Posts tonen met het label schrijfveer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfveer. Alle posts tonen

01-08-2017

Er komt geen einde aan de reis

Een kleine lichte tunnel wordt langzaam steeds groter. Aan alle kanten neemt de druk toe. Met horten en stoten glijdt je het licht tegemoet. Je ziet en je hoort niets. Je voelt. Geen weg meer terug, al zou je willen. Warm wordt koud. Het bloed druipt van je kleine lijfje af en langzaam, heel langzaam neemt de wereld bezit van jou. Wiegt en wentelt, omarmt en knuffelt. Voor heel even.

De reis kan beginnen. Dromen kun je niet vertellen. Je hebt nog geen woorden. Wat voelt, voelt dat goed? In de wondere wereld van reiservaring is nauwelijks vergelijk. Geen vergelijk en geen verongelijk. Het kan verkeren. De eerste reisbestemming een getraliede wieg. Minigevangenis uit bescherming. We hebben even geen tijd.

Bestemming is een wereldwonder. Overal staan huizen. Dwars reis je door deuren en ramen heen. Open en gesloten. Glasgerinkel daar waar nodig. Glaszetters sluiten alles weer in. Men noemt het veilig. Er komt geen einde aan de reis. Koffers raken vol. Rugzakken knellen. Water raakt op. Het laatste restje voeding komt in slangetjes. Einde verhaal. Einde reisverhaal. Bewogen. Onbewogen.

Ik blader door een album. Vale momentopnamen. Michel, Thomas, James, Newell, Osterberg staat onder de foto's in potlood opgetekend. Wie zijn die mensen die even met mij meereisden? Hoe was hun reis? Eindig? Waarom kijken zij me zo leeg aan? Hebben zij geleden? En waaraan? De grote leegte lonkt en zuigt. Altijd maar op zoek naar vulling en vervulling. Wie doet waar toe? De kunst in waanzin te overleven. Het grote geheim, een dankbare zoektocht naar het zelf. Vallen, opstaan, mislukken, groeien. Chaos. Er komt geen einde aan het reizen. Gelukkig maar.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Er komt geen einde aan de reis (01-08-2017)

25-07-2017

Monsters en eenhoorns

Ik heb het verschil nooit gezien en onderkend. Een eenhoorn is voor mij namelijk ook een monster. Je zult het maar hebben. Een hoorn op je neus? Alle hoon valt dan over dat ene lichaamsdeel heen. Monstrueus. Geen aandacht meer voor de schubbenhuid of de ongelovelijk dikke billen. Een oor dat buitendimensionaal uitsteekt. Ogen die loenzen. Alles valt in het niet bij de eenhoorn.

En als het er nu eens twee zouden zijn? De tweehoorn. Dat zou dan weer veel normaler zijn. Je ziet er dan twee. Niet zo heel bijzonder. Of wat te denken van een telescoophoorn? Een uitschuifbare hoorn midden op je gezicht. Dat kan alleen de vrouwtjes bekoren denk ik. Mag ik even op je gezicht zitten? Ik zie het al voor me. Dan ga je als man pas echt op je bek.

Bekken krijgt dan sowieso een geheel andere betekenis. Daar komen kindjes van. Wat me dan weer even terugwerpt op de vroege Middeleeuwen waarin mijn ouders zijn opgegroeid. Waarin mijn moeder werd wijsgemaakt als klein meisje dat van zoenen kindjes komen. Hoe vals. Een ongeruste puber na het eerste zoentje, dat doe je je ergste vijand niet aan.

Terug naar de monsters. Tegenwoordig een koosnaam. Want iedereen wil met monsters spelen. En dus ook met de eenhoorn. Het is alleen jammer dat ze zoveel lawaai maken. En als het nu nig echte oergeluiden waren dan zouden ze wat mij betreft ermee wegkomen. Maar nee. Het is slechts iel gepiep en geblieb. Weer een monster omgelegd. Ik haat telefoons en gameconsoles.

Geef dan toch maar de eenhoorn. Zo'n hele lange met aan het einde een krul. Een gigantische alpeneenhoorn, ja dat wil ik zien en horen. Een enorme telescopische glijstaaf die geluid maakt bij zijn hoogtepunt. Dat zou wat zijn. Monsterlijk eenhoornig.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Monsters en eenhoorns (25-07-2017)

24-07-2017

Men moet toch eenmaal aarden

Dat is wat mijn goeroe tegen mij zei. Men moet toch eenmaal aarden. En hij vond het tijd worden. Hij hoefde het niet eens naar mij te roeptoeteren. Ik begreep hem meteen. Vijftien boeken verder, bijna vier cycli van maan- en zonnewenden doorlopen, tig buiten mezelf ervaringen ondergaan, had ik voldoende wijsheid, ervaring en bovenal magma en hara verworven. Ik was eraantoe.

U kunt zich wellicht de schrik voorstellen lieve lezer. Nu moest het gebeuren. Voor het eerst zou ik me begeven op het pad van aarde. Niet langer mocht ik zweven. Nee, met beide voeten op de grond zou ik voortaan door het leven mogen en moeten gaan. Dat was even wennen. De eerste stappen op de aarde voelden dan ook zwaar. Ik was weliswaar op alles voorbereid, maar toch, de aarde is en bleef weerbarstig. Zoals gezegd en uitgelegd.

Ik had voor de zekerheid een mooi stukje aarde uitgekozen nochtans. Nou laat dat nochtans er maar af. Het bleek flutaarde te zijn. Mijn goeroe had me nog gewaarschuwd. Kies niet je geboortegrond maar probeer wat verder over de grens te kijken. Met kijken bedoelde ie natuurlijk voelen. Zo goed als hij me kende mijde hij dat woord. Het zou teveel zijn in een keer, én aarden én voelen. Too much! Maar eigenwijs als ik ben koos ik toch voor de moeilijke weg. Mijn geboortegrond.

Ooit had ik hem al eens betreden, met grote voeten, mijn geboortegrond. Was toentertijd al keihard uitgegleden. Maar dit was andere koek. Ik maakte voor het eerst contact met bedorven aarde. En ja, vertelde mij mijn goeroe, daar moest ik even doorheen. Mooi niet dacht ik. Ik ga hier even mijn geboortegrond nog langer betreden tot ie aardt. Echt niet. Deze modder zou nooit meer vastigheid geven. En toch. Goeroe raadde mij aan om door te pakken.

Met mijn handen aarden? Dat kwam er nog eens bij. Maar ik ben geen watje. En één voor één besloot ik mijn demonen te wurgen. Figuurlijk. Letterlijk waren ze immers al dood. Ik moest er zelf de hand in houden, sprak goeroe. Aldus geschiedde. Nu dorst ik ook wat verder te aarden. Ik ging naast een aantal naasten zitten en vroeg hen de oren van de kop. Dat kwam binnen. Langzaam begon mijn lijf een nieuw huis te worden. Maar dan compleet anders ingericht. Ik hield huis. En mijn goeroe knikte tevreden. Ik was goed bezig.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Men moet toch eenmaal aarden (24-07-2017)

17-06-2017

Dichtwerk voor een optionele debutantenbundel

Laken en deken

Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg

Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou

Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in

Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk

Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon


Beladen ballades

De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.

Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.

Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.

Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.


Bellen blazen

Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.

Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.


Duinenrijen

Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.

Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.

Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.


Hamer en beitel

Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen

Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk

Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest

Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede

Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen

Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar


Mien

Helmond, 9 juni 2017

30-04-2017

Schrijfveren April 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice



Voorland achterland (03-04-2017)

Waar gaan we dit jaar naartoe op vakantie? Het achterland is al jarenlang verkend. Het wordt tijd voor verkenning van het voorland. Omdat het in de toekomst gelegen is, kan ik het nog volledig indelen naar eigen verwachting en verlangen. In ieder geval moet het een land zijn met veel zonneschijn, veel bergen, veel kunst, veel historie, veel leuke mensen, goed eten, mooie mensen, prachtige natuur en geen uitgaansleven.

Het bestaat, ik weet het zeker. Ergens, ergens in mijn dromen. Ik kan er zo een plaatje van tekenen, het is onbeschrijflijk mooi. Voldoet volledig aan alle eisen en voorwaarden. Alleen, geldt dat ook voor mijn metgezellen? Ik ga natuurlijk niet alleen op vakantie. Ik neem ze allemaal mee. Mijn huisdieren, planten, kinderen en partner. Zonder ga ik niet weg. Geen denken aan.

Daarom heb ik alvast een grote bus gehuurd. Wanneer we vertrekken, weet ik ook al. In de zeer nabije toekomst. De mooiste vakantieweek van het jaar. November 2018, tweede week. De sombermaand is goed besteed aan ons. Planten en dieren in rust, vrijwel zeker wind, regenen kou in Nederland. Wegwezen dus. Naar dromenland. Liever vandaag nog dan morgen. Gelukkig zit het geduld in de genen. Van andere genen uiteraard. Deze en gene.

Voorland we komen er aan. Over een paar maanden. Nog even geduld. Ja, ook jij. Met je prachtige bergen, natuur, mensen, kunst, historie, lekker eten en bovenal geen uitgaansleven. We blijven immer thuis. In jouw schattige chalet, waar amper plek is voor onze grote bus. Een bus vol aardappelen, eigen bestek, citruspers en potten pindakaas. Met eigen zitjes, beddengoed en surfplank. Accufietsen, gevarendriehoek en badmintonset. We komen er aan, ooit, zeker weten. Aankomen doen we zeker. Met al dat lekkere eten. Zet het bier, de wijn en het fris maar vast koud.


Een vegetarische lunch (05-04-2017)

De leeuw van Artis is boos. Heel boos. Hij krijgt geen vlees meer. Hij is opgenomen in een onderzoeksprogramma van het Wereld Natuurfonds, afdeling Nederland te Amsterdam. De naam van het onderzoeksprogramma: De effecten van plantaardig voedsel op de belevingswereld van grote roofdieren.

Het mag duidelijk zijn, de eerste onderzoeksresultaten. De leeuw is not amused. Hij vertoont de laatste dagen ook vreemd gedrag. Naast het vertrouwde op en neer lopen binnen het pas vernieuwde leeuwenverblijf, geheel in Amsterdamse kanaalstijl met schattige ophaalbruggetjes, langs de Prinsengracht, steekt hij nu voortdurend zijn tong uit. In en uit. Niet likkebaardend over zijn blonde manen, nee, telkens kort in en uit. Een beetje spottend. Zo lijkt het. Maar het kan natuurlijk ook zijn door het aangepaste voedingspatroon. Van scherpe chili zou ik ook mijn tong snel uit- en insteken. Frisse lucht en afkoeling dat heeft de tong dan nodig. Ook een leeuwentong.

De chili sans carne is de leeuw duidelijk niet bevallen. En zeker niet als ontbijt. Nu wacht hij op de lunch. Kaakjes gedrenkt in Bengaalse yoghurt. Ja, er wordt wel rekening gehouden met zijn afkomst. Al doende leert men ook binnen het onderzoeksprogramma. De Turkse yoghurt, inclusief baklava, werd gisteren als een op hol geslagen fontein meteen weer uitgespuwd. Vandaag zijn de voedingsconsulenten gekleed in regenpak. Voor de zekerheid. Het blijft afwachten hoe de leeuw van Artis zal reageren. Spannend.


Schoonmaak (07-04-2017)

Het is er weer tijd voor. De grote schoonmaak. In mijn hoofd. Ik verwijder al het stof tot nadenken dat de afgelopen maanden in alle hoeken en gaten van mijn hoofd zich genesteld heeft. Eigenlijk zou ik eerst een plumeau moeten gebruiken. Maar zo hoog is het nadenken niet gekomen.

Eerst maar eens de stofzuiger legen. Die zit nog vol met gedachten van de vorige schoonmaakbeurt. Ik vraag me wel eens af hoe die gedachten zich in de stofzuigerzak verhouden. Of ze nog lang in leven blijven of onmiddellijk sterven? Of ze zo'n overlevingsdrang hebben dat ze blijven zoeken naar een uitweg? Via de slang en stofzuigermond. Ik heb het wel eens meegemaakt. Of beter gezegd, gezien. Zo'n ieniemienie spinnetje, zo'n springspin, die dan eerst zenuwachtig alle kanten uitloopt, nog verblind door het donkerte in de slang, om dan heel hard naar een hoek te rennen. Het zijn echte hoekdieren, die spinnen. Ik prefereer toch liever de bank- of vensterbankdieren. Mits ze niet te groot zijn. Dan gaan ze namelijk stinken, boven de verwarming. Bah. Ze heten vaak Blackie of gewoon Poes. Je zult toch een kind zijn van die mensen die hun poes Poes noemen. Hee Mens, kom je eten? Ik moet er niet aan denken. Vreemd volk, die mensheid.

De gedachten van het afgelopen half jaar mogen er wezen. Mijn gedachtezuiger heeft ze dankbaar opgeslokt en licht verteerd. De stofzuigerzak zit niet eens helemaal vol. De gedachten zijn met de tijd ingedikt. Toch plaats ik er een nieuwe zak in. Wel zo fris voor mijn laatste gedachtestroom. Mijn hoofd heeft de afgelopen dagen op volle toeren gedraaid. Het heeft behoorlijk wat stof doen opwaaien. Maar goed dat ik ze binnen gehouden heb. Mijn hoofd voelt nu wel als een suikerspinketel. Ik denk dat ik na het zuigen ook maar even de dweil erdoorheen haal. Kan mijn hoofd daarna weer met een schone lei verder.


Bretels (11-04-2017)

Ik heb eindelijk bretels gevonden die mij passen. Het was even zoeken, maar dan heb je ook wat. Ik moest wel naar een speciaal zaak. Waar ze extra extra extra large bretels verkochten. Mijn buik moet u weten, is van een omvang, zo groot, dat zelfs Moby Dick zich zou schamen. Moby zou zijn dick niet eens kunnen zien, zo omvangrijk is mijn buik. In de eerste modezaak waar ik kwam lagen ze al helemaal in een deuk. Het moet ook wel een komisch gezicht zijn geweest. Op mijn knieën voor de brievenbus, die gesitueerd was op pakweg vijftig centimeter hoogte, lag ik geplet op mijn buik en sprak luid en duidelijk door de brievenbus. "Juffrouw, juffrouw, ik kan niet naar binnen. Te dik. Maar verkoopt u misschien bretels maatje dertig centimeter breed. Dertig centimeter per band. Nee, niet lang.

Waarom niet gewoon naar binnen lopen, vraagt u zich wellicht af. Heel simpel. De winkels waren nog niet open. Ik denk, slim wezen, voor openingstijd gaan winkelen. Minder kans op bezoekers, minder gênant. De juffrouw verstond mij gelukkig maar moest me teleurstellen. Ietsje verderop, wist ik veel, was nog een kledingzaak voor grote maten. Een hele aardige meneer, zo rond als een tonnetje hielp me zoeken. Maar de breedste bretel mat vijftien centimeter. Daar paste mijn buik wel zes keer tussen. Geen steun dus. Een laatste tip kreeg ik. Wist even niet wat ik ermee moest. Een bouwzaak. Doe het zelf? Gamma, Hornbach? Ai, ja, ja, nee! Dat meende hij. Afdeling schuurpapier? Waarom? Stevig en je kunt alles eventueel een beetje bijschuren. Ik zwaaide dreigend met mijn buik richting verkoper. Was dit een flauwe grap misschien?

Nu ben ik thuis. Met verbrande buikriemen. Horizontaal. Het lijkt wel of mijn witte buik op een reuze barbecue heeft gelegen. Maar het moet gezegd. Het helpt. Ik heb schuurbanden van dertig centimeter weten te vinden. Op de rol. Met ducttape een broekje gemaakt waaraan ik het schuurpapier heb vastgeplakt met dezelfde ducttape. En het moet gezegd. Het zit prima. Zolang ik sta.


Monstrueus (13-04-2017)

Ik weet niet wat ik zie. Twee grote beren op een minstens zo grote tak. Zwart wit zie ik het. Zwart wit zijn ze. Ze eten pandarijst. Hoe ze daar aankomen is mij een groot raadsel. Ze eten het rauw. Bah. Tenzij hun monden kokend heet zijn. Gelijk die van zwarte draken. Of witte. In vuurspuwend mondwater is pandarijst in luttele seconden gekookt. Maar het ziet er niet echt smakelijk uit. Ze bollen hun wangen en persen de rijst als dolle eekhoorns door hun mond. Monstrueus. Ik kon er ven niet opkomen. Monstrueus ziet het eruit.

Maar wat doen die beren daar? Op die grote tak, in die evenzo grote boom. Geen broodjes smeren, dat mag duidelijk zijn. De ene beer laat een boertje. Het regent rijst. De mensen die op een veilige afstand rond de boom staan, steken allemaal een paraplu op. Het zijn deftige mensen. Ze willen niet nat of vies worden. Eigenlijk hebben ze een hekel aan het buiten zijn. Maar ze kunnen niet anders. Het is hun lente-uitje van de Rotary. De meesten hebben het afgelopen jaar zo weinig deelgenomen aan de club dat dit uitje bijna door alle leden is aangevinkt in de agenda's op hun iPhones. De gemeenschappelijke kalenders liet hun verder weinig keus.

Het is wel goed zo. Intussen is het ook nog eens gaan regenen. De huid van de beren stinkt een uur in de wind. Vooral de zwarte stinkt vreselijk. Hij kan niet zo goed tegen pandarijst, maar ja, honger hè, dat maakt pandarijst zelfs lekker. Langzaam kruipen ze uit de boom. De leden van de Rotary gaan met respect een laar passen achteruit. Het schijnt dat de beren niets doen. Maar niets is zeker in deze vreemde wereld.

De brillen kunnen af. Tijd voor een korte briefing en evaluatie. Het tweede spel wordt giraffen spotten. De iPhones worden opnieuw ingesteld. Het berenspel kan niet op veel waardering rekenen. Te flauw. De meeste mensen van de Rotary zijn wel eens in Afrika geweest. En anders kennen ze de giraffen nog van Daktari. Dit spel zal zeker op meer bijval kunnen rekenen. Het enige nadeel is dat de wat ouderen vrij snel een pijnlijke nek zullen krijgen. Waarom zijn die beesten ook zo lang.


Een weduwe (21-04-2017)

En niet zomaar een. Nee een echte onvervalste. Zijn er dan vervalste? Yep. De geldwolvinnen. Die eerst hun man tot stervend toe treiteren met misselijkmakend gedrag, om vervolgens keihard toe te slaan. Met rattengif in lievelingskost. Of een zetje op het perron, vlak voordat de TGV binnenrolt. Want het moet wel in stijl in het openbaar. Oeps. Sorry.

Maar dit is een onvervalste. Ze staat volledig in zichzelf gekeerd in zwart gekleed bij de wachthalte. Waar wacht ze op? Niet zo moeilijk natuurlijk. Op een man. Het is alweer even geleden. Drie jaar om precies te zijn. Tijd voor nieuwe ontmoetingen. Alleen het zwart kan ze nog niet laten. Zwarte schoenen, zwarte panty's, zwarte rok, zwarte blouse, zwart gezicht. Maar vrouwtje toch. Zo gaat dat niet werken.

Maar zogezegd, op ieder potje past een deksel. Een tweede kans op huwelijk verdient iedereen. Wat meteen bij mij de vraag oproept, zij die samenwoont, hokt, kan zij ooit weduwe worden? Nee. Zit de crux dan toch in een huwelijk? Is dat boterpapiertje het ultieme recept voor prettige nalatenschap? De kinderen daargelaten.

"Mevrouw, dat zwart dat staat u goed. Maar moet u ook zo zwart kijken?"

Naast de vrouw is een kleurrijk figuur komen staan. Nog het best te beschrijven als een nar. Een hofnar met driepuntenmuts en belletjes eraan.

"Weet u mevrouw, ik wil u best het hof maken, maar dan moet u ophouden met narren, afgesproken?"

20-04-2017

Vrees bewaarheid

Leugens om bestwil boezemen soms angst in. Zowel bij de drager als de ontvanger. Als drager van de leugen wil je de ontvanger liefst niet opzadelen met een rotgevoel. Sterker nog, de leugen om bestwil moet dat juist voorkomen. Maar stel nu, dat de drager zelf vrees heeft voor de waarheid. Dan heeft ie een probleem. Zijn vrees bewaarheid, dat hij zijn eigen waarheid moet inslikken en verpakken, verhullen als het ware. En voor hoelang? Niet onbelangrijk. Hoe lang moet hij als drager van de leugen de waarheid verstoppen? En weegt de vrees voor waarheid wel op tegen het ongemak van de leugen. Waarom niet meteen vertellen waar het op staat? Ik ben er klaar mee. Klaar! Nee, hoor. Stug volhouden, tegen wil en dank. Ik ga het je niet vertellen. Ik vertel jou een leugen om bestwil. En dat terwijl je verrekte goed weet dat de wil niet best is.

Veel beter zou je de bestwil inruilen tegen bestmag of beter nog bestkan, nee nog beter, bestmoet. Bestmoet doet goed. Het voelt als een verzadigd loslaten van stoelgang. Opluchting. Relieve. Ben lief. Opnieuw lief. Relief. Geen enkele vrees hoeft daarna nog bewaarheid. Loslaten. Zo fijn. Waarom reageren mensen juist zo bangelijk? Op loslaten. Wat heeft een mens te verliezen? Wat houdt ie vast? Leugens om bestwil. Wat een energie dat kost. Loslaten, loslaten. Geen wrijving meer, geen energieverlies. Wat schuurt moet bevrijd. Een mens moet zijn. Wezen. We en zen moeten we wezen. Dat helpt. Met elkaar. Met elke aar van ons zijn. Met vriendelijk gebaar. Loslaten zeg ik. Baren. Onbevreesd. Het geeft lucht en leven. Waarheid. Laat het los. Alle waar en al het ware. Uiteindelijk gaat iedereen dood. Vrees niet langer waarheid en bewaarheid. Angst is een dooddoener. Laat los.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Vrees bewaarheid (23-03-2017)

07-04-2017

Alsnog gehecht

Met zijn ziel onder de arm sjouwt Joost door het bos. Zal hij het doen, vandaag? Dieper en dieper komt hij tot de kern. De bomen worden steeds dikker, het pad dunner. Hij kan maar een kant op. Maar is het eigenlijk wel de kant die hij wil? In het midden van het bos daar wil hij het doen. Een mooie open plek. Groen, met sprankjes zonlicht. Want eerlijk is eerlijk, er dwaalt nog een sprankje hoop in het nog jonge lijf van Joost.

Hoe is het toch zover kunnen komen? Alles, maar dan ook alles lijkt bij Joost op orde te zijn. Knappe vent, intelligent, warm nest, lots of friends, en iedereen werkelijk iedereen wil iets van deze adonis, de ideale schoonzoon. Ook dat nog. En juist dat beklemt Joost. Het plaatje dat af is, in de ogen van de buitenwacht. Maar voor Joost gelden hele andere normen. Hij is doorsnee beu. Hij houdt niet van geluk. Lijkt voor het ongeluk geboren. Sinds kort is hij daar achter gekomen. Een bijzondere lotsbestemming.

Het einde nadert. Van het pad in het bos en van zijn eigen weg. Daar is de open plek. Een geweldig mooi traatje. Met de perfecte boom. Een knots van een eik. Hij gooit het touw over de laagste tak die net hoog genoeg uitsteekt. Van een takkenbos maakt hij een trapje. Hij stapt op het bosje en wordt dan plots geraakt. Geraakt door een rare bestemming. De zon straalt recht in zijn gezicht en stelt de belangrijkste vraag uit Joost zijn nog korte leven. Waarom? Waarom, ja waarom? Daar heeft Joost nog geen moment over nagedacht. Tot voor kort liep alles vanzelf en op rolletjes. Waarom? Verhip. Joost alsnog gehecht. Het laat hem niet meer los. Waarom, ja waarom? Gehecht aan levensvragen. Voor altijd.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Alsnog gehecht (19-03-2017)

31-03-2017

Schrijfveren Maart 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


De mens is een verhaal (01-03-2017)

Verzonnen, compleet verzonnen is de mens. Hij komt alleen maar voor in verhalen. Zij ook en zelfs het. Want zeg nu eens eerlijk, wie of wat is nu een mens precies? Zet de mens maar eens af tegen god of goden. Of tegen kabouters en dwergen. Reuzen, heksen. En vraag je dan eens af, wie is hier nu eigenlijk het sprookje?.

Verhalend zijn we allemaal maar kort aanwezig. In hier en nu meestal en voor enkelen ook in verleden en toekomst. Maar sprookjes gaan voorbij. Aan het eind leeft iedereen weliswaar lang en gelukkig, maar tot op heden heb ik daarvan nog nooit het bewijs gezien. Tenzij de Efteling beschikt over absolute waarheidsgarantie. Of Disneyland. Pipi Langkous land. Trollenland.

Noem ze maar allemaal op, waar ze verstopt kunnen zitten, de sprookjes, de verhalen, de dieren en de mensen. En dan gaan we ook nog eens dood. Heel vervelend. Dat geldt dan weer niet voor god en goden. Zij beschikken als enige wezens op en rond de aarde over het eeuwige leven. Niet dat ze daar blij mee zijn. Ze worden voortdurend beschimpt. Maar daar trekken ze zich niets van aan. Liever horen ze de jubel van hun volgelingen.

Een enkeling creëert zijn eigen heiligdom. Met de nadruk op dom. Het zijn half mensen en half goden. Dragen meestal een hele grote slurf. Om mee te zwaaien en regeren en om alles uit te vegen. Gelukkig komt er aan alle verhalen en sprookjes ook een end. En dan komt die slurf ineens weer van pas. Nee, de mens is geen verhaal. Hij is een woord. Hooguit. Soms hoog en soms laag. Soms schreeuwend en soms fluisterend. Maar altijd aanwezig. Wat weer wat anders is dan gezien.


Een varend eiland (03-03-2017)

Een kleine lilliputter hangt met zijn benen in het water. Zout zeewater. Af en toe peddelt ie met zijn minivoetjes. Het gaat niet hard vooruit. Hoeft ook niet. De lilliputter doolt al een eeuwigheid op het zwarte water.

Zwart? Ja de zee is inktzwart. Geen maan vannacht. Het is weer eens een van die nachten dat de lilliputter de slaap niet kan vatten. Het enige dat ie dan kan doen is zijn voeten buitenboord steken. Vanaf het ieniemienie strand. Peddelend met zijn kleine voetjes is en blijft het een groot avontuur waar hij dan uiteindelijk terecht zal komen. Over pakweg vier weken.

Hij bevindt zich nu al drie jaar op dit kleine drijvende eiland. Drijvend ja, want daar kwam ie na een verblijf van pakweg zes weken achter. De eerste zes weken op het eiland had hij tijd nodig om te acclimatiseren. Zo gaat dat met lilliputters. Ze zijn weliswaar klein van stuk maar lang van gewenning.

Sinds een paar dagen is hij erachter gekomen dat ie ook invloed kan hebben op de richting waarin het eiland drijft. Simpelweg door met zijn kleine voetjes te peddelen. Gisteren was de maan er nog. Vol. En nu is hij verdwenen, achter nevel, dikke mist. Over vier weken is het weer volle maan. Hij is super benieuwd waar zijn eiland dan zal drijven.

De sterren hebben hem gisteren alvast een goede vaart gewenst. Zij weten wel waar lilliputters op drijvende eilanden uiteindelijk terechtkomen. In een sprookjesboek. Logisch. De vraag is alleen, in welk sprookjesboek. Want dat kunnen de sterren niet voorspellen. Ze laten lilliputters ook het liefst in het ongewisse.

Een sprookjesboek wil dit sprookje wel graag inladen. Het boek vindt de lilliputter zo schattig en hij heeft ook wel lang genoeg rondgezworven op stille wateren. Stil? Was de zee dan altijd stil? Nee, integendeel, maar lilliputters laten zich niet snel kennen. Bovendien is het eiland zo klein dat de zee nauwelijks impact heeft op het eiland. Het eilanden drijven sowieso altijd door en komen ook altijd weer boven water.

Het sprookjesboek heeft al een mooie plek gereserveerd voor de lilliputter op het varend eiland. Op pagina vijfenvijftig is nog volop ruimte. Alleen nog even een leuke titel verzinnen.


Liefdeswoede (05-02-2017) (Per abuis vergist in maand)

Woedend is ze. Sandra uit IJsselstein. En terecht. Komt er een gerenommeerd auteur zijn liefde voor literatuur bij haar op school door haar strot drukken en die van haar klasgenoten; wordt ze door hem eerst te kakken gezet om daarna hetzelfde te doen met haar favoriete band Broederliefde, om vervolgens haar en de band op een voetstuk te plaatsen, een podium dat ze als ontluikende puber helemaal niet wil. Wat denkt die koekenbakker wel, of niet? Maar hij heeft wel schattige pretoogjes en een lief baardje. Hij spreekt heel zorgvuldig Nederlands, haast accentloos. Het Brabants plakt nog wel een beetje in zijn keel en ze ziet hoe hij zijn best doet omdat vooral niet te verbloemen. Knappe gast.

De auteur vraagt aan de klas of iemand bekend is met broederliefde. De hele klas steekt zowat de vinger op. De auteur schrikt ervan. Hebben ze dan allemaal een broertje. Zelf heeft de auteur een broertje dood aan zijn eigen broer. Maar allez, is het Germaanse spreekwoord niet 'das was sich neckt liebt sich'.

Sandra kijkt nog steeds boos naar de auteur die erg zijn best doet om zijn vak te verkopen. Maar de auteur heeft niet in de gaten dat hij ook wat anders verkoopt met zijn uitstraling. Hij kijkt Sandra niet meer aan. En Sandra baalt. Haar onderbuikgevoelens worden op deze manier niet beantwoord. En dat terwijl hij haar eerst op een podium plaatste, met haar zelf verzonnen woord liefdeswoede. Ja, nu is ze echt boos. Woedend.


Getuigen van haast (05-03-2017)

Herman. Alweer. Hij kan het niet laten. Hijgen in mijn nek. Heel vervelend. Maar ik laat me niet kennen. Ik hijg gewoon terug. De aanhoudende hijger wint uiteindelijk. Zeker weten. Daar staan we dan. Achter elkaar op straat. In de Kalverstraat. Niet te verwarren met de Klaverstraat. Mocht je daar staan dan zit je verkeerd. Sta je verkeerd. Op straat zitten is niet gezond. En al helemaal niet op de Kalverstraat. Je zou zowaar de gekke koeien ziekte kunnen oplopen.

Herman kan het edoch niet laten. Het hijgen in mijn nek. Voortdurend. In de Kalverstraat. Samen met Babette. Die doet ook mee. Word ik toch van twee kanten in mijn nek gehijgd. Heel vervelend. Houd het dan nooit op. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Iedereen heeft verschrikkelijke haast. Waarvan getuige. Druk, druk, druk, loopt het gepeupel aan ons voorbij. Met de blik op winkel. Of met de blik op strak. Met de blik op oneindig, dat kan ook. Dat zijn de ergsten. Ze zien niks of niemand staan. En ja, ook zij hijgen in de nek. Bij hun voorganger. De pastoor. Heilige bonen. Schijnheilig.

Herman geeft nu gas. Samen met Babette. Stoom komt uit hun oren. Bah. Het ruikt naar boerenkool. Het ruikt niet fris. En dat in de Kalverstraat. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Iedereen heeft haast. Waarvan getuige. Koyaanisqatsi klinkt nu door de boxen die hangen aan de straatkoorden. Flip Glas. Flip Glas. Glas rinkelt. Straatakkoord. We zijn het eens. Herman en ik. Eindelijk.

Getuigen van haast. Ze rennen allemaal weg. Hard. Op weg naar maaltijd. Het is bijna zes uur. Tassen en attachékoffers lijken steeds zwaarder te wegen. De weg door de Kalverstraat is niet korter. Maar dat wisten ze eigenlijk al, de haastgetuigen, tegen beter weten in. Ze schakelen een tandje harder, met de voordeur in zicht. Stalruikers zijn het. Maak plaats, maak plaats, maak plaats! Voor de getuigen die allemaal getuigen van haast.


Hoeveel glazen bier (07-03-2017)

Zes. Zes glazen bier moeten erop passen. Ieder jaar weer. Vaste prik. Afhankelijk van het onderwerp, onderwerp ik mijn geest jaarlijks aan mijn rijke fantasie. Het associëren gaat me in het algemeen prima af. Althans, het vloeibaar associëren. In vaste vorm, concreet, dat is een ander verhaal. Dat vereist tijd en vindingrijkheid, karton, (duck)tape en lijm.

Eerst maar even mijn geheugen prikkelen. Waar en wanneer is het ook alweer begonnen? Bij de Pirates of the Caribean 2008. Een stuurwiel vervaardigd uit karton en bruine plastic tape met zes lege gaten. En dan de Cooking Club Catstown 2009. Een mega kookpan van de Zweedse kok. Vervaardigd idem als het stuurwiel. En dan de Haagse Multi Culti Colour Band 2011. Cowboyhoed van Henk de Yank vervaardigd uit karton en grijze ducktape met zes lege gaten in de rand. Cats in Catstown 2012. Als Dikkie Dik, met een speciaal geprepareerde kattenbak (deksel plastic aardappelbak) met ruimte voor zes glazen. Maja's in 2013. Als Maja Jorge met giga panfluit van karton met geel papier beplakt, opgebouwd uit vijf 'fluiten'. Sheiks in 2014 met een uit karton en papieren tape vervaardigd dienblad inclusief oliekannetje. Als Borrelhapjes in 2016. Een geprepareerde mayonaisetubedophoed van karton, met rode nep leren stof beplakt.

Ik ben eruit. Dit jaar gaan we als Batman. Ik maak een merkteken van Batman in karton, zwart gestift en met boeklon beplakt. Moet lukken. Creatieve dienbladen die ons altijd goed van dienst zijn. Proost.


De vreugde van door een schaduw te fietsen (09-03-2017)

Hij had nog nooit door zijn eigen schaduw gefietst. Lucky Luke. En nu moest het er toch maar eens van komen. De Daltons en Rataplan stonden aan de zijkant tussen het publiek en moedigden Lucky met luide stem en geblaf aan. Ze wisten hoe zenuwachtig Lucky was. Hij had nog nooit gefietst, laat staan door zijn eigen schaduw. Maar ze hadden er allemaal alle vertrouwen in dat het wel zou goed komen. Behalve de kleinste Dalton. Het meest vervelende en altijd kritische opdondertje van de immer gestreepte vier. Hij zag Lucky het liefst vallen, jaloers als ie was.

Nog vijf minuten en de wedstrijd zou beginnen. Lucky had toch wel wat spijt dat ie de wedstrijd was aangegaan. Hij was toch liever levend dan dood. En dat laatste, benaderde momenteel het meest zijn momentane gevoel. Maar er was geen weg meer terug. Dus ging Lucky er voor. Nog snel even een laatste shaggie pielen en vooruit met de geit ... ehhh ... fiets.

Zijn uitdager stond allang klaar. Een oneerlijk gevecht zo op de eerste hand. De schaduw van zijn opponent was namelijk veel omvangrijker dan die van hem. Een breinaald was Lucky Luke, vergeleken bij de kolos die tegenover hem stond. Waar hadden ze die ooit gevonden? Maar Lucky kende gelukkig geen angst, niet van buiten, althans. Van binnen was een ander verhaal. Maar dat hoefde niemand te weten. En zeker zijn tegenstander niet. Lucky was maar voor een ding gekomen. Een doel, een missie. De liefde.

Titia Hortensia stond ietwat gespannen langs de kant. Ook zij hoopte dat Lucky zou winnen en als eerste dwars door zijn eigen schaduw zou fietsen. Dan was zij de zijne. Voor eeuwig. Duimen maar. Lucky kon zijn ogen niet van haar af houden. Daar stond de hoofdprijs, zijn trofee, zijn liefdesgodin. Nu nog even winnen. Concilio Gigantus Toreadorus maakte geen schijn van kans. Zeker weten.


Zuidvlucht (11-02-2017) (Per abuis vergist in maand)

We tellen 2034 en ja we leven nog. Op Madeira, bloemeneiland. Het is weliswaar overbevolkt en van bloemen is weinig meer te bekennen, maar we leven nog. Iedere dag wachten we op de boot met eten. Wat zullen we vandaag weer voorgeschoteld krijgen en belangrijker, is het voldoende? De broodkruimels van gisteren, gemarineerd in flauwe tapenade, was best te pruimen en net genoeg.

Tien jaar alweer. Tien jaar geleden maakten we de oversteek. Verdreven uit onze vertrouwde Heimat, weggejaagd door boze buitenlanders die ineens ons binnenland veroverden, de macht namen, en ons de wacht aanzegden. Terecht. Wat hadden we ze de jaren ervoor uitgeknepen en vooral niet welkom geheten. Dat ze ons lieten leven is nog een grote gift. Grote gift? Groot gif? Whatever. We leven nog.

Oké de kwaliteit van leven is behoorlijk achteruit gehold. Het enige dat ons nog doet denken aan vroeger is het hutjemutje wonen. Dat we Madeira toebedeeld kregen als eiland is een mazzeltje. Onze buren, de Duitsers en Belgen hebben het slechter getroffen. In quarantaine op Lesbos en Cyprus en maar twee keer in de week eten, we willen niet ruilen.

Het weer is wel fijn. Lekker veel zon. En heel af en toe mogen we ook even zwemmen. Alleen maar omdat we als een van de weinigen meteen hebben gecapituleerd toen de Derde Wereldoorlog uitbrak, een samenspel van burgeroorlogen in het hart en de randen van Europa. De Russen, Amerikanen en Chinezen zitten er nu weliswaar bovenop, maar het zal nog wel even duren voordat ze Europa binnen kunnen. Een muur van drie kilometer hoog staat er op de Europese grens. Vliegtuigen en raketten worden vanaf de bruggen direct omlaag geschoten. Ze maken vooralsnog geen enkele kans om Europa te kapen.

God wat zijn wij blij met de Zuidvlucht van tien jaar geleden. In grote vliegtuigen zijn we overgebracht naar Madeira. Grote dank gaat uit naar alle Buitenlanders die dit hebben mogelijk gemaakt, toegestaan. Grote harten liggen daar aan ten grondslag. Een mooi gebaar om ons in leven te laten, na alle uitbuiting die ze zelf ondervonden hebben jaren-, eeuwenlang. Dat zij ons dat vergaven. Hulde.

'Mien, Mien, kom je, we mogen weer even zwemmen?'
'Verdorie, waar heb ik nu mijn zwembroek weer gelaten?'
'Doe je voorzichtig?'
'Zeker!'


Kiemkracht (13-03-2017)

De erwten koken in de pan. Van kiemen is geen sprake meer. Ze worden gewoon vermoord. Hun protest is gesmoord. Tot voor kort hadden ze nog een grote bek. Gingen de strijd aan met spek en bonen. Ze voorzagen weeral eens een achtergestelde en ondergeschoven plek op het bord. Dit keer wilden ze niet bespot en bevlekt en bepoteld worden door bijgerechten. Zij waren immers het hoofdgerecht. En niet zomaar een hoofdgerecht. Nee, zij voorzagen een adellijke Engelse Prins Heerlijk van zijn belangrijkste gang. Nee, niet de stoelgang, maar de hoofdgang.

En hij was er klaar voor. Dat hadden ze hem vanuit de keuken in de woonkamer horen zeggen. 'Ik wil erwten!' Het had geklonken als 'Ik wil Bolletje!' En ja, dan weten erwten genoeg. Dat hoef je ze niet twee keer uit te leggen. Met alle kiemkracht die de jonge erwtjes in zich droegen hadden ze de worteltjesoorlog in de keuken al gewonnen. Worteltjes waren in hun ogen sowieso inferieur qua groente. Een hoofdgerecht voor konijnen, maar toch niet voor een prins. Nee, nee, nee, dat lag toch wel gevoelig.

Even gevoelig als zijn eigenste prinses. Die lag meestal torenhoog op stapels matrassen boos te mokken. Een gevoelige tante, echt wel. Ooit had de prins gevraagd waarom ze toch zo boos was. Wel, had ze geantwoord ik voel het gewoon in mijn rug, de lattenbodem is niet meer goed. Hoeveel matrassen ik er ook op stapel, ik voel de lattenbodem prikken. En jij, jij weigert mij maar een nieuwe aan te schaffen. Omdat ie zogezegd nog niet oud genoeg is. Pas elf jaar. En hij moet vijftien jaar meegaan. Nou mooi niet. Niet deze matrassen. Twaalf waren het er. Twaalf!

De prins besloot de som op de proef te nemen. Of eigenlijk een erwt op de poef. Hij schoof dezelfde dag een harde erwt tussen het onderste en het op een na onderste matras. Eens kijken of ze dat zou voelen. Maar niks hoor. Ze sliep na drie uur boosaardig krijsen vredig in. Die drie uur waren standaard uiteraard en gevrijwaard van de resultaten van deze toch wel belangrijke lakmoesproef. De proef van de pudding zogezegd. Nou kouwe kermis hoor. Niks geen pudding of gekleurde lakmoes werd ontdekt. En de prinses moest nog vier jaar lang slapen op de twaalf matrassen.

Maar onder ons gezegd. Het is haar een rotzorg. De dramaqueen teerde weer maandenlang op het beetje aandacht dat ze van Prins Heerlijk had gekregen. Daarmee kon ze weer vooruit.


Blij dat je er bent (15-03-2017)

Niet stoer stemmen. Ik glip de deur uit als niemand me ziet. De straat leeg is. Ik kijk naar de gordijnen die nog lang niet open gaan, maar wie weet, misschien zit er wel een Jantje te gluren, of erger nog buurman Frits. Niemand mag me zien. Gisteren bij onze hangplek in buurtpark Gulden Fonteijn hebben we een deal gesloten, bezegeld met een bloedoffer. De grote vijf. We gaan niet stemmen. Op die manier laten we zien dat we het er niet mee eens zijn. Met Mark, kornuiten, politiek, gehuichel, geslijm, beloften die niet uitkomen, gemarchandise, pluchegevechten. Het kan ons niet ver genoeg gaan.

Snel steek ik de straat over. Ik weet ook al waar ik ga stemmen. Drie buurten verder. Daar kennen ze me niet. In wijkcentrum de Googelaar. Ik mijdt de brede laan Burgemeester Strijp van Deken. Want daar wonen twee bloedbroeders, bankgenoten. En die zijn altijd vroeg op. Langs de Kruisstraat zie ik geen heilig boontjes. Oef, dat is weer een meevaller. Er zitten namelijk wat klikspanen tussen. En als die iets zien dan wordt het door de goegemeenschap voor waar aangenomen.

Daar is de stemlocatie. Een oude viswinkel die al negen jaar leeg staat. Eindelijk. Nooit gedacht er zonder kleerscheuren te komen. Even de omgeving spotten. Goh, wat stinkt het hier. De gemeentedienst is er al een tijdje niet geweest. Je weet maar nooit wie er plots verschijnselt, tegen alle afspraken in. Het stemlokaal is nog niet open. Wel zijn er al reclameposters op wankele driepoten geplaatst. Mijn partij staat er ook bij. Dat hebben de vijanden van de grote vijf gedaan, zou buurman Frits denken. Zeker weten. Ik niet. Ik ben blij dat de poster er staat. Hij knalt eruit. Met gouden randjes dit keer. Een slimme keus. Het midden is fluo-oranje. Het heeft een zuigende werking en doet je ogen openen. De andere posters slaan erbij dood. Dat is alvast de eerste winst.

De deur gaat open en ik spring als eerste naar binnen. Totdat ... Frits een hand op mijn schouder legt. Hij is me blijkbaar gevolgd. Zeg kerel, jij ook hier, stouterd, dit is niet de afspraak, bralt hij in mijn oor. Maar ik doe met je mee heur, niet verder vertellen. En samen duwen we het aangekruiste krantenpapier in de gleuf. En op wie? Die? Ja, die. Ik ook. Borreltje? Borreltje en sigaar.


Wezensvreemd (17-03-2017)

Hij zit voor zich uit te staren, in het niets. Dat geeft hem rust. Een heel klein mannetje, gifgroen, met hele magere armen en benen. Vel over been. Er heerst grote armoede in zijn lijf. Hoe lang moet hij dit nog verdragen? Zitten lukt haast niet meer. Zijn zitbotten zijn doorgesleten. Het lijkt wel of ie op schuurpapier zit. Van hele slechte kwaliteit. Het schroeit en het zeurt. Staan houdt ie sowieso niet lang vol. Zijn magere benen kunnen hem amper dragen. Liggen dat geeft nog het meeste ontspanning. Voor zover er sprake is van het kunnen en mogen ontspannen.

Waakzaam ziet hij zijn omgeving meestal tegemoet. Overal loert gevaar. Het boezemt angst in. Angst in zijn kleine borstkast. Een borstkast gevuld met bang hart en slappe ballonlongen. Piepen doen ze soms. Uren aan een stuk, zijn flutlongen. Jarenlange arbeid hebben zijn longen stukgebeten en uitgehold. En nu, nu kan hij alleen nog maar voor zich uit staren. Met moede lede ogen. Vroeger waren ze nog helblauw. De vrouwen vielen als bosjes voor zijn droeve blauwe blik en zijn volle lange wimpers. Nu hangt er geen haar meer aan en het helblauw is overdekt met grijs. Dofgrijs. Hoe moet het nu verder? Dat is wat het kleine mannetje denkt.

'Kijk mam, wat is dat voor raar mannetje?'

'Sjors, zo praat je niet tegen die meneer.'

'Waarom is ie groen, mam?'

'Sjors, Sjors! Houdt eens op met wijzen, laat die man met rust.'

'Waarom beweegt ie niet mam, kijk ik kan hem aanraken, hij doet helemaal niets.'

Sjors, en nu hier komen, onmiddellijk!'

Het kleine mannetje kijkt wezensvreemd voor zich uit. Hij is er even niet.


Alsnog gehecht (19-03-2017)

Met zijn ziel onder de arm sjouwt Joost door het bos. Zal hij het doen, vandaag? Dieper en dieper komt hij tot de kern. De bomen worden steeds dikker, het pad dunner. Hij kan maar een kant op. Maar is het eigenlijk wel de kant die hij wil? In het midden van het bos daar wil hij het doen. Een mooie open plek. Groen, met sprankjes zonlicht. Want eerlijk is eerlijk, er dwaalt nog een sprankje hoop in het nog jonge lijf van Joost.

Hoe is het toch zover kunnen komen? Alles, maar dan ook alles lijkt bij Joost op orde te zijn. Knappe vent, intelligent, warm nest, lots of friends, en iedereen werkelijk iedereen wil iets van deze adonis, de ideale schoonzoon. Ook dat nog. En juist dat beklemt Joost. Het plaatje dat af is, in de ogen van de buitenwacht. Maar voor Joost gelden hele andere normen. Hij is doorsnee beu. Hij houdt niet van geluk. Lijkt voor het ongeluk geboren. Sinds kort is hij daar achter gekomen. Een bijzondere lotsbestemming.

Het einde nadert. Van het pad in het bos en van zijn eigen weg. Daar is de open plek. Een geweldig mooi traatje. Met de perfecte boom. Een knots van een eik. Hij gooit het touw over de laagste tak die net hoog genoeg uitsteekt. Van een takkenbos maakt hij een trapje. Hij stapt op het bosje en wordt dan plots geraakt. Geraakt door een rare bestemming. De zon straalt recht in zijn gezicht en stelt de belangrijkste vraag uit Joost zijn nog korte leven. Waarom? Waarom, ja waarom? Daar heeft Joost nog geen moment over nagedacht. Tot voor kort liep alles vanzelf en op rolletjes. Waarom? Verhip. Joost alsnog gehecht. Het laat hem niet meer los. Waarom, ja waarom? Gehecht aan levensvragen. Voor altijd.


Vrees bewaarheid (23-03-2017)

Leugens om bestwil boezemen soms angst in. Zowel voor de drager als de ontvanger. Als drager van de leugen wil je de ontvanger van de leugen liefst niet opzadelen met een rotgevoel. Sterker nog, de leugen om bestwil moet dat juist voorkomen. Maar stel nu, dat de drager zelf vrees heeft voor het bekennen van waarheid. Dan heeft ie een probleem. Zijn vrees bewaarheid, dat hij zijn eigen waarheid moet inslikken en verpakken, verhullen als het ware. En voor hoelang? Niet onbelangrijk. Hoe lang moet hij als drager van de leugen de waarheid verstoppen? En weegt de vrees voor waarheid wel op tegen het ongemak van de leugen. Waarom niet meteen vertellen waar het op staat? Ik ben er klaar mee. Klaar! Nee, hoor. Stug volhouden, tegen wil en dank. Ik ga het je niet vertellen. Ik vertel jou een leugen om bestwil. En dat terwijl je verrekte goed weet dat de wil niet best is.

Veel beter zou je de bestwil inruilen tegen bestmag of beter nog bestkan, nee nog beter, bestmoet. Bestmoet doet goed. Het voelt als een verzadigd loslaten van stoelgang. Opluchting. Relief. Geen enkele vrees hoeft daarna nog bewaarheid. Loslaten. Zo fijn. Daarop reageren mensen nu juist zo bangelijk. Het loslaten? Wat heeft een mens te verliezen denk je dan? Wat houdt ie vast? Leugens om bestwil. Wat een energie dat kost. Loslaten, loslaten. Geen wrijving meer, geen energieverlies. Wat schuurt moet bevrijd. Wezen. We en zen moeten we wezen. Dat helpt. Met elkaar. Met elke aar van ons zijn. Met vriendelijk gebaar. Loslaten zeg ik. Baren. Onbevreesd. Het geeft lucht en leven. Waarheid. Laat het los. Alle waar en al het ware. Uiteindelijk gaat iedereen dood. Vrees niet langer waarheid en bewaarheid. Angst is een dooddoener. Laat los.


Autootjes (27-03-2017)

Hebben jullie er ook zoveel last van? Autootjes. Vreselijk, wat een rotdingen zijn dat. Ja, ja, ik weet het. Hier maak ik geen vrienden mee. Hoeft ook niet. De dood aan de autootjes of de gladiolen. Zeker aan doodrijdautootjes. Blinde doodrijdautootjes. Blinde doodrijdautootjes die Danny heten. Grote gruwel. Dat zijn de ergste. Rijden blind rond en kijken nergens naar. Rijden eenrichtingstraatjes in en weten dan nooit te keren. Het keert dan tegen zich. Het keert Danny tegen zich. Maar ja, het kan ook haast niet anders. Alle autootjes mankeren voort wel iets. Of ze nu Maseratje of Lamborginmettonic heten, of gewoon Fort of Oepelop. Of ze nu gekleed of gekleurd zijn in de laatste trend. Met afro-, Messi- of geen kapsel. Het doet er niet toe. Ze rijden stuk voor stuk tegen een blinde muur, die staat op pakweg negen meter afstand, wachtend voor een witte Colgate-streep. Het stijve stoplicht in strakke broek staat dan al op rood. Wat zouden we toch zijn zonder scheidsrechters in ons leven?

En nu staat zo'n autootje weer in de krant. Te koop. Wilde Bulgaar. Zo goed als nieuw. Nog geen 10.000 km op de teller. Nog nooit een grote beurt gehad. Een koopje zogezegd. Made by Sweden. Een wilde Bulgaar made by Sweden? Het moet niet gekker worden. Franse slag waarschijnlijk. Daarmee worden we nooit wereldkampioen. Meedoen is belangrijker dan winnen, zeg ik dan. Maar dan moeten we wel eerst meedoen. Of zullen we ons beter focussen op de wereldkampioenschappen schaatsen. Met harde banaan op de harde baan, ervoor gaan. Of richten we ons op het WK darten? Een van de twee. Oh Barneveld, oh Barneveld, zijn uw kippen al geteld? Als 's ochtends vroeg het haantje kraait, dan is er weer een kip ...

Nee, laat mij voorlopig maar nog even met autootjes spelen. Dinky toys.


Een geruite jurk (29-03-2017)

Brabants bont, rood en wit, dat is toch prachtig. Bloedrood, bloedmooi. Zeker in het groene Brabant. Trots kloppen de harten in borst en keel. Op het volkslied dat niet is. De provincie is er nog niet uit. Guus- en Corrymoe. Ze zoeken nieuw talent. Een ballad of een rap? Een ding is edoch zeker. De tekst moet fiere ferme platte taal bevatten. Werk aan de winkel dus. Een schrijfwedstrijd wordt uitgeschreven. Iedereen mag meedoen. Amateurs, profs, straatmuzikanten, troubadours, dj's, ongerijmd.

Vier weken later, de audities vinden plaats. Veel look-a-like Gusen en Corries. Ook een vreemde vrouw met oranje pruik, een rare min. Mannen met wanten om hun nek. Een oude opa met lange witte baard en wat ander gespuis. De meesten doen maar wat. Een meisje echter, steelt de show. Gekleed in een geruite jurk. Rood met witte vakken hoe toepasselijk. En ... heel slim. De songtekst op haar mouwen gespeld, in flinke hanenpoten, in haast alle witte vakken. In ieder vakje een couplet. Ze zingt loeihard langs haar mouwen. Wat een tekst! Wat een melodie! Een echte meezinger ook. Het gaat erin als koek. Ook bij de jury.

En dan hier het refrein.

Oh Brabant, oh Brabant, wat hou ik toch van jou
Meer moet dat niet zijn
Hier gaan we voor de liefde en de gein
Hoedou, hoedou, hoedou en debankt
Wat zing ik nau?
Houdoe, houdoe, houdoe en bedankt!



Een open einde (31-03-2017)

Daar kun je helemaal niets mee. Het kan namelijk alle kanten op. En toch, het zijn de meest intrigerende zaken. Open einden. Zeker als ze plaatsvinden op de laatste pagina van een boek of in de laatste seconden van een film. Het maakt ze over het algemeen goed. Dat geldt niet voor iedereen. En ook dat is goed. In de consumptiewereld waarin we onder andere in het Westen leven, wordt het vaak slecht verteerd. Open einden. Het vult niet. Geeft niet onmiddellijke bevrediging. Sterker nog, het laat grote leegte achter. Een creatieve veelvraat edoch smult ervan. Heerlijk of gruwelijk fantaseren over wat mogelijk komen gaat. In het hoofd een feest. Maar dat geldt niet voor leeghoofden. Die hebben eerder last van hun buik.

Het meest bijzondere open eind dat ik ooit zelf heb meegemaakt durf ik eigenlijk niet te vertellen. Het is namelijk te gruwelijk. Zeker voor mensen die mij goed kennen. Maar ook nieuwe lezers zullen vanaf nu het liefste wegkijken. Dat is ook meteen de kracht van open einden. Je moet er even doorheen. Met je hoofd. Maar niet te lang. Heel even ervaren, maar ... wel liefst op het laatste moment terugtrekken. Dat hoofd. Een gesloten eind dat wil je niet. Daar is niemand bij gebaat. De hoofdpersoon niet, zijn familie, vrienden en kennissen niet. En zelfs de lezer niet. Open einden moeten gewoon open blijven. Altijd. Het zorgt voor de beste cliffhangers ook. Het moet immers verder. Het verhaal. Jouw verhaal. Mijn verhaal. Hoe dan ook.

30-03-2017

De vreugde van door een schaduw te fietsen

Hij had nog nooit door zijn eigen schaduw gefietst. Lucky Luke. En nu moest het er toch maar eens van komen. De Daltons en Rataplan stonden aan de zijkant tussen het publiek en moedigden Lucky met luide stem en geblaf aan. Ze wisten hoe zenuwachtig Lucky was. Hij had nog nooit gefietst, laat staan door zijn eigen schaduw. Maar ze hadden er allemaal alle vertrouwen in dat het wel zou goed komen. Behalve de kleinste Dalton. Het meest vervelende en altijd kritische opdondertje van de immer gestreepte vier. Hij zag Lucky het liefst vallen, jaloers als ie was.

Nog vijf minuten en de wedstrijd zou beginnen. Lucky had wel wat spijt dat ie de wedstrijd was aangegaan. Hij was toch liever levend dan dood. En dat laatste, benaderde het meest zijn momentane gevoel. Maar er was geen weg meer terug. Dus ging Lucky ervoor. Nog snel even een laatste shaggie pielen en vooruit met de geit ... ehhh ... fiets.

Zijn uitdager stond allang klaar. Een oneerlijk gevecht zo op het eerste gezicht. De schaduw van zijn opponent was namelijk veel omvangrijker dan die van hem. Een breinaald was Lucky Luke, vergeleken bij de kolos die tegenover hem stond. Waar hadden ze die ooit gevonden? Maar Lucky kende gelukkig geen angst, niet van buiten, althans. Van binnen was een ander verhaal. Maar dat hoefde niemand te weten. En zeker zijn tegenstander niet. Lucky was maar voor een ding gekomen. Een doel, een missie. De liefde.

Titia Hortensia stond ietwat gespannen langs de kant. Ook zij hoopte dat Lucky zou winnen en als eerste dwars door zijn eigen schaduw zou fietsen. Dan was zij de zijne. Voor eeuwig. Duimen maar. Lucky kon zijn ogen niet van haar af houden. Daar stond de hoofdprijs, zijn trofee, zijn liefdesgodin. Nu nog even winnen. Concilio Gigantus Toreadorus maakte geen schijn van kans. Zeker weten.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: De vreugde van door een schaduw te fietsen (09-03-2017)

24-03-2017

Liefdeswoede

Woedend is ze. Sandra uit IJsselstein. En terecht. Komt er een gerenommeerd auteur zijn liefde voor literatuur bij haar op school door haar strot drukken en die van haar klasgenoten; wordt ze door hem eerst te kakken gezet om daarna hetzelfde te doen met haar favoriete band Broederliefde, om vervolgens haar en de band op een voetstuk te plaatsen, een podium dat ze als ontluikende puber helemaal niet wil. Wat denkt die koekenbakker wel, of niet? Maar hij heeft wel schattige pretoogjes en een lief baardje. Hij spreekt heel zorgvuldig Nederlands, haast accentloos. Het Brabants plakt nog wel een beetje in zijn keel en ze ziet hoe hij zijn best doet omdat vooral niet te verbloemen. Knappe gast.

De auteur vraagt aan de klas of iemand bekend is met broederliefde. De hele klas steekt zowat de vinger op. De auteur schrikt ervan. Hebben ze dan allemaal een broertje. Zelf heeft de auteur een broertje dood aan zijn eigen broer. Maar allez, is het Germaanse spreekwoord niet 'Was sich neckt, das liebt sich'?

Sandra kijkt nog steeds boos naar de auteur die erg zijn best doet om zijn vak te verkopen. Maar de auteur heeft niet in de gaten dat hij ook wat anders verkoopt met zijn uitstraling. Hij kijkt Sandra niet meer aan. En Sandra baalt. Haar onderbuikgevoelens worden op deze manier niet beantwoord. En dat terwijl hij haar eerst op een podium plaatste, met haar zelf verzonnen woord liefdeswoede. Ja, nu is ze echt boos. Woedend.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Liefdeswoede (05-02-2017)

16-03-2017

Het mooiste meisje van de streek

Lolita heette ze. Lolita Bronchita. Vernoemd naar de hoofdpersoon in de gelijknamige klassieker van Nabokov. Lolita kwam uit Drente en hoestte altijd dat het een lieve lust was. Het jaargetijde maakte niet uit. Ze hoestte het hele jaar door. Chronisch. Erg lastig. Want daardoor kon ze nooit een vriendje vinden. Voor langere tijd. En het was zo'n mooie meid. Het mooiste meisje van de streek. Het stemde haar heel droevig. Altijd maar zo'n snotkop. Had ze weer eens een leuke jongen aan de haak geslagen, liep die altijd na een paar dagen weer weg. De jongens hielden best van nattigheid maar zelfs in Drente stelden die ook hun grenzen.

Lolita begreep het enerzijds wel. Anderzijds durfde ze niet verder te denken. Hoe moest het verder in de toekomst? Ze was inmiddels achter in de dertig en haar schoot begon langzaam moeilijk te doen. Haar hormonen hadden intussen de wekker gezet. Kortom. Werk aan de winkel. Maar al de stress van het vinden van antwoorden, nog voor het vinden van een serieuze vriend, maakte het mooiste meisje van de streek behoorlijk van streek. Er was geen tijd meer te verliezen. Lolita Bronchita besloot haar laatste redmiddel in de strijd te gooien. Een flinke bijl. Een aks van een bijl. Nooit, nee nooit, zou zij die erbij neergooien. Waarbij? Bij haar verdriet natuurlijk. Haar onophoudelijk verdriet, van niet te houden liefde. Maar ze gaf niet op. Lolita Bronchita. Nooit. In de toekomst zou ze lang en gelukkig leven. Zeker weten.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Het mooiste meisje van de streek (21-02-2017)

07-03-2017

Een lampenkap met franje

Een zwaar dressoir en dito tafel, eiken gefineerd. Perzisch kleed, met witgele touwtjes aan het eind. Echt. Maar niet uit Perzië. Keurmerk aan de onderkant. Een tv die flink wat ruimte inneemt. En niet alleen fysiek. Een klein mens kan zich erin verstoppen. Afstandsbediening, zo groot als een iPad. Op het dressoir, twee grote vazen, Romeins motief, van gips, zwart geschilderd. Aan de muur een drie eenheid, Jezus, Maria en Jozef, en profiel in oranjebruin blikkoper. Een glazen stolp op een driehoekig plankje, hoog in de hoek. Onder de stolp, Maria en kindje Jezus. Maria in blauwrode mantel, vroom, heel vroom kijkend, omlaag, neer op de grote tafel.

In de hoek van de kamer, staand op drie in elkaar geschoven kleine bijzettafeltjes, een te grote schemerlamp, bestaand uit een in strak doek gevouwen vaalgele lampenkap, afgezet met kleine franjes en een metalen standaard in koperkleur, met aan de voet, zittend op een rots, een kleine Griekse god, Hercules, leunend op een lange kromgebogen drietandvork.

Ik kijk naar de kleine bruine sleuteltjes, die half uit de deurtjes van het dressoir steken. Daar liggen ze. Achter een van de kleine deurtjes, in een oude ronde blikken trommel met bloemmotief. De Nutsen, die niemand lust, oud, taai, gedateerd, net als opa en oma. Maar ze zijn wel lief. Opa tenminste, zwijgend zittend in een grote fauteuil, met tevreden glimlach op zijn mond. Een mond die in de linkerhoek een Hofnar bolknak draagt. Hij geeft me een knipoog, met zijn goede oog. Zijn glazen oog tuurt kaal en koud de ruimte in. Een leven trekt voorbij.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Een lampenkap met franje (13-02-2017)

03-03-2017

Mooi ingelijst

Fotohoekjes, Pritt, Velpon, Bisonkit, ik heb alles uit de la getrokken. In die volgorde ga ik ook proberen het mooiste portret van de straat te lijmen. Maar eerst heb ik de schaar nodig. Ik wil deze lieve gast en profile en zonder achtergrondvervuiling portretteren. Bij fotohoekjes hoort dan even uitleg. Het zijn eigenlijk geen fotohoekjes in de juiste zin van het woord. Foto's worden namelijk niet meer ingeplakt maar ingeladen. In een digitaal fotoboek.

Kent u ze nog? Die fotohoekjes die je van de rol moest trekken uit een kartonnen doosje. Waarvan telkens het lint brak of oppropte, vastplakte in het doosje. Grote gruwel. Fotohoekjes met een doorzichtig plastic driehoekje op een kartonnetje waar je dan, op hoop van zegen, in een keer een hoek van de foto in kon schuiven. De foto in het vierde hoekje schuiven was dan het meest lastig. En ja hoor. Dan bleek ook nog eens dat je de verkeerde foto had geselecteerd. Nou, probeer dan maar eens de foto weer kreukloos uit de vier fotohoekjes te peuteren. Lastig.

Nee, ik doel eigenlijk op de dubbelzijdig klevende fotohoekjes, rechthoekig. Die zijn wel handig. Behalve als ze aan de vingers blijven plakken. Ook oppassen geblazen dat je de foto niet scheef op de pagina van het fotoboek plakt. Zo'n fotoboek met rugring. Als je te hard trekt, trek je de hele pagina los of het papier aan gort. Heel vervelend.

Nou die fotohoekjes bedoel ik dus. En waarom dan de Pritt, Velpon en Bisonkit? Heel simpel. De lijmlaag van de meeste fotohoekjes kan nog wel eens van inferieure kwaliteit zijn. Helpt Pritt niet, dan gaan we over op de Velpon. En ja, als die zelfs niet voldoende plakt dan is er altijd nog Bisonkit. De professionele, uiteraard. In die volgorde? In die volgorde. Lijmhierarchie.

Zo die hangt. Prins Carnaval Rini d'n Irste. Maar mijn portret heeft grijze haren, zie ik nu. Dat kan toch niet? Of nee, nee, het is de Bisonkit die drupt. Shit. En nu plakken mijn vingers ook nog eens aan elkaar. Dat wordt weer kauwen. Met precisie.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Mooi ingelijst (23-02-2017)

28-02-2017

Schrijfveren Februari 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Een miljoen kleine stukjes (03-02-2017)

Mario zweeft door het zwarte luchtruim. Hij test zijn nieuwe vleugels met een big smile. Nog nooit heeft hij zo lang de voeten van de grond gehad. Het contact met moeder Aarde is eindelijk losgelaten. Met de afstandsbediening probeert hij asteroïden stuk te schieten. Het zijn er veel. Er lijkt geen einde aan te komen. Zodra hij ze raakt versplinteren ze in duizenden kleine stukjes. Nog even zweven en hij heeft er duizend gehad. Hij is de tel bijna kwijt. Bij duizend wil ie ophouden en terugkeren in de startmodus.

Negenhonderdvierennegentig. Nog zes te gaan. Hij komt nu vingers te kort op zijn rechterhand en begint opnieuw met tellen van de vingers. De linkerhand kan hij niet gebruiken, daarin houdt hij de afstandsbediening vast. Daar komt alweer een nieuwe asteroïde voorbij. Hij heeft al honderdnegenennegentig keer de vingers van zijn rechterhand geteld. Dit wordt zijn laatste keer. Nog vijf vingers tellen en hij kan terugkeren. Een miljoen kleine stukjes astroïdepuin zullen dan door het luchtruim zweven en de aarde verduisteren. Midden op de dag. Niet op de hele aarde, maar de halve. Aan de andere kant is het dan nacht. Een totale duisternis zal dan de hele aarde bedekken. Lekker puh. Niemand die dan nog iets kan zien. Zien zonder licht te gebruiken. Het ideale moment om dan zijn nieuwste uitvinding te presenteren. Een lichtgat in de markt. De omzet zal gigantisch zijn, want iedereen zal zijn lichtgat willen kopen. Aan marketing hoeft hij niets te doen. Het lichtgat zal als een lopend vuurtje de hele aarde bestrijken. Een complete lichtexplosie.


Woordmateriaal (07-02-2017)

Dat ik ze telkens weer opnieuw vind is toch een godswonder, de woorden. Daar wil ik niet te veel bij nadenken. Stel dat ze niet meer bij me opkomen? In protest gaan, tegen veelvuldig misbruik. Daar zou ik het toch wel benauwd van krijgen. De lidwoorden, die nog langer weigeren lid te zijn. Of de werkwoorden, volledig uitgeput, wegens te lange werktijden. Voorzetsels en bijwoorden die na lang wikken en wegen nu een hoofdrol opeisen. Bezittelijke en bijvoeglijke naamwoorden die zich met fel protest losweken van hun zelfstandige vakbroeders. Ik moet er niet aan denken. In eender welke tijd, verleden, tegenwoordig of voltooid.

Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.

Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?


Hart en eenvoud (09-02-2017)

Mijn vinger bloedt. Mijn hart loopt leeg. Van schrik. As simple as that. Wie zou er niet van schrikken? Bij de eerste keer. De eerste keer dat het hart leegloopt door een onverwachte opening in de huid. Het lijf doorgeprikt of opengevallen. Het had ook een knie kunnen zijn. Bij mijn eerste knieval. Op de stoep. Niet voor een jonge deerne.

Het bloed druipt langzaam in cirkels omlaag. Vindt een weg over mijn pols en handpalm, drupt daarna op de grond. Ik houd mijn vinger omhoog. Maar de juf ziet mijn vraag en bloedende vinger niet. Of wil ze mij en hem niet zien? Ik begin hard te huilen. Misschien dat dat helpt. En ja hoor. Ik heb aandacht van de juf.

Ze ziet mijn bloedend hart en bloedende vinger en stelt me gerust. Hoe? Door zuurstof toe te dienen en een oranje EHBO-doos te voorschijn te toveren. Spannend. Terwijl ze een Mickey Mouse verband aanlegt word ik onderworpen aan een serieus vraaggesprek. Wat ik gedaan heb? Of het mijn eerste keer is? Waarom ik niet eerder aan de bel getrokken heb? Of het pijn doet? Twee open vragen en twee gesloten. De gesloten zijn het makkelijkst.

Mijn vinger gesneden aan een velletje papier. Ja. Er hangt geen bel in de klas. Nee. De juf schiet in de lach. Ze bedoelt waarom ik mijn vinger niet eerder heb opgestoken? Ik zie hoe de plas bloed op de grond begint in te dikken. Het lijkt wel aardbeienjam. Ik trek een vies gezicht. Die hoef ik voorlopig niet meer op mijn boterham.


Een lampenkap met franje (13-02-2017)

Een zwaar dressoir en dito tafel, eiken gefineerd. Perzisch kleed, met witgele touwtjes aan het eind. Echt. Maar niet uit Perzië. Keurmerk aan de onderkant. Een tv die flink wat ruimte inneemt. En niet alleen fysiek. Een klein mens kan zich erin verstoppen. Afstandsbediening, zo groot als een iPad. Op het dressoir, twee grote vazen, Romeins motief, van gips, zwart geschilderd. Aan de muur een drie eenheid, Jezus, Maria en Jozef, en profiel in oranjebruin blikkoper. Een glazen stolp op een driehoekig plankje, hoog in de hoek. Onder de stolp, Maria en kindje Jezus. Maria in blauwrode mantel, vroom, heel vroom kijkend, omlaag, neer op de grote tafel.

In de hoek van de kamer, staand op drie in elkaar geschoven kleine bijzettafeltjes, een te grote schemerlamp, bestaand uit een in strak doek gevouwen vaalgele lampenkap, afgezet met kleine franjes en een metalen standaard in koperkleur, met aan de voet, zittend op een rots, een kleine Griekse god, Hercules, leunend op een lange kromgebogen drietandvork.

Ik kijk naar de kleine bruine sleuteltjes, die half uit de deurtjes van het dressoir steken. Daar liggen ze. Achter een van de kleine deurtjes, in een oude ronde blikken trommel met bloemmotief. De Nutsen, die niemand lust, oud, taai, gedateerd, net als opa en oma. Maar ze zijn wel lief. Opa tenminste, zwijgend zittend in een grote fauteuil, met tevreden glimlach op zijn mond. Een mond die in de linkerhoek een Hofnar bolknak draagt. Hij geeft me een knipoog, met zijn goede oog. Zijn glazen oog tuurt kaal en koud de ruimte in. Een leven trekt voorbij.


Vreemde verlangens (15-02-2017)

Wie koestert ze niet, vreemde verlangens? Plassen in bad? Seks in bad? Plasseks in bad? Om een paar dwarsstraten te noemen. Levert hoe dan ook, veel kijkcijfers op. Als de camera tenminste aanstaat. Wat is vreemd? Ook al zoiets? Filmopnamen maken van plassen in bad? Seks in bad? Plasseks in bad? En blijft het dan bij verlangens? Of voeren we ze ook nog uit? Plassen in bad. Seks in bad. Plasseks in bad. Het houdt ook nooit op. De waanzin. Want daar bestaan onze verlangens vaak uit. Alleen de dapperen onder ons voeren de daad ook bij het woord. Een verlangen bestaat immers uit woorden nietwaar? Hoewel, met een onderbuik kun je natuurlijk ook heel wat in beweging brengen. Onderbuikverlangens. Geen woorden maar daden, zeggen ze dan in Rotterdam. Een vrouw met ballen die dat verlangen dan in daden omzet. En dan speel je niet met haar voeten noch ballen, want voetballen dat kunnen ze in Rotterdam. Kick his ass! Placht men dan te zeggen. En dat is precies wat ze had moeten doen. Toen de camera draaide. Of was het een selfie? En handelde ze met voorbedachte rade en nam ze de stick zelf ter hand? We zullen het nooit weten, lieve lezers. En dat hoeft ook niet. Want respect voor een grand dame die zo uit de kast komt. Vreemde verlangens misschien. Waarom ook niet? En waarom koesteren? Nee, gewoon uitvoeren. Maar dan wel met een volgende keer de camera …


Een afwerende glimlach (19-02-2017)

De grote vleermuis keert zijn wang naar de belager. 'De andere!', sist de groene vrouw. Braaf keert de vleermuis zijn andere wang. Kedeng! Een flinke klap van een rechtse vlakke hand volgt. 'Nu ben jij!'. Met een flinke uithaal slaat de vleermuis de groen vrouw op haar rechterwang. Drie rode krassen laat hij achter. Heel langzaam beginnen de krassen te bloeden. Steeds heviger. Het worden flinke bloedstromen. De groene vrouw gilt het uit. 'Je hebt je nagels gebruikt smeerlap. Dat is niet eerlijk. Je zult boeten.

Wat er dan gebeurt is moeilijk in een paar minuten uit te leggen. Uit het niets tovert de groene dame een grote flacon met vreemd spul. Het stinkt vreselijke en heeft een vreemd kleurtje. Drie keer duwt ze op het knopje van de flacon. Een geest verschijnt. Met enorme neusgaten. Uit die neusgaten drijft een vreselijke stank. Gloeiend heet en groen. Giftig, zeer giftig. In beide opzichten. Giftig van kracht en giftig van dosering. De grote vleermuis valt neer. De groene dame klimt op de vleermuis en trekt haar weinige kleren uit. Niet dat het wat uitmaakt, want haar blote lijf is ook groen. Gifgroen. Ze heeft het gewoon heet gekregen. Van opwinding.

De vleermuis ontwaakt. Net op tijd. Voor het moment suprême. 'Dit gaat niet gebeuren, jongedame!' Hij smijt de dame van zich af, richt zich op, en met een flauw afwerend glimlachje straalt hij door de lucht, zijn antenne scherp afgesteld, op weg naar jong bloed, minder giftig.


Het mooiste meisje van de streek (21-02-2017)

Lolita heette ze. Lolita Bronchita. Vernoemd naar de hoofdpersoon in de gelijknamige klassieker van Nabokov. Lolita kwam uit Drente en hoestte altijd dat het een lieve lust was. Het jaargetijde maakte niet uit. Ze hoestte het hele jaar door. Chronisch. Erg lastig. Want daardoor kon ze nooit een vriendje vinden. Voor langere tijd. En het was zo'n mooie meid. Het mooiste meisje van de streek. Het stemde haar heel droevig. Altijd maar zo'n snotkop. Had ze weer eens een leuke jongen aan de haak geslagen, liep die altijd na een paar dagen weer weg. De jongens hielden best van nattigheid maar zelfs in Drente stelden die ook hun grenzen.

Lolita begreep het enerzijds wel. Anderzijds durfde ze niet verder te denken. Hoe moest het verder in de toekomst? Ze was inmiddels achter in de dertig en haar schoot begon langzaam moeilijk te doen. Haar hormonen hadden intussen de wekker gezet. Kortom. Werk aan de winkel. Maar al de stress van het vinden van antwoorden, nog voor het vinden van een serieuze vriend, maakte het mooiste meisje van de streek behoorlijk van streek. Er was geen tijd meer te verliezen. Lolita Bronchita besloot haar laatste redmiddel in de strijd te gooien. Een flinke bijl. Een aks van een bijl. Nooit, nee nooit, zou zij die erbij neergooien. Waarbij? Bij haar verdriet natuurlijk. Haar onophoudelijk verdriet, van niet te houden liefde. Maar ze gaf niet op. Lolita Bronchita. Nooit. In de toekomst zou ze lang en gelukkig leven. Zeker weten.


Mooi ingelijst (23-02-2017)

Fotohoekjes, Pritt, Velpon, Bisonkit, ik heb alles uit de la getrokken. In die volgorde ga ik ook proberen het mooiste portret van de straat te lijmen. Maar eerst heb ik de schaar nodig. Ik wil deze lieve gast en profile en zonder achtergrondvervuiling portretteren. Bij fotohoekjes hoort dan even uitleg. Het zijn eigenlijk geen fotohoekjes in de juiste zin van het woord. Foto's worden namelijk niet meer ingeplakt maar ingeladen. In een digitaal fotoboek.

Kent u ze nog? Die fotohoekjes die je van de rol moest trekken uit een kartonnen doosje. Waarvan telkens het lint brak of oppropte, vastplakte in het doosje. Grote gruwel. Fotohoekjes met een doorzichtig plastic driehoekje op een kartonnetje waar je dan, op hoop van zegen, in een keer een hoek van de foto in kon schuiven. De foto in het vierde hoekje schuiven was dan het meest lastig. En ja hoor. Dan bleek ook nog eens dat je de verkeerde foto had geselecteerd. Nou, probeer dan maar eens de foto weer kreukloos uit de vier fotohoekjes te peuteren. Lastig.

Nee, ik doel op de dubbelzijdig klevende fotohoekjes, rechthoekig. Die zijn wel handig. Behalve als ze aan de vingers blijven plakken. Ook oppassen geblazen dat je de foto niet scheef op de pagina van het fotoboek plakt. Zo'n fotoboek met rugring. Als je te hard trekt, trek je de hele pagina los. Heel vervelend.

Nou die fotohoekjes bedoel ik dus. En waarom dan de Pritt, Velpon en Bisonkit? Heel simpel. De lijmlaag van de meeste fotohoekjes kan nog wel eens van inferieure kwaliteit zijn. Helpt Pritt niet, dan gaan we over op de Velpon. En ja, als die zelfs niet voldoende plakt dan is er altijd nog Bisonkit. De professionele, uiteraard.

Zo die hangt. Prins Carnaval Rini d'n Irste. Maar mijn portret heeft grijze haren, zie ik nu. Dat kan toch niet? Of nee, nee, het is de Bisonkit die drupt. Shit. En nu plakken mijn vingers ook nog eens aan elkaar. Dat wordt weer kauwen. Met precisie.

07-02-2017

Woordmateriaal

Dat ik ze telkens weer opnieuw vind is toch een godswonder, de woorden. Daar wil ik niet te veel bij nadenken. Stel dat ze niet meer bij me opkomen? In protest gaan, tegen veelvuldig misbruik. Daar zou ik het toch wel benauwd van krijgen. De lidwoorden, die nog langer weigeren lid te zijn. Of de werkwoorden, volledig uitgeput, wegens te lange werktijden. Voorzetsels en bijwoorden die na lang wikken en wegen nu een hoofdrol opeisen. Bezittelijke en bijvoeglijke naamwoorden die zich met fel protest losweken van hun zelfstandige vakbroeders. Ik moet er niet aan denken. In eender welke tijd, verleden, tegenwoordig of voltooid.

Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.

Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Woordmateriaal (07-02-2017)

01-02-2017

Een zwak voor schoonheid

Met twee zwaar gerimpelde handen kleit Auguste een perfecte borst op ooghoogte. De monocle valt bijna van zijn neus, door het zweet dat langs zijn oog drupt. Van emotie of van inspanning? Moeilijk te zeggen. Zijn handen doen al een tijdje niet meer wat het hoofd hen influistert. Gelukkig is het model geduldig. Bovarietje kent Auguste al langer dan vandaag en weet gelukkig wat haar straks te wachten staat. Harde pegel en pegels bij een heerlijk kopje melk. Ze probeert een gaap, tegen beter weten in, te camoufleren. Betrapt voelt ze zich onmiddellijk.

Auguste heeft een goed humeur vandaag en beziet het gaapje door zijn ruwe vingers. Hij steekt zijn linkerhand uit en voelt aan Bovarietje's linkerborst. Die voelt zacht en warm aan, ligt echter niet in in de juiste positie. Met een harde bas vraagt ie Bovarietje om haar tors ietwat meer te torseren, opdat haar brave borst wat meer naar boven pulst. Ja, prima zo. Houden zo. Auguste neemt nog wat extra klei van tafel en kneedt dat het een lieve lust is.

De tijd vliet daar waar die niet gaan kan. Beiden drinken een flinke beker melk tijdens de pauze. Het vocht druipt stout uit hun mondhoeken. Auguste's broek bolt er zowaar van op. De pauze wordt al snel avond. Het komt de schone kunst alleen maar ten goede. Wat een schoonheid is ze toch, Bovarietje, dame naar zijn dromen. Op het grote ledikant wordt schone kunst geboren. In de handen en tussen de benen. Beeldhouwwerk van formaat. Wit marmer wordt vloeibaar.


Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers en een bezoek aan de expositie van Auguste Rodin in het Groninger Museum.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Een zwak voor schoonheid (05-01-2017)
Zie ook: Rodin - Genius at Work


31-01-2017

Schrijfveren Januari 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Als je de horizon kunt aanraken (01-01-2017)

Als je de horizon kunt aanraken, dan ben je een lange weg gegaan. Dwars door hoge ijskoude golven met schuimkoppen, of zachtjes glijdend door een strak blauw vlak. Kruipend door het gloeiend hete brandend zand, of meegevlogen door een korrelige lucht. Hijgend van vermoeidheid door het natte weidegras tussen diepe dalen door of stoer met bergschoenen aan schurend over hoge wanden, die dan net niet de horizon kan raken, tenzij je springt. Het leven heel even durft los te laten gewoon omdat ook horizonnen lonken. En dan, tik hem aan, je ineens vleugels krijgt, die je dan bij het laatste stukje helpen.

En ja, daar is dan. Wat voelt ie lekker zacht. Je trekt spontaan je zwemvliezen uit, je bergschoenen, sokken, of sandalen. Want het voelt zo ongelooflijk fijn, om op de horizon te zijn. Het voelt wat ongemakkelijk maar heerlijk wollig. Energie die stroomt naar binnen. Links en rechts daar staan twee grote potten. Volgeladen met vloeibaar goud. Je loopt naar een en steekt je hand erin. Het goud glijdt door je handen. Heerlijk hoe dat voelt. Je smijt en gooit het van je af, de wijde wereld in. Wie had dat gedacht? De kleuren in de regenboog die lachen zich te pletter. Ja echt, ze vallen uit de lucht. De grond verandert onmiddellijk in rozengeur en maneschijn, zover je maar kunt zien en ruiken.

En in de hemel zie je ze dan staan, al degene die ooit het leven lieten. In prachtige gewaden, doorzichtig, transparant. Dat krijg je er zomaar bij, als je de horizon kunt aanraken. Met herinneringen die je bij het raken vooruit zijn gegaan. Want het is de gedachte en het geloof die uiteindelijk de liefde maken. Je hebt slechts tien minuten om met iedereen te spreken. Want uiteindelijk wordt ook een horizon te heet onder je voeten. Je moet terug uiteindelijk naar het avond- en het morgenland. Maar lieve allemaal, het is en blijft en was, een waar genoegen, om jullie heel even kort te spreken. Ik ga daar nog aan denken. Uren, dagen, weken, maanden, jaren. Tot in de eeuwigheid.


Een ander besef van tijd (03-01-2017)

Ik tuur al dagen naar de klok. De grote klok met hangballen in de woonkamer. De klok met engeltjes op zijn dak. Van mahoniehout, of is het toch teak? Afgevallen van een container op kade vier van Haven Rotterdam, of was het van de vrachtwagen langs de A16? Wat doet het er ook toe. De herinnering die zich vastbijt in het heden voorkomt beweging in de toekomst. Ik wil geen tijd meer verspillen.

Ik geef een flinke ruk aan de ijzeren kettingen die losjes hangen onder de klok precies tussen de flinke hangballen die via kleine katrollen ook weer verbonden zijn aan het klokkenspel. Kunt u nog volgen? Ik wel. De klok klapt haast uit elkaar. De hangballen zijn met een flinke vaart tegen zijn houten gezicht gekaatst en de klok denkt: TILT.

Heel goed. Nu gebeurt er eindelijk iets. De slapende klok krijgt ineens besef van tijd, de hoogste tijd. Nu is het zijn beurt om te handelen. Hij kan niet langer slaperig in afwachting van routinematig tijdgewandel en -gekringel aan de muur blijven hangen. Nee, het wordt tijd dat het eens afgelopen is met dat rondjes lopen. Slaapverwekkend gewoon.

Nee, we willen voort, ook in de woonkamer een doorlopend besef en gevoel van tijd ervaren. In een rechte lijn, oneindig, niet langer circulair. Dat laatste levert niets op, behalve cirkelgedachten. Vanaf nu een ander besef van tijd. Recht toe recht aan. Lang leve de langgerekte, opgerekte, doorgestrekte tijd. Voortaan niet meer op eieren lopen in cirkeltjes maar gewoon dwars door de tijd. Wat een heerlijk en bevrijdend gevoel.


Een zwak voor schoonheid (05-01-2017)

Met twee zwaar gerimpelde handen kleit Auguste een perfecte borst op ooghoogte. De monocle valt bijna van zijn neus, door het zweet dat langs zijn oog drupt. Van emotie of van inspanning? Moeilijk te zeggen. Zijn handen doen al een tijdje niet meer wat het hoofd hen influistert. Gelukkig is het model geduldig. Bovarietje kent Auguste al langer dan vandaag en weet gelukkig wat haar straks te wachten staat. Harde pegel en pegels bij een heerlijk kopje melk. Ze probeert een gaap, tegen beter weten in, te camoufleren. Betrapt voelt ze zich onmiddellijk.

Auguste heeft een goed humeur vandaag en beziet het gaapje door zijn ruwe vingers. Hij steekt zijn linkerhand uit en voelt aan Bovarietje's linkerborst. Die voelt zacht en warm aan, ligt echter niet in in de juiste positie. Met een harde bas vraagt ie Bovarietje om haar tors ietwat meer te torseren, opdat haar brave borst wat meer naar boven pulst. Ja, prima zo. Houden zo. Auguste neemt nog wat extra klei van tafel en kneedt dat het een lieve lust is.

De tijd vliet daar waar die niet gaan kan. Beiden drinken een flinke beker melk tijdens de pauze. Het vocht druipt stout uit hun mondhoeken. Auguste's broek bolt er zowaar van op. De pauze wordt al snel avond. Het komt de schone kunst alleen maar ten goede. Wat een schoonheid is ze toch, Bovarietje, dame naar zijn dromen. Op het grote ledikant wordt schone kunst geboren. In de handen en tussen de benen. Beeldhouwwerk van formaat. Wit marmer wordt vloeibaar.


Een armlastig genie (09-01-2017)

Bernard Driemaster zag het niet meer zitten. Hoe goed hij ook zijn best deed, er kwam niets meer uit zijn koker. Geen enkel idee met levensvatbaarheid borrelde meer op. Geliefd bij vriend en vijand, in oost en west, noord en zuid, hij wist het eenvoudigweg niet meer te bolwerken. Hij wist ook niet meer wie er precies aan de beurt was om zijn mogelijk nieuwe idee door te ontwikkelen. Het grootst bewaarde geheim op moeder aarde dreigde aan intellectuele uitputting ten onder te gaan.

De wereldlijders uit alle continenten werden in het geheim bij elkaar geroepen, door de al even geheim gehouden secretariaten. Ondergronds moest nu wel bovengronds komen, anders was de wereld een genie armer. En geniën waren al zo zeldzaam op aardkloot aarde. Hoe konden ze nu Bernard Driemaster (uit de Zaanstreek met geheim adres) het beste ondersteunen? Er lagen nog pakweg vierendertig wereldproblemen te wachten die node een oplossing behoefden. Twaalf in het westen, elf in het oosten, zeven in het noorden en 4 in het zuiden.

De wereldlijders troffen elkaar in Leprados, een klein eilandje gelegen vlakbij de evenaar precies tussen de continenten Afrika en Zuid-Amerika. Pas ontdekt en zorgvuldig geheim gehouden voor atlasmakers en geografen. Slechts bereikbaar per boot. Kleine boot. Eerst vochten ze uit wie het eerste aan de beurt was voor het ontvangen van een nieuw idee. Ze deden er vier maanden over. Vier maanden.

Bernard Driemaster lag inmiddels al aan een breininfuus. Er borrelde namelijk nikkes nada meer spontaan uit zijn brein omhoog. De hersensappen die ingevoerd werden bestonden uit een mengeling van biobrandstof en ecoweed en zorgden helaas voor vreemde bijwerkingen. Om de drie uur stuiterde Bernard rechtop van zijn bed en begon dan spontaan te zingen. Satie, maar dan in vocalen. Heel bijzonder maar verder niet interessant voor mogelijke toepassing. Het zou nog meer dan een jaar duren voordat Bernard zijn creatieve leegte eindelijk wis te vullen met levensvatbare ideeën. Het leven van een genie gaat lang niet altijd over rozen. Zo blijkt maar weer eens. Gelukkig overleefde moeder aarde deze kortstondige ideeëncrisis.


Omwentelingen (11-01-2017)

Keer om, keer om. Ommekeer. We draaien helemaal door. Doordraaien heet dat. En niet allen we. Nee, iedereen. Hoe dat zo komt? Heel simpel. We begeven ons op een oneindige weg. En dan ook nog eens op een bol die omwentelt. Keer op keer. En dan moeten we ook nog eens geloven dat we door zwaartekracht naar het midden worden gezogen. Een centraal punt. Een oneindig punt. Punten zijn immers zo. Punt. Wat heeft omwentelen dan überhaupt voor zin? Überhaupt gaat sowieso boven mijn hoofd. Of boven de pet zo u wil. Of wij? Liever zeg ik, ik, jij, hij, zij of jullie. Maar alles bij elkaar, blijft het wij. We, voor degenen die een hekel hebben aan de ij.

Hoeveel omwentelingen hebben we intussen al niet achter de rug? Voor de rug ook trouwens, dat heet buik. De buik waar de maag in rust. Een maag vol omwentelingen, dat willen we al helemaal niet. Dan keert na verloop van tijd alles op zijn kop en wentelen we alles naar buiten. Gelijk een teefje, dat tevoren als gevolg van overschrijden van de houdbaarheidsdatum, van ontevredenheid wentelt in de maag. De rug op met die foute wentelteefjes.


Een keurige tennisfamilie (17-01-2017)

De AO is amper bezig of ... ja, ik moest het ook even opzoeken, Australian Open ... of de roddels vliegen weer over het tenniskoord (veld, lijnen, net, umpaiers, ol inkloesif).

Nog steeds staat het beeld van het geile broertje uit F helder op mijn netvlies. Twee blote dames die op het gloeiend hete gravel hun balletjes slaan. Broertje F met grote (f)lodderogen, vingers krom gehaakt in de afrastering, verlustigt zich aan de bruine zonnebankhuiden. Is zich niet gewaar van naderend onheil. De familie van ... opgewonden broertjes ... van de huppelende blonde paardenstaartjes is aanstonds. Weglopen kan niet meer. Hij ... de gluurder ... krijgt gigantisch op zijn flikker. Ze slaan hem zo hard dat ie spontaan de dames weer gekleed ziet tennissen. Zijn ogen geven hem Lacoste. Één van de deftige broertjes komt uit. Jaren later. Ja, ook in een keurige tennisfamilie bestaan ...

Maar terug naar de AO roddels. Borg doet het samen met John. Laatste nieuws. Presenteren en onderbroeken verkopen. LOL. Al in de eerste ronde zegt Kiki boe en neemt Haase de benen. Andy en Kerber zijn gespot in een eedjenzie om te werken aan een beter immidg. Een korte stage bij teams RF en SW is inbegrepen. Keurige tennisfamilies tegen beter weten in. Een Bronxsister met een rood zakmes is en blijft een gevaarlijke combinatie. Let's double.


Zelfremmend (19-01-2017)

Gebiologeerd kijk ik naar het woord dat voor mij opgeschreven staat. Zelfremmend. Het komt binnen en het remt. Zo simpel kan het dus zijn. Een rem op jezelf. Een rem op het zelf. Een lichte nuance in deze is noodzakelijk. Zodra je de rem op jezelf zet, zet je mogelijk tevens een rem op het zelf. Wie ben ik, als ik mezelf rem?

Bij remmen komt energie vrij. Warmte. Aan de andere kant wordt ook energie gespaard. Maar die is van een andere aard. Remwarmte geeft lucht. En door meer lucht kun je weer ademen. Doe je niks dan spaar je energie. Hoewel? Niks doen kan behoorlijk onrust geven. Onrust die in zichzelf energie verbruikt. Onnodige. Zinloze?

Kan energie zinloos verbruikt worden? Ja, maar waar leidt dat dan toe? Lijdt je van dit leiden? Lijdzaam kom je wellicht tot inzicht dat het nergens toe leidt. En ja, ook dat kost weer energie.

Energie kosten? Is dat niet wat kapitalistisch uitgedrukt? In een wereld die draait op economische principes, gaan kosten aan de baten vooruit. Maar wat levert het dan op? Aan het eind? En moet het überhaupt wat opleveren?

Bestaat er an sich geen intrinsiek verlangen in de mens naar niets doen? Gewoon alleen maar zijn, puur. Unheimlich unheimisch om met enkele germanismen te spreken.

Mijn Fingerspitzengefühl zegt even helemaal niets. Ik peuter en pieker me suf. Mijn vingers razen over het toetsenbord in voldoening, van links naar rechts en van onder naar boven in onwillekeurige volgorde. Ik weet immers wat ik tik. En ja, heel soms corrigeer ik, zelfremmend, omdat taal dwingt. Niets zo inspannend als juist duiden.


Een machtig instrument (21-01-2017)

Een oorlogswapen of liefdesveer
Met patronen of hoge aaibaarheidsfactor
Vlammend scherp of vloeiend sereen
Bloed aan de paal of botergeil
Belerend bot en uitgesproken
Of vol bewondering van muze
Bestraffend of onvoorwaardelijk
To the point of ins Blaue hinein

In between kan ook
Zowel de vrede als de oorlog bewaakt bewaard
Met nuance en geheel in stijl
Weloverwogen van rancune bevrijd
Bedachtzaam met geduld
Letters, woorden, zinnen
Chronologisch zonder flashbacks
In dansend script met vette kapitalen

Dichtend, verhalend
Een sletterig pamflet
Zonder zonden gewoon heel braaf
Of in woede in zichzelf gekeerd
Van je af of en naar de ander toe
In gesprek of dood gezwegen
Daarom hef het zwaard en doop het in honing
Opdat de pen nooit zal zwijgen


Een intens miezemuizen (Remco Campert) (23-01-2017)

Dat kan Remco helemaal niet. Rem en co. Gejat van Annie. Intens miezemuizen. Iets dat Annie helemaal niet doet en kan. Hoewel? Als we haar nader beschouwen dan zit er toch echt wel een miezemuisje in Annie. Navraag bij Jip en Janneke bevestigt mijn bevinding. Waarheidsgetrouw want ik heb het uit JJ's mondjes. Getoetst door kritische pers en na grondig onderzoek weten de naasten van Annie me te vertellen dat Annie weldegelijk miezemuiste. En ja, ook dat Remco het heeft overgenomen. Tijdens een onderling thee- en wijnkransje, tijdens een kerstperiode ergens in de twintigste eeuw hebben Annie en Remco gezamenlijk hun onvrede geuit en verwoordde lieve Annie dit in miezemuizen. Sterker nog. Ze vond dat Remco bij uitstek miezemuiste. Dat heeft Remco goed in zijn oren geknoopt en uitgevent. Nee, niet uitgekereld en uitgemand en ook niet uitgecowboyd. Zo'n held is het niet. Althans in de ogen van good old Annie. In pamfletten, gedichten, wartaal en stoute berichten ontkomt Remco niet aan het erfgoed van Annie. Man wat kan die vent miezemuizen. Intens.


Wereldzeeën (25-01-2017)

Ik tel ze niet meer. Het zijn er veel te veel en er komen steeds meer bij. Daar kan ik niets mee. En het geldt niet alleen voor wereldzeeën. Asteroïden tel ik ook niet meer en muggen. Maar ophouden met ziften kan ik niet. Het liefst doe ik dat met liften. In New York bijvoorbeeld of Seoel. Het moeten wel wereldsteden zijn. Seoel wint. New York blijft sinds kort achter. Sinds 20 januari om precies te zijn. Waarom 20 januari? Inauguratie van heer Trump, als opperopperopperopperopperopperbestuurder van samengebalde staten. En daarmee liftboy bij uitstek. Geen zifter maar lifter. Nee, tiller. Optiller. Van liften. Sinds hij de nieuwe liftboy is van de samengebalde staten, niet te verwarren met baltische, ik weet het, het klinkt als baltsen, maar dat bedoel ik niet, loopt het spaak met de productie van liften in New York en eigenlijk in alle steden en dorpen, mochten die laatste al liften hebben, van de samengebalde staten. En de eerlijkheid gebied te zeggen ook ik bal mijn ballen samen, ze zijn in alle staten. De wereld op zijn kop.

Ik tel dus meer liften in Seoel dan in New York, sinds 20 januari. Aan wereldzeeën hoef ik voorlopig niet te beginnen. Dat wordt namelijk geen optelsom maar aftreksom. Trump, het nieuwe opperhoofd van de samengebalde staten wil een beperking leggen op het aantal wereldzeeën. Het liefst wil hij er een groot hek omheen zetten maar dat wordt een beetje lastig. Daarom heeft hij besloten, heel discreet maar wel stiekem, buiten de pers en de media, enkele zeeën gelegen grenzend en nabij de samengebalde staten samen te voegen. In zijn ogen verminderd het zijn span of control. En ja, onder ons gezegd, dat reageert, pardon, regeert makkelijker. Zie het twitteraccount van heer Potus Trump. Inclusief moeilijke en lange wereldzeenamen heeft hij twaalf berichten aan alle samenvoegingen gewijd of geweid? Toe maar. Niemand die de samengebalde staten nog zomaar binnenvaart. BPT is watching you!


Een gehaktmolen (27-01-2017)

De roze balletjes vliegen door de lucht. De gehaktmolen doet erg zijn best. Zijn wieken zwieren met groot gebaar door de lucht. De balletjes voelen nat en papperig. De consistentie is niet van hoge kwaliteit. Zou er wel een goede mix gemaakt zijn? Mijn gedachten vlieden weg. Naar een crimi. Midnight Sun. Weer een Zweeds kunstwerkje.

Meer specifiek denk ik aan de openingsscène. Zelden zoiets gezien. Een man ligt vastgebonden op één van de wieken van een helicopter, met ijzeren kettingen. Heel langzaam beginnen de wieken te draaien. Steeds sneller en sneller. De camera zoemt in en je hoort de man ijzig schreeuwen. Het komt keihard bij me binnen en dringt door tot op het bot. Met afgrijzen kijk ik wat er gebeurt. De centrifugale kracht wordt zo hoog dat het hoofd van de romp schiet. Keihard. Gruwelijk.

Terug bij de slappe gehaktballetjes die uit de lucht vallen. Ik spreek de gehaktmolenaar er even op aan. Dit kan niet. Hier lusten de honden geen brood van. Laat staan ik. De molenaar belooft beterschap en de mix aan te passen. Volgende week ben ik weer van de partij. Ben benieuwd of de ballen dan wat beter smaken. Niet naar soep.


Kip klaarmaken (29-01-2017)

Mijn broer kan nog geen ei bakken. Heeft ie nooit geleerd. Maar wat valt er aan te leren? Pan op het vuur, boter erin (met olie zullen we nog maar even wachten), even wachten tot de boter heet is, eitje erin, al dan niet met dooier heel, maar daar letten we even niet op, even geduld (zou daar de crux zitten?), met een spatel even lospulken, of de pan tijdens het gehele proces op en neer wiebelen, oeps twee keuzes, dat is er wellicht een teveel (zou daar de crux zitten?) en klaar is Kees, mijn broer dus. Niet dat ie Kees heet, maar dat terzijde. Wat kan daar nu mis mee gaan? Of is het eerder te wijten aan een motivatieprobleem? Niet te motiveren voor het bakken van een ei. Of is het halsstarrig weigeren zich te wijden of verdiepen aan en in de keuken? Geen bekend terrein voor mijn broer. En ik dan? Waag ik me er wel aan? Ja hoor. Geleerd bij de scouting. Maar wacht eens even, daar zat mijn broer toch ook bij? Heeft ie dan nooit en altijd en ...? Ja vast. Kan haast niet anders.

Kip klaarmaken dat is veel moeilijker. Daar waagt mijn broer zich helemaal niet aan. Ik wel. Piece of cake. Gewoon het kippetje lokken, vangen, plukken en dan klaarmaken. Wat is daar nu zo moeilijk aan? Het zijn maar vier acties, waarvan, en dat moet gezegd, de laatste actie wel de meeste finesse eist. Je moet het kippetje goed aanpakken en uitpakken. Alle veren af laten leggen. Dat gaat niet vanzelf. Daar moet je moeite voor doen. En alweer geduld betrachten. Ik zet toch op het laatste in hoor. Geduld is een schone zaak. Maar te lang klooien en wachten bij het plukken is natuurlijk ook niet goed. Daar worden kippetjes heel wrevelig van. Ongedurig. En ja, dan vraag je je af, terecht, wie is er hier nu ongeduldig? Het kippetje of jij? Ik laat er vervolgens mijn snaartheorie op los. Kwestie van de gevoelige snaar raken. Succes altijd verzekerd. Tot grot hemelen breng ik mijn kippetjes met mijn snaartheorie. Die praktiseer ik uiteraard zonder het zeggen. Bewijs moet altijd eerst geleverd. Dat vraagt de wetenschap van het kippetjes plukken. En ervaring. Dat helpt ook. Dus niet alleen denken maar ook doen. En tijdens het doen, niet meer denken. Ingewikkeld allemaal en toch heel eenvoudig. Kan dat? Ja, dat kan. Gewoon doen. Kippen klaarmaken is en geeft een eitje.


Dorp aan zee (31-01-2017)

Barend van Dorp, geen bekende Nederlander, woont aan zee. Vlakbij Katwijk aan Zee, bij de zee. Vroeger een klein dorp, nu een toeristische attractie. Katwijk bedoel ik dan, niet Barend. Toeristisch omdat er veel toeristen passeren. Passeren? Ja, passeren, ze blijven er niet. Wie wil er nu in Katwijk aan Zee verblijven? Hooguit wat hondenliefhebbers die hun Keesje uitlaten. De katten zijn immers al eeuwenlang geweken uit Katwijk. Het is dan ook zeer gekend bij hondenliefhebbers. Ongestoord je Kees uitlaten, waar kan dat nog in Nederland?

Helaas is de kustlijn van Katwijk aan Zee niet erg lang. Je passeert het in een mum van tijd. Erg jammer voor de bewoners. Een goudmijn zou het kunnen zijn. Net als Bloemendaal of Zandvoort. Beide ook gelegen aan Zee. Maar deze dorpen hebben de allure van een stad. Katwijk aan Zee daarentegen is blijven hangen in het stenen tijdperk. Kijk maar eens naar de zeedijk. Een en al steen. Geen sprietje gras te bekennen. Met blote voeten over stenen lopen is niet fijn. Zeker niet in de zomer. En iedereen weet, in de zomer moet je binnenlopen. Als toeristische attractie. Maar dan moet je de klanten wel binnenhouden.

Dat brengt me terug bij Barend van Dorp. Geen bekende Nederlander. Maar wat niet is kan nog komen, nietwaar? Hij heeft het plan opgevat om een Bed and Breakfast te beginnen, in Katwijk aan Zee, midden op het strand, maar buiten de marges van gevaar. Een B&B op hoge poten. En ja, honden mogen blijven slapen. Dat heeft Barend meteen opgenomen in zijn ondernemingsplan. Een dankbare doelgroep om mee te beginnen. De bank ging meteen akkoord. Zeker toen de bank de ontbijtplannen zag. Gebakken mosselen. Wat een idee! Gebakken eitjes doen ze aan de overkant, met worstjes. Maar aan gene zijde worden vroeg in de ochtend mosselen geserveerd. Met de dooier heel uiteraard. Een superplan. De naam van Barends B&B vindt de bank ook geweldig. Dorp aan Zee. Prachtig. Een B&B midden op het strand op hoge poten in het mooiste dorp aan zee. Katwijk aan Zee. Niet voor de poes.