Daar zit de man aan tafel en luistert naar de radio. Naar Domien. Zo meteen komt de nieuwe rubriek. Drie maal drie is negen en ieder raadt mijn eigen lied. Een soort tandenborstelkaraoke maar dan anders. Luisteren naar gorgelende muzieknoten- en lijntjes en dan maar raden.
Iedere luisteraar wordt gevraagd om precies om 08:05 voor de radio te gaan zitten. Maakt niet uit in welke vorm. De radio dan hè. Niet dat de luisteraar in lotushouding, kleermakerszit of gewoon op zijn knieën voor de radio moet gaan zitten. Nee, bedoeld wordt dat het niet uitmaakt of hij voor een stereotoren, een DAB, een horloge- of telefoonradio, aan of op een oortje gaat zitten. Het maakt niet uit. Voor een bakkie of wereldradio mag ook. Het mag allemaal.
Nog twee minuten te gaan. De man staart naar de broodplank voor hem op tafel. De boterham met kaas en ook die met ham, lijken naar adem te snakken in het boterhammenzakje, waarin ze samen verpakt zitten. Moet hij ingrijpen? Het brood wat lucht geven? Hij houdt niet zo van kleffe boterhammen. En al helemaal niet als deze nat worden van hun eigen asem. Zie, de kaas begint al te zweten en de ham krijgt blaasjes.
De man begint zenuwachtig te worden. Nog even en dan moet ie weer, hij voelt het, hij houdt het amper vol. Het gaat niet lang meer duren. Hij begint spoken te zien. De boterhammen lijken nu weg te lopen. Intussen kondigt Domien drie maal drie is negen aan en ieder raadt mijn eigen lied.
Dit is de druppel. De man trekt het niet meer. Loopt naar de keuken en haalt een Belgisch biertje van de plank, niet uit de koelkast. Niet te koud, precies de juiste temperatuur. Van de plank. Dat er überhaupt mensen zijn die Belgische biertjes in de koelkast bewaren, begrijpt de man niet. En hij komt geeneens uit België. Snel loopt ie weer terug naar de tafel. Trekt het biertje open en schenkt hem in een mooie bijpassende glazen bokaal en luistert naar Domien.
Ja, ja, beste mensen bij de radio, we gaan beginnen.
Hebben jullie goed afgestemd?
Telefoon bij de hand?
Hier komt het eerste lied.
Er zijn nog geen twee tonen heen of de man pakt de telefoon, zet hem aan, swipet naar het juiste contact, pusht op de app-button en toetst razendsnel de titel in. Zou hij vandaag op tijd zijn? Drie kleine kleutertjes. Zeker weten. In de laatste hiphopversie van Race against the Machine. Zeker weten. Moet hij dat er nog bijzetten? Snel tikt ie een tweede boodschap in de app. Voor de zekerheid. Het popt op onder zijn eerste appje.
De telefoon gaat. Domien aan de telefoon.
Met wie? Verschuuren? Die ken ik niet.
Van de radio? Oh, van de radio.
Heb ik prijs dan?
Hoe ik dit nummer heb gefantaseerd?
Nou, gewoon. Een Leffe triple heeft me dit ingegeven.
Cool? Nee, van de plank!
Ben ik live? Op de radio? Neuuuu ...!
Welke prijs ik wil?
Nou doe maar twee tickets Zwarte Cross 2017.
Uitverkocht?
Nu al?
Doe dan maar twee tickets Efteling.
Zomer ja.
Ja, ik geloof nog steeds in sprookjes.
Doeg!
Posts tonen met het label bier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bier. Alle posts tonen
30-01-2017
31-12-2016
120 Woorden December 2016
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Kraan (01-12-2016) (Themawoord: Kraan)
Heel langzaam biggelt ie over mijn wang. Dichtbij me wil ik hem houden, eigenlijk niet laten gaan. Opgeborreld, ontsproten diep vanuit een klein waterzakje, verstopt achter het oog. Ik ben er zuinig op. Behalve in een jolige bui. Dan ontploft de boel. Vermenigvuldigt zichzelf. Dan stroomt een geluksrivier dwars door de diepe groeven in mijn gezicht. Glijdt en watervalt over mijn rimpels. Als ze handjes zouden hebben zouden ze hard voor zichzelf klappen. Uit pure vreugd.
Maar niet deze kraan. Ik wil hem ophijsen, optakelen met zacht gesnuif. Weer binnenhalen, dat stuk verdriet. De buitenwacht heeft zo lang lopen peuren en porren, ze vat me bij mijn kloten. En toch, uiteindelijk laat ik de rouwmunitie vallen, heel langzaam en ontwapen.
Kraan zoekt wagen (04-12-2016) (Themawoord: Kraan)
Naam: Kraan Jansen
Bijnaam: Roestendoetieniet
Sekse: Man
Werk: Chauffeur
Hobby: Grabbelen
Leeftijd: Durf ik niet te zeggen
Looks: Jong van binnen, oud van buiten
Levensmotto: Bewonder luidruchtig, verwonder in stilte
Ben jij de wagen die ik zoek? Met juiste koppeling om in een mooie versnelling door ons leven te gaan? Living to the Max? Bel dan op mijn toeter. En wie weet ligt er nog een mooie reis in ons verschiet. Carrosserie niet van belang. Zolang de motor nog maar werkt. Tweetakt, diesel, turbo, ik kan het allemaal hebben. Airbag, automatisch inparkeren. Prima. Oldtimer of jonge racemobiel met winter- of zomerbanden. Laat ons gaan. Op het laatste stukje racebaan van ons leven. Fasten your seatbells and let go. Jouw Kraan!
Depot bereikt bodem (05-12-2016) (Themawoord: Depot)
Een witte eend zwemt door het pakhuis. Vloekend. Want de bodem is in zicht. Hij kan niet leveren. En dat is ongekend. De crisis heeft ook overzee bereikt. In september had ie nog een ongerust telefoontje gekregen. Alsof ze het wisten aan de overkant. ‘Gaat het nog goedkomen?’, had de oude rodemijterman de oude eend gevraagd.’
Voor Kerstmis!’, had de witte eend nog willen antwoorden. Maar hij had zich ingehouden. Aan paniekzaaien heeft niemand wat. Pepernoten en mandarijnen ging nog wel lukken, maar de grote cadeaus die kon hij dit jaar helaas niet leveren. Het depot was dermate uitgeput omdat een zekere Donald T. al in augustus zowat het halve pakhuis had opgekocht. Hij wilde ook wel eens Sint spelen.
Chocoladepotje (05-12-2016) (Themawoord: Depot)
Morgen staat het in de krant. In alle kranten. Geen enkele uitgezonderd. ‘Sinterklaas laat ravage achter in Nederland.’ Waarom? Door een overdaad aan chocoladepotjes in chocoladepotjes. ‘Zet ze niet op de vensterbank’, zal het artikel vermelden. Dat geeft troep. Maak er onmiddellijk chocoladepasta van. Dat is nog eens een goede tip.
Haksel de chocoladepoppetjes en -letters tot chocolademoes en smeer het de komende weken lekker op de boterham. Dat bespaart weer een hoop boodschappengeld, vlees- en kaasbeleg.
Wat overblijft vermengen we met kersen en stollen het tot kersenbonbons. Vergeet niet er nog wat crème de cassis door te mengen. En smullen maar. Een klein chocoladepotje mag u natuurlijk wel bewaren. De winter wordt nog koud genoeg en kerstmis komt eraan.
Deportoir (06-12-2016) (Themawoord: Depot)
Met veel dedain laat de meeuw zijn kwakkie vallen. Precies boven de vuilnisbelt van Parijs. Goed gemikt. Hij ontvangt applaus. De volgende meeuw is aan de beurt. Met de teenvliezen bij elkaar, het frietje ertussen gefrot, stijgt ie op. Even goed fladderen, zweven en vliegen, de goede landingsbaan zoeken, aanvliegen, droppen en snel weer opstijgen. E voilà, wederom een groot applaus valt de meeuwen ten deel.
Ze schreeuwen en kraaien het uit van plezier. Een hele uitdaging om de frites op precies dezelfde plek te laten vallen. Vlak voor het Elysée-paleis, het depotoir van de stad. Ja, het stinkt er verschrikkelijk. Maar dat geldt wel voor meer gemeentehuizen. Niet te luchten vaak die stank. Gelukkig bestaan er nog propere meeuwen.
De pot op met depot (07-12-2016) (Themawoord: Depot)
De feestdagen staan weer voor de deur. Die kun je moeilijk laten staan. Maar toch, net als een hele hoop mensen met mij, zie ik ertegen op. Zal ik ze wel binnenlaten? In vol ornaat. Kerstboom, kerststal, lichtjes, slingers, ballen, piek en engelenhaar. Worstenbroodjes, pasteitjes, kerstkrans, bier en bowl, kalkoen en pruimenvlaai.
Ik weet het niet. Na elf maanden lijnen verdwijnt het vet niet voor de zon. Het zijn immers donkere dagen. Die zijn zonder spijs en alcohol amper te verdragen. Ik verzamel gewoon een bosje mensen om me heen. Wie weet, misschien kom ik er dan wel doorheen. De pot op met mijn depot. Ik laat dat afdak lekker hangen. Steek de buik vooruit en ga mijn boom behangen.
Blauw en eenzaam (09-12-2016) (Themawoord: Depot)
Blauw en eenzaam komt de kleine ter wereld. Net als alle babies in de wereld. Een one million dollar baby, verwekt door een flamboyante zanger, gestuwd in kleine momenten van satisfaction. Geboren uit de laatste restjes van papa Mick’s verschraald depot. Let’s rock and roll. Een leven als theater ligt aan zijn kleine minivoetjes. Een immer rollende steen. Steen van Sisyphus.
Maar kom op zeg. Hello hooray voor de little man. Blauw en eenzaam, net als zijn pa, de ouwe gabber. Hoeveel papa’s zal hij straks nog moeten kopen om te groeien tot een zelf? Bedolven onder mamaliefde zal de kleine ongetwijfeld veel naam en faam maken en zal hij papa troosten in zijn schoot. Still there is the blues.
Shoestring (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)
Mijn leven lang, uitgezonderd de eerste drie jaar, ben ik al in het bezit van een strikdiploma. Mijn eerste diploma en tevens eentje dat ik het meeste koester. Apetrots ben ik er op. In de beginjaren lag mijn focus vooral op het strikken van schoenen. Eerst die van mezelf en al snel ook die van anderen. Liefst stiekem onder de tafel, laag bij de grond en zonder rugklachten.
Ik beleef nog steeds veel plezier van mijn strikdiploma. Ik kijk ieder jaar verlangend uit naar 1 april, een topdag. Een soort verjaardag voor mijn strikdiploma. Mijn focus heb ik echter verlegd. Ik strik niet meer, maar ontbind. Reetveters om precies te zijn. Bij voorkeur op heuphoogte. Het blijft een ondeugend karwei.
Chihuahuahoest (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)
‘Help mijn chihuahua gaat dood’. Dat is wat ik denk als Heinz naar lucht snakt. Hij strekt zijn nekje ver naar voren en zijn flanken bewegen snel van binnen naar buiten. Hij maakt ook vreemde snurkgeluiden. Wat is hier aan de hand?
Met grote ogen kijkt Heinz me paniekerig aan. Wat te doen? Zo meteen stikt ie nog. Het snurken gaat over in knorren. Ik kan het niet langer aanzien. Is ie nou aan het hyperventileren? Ik knijp zijn neus dicht en dat helpt.
Ik bel de dierenarts. “Uw chihuahua heeft chihuahuahoest meneer. Heel normaal. Dat heet reverse sneezing. Gewoon de neus dichtknijpen. Had ie stress?”
De zwarte bouvier achter mij ligt in een stuit en laat een harde scheet.
Stinkend erfgoed (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)
Sinds kort heeft de biercultuur in België een plek veroverd op de immateriële culturele Unesco werelderfgoedlijst. Zo dat is een mond vol. Een mond vol Waalse en Vlaamse bierkragen. Een mooie erkenning, die ook wij Nederlanders zeer waarderen. Menig Belgisch biertje vindt namelijk een thuishaven over de grens.
Met deze erkenning komt echter ook een vervelend fenomeen de grens over. Een ernstige en onsmakelijke bijkomstigheid die rechtstreeks voortvloeit uit de bierproductie. Het fenomeen heet broekhoest. In Nederland eenvoudigweg bierscheet genoemd. Nou hadden we natuurlijk al wat bedenkingen bij de dubbel en de tripple. En eerlijk is eerlijk. Niemand zit te wachten op iemand die van de trap pist. Ja, dat wist u niet hè? De herkomst van de naam trappist.
Hoestinh (15-12-2016) (Themawoord: Hoest)
Het is toch wel een vreemd hezicht. Een man die spartelend op de hrond liht. Het publiek dat er omheen staat en aanmoediht. Mannen met en zonder hoofddoek. Vrouwen evenzo. Wat doet die man daar? Hij spartelt niet alleen, hij lacht ook. Keihard. Hij lacht het werkelijkwaar uit. Het publiek? Zichzelf? Ik vraah het aan een omstander.
‘Wat doet die man daar?’ Dehene aan wie ik het vraah kijkt me een beetje onnozel aan. Dat kan, ik ben in Hent (Belhië) en daar kan alles, nietwaar? De omstander schudt nu zijn hoofd en tikt met zijn vinher tehen zijn en daarna tehen mijn hoofd en zeht vervolhens: ‘Dat zie je toch! Die meneer op de hrond die heeft flinke hoestinh!’
In de lik (16-12-2016) (Inzending wedstrijd met thema 'misdaad' (met bargoens))
Bertus Boef zit weer in de lik. En dat is niet de eerste keer in zijn leven. Hij heeft zijn naam ook niet mee. Eigenlijk is het gewoon een brave borst. Een goeierd. Hoe is die dan toch op het verkeerde pad gekomen?
Jarenlang is hij al schilder. Maar de zaken gaan niet goed. De crisistijd heeft Bertus Boef genoodzaakt om wat likjes verf links en rechts, niet op te geven aan de belasting. Al snel is Bertus Boef de Sjaak. Blauw is sowieso niet zijn favoriete kleur.
In 2009 moet Boef zitten. Vanwege goed gedrag en het inlikken van de dievendirecteur en wat bewakers, komt ie in 2010 vrij. Om in 2016 weer te brommen. Misdaad loont echt niet.
Bonbon (17-12-2017) (Themawoord: Hoest)
Bijna kerstmis en al mijn bonbons zijn alweer op. Die van sinterklaas ja, gekregen van mijn man, een echte goedheiligman. Vol verwachting heb ik de boom extra vroeg gezet. En mijn schoen eronder. You never know. Heb er ook een brief in gestoken. Een verlanglijst met een mooie tekening. Ik heb alle soorten bonbons die ik lekker vind in pastel getekend. Met pastelkrijt van de beste soort. Op de pastelkrijtclub waren ze best verbaasd. Waarom teken jij de hele tijd bonbons? Maar een ding heb ik geleerd. Of liever gezegd afgeleerd. Nooit praten over je verslaving. Maar de clubleden dringen aan. Van schrik krijg ik een enorme hoestbui. Aanhoudend en veeleisend zijn ze. Teken je ook hoestbonbons? Nee, niet echt.
Niet te harden (19-12-2016) (Themawoord: Totem)
Die lucht! We zitten opgepropt in een kleine Aygo en ik vrees het ergste. Dit is amper vol te houden. Maar we moeten het halen, voor vijf uur want de winkels gaan bijna dicht. We hebben nog geen kerststol. Nondedju. Dat kan niet. Niet in dit speciale jaar waarin oma 101 wordt. Ze heeft nog zo gezegd ‘ik word geen honderd, maar als ik het word dan wil ik een kerststol, een hele speciale!’.
En nu is het zover. Bijna 23 december, kwart voor vijf. Onze laatste hoop. Pa dropt ons op de markt in Maastricht en wij, wij vliegen alle kanten uit. Naar drie verschillende bakkers, opgezocht via Googlemaps. ‘Pa, houd jij de autotemperatuur op temperatuur, het is ijskoud!’
Totems O’Neal (20-12-2016) (Themawoord: Totem)
Totems O’Neal, ik moet onmiddellijk aan twee mensen denken. Tatum en Shaquille. Wie kent ze niet? Twee totems van persoonlijkheden. De eerste, Tatum, is de jongste Academy Award winnende actrice ooit. Tevens een van de weinige kindsterretjes die kan bogen op een serieuze relatie met Michael Jackson. Tatum nam een totem van een Oscar in ontvangst voor de beste vrouwelijk bijrol in de film ‘Paper Moon’. Later trouwde ze nog met good old John McEnroe, roeptoetertotem van het tennisveld.
De tweede waar ik bij Totems O’Neal aan aan moet denken is basketbalreus Shaquille uit Newark, 2. 16 meter en 147. 4 kilo schoon aan de haak. Een symbool voor de basketbalsport. Dit keer niets over heilig boontje Mart O’Neal Smeets.
Lottotempel (20-12-2016) (Themawoord: Totem)
Ik sta met vijftig andere gelukszoekers, als haringen in een ton, in mijn favoriete winkel, de Read Shop; ultieme prijsscorende lottotempel, hofleverancier van gladde oranje-blauwe loten met grote walvis erop. De warme airco blaast vandaag warm in ons gezicht. En wij, wij puffen terug. Staren naar de grond of naar het plafond en voor wie echt lef heeft, naar de neusvleugels van onze vóór- af achterganger.
Het is vijf voor twaalf. Figuurlijk dan. Dertig december. Ik ben net op tijd. Gelukkig zijn de oliebollen al in huis en evenzo de Freixenet. De allerlaatste fles uit het rek natuurlijk. Nu alleen nog het felbegeerde briefje bemachtigen. Mijn lot hangt ervanaf. Zonder lot mag ik niet thuiskomen. Het eindcijfer maakt niet uit.
Arendsogen (21-12-2016) (Themawoord: Totem)
Met arendsogen tuur ik door mijn viewmaster. Waar bevindt zich Old Shatterhand in het woeste berggebied, tussen cactussen en bruin zand? Ik zie alleen maar Winnetou met zijn indianenpaard. Zonder zadel. Want indianen zijn geen watjes. Of zijn ze gewoon arm? Ik haal de trekker over en draai door naar het volgende plaatje. Weer geen Old Shatterhand. Waar blijft mijn held, mijn stoere cowboy?
Ik zie wat indianen rondom een totempaal dansen. Dat is geen goed nieuws. Aan de manier waarop ze dansen zie ik dat het oorlog wordt. Oorlog zonder regen gelukkig. Regen kan mijn viewmaster niet aan. Ongeduldig draai ik nog een keer door. Met bibberende hand dit keer. Daar staat ie. Fier op de rots. Old Shatterhand.
Totempaal (22-12-2016) (Themawoord: Totem)
Totempaal, een fascinerend woord dat mij onmiddellijk naar de oudheid brengt. Naar de Oude Grieken en Romeinen. Want daar heeft de totempaal zijn ultieme en meest oorspronkelijke vorm gekregen. Gebeeldhouwd in marmer, gekneed in klei en gebakken in de hete oven. De totempaal als lustobject. Want de Grieken en Romeinen die wisten al vroeg van wanten.
Niet dat ze die aandeden, die wanten. Nee, daarvoor waren zij dan weer te puur. Aanpakken met handschoenen dat deden ze nooit en te nimmer. Nee, veel liever vatten ze de koe bij de hoorn met blote handen, wreven van geiligheid de koude stenen warm. Verafgoding ten top. Menige totempaal werd opgewreven. Zowel die van steen als die van vlees. Fallus gigantus om armus.
Banketstaaf (23-12-2016) (Themawoord: Totem)
Iedereen doet zijn stinkende best met Kerstmis. Haalt gezelligheid in huis en bakt de mooiste dingen. Versiert compleet het huis.
De buren doen het ook. Zij proberen ieder jaar opnieuw het mooist versierde huis te hebben. Het doet pijn aan de ogen. Als ik achter in onze tuin sta dan hoor ik Rudolf zoemen.
Het tijdelijke redlightdistrict trekt een vreemd publiek. Dames, schaars gekleed die onder de lantaarnpaal solliciteren naar blaasontsteking en vreemde heren weggedoken in zwarte kragen van scheerwollen jassen.
Nee, wij doen dit jaar niet mee met al die kerstmiskermis. Op een uitzondering na. De banketstaaf. Die mag nooit ontbreken.
Oliebollen, wafels, glühwein, bowl, kerstkransjes, het kan ons allemaal gestolen worden. Maar banketstaaf blijft immer onze Kerstmis totem.
Pa da da (26-12-2016) (Themawoord: Metrum)
Kerstmismetrum voor gevorderden.
Startend met refrein, eindigend met het eerste couplet.
Beste wensen voor het nieuwe jaar namens Paashaas, Sinterklaas, Rudolf en Kerstman.
Pa da da, pa da da, pa da da da da
Pa da da da pa da da pa da da da pa da da
Pa da da, pa da da, pa da da da da
Pa da da da pa da da pa da da da pa da da
Pa da da da da, pa da pa da da da da
Pa da pa da pa da, pa da da da da
Pa da pa da pa, pa da pa da pa
Pa da pa da pa da pa da da da pa da pa da
Infame trumpism (30-12-2016) (Themawoord: Metrum)
Infaam trompettisme, daar lijdt de wereld onder. En wat zal het geven voor 2017. Geen idee. Welk metrum we ook aansnijden en de wereld in galmen, laat het alsjeblieft geen jatwerk zijn. Er zijn al zoveel popsongs opgeofferd, verkracht voor en door politieke doeleinden. Schandelijk. Infaam. Eerloos. En zo’n man die daar onmiskenbaar gebruik van laat maken gaat een van de grootste wereldmachten leiding geven, een gezicht.
Hoe clownesk gaat 2017 eruit zien. Dachten we na dubbel G bosje de overtreffende trap al bereikt te hebben, krijgen we een nog foutere clown voorgeschoteld. En ja, om nog maar eens snedig te snijden in topwerk. You can’t always get what you want. Silly Poetin ligt nu al helemaal in een deuk!
Eeuwige keuze (31-12-2016) (Themawoord: Metrum)
Zwart of rood? Rood of wit? Wit of bruin? Bruin of grijs? Grijs of gekleurd? Gekleurd of effen? Effen of altijd? Altijd of nooit? Nooit of ooit? Ooit of misschien? Misschien of zeker? Zeker of onzeker? Onzeker of overtuigd? Overtuigd of met twijfel? Met twijfel of recht op het doel af? Recht op het doel of in de hoek? In de hoek of altijd lief? Altijd lief of stout? Stout of verdorven? Verdorven of rot? Rot of rotje? Rotje of vuurpijl? Vuurpijl of hagel? Hagel of slag? Slag of stoot? Stoot of Marlène? Marlène of bloot? Bloot of maliënkolder? Kolder of onzin? Onzin of zin? Zin of zinnen? Bij zinnen of hoofdzinnen? Schrijven of lezen? In metrum? Beide in 2017!
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Kraan (01-12-2016) (Themawoord: Kraan)
Heel langzaam biggelt ie over mijn wang. Dichtbij me wil ik hem houden, eigenlijk niet laten gaan. Opgeborreld, ontsproten diep vanuit een klein waterzakje, verstopt achter het oog. Ik ben er zuinig op. Behalve in een jolige bui. Dan ontploft de boel. Vermenigvuldigt zichzelf. Dan stroomt een geluksrivier dwars door de diepe groeven in mijn gezicht. Glijdt en watervalt over mijn rimpels. Als ze handjes zouden hebben zouden ze hard voor zichzelf klappen. Uit pure vreugd.
Maar niet deze kraan. Ik wil hem ophijsen, optakelen met zacht gesnuif. Weer binnenhalen, dat stuk verdriet. De buitenwacht heeft zo lang lopen peuren en porren, ze vat me bij mijn kloten. En toch, uiteindelijk laat ik de rouwmunitie vallen, heel langzaam en ontwapen.
Kraan zoekt wagen (04-12-2016) (Themawoord: Kraan)
Naam: Kraan Jansen
Bijnaam: Roestendoetieniet
Sekse: Man
Werk: Chauffeur
Hobby: Grabbelen
Leeftijd: Durf ik niet te zeggen
Looks: Jong van binnen, oud van buiten
Levensmotto: Bewonder luidruchtig, verwonder in stilte
Ben jij de wagen die ik zoek? Met juiste koppeling om in een mooie versnelling door ons leven te gaan? Living to the Max? Bel dan op mijn toeter. En wie weet ligt er nog een mooie reis in ons verschiet. Carrosserie niet van belang. Zolang de motor nog maar werkt. Tweetakt, diesel, turbo, ik kan het allemaal hebben. Airbag, automatisch inparkeren. Prima. Oldtimer of jonge racemobiel met winter- of zomerbanden. Laat ons gaan. Op het laatste stukje racebaan van ons leven. Fasten your seatbells and let go. Jouw Kraan!
Depot bereikt bodem (05-12-2016) (Themawoord: Depot)
Een witte eend zwemt door het pakhuis. Vloekend. Want de bodem is in zicht. Hij kan niet leveren. En dat is ongekend. De crisis heeft ook overzee bereikt. In september had ie nog een ongerust telefoontje gekregen. Alsof ze het wisten aan de overkant. ‘Gaat het nog goedkomen?’, had de oude rodemijterman de oude eend gevraagd.’
Voor Kerstmis!’, had de witte eend nog willen antwoorden. Maar hij had zich ingehouden. Aan paniekzaaien heeft niemand wat. Pepernoten en mandarijnen ging nog wel lukken, maar de grote cadeaus die kon hij dit jaar helaas niet leveren. Het depot was dermate uitgeput omdat een zekere Donald T. al in augustus zowat het halve pakhuis had opgekocht. Hij wilde ook wel eens Sint spelen.
Chocoladepotje (05-12-2016) (Themawoord: Depot)
Morgen staat het in de krant. In alle kranten. Geen enkele uitgezonderd. ‘Sinterklaas laat ravage achter in Nederland.’ Waarom? Door een overdaad aan chocoladepotjes in chocoladepotjes. ‘Zet ze niet op de vensterbank’, zal het artikel vermelden. Dat geeft troep. Maak er onmiddellijk chocoladepasta van. Dat is nog eens een goede tip.
Haksel de chocoladepoppetjes en -letters tot chocolademoes en smeer het de komende weken lekker op de boterham. Dat bespaart weer een hoop boodschappengeld, vlees- en kaasbeleg.
Wat overblijft vermengen we met kersen en stollen het tot kersenbonbons. Vergeet niet er nog wat crème de cassis door te mengen. En smullen maar. Een klein chocoladepotje mag u natuurlijk wel bewaren. De winter wordt nog koud genoeg en kerstmis komt eraan.
Deportoir (06-12-2016) (Themawoord: Depot)
Met veel dedain laat de meeuw zijn kwakkie vallen. Precies boven de vuilnisbelt van Parijs. Goed gemikt. Hij ontvangt applaus. De volgende meeuw is aan de beurt. Met de teenvliezen bij elkaar, het frietje ertussen gefrot, stijgt ie op. Even goed fladderen, zweven en vliegen, de goede landingsbaan zoeken, aanvliegen, droppen en snel weer opstijgen. E voilà, wederom een groot applaus valt de meeuwen ten deel.
Ze schreeuwen en kraaien het uit van plezier. Een hele uitdaging om de frites op precies dezelfde plek te laten vallen. Vlak voor het Elysée-paleis, het depotoir van de stad. Ja, het stinkt er verschrikkelijk. Maar dat geldt wel voor meer gemeentehuizen. Niet te luchten vaak die stank. Gelukkig bestaan er nog propere meeuwen.
De pot op met depot (07-12-2016) (Themawoord: Depot)
De feestdagen staan weer voor de deur. Die kun je moeilijk laten staan. Maar toch, net als een hele hoop mensen met mij, zie ik ertegen op. Zal ik ze wel binnenlaten? In vol ornaat. Kerstboom, kerststal, lichtjes, slingers, ballen, piek en engelenhaar. Worstenbroodjes, pasteitjes, kerstkrans, bier en bowl, kalkoen en pruimenvlaai.
Ik weet het niet. Na elf maanden lijnen verdwijnt het vet niet voor de zon. Het zijn immers donkere dagen. Die zijn zonder spijs en alcohol amper te verdragen. Ik verzamel gewoon een bosje mensen om me heen. Wie weet, misschien kom ik er dan wel doorheen. De pot op met mijn depot. Ik laat dat afdak lekker hangen. Steek de buik vooruit en ga mijn boom behangen.
Blauw en eenzaam (09-12-2016) (Themawoord: Depot)
Blauw en eenzaam komt de kleine ter wereld. Net als alle babies in de wereld. Een one million dollar baby, verwekt door een flamboyante zanger, gestuwd in kleine momenten van satisfaction. Geboren uit de laatste restjes van papa Mick’s verschraald depot. Let’s rock and roll. Een leven als theater ligt aan zijn kleine minivoetjes. Een immer rollende steen. Steen van Sisyphus.
Maar kom op zeg. Hello hooray voor de little man. Blauw en eenzaam, net als zijn pa, de ouwe gabber. Hoeveel papa’s zal hij straks nog moeten kopen om te groeien tot een zelf? Bedolven onder mamaliefde zal de kleine ongetwijfeld veel naam en faam maken en zal hij papa troosten in zijn schoot. Still there is the blues.
Shoestring (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)
Mijn leven lang, uitgezonderd de eerste drie jaar, ben ik al in het bezit van een strikdiploma. Mijn eerste diploma en tevens eentje dat ik het meeste koester. Apetrots ben ik er op. In de beginjaren lag mijn focus vooral op het strikken van schoenen. Eerst die van mezelf en al snel ook die van anderen. Liefst stiekem onder de tafel, laag bij de grond en zonder rugklachten.
Ik beleef nog steeds veel plezier van mijn strikdiploma. Ik kijk ieder jaar verlangend uit naar 1 april, een topdag. Een soort verjaardag voor mijn strikdiploma. Mijn focus heb ik echter verlegd. Ik strik niet meer, maar ontbind. Reetveters om precies te zijn. Bij voorkeur op heuphoogte. Het blijft een ondeugend karwei.
Chihuahuahoest (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)
‘Help mijn chihuahua gaat dood’. Dat is wat ik denk als Heinz naar lucht snakt. Hij strekt zijn nekje ver naar voren en zijn flanken bewegen snel van binnen naar buiten. Hij maakt ook vreemde snurkgeluiden. Wat is hier aan de hand?
Met grote ogen kijkt Heinz me paniekerig aan. Wat te doen? Zo meteen stikt ie nog. Het snurken gaat over in knorren. Ik kan het niet langer aanzien. Is ie nou aan het hyperventileren? Ik knijp zijn neus dicht en dat helpt.
Ik bel de dierenarts. “Uw chihuahua heeft chihuahuahoest meneer. Heel normaal. Dat heet reverse sneezing. Gewoon de neus dichtknijpen. Had ie stress?”
De zwarte bouvier achter mij ligt in een stuit en laat een harde scheet.
Stinkend erfgoed (13-12-2016) (Themawoord: Hoest)
Sinds kort heeft de biercultuur in België een plek veroverd op de immateriële culturele Unesco werelderfgoedlijst. Zo dat is een mond vol. Een mond vol Waalse en Vlaamse bierkragen. Een mooie erkenning, die ook wij Nederlanders zeer waarderen. Menig Belgisch biertje vindt namelijk een thuishaven over de grens.
Met deze erkenning komt echter ook een vervelend fenomeen de grens over. Een ernstige en onsmakelijke bijkomstigheid die rechtstreeks voortvloeit uit de bierproductie. Het fenomeen heet broekhoest. In Nederland eenvoudigweg bierscheet genoemd. Nou hadden we natuurlijk al wat bedenkingen bij de dubbel en de tripple. En eerlijk is eerlijk. Niemand zit te wachten op iemand die van de trap pist. Ja, dat wist u niet hè? De herkomst van de naam trappist.
Hoestinh (15-12-2016) (Themawoord: Hoest)
Het is toch wel een vreemd hezicht. Een man die spartelend op de hrond liht. Het publiek dat er omheen staat en aanmoediht. Mannen met en zonder hoofddoek. Vrouwen evenzo. Wat doet die man daar? Hij spartelt niet alleen, hij lacht ook. Keihard. Hij lacht het werkelijkwaar uit. Het publiek? Zichzelf? Ik vraah het aan een omstander.
‘Wat doet die man daar?’ Dehene aan wie ik het vraah kijkt me een beetje onnozel aan. Dat kan, ik ben in Hent (Belhië) en daar kan alles, nietwaar? De omstander schudt nu zijn hoofd en tikt met zijn vinher tehen zijn en daarna tehen mijn hoofd en zeht vervolhens: ‘Dat zie je toch! Die meneer op de hrond die heeft flinke hoestinh!’
In de lik (16-12-2016) (Inzending wedstrijd met thema 'misdaad' (met bargoens))
Bertus Boef zit weer in de lik. En dat is niet de eerste keer in zijn leven. Hij heeft zijn naam ook niet mee. Eigenlijk is het gewoon een brave borst. Een goeierd. Hoe is die dan toch op het verkeerde pad gekomen?
Jarenlang is hij al schilder. Maar de zaken gaan niet goed. De crisistijd heeft Bertus Boef genoodzaakt om wat likjes verf links en rechts, niet op te geven aan de belasting. Al snel is Bertus Boef de Sjaak. Blauw is sowieso niet zijn favoriete kleur.
In 2009 moet Boef zitten. Vanwege goed gedrag en het inlikken van de dievendirecteur en wat bewakers, komt ie in 2010 vrij. Om in 2016 weer te brommen. Misdaad loont echt niet.
Bonbon (17-12-2017) (Themawoord: Hoest)
Bijna kerstmis en al mijn bonbons zijn alweer op. Die van sinterklaas ja, gekregen van mijn man, een echte goedheiligman. Vol verwachting heb ik de boom extra vroeg gezet. En mijn schoen eronder. You never know. Heb er ook een brief in gestoken. Een verlanglijst met een mooie tekening. Ik heb alle soorten bonbons die ik lekker vind in pastel getekend. Met pastelkrijt van de beste soort. Op de pastelkrijtclub waren ze best verbaasd. Waarom teken jij de hele tijd bonbons? Maar een ding heb ik geleerd. Of liever gezegd afgeleerd. Nooit praten over je verslaving. Maar de clubleden dringen aan. Van schrik krijg ik een enorme hoestbui. Aanhoudend en veeleisend zijn ze. Teken je ook hoestbonbons? Nee, niet echt.
Niet te harden (19-12-2016) (Themawoord: Totem)
Die lucht! We zitten opgepropt in een kleine Aygo en ik vrees het ergste. Dit is amper vol te houden. Maar we moeten het halen, voor vijf uur want de winkels gaan bijna dicht. We hebben nog geen kerststol. Nondedju. Dat kan niet. Niet in dit speciale jaar waarin oma 101 wordt. Ze heeft nog zo gezegd ‘ik word geen honderd, maar als ik het word dan wil ik een kerststol, een hele speciale!’.
En nu is het zover. Bijna 23 december, kwart voor vijf. Onze laatste hoop. Pa dropt ons op de markt in Maastricht en wij, wij vliegen alle kanten uit. Naar drie verschillende bakkers, opgezocht via Googlemaps. ‘Pa, houd jij de autotemperatuur op temperatuur, het is ijskoud!’
Totems O’Neal (20-12-2016) (Themawoord: Totem)
Totems O’Neal, ik moet onmiddellijk aan twee mensen denken. Tatum en Shaquille. Wie kent ze niet? Twee totems van persoonlijkheden. De eerste, Tatum, is de jongste Academy Award winnende actrice ooit. Tevens een van de weinige kindsterretjes die kan bogen op een serieuze relatie met Michael Jackson. Tatum nam een totem van een Oscar in ontvangst voor de beste vrouwelijk bijrol in de film ‘Paper Moon’. Later trouwde ze nog met good old John McEnroe, roeptoetertotem van het tennisveld.
De tweede waar ik bij Totems O’Neal aan aan moet denken is basketbalreus Shaquille uit Newark, 2. 16 meter en 147. 4 kilo schoon aan de haak. Een symbool voor de basketbalsport. Dit keer niets over heilig boontje Mart O’Neal Smeets.
Lottotempel (20-12-2016) (Themawoord: Totem)
Ik sta met vijftig andere gelukszoekers, als haringen in een ton, in mijn favoriete winkel, de Read Shop; ultieme prijsscorende lottotempel, hofleverancier van gladde oranje-blauwe loten met grote walvis erop. De warme airco blaast vandaag warm in ons gezicht. En wij, wij puffen terug. Staren naar de grond of naar het plafond en voor wie echt lef heeft, naar de neusvleugels van onze vóór- af achterganger.
Het is vijf voor twaalf. Figuurlijk dan. Dertig december. Ik ben net op tijd. Gelukkig zijn de oliebollen al in huis en evenzo de Freixenet. De allerlaatste fles uit het rek natuurlijk. Nu alleen nog het felbegeerde briefje bemachtigen. Mijn lot hangt ervanaf. Zonder lot mag ik niet thuiskomen. Het eindcijfer maakt niet uit.
Arendsogen (21-12-2016) (Themawoord: Totem)
Met arendsogen tuur ik door mijn viewmaster. Waar bevindt zich Old Shatterhand in het woeste berggebied, tussen cactussen en bruin zand? Ik zie alleen maar Winnetou met zijn indianenpaard. Zonder zadel. Want indianen zijn geen watjes. Of zijn ze gewoon arm? Ik haal de trekker over en draai door naar het volgende plaatje. Weer geen Old Shatterhand. Waar blijft mijn held, mijn stoere cowboy?
Ik zie wat indianen rondom een totempaal dansen. Dat is geen goed nieuws. Aan de manier waarop ze dansen zie ik dat het oorlog wordt. Oorlog zonder regen gelukkig. Regen kan mijn viewmaster niet aan. Ongeduldig draai ik nog een keer door. Met bibberende hand dit keer. Daar staat ie. Fier op de rots. Old Shatterhand.
Totempaal (22-12-2016) (Themawoord: Totem)
Totempaal, een fascinerend woord dat mij onmiddellijk naar de oudheid brengt. Naar de Oude Grieken en Romeinen. Want daar heeft de totempaal zijn ultieme en meest oorspronkelijke vorm gekregen. Gebeeldhouwd in marmer, gekneed in klei en gebakken in de hete oven. De totempaal als lustobject. Want de Grieken en Romeinen die wisten al vroeg van wanten.
Niet dat ze die aandeden, die wanten. Nee, daarvoor waren zij dan weer te puur. Aanpakken met handschoenen dat deden ze nooit en te nimmer. Nee, veel liever vatten ze de koe bij de hoorn met blote handen, wreven van geiligheid de koude stenen warm. Verafgoding ten top. Menige totempaal werd opgewreven. Zowel die van steen als die van vlees. Fallus gigantus om armus.
Banketstaaf (23-12-2016) (Themawoord: Totem)
Iedereen doet zijn stinkende best met Kerstmis. Haalt gezelligheid in huis en bakt de mooiste dingen. Versiert compleet het huis.
De buren doen het ook. Zij proberen ieder jaar opnieuw het mooist versierde huis te hebben. Het doet pijn aan de ogen. Als ik achter in onze tuin sta dan hoor ik Rudolf zoemen.
Het tijdelijke redlightdistrict trekt een vreemd publiek. Dames, schaars gekleed die onder de lantaarnpaal solliciteren naar blaasontsteking en vreemde heren weggedoken in zwarte kragen van scheerwollen jassen.
Nee, wij doen dit jaar niet mee met al die kerstmiskermis. Op een uitzondering na. De banketstaaf. Die mag nooit ontbreken.
Oliebollen, wafels, glühwein, bowl, kerstkransjes, het kan ons allemaal gestolen worden. Maar banketstaaf blijft immer onze Kerstmis totem.
Pa da da (26-12-2016) (Themawoord: Metrum)
Kerstmismetrum voor gevorderden.
Startend met refrein, eindigend met het eerste couplet.
Beste wensen voor het nieuwe jaar namens Paashaas, Sinterklaas, Rudolf en Kerstman.
Pa da da, pa da da, pa da da da da
Pa da da da pa da da pa da da da pa da da
Pa da da, pa da da, pa da da da da
Pa da da da pa da da pa da da da pa da da
Pa da da da da, pa da pa da da da da
Pa da pa da pa da, pa da da da da
Pa da pa da pa, pa da pa da pa
Pa da pa da pa da pa da da da pa da pa da
Infame trumpism (30-12-2016) (Themawoord: Metrum)
Infaam trompettisme, daar lijdt de wereld onder. En wat zal het geven voor 2017. Geen idee. Welk metrum we ook aansnijden en de wereld in galmen, laat het alsjeblieft geen jatwerk zijn. Er zijn al zoveel popsongs opgeofferd, verkracht voor en door politieke doeleinden. Schandelijk. Infaam. Eerloos. En zo’n man die daar onmiskenbaar gebruik van laat maken gaat een van de grootste wereldmachten leiding geven, een gezicht.
Hoe clownesk gaat 2017 eruit zien. Dachten we na dubbel G bosje de overtreffende trap al bereikt te hebben, krijgen we een nog foutere clown voorgeschoteld. En ja, om nog maar eens snedig te snijden in topwerk. You can’t always get what you want. Silly Poetin ligt nu al helemaal in een deuk!
Eeuwige keuze (31-12-2016) (Themawoord: Metrum)
Zwart of rood? Rood of wit? Wit of bruin? Bruin of grijs? Grijs of gekleurd? Gekleurd of effen? Effen of altijd? Altijd of nooit? Nooit of ooit? Ooit of misschien? Misschien of zeker? Zeker of onzeker? Onzeker of overtuigd? Overtuigd of met twijfel? Met twijfel of recht op het doel af? Recht op het doel of in de hoek? In de hoek of altijd lief? Altijd lief of stout? Stout of verdorven? Verdorven of rot? Rot of rotje? Rotje of vuurpijl? Vuurpijl of hagel? Hagel of slag? Slag of stoot? Stoot of Marlène? Marlène of bloot? Bloot of maliënkolder? Kolder of onzin? Onzin of zin? Zin of zinnen? Bij zinnen of hoofdzinnen? Schrijven of lezen? In metrum? Beide in 2017!
31-03-2016
Schrijfveren Maart 2016
Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Een flessenrek (01-03-2016)
Met mijn ragebol stof ik het flessenrek in de slaapkamer af. Stof tot nadenken. Waarom flessen wijn en sterke drank in de slaapkamer? Hoe lang liggen ze er al? Is het nog wel te drinken? En wat moet ik in hemelsnaam met al die kruiken kruidendrank? Ik krijg ze nooit op tijd op. Er zitten een paar hele oudjes bij. De etiketten amper nog te lezen. Ik durf ze niet eens meer open te trekken. Waar komen ze vandaan? Van sommigen weet ik het nog. Die zijn me dierbaar. Ze komen uit verre oorden. Ik proef de oorden op mijn tong met de kurk nog op de fles. Waan me even terug in Toscane, Ligurië, Napels en Florence. En wat te denken van de Oriënt, het Chileense hooggebergte en niet te vergeten Dundee-Greenock, Kintyre en de Speyside. De eerlijkheid gebied te zeggen. Groningen, Leeuwarden en Den Haag vallen dan toch even in het niet. Sorry jongens, jullie blijven hier nog even liggen. Welterusten.
Thuis in de bergen (02-03-2016)
Heidi is blij. Vandaag gaat ze Peter zien. Ze plukt bloemen in de alm. De zon schijnt al hoog aan de hemel. Het dauw op de gentiaan en de klaver weerspiegelt Heidi's olijke gezicht. Een konijntje huppelt lieflijk door het gras en de koeien luiden rebels de ochtend langzaam uit. Het zal niet lang meer duren. Het mandje van Heidi raakt langzaam vol. Op een bankje tegen de hut vlecht ze een prachtige haarkrans. Ze wil Peter verrassen. Op het tafeltje spreidt Heidi een blauw geruit tafelkleed uit. Ze duikt in haar rugzak en haalt er een klein flesje wijn uit en twee plastic glazen. Een stukje kaas en een hompje vlees. Boerenham. Daar houdt Peter van. Beneden in het dal hoort Heidi de kerkklok 11:00 uur beieren. Hoogste tijd voor haar lied. Ze geeft haar borst de adem die het nodig heeft en vlecht de touwtjes van haar bloesje ietsiepietsie uit elkaar. Niet te ver. Stel dat Peter vroeger komt. Eerst maar even oefenen. Ze gaat op de tweede sport van de ladder staan en oefent de hoge tonen. De jo en de del komen er prachtig uit vandaag. Vol verlangen stiet ze tot slot de en eruit. De hoogste noot. Het is de wijn en de zon die haar keeltje smeren. Laat Peter nu maar komen.
Een fietstas waar prei uit steekt (07-03-2016)
De kleine kon de slaap niet vatten. En dat had grote gevolgen voor het hele huishouden. Daar werd node rust verlangd. Een week van strijd en knokken had het energielevel van beide ouders tot een minimum gebracht. Ze hadden zich noodgedwongen bezig moeten houden met kinderziektes en puberpraat. De pubers die vatten de slaap nog wel. De kinderen, met name de kleine, dat was een heel ander verhaal. Zij hadden de stress opgesnoven en weigerden het strijdtoneel vroeg in de avond te verlaten. Ze klampten zich vast aan moeders benen en lieten niet los. Ergens voelden zij dat ze onmisbaar waren. Voor intern geluk en de nodige rust van beide ouders. Kinderen voelen dat naadloos aan. Ook die van vier en vijf. Wat ga je die kinderen dan voorhouden? Met voorlezen maak je veel goed. Maar vindt dan maar eens een geschikt boek. Eentje dat binnen het bevattingsvermogen past.
Rekening houdend met kleine opnamecapaciteit is dan een sprookje het geschiktst. Dat zit bovendien ook nog eens boordevol met verborgen schatten en verwoord meestal, zeer analoog aan de fantasie van het jonge kind, de realiteit die schrijnend vaak verborgen blijft, een ongewenste werkelijkheid. Moeilijk te verteren. En dat doet kinderen nooit goed. Nee, een boek moet het niet zijn. Daarin is alles bij voorbaat vastgelegd en overdacht. Veel liever gebruiken we een gezond sprookje. Een sprookje dat rust biedt en slaap. Vooral veel slaap. En om dan de gedachten ook maar helemaal vrij te maken, verzinnen we het sprookje. Alledaags. Wel zo gemakkelijk. Iets over groen en gezond. Over voortbewegen, groene energie, fietsen, fietstas. Een sprookje over een fietstas waar prei uit steekt. Zoiets.
Een rijke smaak (09-03-2016)
De hofdames vermaakten zich prima aan het hof. Op zijn tijd een potje kaarten en borduren. Heel veel borduren. Uren en uren achter elkaar trokken zij de dikke naald door het bord. Hoeveel borduren ze wel niet maakten is tot aan de dag van vandaag onbekend gebleven. Maar ik kan u vertellen dames en heren, het waren veel uren. Tijdens het borduren oreerden de hofdames over van alles en nog wat. Over de koeien van freule Bertha von Lippenstein en over de pasgeboren kalveren van barones Kalbsgut von Preusen. De koeien waren wel een beetje van de leg. Ze stonden al dagen aan een stuk met hun hoeven in de modder. Ook de kalveren van Kalbsgut hadden hun probleempjes. Ze hadden veel moeite om op eigen benen te gaan staan.
Safed by the bell werden de hofdames van hun borduurtafel gerukt. Maar goed ook, want de conversatie over koeien en kalveren begon hoog op te lopen. Net als het water van de dames. De buik er goed van vol haasten ze zich een voor een naar het kleine kabinetje. Het kabinet stond al spoedig onder water. Het drukte ook de stemming. Erg lastig want er waren ook zo weinig hokjes. De hofdames hadden nog wel hevig geprotesteerd toen het tweede kamertje had besloten in te krimpen op de hokjes. Ondemocratisch vonden ze maar wel beter voor Europa.
Europa edoch begreep er niets van. Ze had haar hazewind zojuist uitgelaten en gekamd en vond dat de hofdames zich druk maakten om niets. Smakeloos had ze het gevonden dat de hofdames buiten haar weten om zo geklaagd hadden over de hokjes. Ongepast en armoedig. Het getuigde bepaald niet van een rijke smaak.
In onderwijsland (10-03-2016)
De directrice wist er geen raad meer mee. De amanuensis en de conciërge maakten nu al vijf maanden lang ruzie over de inrichting van het scheikundelokaal. De scheikundeleraar had er nota bene een burn-out aan overgehouden. Tot overmaat van ramp was ook nog eens de docent lichamelijke opvoeding uit het klimrek gevallen. Hij had geprobeerd een pubermeisje van de hoogste sport te plukken. Zij durfde niet meer naar beneden te komen. Toen de docent zijn hand op een verkeerde plek had gelegd had ze direct gereageerd. Uit boosheid, ingegeven door angst en hevige hoogtevrees, had ze met een hand het klimrek vastgehouden en met de andere de docent van zich af geslagen. Die had vervolgens kortstondig door de lucht gezweefd en was onaangenaam op zijn rug naast de mat gevallen. Dwarslaesie. De burn-out van de scheikundeleraar was er peanuts bij.
Blauw dat moest de kleur worden. Aldus de amanuensis. Groen bleef de conciërge volhouden. Daar was immers nog 25 liter van over. De kleur groen paste ook veel beter bij de filosofie, die de school een beetje zweverig droeg. Ecogroen. De directrice wist dat ze het probleem nu langzamerhand moest tackelen. Alle overlegorganen hadden al hun zegje gedaan. Twaalf lijvige rapporten waren er geschreven, met als slotsom, tevens eindconclusie, groenblauw. De gulden middenweg zou men denken. Mooi niet. Blauwgroen, werd nog ingebracht, maar zelfs dat was geen optie. In onderwijsland bleek alles mogelijk, maar soms ook helemaal niets.
In de gang klonk muziek. Status Quo. Down down, deeper and down.
Een parachute (14-03-2016)
Vandaag had ik hem maar heel even nodig gehad. Gewoon om door de lucht te vliegen. Bij een koude Noord-Oosten wind en tevens onder een stralende zon. Wat bijten die twee weersinvloeden elkaar. Hemeltje. Ik zou dan een windjack aan willen hebben, handschoenen, liefst lederen, een winddichte broek en zware schoenen. Dat hangt namelijk lekker uit. Wijdbeens zou ik het uitkraaien van plezier. Zeker weten. Ik zou vergenoegd naar de naderende aarde kijken. In vertraging en liefst met een hele lange bocht. Ik zou de loden schoenen dan in het gras stampen en me een paar keer voorover laten stuiteren door het lange gras. Hals over kop zou de parachute mij mummificeren om vervolgens heerlijk te cocoonen met alleen mijn gezicht en loden schoenen vrij. Mijn hakken in de grond. Mijn gezicht in de brandende zon. Ik zou dan dromen dat de blauwe lucht voor immer blauw zou blijven en dat uit het struikgewas een lieve dame zou verschijnen met in haar hand een klein dienblaadje. Een dienblad met een bakje pinda's en een blond schuimend bier. Bij voorkeur een Triple Moine of een Vieille Salme, uiteraard in bijbehorend glas. Wat zou dat een mens gelukkig maken. Het biermeisje zou me voeren en vervoeren, om vervolgens in vervoering samen met mij een prachtig lijflied te zingen. Bij voorkeur een zigeunerhymne. Wat zouden we dan samen eventjes gelukkig zijn. Daar kan geen parachute meer tegenop.
Een kist vol knikkers (16-03-2016)
Snuitje snuift zijn zakdoek eens goed vol. Zo'n grote rode boerenzakdoek. Een minuut geleden zat hij nog op zijn hoofd. Met vier knopen op iedere hoek. Een piratenmuts. Nu doet hij dienst als snotlap. Nou ja, snotlap, eerder traanlap. De sluizen van Eustachius staan nog maar kort open. In no-time is de piratenmuts vol gewaterd. Met zijn knoestige handen en dikke blauwgeaderde onderarmen draait Snuitje de geruite zakdoek stevig droog. Nog een keer huilt hij hem vol. Het is ook niet niets wat daar voor hem staat. Jarenlang is hij er naar op zoek geweest en daar gloort ie dan eindelijk in de volle zon. De schatkist. Vol met knikkers. Het zijn niet zo maar knikkers. Nee, nee, het zijn hele ouderwetse. En ze zien er nog gaaf uit. Het brengt al snel de waterlanders weer terug in Snuitje's blauwe ogen. Dat ie dat nog mag meemaken op zijn oude dag. Duizenden zijn het. Het lijken wel kattenogen. Gele, groene, blauwe, rode, alle kleuren zijn aanwezig.
Trots is Snuitje dat hij de kist eindelijk gevonden heeft. Op aanwijzing van zijn speelkameraadje Doris, nee niet Day maar Maand, heeft hij goede koers gehouden. De crew on board heeft ook goed haar best gedaan. Moe maar voldaan zagen ze na drie weken het beloofde eiland. Het was achteraf nog lastig zoeken in de archipel. Zoveel water en zoveel eilanden. Gelukkig wisten ze waar ze naar moesten zoeken. Het eiland met de grote houten knikkerbaan. Van verre hadden ze hem al snel gezien. Wat een enorme grote hoge knikkerbaan was het. De crew en Snuitje waren beide erg nieuwsgierig geworden wat voor formaat knikkers er op die baan gelanceerd konden worden. En hoe die knikkers dan naar boven kwamen. En de belangrijkste vraag. Waren ze van glas? Nee. Had de schatbewaarder geantwoord. Het is slechts poppenkast. Om de schat te camoufleren. Vele piraten hadden al hun hoofd gestoten aan de grote knikkerbaan, gemaakt van bamboe. De zon had vervolgens de rest gedaan. Afgevoerd met zonnesteek, een voor een. Gelukkig had Snuitje zijn rode zakdoek op zijn hoofd gelaten. Hij had eruit gezien als Pipo de Clown, maar what the fuck ... alles voor de kist met knikkers.
Een bestoft hoofd (21-03-2016)
Mijn enige zorg vandaag is het hoofd onbestoft houden. Zou mij dat lukken, om te beginnen vijftien minuten? Ik zit nu al vast. Grote vreze. Ik heb opgeslagen, 08:53 uur, en houdt de bovenkant van de iPad nauwlettend in de gaten. Tot dusver geen stof te bekennen. Langzaam glijdt het kleine invulscherm naar beneden en vult zich vol letters en woorden die ik razendsnel verzin. In het luchtledige, omdat het mag. Het is niet voor niets een oefening in schrijven. Stof tot nadenken denkt een van de lezers vast. Misschien zelfs allemaal.
Een Swiffer trek ik door mijn hoofd. Een kleine ragebol schudt heftig nee. Nee, ik wil geen woorden vreten. En zeker geen woorden waar het hart van vol is. Wat ik uitspuw schrijf ik neer. Onbevangen. Allemaal losse woorden in stijgers. Ze zoeken elkaar op in onlogische volgorde. Tot stof zullen letters wederkeren. Met poeder klei ik ze. Met water en rivier. Schreefloos over de schreef. Sommigen kapitaal en fier rechtop. Ik plaats de grote monumentale letters in het zand. Het zand van de rivier die niet wegspoelt. Hij bestaat uit regen. En dat heeft het lang niet gedaan. Regenen. Het zou mijn stoffig hoofd een groot plezier doen, Pluvius.
Plu en plumaux strekken zich uit naar de grijze hemel die tranen huilt en rivieren vult. Op jacht naar de zee slingert de slang zich een weg door bergen, heuvels. Een stortvloed aan woorden pikt het onderweg op en bundelt het tot verhalen, volks en vol beklag. Hier en daar ook lieve woorden. Van stelletjes in lover langs de kant. Daar waar vlinders door hoofden en buiken waaien. De eerste dag der lente breekt de liefde aan. Pover nog, pril en preuts. Bochtig stoten de woorden zich in strofes en in rijm, dichten dorstige gaten waar water niet wil komen. Het einde komt in zicht, ik heb nog twee minuten. Wat zeg ik een minuut. De tijd die zit me in mijn nek. Laat mijn haren rijzen. Stoffig. Zo ook het hoofd. Het spoelt nooit leeg.
Onteigende ochtenden (23-03-2016)
De gordijnen blijven voorlopig dicht. Ik wil de ochtend even niet zien. Bang voor wat ie niet te bieden heeft. Donkerrood staart het velours me aan en ik denk na. Over het gesprek dat ik gisteren met mezelf voerde. Voor de eerste keer sinds lange tijd was ik het niet met mezelf eens. Iets wat zelden voorkomt. Waarom de overtuiging van gelijk me juist vandaag in de steek laat is verklaarbaar. De heftigheid waarmee gisteren afliep stelt moeilijke vragen. Vragen die beklijven een nacht lang.
Ik slaak een paar diepe zuchten en doe de zonnegroet. Misschien helpt het de nieuwe dag te verwelkomen. Vannacht heb ik de volle maan welterusten gewenst. Hij liet me niet slapen. De spoken in mijn hoofd voerden oorlog. Gooiden spijkerbommen in mijn brein, verstikten, duwden kussens op mijn hoofd. Ik worstelde de hele nacht en kwam gelukkig steeds boven. Doodvermoeid. Waarom draait de wereld toch voortdurend door? Mijn wereld en de werelden die erachter liggen. De wereld van anderen. De dag van anderen. De nacht.
Op het donkerrode velours verschijnt plots een driekleur. Zwart, geel, rood. Nee. Niet ook hier. Zwart voor ogen. Geel om goed na te denken, intelligent. Rood de kleur van het hart, de liefde, geluk. Grensoverschrijdend komt de oorlog nabij. Niemand die hem tegenhoudt. Waar is het leger? Waar bivakkeert de vrijheid? Verstopt diep in de nacht, ergens achter de bosjes schuilt de vrede. Boos en verontwaardigd. Gegijzeld, onteigend door demonen in mijn heilig ochtendwaken trek ik voorzichtig de gordijnen open. Een nieuwe dag komt binnen. Grijs en triest maar ondanks alles, toch hoopvol. Gisteren drukt nog na. De tijd loopt door, neemt me bij de hand. Geen ontkomen aan in verder gaan. Stroom, stroom, stroom.
Een amulet (29-03-2016)
Ik heb er geen plaats meer voor. Dat wil ik de handelaar duidelijk maken. Maar hij luistert niet. In de ban van verkoop is hij blind voor tegenargumenten. Voorargumenten heb ik trouwens ook niet. Alhoewel. Het zou me wel goed staan natuurlijk. Maar er is eenvoudigweg geen plaats voor. Hoeft ook niet, wil de handelaar me doen geloven. Ah, hij luistert dus toch. De kracht zit hem namelijk in het dragen. Waar, hoe, al dan niet zichtbaar, is van minder belang. Ja, ja. Maar geheel belangeloos is niets. Zeker in werelden waar economische principes de boventoon voeren. Zelfs in de woestijn.
De berber kijkt me nu recht in de ogen. Ik verdrink bijna in de donkere spiegels. Het lijken wel donkere vennen. Bodemloos lijkt de inkijk. Zou ik er een steen ingooien hij zou onmiddellijk zinken. Oneindig zinken. Alleen het zuigende geluid dat zou blijven klinken. Niet doen, denk ik dan. Trap en val er niet in. In deze donkere bodemloze put die smeekt. Koop mij? Koop mij? Ik doe het niet. Ik wil het niet. Nog een keer probeer ik met voorzichtige zingeving de berber in te laten zien dat er niets aan mij wordt verkocht. Kijk het vloekt met al mijn tattoes en piercings. Er is gewoon geen plek. Ik wil ook niet dat dat ding ergens achter blijft haken. Ik ben als de dood dat ik dan gewurgd zal worden. Het staat ook nog eens in mijn laatste horoscoop geschreven. Horoscoop? Horrorscoop kan ik beter zeggen. Geen horo maar horror wordt er over mij heen geroepen. Ik moet deze week oppassen voor verstikkende situaties. Ha, ha. En dat in de Sahara?
Het moet niet gekker worden. Ik kijk wel uit. Mijn vrouw probeert me nu langzaam weg te trekken van de handelaar. Ze voorziet een ongelooflijk dispuut. Nauwelijks de moeite van het bedrijven waard. Maar ik denk daar anders over. Wat denkt die berber wel? Hij probeert nog om me in te laten zien dat ik mijn geluk vergooi indien ik niet inga op zijn nobel bod. Ik hoef niet eens te onderhandelen. Af te pingelen. Dat doet hij wel. Straks krijg ik er nog gratis een kameel bij. Nee, lieve berber. Voor mij geen amulet.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Een flessenrek (01-03-2016)
Met mijn ragebol stof ik het flessenrek in de slaapkamer af. Stof tot nadenken. Waarom flessen wijn en sterke drank in de slaapkamer? Hoe lang liggen ze er al? Is het nog wel te drinken? En wat moet ik in hemelsnaam met al die kruiken kruidendrank? Ik krijg ze nooit op tijd op. Er zitten een paar hele oudjes bij. De etiketten amper nog te lezen. Ik durf ze niet eens meer open te trekken. Waar komen ze vandaan? Van sommigen weet ik het nog. Die zijn me dierbaar. Ze komen uit verre oorden. Ik proef de oorden op mijn tong met de kurk nog op de fles. Waan me even terug in Toscane, Ligurië, Napels en Florence. En wat te denken van de Oriënt, het Chileense hooggebergte en niet te vergeten Dundee-Greenock, Kintyre en de Speyside. De eerlijkheid gebied te zeggen. Groningen, Leeuwarden en Den Haag vallen dan toch even in het niet. Sorry jongens, jullie blijven hier nog even liggen. Welterusten.
Thuis in de bergen (02-03-2016)
Heidi is blij. Vandaag gaat ze Peter zien. Ze plukt bloemen in de alm. De zon schijnt al hoog aan de hemel. Het dauw op de gentiaan en de klaver weerspiegelt Heidi's olijke gezicht. Een konijntje huppelt lieflijk door het gras en de koeien luiden rebels de ochtend langzaam uit. Het zal niet lang meer duren. Het mandje van Heidi raakt langzaam vol. Op een bankje tegen de hut vlecht ze een prachtige haarkrans. Ze wil Peter verrassen. Op het tafeltje spreidt Heidi een blauw geruit tafelkleed uit. Ze duikt in haar rugzak en haalt er een klein flesje wijn uit en twee plastic glazen. Een stukje kaas en een hompje vlees. Boerenham. Daar houdt Peter van. Beneden in het dal hoort Heidi de kerkklok 11:00 uur beieren. Hoogste tijd voor haar lied. Ze geeft haar borst de adem die het nodig heeft en vlecht de touwtjes van haar bloesje ietsiepietsie uit elkaar. Niet te ver. Stel dat Peter vroeger komt. Eerst maar even oefenen. Ze gaat op de tweede sport van de ladder staan en oefent de hoge tonen. De jo en de del komen er prachtig uit vandaag. Vol verlangen stiet ze tot slot de en eruit. De hoogste noot. Het is de wijn en de zon die haar keeltje smeren. Laat Peter nu maar komen.
Een fietstas waar prei uit steekt (07-03-2016)
De kleine kon de slaap niet vatten. En dat had grote gevolgen voor het hele huishouden. Daar werd node rust verlangd. Een week van strijd en knokken had het energielevel van beide ouders tot een minimum gebracht. Ze hadden zich noodgedwongen bezig moeten houden met kinderziektes en puberpraat. De pubers die vatten de slaap nog wel. De kinderen, met name de kleine, dat was een heel ander verhaal. Zij hadden de stress opgesnoven en weigerden het strijdtoneel vroeg in de avond te verlaten. Ze klampten zich vast aan moeders benen en lieten niet los. Ergens voelden zij dat ze onmisbaar waren. Voor intern geluk en de nodige rust van beide ouders. Kinderen voelen dat naadloos aan. Ook die van vier en vijf. Wat ga je die kinderen dan voorhouden? Met voorlezen maak je veel goed. Maar vindt dan maar eens een geschikt boek. Eentje dat binnen het bevattingsvermogen past.
Rekening houdend met kleine opnamecapaciteit is dan een sprookje het geschiktst. Dat zit bovendien ook nog eens boordevol met verborgen schatten en verwoord meestal, zeer analoog aan de fantasie van het jonge kind, de realiteit die schrijnend vaak verborgen blijft, een ongewenste werkelijkheid. Moeilijk te verteren. En dat doet kinderen nooit goed. Nee, een boek moet het niet zijn. Daarin is alles bij voorbaat vastgelegd en overdacht. Veel liever gebruiken we een gezond sprookje. Een sprookje dat rust biedt en slaap. Vooral veel slaap. En om dan de gedachten ook maar helemaal vrij te maken, verzinnen we het sprookje. Alledaags. Wel zo gemakkelijk. Iets over groen en gezond. Over voortbewegen, groene energie, fietsen, fietstas. Een sprookje over een fietstas waar prei uit steekt. Zoiets.
Een rijke smaak (09-03-2016)
De hofdames vermaakten zich prima aan het hof. Op zijn tijd een potje kaarten en borduren. Heel veel borduren. Uren en uren achter elkaar trokken zij de dikke naald door het bord. Hoeveel borduren ze wel niet maakten is tot aan de dag van vandaag onbekend gebleven. Maar ik kan u vertellen dames en heren, het waren veel uren. Tijdens het borduren oreerden de hofdames over van alles en nog wat. Over de koeien van freule Bertha von Lippenstein en over de pasgeboren kalveren van barones Kalbsgut von Preusen. De koeien waren wel een beetje van de leg. Ze stonden al dagen aan een stuk met hun hoeven in de modder. Ook de kalveren van Kalbsgut hadden hun probleempjes. Ze hadden veel moeite om op eigen benen te gaan staan.
Safed by the bell werden de hofdames van hun borduurtafel gerukt. Maar goed ook, want de conversatie over koeien en kalveren begon hoog op te lopen. Net als het water van de dames. De buik er goed van vol haasten ze zich een voor een naar het kleine kabinetje. Het kabinet stond al spoedig onder water. Het drukte ook de stemming. Erg lastig want er waren ook zo weinig hokjes. De hofdames hadden nog wel hevig geprotesteerd toen het tweede kamertje had besloten in te krimpen op de hokjes. Ondemocratisch vonden ze maar wel beter voor Europa.
Europa edoch begreep er niets van. Ze had haar hazewind zojuist uitgelaten en gekamd en vond dat de hofdames zich druk maakten om niets. Smakeloos had ze het gevonden dat de hofdames buiten haar weten om zo geklaagd hadden over de hokjes. Ongepast en armoedig. Het getuigde bepaald niet van een rijke smaak.
In onderwijsland (10-03-2016)
De directrice wist er geen raad meer mee. De amanuensis en de conciërge maakten nu al vijf maanden lang ruzie over de inrichting van het scheikundelokaal. De scheikundeleraar had er nota bene een burn-out aan overgehouden. Tot overmaat van ramp was ook nog eens de docent lichamelijke opvoeding uit het klimrek gevallen. Hij had geprobeerd een pubermeisje van de hoogste sport te plukken. Zij durfde niet meer naar beneden te komen. Toen de docent zijn hand op een verkeerde plek had gelegd had ze direct gereageerd. Uit boosheid, ingegeven door angst en hevige hoogtevrees, had ze met een hand het klimrek vastgehouden en met de andere de docent van zich af geslagen. Die had vervolgens kortstondig door de lucht gezweefd en was onaangenaam op zijn rug naast de mat gevallen. Dwarslaesie. De burn-out van de scheikundeleraar was er peanuts bij.
Blauw dat moest de kleur worden. Aldus de amanuensis. Groen bleef de conciërge volhouden. Daar was immers nog 25 liter van over. De kleur groen paste ook veel beter bij de filosofie, die de school een beetje zweverig droeg. Ecogroen. De directrice wist dat ze het probleem nu langzamerhand moest tackelen. Alle overlegorganen hadden al hun zegje gedaan. Twaalf lijvige rapporten waren er geschreven, met als slotsom, tevens eindconclusie, groenblauw. De gulden middenweg zou men denken. Mooi niet. Blauwgroen, werd nog ingebracht, maar zelfs dat was geen optie. In onderwijsland bleek alles mogelijk, maar soms ook helemaal niets.
In de gang klonk muziek. Status Quo. Down down, deeper and down.
Een parachute (14-03-2016)
Vandaag had ik hem maar heel even nodig gehad. Gewoon om door de lucht te vliegen. Bij een koude Noord-Oosten wind en tevens onder een stralende zon. Wat bijten die twee weersinvloeden elkaar. Hemeltje. Ik zou dan een windjack aan willen hebben, handschoenen, liefst lederen, een winddichte broek en zware schoenen. Dat hangt namelijk lekker uit. Wijdbeens zou ik het uitkraaien van plezier. Zeker weten. Ik zou vergenoegd naar de naderende aarde kijken. In vertraging en liefst met een hele lange bocht. Ik zou de loden schoenen dan in het gras stampen en me een paar keer voorover laten stuiteren door het lange gras. Hals over kop zou de parachute mij mummificeren om vervolgens heerlijk te cocoonen met alleen mijn gezicht en loden schoenen vrij. Mijn hakken in de grond. Mijn gezicht in de brandende zon. Ik zou dan dromen dat de blauwe lucht voor immer blauw zou blijven en dat uit het struikgewas een lieve dame zou verschijnen met in haar hand een klein dienblaadje. Een dienblad met een bakje pinda's en een blond schuimend bier. Bij voorkeur een Triple Moine of een Vieille Salme, uiteraard in bijbehorend glas. Wat zou dat een mens gelukkig maken. Het biermeisje zou me voeren en vervoeren, om vervolgens in vervoering samen met mij een prachtig lijflied te zingen. Bij voorkeur een zigeunerhymne. Wat zouden we dan samen eventjes gelukkig zijn. Daar kan geen parachute meer tegenop.
Een kist vol knikkers (16-03-2016)
Snuitje snuift zijn zakdoek eens goed vol. Zo'n grote rode boerenzakdoek. Een minuut geleden zat hij nog op zijn hoofd. Met vier knopen op iedere hoek. Een piratenmuts. Nu doet hij dienst als snotlap. Nou ja, snotlap, eerder traanlap. De sluizen van Eustachius staan nog maar kort open. In no-time is de piratenmuts vol gewaterd. Met zijn knoestige handen en dikke blauwgeaderde onderarmen draait Snuitje de geruite zakdoek stevig droog. Nog een keer huilt hij hem vol. Het is ook niet niets wat daar voor hem staat. Jarenlang is hij er naar op zoek geweest en daar gloort ie dan eindelijk in de volle zon. De schatkist. Vol met knikkers. Het zijn niet zo maar knikkers. Nee, nee, het zijn hele ouderwetse. En ze zien er nog gaaf uit. Het brengt al snel de waterlanders weer terug in Snuitje's blauwe ogen. Dat ie dat nog mag meemaken op zijn oude dag. Duizenden zijn het. Het lijken wel kattenogen. Gele, groene, blauwe, rode, alle kleuren zijn aanwezig.
Trots is Snuitje dat hij de kist eindelijk gevonden heeft. Op aanwijzing van zijn speelkameraadje Doris, nee niet Day maar Maand, heeft hij goede koers gehouden. De crew on board heeft ook goed haar best gedaan. Moe maar voldaan zagen ze na drie weken het beloofde eiland. Het was achteraf nog lastig zoeken in de archipel. Zoveel water en zoveel eilanden. Gelukkig wisten ze waar ze naar moesten zoeken. Het eiland met de grote houten knikkerbaan. Van verre hadden ze hem al snel gezien. Wat een enorme grote hoge knikkerbaan was het. De crew en Snuitje waren beide erg nieuwsgierig geworden wat voor formaat knikkers er op die baan gelanceerd konden worden. En hoe die knikkers dan naar boven kwamen. En de belangrijkste vraag. Waren ze van glas? Nee. Had de schatbewaarder geantwoord. Het is slechts poppenkast. Om de schat te camoufleren. Vele piraten hadden al hun hoofd gestoten aan de grote knikkerbaan, gemaakt van bamboe. De zon had vervolgens de rest gedaan. Afgevoerd met zonnesteek, een voor een. Gelukkig had Snuitje zijn rode zakdoek op zijn hoofd gelaten. Hij had eruit gezien als Pipo de Clown, maar what the fuck ... alles voor de kist met knikkers.
Een bestoft hoofd (21-03-2016)
Mijn enige zorg vandaag is het hoofd onbestoft houden. Zou mij dat lukken, om te beginnen vijftien minuten? Ik zit nu al vast. Grote vreze. Ik heb opgeslagen, 08:53 uur, en houdt de bovenkant van de iPad nauwlettend in de gaten. Tot dusver geen stof te bekennen. Langzaam glijdt het kleine invulscherm naar beneden en vult zich vol letters en woorden die ik razendsnel verzin. In het luchtledige, omdat het mag. Het is niet voor niets een oefening in schrijven. Stof tot nadenken denkt een van de lezers vast. Misschien zelfs allemaal.
Een Swiffer trek ik door mijn hoofd. Een kleine ragebol schudt heftig nee. Nee, ik wil geen woorden vreten. En zeker geen woorden waar het hart van vol is. Wat ik uitspuw schrijf ik neer. Onbevangen. Allemaal losse woorden in stijgers. Ze zoeken elkaar op in onlogische volgorde. Tot stof zullen letters wederkeren. Met poeder klei ik ze. Met water en rivier. Schreefloos over de schreef. Sommigen kapitaal en fier rechtop. Ik plaats de grote monumentale letters in het zand. Het zand van de rivier die niet wegspoelt. Hij bestaat uit regen. En dat heeft het lang niet gedaan. Regenen. Het zou mijn stoffig hoofd een groot plezier doen, Pluvius.
Plu en plumaux strekken zich uit naar de grijze hemel die tranen huilt en rivieren vult. Op jacht naar de zee slingert de slang zich een weg door bergen, heuvels. Een stortvloed aan woorden pikt het onderweg op en bundelt het tot verhalen, volks en vol beklag. Hier en daar ook lieve woorden. Van stelletjes in lover langs de kant. Daar waar vlinders door hoofden en buiken waaien. De eerste dag der lente breekt de liefde aan. Pover nog, pril en preuts. Bochtig stoten de woorden zich in strofes en in rijm, dichten dorstige gaten waar water niet wil komen. Het einde komt in zicht, ik heb nog twee minuten. Wat zeg ik een minuut. De tijd die zit me in mijn nek. Laat mijn haren rijzen. Stoffig. Zo ook het hoofd. Het spoelt nooit leeg.
Onteigende ochtenden (23-03-2016)
De gordijnen blijven voorlopig dicht. Ik wil de ochtend even niet zien. Bang voor wat ie niet te bieden heeft. Donkerrood staart het velours me aan en ik denk na. Over het gesprek dat ik gisteren met mezelf voerde. Voor de eerste keer sinds lange tijd was ik het niet met mezelf eens. Iets wat zelden voorkomt. Waarom de overtuiging van gelijk me juist vandaag in de steek laat is verklaarbaar. De heftigheid waarmee gisteren afliep stelt moeilijke vragen. Vragen die beklijven een nacht lang.
Ik slaak een paar diepe zuchten en doe de zonnegroet. Misschien helpt het de nieuwe dag te verwelkomen. Vannacht heb ik de volle maan welterusten gewenst. Hij liet me niet slapen. De spoken in mijn hoofd voerden oorlog. Gooiden spijkerbommen in mijn brein, verstikten, duwden kussens op mijn hoofd. Ik worstelde de hele nacht en kwam gelukkig steeds boven. Doodvermoeid. Waarom draait de wereld toch voortdurend door? Mijn wereld en de werelden die erachter liggen. De wereld van anderen. De dag van anderen. De nacht.
Op het donkerrode velours verschijnt plots een driekleur. Zwart, geel, rood. Nee. Niet ook hier. Zwart voor ogen. Geel om goed na te denken, intelligent. Rood de kleur van het hart, de liefde, geluk. Grensoverschrijdend komt de oorlog nabij. Niemand die hem tegenhoudt. Waar is het leger? Waar bivakkeert de vrijheid? Verstopt diep in de nacht, ergens achter de bosjes schuilt de vrede. Boos en verontwaardigd. Gegijzeld, onteigend door demonen in mijn heilig ochtendwaken trek ik voorzichtig de gordijnen open. Een nieuwe dag komt binnen. Grijs en triest maar ondanks alles, toch hoopvol. Gisteren drukt nog na. De tijd loopt door, neemt me bij de hand. Geen ontkomen aan in verder gaan. Stroom, stroom, stroom.
Een amulet (29-03-2016)
Ik heb er geen plaats meer voor. Dat wil ik de handelaar duidelijk maken. Maar hij luistert niet. In de ban van verkoop is hij blind voor tegenargumenten. Voorargumenten heb ik trouwens ook niet. Alhoewel. Het zou me wel goed staan natuurlijk. Maar er is eenvoudigweg geen plaats voor. Hoeft ook niet, wil de handelaar me doen geloven. Ah, hij luistert dus toch. De kracht zit hem namelijk in het dragen. Waar, hoe, al dan niet zichtbaar, is van minder belang. Ja, ja. Maar geheel belangeloos is niets. Zeker in werelden waar economische principes de boventoon voeren. Zelfs in de woestijn.
De berber kijkt me nu recht in de ogen. Ik verdrink bijna in de donkere spiegels. Het lijken wel donkere vennen. Bodemloos lijkt de inkijk. Zou ik er een steen ingooien hij zou onmiddellijk zinken. Oneindig zinken. Alleen het zuigende geluid dat zou blijven klinken. Niet doen, denk ik dan. Trap en val er niet in. In deze donkere bodemloze put die smeekt. Koop mij? Koop mij? Ik doe het niet. Ik wil het niet. Nog een keer probeer ik met voorzichtige zingeving de berber in te laten zien dat er niets aan mij wordt verkocht. Kijk het vloekt met al mijn tattoes en piercings. Er is gewoon geen plek. Ik wil ook niet dat dat ding ergens achter blijft haken. Ik ben als de dood dat ik dan gewurgd zal worden. Het staat ook nog eens in mijn laatste horoscoop geschreven. Horoscoop? Horrorscoop kan ik beter zeggen. Geen horo maar horror wordt er over mij heen geroepen. Ik moet deze week oppassen voor verstikkende situaties. Ha, ha. En dat in de Sahara?
Het moet niet gekker worden. Ik kijk wel uit. Mijn vrouw probeert me nu langzaam weg te trekken van de handelaar. Ze voorziet een ongelooflijk dispuut. Nauwelijks de moeite van het bedrijven waard. Maar ik denk daar anders over. Wat denkt die berber wel? Hij probeert nog om me in te laten zien dat ik mijn geluk vergooi indien ik niet inga op zijn nobel bod. Ik hoef niet eens te onderhandelen. Af te pingelen. Dat doet hij wel. Straks krijg ik er nog gratis een kameel bij. Nee, lieve berber. Voor mij geen amulet.
29-02-2016
120 Woorden Februari 2016
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Rep en roer (02-02-2016) (Themawoord: Replica)
Ik ga vandaag niet.
Hoezo niet?
Geen trek.
Na de eerste dag al?
Ja, is dat zo vreemd?
Ik wist het al.
Dat vind ik knap.
Je bent zo doorzichtig.
Transparant?
Transparant.
Kan ik wel mooi iets met jou gaan doen.
Dacht het niet.
Ach, toe?
Vooruit dan.
Echt?
Wat trek je aan?
Mezelf.
Jezelf?
Ja, vandaag wel.
Dat vind ik dapper.
En jij?
Ik twijfel.
Waarom?
Ik heb een klotedag.
Alweer?
Ja, het houdt maar niet op.
Het?
Ja het?
Kappen daarmee.
Jij hebt makkelijk praten.
O, gaan we in gesprek?
Diep!
Hoe diep?
Tot op de bodem.
Dat is dan voor de eerste keer.
Hoe bedoel je?
Nou, dat je rept.
Dat ik rep?
Ja.
In replica zeker?
Voor Mika (02-02-2016) (Themawoord: Replica)
Ik had het al zo lang beloofd. Een heel klein tafeltje. Om samen aan te zitten. Voor Mika en voor mij. Delen doen we eigenlijk zo’n beetje alles. Stoelen, tafels, bed en de liefde. Het moet dan ook een echt tafeltje zijn. Zelfgemaakt. Ik ben niet voor niets een timmerman. Hoewel, dit keer wel.
Voor ons tafeltje gebruik ik simpel materiaal. Het is maar om aan te zitten. Ik ga op zoek naar een ontwerp. Voordat ik ook maar een gedachte heb geformuleerd ratelt de brievenbus. De hond blaft. Intussen denk ik na over het materiaal. Op de mat glijdt een folder. Van IKEA. Eureka! Maar natuurlijk! Mijn tafel wordt een replica. Voor Mika. Gemaakt van mica en van formica.
Moeder in kwadraat (04-02-2016) (Themawoord: Replica)
Met een brede glimlach word ik huilend wakker. De tranen stromen over mijn wangen. Ik vind het helemaal niet erg. Ik proef het zoet en zout van onvervulde droom. Hoe vaak zal ze nog verschijnen? Een wiskundige berekening volstaat niet. Moeder in kwadraat. Ik was negen toen ze van mijn netvlies verdween. Met het laatste beeld voor ogen boetseer ik haar dikwijls in mijn slaap. Een slaap die ooit slapeloos was en nooit leek te komen. Bonkend met het hoofd in mijn kussen, van angst, van boosheid, onmacht en verdriet. Het beeldhouden houdt nooit op. Duizenden replica’s trekken aan mij voorbij. Om ze iedere ochtend opnieuw te verliezen. Breekbaar droevig verschijnt ze voor me. Alle dagen van de week, mams.
Jan den Bok (10-02-2016) (Themawoord: Bok)
‘Jan den Bok waakt over de handhaving van de openbare orde en de goede zeden. Hij assisteert de Opperceremoniemeester bij de uitoefening van diens taken, door bijvoorbeeld ruimte te maken voor een vrije doorgang in zalen en zelfs in het verkeer. Hij is te herkennen aan een oud politiekostuum, baard en sabel. Tijdens de optocht op zondag gaat hij de stoet voor.’
Jan is getraumatiseerd. Het is maar dat u het weet. Naar het schijnt heeft Jan vroeger, heel vroeger geleden onder grote stress. Jan heeft last van PTSS. Opgelopen op de lagere school. Op de lagere school? Ja, op de lagere school. Recent pediatrisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit vooral te wijten is aan vormende vakken. Gymnastiek en handvaardigheid.
Bokgemok (11-02-2016) (Themawoord: Bok)
Vandaag is de grote dag. Ik doe mijn dagelijkse rekkingsoefeningen. Strek een voor een mijn vingers en krom mijn rug. Ik buig voorover, raak mijn tenen aan met gestrekte knieën, kom rechtop met rechte rug en zwaai mijn armen zover mogelijk achter mijn hoofd. Mijn buikspieren knellen ietsiepietsie. Ik ben er klaar voor.
Eventjes nog oefenen. Ik leg de houten plank op tafel en schuif de deksel van de verzameldoos. Zal ik nog? Ja, beter van wel. Ik spuit de plank in met Pledge en boen het hout. Zo glijden de stenen beter. Straks zal de wedstrijdplank ook glad zijn. Ik gooi alles los. De zenuwen gieren door mijn keel. Telkens vliegen de stenen schuin op elkaar. Ik mok. Bokgemok.
Bitte Einbecker Bier (12-02-2016) (Themawoord: Bok)
Nee, er staat geen fout in de titel. Bitte Einbecker Bier is goed. Lekker zelfs. Ein Becker Bier kan natuurlijk ook, maar dat is veel te weinig. Graag laat ik het aantal Beckers Einbecker Bier afhangen van het momentum. Die momenta kunnen behoorlijk talrijk zijn. Het kan net zo goed bij een Einbeckertje te blijven. Als ik met de auto ben bijvoorbeeld.
Een goede Bob drinkt hooguit een Einbecker Bier. Bij voorkeur in mei of in de herfst. Verslaafd aan karamel kan de Einbecker Bier drinker niet wachten tot de bok weer geschonken wordt. Hij is uiteraard merkvast. Kom niet aan met andere brouwers. De Einbecker Bier drinker maakt haarfijn onderscheid tussen een goede brouwer en een valse bakker. Proost!
Voor mij geen gouden pen (13-02-2016) (Themawoord: Bok)
Henk, Frits en Jan zijn de oprichters van de Stichting BOK (Beroeps Organisatie Kunstenaars). Opgericht in 2012 naar aanleiding van de verhoging van de BTW op kunst van 6% naar 19%.
Inmiddels is de BTW weer teruggedraaid. Het blijvend afkalven van de kunstsector geeft voldoende bestaansrecht. Het wil publiek en politiek overtuigen van nut en noodzaak van kunst door te laten zien wat de bijdrage van kunst is aan samenleving en aan leven.
Leden krijgen op de website diverse producten en diensten gratis of met korting aangeboden. Ik heb heel even deelname overwogen. Al jaren schrijf ik beroepsmatig. Ik ging voor een gouden pen met korting. Maar helaas. Geen korting voor mij. Geen diploma. Niet zwaar genoeg bevonden. Arme kunst.
Het is aan de lezer (14-02-2016) (Themawoord: Bok)
Bok. Bokt. Bokte. Bokten. Ik bok bok. Hij bokt bokt. Zij bokte bokte. Zij bokten bokten. Het mag duidelijk zijn. Bok is een toverwoord. Je kunt er bijna alles mee. In enkelvoud en in duplo. In megagrote duploblokken zou ik dit mooie woord willen nomineren. Nee, niet in gewone duploblokken. In lego duploblokken natuurlijk. Maar dan megagroot. Zelfs het hotel van Fawlty Towers is te verkrijgen in duplo legoblokken. Echt waar. Of was het nu gewone lego. Whatever. Maar waarom nomineren? Het woord bok. Die vraag laat ik bewust onbeantwoord. Zeg, ik ben malle Pietje niet. En ook niet Klukkluk. Ik heb en ik weet niet alles. Ik laat het aan u lezer. De wijste onder ons. Wat denkt u?
Opa in verleden tijd (15-02-2016) (Themawoord: Invasie)
Daar zat ie in zijn stoel. Hij staarde wat voor zich uit. Nauwelijks aanspreekbaar. Hij brabbelde zo nu en dan vreemde woorden. Onnavolgbaar. Opa was ziek. Zo vertelde mams. Wat hij precies mankeerde was voor mij een groot raadsel. Hij at, sliep, en had niets gebroken, slikte geen pillen, was nooit verkouden. Wat mankeerde opa dan?
Ik moest geen moeilijke vragen stellen. Aldus mama. Niet aan haar en niet aan opa. Daar zat ik met mijn verklaringsdrang. Gelukkig hielp papa. Opa heeft Alzheimer. Wat, wie is dat, nooit gezien? En verschijnselen van afasie. Afawie? Ik begreep er niets van. Opa leeft alleen nog in de oorlog. Zo af en toe maakt hij dat kenbaar. In oorlogstermen. Een invasie van woorden.
Invasie (18-02-2016) (Themawoord: Invasie)
Ik heb enorm last van invasie. De heren doktoren weten er ook geen raad mee. Ik bespaar u de symptomen. Ze zijn veel te erg om hier te benoemen. Tig medicijnen zijn er al op losgelaten. In ieder geval heeft het beestje alvast een mooie naam gekregen. Een werktitel noemen de doktoren het. Invasie. Hoe kom je erop? Heeft u ook verschijnselen van invasie? Laat het mij dan weten. Ik heb al een Facebook pagina om ons leed te delen. Op Instagram de plaatjes en voor direct contact een Twitteraccount. Toe maar. Ga los op mijn invasie. Voeg uw invasie toe. We zijn per slot van rekening allemaal lotgenoten, nietwaar? Hoe u mij vindt? Ik draag een lange blauwe jurk.
Bizarre vlaflip (22-02-2016) (Themawoord: Flegma)
“Jongens, we gaan niet van tafel voordat de spruitjes op zijn. Het is maar dat jullie het eten… eh… weten.”
Het was een van de zeldzame keren dat moeder zich versprak. Het organiseren van een goede maaltijd voor stuiterboys was geen sinecure. Zeker niet bij stuiterboys die ook nog eens beschikten over een buitennormaal IQ. Voor de niet zo scherpe lezer, buiten normaal, binnen absurd.
“Ja, maar mams, moeten we dan echt alle blaadjes van de spruitjes eten, of mogen we ons ook beperken tot de buitenste?”
“Open deur, Sjakie, daar trap ik niet meer in.”
“Die?”
“Nee, daar!”
Mams werd soms doodmoe van de woordspelletjes.
Tergend langzaam aten de jongens de spruitjes op.
Ze aasden op het toetje. Flegmaflip.
De dorstige zwerver (24-02-2016) (Themawoord: Flegma)
Uitgeput van hoest trok de zwerver de deurklink van de dorpskerk omlaag en duwde zich naar binnen tegen de zware deur. Zich vasthoudend aan de kerkbanken strompelde hij richting altaar. De kapelaan zag het met lede ogen aan. Niet weer, dacht ie.
Zweet, zo noemde de kapelaan de zwerver, bracht bijna dagelijks een bezoek aan de kerk, met telkens dezelfde vraag. Of er misschien nog wat missiewijn over was.
Dit keer pakte de kapelaan het anders aan. Voor wat hoort wat. Hij liet de zwerver eerst een slokje drinken uit de kwispedoor. Die zat boordevol flegma. Bah.
Zweet dronk de kwispedoor in een teug leeg.
“Waarom?” Sprak de kapelaan. “Je hoefde maar een slokje?”
“Tja, het zat allemaal aan elkaar!”
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Rep en roer (02-02-2016) (Themawoord: Replica)
Ik ga vandaag niet.
Hoezo niet?
Geen trek.
Na de eerste dag al?
Ja, is dat zo vreemd?
Ik wist het al.
Dat vind ik knap.
Je bent zo doorzichtig.
Transparant?
Transparant.
Kan ik wel mooi iets met jou gaan doen.
Dacht het niet.
Ach, toe?
Vooruit dan.
Echt?
Wat trek je aan?
Mezelf.
Jezelf?
Ja, vandaag wel.
Dat vind ik dapper.
En jij?
Ik twijfel.
Waarom?
Ik heb een klotedag.
Alweer?
Ja, het houdt maar niet op.
Het?
Ja het?
Kappen daarmee.
Jij hebt makkelijk praten.
O, gaan we in gesprek?
Diep!
Hoe diep?
Tot op de bodem.
Dat is dan voor de eerste keer.
Hoe bedoel je?
Nou, dat je rept.
Dat ik rep?
Ja.
In replica zeker?
Voor Mika (02-02-2016) (Themawoord: Replica)
Ik had het al zo lang beloofd. Een heel klein tafeltje. Om samen aan te zitten. Voor Mika en voor mij. Delen doen we eigenlijk zo’n beetje alles. Stoelen, tafels, bed en de liefde. Het moet dan ook een echt tafeltje zijn. Zelfgemaakt. Ik ben niet voor niets een timmerman. Hoewel, dit keer wel.
Voor ons tafeltje gebruik ik simpel materiaal. Het is maar om aan te zitten. Ik ga op zoek naar een ontwerp. Voordat ik ook maar een gedachte heb geformuleerd ratelt de brievenbus. De hond blaft. Intussen denk ik na over het materiaal. Op de mat glijdt een folder. Van IKEA. Eureka! Maar natuurlijk! Mijn tafel wordt een replica. Voor Mika. Gemaakt van mica en van formica.
Moeder in kwadraat (04-02-2016) (Themawoord: Replica)
Met een brede glimlach word ik huilend wakker. De tranen stromen over mijn wangen. Ik vind het helemaal niet erg. Ik proef het zoet en zout van onvervulde droom. Hoe vaak zal ze nog verschijnen? Een wiskundige berekening volstaat niet. Moeder in kwadraat. Ik was negen toen ze van mijn netvlies verdween. Met het laatste beeld voor ogen boetseer ik haar dikwijls in mijn slaap. Een slaap die ooit slapeloos was en nooit leek te komen. Bonkend met het hoofd in mijn kussen, van angst, van boosheid, onmacht en verdriet. Het beeldhouden houdt nooit op. Duizenden replica’s trekken aan mij voorbij. Om ze iedere ochtend opnieuw te verliezen. Breekbaar droevig verschijnt ze voor me. Alle dagen van de week, mams.
Jan den Bok (10-02-2016) (Themawoord: Bok)
‘Jan den Bok waakt over de handhaving van de openbare orde en de goede zeden. Hij assisteert de Opperceremoniemeester bij de uitoefening van diens taken, door bijvoorbeeld ruimte te maken voor een vrije doorgang in zalen en zelfs in het verkeer. Hij is te herkennen aan een oud politiekostuum, baard en sabel. Tijdens de optocht op zondag gaat hij de stoet voor.’
Jan is getraumatiseerd. Het is maar dat u het weet. Naar het schijnt heeft Jan vroeger, heel vroeger geleden onder grote stress. Jan heeft last van PTSS. Opgelopen op de lagere school. Op de lagere school? Ja, op de lagere school. Recent pediatrisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit vooral te wijten is aan vormende vakken. Gymnastiek en handvaardigheid.
Bokgemok (11-02-2016) (Themawoord: Bok)
Vandaag is de grote dag. Ik doe mijn dagelijkse rekkingsoefeningen. Strek een voor een mijn vingers en krom mijn rug. Ik buig voorover, raak mijn tenen aan met gestrekte knieën, kom rechtop met rechte rug en zwaai mijn armen zover mogelijk achter mijn hoofd. Mijn buikspieren knellen ietsiepietsie. Ik ben er klaar voor.
Eventjes nog oefenen. Ik leg de houten plank op tafel en schuif de deksel van de verzameldoos. Zal ik nog? Ja, beter van wel. Ik spuit de plank in met Pledge en boen het hout. Zo glijden de stenen beter. Straks zal de wedstrijdplank ook glad zijn. Ik gooi alles los. De zenuwen gieren door mijn keel. Telkens vliegen de stenen schuin op elkaar. Ik mok. Bokgemok.
Bitte Einbecker Bier (12-02-2016) (Themawoord: Bok)
Nee, er staat geen fout in de titel. Bitte Einbecker Bier is goed. Lekker zelfs. Ein Becker Bier kan natuurlijk ook, maar dat is veel te weinig. Graag laat ik het aantal Beckers Einbecker Bier afhangen van het momentum. Die momenta kunnen behoorlijk talrijk zijn. Het kan net zo goed bij een Einbeckertje te blijven. Als ik met de auto ben bijvoorbeeld.
Een goede Bob drinkt hooguit een Einbecker Bier. Bij voorkeur in mei of in de herfst. Verslaafd aan karamel kan de Einbecker Bier drinker niet wachten tot de bok weer geschonken wordt. Hij is uiteraard merkvast. Kom niet aan met andere brouwers. De Einbecker Bier drinker maakt haarfijn onderscheid tussen een goede brouwer en een valse bakker. Proost!
Voor mij geen gouden pen (13-02-2016) (Themawoord: Bok)
Henk, Frits en Jan zijn de oprichters van de Stichting BOK (Beroeps Organisatie Kunstenaars). Opgericht in 2012 naar aanleiding van de verhoging van de BTW op kunst van 6% naar 19%.
Inmiddels is de BTW weer teruggedraaid. Het blijvend afkalven van de kunstsector geeft voldoende bestaansrecht. Het wil publiek en politiek overtuigen van nut en noodzaak van kunst door te laten zien wat de bijdrage van kunst is aan samenleving en aan leven.
Leden krijgen op de website diverse producten en diensten gratis of met korting aangeboden. Ik heb heel even deelname overwogen. Al jaren schrijf ik beroepsmatig. Ik ging voor een gouden pen met korting. Maar helaas. Geen korting voor mij. Geen diploma. Niet zwaar genoeg bevonden. Arme kunst.
Het is aan de lezer (14-02-2016) (Themawoord: Bok)
Bok. Bokt. Bokte. Bokten. Ik bok bok. Hij bokt bokt. Zij bokte bokte. Zij bokten bokten. Het mag duidelijk zijn. Bok is een toverwoord. Je kunt er bijna alles mee. In enkelvoud en in duplo. In megagrote duploblokken zou ik dit mooie woord willen nomineren. Nee, niet in gewone duploblokken. In lego duploblokken natuurlijk. Maar dan megagroot. Zelfs het hotel van Fawlty Towers is te verkrijgen in duplo legoblokken. Echt waar. Of was het nu gewone lego. Whatever. Maar waarom nomineren? Het woord bok. Die vraag laat ik bewust onbeantwoord. Zeg, ik ben malle Pietje niet. En ook niet Klukkluk. Ik heb en ik weet niet alles. Ik laat het aan u lezer. De wijste onder ons. Wat denkt u?
Opa in verleden tijd (15-02-2016) (Themawoord: Invasie)
Daar zat ie in zijn stoel. Hij staarde wat voor zich uit. Nauwelijks aanspreekbaar. Hij brabbelde zo nu en dan vreemde woorden. Onnavolgbaar. Opa was ziek. Zo vertelde mams. Wat hij precies mankeerde was voor mij een groot raadsel. Hij at, sliep, en had niets gebroken, slikte geen pillen, was nooit verkouden. Wat mankeerde opa dan?
Ik moest geen moeilijke vragen stellen. Aldus mama. Niet aan haar en niet aan opa. Daar zat ik met mijn verklaringsdrang. Gelukkig hielp papa. Opa heeft Alzheimer. Wat, wie is dat, nooit gezien? En verschijnselen van afasie. Afawie? Ik begreep er niets van. Opa leeft alleen nog in de oorlog. Zo af en toe maakt hij dat kenbaar. In oorlogstermen. Een invasie van woorden.
Invasie (18-02-2016) (Themawoord: Invasie)
Ik heb enorm last van invasie. De heren doktoren weten er ook geen raad mee. Ik bespaar u de symptomen. Ze zijn veel te erg om hier te benoemen. Tig medicijnen zijn er al op losgelaten. In ieder geval heeft het beestje alvast een mooie naam gekregen. Een werktitel noemen de doktoren het. Invasie. Hoe kom je erop? Heeft u ook verschijnselen van invasie? Laat het mij dan weten. Ik heb al een Facebook pagina om ons leed te delen. Op Instagram de plaatjes en voor direct contact een Twitteraccount. Toe maar. Ga los op mijn invasie. Voeg uw invasie toe. We zijn per slot van rekening allemaal lotgenoten, nietwaar? Hoe u mij vindt? Ik draag een lange blauwe jurk.
Bizarre vlaflip (22-02-2016) (Themawoord: Flegma)
“Jongens, we gaan niet van tafel voordat de spruitjes op zijn. Het is maar dat jullie het eten… eh… weten.”
Het was een van de zeldzame keren dat moeder zich versprak. Het organiseren van een goede maaltijd voor stuiterboys was geen sinecure. Zeker niet bij stuiterboys die ook nog eens beschikten over een buitennormaal IQ. Voor de niet zo scherpe lezer, buiten normaal, binnen absurd.
“Ja, maar mams, moeten we dan echt alle blaadjes van de spruitjes eten, of mogen we ons ook beperken tot de buitenste?”
“Open deur, Sjakie, daar trap ik niet meer in.”
“Die?”
“Nee, daar!”
Mams werd soms doodmoe van de woordspelletjes.
Tergend langzaam aten de jongens de spruitjes op.
Ze aasden op het toetje. Flegmaflip.
De dorstige zwerver (24-02-2016) (Themawoord: Flegma)
Uitgeput van hoest trok de zwerver de deurklink van de dorpskerk omlaag en duwde zich naar binnen tegen de zware deur. Zich vasthoudend aan de kerkbanken strompelde hij richting altaar. De kapelaan zag het met lede ogen aan. Niet weer, dacht ie.
Zweet, zo noemde de kapelaan de zwerver, bracht bijna dagelijks een bezoek aan de kerk, met telkens dezelfde vraag. Of er misschien nog wat missiewijn over was.
Dit keer pakte de kapelaan het anders aan. Voor wat hoort wat. Hij liet de zwerver eerst een slokje drinken uit de kwispedoor. Die zat boordevol flegma. Bah.
Zweet dronk de kwispedoor in een teug leeg.
“Waarom?” Sprak de kapelaan. “Je hoefde maar een slokje?”
“Tja, het zat allemaal aan elkaar!”
Abonneren op:
Posts (Atom)