Wanneer het componeren van een column je voor problemen stelt, dan valt er maar een ding te doen.
Er voor gaan en alles uit je tenen halen, en vingers niet te vergeten, maar pas nadat het creatief heeft gestormd in je hoofd.
Raad is het, die ik ter harte heb genomen van een oude rot in het vak, een oud schrijvertje.
Toevallig kwam deze koekenbakker, die ik al even niet meer had gezien, bij mij langs.
Yes, net op tijd want ik begon toch wel behoorlijk te twijfelen over de start van een nieuwe column.
Uiteraard houd ik een lijstje bij met mogelijke onderwerpen, die vervolgens een eerste uitwerking krijgen in een notitieboekje.
In mijn geval een klein notitieboekje, aangezien ik de neiging heb om uit te weiden in weidse gedachten.
Ongetwijfeld zijn sommige uitweidingen zinvol en geven een column cachet; maar in het algemeen leidt het toch te vaak af die zijstapjes, van de hoofdzaak.
Prachtig is het dan wanneer een column zichzelf schrijft, of beter gezegd, zichzelf laat schrijven.
Aangezien dit niet vaak voorkomt zit ik regelmatig verlegen om columnstof en dwing ik mezelf mijn boekje te raadplegen.
Soms geeft het inspiratie maar in het huidige geval niet, de bladzijden die ik omsla zijn leeg en het lijstje biedt geen issues meer.
De nood is aan de man.
Fuck.
Gelukkig ben ik iemand die doorzet en moed put uit tegenslag, sterker nog tegenslag inzet als brandstof, die vervolgens kleine explosies veroorzaakt in het brein tussen de oren.
Hoera, ik vind eindelijk een onderwerp, het sluimert al een poos in mijn hoofd en is nu klaar voor outing.
Jammer alleen dat het onderwerp niet echt prettig bekt en wellicht wat schuurt.
Kan het door de beugel gezien de onrustige tijd waarin we leven?
Laat staan dat ik überhaupt de moed heb om erover te schrijven.
Zo zeker was ik heel even van mijn zaak, maar ik kan en mag hier gewoonweg niet over schrijven.
X-factor meegeven aan een column is zo ongeveer het moeilijkste wat er is.
Curieus maar waar, het onderwerp dat zich in mijn hoofd heeft genesteld bevat nu juist die X-factor.
Verleidelijk misschien om het dan toch in te zetten, maar in dit specifieke geval, wijzer niet te doen.
Behalve ...
Nee, niet doen zeg ik.
Mijn oprechte excuses aan de lezer, ik kan vandaag helaas niet leveren.
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
15-09-2016
16-03-2016
Column insturen
Het is best lastig voor een beginnend schrijver om een column in te sturen. Het maakt niet uit waar. Een goede handleiding bestaat niet echt. Oefening baart kunst. Dat is dan weer zo’n dooddoener. Kunst is juist vaak doods. Alsof je bevalt van een miskraam. Dat wil je als kunstenaar niet meemaken. Ook al maken kunstenaars vaak de sier op en met leven en dood, een schrijver is en blijft het zijn eer te na. Hij schrijft door. Zelfs een beginnend schrijver. Zo’n schrijver die nog geen weet heeft dat ie schrijft. Hoe die schrijft. Waarom die schrijft. Als een van de een miljoen potentials.
Alle begin is moeilijk. Ook alweer zo’n dooddoener. Waarom zou beginnen moeilijk zijn? Zolang je de verbinding tussen de oren een beetje stillegt, tijdelijk parkeert, is er niets aan de hand. Aan de hand … Ach, laat ook maar … Met diezelfde hand hanteer je juist de pen of toetsenbord. Ik dwaal weer eens af in mijn spreekwoordenboek.
De kop is er nu in ieder geval af. Het begin gemaakt. Met de voeten wordt schrijfkunst nooit vertrapt en om nu vanaf het eind terug te schrijven naar het begin dat is ook weer zo’n gedoe. Laten we het simpel houden mensen.
De huisbel gaat. De eerste les staat op het punt van aanvangen. Ja, ik heb uiteindelijk toch maar hulp ingeroepen. Geen onverdienstelijke hulp. Ik heb een schrijver uitgekozen waarvan ik denk dat die het beste columns instuurt. Een vlotte schrijver. Geen coureur.
Jan Cremer is zijn naam. Zesenzeventig inmiddels. Oké, hij schildert tegenwoordig meer dan dat ie schrijft, maar het blijft kunst, nietwaar. Ik heb het volste vertrouwen in hem. En daar gaat het om. Hij mag mijn neef columns leren insturen. Ben benieuwd of het in de familie zit en of Mydras net zo snel het insturen van columns oppikt als ik. Twintig columns in de rugzak en daar gaan ze samen op pad. Mydras en Jan. Veel succes wens ik ze toe.
Stiekem gluur ik vanachter het huiskamergordijn of het allemaal lukt. Best wel spannend de eerste keer. De helmen gaan op en de motoren worden gestart. De rugzak met columns zit wat scheef op de rug van Mydras. Als dat maar goed gaat? En jawel hoor. Gas erop. Jan heeft mij toegezegd dat de eerste keer column insturen plaats zal vinden bij ons in de straat. Ben benieuwd.
Na pakweg vijf minuten hoor ik de motoren weer onze straat inrijden. Tegenover me zie ik dat het gat tussen twee auto’s gelukkig nog vrij is. Zojuist heb ik de oranje pionnen binnengehaald. Dat hoeft Mydras niet te weten. Daar komen ze aan. Insturen Mydras, nu, nu! Ja, ja! Helemaal goed. Geslaagd! In een keer nog wel.
Alle begin is moeilijk. Ook alweer zo’n dooddoener. Waarom zou beginnen moeilijk zijn? Zolang je de verbinding tussen de oren een beetje stillegt, tijdelijk parkeert, is er niets aan de hand. Aan de hand … Ach, laat ook maar … Met diezelfde hand hanteer je juist de pen of toetsenbord. Ik dwaal weer eens af in mijn spreekwoordenboek.
De kop is er nu in ieder geval af. Het begin gemaakt. Met de voeten wordt schrijfkunst nooit vertrapt en om nu vanaf het eind terug te schrijven naar het begin dat is ook weer zo’n gedoe. Laten we het simpel houden mensen.
De huisbel gaat. De eerste les staat op het punt van aanvangen. Ja, ik heb uiteindelijk toch maar hulp ingeroepen. Geen onverdienstelijke hulp. Ik heb een schrijver uitgekozen waarvan ik denk dat die het beste columns instuurt. Een vlotte schrijver. Geen coureur.
Jan Cremer is zijn naam. Zesenzeventig inmiddels. Oké, hij schildert tegenwoordig meer dan dat ie schrijft, maar het blijft kunst, nietwaar. Ik heb het volste vertrouwen in hem. En daar gaat het om. Hij mag mijn neef columns leren insturen. Ben benieuwd of het in de familie zit en of Mydras net zo snel het insturen van columns oppikt als ik. Twintig columns in de rugzak en daar gaan ze samen op pad. Mydras en Jan. Veel succes wens ik ze toe.
Stiekem gluur ik vanachter het huiskamergordijn of het allemaal lukt. Best wel spannend de eerste keer. De helmen gaan op en de motoren worden gestart. De rugzak met columns zit wat scheef op de rug van Mydras. Als dat maar goed gaat? En jawel hoor. Gas erop. Jan heeft mij toegezegd dat de eerste keer column insturen plaats zal vinden bij ons in de straat. Ben benieuwd.
Na pakweg vijf minuten hoor ik de motoren weer onze straat inrijden. Tegenover me zie ik dat het gat tussen twee auto’s gelukkig nog vrij is. Zojuist heb ik de oranje pionnen binnengehaald. Dat hoeft Mydras niet te weten. Daar komen ze aan. Insturen Mydras, nu, nu! Ja, ja! Helemaal goed. Geslaagd! In een keer nog wel.
01-06-2014
Media
Media mag nooit de boot missen. Ze moet altijd op tijd zijn. Dat is ze aan haar stand verplicht. Vers van de pers moet haar nieuws verschijnen. Omdat de mensen er op wachten. Vol verwachting. En die verwachting is van alle tijden. Gevoed door tijdloos ongeduld. Tenzij je woont in godverlaten oorden. Ja, die zijn er. Dat kunnen wij als nuchtere Nederlanders ons maar amper voorstellen. Maar het is wel zo. Oorden waar je nog ouderwets kunt verdwalen, ze bestaan. Maar niet in Nederland.
Ouderwets verdwalen? Bent u ooit verdwaald? Op een manier dat echte paniek te voorschijn kwam. U keihard uitlachte in uw gezicht. Ik denk het niet. Kreeg u honger tijdens de dwaling? Honger naar nieuws, naar informatie? Werd u dorstig? Snakte u naar lucht? Omdat de adem in uw keel stokte, of althans, dreigde dat te doen? Alleen de gedachte al. Dat is paniek. Komt u niet echt bekend voor, wel?
Media moet altijd het nieuws volgen en brengen. Zonder Media is het nieuws reddeloos verloren en komt het nooit aan. Soms moet in het wachten op het nieuws een zekere mate van geduld betracht worden. Zeker als Media het nieuws vervoert op een trans-Atlantische route. Als er al een volkje ongeduldig is dan zijn het de Amerikanen. Zeker weten. En toch is het juist op dat continent waar Media tot volle wasdom kwam. Dan praten we over pakweg 1946. Media vervoerde vrachten nieuws. Zowel voor private als voor zakelijke klanten. Het bracht haar klanten met al het nieuws in vervoering. Je kunt het bijna vergelijken met de vervoering die tegenwoordig vrouwen ten deel valt zodra zij de Zalandoman ontmoeten. In levende lijve wel te verstaan.
Al gauw verdiende Media het predicaat RMS. Niet te verwarren met de Republiek der Zuid-Molukken. Absoluut geen godverlaten oord, maar dat terzijde. Nee, nee, Media verdiende voor haar verdiensten het predicaat Royal Mail Ship. De Media bezorgde eenvoudigweg de post op een koninklijke manier. Trans-Atlantisch. Maar dat had u al begrepen. Degelijk en lang. Van 1946 tot en met 1961. De Media werd daarna verkocht. Aan de hoogstbiedende in een vervoersmarkt die haar roots verlegde van het water naar de lucht. Het nieuws werd ineens gevlogen, werd vluchtig, nadat het eerst waterig was geweest.
Het is wat met die Media. Ze moest zelfs haar naam afstaan. Media werd Flavia. SS Flavia. Stoomschip Flavia. RMS Media had afgedaan. Gelukkig bezat het 250 eersteklas hutten. Het scheepje werd verder verbouwd zodat er met het nieuws ook nog pakweg 1300 passagiers meekonden. Het werd daarmee een van de eerste cruiseschepen met diverse bestemmingen. In 1983 begonnen de passagiers zich te vervelen. Een nieuwe eigenaar van het scheepje bombardeerde het onmiddellijk tot casinocruiseschip Flavian, om het in 1986 nog een keer te laten verbouwen en om te dopen naar Lavia. De verbouwingswerkzaamheden vonden plaats in Hong Kong.
Helaas brak op 7 januari 1989 brand uit tijdens de werkzaamheden. En tot overmaat van ramp kapseisde het schip door het bluswater van de blusboten en de lokale brandweer. Iedereen werd gelukkig gered. Uiteindelijk werd het schip naar Taiwan gesleept om daar gesloopt te worden tot schroot. De voormalige Media afgedankt als oude krant. Zo gaat dat in de grote wereld.
Rest me nog de algemene kenmerken te vermelden van de Media:
Deplacement (het gewicht van de door een ondergedompeld lichaam verplaatste vloeistof, lees nieuws. Het verplaatste volume is de waterverplaatsing, lees nieuwsverplaatsing): 11636 m3 – Tonnage: 13345 ton (1947-1961), 15456 ton (1961-1989) – Passagiers: 250 (Media), 1320 (Flavia), 850 (Flavian, Lavia) – Lengte: 161,85 m (1947-1961), 169,77 m (1961-1989) – Breedte: 21,34 m – Diepgang: 7,92 m – Snelheid: 18 knopen (33 km/h).
Wat opvalt is de groeipotentie van het Medianieuws in de loop van de tijd. Het is er alleen niet sneller van gaan varen. Medianieuws met een steady tempo? Vrij uniek.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Ouderwets verdwalen? Bent u ooit verdwaald? Op een manier dat echte paniek te voorschijn kwam. U keihard uitlachte in uw gezicht. Ik denk het niet. Kreeg u honger tijdens de dwaling? Honger naar nieuws, naar informatie? Werd u dorstig? Snakte u naar lucht? Omdat de adem in uw keel stokte, of althans, dreigde dat te doen? Alleen de gedachte al. Dat is paniek. Komt u niet echt bekend voor, wel?
Media moet altijd het nieuws volgen en brengen. Zonder Media is het nieuws reddeloos verloren en komt het nooit aan. Soms moet in het wachten op het nieuws een zekere mate van geduld betracht worden. Zeker als Media het nieuws vervoert op een trans-Atlantische route. Als er al een volkje ongeduldig is dan zijn het de Amerikanen. Zeker weten. En toch is het juist op dat continent waar Media tot volle wasdom kwam. Dan praten we over pakweg 1946. Media vervoerde vrachten nieuws. Zowel voor private als voor zakelijke klanten. Het bracht haar klanten met al het nieuws in vervoering. Je kunt het bijna vergelijken met de vervoering die tegenwoordig vrouwen ten deel valt zodra zij de Zalandoman ontmoeten. In levende lijve wel te verstaan.
Al gauw verdiende Media het predicaat RMS. Niet te verwarren met de Republiek der Zuid-Molukken. Absoluut geen godverlaten oord, maar dat terzijde. Nee, nee, Media verdiende voor haar verdiensten het predicaat Royal Mail Ship. De Media bezorgde eenvoudigweg de post op een koninklijke manier. Trans-Atlantisch. Maar dat had u al begrepen. Degelijk en lang. Van 1946 tot en met 1961. De Media werd daarna verkocht. Aan de hoogstbiedende in een vervoersmarkt die haar roots verlegde van het water naar de lucht. Het nieuws werd ineens gevlogen, werd vluchtig, nadat het eerst waterig was geweest.
Het is wat met die Media. Ze moest zelfs haar naam afstaan. Media werd Flavia. SS Flavia. Stoomschip Flavia. RMS Media had afgedaan. Gelukkig bezat het 250 eersteklas hutten. Het scheepje werd verder verbouwd zodat er met het nieuws ook nog pakweg 1300 passagiers meekonden. Het werd daarmee een van de eerste cruiseschepen met diverse bestemmingen. In 1983 begonnen de passagiers zich te vervelen. Een nieuwe eigenaar van het scheepje bombardeerde het onmiddellijk tot casinocruiseschip Flavian, om het in 1986 nog een keer te laten verbouwen en om te dopen naar Lavia. De verbouwingswerkzaamheden vonden plaats in Hong Kong.
Helaas brak op 7 januari 1989 brand uit tijdens de werkzaamheden. En tot overmaat van ramp kapseisde het schip door het bluswater van de blusboten en de lokale brandweer. Iedereen werd gelukkig gered. Uiteindelijk werd het schip naar Taiwan gesleept om daar gesloopt te worden tot schroot. De voormalige Media afgedankt als oude krant. Zo gaat dat in de grote wereld.
Rest me nog de algemene kenmerken te vermelden van de Media:
Deplacement (het gewicht van de door een ondergedompeld lichaam verplaatste vloeistof, lees nieuws. Het verplaatste volume is de waterverplaatsing, lees nieuwsverplaatsing): 11636 m3 – Tonnage: 13345 ton (1947-1961), 15456 ton (1961-1989) – Passagiers: 250 (Media), 1320 (Flavia), 850 (Flavian, Lavia) – Lengte: 161,85 m (1947-1961), 169,77 m (1961-1989) – Breedte: 21,34 m – Diepgang: 7,92 m – Snelheid: 18 knopen (33 km/h).
Wat opvalt is de groeipotentie van het Medianieuws in de loop van de tijd. Het is er alleen niet sneller van gaan varen. Medianieuws met een steady tempo? Vrij uniek.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
23-05-2014
Het verhaal van Pier en Lala
Vroeg of laat worden we er allemaal mee geconfronteerd. Het sterven, het overlijden, de dood. De dood van een ander, de dood van onszelf. Confrontatie klinkt wellicht wat zwaar. Alsof je er zo maar tegenaan loopt, tegen die dood. Maar niets is minder waar. Tenzij je Pier of Lala heet. Die weten inmiddels beter. Lees hier hun verhaal.
Op een blauwe maandag leerden zij elkaar kennen. Pier en Lala. Op een kleine begraafplaats grenzend aan een crematorium. Het was een mooie dag, met de zon hoog aan de hemel, hangend in een strakblauwe lucht. Pier, een klein mager mannetje met een bruin glibberig vel, stak zijn hoofd een paar millimeter boven het maaiveld uit. Het maaiveld van zijn territorium, de begraafplaats. Gewoon om heel eventjes wat lucht te happen. Pier was het kruipen en woelen door de grond een beetje zat en zocht wat vertier.
Juist op dat moment kwam Lala aanwaaien. Een zwoele pittige tante gekleed in een sierlijk oranje gewaad dat luchtig rond haar slanke benen danste. Ze had het heet gekregen in het crematorium en was op zoek naar wat frisse lucht. Door de hitte kwam er nog wat rook van haar af. Ze streek neer vlak naast Pier die zojuist wat aarde ophoestte.
“Zo, zo, vervelend hoestje, verkouden misschien?”, opende Lala het gesprek.
“Ehhh … nee … nee hoor, gewoon wat brokken in mijn keel!” antwoordde Pier.
“Toch niet van verdriet, mag ik hopen?”
“Ehhh … nee … nee hoor, gewoon de aarde wat te snel doorgeslikt … en de rest!”
Prompt hoestte Pier een klein stukje mens op.
“Hee, hee, ho, maar wacht even, dat herken ik”, riep Lala. “Dat, dat is een stukje mens, hoe kom je daaraan?”
“Ehhh … nou … ehhh … gewoon, dat lag daar, daar een stukje verder, onder de grond, ik heb het zojuist opgepeuzeld. Best lekker, maar wel taai!”
“Nou, dat is ook toevallig. Jij eet ze op en ik brand ze af. Stukjes mens. Grappig hè, en toevallig toch? Doe jij dat beroepsmatig of gewoon voor de fun, of gewoon omdat je het lekker vindt?”
Dat waren iets te veel vragen voor Pier. Hij kende het vreemde wezen dat naast hem geland was nog maar net en dan al zo’n brute vragen stellen. Eerst maar even voorstellen.
“Mag ik eerst even weten wie jij bent en hoe jij heet? Ik heet Pier!”
“En ik Lala!”, antwoordde Lala onmiddellijk. “Aangenaam, een hand geef ik je niet, want dan smelt je.”
“Nou, zo snel smelt ik niet hoor!” antwoordde Pier. “Ik kan wel wat hebben, anders houd ik het niet vol onder de grond. En om op je vraag terug te komen, ik eet stukjes mens omdat het goed is voor mijn spijsvertering. Bovendien groei ik ervan. Wel zo handig! De een z’n dood is de ander z’n brood, ha, ha, nietwaar!”
Hier kon Lala wel om lachen. “Voor mij hebben die mensjes een hele andere betekenis. Ze houden mij warm. Ja, ze geven warmte af. Zelfs vervelende mensen doen dat. Jong en oud, maakt niet uit, ik ga er alleen maar van stralen! Samen met mijn vrienden, ik doe dat niet alleen hoor. Mensen afbranden.”
“O, ik eet ze ook niet alleen op hoor, ik ben met een flink leger onder de grond. We doen er samen maanden over, afhankelijk van het postuur van de mens die ter aarde besteld is. De eerste dagen hebben we voortdurend splinters in de mond. Maar ja, je moet er wat voor over hebben, voor je kostje, nietwaar?”
“Ja, maar Pier, dat is wel lang hoor. Wij zijn er binnen een paar minuten klaar mee hoor. Wij laven ons kortstondig. En dan hebben we het waanzinnig warm, ongekend!”
“Ja, ja, Lala, ik ken dat, maar wat jullie doen is niet bepaald milieuvriendelijk, als ik moet geloven wat ze zeggen dan stoken jullie de boel flink op en geeft dat behoorlijk wat luchtvervuiling, toch?”
“Kom op zeg, Pier, je bent toch zeker niet zo’n fanatieke groene milieuridder, zeg? Of zo’n mindnesfulle bodemonderzoeker? Wel, of niet?”
“Nee, hoor Lala, ik recycle en composteer slechts stukjes mens, niet meer en niet minder, ieder zijn heug en meug, toch?!”
“Prima plan Pier, laat mij dan maar vlammen en roken, ashes to ashes and dust to dust! Leuk je even gesproken te hebben, het ga je goed.
“Insgelijks Lala! Doeg!”
En zo eindigt een bijzondere ontmoeting van Pier en Lala op een zonnige doordeweekse dag ergens op een begraafplaats naast het crematorium. Een verhaal over eten en gegeten worden. Maar over de doden niets dan goeds.
Verhaal geschreven voor de expositie Opgegraven verhalen. De expositie maakt deel uit van het project Opgegraven verhalen dat bedacht en uitgevoerd is door Joyce Klumpers (communicatiebureau KomOn) in samenwerking met Stichting Beeld en Bibliotheek Helmond-Peel.
Op een blauwe maandag leerden zij elkaar kennen. Pier en Lala. Op een kleine begraafplaats grenzend aan een crematorium. Het was een mooie dag, met de zon hoog aan de hemel, hangend in een strakblauwe lucht. Pier, een klein mager mannetje met een bruin glibberig vel, stak zijn hoofd een paar millimeter boven het maaiveld uit. Het maaiveld van zijn territorium, de begraafplaats. Gewoon om heel eventjes wat lucht te happen. Pier was het kruipen en woelen door de grond een beetje zat en zocht wat vertier.
Juist op dat moment kwam Lala aanwaaien. Een zwoele pittige tante gekleed in een sierlijk oranje gewaad dat luchtig rond haar slanke benen danste. Ze had het heet gekregen in het crematorium en was op zoek naar wat frisse lucht. Door de hitte kwam er nog wat rook van haar af. Ze streek neer vlak naast Pier die zojuist wat aarde ophoestte.
“Zo, zo, vervelend hoestje, verkouden misschien?”, opende Lala het gesprek.
“Ehhh … nee … nee hoor, gewoon wat brokken in mijn keel!” antwoordde Pier.
“Toch niet van verdriet, mag ik hopen?”
“Ehhh … nee … nee hoor, gewoon de aarde wat te snel doorgeslikt … en de rest!”
Prompt hoestte Pier een klein stukje mens op.
“Hee, hee, ho, maar wacht even, dat herken ik”, riep Lala. “Dat, dat is een stukje mens, hoe kom je daaraan?”
“Ehhh … nou … ehhh … gewoon, dat lag daar, daar een stukje verder, onder de grond, ik heb het zojuist opgepeuzeld. Best lekker, maar wel taai!”
“Nou, dat is ook toevallig. Jij eet ze op en ik brand ze af. Stukjes mens. Grappig hè, en toevallig toch? Doe jij dat beroepsmatig of gewoon voor de fun, of gewoon omdat je het lekker vindt?”
Dat waren iets te veel vragen voor Pier. Hij kende het vreemde wezen dat naast hem geland was nog maar net en dan al zo’n brute vragen stellen. Eerst maar even voorstellen.
“Mag ik eerst even weten wie jij bent en hoe jij heet? Ik heet Pier!”
“En ik Lala!”, antwoordde Lala onmiddellijk. “Aangenaam, een hand geef ik je niet, want dan smelt je.”
“Nou, zo snel smelt ik niet hoor!” antwoordde Pier. “Ik kan wel wat hebben, anders houd ik het niet vol onder de grond. En om op je vraag terug te komen, ik eet stukjes mens omdat het goed is voor mijn spijsvertering. Bovendien groei ik ervan. Wel zo handig! De een z’n dood is de ander z’n brood, ha, ha, nietwaar!”
Hier kon Lala wel om lachen. “Voor mij hebben die mensjes een hele andere betekenis. Ze houden mij warm. Ja, ze geven warmte af. Zelfs vervelende mensen doen dat. Jong en oud, maakt niet uit, ik ga er alleen maar van stralen! Samen met mijn vrienden, ik doe dat niet alleen hoor. Mensen afbranden.”
“O, ik eet ze ook niet alleen op hoor, ik ben met een flink leger onder de grond. We doen er samen maanden over, afhankelijk van het postuur van de mens die ter aarde besteld is. De eerste dagen hebben we voortdurend splinters in de mond. Maar ja, je moet er wat voor over hebben, voor je kostje, nietwaar?”
“Ja, maar Pier, dat is wel lang hoor. Wij zijn er binnen een paar minuten klaar mee hoor. Wij laven ons kortstondig. En dan hebben we het waanzinnig warm, ongekend!”
“Ja, ja, Lala, ik ken dat, maar wat jullie doen is niet bepaald milieuvriendelijk, als ik moet geloven wat ze zeggen dan stoken jullie de boel flink op en geeft dat behoorlijk wat luchtvervuiling, toch?”
“Kom op zeg, Pier, je bent toch zeker niet zo’n fanatieke groene milieuridder, zeg? Of zo’n mindnesfulle bodemonderzoeker? Wel, of niet?”
“Nee, hoor Lala, ik recycle en composteer slechts stukjes mens, niet meer en niet minder, ieder zijn heug en meug, toch?!”
“Prima plan Pier, laat mij dan maar vlammen en roken, ashes to ashes and dust to dust! Leuk je even gesproken te hebben, het ga je goed.
“Insgelijks Lala! Doeg!”
En zo eindigt een bijzondere ontmoeting van Pier en Lala op een zonnige doordeweekse dag ergens op een begraafplaats naast het crematorium. Een verhaal over eten en gegeten worden. Maar over de doden niets dan goeds.
Verhaal geschreven voor de expositie Opgegraven verhalen. De expositie maakt deel uit van het project Opgegraven verhalen dat bedacht en uitgevoerd is door Joyce Klumpers (communicatiebureau KomOn) in samenwerking met Stichting Beeld en Bibliotheek Helmond-Peel.
01-05-2014
In het vervolg verhalen
In het vervolg verhalen, dat is wat ik me heb voorgenomen. Niet onmiddellijk, niet meteen. O, neen, ik zou het niet meer durven. Meteen verhalen. Ik doe het niet meer. Alleen in het vervolg verhaal ik nog. Verhaal halen moet je nooit meteen doen. Even wachten is veel beter. Dat heb ik inmiddels geleerd.
Wie vroeg verhaal haalt komt meestal op de koffie. En raar maar waar, juist bij vroege koffieleuten, gaat niet het koffie- maar juist het theewater, vaak in no time koken. ‘Waar hebben ze het over?’, vraag ik me dan af. Helemaal in de war raak ik als blijkt dat die vroege koffieleuten eigenlijk verkapte theemutsen zijn. Je ziet het aan hun kapsel. Het theezakje hangt in de nek, vlak onder de haarlijn, er nog ietsje onderuit. Geen gezicht, ik geef het toe.
Even wachten met verhalen is het beste wat ik kan doen. Zodra het vervolg na verloop van tijd zijn verhaal heeft gedaan, dan pas kom ik met mijn verhaal. Aanvankelijk nietszeggend, maar achteraf tussen de verhaalregels door, alleszeggend en vlijmscherp. Heel irritant, maar het is niet anders. Een prettige bijkomstigheid van verhaal doen in het vervolg, en dus niet onmiddellijk, is dat je de tijd hebt om te nuanceren. Laat eerst de ander zijn relaas doen, weeg zijn woorden en sla dan toe. Anceren noem ik deze tactiek. Anceren in het nu. Nu mag het. Nee, nu moet het. Met de juiste timing.
Waarom anceren en waarom met de juiste timing? Omdat het risico bestaat dat ondanks alle voorbereidingen en juiste bedoelingen, je in het verhaal toch te laat kunt komen. De kunst is om op het juiste moment te pieken. Dat komt het verhaal ten goede. Daarnaast speelt ook een goede enscenering een belangrijke rol. Als de enscenering niet klopt dan kun je het schudden met je verhaal. Er is dan niemand meer die volgt. Zelfs rechters en advocaten haken dan af. Op het juiste moment en op de juiste plaats pieken en anceren, daar gaat het om bij een goed verhaal.
Je moet het leren door veel te oefenen. Oefening baart kunst. Soms pas na een zware bevalling maar vaak ook middels glijbanen vol pret. Daar kunnen zelfs de grootste koffieleuten en theemutsen over mee praten.
Met de juiste ancering in het nu en een juiste enscenering in het verhaal, bereik je uiteindelijk het meest. Zelfs als er sprake is van meer lijnen in het verhaal. Dat vraagt wel opperste concentratie en vasthoudendheid en kan alleen in goede banen geleid worden door ervaringsdeskundigen. De beste stuurlui staan aan wal, ik weet het. Maar toch. Zodra meerlijnen verplaatst worden naar andere meerpalen wordt het verhaal pas goed vlot getrokken en bereikt het een veilige haven. De vraag alleen is: verstomd of verstoomd het verhaal op dat moment? Een goede vraag voor schipper naast Mathilde.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Wie vroeg verhaal haalt komt meestal op de koffie. En raar maar waar, juist bij vroege koffieleuten, gaat niet het koffie- maar juist het theewater, vaak in no time koken. ‘Waar hebben ze het over?’, vraag ik me dan af. Helemaal in de war raak ik als blijkt dat die vroege koffieleuten eigenlijk verkapte theemutsen zijn. Je ziet het aan hun kapsel. Het theezakje hangt in de nek, vlak onder de haarlijn, er nog ietsje onderuit. Geen gezicht, ik geef het toe.
Even wachten met verhalen is het beste wat ik kan doen. Zodra het vervolg na verloop van tijd zijn verhaal heeft gedaan, dan pas kom ik met mijn verhaal. Aanvankelijk nietszeggend, maar achteraf tussen de verhaalregels door, alleszeggend en vlijmscherp. Heel irritant, maar het is niet anders. Een prettige bijkomstigheid van verhaal doen in het vervolg, en dus niet onmiddellijk, is dat je de tijd hebt om te nuanceren. Laat eerst de ander zijn relaas doen, weeg zijn woorden en sla dan toe. Anceren noem ik deze tactiek. Anceren in het nu. Nu mag het. Nee, nu moet het. Met de juiste timing.
Waarom anceren en waarom met de juiste timing? Omdat het risico bestaat dat ondanks alle voorbereidingen en juiste bedoelingen, je in het verhaal toch te laat kunt komen. De kunst is om op het juiste moment te pieken. Dat komt het verhaal ten goede. Daarnaast speelt ook een goede enscenering een belangrijke rol. Als de enscenering niet klopt dan kun je het schudden met je verhaal. Er is dan niemand meer die volgt. Zelfs rechters en advocaten haken dan af. Op het juiste moment en op de juiste plaats pieken en anceren, daar gaat het om bij een goed verhaal.
Je moet het leren door veel te oefenen. Oefening baart kunst. Soms pas na een zware bevalling maar vaak ook middels glijbanen vol pret. Daar kunnen zelfs de grootste koffieleuten en theemutsen over mee praten.
Met de juiste ancering in het nu en een juiste enscenering in het verhaal, bereik je uiteindelijk het meest. Zelfs als er sprake is van meer lijnen in het verhaal. Dat vraagt wel opperste concentratie en vasthoudendheid en kan alleen in goede banen geleid worden door ervaringsdeskundigen. De beste stuurlui staan aan wal, ik weet het. Maar toch. Zodra meerlijnen verplaatst worden naar andere meerpalen wordt het verhaal pas goed vlot getrokken en bereikt het een veilige haven. De vraag alleen is: verstomd of verstoomd het verhaal op dat moment? Een goede vraag voor schipper naast Mathilde.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
28-04-2014
All you can read
‘Na een jaar of drie aan voorbereiding is Blendle vanaf vandaag voor iedereen beschikbaar. Het idee achter de website is simpel: je betaalt een klein bedrag voor een artikel uit een krant of tijdschrift, zodat je alleen betaalt voor wat je leest. Is Blendle de redder van de journalistiek of zijn er kapers op de kust?’ (Bron: NOS Nieuws 28-04-2014)
U bent bij deze gewaarschuwd lezer. Vanaf het moment dat u deze column leest, begint mijn kassa te rinkelen. Ik heb mijn column niet voor niks even door de Blendl-blenderwebsite gegooid. Mijn verdienmodel is in gang gezet. Wie weet wordt mijn column wel wereldnieuws. Samen met al die andere artikelen, columns, nieuwsberichten die door de blender gaan. Er hoeft geen smaakje aan te zitten en ook geen kleur. Het nieuws wordt mooi gepureerd tot eenheidsworst.
Voor mij als schrijver is zo’n verdienmodelletje natuurlijk een grote goudmijn. Als ik maar snel en veel en doelgroepgericht schrijf dan loop ik mooi binnen. De uitgevers zijn gebrand op content op maat. Maar o wee, de lezers zonder centjes. Degenen met een smalle beurs. Die lezen niets van mijn pennenvreugd en zullen helaas op hun kin moeten kloppen. Of stiekem ergens illegaal op iemands iPad of iPhone meegluren. Het zal welig tieren. De obscure achterafzaaltjes. Waar vroeger stiekem gepiept werd naar blote lijven, wordt straks druk het laatste nieuws gelezen. Illegaal. Zonder betaling. Niemand mag het zien. Niemand mag het weten. Het nieuws wordt duur betaald.
We lusten er wel pap van. Van het nieuws. Laat de pulppap maar tot ons komen. Het is ook nog eens milieuvriendelijk en duurzaam zo’n Blendl-blenderwebsite. Het nieuws blijft, na eenmalige aankoop per artikel, voor eeuwig duurzaam op onze harde schijf geplakt. Hoewel, de kans is groter dat het ergens in de lucht blijft zweven. Harde schijven raken immers heel snel vol. Maar geen nood. Ook daarvoor bestaat een oplossing. Met de mond wijd open doen we gewoon aan lucht- en informatiehappen in de Cloud.
Betaalden we al jaren voor het voortbewegen en transporteren van informatiebits en -bytes. Nu gaan we ook nog eens betalen voor de inhoud van de bits en bytes. Zwaar verteerbaar denk ik dan. Milieuvriendelijk is het wel. Drukinkt is niet langer nodig. Die kunnen we dan vast weer ergens anders voor gebruiken. Drukinkt, de oude smeerolie van onze informatie gaan we transformeren naar gratis smeerolie voor het openbaar vervoer. Prima opgelost. Toch?
Het adagio van de Blendl-blenderwebsite is makkelijk te omschrijven. Door al het nieuws van (freelance) journalisten, kranten, tijdschriften, nieuwsbladen en noem maar op, in een grote blender te gooien kan iedereen in de toekomst lezen wat ie wil en kan. All you can read. De informatievraatzucht zal exponentieel toenemen. Het nieuws zal langs de X- en Y-assen, qua volume en tijd, compleet worden leeggevreten.
Bagger of geen bagger. Het doet er niet meer toe. Voor kwaliteit wordt niet meer betaald. Je kunt alleen nog kwantitatief consumeren in letters, woorden en zinnen. Een column zal niet langer hoeven voldoen aan pakweg 400 woorden. De broodschrijver maakt er met gemak 450 van. Een snelschrijver schrijft er maar liefst drie tegelijk. In nog geen tien minuten. Kassa. Schrijven maakt hongerig. Lezen kost geld.
De nieuwe ontwikkelingen brengen helaas ook wat problemen met zich mee. Overheidsbemoeienis kan niet uitblijven. De consument moet uit gezondheidsoverweging tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Dat kan met letter- of woordmaagbanden. Hij zou zowaar kunnen stikken of imploderen van alle informatie. Een ander probleem dat zich voordoet is de opkomst van de schrijfwolf. Hij is al gespot bij diverse taalgrenzen. Als megavertaler gooit ie alle artikelen door de spellingscontrole en langs Google translate en wordt binnen no time multimiljonair. Mits hij het goed aanpakt natuurlijk.
Wolven vertoeven namelijk altijd in grote roedels. En iedere wolf is hongerig. Maar er zal genoeg informatie aan te bieden en verorberen zijn. Voor ieder wat wils. Economische principes en marktmechanismen zullen ook bij deze nieuwe techniek het werk doen. Vraag en aanbod zullen als motten rondom het licht achter elkaar aan draaien. Straks wordt het drie artikelen lezen, twee betalen. En natuurlijk zorgt een ingenieus spaarsysteem voor columnzegels. Spaar nu mee voor de gouden maandcolumn! Als u een boekje (helaas is er nog geen ander woord gevonden voor dit prehistorisch ding) vol heeft, krijgt u een uur gratis leestijd op onze mega Columnblender.
Wie het NOS Nieuws aandachtig screent en tussen de regels doorleest, heeft meteen in de gaten wat de boodschap en het beoogde doel van de kersverse Blendl-blenderwebsite is. Alexander Klöpping klopt samen met Marten Blankensteijn, beiden staan aan de basis van deze website, in een mum van tijd het geld bij u uit de portemonnee. U, mijn lieve lezer behoort immers tot een generatie die gewend is niets te betalen voor journalistiek. U mag nu dus gaan betalen, aldus Klöpping. Kwestie van cultuurverandering.
U bent bij deze gewaarschuwd lezer. Vanaf het moment dat u deze column leest, begint mijn kassa te rinkelen. Ik heb mijn column niet voor niks even door de Blendl-blenderwebsite gegooid. Mijn verdienmodel is in gang gezet. Wie weet wordt mijn column wel wereldnieuws. Samen met al die andere artikelen, columns, nieuwsberichten die door de blender gaan. Er hoeft geen smaakje aan te zitten en ook geen kleur. Het nieuws wordt mooi gepureerd tot eenheidsworst.
Voor mij als schrijver is zo’n verdienmodelletje natuurlijk een grote goudmijn. Als ik maar snel en veel en doelgroepgericht schrijf dan loop ik mooi binnen. De uitgevers zijn gebrand op content op maat. Maar o wee, de lezers zonder centjes. Degenen met een smalle beurs. Die lezen niets van mijn pennenvreugd en zullen helaas op hun kin moeten kloppen. Of stiekem ergens illegaal op iemands iPad of iPhone meegluren. Het zal welig tieren. De obscure achterafzaaltjes. Waar vroeger stiekem gepiept werd naar blote lijven, wordt straks druk het laatste nieuws gelezen. Illegaal. Zonder betaling. Niemand mag het zien. Niemand mag het weten. Het nieuws wordt duur betaald.
We lusten er wel pap van. Van het nieuws. Laat de pulppap maar tot ons komen. Het is ook nog eens milieuvriendelijk en duurzaam zo’n Blendl-blenderwebsite. Het nieuws blijft, na eenmalige aankoop per artikel, voor eeuwig duurzaam op onze harde schijf geplakt. Hoewel, de kans is groter dat het ergens in de lucht blijft zweven. Harde schijven raken immers heel snel vol. Maar geen nood. Ook daarvoor bestaat een oplossing. Met de mond wijd open doen we gewoon aan lucht- en informatiehappen in de Cloud.
Betaalden we al jaren voor het voortbewegen en transporteren van informatiebits en -bytes. Nu gaan we ook nog eens betalen voor de inhoud van de bits en bytes. Zwaar verteerbaar denk ik dan. Milieuvriendelijk is het wel. Drukinkt is niet langer nodig. Die kunnen we dan vast weer ergens anders voor gebruiken. Drukinkt, de oude smeerolie van onze informatie gaan we transformeren naar gratis smeerolie voor het openbaar vervoer. Prima opgelost. Toch?
Het adagio van de Blendl-blenderwebsite is makkelijk te omschrijven. Door al het nieuws van (freelance) journalisten, kranten, tijdschriften, nieuwsbladen en noem maar op, in een grote blender te gooien kan iedereen in de toekomst lezen wat ie wil en kan. All you can read. De informatievraatzucht zal exponentieel toenemen. Het nieuws zal langs de X- en Y-assen, qua volume en tijd, compleet worden leeggevreten.
Bagger of geen bagger. Het doet er niet meer toe. Voor kwaliteit wordt niet meer betaald. Je kunt alleen nog kwantitatief consumeren in letters, woorden en zinnen. Een column zal niet langer hoeven voldoen aan pakweg 400 woorden. De broodschrijver maakt er met gemak 450 van. Een snelschrijver schrijft er maar liefst drie tegelijk. In nog geen tien minuten. Kassa. Schrijven maakt hongerig. Lezen kost geld.
De nieuwe ontwikkelingen brengen helaas ook wat problemen met zich mee. Overheidsbemoeienis kan niet uitblijven. De consument moet uit gezondheidsoverweging tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Dat kan met letter- of woordmaagbanden. Hij zou zowaar kunnen stikken of imploderen van alle informatie. Een ander probleem dat zich voordoet is de opkomst van de schrijfwolf. Hij is al gespot bij diverse taalgrenzen. Als megavertaler gooit ie alle artikelen door de spellingscontrole en langs Google translate en wordt binnen no time multimiljonair. Mits hij het goed aanpakt natuurlijk.
Wolven vertoeven namelijk altijd in grote roedels. En iedere wolf is hongerig. Maar er zal genoeg informatie aan te bieden en verorberen zijn. Voor ieder wat wils. Economische principes en marktmechanismen zullen ook bij deze nieuwe techniek het werk doen. Vraag en aanbod zullen als motten rondom het licht achter elkaar aan draaien. Straks wordt het drie artikelen lezen, twee betalen. En natuurlijk zorgt een ingenieus spaarsysteem voor columnzegels. Spaar nu mee voor de gouden maandcolumn! Als u een boekje (helaas is er nog geen ander woord gevonden voor dit prehistorisch ding) vol heeft, krijgt u een uur gratis leestijd op onze mega Columnblender.
Wie het NOS Nieuws aandachtig screent en tussen de regels doorleest, heeft meteen in de gaten wat de boodschap en het beoogde doel van de kersverse Blendl-blenderwebsite is. Alexander Klöpping klopt samen met Marten Blankensteijn, beiden staan aan de basis van deze website, in een mum van tijd het geld bij u uit de portemonnee. U, mijn lieve lezer behoort immers tot een generatie die gewend is niets te betalen voor journalistiek. U mag nu dus gaan betalen, aldus Klöpping. Kwestie van cultuurverandering.
16-01-2014
Kramer versus Poetin
Op de tribune zit een klein mannetje met een grote bril hoofdschuddend ‘nee’ te knikken. Het liefst zou hij zelf deel uit maken van het tafereel dat zich voor hem afspeelt. Het is alweer lang geleden dat zijn landgenoten een hoofdprijs hebben weten weg te halen. Het podium lijkt vooralsnog alleen bestemd voor het thuisland Rusland. Het kleine mannetje slaat met zijn handen, de armen daarbij voor zijn borst wisselend gekruist, zijn schouders en flanken warm. Het is Siberisch koud.
Maar niet op de ijsbaan. Daar wordt een hevige strijd geleverd. Twee hoofdrolspelers hijgen elkaar voortdurend in de nek. Eentje in een oranje pak, de ander in een rood. De oranje man schaatst op klompen, de ander op sikkels. Het blijft een vreemd gezicht. Sinds het Olympisch comité de materiaalkeuze heeft vrijgelaten verschijnen er bijzondere outfits op de baan. De vrije materiaalkeuze kent echter een voorbehoud. Het gekozen materiaal moet te herleiden zijn naar het land van afkomst van de deelnemer.
Nederland op klompen en Rusland op sikkels, de messen zijn geslepen. In een rechtstreeks duel op de 1500 meter vechten Kramer en Poetin om de ereplaatsen. Het kleine mannetje op de tribune is voor Kramer, dat mag duidelijk zijn. Zodra de oranje klompen voor zijn neus door de bocht vliegen veert hij omhoog en gooit zijn armen de lucht in. De wave wordt niet echt begrepen door het Russische publiek. Het mannetje gaat onverstoord weer zitten.
Het blijft een wonder hoe Poetin zich op zo’n korte termijn heeft weten te plaatsen voor het koningsnummer. Daarmee heeft ie een echt huzarenstuk afgeleverd. Ondanks vele protesten van alle internationale schaatsbonden, op het vrijlaten van de materiaalkeuze en de aanpassing van de voorwaarden voor deelname, dat laatste op uitdrukkelijk verzoek van een aantal zwaarlijvige voormalige KGBers, is het Olympisch comité overstag gegaan. De bestuursleden zijn daarvoor rijkelijk beloond. De leegstand van een aantal luxe appartementen aan de Zwarte Zee is daarmee tevens opgelost. Wat weer goed is voor de Russische economie.
Enfin, het huzarenstuk van Poetin is nu deels verklaard. Ook staatshoofden mogen deelnemen aan het Olympische spel. Zijn eigen sportieve inbreng mag edoch niet onvermeld blijven. Een beresterke conditie gecombineerd met een scherp oog voor techniek en een uitzonderlijk leervermogen heeft er toe geleid dat hij in korte tijd zich kon meten met de internationale schaatstop. En nu is daar de grote finale tegen zijn grootste concurrent Kramer. Sven de man!!!
En daar komen ze alweer door de bocht. De laatste voor de finish. Het kleine mannetje veert weer op en schreeuwt nu zo hard als ie kan: “Mazzeltof, mazzeltof, mazzeltof!!!” Aan zijn grote kromme neus hangt een enorme neusdruppel die meteen bevriest. Het publiek rondom hem heen blijft stoïcijns zitten. Het zijn en blijven russen. Sven gaat op zijn klompen aan de leiding. Zijn surplus aan techniek, kracht en macht verschrompeld zijn achtervolger tot een kleine rode vlek.
Het gezicht van Poetin staat op oorlog en kleurt net zo rood als zijn strakke pak. Hij komt meters te kort als Sven met grote overmacht over de finish glijdt. Zegevierend met de armen omhoog, getooid met een gezonde rode appelblos op zijn wangen. De kleine Poetin komt uitgeput voorbij gegleden. Steunend met de handen op zijn knieën richt Sven argeloos een korte blik richting rode opponent en roept heel zacht: “homo!” Het enige dat Poetin doet is slikken en bijna stikken, in Olympische gedachten.
Maar niet op de ijsbaan. Daar wordt een hevige strijd geleverd. Twee hoofdrolspelers hijgen elkaar voortdurend in de nek. Eentje in een oranje pak, de ander in een rood. De oranje man schaatst op klompen, de ander op sikkels. Het blijft een vreemd gezicht. Sinds het Olympisch comité de materiaalkeuze heeft vrijgelaten verschijnen er bijzondere outfits op de baan. De vrije materiaalkeuze kent echter een voorbehoud. Het gekozen materiaal moet te herleiden zijn naar het land van afkomst van de deelnemer.
Nederland op klompen en Rusland op sikkels, de messen zijn geslepen. In een rechtstreeks duel op de 1500 meter vechten Kramer en Poetin om de ereplaatsen. Het kleine mannetje op de tribune is voor Kramer, dat mag duidelijk zijn. Zodra de oranje klompen voor zijn neus door de bocht vliegen veert hij omhoog en gooit zijn armen de lucht in. De wave wordt niet echt begrepen door het Russische publiek. Het mannetje gaat onverstoord weer zitten.
Het blijft een wonder hoe Poetin zich op zo’n korte termijn heeft weten te plaatsen voor het koningsnummer. Daarmee heeft ie een echt huzarenstuk afgeleverd. Ondanks vele protesten van alle internationale schaatsbonden, op het vrijlaten van de materiaalkeuze en de aanpassing van de voorwaarden voor deelname, dat laatste op uitdrukkelijk verzoek van een aantal zwaarlijvige voormalige KGBers, is het Olympisch comité overstag gegaan. De bestuursleden zijn daarvoor rijkelijk beloond. De leegstand van een aantal luxe appartementen aan de Zwarte Zee is daarmee tevens opgelost. Wat weer goed is voor de Russische economie.
Enfin, het huzarenstuk van Poetin is nu deels verklaard. Ook staatshoofden mogen deelnemen aan het Olympische spel. Zijn eigen sportieve inbreng mag edoch niet onvermeld blijven. Een beresterke conditie gecombineerd met een scherp oog voor techniek en een uitzonderlijk leervermogen heeft er toe geleid dat hij in korte tijd zich kon meten met de internationale schaatstop. En nu is daar de grote finale tegen zijn grootste concurrent Kramer. Sven de man!!!
En daar komen ze alweer door de bocht. De laatste voor de finish. Het kleine mannetje veert weer op en schreeuwt nu zo hard als ie kan: “Mazzeltof, mazzeltof, mazzeltof!!!” Aan zijn grote kromme neus hangt een enorme neusdruppel die meteen bevriest. Het publiek rondom hem heen blijft stoïcijns zitten. Het zijn en blijven russen. Sven gaat op zijn klompen aan de leiding. Zijn surplus aan techniek, kracht en macht verschrompeld zijn achtervolger tot een kleine rode vlek.
Het gezicht van Poetin staat op oorlog en kleurt net zo rood als zijn strakke pak. Hij komt meters te kort als Sven met grote overmacht over de finish glijdt. Zegevierend met de armen omhoog, getooid met een gezonde rode appelblos op zijn wangen. De kleine Poetin komt uitgeput voorbij gegleden. Steunend met de handen op zijn knieën richt Sven argeloos een korte blik richting rode opponent en roept heel zacht: “homo!” Het enige dat Poetin doet is slikken en bijna stikken, in Olympische gedachten.
02-01-2014
Familiegeheim
Hoeveel familiegeheimen zijn er de afgelopen maand geopenbaard? Of juist opgebaard? Hoeveel familiegeheimen zijn er de afgelopen maand boven tafel gekomen? Hoeveel familiegeheimen zijn er verstopt? In eten en in drank, opgevreten, weggeslikt. En hoeveel nieuwe familiegeheimen zijn er gecreëerd? Of juist gecremeerd? Voor de lieve vrede, in zoete broodjes en in marsepein?
Wie wil dat eigenlijk weten? Naast persmuskieten, zwarte pieten. De maand december is sinds lange tijd gebombardeerd tot biecht- en smiechtmaand. Staat in het teken van emotionele inkopen, opkopen, afkopen en uitverkopen. Al de kopen staan al dagenlang, zorgvuldig geregisseerd, uitgebreid te pronken in kranten, tijdschriften en reclamebladen. Goedkoop aangeboden en voor ieder wat wils.
Verstopt achter granieten glimlachen blijven de geheimen goed geborgen. Zittend op korte en op lange lonten. Sommige lichten mogen nooit gaan schijnen. Hullen zich in duisternis omdat ze het daglicht niet kunnen verdragen. Sommige waarheden zijn te pijnlijk. De lucht die boven het ontbijt, de lunch en het diner zweeft aan de familiedis is ijl en ingehouden. Het eten wordt gang voor gang, nauwgezet en rauw weggepeuzeld. Zo ook de gedachtegangen die volgen. Die worden weggeknaagd tot op het bot. In stilzwijgen.
Tong en tongen staan niet op het menu. Die zijn allang afgebeten. Ongezouten. Na het eten worden de geheimen en gedachtegangen nog even uitgelaten. Kort maar krachtig. In koude, wind en sneeuw. Om daarna voor lange tijd weer opgesloten te worden, in kleine kistjes memorie. Ook dit jaar zijn er geen setjes gevormd en bruggen gebouwd. Het geheugen is selectief daar waar de emotie zich verstopt achter gesloten deuren. De geheimen blijven, ongeschonden.
Wie wil dat eigenlijk weten? Naast persmuskieten, zwarte pieten. De maand december is sinds lange tijd gebombardeerd tot biecht- en smiechtmaand. Staat in het teken van emotionele inkopen, opkopen, afkopen en uitverkopen. Al de kopen staan al dagenlang, zorgvuldig geregisseerd, uitgebreid te pronken in kranten, tijdschriften en reclamebladen. Goedkoop aangeboden en voor ieder wat wils.
Verstopt achter granieten glimlachen blijven de geheimen goed geborgen. Zittend op korte en op lange lonten. Sommige lichten mogen nooit gaan schijnen. Hullen zich in duisternis omdat ze het daglicht niet kunnen verdragen. Sommige waarheden zijn te pijnlijk. De lucht die boven het ontbijt, de lunch en het diner zweeft aan de familiedis is ijl en ingehouden. Het eten wordt gang voor gang, nauwgezet en rauw weggepeuzeld. Zo ook de gedachtegangen die volgen. Die worden weggeknaagd tot op het bot. In stilzwijgen.
Tong en tongen staan niet op het menu. Die zijn allang afgebeten. Ongezouten. Na het eten worden de geheimen en gedachtegangen nog even uitgelaten. Kort maar krachtig. In koude, wind en sneeuw. Om daarna voor lange tijd weer opgesloten te worden, in kleine kistjes memorie. Ook dit jaar zijn er geen setjes gevormd en bruggen gebouwd. Het geheugen is selectief daar waar de emotie zich verstopt achter gesloten deuren. De geheimen blijven, ongeschonden.
01-01-2014
Eindejaars gein en ongein
De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, wederom. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar.
Kees is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam vindt Kees. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop aan Kees voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?
De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Kees tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft zijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Kees kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.
De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Kees langs de kerstgrot loopt aait ie over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn broers en papa het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.
De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Kees. Samen met zijn broer en zus vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.
Kees is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Kees ‘s morgens wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. En hij is al zeven.
Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Kees. Want vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot in de late uurtjes. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Kees geniet van al die drukte.
Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met babbeleros en stuifzand. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Eén hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Kees houden. Hij heeft al een hele verzameling.
Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Kees moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Kees is er klaar voor.
De glazen worden nog eens gevuld en zijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“
Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren.
Kees houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent ie de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ie twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Kees in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel heel eventjes, lekker warm.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Kees is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam vindt Kees. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop aan Kees voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?
De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Kees tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft zijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Kees kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.
De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Kees langs de kerstgrot loopt aait ie over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn broers en papa het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.
De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Kees. Samen met zijn broer en zus vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.
Kees is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Kees ‘s morgens wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. En hij is al zeven.
Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Kees. Want vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot in de late uurtjes. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Kees geniet van al die drukte.
Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met babbeleros en stuifzand. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Eén hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Kees houden. Hij heeft al een hele verzameling.
Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Kees moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Kees is er klaar voor.
De glazen worden nog eens gevuld en zijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“
Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren.
Kees houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent ie de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ie twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Kees in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel heel eventjes, lekker warm.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-12-2013
Hoe divers diverse diversen kunnen zijn
Een ode aan diverse diversen, zo zou ik deze column willen beschrijven. Beschrijven? Hoezo beschrijven? Hij is nog geeneens geschreven. Schrijven is zo middeleeuws, vertelde iemand mij onlangs. Hoe durft die persoon het in het hoofd te halen? Leeghoofd. Maar toch was ik getriggerd. Ik ga niet schrijven, ik ga knippen en plakken. Proefondervindelijk, creatief, in aandacht verbonden en uiteraard heel divers. Dat zal die persoon leren. Schrijven middeleeuws. Ammehoela.
Divers heb ik uit diverse columns de eerste zin geknipt en geplakt. Ik laat ze pronken in een categorie die iedereen kent, de categorie diversen. Een categorie steevast te vinden als verzamelrubriek, als folder en kolder, op harde schijven en op webpagina’s. Lees en verbaas u zelf, hoe divers diverse diversen kunnen zijn, in een bloemlezing samengesteld uit columns van novemberschrijvers op website ColumnX. Gerubriceerd, niet van A tot Z, maar van C tot X. Of zo u wil van V tot C.
Vandaag is geen dag als alle anderen. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen.
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik was bijna gestopt met schrijven. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Toch wel kunnen slapen gelukkig.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht.
Zomaar een dag bij het water. Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook.
Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent.
Politie Middelburg, met IJzermans.. “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Baasje is verdrietig. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag. Op vakantie gaan is tof.
Mien knipt en plakt
p.s.:
Vergeet u de column niet te downloaden en op te slaan in het mapje diversen?
Met dank aan:
Arjan, arta, Bart Brompot, Bert K, Blanchefort, Chris, ChristaWitte, Fem, Ferrara, FranK, g.van stipdonk, Hakunamatafa, Harrie, Indobuzuk, irma1969, Jip, La-vie-en-rose, Libelle, Meralixe, Pierken, Sagita, sane, Sim, Spencer, Tessadus, trawant, Vannessa Gusted, wheatergir, Yoshimitsu, Yfs
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Divers heb ik uit diverse columns de eerste zin geknipt en geplakt. Ik laat ze pronken in een categorie die iedereen kent, de categorie diversen. Een categorie steevast te vinden als verzamelrubriek, als folder en kolder, op harde schijven en op webpagina’s. Lees en verbaas u zelf, hoe divers diverse diversen kunnen zijn, in een bloemlezing samengesteld uit columns van novemberschrijvers op website ColumnX. Gerubriceerd, niet van A tot Z, maar van C tot X. Of zo u wil van V tot C.
Vandaag is geen dag als alle anderen. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen.
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik was bijna gestopt met schrijven. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Toch wel kunnen slapen gelukkig.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht.
Zomaar een dag bij het water. Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook.
Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent.
Politie Middelburg, met IJzermans.. “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Baasje is verdrietig. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag. Op vakantie gaan is tof.
Mien knipt en plakt
p.s.:
Vergeet u de column niet te downloaden en op te slaan in het mapje diversen?
Met dank aan:
Arjan, arta, Bart Brompot, Bert K, Blanchefort, Chris, ChristaWitte, Fem, Ferrara, FranK, g.van stipdonk, Hakunamatafa, Harrie, Indobuzuk, irma1969, Jip, La-vie-en-rose, Libelle, Meralixe, Pierken, Sagita, sane, Sim, Spencer, Tessadus, trawant, Vannessa Gusted, wheatergir, Yoshimitsu, Yfs
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
24-11-2013
Traktatendag
Het is 24 november, een rustige zondagochtend. Ik zit aan een heerlijk ontbijt. Een ontbijt, welbekend en geprezen onder vrienden, familie en kennissen. Eitje, vers sapje, broodje, beschuitje en nog een hele hoop andere je-tjes, altijd goed. Heerlijk ontspannen zit ik in mijn huispak, zondags gekleed, in een roze ruiten pyjama, flanel, lekker zacht. Omdat het een regenachtige zondag is heb ik bij het opstaan besloten de boel wat meer op te vrolijken, gewoon voor de gein.
Opvrolijken betekent bij mij altijd een beetje carnaval. Voor je het weet is het al zo ver. Een heerlijk vooruitzicht na het opgedirkte Sint en Kerst. Alvast een beetje oefenen kan nooit kwaad. Omdat ik niet in de mood ben voor een originele creatie houd ik het voor deze ochtend basic. Mijn gezicht heb ik voor de spiegel omgetoverd in een narrenhoofd, voor zover ik dat niet al had na mijn uitspattingen van zaterdagavond. Ik schmink mijn oog en mond in pipostijl. Grote rode mond, zonnetje op de wang, that’s enough. Met een big smile geniet ik samen met mijn vrouw van het ontbijt. Heel ontspannen en goed gemoed, totdat de bel gaat.
Op zondagmorgen? Hoe is het mogelijk. Gebeurd nooit. Nieuwsgierig loop ik naar de deur. Benieuwd ook naar de reactie van de vroege deurgast op mijn verrasende outfit. Ik trek de deur open en zie een lief dametje staan met bolhoedje, grijze jas en wit handtasje. Onder haar jas steken stijfjes twee bruine panty's die eindigen in houterige schoentjes met zondagse strik. De vrouw kijkt me droogjes aan en reikt mij een foldertje aan. Ik ben even van de wereld. Deze reactie had ik niet verwacht. Ze is geheel niet onder de indruk van mijn roze verschijning en mijn bijzondere pipoface. Sterker nog ze lijkt het volledig te negeren.
Dan moet je van hele goede huize komen denk ik enigszins gepikeerd. Verdorie, die dame aan de deur breekt in, in mijn vrolijke zondagstemming, maar heeft er geen boodschap aan. Ik overweeg haar zondagoor te onderwerpen aan een gezang van Bassie en Adriaan, maar ze is me voor. “Goedemorgen meneer, mag ik u deze folder aanbieden?” Ik bewaar mijn geduld en antwoord: “Een folder mevrouw, waarom en waar gaat die over?” De mevrouw kijkt me doordringend vanonder haar bolhoedje aan en antwoordt:”Nou meneer, vandaag is het Tractatendag en ik mag u deze folder aanbieden?” Ik ben volledig van mijn à propos. Ik dacht eventjes dat ik de traktatie was. Maar deze mevrouw spant de kroon. Verontwaardigd stuur ik haar linea recta door naar mijn buurman. “Wie was het?” vraagt mijn vrouw. Ik zeg: “Niemand, ik denk verkeerd verbonden.”
Als ik na het ontbijt op internet google naar de befaamde Traktatendag vang ik bot. Met traktaat kom ik nauwelijks een steek verder. De Traktatendag blijkt gewoon niet te bestaan. Het mevrouwtje liegt en doet op deze manier geen recht. Ik had het eigenlijk kunnen weten. Op de vroege zondagochtend worden er geen verdragen afgesloten aan de deur, laat staan verhandelingen gehouden. Helaas denkt de stichting Evangelische Tractaat Zending daar anders over. Het fanatieke zendelingenwerk ligt mij op de zondagmorgen iets te zwaar op de maag. Mijn leven behoeft geen verandering. En zeker niet op de zondagmorgen. Die is me pas heilig. Ben benieuwd of de buurman de traktatie beter verteert. Ik denk het niet.
Opvrolijken betekent bij mij altijd een beetje carnaval. Voor je het weet is het al zo ver. Een heerlijk vooruitzicht na het opgedirkte Sint en Kerst. Alvast een beetje oefenen kan nooit kwaad. Omdat ik niet in de mood ben voor een originele creatie houd ik het voor deze ochtend basic. Mijn gezicht heb ik voor de spiegel omgetoverd in een narrenhoofd, voor zover ik dat niet al had na mijn uitspattingen van zaterdagavond. Ik schmink mijn oog en mond in pipostijl. Grote rode mond, zonnetje op de wang, that’s enough. Met een big smile geniet ik samen met mijn vrouw van het ontbijt. Heel ontspannen en goed gemoed, totdat de bel gaat.
Op zondagmorgen? Hoe is het mogelijk. Gebeurd nooit. Nieuwsgierig loop ik naar de deur. Benieuwd ook naar de reactie van de vroege deurgast op mijn verrasende outfit. Ik trek de deur open en zie een lief dametje staan met bolhoedje, grijze jas en wit handtasje. Onder haar jas steken stijfjes twee bruine panty's die eindigen in houterige schoentjes met zondagse strik. De vrouw kijkt me droogjes aan en reikt mij een foldertje aan. Ik ben even van de wereld. Deze reactie had ik niet verwacht. Ze is geheel niet onder de indruk van mijn roze verschijning en mijn bijzondere pipoface. Sterker nog ze lijkt het volledig te negeren.
Dan moet je van hele goede huize komen denk ik enigszins gepikeerd. Verdorie, die dame aan de deur breekt in, in mijn vrolijke zondagstemming, maar heeft er geen boodschap aan. Ik overweeg haar zondagoor te onderwerpen aan een gezang van Bassie en Adriaan, maar ze is me voor. “Goedemorgen meneer, mag ik u deze folder aanbieden?” Ik bewaar mijn geduld en antwoord: “Een folder mevrouw, waarom en waar gaat die over?” De mevrouw kijkt me doordringend vanonder haar bolhoedje aan en antwoordt:”Nou meneer, vandaag is het Tractatendag en ik mag u deze folder aanbieden?” Ik ben volledig van mijn à propos. Ik dacht eventjes dat ik de traktatie was. Maar deze mevrouw spant de kroon. Verontwaardigd stuur ik haar linea recta door naar mijn buurman. “Wie was het?” vraagt mijn vrouw. Ik zeg: “Niemand, ik denk verkeerd verbonden.”
Als ik na het ontbijt op internet google naar de befaamde Traktatendag vang ik bot. Met traktaat kom ik nauwelijks een steek verder. De Traktatendag blijkt gewoon niet te bestaan. Het mevrouwtje liegt en doet op deze manier geen recht. Ik had het eigenlijk kunnen weten. Op de vroege zondagochtend worden er geen verdragen afgesloten aan de deur, laat staan verhandelingen gehouden. Helaas denkt de stichting Evangelische Tractaat Zending daar anders over. Het fanatieke zendelingenwerk ligt mij op de zondagmorgen iets te zwaar op de maag. Mijn leven behoeft geen verandering. En zeker niet op de zondagmorgen. Die is me pas heilig. Ben benieuwd of de buurman de traktatie beter verteert. Ik denk het niet.
15-11-2013
Afvalrace 12: Decembervoeding
Ik prijs me gelukkig want ik mag weer eten. Met de komende december feestdagen in het verschiet is dat geweldig. De teller van de weegschaal staat vandaag op 84,50 kilo. Daar kan gerust een kilootje of drie weer bij. Moet kunnen. Bovendien voel ik mij bij 87 kilo op mijn best. Maar hoe zal ik dit nu eens tactisch aanpakken? Er is een tegenstrijdigheid. Want hoe moet ik nu de koepeltitel ‘Afvalrace’ plaatsen?
In ieder geval niet in de ijskast. Want dat is niet mijn stijl. Afvalrace, afvalrace? Er schiet me dit keer geen enkele associatie te binnen die dit nieuwe afvalverhaal kan rechtvaardigen. Ik moet toch op een of andere manier verhaal zien te halen. Ik ben niet voor niets de schrijver en de lezer verwacht van mij, juist ja, een verhaal, een verhaal over afvallen. Met liefst een wedstrijdelement. Of tenminste een element waaraan de lezer zich kan spiegelen, zich mee kan identificeren. Een element dat voldoende inleving biedt. Maar ik weet het al. Ik heb de oplossing. Als ik mezelf nu eens afval?
Ja, eureka, dat is het. Ik val mezelf af en ga me vergrijpen aan al het lekkers dat in de grote uitstalkast die supermarkt heet, voor het graaien ligt. In alfabetische volgorde. Want als maagd moet er wel enigszins orde heersen in mijn latente vreetchaos. Zou ik aan een winkelwagentje voldoende hebben? Daar gaat ie dan. Amandelletter, amandelstaaf, banketletter, bisschopswijn, borstplaat, boterletter, chocoladeletter (melk, puur en wit), chocolademunten, chocolade sigaretten, kruidnoten, mandarijnen, marsepein, pepernoten, schuimpjes, speculaas, speculaaspop, strooigoed, studentenhaver, suikergoed, taai-taai, walnoten. Zover de sinterklaasvoeding.
Voor mijn kerstbanket besluit ik internationaal te gaan. De keuze dit jaar is reuze. Vet lekker. Uit den Belgique zal ik vol-au-vent en een groentekrans kiezen, aangevuld met wat kroketten en gebraad. Een kerststronk en biscuitgebak zullen ook niet ontbreken. Uit Congo vat ik kip. Uit Denemarken neem ik gans en eend met brunede kartofler en als toetje risalamang. Lekkerrrr. Op z’n Filipijns ga ik voor de queso de bola en hamon. In IJsland kan ik de ham en hangikjöt niet laten staan. Uit Iran neem ik wat noten en meloen. In Noorwegen ga ik voor de riskrem en zowaar een marsepeinen varken. Op z'n Pools stouw ik me helemaal vol, met barszcz, pierogi, verschillende soorten vis en een compote van gedroogde vruchten. En niet te vergeten de oplatek. Wat zal het dit jaar smullen worden. Ik sluit natuurlijk af met een Zuid Afrikaanse braai. Speciaal voor kerstmis staat één van de grote vijf op het menu. Als ik er tenminste eentje weet te vangen. Mijn maag en buik kunnen amper wachten. Zo ook de supermarkt. Ik tel de dagen alvast af.
Mien decembervoeding
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo — Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo — Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo — Middelomtrek: 105 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2013. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
In ieder geval niet in de ijskast. Want dat is niet mijn stijl. Afvalrace, afvalrace? Er schiet me dit keer geen enkele associatie te binnen die dit nieuwe afvalverhaal kan rechtvaardigen. Ik moet toch op een of andere manier verhaal zien te halen. Ik ben niet voor niets de schrijver en de lezer verwacht van mij, juist ja, een verhaal, een verhaal over afvallen. Met liefst een wedstrijdelement. Of tenminste een element waaraan de lezer zich kan spiegelen, zich mee kan identificeren. Een element dat voldoende inleving biedt. Maar ik weet het al. Ik heb de oplossing. Als ik mezelf nu eens afval?
Ja, eureka, dat is het. Ik val mezelf af en ga me vergrijpen aan al het lekkers dat in de grote uitstalkast die supermarkt heet, voor het graaien ligt. In alfabetische volgorde. Want als maagd moet er wel enigszins orde heersen in mijn latente vreetchaos. Zou ik aan een winkelwagentje voldoende hebben? Daar gaat ie dan. Amandelletter, amandelstaaf, banketletter, bisschopswijn, borstplaat, boterletter, chocoladeletter (melk, puur en wit), chocolademunten, chocolade sigaretten, kruidnoten, mandarijnen, marsepein, pepernoten, schuimpjes, speculaas, speculaaspop, strooigoed, studentenhaver, suikergoed, taai-taai, walnoten. Zover de sinterklaasvoeding.
Voor mijn kerstbanket besluit ik internationaal te gaan. De keuze dit jaar is reuze. Vet lekker. Uit den Belgique zal ik vol-au-vent en een groentekrans kiezen, aangevuld met wat kroketten en gebraad. Een kerststronk en biscuitgebak zullen ook niet ontbreken. Uit Congo vat ik kip. Uit Denemarken neem ik gans en eend met brunede kartofler en als toetje risalamang. Lekkerrrr. Op z’n Filipijns ga ik voor de queso de bola en hamon. In IJsland kan ik de ham en hangikjöt niet laten staan. Uit Iran neem ik wat noten en meloen. In Noorwegen ga ik voor de riskrem en zowaar een marsepeinen varken. Op z'n Pools stouw ik me helemaal vol, met barszcz, pierogi, verschillende soorten vis en een compote van gedroogde vruchten. En niet te vergeten de oplatek. Wat zal het dit jaar smullen worden. Ik sluit natuurlijk af met een Zuid Afrikaanse braai. Speciaal voor kerstmis staat één van de grote vijf op het menu. Als ik er tenminste eentje weet te vangen. Mijn maag en buik kunnen amper wachten. Zo ook de supermarkt. Ik tel de dagen alvast af.
Mien decembervoeding
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo — Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo — Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo — Middelomtrek: 105 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2013. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
01-11-2013
Stampij in de maatschappij
De maatschappij daar draait het allemaal om. Wie er geen deel van uit wil maken is een egoïst. Een loner. Niet te letterlijk nemen dat laatste woord. Voor hetzelfde geld is het een dagloner die drie dagen in de week werkt. Waarmee hij eigenlijk een parttimer is. Hoeveel dagen in de week moet je werken om deel uit te maken van een maatschappij? Wie neemt wie daarover eigenlijk de maat?
Een verschrikkelijk woord als je het ontleedt, maatschappij. Ik kan er behoorlijk van in de war raken. Maatschappijen. Zijn dat nu pijen van een maatschap? Of zijn het pijen van maten die ergens liggen op een schap? Ik wil het niet weten. Bij het woord pij alleen al kruipt een allergie langs mijn ruggengraat. De enige plek waar het woord pij tot zijn recht komt is in stampij. Fier rechtop. De stam in de pij. Maar ik moet nu ook niet gaan overdrijven.
Ik kan natuurlijk kleinburgerlijk in religie blijven hangen. Pij roept immers die associatie het eerste bij mij op. Maar dan ga ik wel voorbij aan de geschiedenis die geschreven is in pijen. In maatschappijen met veel stampij. Juist ja, in kloosters, de universiteiten van de Middeleeuwen. Oké, ik geef het onmiddellijk toe. Ook in de Middeleeuwen stond de stam wel eens rechtop in de pij. Zowel overdrachtelijk als zinnelijk. Je danste naar iemands pijen, of was het nu pijpen?
Zo schrijf je geschiedenis en zo schrijf je een column. Over maatschappijen. Pijen die een maatschap verhullen. Een maatschap van noeste schrijvers. Kalligrafen, vederschrijvers, pennenlikkers, coloranten, inktdopers, noem maar op. Hulde aan dit gilde dat voor het eerst in beeldend schrijven de historie optekende. Een maatschappij vorm gaf. Maar niet vooraleer de pij in de juiste maat van het schap was gegrist. Voor iedere dag een andere pij. Het vege lijf schoon verhuld en voor de duivel gered. Op zon- en maandagen en op alle andere dagen van de week .
In de Middeleeuwen ontblootte zich een harde maatschappij. Daar kunnen we heden ten dage nog een puntje aan zuigen. Maar pas op. Neem dat zuigen niet te letterlijk. Religie kan een zuigende werking hebben. En als het zuigen bevalt laat je niet snel los. Vroeg of laat krijg je dan weer stampij. Dit keer met jezelf. Want hoever wil je gaan in het zuigen? Het zuigen van de stam in de pij brengt de hele maatschap in rep en roer. En ja. Dan moeten we in conclaaf. Met elkaar. Niet alleen. Maar in stiekeme verbondenheid. Uitzuigen die stampij.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Een verschrikkelijk woord als je het ontleedt, maatschappij. Ik kan er behoorlijk van in de war raken. Maatschappijen. Zijn dat nu pijen van een maatschap? Of zijn het pijen van maten die ergens liggen op een schap? Ik wil het niet weten. Bij het woord pij alleen al kruipt een allergie langs mijn ruggengraat. De enige plek waar het woord pij tot zijn recht komt is in stampij. Fier rechtop. De stam in de pij. Maar ik moet nu ook niet gaan overdrijven.
Ik kan natuurlijk kleinburgerlijk in religie blijven hangen. Pij roept immers die associatie het eerste bij mij op. Maar dan ga ik wel voorbij aan de geschiedenis die geschreven is in pijen. In maatschappijen met veel stampij. Juist ja, in kloosters, de universiteiten van de Middeleeuwen. Oké, ik geef het onmiddellijk toe. Ook in de Middeleeuwen stond de stam wel eens rechtop in de pij. Zowel overdrachtelijk als zinnelijk. Je danste naar iemands pijen, of was het nu pijpen?
Zo schrijf je geschiedenis en zo schrijf je een column. Over maatschappijen. Pijen die een maatschap verhullen. Een maatschap van noeste schrijvers. Kalligrafen, vederschrijvers, pennenlikkers, coloranten, inktdopers, noem maar op. Hulde aan dit gilde dat voor het eerst in beeldend schrijven de historie optekende. Een maatschappij vorm gaf. Maar niet vooraleer de pij in de juiste maat van het schap was gegrist. Voor iedere dag een andere pij. Het vege lijf schoon verhuld en voor de duivel gered. Op zon- en maandagen en op alle andere dagen van de week .
In de Middeleeuwen ontblootte zich een harde maatschappij. Daar kunnen we heden ten dage nog een puntje aan zuigen. Maar pas op. Neem dat zuigen niet te letterlijk. Religie kan een zuigende werking hebben. En als het zuigen bevalt laat je niet snel los. Vroeg of laat krijg je dan weer stampij. Dit keer met jezelf. Want hoever wil je gaan in het zuigen? Het zuigen van de stam in de pij brengt de hele maatschap in rep en roer. En ja. Dan moeten we in conclaaf. Met elkaar. Niet alleen. Maar in stiekeme verbondenheid. Uitzuigen die stampij.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-10-2013
Actualiteiten uit het hiernamaals
Een zwoel zomerwindje blaast luchtstromen langs mijn nek en bezorgt me warme rillingen. Het gras waar ik op lig is botermals en ruikt naar vervlogen herinneringen. De geur van vroeger kriebelt in mijn neus en prikkelt mijn hersenen. Langzaam slaan er wat deurtjes open. Wil ik dat wel? Het is zo’n mooie dag. Flauw en vaag dringt een herinnering zich langzaam aan mij op. Ik heb niets te willen. Mijn neusvleugels tintelen. Ze ruiken bloed.
Diep, diep graaf ik de herinnering op. Met bloed heb ik nooit wat gehad. Vreemd. Waar komt die geur vandaan? Het bloed lijkt nu ranzig in mijn neus te plakken. Ik pieker me suf. Waar komt deze herinnering vandaan? De tijd verstrijkt. De bloedplak in mijn neus voelt als een korst. Ik hef mijn tong omhoog, met een uiterste inspanning krul ik het puntje. Maar net als vroeger lukt het niet mijn neus te raken. Ik tuur in de wolken die nu langzaam boven mij drijven. Op zoek naar antwoorden. Maar de wolken vertellen niets. Ze laten niets los. Ik krijg een vieze nasmaak.
Mijn zintuigen raken in de war. Proef ik nu echt bloed in mijn keel? Dit heb ik eerder meegemaakt. Een déjà vu. Onvervalst. Of is het slechts een actualiteit uit het hiernamaals? Mijn bewustzijn wankelt. Ik houd vast aan wat ik zojuist dacht. Maar de gedachtestroom neemt een loopje. Het enige dat ik kan doen is meelopen. Ik laat me niet gek maken. Het idee alleen al. Duizend woorden flitsen door mijn hoofd en zoeken houvast. Houvast in actualiteit. In gebeurtenissen van de dag.
Ik mag niet wegzakken. Zeker niet nu. In deze vreemde tegenwoordige toestand. Een nieuwe werkelijkheid dringt zich op. Een wezenlijkheid met nieuwswaarde brengt me terug op aarde. Ik weet nu waar het bloed vandaan komt. Uit het hiernamaals. En hoe ik dat nu plots weet? Heel simpel. Omdat de mate waarin de informatie nu tot mij komt overeenstemt met de werkelijkheid. Waar haal ik de wijsheid vandaan? Uit onlinewoordenboekenwijsheid zou je haast denken.
Niets is minder waar. Bloedirritant. Zo ruikt het ook. Accupunctureel gesproken zijn actualiteiten slechts speldenprikken uit het hiernamaals. Alles is per slot van rekening al ooit gezien en opgeslagen. Collectief in lekkende geheugens. Het zijn de grote oerlekken die voor verwarring zorgen. En telkens weer komen ze ons voor als actueel. Bitjes informatie op herhaling. We gieten er alleen wat andere sausjes overheen. In de jaren veertig vijftig botersaus. In het heden fritessaus, light. Geniet ervan.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Diep, diep graaf ik de herinnering op. Met bloed heb ik nooit wat gehad. Vreemd. Waar komt die geur vandaan? Het bloed lijkt nu ranzig in mijn neus te plakken. Ik pieker me suf. Waar komt deze herinnering vandaan? De tijd verstrijkt. De bloedplak in mijn neus voelt als een korst. Ik hef mijn tong omhoog, met een uiterste inspanning krul ik het puntje. Maar net als vroeger lukt het niet mijn neus te raken. Ik tuur in de wolken die nu langzaam boven mij drijven. Op zoek naar antwoorden. Maar de wolken vertellen niets. Ze laten niets los. Ik krijg een vieze nasmaak.
Mijn zintuigen raken in de war. Proef ik nu echt bloed in mijn keel? Dit heb ik eerder meegemaakt. Een déjà vu. Onvervalst. Of is het slechts een actualiteit uit het hiernamaals? Mijn bewustzijn wankelt. Ik houd vast aan wat ik zojuist dacht. Maar de gedachtestroom neemt een loopje. Het enige dat ik kan doen is meelopen. Ik laat me niet gek maken. Het idee alleen al. Duizend woorden flitsen door mijn hoofd en zoeken houvast. Houvast in actualiteit. In gebeurtenissen van de dag.
Ik mag niet wegzakken. Zeker niet nu. In deze vreemde tegenwoordige toestand. Een nieuwe werkelijkheid dringt zich op. Een wezenlijkheid met nieuwswaarde brengt me terug op aarde. Ik weet nu waar het bloed vandaan komt. Uit het hiernamaals. En hoe ik dat nu plots weet? Heel simpel. Omdat de mate waarin de informatie nu tot mij komt overeenstemt met de werkelijkheid. Waar haal ik de wijsheid vandaan? Uit onlinewoordenboekenwijsheid zou je haast denken.
Niets is minder waar. Bloedirritant. Zo ruikt het ook. Accupunctureel gesproken zijn actualiteiten slechts speldenprikken uit het hiernamaals. Alles is per slot van rekening al ooit gezien en opgeslagen. Collectief in lekkende geheugens. Het zijn de grote oerlekken die voor verwarring zorgen. En telkens weer komen ze ons voor als actueel. Bitjes informatie op herhaling. We gieten er alleen wat andere sausjes overheen. In de jaren veertig vijftig botersaus. In het heden fritessaus, light. Geniet ervan.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
17-09-2013
Participatie
Participeren, deelnemen, mee doen, allemaal actieve werkwoorden. Verantwoording nemen, zorg dragen voor een ander, helpen, allemaal actieve werkwoorden. Uitgeven, kopen, investeren, geld laten rollen, gokken, speculeren, opstarten, allemaal actieve werkwoorden. Kop in het zand steken, sparen, potten, bevriezen, passen, aanzien, afwachten, berusten, hopen, allemaal passieve werkwoorden. Volgens het huidige kabinet draait het om de activa en niet om de passiva. Maar dan moet je ze wel hebben. De kracht, de tools en het vermogen ze in te zetten. Anders is het makkelijk praten.
Gelukkig hebben we een koning die nuchter, duidelijk en meelevend is in zijn uitspraken. Vanuit de troon moet dat ook wel. Het koningshuis biedt altijd troost. Aan zichzelf en aan de medemens. Zijn eerste troonrede kende in aanvang een sociale start vol empathie. De rest was ‘oude jongens krentenbrood’, ingegeven door een wereldvreemde vrijgezel in rokkostuum. Het rockte echter van geen meter. De schrijver van de troonrede liet bewust het woord bezuinigen uit de troonrede. Het werd geen enkele keer genoemd. Meneer Rutte spreekt liever over hervormingen en maatregelen. En Mark kent zijn klassiekers. De klassieke verzorgingsstaat uit de tweede helft van de twintigste eeuw heet voortaan participatiesamenleving. Opgeruimd staat netjes, moet ie gedacht hebben. Maar ik benoem hem bij deze tot grootste smeerpoets van de Nederlandse taal.
Onze economie en maatschappij zijn uit balans. Geen evenwicht in yin en yang. Boosheid en angst regeren. Het koffertje van 17 september weegt vijfhonderd kilo. Vijfhonderd kilo aan lastenverzwaring. Wie tilt eraan? Niet de regering. Die wikt en weegt in grammen. Het veroorzaakt gramschap in de samenleving. Stuurloos is de kapitein die de olietanker Hollandia probeert vlot te trekken. Nederland houdt de hand op de knip en daarmee zijn ballast in stand. Ballast Nederland zinkt langzaam dieper weg. We sparen ons steeds verder de crisis in, met geld dat we eigenlijk niet hebben. Pofgeld. Monopoliegeld. Waardeloos papier bijeengehouden door een strak en stevig elastiekje.
Waarschijnlijk leven we niet lang meer op grote voet. De schoenenreuzen weten dat. Zij schreeuwen alarm. Op oude schoenen worden zij kampioen crisisbestrijding. En ze doen allemaal mee. Wie zijn oude schoenen inlevert krijgt per versleten paar 10% korting op de nieuwe aanschaf. Dus wie tien paar inlevert loopt vrijuit en kan de uitgave voor 100% nieuwe schoen weer in de spaarpot stoppen. Want mogelijk word je ziek of verlies je je baan of je huis. Hou dan actief vast aan je vertrouwen. Het komt goed.
Dus niet stoppen, dat is een passief werkwoord, maar aanwakkeren die angst. Opjagen die oude pensionada’s. Die happy few die het zich kunnen veroorloven weer eens uit de belastingjungle rendement te halen. Ze leven helemaal op. Het is voor hun topsport nummer twee, na het golven. Met grote ervaringsdeskundigheid halen de pensionada’s de laatste belastingvoordeeltjes uit de staatsruif en schenken dat met warme hand aan hun geliefde kinderen. Die het vervolgens als welkom appeltje voor de dorst apart zetten. Voor het geval ze de komende jaren maar drie in plaats van vier keer op vakantie kunnen.
Opgeteld bij de kinderbijslag is het dan misschien zelfs mogelijk om ook de kinderjuffrouw mee te nemen naar Malta of naar Cyprus. Over de keuze van de derde vakantiebestemming heerst nog twijfel. Maar we doen het met z’n allen. Met z’n allen voor allen en met z’n allen voor één. Heel belangrijk. Iedereen doet mee. In de participatiesamenleving is daar geen ontkomen aan. Participeren is belangrijker dan winnen. Alle participanten die niet kunnen of mogen winnen nemen hun verlies. Uiteraard met gepaste trots.
Met z’n allen op vakantie? Dan kan men ook met z’n allen demonstreren. Gelijke monniken, gelijke kappen. Deelnemen in plaats van innemen. Hoewel, deelneming kan erg innemend zijn. De sterkste schouders dragen de zwakste lasten en de zwakste schouders de sterkste. Zoiets? Laten we voor de verandering de boel maar eens omdraaien. Maar let wel op. In sommige gevallen kan participatie tot obstipatie lijden. En dan is het weer belangrijk dat je zodra je loslaat, op tijd je handen wast. Met duurzame zeep en bovenal in onschuld. En vergeet niet dan ook het gezicht te poetsen. Niet te hard. Want dan lijd je mogelijk gezichtsverlies.
Met de crisis, daarmee komt het ooit weer goed. Een mens moet ergens aan lijden. Heeft het leven anders zin? Dus kop op, schouders eronder en participeer die crisis eruit. Kleur de spandoeken en trek samen ten strijde. Ten strijde tegen het spook dat crisis heet.
Gelukkig hebben we een koning die nuchter, duidelijk en meelevend is in zijn uitspraken. Vanuit de troon moet dat ook wel. Het koningshuis biedt altijd troost. Aan zichzelf en aan de medemens. Zijn eerste troonrede kende in aanvang een sociale start vol empathie. De rest was ‘oude jongens krentenbrood’, ingegeven door een wereldvreemde vrijgezel in rokkostuum. Het rockte echter van geen meter. De schrijver van de troonrede liet bewust het woord bezuinigen uit de troonrede. Het werd geen enkele keer genoemd. Meneer Rutte spreekt liever over hervormingen en maatregelen. En Mark kent zijn klassiekers. De klassieke verzorgingsstaat uit de tweede helft van de twintigste eeuw heet voortaan participatiesamenleving. Opgeruimd staat netjes, moet ie gedacht hebben. Maar ik benoem hem bij deze tot grootste smeerpoets van de Nederlandse taal.
Onze economie en maatschappij zijn uit balans. Geen evenwicht in yin en yang. Boosheid en angst regeren. Het koffertje van 17 september weegt vijfhonderd kilo. Vijfhonderd kilo aan lastenverzwaring. Wie tilt eraan? Niet de regering. Die wikt en weegt in grammen. Het veroorzaakt gramschap in de samenleving. Stuurloos is de kapitein die de olietanker Hollandia probeert vlot te trekken. Nederland houdt de hand op de knip en daarmee zijn ballast in stand. Ballast Nederland zinkt langzaam dieper weg. We sparen ons steeds verder de crisis in, met geld dat we eigenlijk niet hebben. Pofgeld. Monopoliegeld. Waardeloos papier bijeengehouden door een strak en stevig elastiekje.
Waarschijnlijk leven we niet lang meer op grote voet. De schoenenreuzen weten dat. Zij schreeuwen alarm. Op oude schoenen worden zij kampioen crisisbestrijding. En ze doen allemaal mee. Wie zijn oude schoenen inlevert krijgt per versleten paar 10% korting op de nieuwe aanschaf. Dus wie tien paar inlevert loopt vrijuit en kan de uitgave voor 100% nieuwe schoen weer in de spaarpot stoppen. Want mogelijk word je ziek of verlies je je baan of je huis. Hou dan actief vast aan je vertrouwen. Het komt goed.
Dus niet stoppen, dat is een passief werkwoord, maar aanwakkeren die angst. Opjagen die oude pensionada’s. Die happy few die het zich kunnen veroorloven weer eens uit de belastingjungle rendement te halen. Ze leven helemaal op. Het is voor hun topsport nummer twee, na het golven. Met grote ervaringsdeskundigheid halen de pensionada’s de laatste belastingvoordeeltjes uit de staatsruif en schenken dat met warme hand aan hun geliefde kinderen. Die het vervolgens als welkom appeltje voor de dorst apart zetten. Voor het geval ze de komende jaren maar drie in plaats van vier keer op vakantie kunnen.
Opgeteld bij de kinderbijslag is het dan misschien zelfs mogelijk om ook de kinderjuffrouw mee te nemen naar Malta of naar Cyprus. Over de keuze van de derde vakantiebestemming heerst nog twijfel. Maar we doen het met z’n allen. Met z’n allen voor allen en met z’n allen voor één. Heel belangrijk. Iedereen doet mee. In de participatiesamenleving is daar geen ontkomen aan. Participeren is belangrijker dan winnen. Alle participanten die niet kunnen of mogen winnen nemen hun verlies. Uiteraard met gepaste trots.
Met z’n allen op vakantie? Dan kan men ook met z’n allen demonstreren. Gelijke monniken, gelijke kappen. Deelnemen in plaats van innemen. Hoewel, deelneming kan erg innemend zijn. De sterkste schouders dragen de zwakste lasten en de zwakste schouders de sterkste. Zoiets? Laten we voor de verandering de boel maar eens omdraaien. Maar let wel op. In sommige gevallen kan participatie tot obstipatie lijden. En dan is het weer belangrijk dat je zodra je loslaat, op tijd je handen wast. Met duurzame zeep en bovenal in onschuld. En vergeet niet dan ook het gezicht te poetsen. Niet te hard. Want dan lijd je mogelijk gezichtsverlies.
Met de crisis, daarmee komt het ooit weer goed. Een mens moet ergens aan lijden. Heeft het leven anders zin? Dus kop op, schouders eronder en participeer die crisis eruit. Kleur de spandoeken en trek samen ten strijde. Ten strijde tegen het spook dat crisis heet.
11-09-2013
Bitterzoet
‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Dat staat geschreven op een heel groot schreeuwend reclamebord, bovenop een rek. Een groot hoog rek vol marsepein, pepernoten, speculaas en ander suikergoed. Obstructief gestald in het meest gebruikte gangpad van mijn buurtsuper. Het snoepgoed lijkt net zo hard te schreeuwen als de grote kleurrijke letters die er boven hangen. Een schreeuw om aandacht.
Crisis in de supermarkt, crisis in Spanje. Dat mag duidelijk zijn. Helaas vallen de producten niet onder een van de artikelen die nu, tijdens de supermarktenprijzenoorlog, permanent goedkoper zijn geprijsd. Jammer, jammer, jammer. Ja, je gaat er eigenlijk spontaan van jammeren. Als consument wil ik uiteraard graag meedenken. Vandaar dat ik met mijn karretje onmiddellijk op zoek ga naar de ideeënbusje. Die hangt naast de flesseninname. Ik twijfel nog even. Ik voel nattigheid.
Worden mijn ideeën hier eigenlijk wel serieus genomen? Of worden ze stiekem geflest? Net als de Goeden-Doelen-bus die tevens naast de flesseninname hangt. Doorzichtig uiteraard. Zodat je goed kunt zien hoeveel statiegeldbonnetjes de weg gaan vinden naar projecten in Brazilië, Mongolië en Tanzania. Ja, je mag zelf kiezen waar jouw statiegeldbonnetje naar toe moet gaan. Enfin. Snel schrijf ik mijn idee achter op de korting bon die ik niet kan inleveren omdat het product van de bon al lang is uitverkocht.
‘Beste supermarktmanager, is het misschien een idee om het Sinterklaas snoepgoed permanent, het hele jaar door, op te nemen in jullie collectie. Liefst als A- en B-merk. En ja, andere letters mogen ook in het rek verschijnen. Bij voorkeur op ooghoogte. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam en bio, gesuikerd, genoot, het maakt me niet uit. Graag wel tegen scherpe prijzen. Ik moet immers op mijn kleintjes letten. Met vriendelijke groet, Mien (van ColumnX … by the way … de X ook graag opnemen in de collectie!).’
Mijn gedachten zweven bij de invoer van mijn idee meteen door naar ColumnX. De website voor schrijvers en lezers. Al 12 jaar lang. Die website is ook duidelijk onderhevig aan een tekort aan aandacht. Mogelijk ook als gevolg van crisis. Een creatieve crisis. Een schrijvers- en lezersblok. Niet te overzien. Daar moet ook permanent snoepgoed aangeboden worden. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam, bio, gesuikerd of genoot, het maakt niet uit.de crisis. Misschien een idee om ook daar een uithangbord in het gangpad te hangen.
In de gateway. Want schrijvers en lezers zoeken verbinding met elkaar. Zij zoeken bruggen die naar de juiste route leiden. Dus schreeuw het rond: ‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Vul die rekken. Permanent. Columns van A- en B-merken. Drie halen twee betalen. Laat het rek niet leegstaan. Te veel voorraad houden kost geld. Schaarste op creatief vlak werkt averechts en avelinks. Dus klim in de pen in plaats van in de boom en schudt los die pols en ledig het hoofd. Braak uit die columns en overspoel de markt. Ik garandeer het u. Het bevrijdt en leest een stuk prettiger. Het smaakt als suikergoed. Soms bitterzoet.
Crisis in de supermarkt, crisis in Spanje. Dat mag duidelijk zijn. Helaas vallen de producten niet onder een van de artikelen die nu, tijdens de supermarktenprijzenoorlog, permanent goedkoper zijn geprijsd. Jammer, jammer, jammer. Ja, je gaat er eigenlijk spontaan van jammeren. Als consument wil ik uiteraard graag meedenken. Vandaar dat ik met mijn karretje onmiddellijk op zoek ga naar de ideeënbusje. Die hangt naast de flesseninname. Ik twijfel nog even. Ik voel nattigheid.
Worden mijn ideeën hier eigenlijk wel serieus genomen? Of worden ze stiekem geflest? Net als de Goeden-Doelen-bus die tevens naast de flesseninname hangt. Doorzichtig uiteraard. Zodat je goed kunt zien hoeveel statiegeldbonnetjes de weg gaan vinden naar projecten in Brazilië, Mongolië en Tanzania. Ja, je mag zelf kiezen waar jouw statiegeldbonnetje naar toe moet gaan. Enfin. Snel schrijf ik mijn idee achter op de korting bon die ik niet kan inleveren omdat het product van de bon al lang is uitverkocht.
‘Beste supermarktmanager, is het misschien een idee om het Sinterklaas snoepgoed permanent, het hele jaar door, op te nemen in jullie collectie. Liefst als A- en B-merk. En ja, andere letters mogen ook in het rek verschijnen. Bij voorkeur op ooghoogte. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam en bio, gesuikerd, genoot, het maakt me niet uit. Graag wel tegen scherpe prijzen. Ik moet immers op mijn kleintjes letten. Met vriendelijke groet, Mien (van ColumnX … by the way … de X ook graag opnemen in de collectie!).’
Mijn gedachten zweven bij de invoer van mijn idee meteen door naar ColumnX. De website voor schrijvers en lezers. Al 12 jaar lang. Die website is ook duidelijk onderhevig aan een tekort aan aandacht. Mogelijk ook als gevolg van crisis. Een creatieve crisis. Een schrijvers- en lezersblok. Niet te overzien. Daar moet ook permanent snoepgoed aangeboden worden. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam, bio, gesuikerd of genoot, het maakt niet uit.de crisis. Misschien een idee om ook daar een uithangbord in het gangpad te hangen.
In de gateway. Want schrijvers en lezers zoeken verbinding met elkaar. Zij zoeken bruggen die naar de juiste route leiden. Dus schreeuw het rond: ‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Vul die rekken. Permanent. Columns van A- en B-merken. Drie halen twee betalen. Laat het rek niet leegstaan. Te veel voorraad houden kost geld. Schaarste op creatief vlak werkt averechts en avelinks. Dus klim in de pen in plaats van in de boom en schudt los die pols en ledig het hoofd. Braak uit die columns en overspoel de markt. Ik garandeer het u. Het bevrijdt en leest een stuk prettiger. Het smaakt als suikergoed. Soms bitterzoet.
01-09-2013
Bijzonder algemeen
Het betreft alle personen. Niet in details treden. Algemeen is een bijwoord. Het zoemt voortdurend in het hoofd. Het is er nauwelijks uit los te weken. Het is geen hommelwoord en ook geen wespwoord. Als het bijwoord probeert te steken heb je hommeles. Ingegeven door angst. Angst voor de angel. De bijangel. Probeer de angel niet uit algemeen te trekken. Je hebt dan meteen de poppen aan het dansen. Hommeles, niet te verwarren met hommelles.
Hommelles. Dat is lang geleden. Dat stamt nog van de lagere school. Op jonge leeftijd was ik al gebiologeerd door biologie. Bioloog, dat wilde ik vroeger worden. Maar helaas, mijn bio liegt niet. Hij logeerde op andere plekken. Ik ging iets doen met bijwoorden. Met bij voorbeeld, met bij zonder, met bij kans en ook met bij na. Ik nam ze allemaal bij de hand. Ik onderzocht de bijwoorden en stelde ze op schrift. Ik kwam erachter hoe hard ze staken. Vooral algemeen. Keihard. Verschrikkelijk. Dat vroeg om nader onderzoek.
Bijwoorden hebben geen behoefte aan hommelles. Bij lange na niet. Ze hebben sowieso een hekel aan iedere vorm van les. Ze balen ook van alle van dalen. Van dikke en van dunne. Van groene en van witte. Van betweters en lettervreters. Ik schreef het al eerder, algemeen betreft alle personen. Dus ook u. Laat u niet steken. In het bijzonder niet door een bijwoord. En denk er aan, als bijwoorden woorden hebben gaat het vaak mis. Bijen zonder woorden zoemen en steken des te harder. Het is maar dat u het weet.
Naast bijwoord is algemeen ook een steekwoord. Algemeen steekt overal zijn neus in. Het duikt overal in en op. Als rubriek, als categorie, als vrij veld, in vrijwel iedere gebruiksaanwijzing, in dagbladen, in het nieuws. Algemeen is overal. Heel gemeen. Het is een gemeen goedje. En gemeen goed kan heel fout zijn. Zeker in een maatschappij die niets op heeft met al, een maatschappij die veel meer leeft van ik. Van ikgoed, geen gemeengoed. Algemeen conflicteert met ik. Het steekt. Eigenlijk zou je moeten schrijven conflikteert.
Het ik heeft een bloedhekel aan gemeengoed. Het houdt liever alles voor zichzelf. Het enige algemeen dat een beetje door de beugel kan is bijzonder algemeen. In bijzonder algemeen ligt alles opgesloten. Zodra algemeen bijzonder wordt en begint te vloeden in over, kom je tot de kern. Zonderbaar vreemd, wonderlijk en zeldzaam. Bijzonder. Er is nood aan analyses en diepteonderzoek naar algemeen. Dat wordt zelfs door het individu onderkent.
Het ik in de maatschappij wil zich het liefst verbijzonderen. Onderzoek is nodig om oplossingen en maatregelen te vinden die voorkomen dat algemeen blijft tieren. Welig en alom. Er dreigt anders een gevreesde dood voor het ik. Bijzonder algemeen is het enige algemeen dat mag blijven. Bijzonder algemeen beteugelt ik in toegestane mate. Idealiter. Geen ik boven al, maar ik naast al. Ik en al. Ik en anderen. Samen ik. Bijzonder algemeen. Speciaal, vreemd, wonderlijk en bovenal zonderbaar.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Hommelles. Dat is lang geleden. Dat stamt nog van de lagere school. Op jonge leeftijd was ik al gebiologeerd door biologie. Bioloog, dat wilde ik vroeger worden. Maar helaas, mijn bio liegt niet. Hij logeerde op andere plekken. Ik ging iets doen met bijwoorden. Met bij voorbeeld, met bij zonder, met bij kans en ook met bij na. Ik nam ze allemaal bij de hand. Ik onderzocht de bijwoorden en stelde ze op schrift. Ik kwam erachter hoe hard ze staken. Vooral algemeen. Keihard. Verschrikkelijk. Dat vroeg om nader onderzoek.
Bijwoorden hebben geen behoefte aan hommelles. Bij lange na niet. Ze hebben sowieso een hekel aan iedere vorm van les. Ze balen ook van alle van dalen. Van dikke en van dunne. Van groene en van witte. Van betweters en lettervreters. Ik schreef het al eerder, algemeen betreft alle personen. Dus ook u. Laat u niet steken. In het bijzonder niet door een bijwoord. En denk er aan, als bijwoorden woorden hebben gaat het vaak mis. Bijen zonder woorden zoemen en steken des te harder. Het is maar dat u het weet.
Naast bijwoord is algemeen ook een steekwoord. Algemeen steekt overal zijn neus in. Het duikt overal in en op. Als rubriek, als categorie, als vrij veld, in vrijwel iedere gebruiksaanwijzing, in dagbladen, in het nieuws. Algemeen is overal. Heel gemeen. Het is een gemeen goedje. En gemeen goed kan heel fout zijn. Zeker in een maatschappij die niets op heeft met al, een maatschappij die veel meer leeft van ik. Van ikgoed, geen gemeengoed. Algemeen conflicteert met ik. Het steekt. Eigenlijk zou je moeten schrijven conflikteert.
Het ik heeft een bloedhekel aan gemeengoed. Het houdt liever alles voor zichzelf. Het enige algemeen dat een beetje door de beugel kan is bijzonder algemeen. In bijzonder algemeen ligt alles opgesloten. Zodra algemeen bijzonder wordt en begint te vloeden in over, kom je tot de kern. Zonderbaar vreemd, wonderlijk en zeldzaam. Bijzonder. Er is nood aan analyses en diepteonderzoek naar algemeen. Dat wordt zelfs door het individu onderkent.
Het ik in de maatschappij wil zich het liefst verbijzonderen. Onderzoek is nodig om oplossingen en maatregelen te vinden die voorkomen dat algemeen blijft tieren. Welig en alom. Er dreigt anders een gevreesde dood voor het ik. Bijzonder algemeen is het enige algemeen dat mag blijven. Bijzonder algemeen beteugelt ik in toegestane mate. Idealiter. Geen ik boven al, maar ik naast al. Ik en al. Ik en anderen. Samen ik. Bijzonder algemeen. Speciaal, vreemd, wonderlijk en bovenal zonderbaar.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
17-07-2013
We zijn er bijna
In de kaars is het fijn ontspannen. Maar niet met 40 km in de benen. Vandaag heb ik de hele dag in de schaduw gelopen van een militair. God wat was het warm. God? Die heeft makkelijk praten. Die zit zich vast te verkneukelen op een witte wolk. Gooi die regen toch eens even naar beneden? Koekenbakker! Ik hou het niet langer vol in de kaars. Wapper voorzichtig met mijn kuiten en rol mijn rug bol over het groene campingmatje. Ik voel me net een schommelstoel van zwaar eikenhout.
Ik mag plaatsnemen op de massagetafel. Komt nu dan eindelijk mijn dik verdiende toetje? De slagroom op mijn mars. You want a marsage? Fluitend rolt een hele dikke dame de tent binnen. Best grappig. Ze draagt zelf ook een tent. Zo te zien van canvas. Stralend gladgestreken wit. Het lijkt wel een yurt, zo groot is ie. Maar ze is het waard, ze kan het hebben. Ze draagt ook een pet. Met grote letters staat er schreeuwerig 'EHBO' op geschreven. Een beetje bedenkelijk kijk ik naar haar worstarmen. Worstelarmen zijn het. Mijn massagedroom valt in duigen. In haar linkerarm draagt ze een gereedschapskoffer. Ik vrees het ergste.
“U bent mijn eerste patiënt vandaag.” De witte yurt heeft een prettige zwoele stem. Een stem die niet past bij haar postuur maar mij wel gerust stelt. Ze zou zo kunnen deelnemen aan Giel Beelen’s zwoele goedemorgen contest. Zonder beeld. “Legt u uw benen maar gestrekt op de tafel.” Ik gehoorzaam onmiddellijk. Zwoele bevelen kan ik maar moeilijk negeren. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat mijn lieve beul een grote vijl uit de gereedschapskoffer haalt. “U heeft behoorlijk last van eelt zie ik. Wilt u met of zonder verdoving?” “Ehhh … doe maar met. ”Uit de koffer wordt een grote rubberen hamer tevoorschijn getoverd. Mijn licht gaat uit.
Als ik wakker word voel ik me zo fris als een hoentje. Maar ja, daar heb ik weinig aan. Die halen de 40 km meestal niet. Ik lig niet op mijn campingmatje maar in een heel groot bed. Hoe ben ik daar terecht gekomen? Ergens in de verte hoor ik een zwoele stem zingen: “Begin de dag met een dansje. Begin de dag met een lach. Want wie vrolijk kijkt in de morgen, die lacht de hele dag, ja, die lacht de hele dag.” “Ha, schat. Ben je al wakker?” Twee hele grote donkerblauwe ogen kijken me aan. “Opschieten vriend, als je de finish vandaag nog wil halen.” Het is de witte yurt, die me toespreekt. Ik schrik me kapot en besef plots wat er is gebeurd gisteravond. De yurt heeft een grote glimlach rond haar mond. Zo groot als een hangmat. “Hoe wil je je eitje lieverd?” Eitje, lieverd? denk ik, wegwezen en gauw ook.
Als ik op wil staan trekt mijn balzak mij terug. Ik kijk onder het laken en zie op kruishoogte een hele grote pleister. Verbaast kijk ik naar de yurt. Die haalt haar schouders op en zegt verontschuldigend: “Daar zaten ook wat blaren op.” Snel kleed ik me aan. Vannacht ben ik een klein beetje gestorven. Op naar de gladiolen, zonder hoentje. Ik neem mijn benen in de arm en ren snel weg. "Succes vandaag", roept de yurt me nog na. "Tot volgend jaar!" Ik dacht het niet.
Ik mag plaatsnemen op de massagetafel. Komt nu dan eindelijk mijn dik verdiende toetje? De slagroom op mijn mars. You want a marsage? Fluitend rolt een hele dikke dame de tent binnen. Best grappig. Ze draagt zelf ook een tent. Zo te zien van canvas. Stralend gladgestreken wit. Het lijkt wel een yurt, zo groot is ie. Maar ze is het waard, ze kan het hebben. Ze draagt ook een pet. Met grote letters staat er schreeuwerig 'EHBO' op geschreven. Een beetje bedenkelijk kijk ik naar haar worstarmen. Worstelarmen zijn het. Mijn massagedroom valt in duigen. In haar linkerarm draagt ze een gereedschapskoffer. Ik vrees het ergste.
“U bent mijn eerste patiënt vandaag.” De witte yurt heeft een prettige zwoele stem. Een stem die niet past bij haar postuur maar mij wel gerust stelt. Ze zou zo kunnen deelnemen aan Giel Beelen’s zwoele goedemorgen contest. Zonder beeld. “Legt u uw benen maar gestrekt op de tafel.” Ik gehoorzaam onmiddellijk. Zwoele bevelen kan ik maar moeilijk negeren. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat mijn lieve beul een grote vijl uit de gereedschapskoffer haalt. “U heeft behoorlijk last van eelt zie ik. Wilt u met of zonder verdoving?” “Ehhh … doe maar met. ”Uit de koffer wordt een grote rubberen hamer tevoorschijn getoverd. Mijn licht gaat uit.
Als ik wakker word voel ik me zo fris als een hoentje. Maar ja, daar heb ik weinig aan. Die halen de 40 km meestal niet. Ik lig niet op mijn campingmatje maar in een heel groot bed. Hoe ben ik daar terecht gekomen? Ergens in de verte hoor ik een zwoele stem zingen: “Begin de dag met een dansje. Begin de dag met een lach. Want wie vrolijk kijkt in de morgen, die lacht de hele dag, ja, die lacht de hele dag.” “Ha, schat. Ben je al wakker?” Twee hele grote donkerblauwe ogen kijken me aan. “Opschieten vriend, als je de finish vandaag nog wil halen.” Het is de witte yurt, die me toespreekt. Ik schrik me kapot en besef plots wat er is gebeurd gisteravond. De yurt heeft een grote glimlach rond haar mond. Zo groot als een hangmat. “Hoe wil je je eitje lieverd?” Eitje, lieverd? denk ik, wegwezen en gauw ook.
Als ik op wil staan trekt mijn balzak mij terug. Ik kijk onder het laken en zie op kruishoogte een hele grote pleister. Verbaast kijk ik naar de yurt. Die haalt haar schouders op en zegt verontschuldigend: “Daar zaten ook wat blaren op.” Snel kleed ik me aan. Vannacht ben ik een klein beetje gestorven. Op naar de gladiolen, zonder hoentje. Ik neem mijn benen in de arm en ren snel weg. "Succes vandaag", roept de yurt me nog na. "Tot volgend jaar!" Ik dacht het niet.
11-07-2013
Krachtmeting in zult
Ze zullen het weten in Leeuwarden en Maastricht. In Nederland, in heel Europa. Brabant wordt de culturele hotspot in 2018. Maar waarom zolang wachten? Het staat al sinds de eeuwigheid in de sterren geschreven. De sterren van Brabant. De sterren van van Gogh. In diep, diep blauw. Maak maar alvast een diepe buiging voor een krachtmeting in zult.
De voorrondes verkiezing culturele hoofdstad zijn al achter de rug. De jury gaf nog gratis tips. Kies Eindhoven als kartrekker want Brabant is zo moeilijk te profileren. Profielen zat, maar ja, kies er dan maar eens eentje uit? Van Abbe en de Pont streden en worstelden met SM en MOTI totdat het in de Gaviolizaal beierde. Bundelen die cultuur. Het is geen pot nat. Maak Brabant verkoopbaar.
Zult is verkrijgbaar in talloze varianten. Net zoveel als er slagers zijn. In principe is zult gemaakt van de varkenskopvlees, zwoerd en andere voor de verkoop onrendabele onderdelen. Als smaakmaker niet vergeten naast zout, kruiden en bouillon wat gehakte augurk en een klein scheutje azijn toe te voegen. En als roze slagroom op de taart colorozozout. Voilà dat eet nu cultuur.
En dan gaan we ook nog even met z’n allen voor de fanfare uit. Als enige provincie in Nederland zonder volkslied. Dat kan toch niet. Guus moet maar naar huus want zijn lied staat op springen. In 2018 gewoon een tour general, zonder pardon. Vullen die stadions met cultuurhooligans en zultkoppen. Philips, Lavans, Rat Verlegh, Koning Willem II, en Vliert here we come. Polonaise op de tribunes. En van te voren even vet oefenen. Door verplicht concertbezoek in 013, Effenaar, Mezz, w2 en Lakei. Let’s rock and roll. Vierkant rood en wit de vlag in stok. En dan uit volle borst Brabants joelen.
Affesere en nie bedinne. Petazzie zulde gai naar binnen griesele verrekte golliepaop. Meepesant hedde gai nog een tesnuzzik nodig zibbedeeske, of een schottelslet. Zo de eerste strofe van ons Brabants volkslied is vast klaar. En ik zeg oe, dat is geen Standaardnederlands. Dat hebben wij verleerd in de 16e en 17e eeuw. Helaas. Het Hollands beheerste toen de spraak en het Brabants de spelling. Ge moet het maor wete. Standaard. Aan munne fiets ja. Houdou. Brabantse dialecten zijn niet erkend en genieten geen enkele bescherming. Daar ligt nog een teer puntje.
Heem dat is waar de Brabander wil zijn. Heel Europa zal daar weet van krijgen. Want heel Brabant loopt kundig in kringetjes om zijn eigen heem. Op zelfgemaakte schoenen, uiteraard. Dat het allemaal mag baten. We gaan voor de zegen. Met z’n allen. Eindhoven de gekste. We sleuren alle Europeanen aan hun neus, dwars door woeste gronden, door zand, hei en stuif. En wie niet meer kan mag even paardje rijden dwars door Gruns en ven. Wie daarvan dorstig wordt mag even dommelen, trappisten of witjes baffen. Daarna proppen we de gasten vol met Bossche bollen en worstenbrood. Een zwaar beleg. Maar het zal ze gunstig stemmen. Niemand is de sigaar.
Op 6 september 2013 gaat de kogel door de kerk. Een jury zal dan één stad voordragen bij het Ministerie van OCW. Daar gaan waarschijnlijk zo’n honderd weesgegroetjes en tig processies aan vooraf. Maar vanuit de ton is al prinselijk orakeld. Leeuwarden en Maastricht krijgen aflaat. Brabant laat van zich spreken. Het staat in de sterren geschreven. Sint Bonifacius en Rieu mogen slechts naar de centjes fluiten.
De voorrondes verkiezing culturele hoofdstad zijn al achter de rug. De jury gaf nog gratis tips. Kies Eindhoven als kartrekker want Brabant is zo moeilijk te profileren. Profielen zat, maar ja, kies er dan maar eens eentje uit? Van Abbe en de Pont streden en worstelden met SM en MOTI totdat het in de Gaviolizaal beierde. Bundelen die cultuur. Het is geen pot nat. Maak Brabant verkoopbaar.
Zult is verkrijgbaar in talloze varianten. Net zoveel als er slagers zijn. In principe is zult gemaakt van de varkenskopvlees, zwoerd en andere voor de verkoop onrendabele onderdelen. Als smaakmaker niet vergeten naast zout, kruiden en bouillon wat gehakte augurk en een klein scheutje azijn toe te voegen. En als roze slagroom op de taart colorozozout. Voilà dat eet nu cultuur.
En dan gaan we ook nog even met z’n allen voor de fanfare uit. Als enige provincie in Nederland zonder volkslied. Dat kan toch niet. Guus moet maar naar huus want zijn lied staat op springen. In 2018 gewoon een tour general, zonder pardon. Vullen die stadions met cultuurhooligans en zultkoppen. Philips, Lavans, Rat Verlegh, Koning Willem II, en Vliert here we come. Polonaise op de tribunes. En van te voren even vet oefenen. Door verplicht concertbezoek in 013, Effenaar, Mezz, w2 en Lakei. Let’s rock and roll. Vierkant rood en wit de vlag in stok. En dan uit volle borst Brabants joelen.
Affesere en nie bedinne. Petazzie zulde gai naar binnen griesele verrekte golliepaop. Meepesant hedde gai nog een tesnuzzik nodig zibbedeeske, of een schottelslet. Zo de eerste strofe van ons Brabants volkslied is vast klaar. En ik zeg oe, dat is geen Standaardnederlands. Dat hebben wij verleerd in de 16e en 17e eeuw. Helaas. Het Hollands beheerste toen de spraak en het Brabants de spelling. Ge moet het maor wete. Standaard. Aan munne fiets ja. Houdou. Brabantse dialecten zijn niet erkend en genieten geen enkele bescherming. Daar ligt nog een teer puntje.
Heem dat is waar de Brabander wil zijn. Heel Europa zal daar weet van krijgen. Want heel Brabant loopt kundig in kringetjes om zijn eigen heem. Op zelfgemaakte schoenen, uiteraard. Dat het allemaal mag baten. We gaan voor de zegen. Met z’n allen. Eindhoven de gekste. We sleuren alle Europeanen aan hun neus, dwars door woeste gronden, door zand, hei en stuif. En wie niet meer kan mag even paardje rijden dwars door Gruns en ven. Wie daarvan dorstig wordt mag even dommelen, trappisten of witjes baffen. Daarna proppen we de gasten vol met Bossche bollen en worstenbrood. Een zwaar beleg. Maar het zal ze gunstig stemmen. Niemand is de sigaar.
Op 6 september 2013 gaat de kogel door de kerk. Een jury zal dan één stad voordragen bij het Ministerie van OCW. Daar gaan waarschijnlijk zo’n honderd weesgegroetjes en tig processies aan vooraf. Maar vanuit de ton is al prinselijk orakeld. Leeuwarden en Maastricht krijgen aflaat. Brabant laat van zich spreken. Het staat in de sterren geschreven. Sint Bonifacius en Rieu mogen slechts naar de centjes fluiten.
15-04-2013
Vleesvrees
Het gaat niet goed met ons vlees. Niemand weet meer precies wat ie in zijn kuip heeft. Het kuipvlees is niet meer te vertrouwen. Het probleem strekt zich uit tot ver buiten de grenzen. Berichten over vleesfraude verschijnen dagelijks in de media. Wereldwijd. En net als met alle huidige problemen van deze tijd ligt de hoofdoorzaak diep verstopt achter de muur van economische crisis. In de moderne tijd is het eten of gegeten worden.
Dus pas maar op varkens, dat jullie niet als eland versleten worden. Als lasagne in inbussleutelvorm.
Dus pas maar op hondjes, dat jullie niet als varken versleten worden. Als Samoaanse hotdogs.
Dus pas maar op paardjes, dat jullie niet als koeien versleten worden. Als foute koetjesrepen.
Dus pas maar op koeien, dat jullie niet als kamelen versleten worden. Met twee dikke uiers in de lucht.
De wereld op zijn kop. Het lijken wel de Middeleeuwen. Ook toen werd vet voor vlees gesleten. Voor economisch gewin. Het principe is heel simpel. Een disbalans in vraag en aanbod zorgt voor creatieve oplossingen. Een overschot aan kamelen en zwerfhondjes wordt gewoon opnieuw gelabeld. De overschotten uit het zuiden en het oosten spekken simpelweg het noorden en het westen.
Het is nog slechts een kwestie van tijd. Dan eten we in het noorden en het westen slangen als konijn en krokodil als kippenbil. Van alle maffe exotische insecten maken we straks lekker uitheemse ragout. We vullen daarmee onze kippen en kalkoenen en labelen ze dan met culinaire namen. Een hors-d'oeuvre van tarantula gegarneerd met zilveren spinnen rag. Een carpaccio van gefermenteerde miljoenenpoot op een bedje van gekaramelliseerde maaien. Een pastrami van geplette vleermuis hartstochtelijk gepekeld. Een terrine van gemalen vlinders en tijgermug, geserveerd met een toastje zwartkopmieren.
Ach van alle dieren is wel links en rechts wat vlees te gebruiken en met een juiste saus valt er genoeg te combineren. Een degelijke mix van kikker, kip en koe of van varken, paard en konijn of van ree, schaap en eend. Het maakt gewoon niet uit. Alle combinaties zijn niet te versmaden. Maar let wel goed op. Eerst met Croma goed doorbakken en braden. De grote vraag blijft alleen, wie is na deze culinaire mix uiteindelijk het haasje?
Dus pas maar op varkens, dat jullie niet als eland versleten worden. Als lasagne in inbussleutelvorm.
Dus pas maar op hondjes, dat jullie niet als varken versleten worden. Als Samoaanse hotdogs.
Dus pas maar op paardjes, dat jullie niet als koeien versleten worden. Als foute koetjesrepen.
Dus pas maar op koeien, dat jullie niet als kamelen versleten worden. Met twee dikke uiers in de lucht.
De wereld op zijn kop. Het lijken wel de Middeleeuwen. Ook toen werd vet voor vlees gesleten. Voor economisch gewin. Het principe is heel simpel. Een disbalans in vraag en aanbod zorgt voor creatieve oplossingen. Een overschot aan kamelen en zwerfhondjes wordt gewoon opnieuw gelabeld. De overschotten uit het zuiden en het oosten spekken simpelweg het noorden en het westen.
Het is nog slechts een kwestie van tijd. Dan eten we in het noorden en het westen slangen als konijn en krokodil als kippenbil. Van alle maffe exotische insecten maken we straks lekker uitheemse ragout. We vullen daarmee onze kippen en kalkoenen en labelen ze dan met culinaire namen. Een hors-d'oeuvre van tarantula gegarneerd met zilveren spinnen rag. Een carpaccio van gefermenteerde miljoenenpoot op een bedje van gekaramelliseerde maaien. Een pastrami van geplette vleermuis hartstochtelijk gepekeld. Een terrine van gemalen vlinders en tijgermug, geserveerd met een toastje zwartkopmieren.
Ach van alle dieren is wel links en rechts wat vlees te gebruiken en met een juiste saus valt er genoeg te combineren. Een degelijke mix van kikker, kip en koe of van varken, paard en konijn of van ree, schaap en eend. Het maakt gewoon niet uit. Alle combinaties zijn niet te versmaden. Maar let wel goed op. Eerst met Croma goed doorbakken en braden. De grote vraag blijft alleen, wie is na deze culinaire mix uiteindelijk het haasje?
Abonneren op:
Posts (Atom)