Posts tonen met het label zinnenspel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zinnenspel. Alle posts tonen

07-08-2024

Bedleed

Ik droom. Denk ik toch. Maar is niet zo. Mijn droom is levensecht helaas. Zwevend door ruimte op een matras. Het prikt, het kriebelt, het jeukt vleselijk. Vastgebonden lig ik op een bed van doodsangst. Worstelend probeer ik me te bevrijden van de ketens. Maar ze laten mij niet gaan en houden armen benen vast. Wat en wie heeft mij gebracht naar dit vreselijke lot van vaagheid? Niemand  heeft me iets verteld, gewaarschuwd, over deze bizarre situatie waarin ik verkeer.

Ik besluit om het maar gewoon te accepteren, te doen of het niet bestaat. Echter zo blijk ik helaas niet getrouwd te zijn, want mijn hoofd sputtert stevig tegen. Hij slaat eerst van binnenuit tegen mijn slaap en bokst vervolgens tegen mijn ogen en oren. Klaarwakker ben ik ineens en besef onmiddellijk dat het geen droom is die mij achtervolgt maar werkelijkheid. En wel een van een ongelofelijke bitterheid, die me fysiek en mentaal gevangen houdt en me hevig treitert. Dit gaat mijn bevattelijkheid te boven en ik schreeuw het uit, voel me opgejaagd, niet begrepen en niet gehoord.

Alle communicatiemiddelen zet ik in en laat een postduif ontsnappen, al zuigend uit mijn duim, waar ik met mijn mond net bij kan. Maar ook de postduif weet zich met deze ruimte geen blijf en vliegt zich stuk op isolatie die zijn vrijheid belemmert. Hij landt op het bed waarop ik nog steeds vastgeketend lig en fluistert zachtjes woorden in mijn oor van liefde en geluk. Volgens zijn zeggen is gedeelde isolatie halve isolatie en knipt met zijn puntige snavel de ketens door die het verhaal eenzijdig tegenhouden. De bevrijding is groot en ik gooi meteen alle ramen open, maar kan niet kiezen uit welk raam ik mijn toekomst tegemoet ga springen.

-------------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #517 - Isolatie (30 juli 2024)
Odile Schmidt
Kies of verzin een plaats met geïsoleerde ligging en laat deze een belangrijke rol vervullen in een verhaal van maximaal 300 woorden. 
[Ervoor gekozen om het aantal woorden per zin te laten toenemen met steeds een woord extra]

28-03-2017

Eindeloos zonzicht

Zonnig vul ik mijn dag met. Via de planken op de vloer kijk ik naar. De merels voor de raam wachten op. De radio speelt een lied en het enige dat ik kan doen is. Het water in mijn glas lonkt naar een slokje van. Zal ik dan toch maar even?

Nee, het is veel te mooi om niet te. Dus geef ik me over aan wat diep van binnen. Maar eerst neem ik het daglicht tot mij met volle. Buiten geef ik de vogeltjes. Ze tjilpen ongelovelijk. Geluk en dadendrang kloppen in hun. Ach, was ik toch zo vrij als.

Maar waarom somberen als ik in gedachte. Ik schakel over naar mijn lieve. Zet beide hersenhelften op stand. Ik daal af naar beneden, daar waar ik meestal niet in gedachte. Onder het hart voel ik mijn buik zachtjes. Waarom is hij toch zo? Een beetje aandacht heeft hij. Kroelen, strelen, aaien, duwen, trekken, ik kom er niet.

En toch, de buik is mijn tempel en mijn. Midden in het lijf spoort hij van alles. Onder en op de maag geeft hij. En dacht ik alleen maar kronkels te voelen in mijn. Blijkt dat ook de buik te beschikken over een. Stil luister ik naar zijn. Hij geeft ritme en. Soms haalt hij me. Dat stemt me. Het is gelukkig weer bijna. Vlinders gaan dan wild te. Fladderen fluweelachtig daar waar het plezierig.

Toeven, dralen, zeuren, hopen, killen, chillen in. Passing. Heerlijk is het om even stil te. Even niets te. Zou ik veel vaker moeten. Mogen, willen, durven, het is vaak maar een kleine. En toch, mensheid is hardleers en wil liefst niet teveel. Best wel jammer, want juist in verandering ligt groei. En wat is er leuker dan persoonlijke. Als we daar als mensheid eens meer op.

Grote woorden waaien. Kleine laten zich te weinig. Zonzicht stroomt nu mondjesmaat. Ik slurp het met lijf en leden. Ogen, oren, lippen, wangen, neus, huid en haar, ze glunderen, ze stralen van. Achter glas de wereld beschouwen is niet. Maar het is wel een. Dat geeft. En. Eindelijk. Aan het. Wat een. Ik haal. In. Lucht. Eindeloos. Zonzicht.

20-09-2016

Strip Teaser

Quasinonchalant frunnik ik wat aan mijn pen die brandend van verlangen in mijn handpalm ligt.
Want niemand, helemaal niemand mag nog weten wat ik in gedachten al wekenlang wil schrijven.

Elke verdachte beweging, en dat weet ik uit ervaring, kan mijn diepste geheim verraden.
Raadsels hebben zo hun functie, ze zorgen ervoor dat de spanningsboog des levens af en toe op springen staat.

Tegelijkertijd komt het besef dat ik mijn raadsels niet voor de eeuwigheid verhullen kan; ze schreeuwen om bevrijding.
Yeti nog aan toe, het idee om los te laten bezorgt me danig uitingsvrees, wie had dat gedacht?

Uitermate voorzichtig zijn is tot nu toe effectief gebleken, heeft stoute gemoederen smooth bedaard.
In mijn uitzonderlijke vasthoudendheid zelfs de meest nieuwsgierigen lichtelijk gefrustreerd.

Onophoudelijk heb ik mijn stoutste gedachten voor me gehouden en niet geventileerd, ik durfde immers niet.
Per slot van rekening had ik ook best veel te verliezen, wat stemde tot een naargeestig onderbuikgevoel.

Als ik nu eens een heel klein tipje van de sluier zou lichten, zou dat niet ontwapend zijn, voor mezelf en voor de lezer?
Stellig neem ik hierin onmiddellijk positie en standpunt, het moet er eens van komen, en eens is nu.

Durf, moed, lef en overtuiging vat ik bij de lurven en ik trek de horens zowat van de koe, leveren zal ik.
Fantastisch is de energie, het licht, de lucht die vrijkomt, als herboren voel ik mij.

Geloof het of niet, maar dit is sinds mensenheugenis het beste dat me overkomen is en hopelijk duurt het lang.
Hevig is ook de reactie van mijn vege lijf, redden is niet langer nodig, ik laat los en ga.

Jemig wat een zaligheid, hoe mijn hart bonkt in de keel en aders klotsen tegen mijn gespannen vel.
Kon ik dit gevoel maar eeuwig vasthouden; het moet, het zal, dit tij mag nooit meer keren.

Langzaam trek ik mijn kostuum uit en leg het masker af, wat heb ik überhaupt nog te verliezen?
Zwoel toon ik mijn diepste binnen en voel me vogelvrij met naakte veren en een gemoed van dons.

X-benen, ik durf ze eindelijk te tonen, geen wijde broek die deze lelijke stokken nog langer verhult, in spijker of in stof.
Charisma stijgt tot bovengrens en ik vraag me af, waarom heb ik toch mijn onderzijde zo ongelooflijk pijn en tekort gedaan.

Verdomt ook dat niemand mij eerder erop attent maakte, op mijn idiote fysieke en mentale afkeer in deze.
Belachelijk die gêne om niets, het publiek lacht voor de bühne gigantisch grote X-tranen en dat is niet om mij.

Nog maar amper bijgekomen van de schrik laat ik het onderwerp van spot nu voor goed rusten.
Met tot slot nog een moraal: Onthul verhullingen en kom naakt nader tot elkaar.

15-09-2016

Quasiecolumn

Wanneer het componeren van een column je voor problemen stelt, dan valt er maar een ding te doen.
Er voor gaan en alles uit je tenen halen, en vingers niet te vergeten, maar pas nadat het creatief heeft gestormd in je hoofd.

Raad is het, die ik ter harte heb genomen van een oude rot in het vak, een oud schrijvertje.
Toevallig kwam deze koekenbakker, die ik al even niet meer had gezien, bij mij langs.

Yes, net op tijd want ik begon toch wel behoorlijk te twijfelen over de start van een nieuwe column.
Uiteraard houd ik een lijstje bij met mogelijke onderwerpen, die vervolgens een eerste uitwerking krijgen in een notitieboekje.

In mijn geval een klein notitieboekje, aangezien ik de neiging heb om uit te weiden in weidse gedachten.
Ongetwijfeld zijn sommige uitweidingen zinvol en geven een column cachet; maar in het algemeen leidt het toch te vaak af die zijstapjes, van de hoofdzaak.

Prachtig is het dan wanneer een column zichzelf schrijft, of beter gezegd, zichzelf laat schrijven.
Aangezien dit niet vaak voorkomt zit ik regelmatig verlegen om columnstof en dwing ik mezelf mijn boekje te raadplegen.

Soms geeft het inspiratie maar in het huidige geval niet, de bladzijden die ik omsla zijn leeg en het lijstje biedt geen issues meer.
De nood is aan de man.

Fuck.
Gelukkig ben ik iemand die doorzet en moed put uit tegenslag, sterker nog tegenslag inzet als brandstof, die vervolgens kleine explosies veroorzaakt in het brein tussen de oren.

Hoera, ik vind eindelijk een onderwerp, het sluimert al een poos in mijn hoofd en is nu klaar voor outing.
Jammer alleen dat het onderwerp niet echt prettig bekt en wellicht wat schuurt.

Kan het door de beugel gezien de onrustige tijd waarin we leven?
Laat staan dat ik überhaupt de moed heb om erover te schrijven.

Zo zeker was ik heel even van mijn zaak, maar ik kan en mag hier gewoonweg niet over schrijven.
X-factor meegeven aan een column is zo ongeveer het moeilijkste wat er is.

Curieus maar waar, het onderwerp dat zich in mijn hoofd heeft genesteld bevat nu juist die X-factor.
Verleidelijk misschien om het dan toch in te zetten, maar in dit specifieke geval, wijzer niet te doen.

Behalve ...
Nee, niet doen zeg ik.

Mijn oprechte excuses aan de lezer, ik kan vandaag helaas niet leveren.

12-12-2014

Woordspel

Dus u wilt niet schrijven?
Nee?
Niet met mij samen?
Klopt?
Mag ik ook vragen waarom?
Geen tijd.

Dat is jammer, heeft u het zo druk dan?
Ja.
Waarmee dan?
Met schrijven.
Dat snap ik niet.
Nou, het is een ander schrijven dan waarin u voorziet.

O, u maakt nieuwsgierig, waarin voorzie ik dan?
In woordspelletjes.
Woordspelletjes?
Ja, woordpelletjes.
Maar dat is schrijven toch?
Nee hoor.

Letterspelletjes dan?
Ik kan u niet volgen.
Nou, eerst komen letters en dan woorden, ga ik te vlug?
Eigenlijk wel.
Spelletjes moet ik misschien eerst even uitleggen.
Ja, doet u dat.

Spelletjes zijn de uitkomst van spellen, begrijpt u?
Niet helemaal.
Nou kijk, als u spelt dan ontstaan er spelletjes.
Oh …
Eerst letterspelletjes en als u ze dan samenvoegt, woordspelletjes.
Ach zo …

En die woordspelletjes, die wil ik met u spelen, samen, in een samenspel.
Toch volg ik u niet helemaal.
Een samenspel tot zinnen. Zodat we bij zinnen komen.
Woordzinnen?
U begrijpt het.
Lijkt me helemaal niets.

Maar u doet toch ook niets anders, als u schrijft?
Hoezo?
U maakt dan ook woordzinnen. Voortgekomen uit letter- en woordspelletjes.
Ja, ho eens even …
Geeft niet hoor. Schrijfbesef is heel menselijk.
Schrijfbesef?

Ja, beseffen dat het schrijfkwartje valt.
Maar er valt helemaal geen kwartje.
Dat bedoel ik nu.
Wat bedoelt u nu?
U zit nog in een waan.
In een waan?

Of manie, nee, nee, in de ban.
Oh, in de ban bedoelt u, en waarvan dan precies?
Nou, van schrijven.
Wat is daar mis mee?
Eigenlijk niets, behalve dat u beter uit de ban kunt komen.
Hoezo dat?

De ban belemmert u in uw groei.
In mijn groei?
Ja, van uw schrijven. Van uw schrijfwereld.
Nou, dat idee heb ik niet.
Loslaten zou ik zeggen. Dat idee.
Waarom zou ik?

Om uw grenzen te verkennen … en te verleggen.
Dat durf ik niet zo goed.
Waar bent u dan precies bang voor, dat u het niet durft.
Om mezelf te verliezen.
Waarin?
In woordzinnen, zinnen zoals u aangeeft.

Dat begrijp ik.
En ook in woord- en letterspelletjes.
Dat vind ik nou jammer.
Misschien doe ik het later ooit.
Als u groei toestaat?
Als ik groei toesta.

Co-column geschreven door Mien met een grote onbekende (in gedachten)

10-09-2014

Knotverliefd

Het is een warme zomerdag als ik het oude klaslokaal binnenstap van mijn lagere school, de reünie is nog maar net aan de gang, wat lijkt het allemaal lang geleden, de klas is vrolijk versierd met zelfgemaakte slingers van aaneengeplakte reepjes gekleurd papier, je weet wel, van die superlange slingers, die met veel moeite aan het plafond worden opgehangen en regelmatig naar beneden vallen doordat sommige stukjes papier loslaten, wat komt door die stomme witte vingerlijm die zo weeïg ruikt, altijd aan je vingers blijft plakken en veel te snel opdroogt, waardoor er korstjes op je vingers komen, korstjes die je dan met engelengeduld probeert los te peuteren, tot ergernis van de juf die dan korzelig op je afloopt en steevast met haar haar, opgestoken in een knotje, tegen een van de slingers butst, waardoor de slinger van het plafond valt, wat de juf dan weer van binnen woedend maakt, woede die ze voor de klas verborgen houdt, althans dat denkt ze, maar ik die beter weet kijk dwars door haar lach heen en zie een klein beetje bloed uit haar mondhoek weglopen, van haar tong waarop ze van woede heeft gebeten, bloed dat ze snel probeert weg te poetsen; zodra ze weer achter haar bureau gaat zitten zie ik dat ze even haar tong uitsteekt, ter inspectie, met een blik die boekdelen spreekt, een blik met gefronste wenkbrauwen, die snel constateert dat het bloeden meevalt, ik had het gespot, zoals ik alles in de klas altijd scherp in de gaten houd, immers tussen de bedrijven door gebeuren er best interessante dingen, en anders verzin ik er zelf wel eentje, dat ik verliefd word op de juf bijvoorbeeld, en … raar maar waar, en nu zie ik haar daar weer staan … en verdomd … ik schiet vol … alleen al vanwege haar knotje …!

Geschreven n.a.v. schrijfopdracht op ColumnX, van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
Vanavond ga je naar een reünie van jouw lagere school. Je bent erg nerveus.
Kies voor één van de onderstaande mogelijkheden om uit te werken:
-Je beschrijft iemand waar je een enorme hekel aan had óf
-Je beschrijft iemand , die je niet meer herkend, tot... óf
-Je beschrijft iemand bij wie je 'vol' schiet, op het moment dat deze in je blikveld komt.
Deze opdracht dient in 300 woorden uitgevoerd te worden.

17-06-2014

Beletselteken

Nou is me toch wat gebeurd. U gaat het niet geloven lezer. Ik ben aangevallen door vreemde beestjes. Vanmorgen in het bos gebeurde het. Vanuit het niets besprongen zij mij. Met hun kaken klemden ze zich vast. In mijn kuiten, bovenbenen en armen. Het prikte en jeukte, niet normaal. Ze lieten behoorlijk wat letsel achter. Tot bloedens toe drongen zij binnen. Ongehoord, ongevraagd, compleet van de zotte. Ik heb ze een naam gegeven. Omdat ik de beestjes niet kende. Ik heb ze eenvoudigweg ‘beletselteken’ genoemd. Het beestje zogezegd bij naam genoemd. Hoed u voor deze vervelende monsters. Ja, ja, want dat zijn het.

Hoe u ze kunt herkennen lezer? Heel eenvoudig, ze dragen drie stippen. Drie stippen en nog wat spaties. Voor zover ik kan inschatten, vier. U wilt het precies weten lezer? Tel dan mee vanaf de beletselteeknek. Terugkijkend richting stuit, eerst een spatie. Gevolgd door een punt en spatie. Daarna weer een punt en spatie. En … u raad het al lezer. Eindigend, weer een punt en spatie. Ik heb goed gekeken en geteld. Maar waarom nu die vreemde naam? Beletselteken, wat hebben ze dan belet? Dat ga ik u nu uitleggen.

De teken beletten mij het taalrekenen. ‘Hoezo dat dan?’, denkt u misschien. Wel ik liep na te denken. Na te denken in het bos. En zoals u wellicht bevroedt lezer. Dat nadenken ging gepaard met taal. Ik was juist bezig met taaltelkunde. Een lastige tak in de nadenksport. Lastig omdat die altijd toetsing behoeft. Taaltelkunde stelt hoge eisen aan waarheidsbevinding. De taalsom moet namelijk altijd kloppen. In gedachten rekende ik met taal. Ik had de taalsom bijna rond. Totdat die rotbeesten mij plotseling aanvielen. Ze prikten mij bijna helemaal lek.

Aanvankelijk baalde ik als een stekker. Zelfs taalwetenschap kon mij niet koesteren. ‘Wat nu?, dacht ik, ‘opnieuw beginnen?’. Ik dacht het niet, no way. Gelukkig hielp de natuur een beetje. Een wijze uil schoot te hulp. Het was een mooi lief beest. Zijn naam luidde ‘Zeer en Dip’. Ik noemde hem meteen liefkozend ‘Zeerendippetje’. Zeerendippetje wees me op de tekens. Op de spaties en de punten. Op de ruggen van de beletselteken. Eureka, mijn taalsom was ineens rond. Opgeteld vier spaties en drie punten. Om nooit meer te vergeten, toch? Voortaan breek ik zinnen keurig af. Met drie puntjes en vier spaties. Ik laat ze in schoonheid pauzeren. Met drie puntjes en vier spaties. Het komt mijn taalgezondheid ten goede. Dat kan ik met zekerheid zeggen.

Opmerking:
Taal noch teken: lees hier wat het Genootschap Onze Taal over het beletselteken te zeggen heeft.


28-01-2014

Yakkenthee

Quadruppel is op dit moment mijn favoriete bier. Waarom vraagt de lezer zich misschien af? Eerlijk gezegd moet ik daar het antwoord op schuldig blijven. Rationeel zou ik zeggen omdat het winter is, maar dat is wellicht een beetje kort door de bocht. Terechte constatering want er zijn legio alternatieven voor een winterdrank te verzinnen. Yakkenthee bijvoorbeeld. Uitzonderlijk lekker, zeker als het buiten zijn vertrouwde omgeving gedronken wordt. In Tibet weten ze dat al lang, het is niet voor niets gebombardeerd tot exportproduct numero uno.

Onlangs is door wetenschappers vastgesteld dat Yakkenthee zeer gezond is voor de stoelgang. Poep- en plaspillen zijn niet meer nodig bij een dieet van Yakkenthee. Aan Tibetanen is dat ook goed te zien; olijke smoeltjes in plaats van samengeknepen gezichten, getuigen van soepele peristaltiek en volledige lediging van darm en blaas. Sinds kort is Yakkenthee ook verkrijgbaar bij de betere supermarkt. Daar is het te vinden bij de alternatieve voeding. Flauwekul eigenlijk, want waarom niet in het theerek, naast de Darjeeling First Flush, de Lapsang souchong, Oolong of Earl Grey?

Gelukkig is er een supermarkt die het wel begrijpt, de Jumbo, maar ja, die heeft met zijn Indiase olifantenroots natuurlijk een enorme voorsprong. Het is een gat in de markt, de Yakkenthee. Jumbo doet daar zijn voordeel mee. Klanten slaan de thee met kilo’s tegelijk in. Laxeren is natuurlijk goed voor de lijn en lijnen in de winter is hot, voor je het weet is het lente.

Zolang het onder medische begeleiding plaats vindt kan het lijnen met Yakkenthee geen kwaad. Xanthopsie zul je er niet snel van krijgen, hoewel de wetenschap daar nog geen unaniem eindoordeel over heeft. Chinezen drinken immers ook al heel lang thee. Voor de zekerheid houd ik het dan toch voorlopig maar bij Quadruppel. Beter voorkomen dan genezen zeg ik altijd, want laten we eerlijk zijn, geel zien is geen gezicht. Nu hoef ik ook niet per se te lijnen. Maar toch, een Quadruppelbuik is eigenlijk ook geen gezicht.

27-06-2013

Werkplek

Op zoek naar een nieuwe baan. Dat valt tegenwoordig niet meer mee. Behalve als je veel kennis bezit. Kennissen bezit, moet ik eigenlijk zeggen. Zonder kennissen heb je geen netwerk. Ik vijzel kennis en kennissen op. Op LinkedIn en feestjes en partijen.

Ik schuur, plamuur, vertimmer en verbouw. Met alle tools die ik bezit. Mijn netwerk groeit boven mijn hoofd. Ik voer het pokon en water. Al mijn contactlijstjes heb ik kaalgeplukt. Bijna iedereen zit in een sabbatical. Of renteniert in volkstuin of Marbella. Ik moet nog bijna twintig jaar.

Hoe houd ik dat toch vol? Mijn huidige betrekking zuigt me leeg. Een groot bedrijf dat kennis borgt. Het heeft mij niet meer nodig. Een reorganisatie ruimt zo makkelijk op. Als troost mag ik werk ervaren. Voor Pietje, Truusje en Jan Lul. Ik neem dagelijks een opscheplepel mee. En hark het onzinwerk naar binnen.

Vandaag een afspraak met het loopbaancentrum. Ik spring daar in een caroussel. Hij heet jobrotating en maakt misselijk. Competenties, vaardigheden, ik spuw ze uit. Maak ‘en profil’ een nieuw profiel. Ik netwerk en profileer me suf. Mijn elevatorpitch duurt minstens dertig verdiepingen. Ik oefen hem zes weken lang. De buurman, de pompbediende, de kassajuffrouw. Ze moeten er allemaal aan geloven.

Van eentje ben ik alvast collega. Ik schrijf en blijf bij zinnen. Ik tol wat op mijn bureaustoel. Het is mijn vierde van vandaag. Wat is mijn werkplek toch flexibel. Geen enkel zitvlak geeft meer rust. Mijn lauweren hangen aan de muur. Ik trek ze van de wand. Diploma’s heb ik niet meer nodig. Ik tel heel rustig tot zes. Verder kom ik helaas niet meer.