Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
1. Flessendrager
Vol trots stapte Joris op de fiets. Vandaag was een belangrijke dag. Dat voelde hij tot in zijn tenen. De laatste competitiedag zou hem nog lang heugen. En hem niet alleen. Zijn team moest en zou vandaag winnen. En hij ging daar persoonlijk voor zorgen. De hele week had hij al het internet afgestruind naar een goed recept. En gisteren had hij het dan eindelijk gevonden. Het was eigenlijk best eenvoudig. De ingrediënten had hij gewoon in huis. Een goede mix van een beetje Ajax en citroenwater en dat, om de te camoufleren, vermengd met basterdsuiker en een klein beetje ranja. Met bruine bastaardsuiker had dat ook gekund, maar die was helaas niet in huis.
Zorgvuldig had Joris de ingrediënten gemengd en zelf geproefd. Hij moest wel zeker zijn van de zaak. Hij proefde nauwelijks verschil. Acht flessen had hij gevuld en in de flessendrager geplaatst. Voorzichtig fietste hij met zijn toverdrank naar het voetbalveld. Bij het voetbalveld aangekomen ontsnapte een klein zeepbelletje zijn mond. De toverdrank werkte niet zoals hij had verwacht. Was de dosering dan toch niet juist geweest. Heel even twijfelde Joris. Een kwartier innemen voor de wedstrijd schreef het recept voor. Maar klopte dat wel? Iedereen nam voor de wedstrijd wel een slokje, zover was wel zeker. Maar met een zeepsmoel de wedstrijd beginnen, dat was niet wijs. Over bijwerkingen repte het recept niet. Hoe dan ook. Het zou en moest leiden tot een mooie en schone overwinning. Brandschoon.
2. Past je naam bij je?
Dat vraag ik mij af. Soms wel soms niet. In het eerste geval luister ik. In het tweede geval meestal niet. Tenzij het herhaaldelijk gebeurt. In sommige levensfasen is dat het geval. In militaire dienst en in je jeugd, thuis en op school, komt dat wel eens voor ja. Herhaaldelijk. O ja, en wellicht ook nog in de laatste levensfase. In het verzorgingstehuis. Dan zijn de oren juist gespitst. Dan past bijna iedere naam bij je. Je wil dan niet vergeten worden. Je let dan goed op. Hee, op die naam wordt niet gereageerd. Dan doe ik het. What the fuck. Ze zullen me horen, niet vergeten. 'Ja, Thea Meulenkamp, dat ben ik, hiero!!!'
De indianen zijn er goed in. In naamgeving. Ze zijn zeer inventief en hangen de naam vaak op aan de omgeving en situatie van conceptie. De meest poëtische namen zijn daaraan ontsprongen. Ik noem er een paar. Halve maan, Wilde stier, Groene cactus. Maar ook, Lelijke van Dalen achter de Rododendron of Lieve Tinus met de broek op de enkels. Wilde Harry die het verlaten van de kerk voor het zingen net niet haalde. Sommige namen zijn een compleet gedicht. Cowboys zijn er veel onhandiger in. Sue. Wie noemt zijn zoon nu Sue. Dat is bijna net zo erg en saai als Johnny. Daar kun je echt niet mee aankomen bij het gemeentehuis. Echt niet.
3. Gemengde gevoelens
Niets zo vervelend dan gemengde gevoelens. Als de haat in de liefde draait of de liefde in de haat. Als spijt verwarring geeft en trots naar je keel grijpt. Dat wil je niet meemaken. Twijfelen in zekerheid. Ook al zo verrekte lastig. Nee, het liefste hou ik gevoelens gescheiden. En bij voorkeur in de juiste volgorde. Eigenlijk wil ik er niet van weten. Van gevoelens. Ze komen vaak zo dichtbij. Ze roeren. Hoe dan ook. Daarvoor hoeven ze niet eens gemengd te zijn. Nee, het beste kun je gevoelens, en zeker gemengde gevoelens ontroeren. Anders nemen ze bezit van je. Dat is het laatste wat je wil. Dat gevoelens bezit van je nemen. Eenmaal ontroert keer je terug tot de werkelijkheid. Op aarde zogezegd. De gewenste volgorde wil ik hier ook nog even uit de doeken doen. Te beginnen bij geen gevoel. Ook wel ontkenning genoemd. Komt voor bij heftige ervaringen die aanvankelijk niet te vangen zijn in gevoel. Ook wel grote leegte genoemd. Verwarring kan ook. Verdwazing zelfs. Is de eerste verdwazing voorbij dan volgt vrijwel onmiddellijk de boosheid. Boos omdat je het wellicht niet begrijpt. Het gaat je verstand te boven. De ervaring. Na een poos volgt het verdriet. Tot tranen toe. De hysterie voorbij. Diep geroerd is het verdriet. Puur en diep. Het wil niet van vermenging weten. Niet meteen. Maar als de vermenging komt dan voelt het goed. Gedeelde smart is halve smart. Na het diepe pijnverdriet volgt lucht en en erkenning. Herkenning. Aanvaarding. Dit gevoel van erkenning, herkenning kan heel even verontrustend zijn. Ervaring valt op zijn plaats. Vluchten hoeft niet meer. Vechten ook niet. Hemels voelt dan plots de vaste aarde onder de voeten. Gemengde gevoelens verdienen het ontrafeld te worden. Back to basic. Het geeft rust. Maar alleen voor diegenen die er voor open staan. De worsteling aandurven. Afwachten heeft geen enkel zin. Zelfs een bloem heeft een eindigheid aan blaadjes. Wel of niet. Wel of niet. Ja of nee. Ja of nee. Blijven hopen op een oneven aantal, beginnend bij ja. Nee, willen we toch niet horen?
4. De geur van een oud tapijt
Het dringt niet echt meer tot me door. De geur van oud tapijt. De geur van versleten sokken, gestold eten, gedroogde urine, beestjes die niet meer willen kruipen, niet meer kunnen kruipen, overgaan tot ontbinding, de laatste restjes as, bruine as, van een allang vergane hofnar, die ooit zijn voeten veegde aan een gloednieuw tapijt, lang, lang geleden.
Het dringt niet echt meer tot me door. De geur van oud tapijt. De geur van een veel te kleine ruimte, zonder ramen, zonder afzuiging, alleen een kleine spleet, onder in de hoek, die een klein beetje licht doorlaat, die heel, maar dan ook heel langzaam, zuurstof geeft, licht ververst, maar veel te weinig. De kleine ruimtegeur benauwt, voor eeuwig, tot de dood erop volgt, in een veel te nauwe kist. Hoe lang nog? Het witte satijn aan de zijkanten kan de geur van oud tapijt niet smoren, het mocht mee, gelukkig, in de kist, met voeten getreden, dertig jaar lang, voor de fauteuil. Ik koester de herinnering, nog tien minuten, op weg naar het hiernamaals.
5. Het grootste geschenk
Dat ben ikzelf. Het is me vergeven. In een donker verleden. Langzaam is de kindsheid er vanaf gestroopt. Ontelbare verpakkingen heb ik van me afgegooid. Verpakkingen die er laag voor laag stroperig en met flinke dwang zijn aangekleefd. De meest kleurrijke verpakkingen heb ik nog even laten zitten. Verstrikt in gouden strikken die klemden om de ziel, heb ik uiteindelijk alle trossen losgegooid. Om te kunnen varen dwars door wilde zee. Wetend dat het grootste geschenk uiteindelijk vanzelf zou komen bovendrijven. Na harde labour. Nu ik mezelf heb uitgepakt voelt het goed. Bloot en zacht. Als boter. Zo kan ik ook in handen zijn. Kneedbaar lief. Maar alleen omdat ik dat zelf wil zijn. Lief en kneedbaar. Lief voor mezelf en daarmee lief voor een ander. Verliefd mag ook. Op mezelf en op een ander. Iets mooiers bestaat er niet. Zelfs geen godsgeschenk. Ik ben van mezelf. Laat jij ook van jezelf zijn. Een groter geschenk kan ik niet geven. Bloot en zacht. Omdat het kan. Samen. Bij voorkeur. Niet alleen.
6. Opeens werd alles duidelijk
Half op weg wordt alles heel duidelijk. Ik heb tot nu toe slechts voor een kwart geleefd. De eerste helft was half. Mag dan de tweede heel zijn. Vol en compleet. Aan het einde van de eerste helft is een stukje van de helft geheeld. Met veel moeite. Toen werd alles duidelijk. Ineens. Informatie stroomde binnen. Met messen op de keel. Uit pure noodzaak. Het onderste uit de kan moest boven komen. In de put, diep in de put blijft alles donker. Stikdonker. Nu licht en lucht geklaard zijn kan de tweede helft beginnen. Rugzak om en bergschoenen aan. Goed gekleed en voorzien van voldoende proviand, beschut voor wind en regen, lavend in de zon, genietend van het zelf. De berg wordt vlak en de vlakte stijgt naar grote hoogte. Ik schud bergen van me af en wentel mij in zachte heuvelen. Ze voelen en smaken naar loof niet naar den. Ik zwem in Zen. Vloeibaar word ik. Een met de natuur. Ik heb geen vinnen, vleugels, armen, benen nodig. Draaglijk draagt de natuur mijn sporen. Ik vermenigvuldig als vanzelf. Opeens wordt alles duidelijk. Opeens werd alles duidelijk. Opeens zal alles duidelijk worden. Tijdloos.
7. Onverwacht bezoek
Mijn tante uit Marokko staat voor de deur. Geheel onverwacht en toch ook weer niet. Ze had zichzelf aangekondigd via de televisie. Alle zenders spraken ervan. De binnenlandse en de buitenlandse. Ze komen eraan. Onaangekondigd. Als een vlucht regenwulpen. En daar staat ze dan. Voor mijn deur. Mijn tante uit Marokko. Ik ben eventjes haar naam kwijt. Een paspoort heeft ze niet. Alleen een kleien rugzak en een mobiele telefoon. Helaas zonder beltegoed. Anders had ze zeker even gebeld. Hoe ze aan mijn nummer komt? Geen idee. Als ik doorvraag komt de aap uit de mouw. Ze heet Amatoekanimalis en ze komt niet uit Marokko maar Timboektoe. Het nummer heeft ze gekregen van de maffia. De Italiaanse vraag ik nog. Nee, de Russische. Dat verklaard. Onlangs ben ik nog gehackt.
Ik heet Amatoekanimalis van harte welkom, onverwacht. Ik schrik van mijn eigen toezegging. Totdat ik besef dat de buren het niet zal boeien. Die zitten sowieso op Thailand. Overwinterend. Nergens voor nodig eigenlijk, want hier in Nederland kent de winter inmiddels ook tropische temperaturen en nauwelijks regenval. Dat is in Thailand dan weer niet. Daar regent het taai en stug door. Al weken. Mijn tante mag geheel onverwacht op de bank liggen. Een extra bed ontbeer ik nog. Vanavond eten we stamppot. Bewust. Het is eten dat mijn tante kent. Aardappels en groente. Over een toetje twijfel ik nog.
8. Vulkaanuitbarsting
Heel stil lag de vulkaan te slapen. Dat deed ie al jaren. Hij maakte zich nergens druk over. Dat was niet het geval met de mensen die zich onder hem gevestigd hadden. Zij hielden dagelijks wacht en hielden de vulkaan scherp in de gaten. Iedere ademhaling werd nauwlettend opgetekend en in kaart gebracht. De gegevens werden opgeslagen in een database die voorzien was van een ingenieus rekensysteem. Ingewikkelde algoritmes voorspelden hoe de vulkaan in de toekomst mogelijk zou reageren. Let wel, mogelijk.
Het systeem bood geen honderd procent garantie voor juiste voorspelling. Alle bewoners onder de vulkaan hadden dan ook een dure verzekering afgesloten. Voor de zekerheid. Ze betaalden zich blauw aan premies. Maar waarom? Als de vulkaan zou uitbarsten konden zij de schade-uitkering niet innen. Vreemd, heel vreemd. Maar de bewoners onder de vulkaan hadden een plausibele verklaring. Ze hadden allen in hun polis een bijzondere clausule laten opnemen. Mocht de vulkaan uitbarsten en hun hele hebben en houden verwoesten inclusief eigen lijf en leden en lijf en leden van medeverzekerden dan zou de verzekeringsmaatschappij het geld schenken aan een goed doel. Het goede doel werd jaarlijks door een democratisch gekozen vertegenwoordiging van verzekerden bepaald.
Dit jaar werd voor de vijfennegentigste keer een doel gekozen. Ja, zolang sliep de vulkaan al. De verzekerden wisten niet meer zo goed welk goed doel ze het komend jaar moesten kiezen. Ze hadden alle goede doelen al ooit gekozen. Er moest een nieuw doel verzonnen worden. Maar welk? Ze kwamen er niet aan uit en besloten weer opnieuw te beginnen met het eerste goede doel waarmee ze vijfennegentig jaar geleden mee begonnen waren. Maar dat hadden ze nou net niet moeten doen. De vulkaan ergerde zich aan zoveel gebrek aan creativiteit en barstte in woede uit. Helaas was er niet op tijd een nieuw doel gekozen. Weg schade-uitkering. De vulkaan en de verzekeringsmaatschappij leefden nog lang en gelukkig. Van de bewoners is nooit meer iets vernomen.
9. Het leven is als een ...
Pluisje. Het waait met alle winden mee. Maar dan moet er wel wind waaien. Het voelt zich thuis in alle jaargetijden en op alle plekken op aard. Het heeft altijd goede zin en is nooit verkouden. Dat komt omdat een pluisje altijd de warmte bij zich weet te houden. Het heeft ook nooit last van stof. Zelfs niet bij het nadenken. Haar gedachten dwarrelen fris en vrolijk in haar brein. Een innerlijke vertaling van haar uiterlijk. Heerlijk toch. Frank en vrij dwarrelen van binnen en van buiten. Een harde kern heeft pluisje niet. Ze is de zachtheid zelf. Zij plooit zich in alle situaties en geniet van al dat is. Dat is nogal. Leven leven als een pluisje is verrukkelijk. Bij harde woorden vliegt het pluisje gewoon weg. Bij zachte woorden blijft het plakken aan de lippen. Het kietelt en het kust. Lief zijn is haar ware aard. Onbezorgd kan het zich nestelen in alle hoeken van de kamer. Ze is dol op licht. Bij alle lichtbronnen komen pluisjes pas echt tot leven. Dansen dartelend door de atmosfeer. Laten zich meevoeren in optimale sferen. Ooit een bozig pluisje ontmoet? Ik niet. Pluisjes weten ook van wanten. Prikkelen soms het gemoed. Na drie keer niezen komt dan uiteindelijk alles weer goed. Pluisjes zijn ook altijd pluis. Op pluisjes kun je bouwen. Een leven lang.
10. Schoenen die er niet bij passen
Iedereen heeft er wel eens last van. Van schoenen die er niet bij passen. Maar geen nood. Gelukkig is de omgeving meestal waakzaam. Een beetje omgeving spreekt zich uit. Ik heb het moeten leren. Dat niet alle schoenen overal bij passen. Zo draag ik in de sauna nooit meer laarzen. Noch kap- noch regenlaarzen. Voetbalschoenen heb ik ook ooit geprobeerd, om over mijn spikes maar niet te spreken. De mensen in de sauna reageerden in de sauna, stuk voor stuk geaffronteerd. Met bergschoenen aan het ontbijt, dat is ook bepaald geen mooi gezicht. Zelfs niet met mijn badjas dicht. Op naaldhakken aardbeien plukken. Dat is ook al zoiets. En wat te denken van fietsen op pantoffels. Je glijdt zo weg, daar is niets aan. Ik heb zo ooit eens uren voor een stoplicht gestaan. Gelegen liever gezegd. Ik had mijn toeclips immers aan. Gered ben i, toen door een held op sokken. Hij heeft me zachtaardig van mij fiets getrokken. Wat ik ook nooit meer zal doen dat is marcheren op crocks. Je gaat dan al na tien minuten van je socks. Op zwemvliezen naar je werk is ook niet slim. Achter het bureau dat kan nog net. Maar in de bedrijfskantine daar staat het pet. Schoendragers houdt je bij de leest. Wie de schoen past trekt hem aan.
11. De kleur van een auto
Het zal me werkelijk worst wezen welke kleur mijn auto heeft. Letterlijk. Figuurlijk wordt het natuurlijk een ander verhaal. Je kunt aardig voor worst staan als je met een foute auto komt aanzetten op, ik noem maar wat, de golfbaan. Doe dat niet met een tweedehandsje en ook niet met een oude roestbak. Ga met je Jaguar of Mercedes ook niet je uitkering ophalen. Met een hoerensloep naar de hoeren lijkt mij ook een slecht idee. Beter is te voet. En dan die kettinkjes en stickers aan de ramen. Sommige bestuurders zouden zich toch echt wel moeten schamen. Ik rem niet voor dieren, dat is er zo een. Stuur die maar met een defecte cabrio de Beekse Bergen in. Het dak gaat er dan af. Zeker weten. Met blindering heb ik ook veel moeite. Zeker als die spiegelt. De kleur van de bestuurder mag dan mogelijk onvoorspelbaar zijn, zijn gedrag is dat zeker. Ik heb dan altijd de wildste fantasieën. Een mooie vrouw op de bestuurderstoel, bloot tot op haar knieën. Geef mij maar een auto, transparant van kleur. Dan stel ik niemand en ook mezelf never nooit te leur. Toiletrol op de hoedenplank dat wel. En altijd een flesje water bij de hand. Ook de kleurrijkste auto moet wel eens naar de kant of staat langdurig in de file. Met mooie velgen of met vieze wielen, het maakt geen enkel verschil.
12. Iets belangrijks verloren
Hoe zou het nu met hem gaan? Dat vraag ik me af. Jaren geleden heb ik hem verloren. Mijne lieve maat. Mijn steun en toeverlaat. Wat heeft hij mij getroost. Overdag maar vooral 's nachts. Heel wat uren heb ik met hem doorgebracht. Totdat ie plots verdween. Zijn biezen pakte. Maar waar naartoe? Zal ik dat nog ooit te weten komen. Degenen die hem kenden zijn allang verdwenen. Niemand die het mij vertellen kan. Het enige dat mij rest is dat ik dan mijn lieve maat maar droom. Met alle risico's van dien. In mijn fantasie maak ik hem mooier. Wordt ie als vanzelf het beste paard van stal. Niemand kan meer aan mij maatje tippen. Hij is van onbesproken gedrag en niet te evenaren. Sterker nog, mijne maat weet mij weer opnieuw te bedaren. Hij is een lust voor het oog en ruikt ook nog eens lekker. Luisteren kan ie als de beste. Op knuffelen is ie dol. Hij geeft me liefde en ook warmte. Gratis en voor niks. Het lijkt wel of ie nooit is weg geweest. Maar dan besef ik plots. Ik leef hier in gedachten. Mooie herinneringen gaan nooit verloren. En toch, toch zou ik heel graag willen weten. Wat is er toch van jou geworden. Ik zie je zo nog staan, daar voor het raam. Pluizig bruin, lang op korte pootjes, met flapoortjes tot de grond en een heel kleine plastic neus. Het kraaltje dat ik zo graag koester. Waar ben je toch naartoe?
13. Leren timmeren
Mijn opa sloeg altijd spijkers krom. Op een oude werkbank in de schuur. Met zware hamer en rechte rug haalde hij dan uit. Heel, heel soms op zijn duim. Dan vloekte hij met schuim. Mijn lieve opa is niet meer. Een man van weinig woorden. Hij was een echte timmerman. Specialist in molens. Voor in tuinen en gazon. Vervaardigd zeer inventief, van lommerd en oud ijzer. Spijkers, schroeven, bouten, wieldoppen, oude fietswielen, alles kwam van pas. Het duurde uren en uren. Houtjes zus en houtjes zo en dan de finale. De grote wieken wit beschilderd, zijn lijf in het groen. Van opa leerde ik timmeren. Alleen al door te kijken. Metselen dat deed ie ook. Want de molen moest ook ergens op staan. Een grote steen die werd gegoten van harde cement. Een bezemsteel als kleine mal. Want daar moest later de ruggengraat van de molen in. Ook in zwaarden was mijn opa specialist. Ik had het grootste van de hele buurt. Totdat ik ze zelf mocht maken. Mijn allereerste mini Floris zwaard.
14. Vers van de pers
Het komt niet meer zo vaak voor. Vers van de pers. De pers is allang niet meer vers. Oudbakken media. Op zich helemaal niet erg. Doordat er een doorlooptijd zit op het nieuws dat van de persen komt kan er in de tussentijd goed na gedacht worden. Nadenken, een fenomeen dat ook steeds minder voorkomt. Haast gedachteloos wordt het nieuws gebracht. Een wedstrijd op topniveau. Secondenwerk vaak. Deed een nieuwsbericht er vroeger nog een middagje of een dag over om bij de mensen te komen, tegenwoordig staat het, alle spelfouten ten spijt na luttele seconden op Facebook, Twitter en Instagram. Pinterest, LinkedIn en andere mediatools volgen ietsje later. Het blijft wachten op een tool die nog sneller is. Stel je voor. Het nieuws is dan meteen oud als je het binnenkrijgt. Je kunt het nieuws dan inpakken in je oude smartphone en weggooien. Als rotte vis. Niets zo vervelend dan oud nieuws. Neem nu deze column. Is toch niet meer vers zodra je hem gelezen hebt. Ruik maar eens goed. Hij stinkt zelfs een beetje. Komop, wat dichter bij je neus. Sensorknop aan natuurlijk. De linkse. De geurbutton. Ja die met dat neusje tussen duim en wijsvinger. Ennehhh ... Stinken wa ...
15. Alleen de verbeelding is echt
Alleen de verbeelding is echt. Een titel die klinkt. Daar zou ik nou een mooi gedicht over kunnen schrijven. Ins Blaue hinein. Daar gaat ie.
Verbeeld je eens
Een beeld in ogen
Rank
Bloot
Verbeeld je eens
Een beeld in ogen
Luchtig
Vrij
Verbeeld je eens
Een beeld in ogen
Echt
Tastbaar
Gehouwen
Uit hamer en steen
Geborduurd
Met naald en draad
Ergens
Diep van binnen
Kokend
In een hersenpan
Onvoorstelbaar
Onbestelbaar
Onbehoorlijk
On
Posts tonen met het label flessendrager. Alle posts tonen
Posts tonen met het label flessendrager. Alle posts tonen
16-12-2015
07-12-2015
Een vreemde gang van zaken
Toon was al jaren flessendrager. Hij wist niet beter. Hij droeg nu eenmaal graag flessen. In de buurt waar hij woonde noemden ze hem altijd Toontje Bottel. Het was een naam die bij hem paste. Sinds kort had Toon wat last van gemengde gevoelens. Ze ontstonden toen hij de geur van het oude tapijt van zijn pas overleden oma nog eens rook. Het tapijt was het grootste geschenk dat Toon ooit van haar gekregen had.
Toen hij de geur opnieuw rook werd opeens alles duidelijk. Alle puzzelstukken vielen op hun plek. De onverwachte bezoeken waarover zijn oma hem had verteld vlak voor haar dood, hadden bij oma geleid tot heuse vulkaanuitbarstingen. Nog nooit had Toon zijn oma zo hard horen huilen. ‘Het leven is als een …’, had oma nog geroepen en was toen languit op de vloer gevallen. Op het oude tapijt. In een foute bloemetjesjurk met schoenen die er niet bij pasten. Na tien minuten was ze weer opgestaan, alsof er niets aan de hand was. Een gemengd gevoel achterlatend bij Toon.
Kortgeleden had zijn oma nog bezoek ontvangen. Van een vreemde man. Die was met de auto gekomen. De kleur van de auto kon oma zich niet meer herinneren. De man had bij haar aangebeld omdat hij een week te voren op de gang iets belangrijks verloren was. Een houten beeldje dat hij had gemaakt toen hij als klein jongetje had leren timmeren. Vers van de pers had hij toentertijd het beeldje in elkaar gedraaid. Het stelde zijn opa voor. Volgens de vreemde man was alleen de verbeelding van zijn opa echt. Zijn opa was eigenlijk een nepgast, iemand die de boel graag voor de gek hield. Hij was vorige week overleden.
Tijdens het gesprek op de gang had de vreemde man een telefoontje gekregen. Een raar gesprek was het geweest volgens oma. Over een inboorling die een hekel had aan de kleur kakkerlakbruin. Het was een heel gejojo om de inboorling goed te verstaan. De inboorling was door een impressario geboekt voor een theatervoorstelling in Nederland. Hij zou binnenkort op het toneel verschijnen. Maar nu twijfelde hij. Hij had het theater gegoogled en alles in het theater was kakkerlakbruin. Het stuk waarin hij zou spelen was van Shakespeare. Een pas ontdekt stuk. Iets over varkentjes wassen, hoofden leegmaken en rouwverwerking. Daarover zou Toontje dus nooit schrijven. Maar Shakespeare blijkbaar wel.
‘De draak van de rouw.’ Zo heette het stuk. Niets voor Toon. Die zou veel liever een spannend stuk schrijven over iemand die de loterij won. Wie zou hij of zij dan allemaal bellen? En wanneer? Meteen? Toon schrijft niet omdat hij beroemd wil worden. Hij schrijft voor zijn plezier. Roem laat hij graag over aan roemjagers. Aan de hemelpoort is straks toch weer iedereen gelijk. Wat maakt een beetje roem dan uit? Mocht de hemel überhaupt bestaan natuurlijk.
De vreemde man had oma gevraagd wat spiritualiteit voor haar betekende. Mijn oma, in de winter van haar leven, vond het een impertinente vraag. Het was hoogzomer en ze wenste nog te genieten van haar onafhankelijkheid. Aan afhankelijkheid had ze een broertje dood. Ze weigerde de vraag te beantwoorden. ‘Waar smaakt je favoriete muziek dan naar?’ had de man vervolgens brutaal gevraagd. Wat een lef.
Oma was compleet overrompeld door zoveel openheid, zoveel directheid, zoveel vragen. Daar had ze dan gestaan, op de gang met een vreemde man. De zon was zojuist prachtig ondergegaan. Vlinders dwarrelden in haar buik. Helaas te laat om er nog van te kunnen genieten. Voor de voeten van de vreemde man was ze ingestort. Hij had haar gezicht bestudeerd. Onmiddellijk gezien hoe de voorbije jaren haar vragen hadden gesteld en tevens antwoorden hadden gegeven. Het stond allemaal in haar gezicht geschreven. Ze pasten als kleine puzzelstukjes in elkaar. Grijze groeven linkten alles aan elkaar.
Ondanks de wilde vragen had oma nog lang geluisterd naar de mooie vreemde man. Toontje Bottel bleef gemengde gevoelens houden. Was ie wel zo vreemd, die man? En wat had hij nog betekend voor zijn oma? De vragen en gevoelens bleven in het duister hangen. Zouden ze nog ooit het licht zien?
Geschreven n.a.v. 16e schrijfopdracht op ColumnX (december 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand december zijn:
1 flessendrager - 2 past je naam bij je? - 3 gemengde gevoelens - 4 de geur van een oud tapijt - 5 het grootste geschenk - 6 opeens werd alles duidelijk - 7 onverwacht bezoek - 8 vulkaanuitbarsting - 9 het leven is als een ... - 10 schoenen die er niet bij passen - 11 de kleur van een auto - 12 iets belangrijks verloren - 13 leren timmeren - 14 vers van de pers - 15 alleen de verbeelding is echt - 16 telefoon van een onbekende - 17 alles was kakkerlakbruin - 18 jojo - 19 wie geboekt heeft, moet verschijnen - 20 daar zou ik nooit over schrijven - 21 de draak van de rouw - 22 wie zou je bellen als je de loterij won - 23 ik schrijf niet omdat ... - 24 aan de hemelpoort - 25 wat betekent spiritualiteit - 26 hoogzomer - 27 (on)afhankelijkheid - 28 waar smaakt je favoriete muziek naar? - 29 de zon ging prachtig onder - 30 wat miste je als kind - 31 jaren die vragen stellen en jaren die antwoord geven
Toen hij de geur opnieuw rook werd opeens alles duidelijk. Alle puzzelstukken vielen op hun plek. De onverwachte bezoeken waarover zijn oma hem had verteld vlak voor haar dood, hadden bij oma geleid tot heuse vulkaanuitbarstingen. Nog nooit had Toon zijn oma zo hard horen huilen. ‘Het leven is als een …’, had oma nog geroepen en was toen languit op de vloer gevallen. Op het oude tapijt. In een foute bloemetjesjurk met schoenen die er niet bij pasten. Na tien minuten was ze weer opgestaan, alsof er niets aan de hand was. Een gemengd gevoel achterlatend bij Toon.
Kortgeleden had zijn oma nog bezoek ontvangen. Van een vreemde man. Die was met de auto gekomen. De kleur van de auto kon oma zich niet meer herinneren. De man had bij haar aangebeld omdat hij een week te voren op de gang iets belangrijks verloren was. Een houten beeldje dat hij had gemaakt toen hij als klein jongetje had leren timmeren. Vers van de pers had hij toentertijd het beeldje in elkaar gedraaid. Het stelde zijn opa voor. Volgens de vreemde man was alleen de verbeelding van zijn opa echt. Zijn opa was eigenlijk een nepgast, iemand die de boel graag voor de gek hield. Hij was vorige week overleden.
Tijdens het gesprek op de gang had de vreemde man een telefoontje gekregen. Een raar gesprek was het geweest volgens oma. Over een inboorling die een hekel had aan de kleur kakkerlakbruin. Het was een heel gejojo om de inboorling goed te verstaan. De inboorling was door een impressario geboekt voor een theatervoorstelling in Nederland. Hij zou binnenkort op het toneel verschijnen. Maar nu twijfelde hij. Hij had het theater gegoogled en alles in het theater was kakkerlakbruin. Het stuk waarin hij zou spelen was van Shakespeare. Een pas ontdekt stuk. Iets over varkentjes wassen, hoofden leegmaken en rouwverwerking. Daarover zou Toontje dus nooit schrijven. Maar Shakespeare blijkbaar wel.
‘De draak van de rouw.’ Zo heette het stuk. Niets voor Toon. Die zou veel liever een spannend stuk schrijven over iemand die de loterij won. Wie zou hij of zij dan allemaal bellen? En wanneer? Meteen? Toon schrijft niet omdat hij beroemd wil worden. Hij schrijft voor zijn plezier. Roem laat hij graag over aan roemjagers. Aan de hemelpoort is straks toch weer iedereen gelijk. Wat maakt een beetje roem dan uit? Mocht de hemel überhaupt bestaan natuurlijk.
De vreemde man had oma gevraagd wat spiritualiteit voor haar betekende. Mijn oma, in de winter van haar leven, vond het een impertinente vraag. Het was hoogzomer en ze wenste nog te genieten van haar onafhankelijkheid. Aan afhankelijkheid had ze een broertje dood. Ze weigerde de vraag te beantwoorden. ‘Waar smaakt je favoriete muziek dan naar?’ had de man vervolgens brutaal gevraagd. Wat een lef.
Oma was compleet overrompeld door zoveel openheid, zoveel directheid, zoveel vragen. Daar had ze dan gestaan, op de gang met een vreemde man. De zon was zojuist prachtig ondergegaan. Vlinders dwarrelden in haar buik. Helaas te laat om er nog van te kunnen genieten. Voor de voeten van de vreemde man was ze ingestort. Hij had haar gezicht bestudeerd. Onmiddellijk gezien hoe de voorbije jaren haar vragen hadden gesteld en tevens antwoorden hadden gegeven. Het stond allemaal in haar gezicht geschreven. Ze pasten als kleine puzzelstukjes in elkaar. Grijze groeven linkten alles aan elkaar.
Ondanks de wilde vragen had oma nog lang geluisterd naar de mooie vreemde man. Toontje Bottel bleef gemengde gevoelens houden. Was ie wel zo vreemd, die man? En wat had hij nog betekend voor zijn oma? De vragen en gevoelens bleven in het duister hangen. Zouden ze nog ooit het licht zien?
Geschreven n.a.v. 16e schrijfopdracht op ColumnX (december 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand december zijn:
1 flessendrager - 2 past je naam bij je? - 3 gemengde gevoelens - 4 de geur van een oud tapijt - 5 het grootste geschenk - 6 opeens werd alles duidelijk - 7 onverwacht bezoek - 8 vulkaanuitbarsting - 9 het leven is als een ... - 10 schoenen die er niet bij passen - 11 de kleur van een auto - 12 iets belangrijks verloren - 13 leren timmeren - 14 vers van de pers - 15 alleen de verbeelding is echt - 16 telefoon van een onbekende - 17 alles was kakkerlakbruin - 18 jojo - 19 wie geboekt heeft, moet verschijnen - 20 daar zou ik nooit over schrijven - 21 de draak van de rouw - 22 wie zou je bellen als je de loterij won - 23 ik schrijf niet omdat ... - 24 aan de hemelpoort - 25 wat betekent spiritualiteit - 26 hoogzomer - 27 (on)afhankelijkheid - 28 waar smaakt je favoriete muziek naar? - 29 de zon ging prachtig onder - 30 wat miste je als kind - 31 jaren die vragen stellen en jaren die antwoord geven
Abonneren op:
Posts (Atom)