC staat vol cijfertjes. Maar waar kan ik in hemelsnaam mijn PC-nummer vinden?

“Het bestaat uit twee letters gevolgd door zes cijfers en het staat waarschijnlijk boven op uw PC, meneer.” Ik trek mijn antieke toverdoos met veel kabaal onder mijn bureau vandaan en warempel, daar zie ik een plaatje met inscriptie PS123456.
“Ja, meneer, bij een laptop was het eenvoudiger geweest”, hoor ik de helpdeskboy aan de andere kant van de lijn triomfantelijk zeggen. Hij heeft duidelijk mijn gemorrel en gestuntel door de telefoon waargenomen. Ik geef snel mijn PC-nummer door.

“Mag ik nu even uw PN weten?” Mijn hersens kraken, wat was dat ook alweer, PN? O ja, mijn personeelsnummer. Niet te verwarren met mijn telefoonnummer dat op één cijfer na hetzelfde is. Ik antwoord braaf en hoest de cijfers op. Vervolgens gaat de helpdeskboy verder met het diepte-interview.
“Hebt u de PC al een keer uit- en opnieuw aangezet?”
“Jazeker, antwoord ik voldaan.”
“Oké, en daarna doorloopt uw PC een security-scan, klopt dat? Tja, dat is vervelend hè, telkens zo’n check-up? En vervolgens worden er nieuwe patches geïnstalleerd, klopt dat? Mooi. Dan ga ik nu uw PC overnemen.”
“Er verschijnt een pop-up op uw beeldscherm en u wordt gevraagd om mij toe te laten op uw PC. Met remote control neem ik dan uw PC over. Daar komt ie.”

De laatste twee minuten van deze conversatie met de helpdeskboy voorspellen niet veel goeds. Ondanks de oorlogskretologie probeer ik rust en geduld te bewaren. Bijna mijn volledige doopcel heb ik moeten lichten alvorens er iets zinnigs over mijn PC-probleempje naar buiten komt. Nu ik eenmaal contact heb mag ik het niet verliezen. Er zitten nog veel wachtenden op de lijn. Dat weet ik. Zelf heb ik ook bijna 10 minuten moeten wachten.

Plots verschijnt het pop-up-scherm voor mijn ogen. Ik geef de helpdeskboy toestemming om mijn PC over te nemen. De cursorpijl vliegt als een razende roeland kriskras over mijn beeldscherm. Drie vensters worden achter elkaar open geklikt. Maar helaas, de vijand zit elders verhuld. De lijn en de cursorpijl vallen stil. De stilte duurt wel erg lang.
“Hallo helpdeskboy, bent u daar nog, kunt u mij even uitleggen wat er gebeurd, ik wil er wel wat van leren hoor?”
“Nou meneer, uw instellingen staan niet goed. U hebt ook een verouderd besturingssysteem en Internet Explorer kan daar niet mee overweg. Verder conflicteert uw Acrobat Reader met een andere PDF reader, die meegekomen is met de laatste patch.”

Mijn hersenen verwerken de nieuwe informatie. Even overweeg ik een andere hulplijn in te zetten. Maar ach, verdorie, dat kan niet, mijn toestel is immers al bezet. Aan de andere kant van mijn kantoor hoor ik een collega luid grinniken. Leedvermaak of herkenning?
Ik antwoord de helpdeskboy: “U stuurt mij werkelijk waar van de regen in de drup. Ik vraag alleen maar waarom mijn PC zo traag werkt en vervolgens wordt mijn PC seniel verklaart en ervan beticht dat hij zich inlaat met applicaties van slecht allooi. Daar kan die PC niets aan doen hoor?.”

“Wat zegt u, voor dit soort kwesties moet ik bij een andere afdeling zijn? Maar dit is toch de helpdesklijn? O, daar gaat u niet over? Bij wie moet ik dan zijn om mijn PC te begraven? Bij Facilitaire Zaken? Dat meent u? Die komen hem dan ophalen? En dan gaat ie naar afdeling EHBPC voor een acute digitale transplantatie. Dat vind ik nou niet bepaald klantvriendelijk. Ik zou graag als klant wat meer easy geholpen willen worden. Een beetje klanteasy zal ik maar zeggen. Dat zou ook een stuk beter zijn voor uw klandizie. O, u hebt al genoeg klanten. Nou tot volgende week dan maar weer, dag.” In mijn oor klinkt irritant: “Tuut, tuut, tuut …” De helpdeskboy is alweer op weg naar een nieuwe klus. En ik, ik bel Facilitaire Zaken.

Mien redder in nood

Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten


16-09-2010

Zeldzame klant

Pardon meneer, hoezo ben ik hier klant? Omdat ik hier toevallig door de winkel loop? Dat noem ik nog eens voorbarig. Omdat ik hier toevallig voor u toonbank sta? Absurd. Hoezo, u vindt mij lastig? Ik ben op voorhand noch klant noch lastig. Integendeel. Ik ben een door u zeer gewenste, vriendelijke mógelijke klant. Zodra ik met mijn papieren euro’s om uw oren sla, gaat u spontaan kwispelen.

Hoezo, u vindt mijn benadering agressief? U bedoelt wellicht assertief. Ik zeg waar het op staat. Overal en altijd. Daar heb ik toch recht op, als mogelijke klant? Hoezo … ssssttttt … iedereen hoort mij? Dat is toch de bedoeling. Ik ben hier toch bij de gehoorafdeling? Ik word hier toch zeker wel gehoord? Mooi, dan staan onze klokken in ieder geval gelijk.

Wat mijn vraag nu is? Wat denkt u? U houdt mij nu toch niet voor het lapje? Dan bent u mij kwijt hoor. Wat zegt u? U neemt mij zeer serieus. Ja, dat mag ik hopen. Ik behoor namelijk tot het uitstervende ras zeldzame klanten. Daar zou u als winkelier zeer zuinig op moeten zijn.

Maar vertelt u mij eens, wat heeft u zoal in de aanbieding? Wat zegt u, er zijn geen aanbiedingen? Vanwege de recessie? Dat kunt u niet maken. U wentelt uw economische crisis toch zeker niet op mij af, als zeldzame klant. Ik kan u verzekeren, met dit soort kermispraktijken kunt u mijn mogelijke aankoop, mijn Koninklijke Return of Investment én mijn coulance, acuut vergeten. Nee, precies, dat wilt u niet.

Dus, wat gaat u daar aan doen, Mister Sell? Ah, u gaat overleggen met uw baas Tell? Gaat u gang. Ben benieuwd hoeveel pijlen Tell op zijn boog heeft. Ik laat me hier toch zeker niet voor mijn kop schieten. Doet u mij intussen maar alvast een kopje koffie.

Pardon, u hebt geen koffie? Vanwege een koffieboycot? U knijpt uw zeldzame klanten af met een koffieboycot? Hoezo, u hebt geen keus? De boycot is goedgekeurd door de WPC? U bedoelt te zeggen, de winkeliersvereniging van de PC staat hier volledig achter? Wat goedkoop. Nooit geweten dat in de PC door crisis een dergelijke armoede wordt geleden.

Enfin, haal nu maar onmiddellijk baas Tell erbij. Met hem heb ik een appeltje te schillen. Een schot in zijn edele roos kan hij krijgen. Geen koffie in de PC? Wat een gierigheid. Op deze manier verliest u klandizie, als u dat maar weet. Dit ernstige euvel zal ik melden bij de Vakbond Zeldzame Klanten. De VZK will not be amused. Schending van koffierecht is een kwalijke zaak.

Wat zegt u? De heer Tell heeft geen tijd voor mij. Dan is deze foute Willem de sigaar. Het koffierecht is voor zeldzame klanten een fel bedongen recht. De VZK zal hier ongetwijfeld werk van maken en contact opnemen met de KKS, de Koninklijke Koffiebranders Stichting. Ik vrees dat de gehele PC dan op de blaren zal zitten én aan de slappe thee. Mij ziet u hier voorlopig niet meer terug. Geen koffie in de PC. Waanzin. Tot nader orde bivakkeer ik bij Brandmeester’s of AH. Adieu.

Mien Koffienood

Geschreven voor website Gek op Klanten

19-07-2010

Klantenbederf

“Hoe goed bent u eigenlijk voor uw klanten? Ik zie er hier namelijk maar weinig rondlopen.”
Max Fruit moest het antwoord even schuldig blijven. Dit vroeg om een tactisch antwoord. Waarom stelde zijn schoonvader in spé überhaupt deze vraag? Max besloot het grote klantenspel mee te spelen.

“Beste meneer Jong, als bedrijfsleider van dit casino ben ik degene die de vragen stelt. Ook al bent u voor mij een belangrijke klant, uw vraag vind ik ongepast. Zeker gezien de setting waarin wij ons bevinden. Een casino dat afstevent op een faillissement is gebaat bij een meer positieve benadering van zijn clientèle.

“Nou, meneer Fruit, dat ben ik niet met u eens. Ik zie op diverse schermen met regelmaat familieleden van u voorbij komen. En onder ons gezegd, zodra ze op één lijn staan valt er veel te winnen, nietwaar? De vraag is alleen, waar zijn die klanten die zo goed gezind raken van uw familieleden en hoe goed bent u voor ze?

“Meneer Jong, u bent waarachtig geïnteresseerd in de filosofie van het klantenspel. Dat zie ik onmiddellijk. U hebt gelijk, wij zijn gebaat bij fruitige klandizie. Zoals u wellicht weet heb ik persoonlijk een gruwelijke hekel aan gelijkgestemde familieleden. Dat kost namelijk geld. Ik hecht belang aan diversiteit. Liefst zie ik alleen vreemde eenden in de bijt. Helaas happen die maar mondjesmaat toe.”

“Maar meneer Fruit u hebt ze wel nodig hoor. Hoe wilt u anders de tering naar de nering zetten? U weet, ik heb een dochter die helemaal verzot is op spelletjes. Hoe wilt u haar dan plezieren? Met uw staat van dienst hebt u vast geen last van beroepsdeformatie en zult u ook andere dingen doen dan alleen maar gokjes wagen? Ik zie u denken. U denkt, dus u gokt!”

“Beste meneer Jong, ik doe er werkelijk alles aan om het onze klanten naar de zin te maken. Cocktailtje hier, chipje daar. Onze dienstverlening is customer made. Zelfs voor oosterse klanten. Hebt u al kennisgemaakt met onze kamelenrace, die is erg hot op het moment.”

“Nou liever niet, meneer Fruit. Ik ben allergisch voor kamelen en ijsberen. Ze lopen mij veel te veel heen en weer. Nee, ik hecht meer waarde aan standvastigheid. Vooral waar het mijn dochter betreft. Zoals u wellicht zult begrijpen ben ik niet van plan om haar in een wespennest te plaatsen zonder wespen of in het hol van de leeuw zonder leeuw. Dus vertelt u mij maar eens, wat hebt u uw klanten te bieden? Om te beginnen, uw belangrijkste klant. Mijn dochter.”

“Rozengeur en maneschijn, meneer Jong. Ik beloof het fruit te koesteren. Ik speel open kaart met u. U hebt immers mijn troef in handen. I will keep all my customers satisfied, even if they are strange fruit. En als u mij nu wilt excuseren. Ik heb een afspraak met een belangrijke klant waarvan ik de lol niet wil bederven. Zij heeft een houdbaarheidsdatum die vraagt om een zekere mate van stiptheid. Ik zie u volgende week aan het altaar. Dan zal ik oogsten wat u gezaaid heeft. Tot ziens.”

Mien

Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten

03-06-2010

Klantenfobie

In de wachtkamer bij de tandarts las ik onlangs in een glossy magazine een artikel over klantenfobie. Erg fascinerend. In het artikel kwam een man ter sprake die een ziekelijke angst voor klanten had ontwikkeld. Erg lastig want hij was ondernemer. Eigenaar van een florerend bedrijf in kantklossen. In no time scande ik het artikel met mijn ogen.

De oorsprong van de klantenfobie lag in de jeugd van de man. Door zijn overgewicht werd hij op de basisschool continue als lastige klant gezien. Zo werd hij tijdens de gymlessen altijd als laatste gekozen. In de schoolkantine werd hij met regelmaat terecht gewezen als veelvraat en vetklant. Dit maakte hem erg verdrietig. Sindsdien vermeed hij iedere vorm van contact. Daar ging hij heel ver in. Zo weigerde hij bijvoorbeeld volgnummertjes te trekken bij de bakker. Het bezit van een volgnummer bombardeerde hem immers tot klant. Dat wilde hij niet. Dat strookte niet met zijn fobie.

Na verloop van tijd raakte de man behoorlijk in de war. De angst voor klanten had zich dusdanig vastgezet in zijn hersenen dat hij vreemd gedrag begon te vertonen. Op zijn werk verstopte hij zich steevast onder zijn bureau. De telefoon schakelde hij standaard door. Er zou zo maar een klant aan de telefoon kunnen hangen. Dit konden zijn werkgever en collega’s niet appreciëren. Het leidde vaak tot ontslag.

Ook thuis gebeurden er vreemde dingen. Zijn vrouw, in zijn ogen ook vaak een lastige klant, haalde hem iedere avond voor het slapen gaan uit de kofferbak van zijn auto. Daar zat hij meestal de hele avond te kantklossen. Het gaf hem rust. Hij kon zich helemaal verliezen in basisklostechnieken, spinnen, tulebindingen en traliesoorten. Kant was zijn passie. Hij las er zelfs boeken over.

Het vermijden van klantcontact isoleerde en vervreemdde hem steeds meer van de buitenwereld. Zijn schaamte overwinnend zocht hij hulp. Bij een cognitieve therapeut raakte hij vertrouwd met zijn lastige k(l)ant en begon langzaam zijn fobie systematisch te desensitiseren. Hierdoor namen emotionele spanningen af. Hij begon zelfs te twijfelen aan de dreiging die van hem en van andere (lastige) klanten uitging. Eigenlijk berustte die dreiging op onwaarheid. Het zat meer in zijn hoofd. Dit inzicht verloste hem van zijn klantenfobie. Hij besloot onmiddellijk van zijn hobby kantklossen, zijn werk te maken.

Ik was blij voor de man. Het kantklossen had uiteindelijk geleid tot een bevrijdend klantlossen. Wat een impact kantklossen toch kan hebben. Sinds 2009 is het door UNESCO opgenomen in de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Terecht.

Het artikel in het glossy magazine eindigde ook met een lijst. Een lijst met opmerkelijke fobieën. Enkele met een haast onuitspreekbare naam. Wat te denken van paraskevidekatriafobie of hippopotomonstrosesquippedaliofobie. Je zult er maar één van hebben. Dan heb ik liever een flosfobie of klantenfobie.

Mien Fobie

Geschreven voor website Gek op Klanten

28-04-2010

Mister Korting

Wat een schreeuwlelijk is het toch. Mister Korting. Ja, altijd handig om het kwaad een naam te geven. Mister Korting, ‘pain in the ass’ voor de man zonder portemonnee. Hij roept en schreeuwt je overal tegemoet. In voorjaar, najaar, zomer en winter. Hij lonkt en lebbert met oog en tong. Bespeelt letterlijk en figuurlijk al je zinnen.

Mister Korting jaagt en jubelt. Is vaak inzet van een wanhopige economie. Soms een triest en treurig geval. Zwervend door de straat, op zoek naar weke kopers. Meestal raakt hij zichzelf aan de straatstenen niet kwijt. De wanhoop nabij, propt hij zich brutaal, bij voorkeur incognito, door willekeurige brievenbussen. Leesvoer voor gewillige vrouwen. Ook de liefde van de vrouw gaat door de maag.

Mister Korting presenteert zich het liefst in luchtballonnen met kartelrand. Luchtig afgeprijsd toont hij zeepbellen vol prullaria. Wat een smiecht. Gehuld als wolf in schaapskleren misleidt hij onder valse voorwendselen, vaak in onleesbaar kleine lettertjes. Mister Korting smeedt vaak een pact met een andere verkoopduivel. Miss Reclame. Vier handen op één buik, onlosmakelijk verbonden.

Vaderdag, Moederdag, Valentijnsdag, en Halloween zijn voor beiden favoriete piekdagen. Seizoensgebonden zijn ze op hun best. Verkleed als Paashaas, Kerstman of Sinterklaas letten ze vooral op de kleintjes. Helaas zijn de verlokkingen Korting en Reclame van korte duur. Al gauw zijn de aanbiedingen standaardprijs. Hoe zuur.

Wat een ophef maken die twee toch in de uitverkoop. Flirtend vanachter vitrineglas, in schreeuwende kleuren en met luidruchtige toeters en bellen. Korting zoekt klant. Reclame zoekt koper. Goedkoop, schaamteloos, hoerig en geil. Een rode lamp gaat branden. Red alert. Met een blos op de wangen loop ik snel verder. Gelukkig niemand heeft mij gezien.

Mien Miss Reclame

Geschreven voor website Gek op Klanten

08-01-2010

Klantenaas

Producenten en leveranciers van producten en diensten zijn erbij gebaat dat hun klanten tevreden zijn. Zowel voor, tijdens als na de verkoop. In de volksmond heet dat: de klant is koning. In vakjargon heet dat: klantvriendelijk en servicegericht. Maar hoe gaat dat nu in de praktijk? Vaak hengelen producenten en leveranciers in dezelfde vijver. Degene die het beste aas heeft vangt over het algemeen de grootste vis. Dat is zeker geen visserslatijn. Maar waaruit bestaat het beste aas? Dat hangt enerzijds af van de producten en diensten die verkocht moeten worden en anderzijds van de klant. Er zijn klanten die nieuwsgierig het aas van alle kanten bekijken en er zijn er die meteen toehappen. Aas moet vers en aantrekkelijk ogen, geuren en smaken. Pas dan hapt de klant toe. Vreet de klant niet meteen met huid en haar op. Gooi hem liever terug in de vijver, zodat hij terugkomt voor een nieuwe maaltijd. Maar let op. Haal hem altijd met fluwelen handschoenen van de haak. Dat voorkomt een beurse mond en beurs.

Stem het aas af op de producten en diensten die verkocht worden. Het aas dient alle zintuigen aan te spreken. Het horen, zien, ruiken, smaken en voelen moeten prettig geprikkeld worden. Zet een passend muziekje op. Versier de vitrine met smaakvolle producten. Visualiseer de dienstverlening en zet daarbij alle mogelijke media in. Bewierook de klant, met alle middelen, desnoods met geurvreters. Trakteer hem op een warm bad en leg hem daarna in de watten.

Succes is dan verzekerd. In geuren en kleuren zullen de klanten producten en diensten aan kennissen, familie en vrienden aanprijzen. Zorg vooraf voor voldoende aas. Vernieuw en ververs het regelmatig. Door het toepassen van klantvriendelijkheid en goede service gaat de klantensluis pas echt open. Met de juiste voor- en nazorg levert dat een kweekvijver van coulante droomklanten op met mild karakter en voldoende kooplust.

Inschikkelijk, buigzaam, gedienstig, gemakkelijk, geschikt, handelbaar, meegaand, nederig, plooibaar, toegeeflijk, verdraagzaam, welwillend, gauw tevreden, gewillig, gezeglijk, luchtig, meegaand, soepel, volgzaam, gedwee, handzaam, inschikkelijk, mak, onderworpen, tam, tegemoetkomend, toeschietelijk, voorkomend, vloeiend, glad, ongedwongen, vlot, bedreven, kortom een erg handige en makkelijke prooi voor producent en leverancier.

Dames en heren, de jacht is vanaf heden geopend. Met het juiste aas worden ze keer op keer gevangen, vertroeteld en weer teruggezet; de klanten, reizigers, patiënten, cliënten, residenten, gasten, bouwheren en opdrachtgevers. Hengel met zorg en geduld naar hongerige klandizie in de klantenvijver.

Mien

Geschreven voor website Gek op Klanten

06-08-2009

Zaadmannen

Het is hartje zomer en ik lig stil te wachten totdat iemand mij neemt. Voordat het gebeurt ben ik al twintig keer betast. Werkelijk waar, gênant gewoon. Men kan niet kiezen tussen mij en de rest. Dat snap ik best. De klant wil waar voor zijn geld. Hij wil kunnen kiezen. De één valt voor een slanke lijn, de ander voor een gladde huid. Het zijn net kinderen. Ze kunnen toch ook kijken met hun ogen in plaats van met hun handen? Aha, de keuze valt op mij. Eindelijk.

Ben ik blij dat ik nu eindelijk weg mag uit dit duffe hok. De houten wanden begonnen mij al te benauwen. Ik doe mijn uiterste best om er goed uit te zien voor mijn klant en glim van trots. Voor hem ben ik gewoon een lekker groen rijp ding. Mijn klant kan tevreden zijn. Vanuit het hok kijken mijn collega’s mij jaloers aan. Ik zie ze denken: Waarom zij en niet ik? Ach, hoe vaak heb ik dat niet gedacht. Mijn klant betaalt meteen de volle mep en samen gaan we de deur uit. Tot volgende week en fijn weekend, roept hij nog in de deuropening. Het avontuur kan beginnen.

Aan de overkant van de straat staat een BMW geparkeerd. Mijn klant opent het portier. Ik word ruw op de achterbank gegooid. De liefde is snel bekoeld. Ik heb geen naam en mijn klant mompelt voor zich uit dat hij nog wat boodschappen moet doen. Ik vlij me op de achterbank en waan me in de zevende hemel. Ben overigens benieuwd wanneer ik op het menu sta. Hij heeft vast wilde plannen met mij. Ach, als hij me vanavond van te voren goed boent komt alles goed. Ik voel me net een diva als de auto door de straten glijdt.

De BMW stopt voor de supermarkt. Na een poos komt mijn klant terug met een tas vol boodschappen en een krant. Hij opent mijn portier en pleurt de tas naast mij, ik rol bijna van de achterbank. Achter het stuur slaat meneer zijn krantje open. Na drie seconden koppen snellen gooit hij de krant verontwaardigd naast zich neer. Er staat werkelijk waar niets, maar dan ook niets in. Geen nieuws, het is komkommertijd. Nu weet ik het zeker. Vanavond ben ik de pineut en krijg ik een grote beurt. In de tas naast mij hoor ik instemmig gemompel. Vreemd. Het lijkt net alsof het tomatenblik en pak koffie beiden tegen mij zeggen, je hebt helemaal gelijk. Ik vrees het ergste.

Thuisgekomen word ik gelijk op de keukentafel gelegd. Deze meneer weet van wanten. Wat doet hij nu? Hij trekt een schort aan en wast zijn handen, kinky, maar wel zo netjes. Vervolgens trekt hij een vlijmscherp mes uit de keukenla. Ik schrik me rot. Zorgvuldig word ik van mijn gladde pels ontdaan en overdwars door midden gesneden. Daar lig ik met mijn zaadjes, open en bloot, blakend in de zon. Als zaadman heb ik niets meer in te brengen. Mijn groene zaad verdwijnt in de prullenbak en ik in een glazen slakom. Ik snak naar adem en verdrink bijna in de knoflooksaus. Ik geef mij over. Het wordt mijn laatste avondmaal. Mijn klant eet Grieks.

Mien

Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten





10-06-2009

Klantgerol

Een nieuwe sport is verschenen aan het firmament. Het zogenaamde klanten rollen. Deze nieuwe tak van sport is zo populair dat het nu al verschillende toepassingen kent. Zoals het klanten rollen op ooghoogte en het klanten rollen op broekzakniveau. Het werkterrein van klantenrollers spitst zich vooral toe op supermarkten. Het is nog onduidelijk of deze nieuwe sport het predicaat denksport of gevechtsport krijgt. Eén ding is zeker. Het draagt de nodige risico’s met zich mee.

In de supermarkt vindt het klanten rollen plaats op diverse locaties. Om te beginnen in de rekken op ooghoogte. Daar liggen de duurdere merkartikelen voor het grijpen. Het oog wil ook wat en daar maakt de slimme supermarketeer dankbaar gebruik van. In het onderste rek is slechts plaats voor de goedkopere huismerken. Een gevaarlijke locatie zo blijkt. Ooit geprobeerd koekjes uit het onderste rek te scoren? Gegarandeerd dat zowel de koekjes als de klant over de grond rollen.

Ook in supermarktoutletten als Lidl en Aldi heeft het klanten rollen zijn entree gedaan. Er wordt zelfs rekening mee gehouden bij de winkelindeling. Winkelrekken worden in een trechteropstelling geplaatst zodat de klanten zich automatisch verzamelen bij de afprijsrekken waarna het klanten rollen kan beginnen. In de afprijsrekken liggen troostrollo’s en andere lekkernijen voor het grijpen. Ook crocs liggen er in diverse kleuren en maten klaar. Deze worden meteen door klanten gepast en aangehouden. Voor een betere grip. Zo gaat de klant niet aan de rol tijdens zijn graaisessies.

De supermarketeer heeft dozen met goedkope pleisters tactisch in de nabijheid van de afprijsrekken opgesteld. Handig om alle graaiwondjes meteen mee te behandelen. Bloeddrukmeters, defibrillators, bandenreparatiesetjes alles is in supermarktoutletten voorradig en tegen schappelijke prijzen te verkrijgen. Mits de klant de juiste prijsbordjes bij de juiste artikelen weet te vinden. Hier wordt het klanten rollen op broekzakniveau bedreven. De euro’s rollen de klant de broek nog net niet uit.

Aan de kassa is sprake van een gevaarlijke variant op het klanten rollen. Zodra het kassameisje via de intercom een collega om assistentie roept, gaat het klanten rollen over in klanten buitelen. De wildste situaties ontstaan dan aan de kassa. Onlangs heeft een Jumboklant bijna een dwars-o-lacy opgelopen nadat het winkelwagentje van een agressieve klant zowat zijn rug doorboorde. De klant was op zoek naar de kortste rij.

Na het betalen aan de kassa komt voor trouwe klanten de slagroom op de taart. Gratis zegels bieden garantie dat de klant weer snel de supermarkt bezoekt. De supermarketeers lachen in hun vuistje. Het klanten rollen is hot.
Sinds kort heeft ook Appie Happie de nieuwe sport ontdekt en met een knipoog verweven in haar reclamecultus. Look-a-like-AH-André danst spontaan de limbo en rolt zijn lenige buik onder een lage stok. Dit alles natuurlijk voor heel wat pegels. De klant ontvangt hiermee een vette bonus voor een uurtje extra klantgerol.

Mien Harry

Geschreven voor website Gek op Klanten






19-05-2009

Bajesklant

Er zijn klanten in diverse soorten en mate. Een klant is meestal een afnemer van een product of dienst van een leverancier. Daar staat een vorm van betaling tegenover. De leverancier wil graag geld verdienen, is voor zijn inkomsten van de klant afhankelijk. Hij zal daarom altijd proberen zijn klanten te vrede te stellen. Maar hoe zit dat nu met bajesklanten. Worden zij ook door de leverancier gekieteld? En levert dat kietelen nog iets op?

In dit geval is de overheid de leverancier. Zij doet haar uiterste best om het de bajesklant zo goed mogelijk naar de zin te maken. Eigenlijk moet ik zeggen bajesgast. Hij blijft altijd wel een poosje logeren. De bajesgast wordt vaak gehuisvest in een stijlvol ingericht vertrek, volledig gestoffeerd en gemeubileerd. Perfect op maat. Niet te groot en niet te klein. Logies en eten zijn inbegrepen. De bediening is ook top. Na iedere maaltijd volgt steevast een heerlijk kopje koffie of thee. Daarna is het aangenaam vertoeven op de sofa voor de breedbeeldtelevisie, met dolby surround uiteraard.

Als de spijsvertering zijn werk heeft gedaan is het de hoogste tijd voor wat lichaamsbeweging. Lekker een wandeling maken in de buitenlucht of spieren ontwikkelen in de fitnessruimte. Als het hoofd de nodige hersentraining nodig heeft bestaat er de mogelijkheid om een kleine rechtenstudie te doen. Het collegegeld bedraagt nul en boeken zijn gratis. De slimme bajesklant ontwikkelt zich binnen een beschermde omgeving.

Voor bajesgasten is het verblijf in een getralied ressort een paradijs op aarde. Een sabbatical relief. Even op adem komen, even omscholen. En daarna er weer fris en fruitig tegen aan. Zo’n tijdelijk kosteloos verblijf is ook goed voor het netwerken. Lekker even samen chillen, hyven en twitteren. Binnenkort waarschijnlijk ook nog wireless. Het gevangenisleven wordt meer en meer losbandig. Het is niet langer een straf om in detentie te verkeren. De bajesklant heeft zijn hart allang verpand.

De klanttevredenheid onder bajesgasten is erg groot. Maar wat levert dat de overheid als leverancier nu op? De overheid kan het niet zo bommen. Zij is niet geïnteresseerd in rendement laat staan klantvriendelijkheid. De bajesklant is immers niet de betaler van de geleverde diensten. De burger, of beter gezegd de belastingbetaler draait op voor de bekostiging. Krommer dan krom bestaat niet. De bajesklant logeert pro deo, de overheid faciliteert pro deo en de burger doneert in harde pegels.

Gelukkig geeft de bajesklant de burger er wel iets voor terug. Door tijdelijke beschikbaarstelling van woonruimte aan bajesgasten wordt het burgerkapitaal namelijk veiliggesteld. Iemand die door gedwongen logies teert op gedoneerde burgercenten, kan andere burgercenten niet meer stelen. Alleen schijn bedriegt. De burgercenten zijn voor de bajesklant slechts een deposito in terminus. De burger beseft het niet of nauwelijks. Eigenlijk betaalt hij smeergeld aan de overheid. De bajesklanten lachen in hun vuistje.

Mien Lucky

Geschreven voor website Gek op Klanten

25-03-2009

Geklanterfanter

‘Nummer 666!’
Blikken kruisen elkaar. Een reactie blijft uit.
‘Heeft iemand nummertje 666?’
‘Eh … 666 …, ja ik …, ben ik dan al aan de beurt.’
‘Wat mag het voor u zijn?’ Vraagt de juffrouw achter de toonbank vriendelijk.

De ogen van klant 666 struinen de vitrine af van links naar rechts en vice versa.
‘Wat een aanbod vandaag. Ik kan niet kiezen.’
‘Wat ligt daar links? Het ziet er niet zo appetijtelijk uit.’
Met een blik over de toonbank polst 666 de reactie van de juffrouw.
Geduldig wacht zij af.

Nogmaals scant klant 666 de vitrine. Van links naar rechts en vice versa.
‘Doet u maar een onsje van dit en een onsje van dat.’
‘Of … nee … doet u maar anderhalf ons van dat en een ons van dit.’
‘Het is toch allemaal vers hè?’

‘Jazeker meneer, dit is van vandaag en dat is van gisteren.’
‘Is dat van gisteren? Doet u dan maar anderhalf van dit.’
Tevreden over zijn keuze kijkt klant 666 voldaan om zich heen en grapt naar zijn omstanders.
‘Jullie zijn zo aan de beurt.’

‘Wenst u nog iets anders, of had u het zo?’
‘Ja kijk …, nu u er om vraagt wil ik ook wel een ons van zus en een ons van zo.’
‘Alleen als zus en zo vers zijn en niet van gisteren.’
‘Zus is van vandaag en zo is van gisteren.’
‘O is dat zo? Doet u dan maar alleen een onsje zus.’

De juffrouw pakt het onsje zus in. Klant 666 zoekt oogcontact met zijn buurman.
‘Weet u buurman, vorige week heb ik zo genoten van zus, samen met mijn broer. Het is lang geleden dat mijn broer en ik samen zo genoten hebben van zus.’
‘Meneer …?’ Klinkt het vanachter de toonbank.
Geen reactie.

‘Weet u buurman, het is 10 jaar geleden. En voor die tijd was het nog van voor de oorlog dat mijn broer en ik elkaar voor het laatst zagen. Hebt u de oorlog meegemaakt? Nee, u bent nog jong. In de oorlog maakten we verse zus zelf nog klaar. Maandenlange rijping ging eraan vooraf.’
‘Pardon meneer …, eh … meneer … wenst u nog wat anders?’

‘Nee bedankt …, of wacht … wat denkt u buurman, zal ik nog een onsje ceci ou cela nemen? Dat is Frans, ja weet u, ik spreek ook een woordje Frans? Een woordje over de grens hè, altijd handig.’ Geleerd in het vreemdelingenlegioen, weet u.
De blik van de buurman staat nu op oorlog.

‘Juffrouw, mag ik u vragen, ceci en cela zijn ook vers mag ik hopen?’
‘Jazeker meneer, ceci en cela zijn van vandaag.’
‘Doet u dan maar een onsje van beiden.’
Argwanend scant klant 666 de omstanders in de winkel.
Hij ontwaart zo links en rechts wat irritatie.

‘Zal ik het inpakken of neemt u het zo mee?’
‘Nou juffrouw, daar moet ik even over nadenken. Het is niet goed voor het milieu. Aan de andere kant, als het op straat uit mijn handen valt, dan is het meteen zo’n rotzooi. Doe het maar in een zakje. Het zakje is toch zeker recyclebaar? Anders hoeft het niet hoor.’

‘Dat is dan 12 euro 33.’
‘12 Euro 33!? Zoveel? Hoe bestaat het, daar kocht ik vroeger de hele vitrine van leeg.’
Langzaam doorzoekt Klant 666 zijn jas- en broekzakken. Eerst met zijn linkerhand en vervolgens met zijn rechter. Het ritueel wordt twee keer herhaald.

Zonder blikken of blozen kijkt klant 666 beurtelings de buurman en de juffrouw aan.
‘Mijn portemonnee ligt thuis. Ik ga hem even halen. Leg mijn boodschappen maar achter de toonbank. Als ik terugkom ben ik meteen aan de beurt, toch? Ik heb zojuist ook al lang moeten wachten.’

Klant 666 verlaat onverstoord de winkel. Deze is intussen half leeg gestroomd. De juffrouw achter de toonbank telt haar zegeningen. Dit soort geklanterfanter is voor haar dagelijkse kost. Geduld is een kostbare zaak en in de verkoop een noodzakelijk bezit. De klant is soms een irritante koning.


Mien

Geschreven voor website Gek op Klanten




05-03-2009

Bommelding van een klant

Plaats van delict: Een eetcafé gelegen in een grote gekke stad in Nederland.
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige licht getinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.

De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.

We laven ons aan warme thee en bespreken uitvoerig de lange wandeling die wij die ochtend gemaakt hebben. De inspannende wandeling heeft me kruim gekost en ik voel dat mijn bloedsuiker behoorlijk aan het dalen is. Voor een diabeet treedt dan onmiddellijk een noodsignaal in werking. Op het toilet meet ik voor de zekerheid mijn suiker. Die is inderdaad te laag. Ik heb koolhydraten nodig.

Vriendelijk vraag ik de jongeman of hij een broodje voor me heeft. Tot mijn grote verbazing ontstaat een vertwijfelde blik op het gelaat van de jongeman. Hij moet even overleggen met de gastvrouw. Ik begrijp er niets van. De gastvrouw komt nu zelf uit de keuken te voorschijn en vertelt me zonder te blikken of blozen dat er vandaag geen losse broodjes verkocht kunnen worden. Die zijn gereserveerd voor de soep. Ik kan eventueel wel soep bestellen met een broodje.

Ongeloof overvalt mij. Dat zal toch niet waar zijn? Wel broodjes hebben maar deze alleen uitserveren bij de soep? Ik leg vriendelijk doch stellig uit dat ik broodnodig brood nodig heb vanwege mijn suiker en of er geen uitzondering gemaakt kan worden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar een leus die ik zojuist op de toiletmuur gelezen heb: ‘Je moest eens zweten’. Hoopvol kijk ik de gastvrouw aan. Maar nee, het gaat echt niet lukken. Dan klopt de verhouding soep en brood niet meer.

In mijn hoofd vormt zich langzaam een bommelding. Deze gastvrouw is niet in staat om buiten het kastje te denken. Omdat openheid vaak deuren opent probeer ik de starheid van mijn gastvrouw met open vizier vriendelijk te breken. Ik vertel haar nogmaals de noodzaak van het brood verlenen en leg haar de consequentie uit van het geen gehoor geven. Ik kan mogelijk buiten bewustzijn raken.
Mijn noodkreet heeft geen enkel effect op de stoïcijnse gastvrouw en ze blijft onverbiddelijk nee zeggen. Uit de muziekboxen klinkt wrang Santana Esmeralda’s ‘Don’t let me be misunderstood’.

De bommelding in mijn hoofd neemt nu ernstige vormen aan. Voordat de bom ontploft kies ik eieren voor mijn geld. De ongegeneerde klantonvriendelijkheid is zo imponerend dat mijn gezelschap en ik besluiten ons heil elders te zoeken. Angst voor broodroof en liefdeloosheid voor het vak zijn in dit eetcafé ver doorgeslagen. Mijn gastvrouw zal het worst wezen. De reacties van de andere gasten spreken boekdelen. Verbouwereerd wordt onze uittocht gadegeslagen.

Mien

Geschreven voor website Gek op Klanten





30-11-2004

Nederlanders somber over decemberaankopen

Wie zijn die Nederlanders. Steekproefnederlanders zorgvuldig geselecteerd door metrogasten. Metrogasten van de derde generatie, sommigen met petje. Inmiddels ingeburgerd want Burgerking is voor iedereen laagdrempelig en toegankelijk tot aan de kassa. Ze staan aan de deur en zetten kruisjes tot 150 proefdieren zich gewaagd hebben aan een fruithapje. Statistisch gezien een aanfluiting. 70% van alle geënquêteerden kiest namelijk voor Hondt, 40% is kattig en 20% weet het niet… Totale score 130%!? Ach het is ook altijd donker in die metro … je raakt de tel nog kwijt. Dan wordt je als Nederlander vanzelf somber zo rond Sinterkerstpiet. Heb je helemaal geen zin meer in aankopen. Nee dan kijk je liever naar keuringsprogramma’s … over waarden en normen … of overweegt oprecht en spontaan een lening bij Frits Bom onze leenheerman.

Wat koop je in vredesnaam anno 2004 … ? Iets electronics, iets digitaals? De schrik slaat naar je suikerzoete hart, want oh, oh oh wat ben ik dom. Je kunt immers niet kiezen tussen …een spatwaterdichte Subwoofer van 200W een Par 36 Puntspot of een Polsstroboscoop. Laat staan dat je gaat voor de Signaalsplitter het Indoor Neon of de Car Bass Box Front, die je overigens achter in je auto kunt bevestigen aan de kindergordel. Koop er dan wel meteen een Digitale Multimeter bij en een 8 kanaals PMR Polsportofoonset want dan kun je rustig de basgeluiden tot je nemen die door je dwerg op de achterbank geproduceerd worden. Misschien kun je er ook wel mee chatten, wie zal het zeggen. Met de Power Kabel Kit kun je vervolgens de USB Wifi Adapter moeiteloos adopteren zolang je maar Regelbare Netvoeding blijft geven. Met de Lichtslang (sommigen onder ons prefereren uiteraard de milieuvriendelijke Rotan Lichttoren) kun je vervolgens idyllisch Twinklelight verspreiden.

En dat kind maar zeuren: ik wil een Kinderfietsjeep van de Kwantum. Theorie en praktijk lopen hier wel heel hard door elkaar. De natuurkundige ouders proberen tevergeefs met behulp van een Digitale Amperetang (een soort schoonmoeder waarvan de batterijen op afstand niet meer werken) het fruithapje klaar te stomen op de Kookstarterset (daar begin je toch niet aan!). Wel oppassen dat het fruithapje niet overkookt want Papierbehang, Schuimvinyl, Kokosparket en Kliklaminaat verdragen geen fruitprut. Daar wordt nadrukkelijk voor gewaarschuwd in de Kwantumtheoriehandleiding.

Nee laat je vooral opjagen deze sombere decemberdagen, door reclameslogans en wegwerptv.
Voor seats en sofa’s ga je naar de navigatiedagen in bankstellenland, waar je gratis een HP IPAQ pocket PC met navigatie en GPS krijgt. Als je dan de weg nog kwijtraakt in je bankdriversseat ben je een knappe jongen. Ben jij blij als je die strooifolder van Europa’s grootste computerspeciaalzaak in de bus krijgt! Nu kopen en binnen duizend en één nacht betalen. Mijn favoriete sprookje!!! Ga onmiddellijk naar de winkel en koop die Iiyama E435-S17 “TTT.

Nee gek wordt ik ervan. Die huppelend hossende hoerastemming van zie mij eens somber decemberaankopen doen. Okee, ik geef het toe het trekt al jaren aan mij voorbij. Ik sta langs de kant. Maar toch kan ik me niet onttrekken aan de jaarlijkse streetparade en het blinkend kerstspul. En ja … ook ik heb uiteindelijk toch dat leuke vogeltje gekocht voor in de kerstboom … Het ouwe was vergaan, had geen staartvleugels meer … Stilletjes doet het me denken aan die vervlogen kerst vol nostalgie met verse mosgeuren van een met rotspapier beklede grot … want … oh nee … het kindeke Jezus … nee … nee … die was niet in een stal … maar in een grot geboren…! Die kreeg geen luxe pluchefiguren maar safrijn.