Posts tonen met het label writersblock. Alle posts tonen
Posts tonen met het label writersblock. Alle posts tonen

11-09-2024

Last van schrijfregels

Ik heb last van schrijfregels, meld me vandaag ziek, zwak en misselijk. Rode inkt druipt op het laken en ik heb flinke hoofdpijn. Balen, want eigenlijk wil ik een keileuk verhaal schrijven. Maar hé, ik ben ook maar een mens, een schrijver ga ik mezelf niet noemen. Dat doen jullie maar. 
 
Krijg nou tieten. Mien heeft zich vandaag ziek gemeld. Watje, loser, ongesteld, wat een flauwekul. Net nu ik zin heb in een maf verhaal. Want maf dat zijn zijn verhalen. 
 
Ik heb al tieten, merk ik op. Aan beide kanten een. En wacht, ik voel er ook een op mijn rug. Kan dat, ja dat kan. Want ik schrijf stiekem toch. Onder de lakens. Samen met mijn dokter. Heeft hij zelf voorgeschreven. En het werkt. Voel me plots welgesteld. Ik zing zelfs een liedje. Iets over zingen in een kerk en pilletjes. Zelf geschreven, nooit uitgebracht. 
 
Hé hallo, ik ben er ook nog. Waarom schrijf en zing je niet voor ons, beetje rollebollen met doktoren, hoed je voor hun sperma. Levensgevaarlijk. Ik kan wel een prikkelwoord opgeven, mocht je geen inspiratie hebben. Wat te denken van tapir of bakfietsmoeder. 
 
Ik doof mijn sigaret op het hoofd van de dokter. Hij geeft geen kick. Maar ik weet beter. Het brandt echt wel door. Ik ben genezen zeg ik. Je mag naar huis. Volgende week geen nieuwe afspraak. Zonder zich aan te kleden vertrekt hij. Ik denk: koud. Pak een blok noot en begin te schrijven. In de bakfiets van mijn moeder zit een tapir. Een flinke en hij leefde nog lang en gelukkig. 
 
----------------------------------------------  
 
Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #523 - Tegen de regels (10 september 2024) - Odile Schmidt Schrijf een kort verhaal dat tegen schrijfregels ingaat. Gebruik bijvoorbeeld tell in plaats van show, meer dan drie personages of laat het verhaal stagneren. Vooral je eigen schrijfregels niet volgen kan een interessant resultaat opleveren. Maximaal 300 woorden.

15-09-2016

Quasiecolumn

Wanneer het componeren van een column je voor problemen stelt, dan valt er maar een ding te doen.
Er voor gaan en alles uit je tenen halen, en vingers niet te vergeten, maar pas nadat het creatief heeft gestormd in je hoofd.

Raad is het, die ik ter harte heb genomen van een oude rot in het vak, een oud schrijvertje.
Toevallig kwam deze koekenbakker, die ik al even niet meer had gezien, bij mij langs.

Yes, net op tijd want ik begon toch wel behoorlijk te twijfelen over de start van een nieuwe column.
Uiteraard houd ik een lijstje bij met mogelijke onderwerpen, die vervolgens een eerste uitwerking krijgen in een notitieboekje.

In mijn geval een klein notitieboekje, aangezien ik de neiging heb om uit te weiden in weidse gedachten.
Ongetwijfeld zijn sommige uitweidingen zinvol en geven een column cachet; maar in het algemeen leidt het toch te vaak af die zijstapjes, van de hoofdzaak.

Prachtig is het dan wanneer een column zichzelf schrijft, of beter gezegd, zichzelf laat schrijven.
Aangezien dit niet vaak voorkomt zit ik regelmatig verlegen om columnstof en dwing ik mezelf mijn boekje te raadplegen.

Soms geeft het inspiratie maar in het huidige geval niet, de bladzijden die ik omsla zijn leeg en het lijstje biedt geen issues meer.
De nood is aan de man.

Fuck.
Gelukkig ben ik iemand die doorzet en moed put uit tegenslag, sterker nog tegenslag inzet als brandstof, die vervolgens kleine explosies veroorzaakt in het brein tussen de oren.

Hoera, ik vind eindelijk een onderwerp, het sluimert al een poos in mijn hoofd en is nu klaar voor outing.
Jammer alleen dat het onderwerp niet echt prettig bekt en wellicht wat schuurt.

Kan het door de beugel gezien de onrustige tijd waarin we leven?
Laat staan dat ik überhaupt de moed heb om erover te schrijven.

Zo zeker was ik heel even van mijn zaak, maar ik kan en mag hier gewoonweg niet over schrijven.
X-factor meegeven aan een column is zo ongeveer het moeilijkste wat er is.

Curieus maar waar, het onderwerp dat zich in mijn hoofd heeft genesteld bevat nu juist die X-factor.
Verleidelijk misschien om het dan toch in te zetten, maar in dit specifieke geval, wijzer niet te doen.

Behalve ...
Nee, niet doen zeg ik.

Mijn oprechte excuses aan de lezer, ik kan vandaag helaas niet leveren.

13-03-2014

Tintelende vingers

Een schrijver liep gebukt onder zijn eigen logge lome lichaam. Volgevreten van bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voorvoegsels, lidwoorden, tussenvoegsels en ander onnodig woordbeleg, was hij op zoek naar inhoud. Onlangs had hij zich nog te goed gedaan aan een paar hoofdstukken van Dale en wat paragrafen Taaladvies, gewoon voor de oefening. Maar helaas tevergeefs. Ook daarin was geen enkele inhoud te bespeuren. De schrijver was het moe om telkens woordtechnisch- en tactisch te opereren. Ook het verzinnen van nieuwe woorden gaf geen vreugde meer. En de inhoud bleef maar aandacht vragen. ‘Het moet ergens over gaan!’ Dat riep de innerlijke stem, die met grote passen ijsbeerde tussen de oren van de schrijver. ‘Het moet ergens over gaan!’

De schrijver kreeg steeds meer gezondheidsklachten. Hij bezweek bijna onder de ballast van het taaie writersblock, dat almaar groeide achter in zijn nek. Zijn vingers, polsen, ellebogen en schouders protesteerden. Ze werden het lange wachten op de output uit het hoofd moe. Zonder aanvoer van output was er geen noodzaak tot het maken van schrijfbewegingen en raakten de gewrichten langzaam op slot. Het hoofd op zijn beurt kon maar geen consensus vinden tussen linkse en rechtse gedachten. Het slaagde er niet in om de voortdurende gedachtebrij te vatten in een helder verhaal. Kortom zowel het hoofd als lijf en leden gingen gebukt onder het writersblock. Moedeloosheid en complete uitval lagen op de loer. Ook de zintuigen trokken zich langzaam terug. De ogen werden dof, de lippen droog, de neus raakte verstopt. Alleen de tast, die bleef intact. Ook al voelden de handen klam aan, ze waren nog immer op zoek naar warmte. Er was nog hoop.

Met een laatste, uiterste inspanning, wisten beide handen elkaar te vinden. Ze streelden elkaar en wreven elkaars witblauwe knokkels rood. De tinteling die daardoor ontstond gaf een fijn gevoel. Het bloed begon weer op een aangenaam tempo te circuleren. Wat had het bloed toch lang en stroperig zich door de aderen heen gezwoegd. Het was heerlijk om nu weer even te stromen. De tinteling werd door het bloed voortgestuwd en landde uiteindelijk ook in de ogen. De kleine volgelopen bloedvaatjes gaven de ogen sprankeling en zorgden ervoor dat de ogen weer wat groter de wereld inkeken. Gelukkig maar. Het fysieke herstel had onmiddellijk effect op de psyche. De gedachten konden zich het niet langer permitteren om te blijven bakkeleien. Ze werden opgehitst door het fysieke geweld dat zich innerlijk in de schrijver roerde. Het pulserend bloed dwong de gedachten tot het overgaan naar actie. En dat terwijl de schrijver zich al bijna had neergelegd bij het niet bereiken van consensus tussen zijn linkse en rechtse gedachten. ‘Het moet ergens over gaan!’, riep de stem nog steeds, inmiddels twijfelend ijsberend tussen de oren. ‘Een onderwerp wil ik, links, rechts, in het midden, het maakt me niet uit. Ik wil het nu!’

Intussen jaagde de zwelgend hete bloedstroom onrustig door het lijf van de schrijver. De aderen zogen al het bloed naar binnen, het gezicht van de schrijver trok langzaam wit weg. Dit gaat niet goed dacht de schrijver nog. Maar het was al te laat. Een flinke bloedprop raasde door zijn hoofd. Hevig geschrokken door de ernst van de situatie probeerde de stem de bloedprop nog tegen te houden. Maar de inhoud van de bloedprop was nu toch echt te groot geworden. Ruw duwde de bloedprop de stem aan de kant en explodeerde. Hoofd, lijf en leden vielen gelijktijdig om. De schrijver stierf in zijn harnas. Stram en stijf. Alleen een handvol tintelende vingers wisten het verhaal nog op te tekenen. Maar zonder inhoud. Helaas. Het zij zo.

11-09-2013

Bitterzoet

‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Dat staat geschreven op een heel groot schreeuwend reclamebord, bovenop een rek. Een groot hoog rek vol marsepein, pepernoten, speculaas en ander suikergoed. Obstructief gestald in het meest gebruikte gangpad van mijn buurtsuper. Het snoepgoed lijkt net zo hard te schreeuwen als de grote kleurrijke letters die er boven hangen. Een schreeuw om aandacht.

Crisis in de supermarkt, crisis in Spanje. Dat mag duidelijk zijn. Helaas vallen de producten niet onder een van de artikelen die nu, tijdens de supermarktenprijzenoorlog, permanent goedkoper zijn geprijsd. Jammer, jammer, jammer. Ja, je gaat er eigenlijk spontaan van jammeren. Als consument wil ik uiteraard graag meedenken. Vandaar dat ik met mijn karretje onmiddellijk op zoek ga naar de ideeënbusje. Die hangt naast de flesseninname. Ik twijfel nog even. Ik voel nattigheid.

Worden mijn ideeën hier eigenlijk wel serieus genomen? Of worden ze stiekem geflest? Net als de Goeden-Doelen-bus die tevens naast de flesseninname hangt. Doorzichtig uiteraard. Zodat je goed kunt zien hoeveel statiegeldbonnetjes de weg gaan vinden naar projecten in Brazilië, Mongolië en Tanzania. Ja, je mag zelf kiezen waar jouw statiegeldbonnetje naar toe moet gaan. Enfin. Snel schrijf ik mijn idee achter op de korting bon die ik niet kan inleveren omdat het product van de bon al lang is uitverkocht.

‘Beste supermarktmanager, is het misschien een idee om het Sinterklaas snoepgoed permanent, het hele jaar door, op te nemen in jullie collectie. Liefst als A- en B-merk. En ja, andere letters mogen ook in het rek verschijnen. Bij voorkeur op ooghoogte. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam en bio, gesuikerd, genoot, het maakt me niet uit. Graag wel tegen scherpe prijzen. Ik moet immers op mijn kleintjes letten. Met vriendelijke groet, Mien (van ColumnX … by the way … de X ook graag opnemen in de collectie!).’

Mijn gedachten zweven bij de invoer van mijn idee meteen door naar ColumnX. De website voor schrijvers en lezers. Al 12 jaar lang. Die website is ook duidelijk onderhevig aan een tekort aan aandacht. Mogelijk ook als gevolg van crisis. Een creatieve crisis. Een schrijvers- en lezersblok. Niet te overzien. Daar moet ook permanent snoepgoed aangeboden worden. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam, bio, gesuikerd of genoot, het maakt niet uit.de crisis. Misschien een idee om ook daar een uithangbord in het gangpad te hangen.

In de gateway. Want schrijvers en lezers zoeken verbinding met elkaar. Zij zoeken bruggen die naar de juiste route leiden. Dus schreeuw het rond: ‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Vul die rekken. Permanent. Columns van A- en B-merken. Drie halen twee betalen. Laat het rek niet leegstaan. Te veel voorraad houden kost geld. Schaarste op creatief vlak werkt averechts en avelinks. Dus klim in de pen in plaats van in de boom en schudt los die pols en ledig het hoofd. Braak uit die columns en overspoel de markt. Ik garandeer het u. Het bevrijdt en leest een stuk prettiger. Het smaakt als suikergoed. Soms bitterzoet.


24-06-2013

Pletletters

Toe
sla ze dicht
Mee passant
met hun bakkes
tegen
de keiband

Plat
met moker of hamer
De a en b voorop
Eindigend in y en z
Op z’n Grieks vanachter
tot ver in Metusalem

Beuk ze op hun kop
de letters van het alfabet
Opdat ze luisteren
en in de goede volgorde gaan staan
In het gelid
niet over de schreef

Dansend polonaise
puilend van inhoud
Letterkermis
in de achtbaan
Dichtgetimmerd
onder de kop van Jut

Pletletters
watertandend
languit gevloerd
Ze laten zich niet plooien
Dichter in rijm
de wanhoop nabij

26-04-2011

Dandelion

De lente spookt door mijn hoofd en maakt mij hoorndol. Met mijn achterbenen spring ik in de rondte en ik heb ongelofelijk veel zin in mals gras. Pluisjes vliegen door de lucht. Met mijn natte snufferd bestudeer ik alle varianten van de paardenbloem. Ik loei het uit en de zon schijnt warm op mijn dun behaarde schedel. Het broeit. Maar helaas, met schrijven wil het maar niet vlotten.

Ik lig op mijn rug en aanschouw de blauwe hemel. Hele kleine mini schapenwolkjes drijven door de lucht. Zonnestralen prikken in mijn ogen. Wat nu? In luchtschrijven ben ik geen ster. Ik ben meer van de sterrenhemel. In de nacht kom ik pas echt tot leven. Maar ook de nacht laat mij in de steek. De letters, woorden, zinnen willen maar niet komen. In verkeer in nooddruft. De lente helpt niet mee. Zij laat me ook in de nacht niet met rust. Vette muggenbulten, opgelopen tijdens wandelingen in de natuur zuigen mijn aandacht leeg. Het kriebelt en het jeukt.

Krabben helpt niet. Ook niet achter mijn oor. Ik peuter daarom mijn hersens maar leeg. Op zoek naar mooie woorden en zinnen. Zonder inhoud. Want dit keer heb ik niets te zeggen. Sprakeloos, gedachteloos vertoef ik in een woelige lentenacht. Zonder woorden, zonder zinnen. Het matras prikt in mijn rug. Ik woel verder in gedachten en zoek naar nieuwe drijfveren om te schrijven. Ik besluit te schrijven over niets en verzin zinnen in het luchtledige. Kleine luchtkastelen. Ik sta op en doe beneden het licht aan. Achter mijn bureau start ik mijn laptop op.

Het scherm is inktzwart. Tijdens het opstarten verzamel ik letters uit gestolde pennen. Ik peuter de letters los uit de opgedroogde inkt. Die harde inkt verpulvert in mijn handen. Ik voeg speeksel toe en klei vol inspiratie nieuwe letters. De letters zoeken elkaar op en versmelten. Nieuwe woorden vinden hun geboorte. De woorden klinken samen en vormen sierlijke zinnen. Het zijn nietszeggende zinnen die ontspruiten uit een onrustig brein. Ze rollen zichzelf languit uit op het scherm. In elektronisch perkament. De zinnen hebben rust gevonden. Een stukje proza is geboren, zomaar uit het niets. Pluizig uit mijn gedachten. Ik heb geen angst meer voor de lente.

Mien Dandelion

22-12-2010

Columnpies

Eén voor één tik ik de letters via mijn toetsenbord de laptop in. Daar mogen ze eventjes de polonaise dansen. In mijn hoofd rangschik ik vervolgens de letters tot woorden. Soms op de automatische piloot en soms in dichterlijke vrijage. De laptop schrikt er van. Hij raakt in de war van zijn eigen spelling. Zijn beeldscherm begint dan spontaan te knipperen. Alarmfase roodt wordt ingezet. Ho, ho, rood zonder t. Sommige woorden herkent mijn laptop niet eens. Dom blondje, zou je bijna zeggen. Van word wordt je soms echt gestoord. Om over in excel maar niet te spreken.

Het beeld van mijn laptop blijft zwart. Inktzwart. Dat komt omdat ik zwarte vingers heb. Dat krijg je van druipende inktcartridges. Ik ga bijna door mijn typelint als ik naar mijn vingers kijk. Een grote inktvlek druipt richting mijn laptop die naast de printer staat te lonken. Wachtend op wat nieuwe woorden. Hoe kan ik die vlek nou stoppen? Langzaam druipt de inkt richting laptop. Liever zag ik dat ie afdroop. Woorden schieten me nog steeds niet te binnen. Mijn hoofd probeert nog letters te ontwaren in de zwarte blinde vlek, maar helaas, tevergeefs.

Derde alinea en nog geen zinnig woord gerept. Rap rappen en dan schiet me vast iets te binnen. Zo niet dan wordt het weer eens als vanouds columnpies. Mijn neus trekt op. Ik schud de foute letters en woorden van me af en spoel door. Zoute zure oude lucht dringt door in mijn neusvleugels. Urine kristalliseert rondom de toetsen van mijn keyboard. De sleutel naar het schrijftoilet heb ik nog steeds niet gevonden. Ongeduld hoopt zich op. Ik houd het niet meer. De column dringt op mijn inktblaas. Hij moet de ether in. Nu. Zend.

Mien Tipt

23-07-2009

Buitelen

Ik heb zin om een column te schrijven. Ik neem plaats achter mijn laptop en stroop mijn mouwen op. Vervolgens tover ik een leeg vel uit mijn tekstverwerker. Het eerste woord wat mij te binnen schiet is buitelen. Nou vooruit dan maar. Het woord buitelt via mijn toetsenbord het witte vel binnen. Het woord kijkt me uitnodigend aan. Wat nu?

Ik denk na en als vanzelf komt een woordenstroom op gang. De woorden buitelen in sneltempo over elkaar heen. Ik heb zin om een column te schrijven. Ik neem plaats achter mijn laptop en stroop mijn mouwen op. Vervolgens tover ik een leeg vel uit mijn tekstverwerker. Het eerste woord wat mij te binnen schiet is buitelen. Nou vooruit dan maar. Het woord buitelt via mijn toetsenbord het witte vel binnen. Het woord kijkt me uitnodigend aan. Wat nu?

Oeps. Een writersblok dient zich aan. Een kilo bonbonblok zet helaas geen zoden aan de dijk. Ik peins. Aan oeverloos gezwam heeft de lezer geen boodschap. Ik zet mijn laatste redmiddel in. Vijf eetlepels calcium. Goed voor de hersenpan. De woordenbrij komt weer langzaam op gang. Ik voel chemie. Mijn zenuwen maken overuren. Een stormvloed aan woorden vliegt op de rug van dendrieten en axionen, dwars door craniale en spinale zenuwen, via hoofd en ruggraat, linea recta naar mijn vingers. De woorden trappelen van ongeduld. Ze willen opgetekend worden. Mijn vingertoppen tintelen van energie. Ik voel elektriciteit. Met het zweet op mijn voorhoofd tik ik de woorden letter voor letter in op het toetsenbord.

Met een hoog domino-effect buitelen de woorden, in bits en bytes, één voor één het witte scherm binnen. Ze vormen samen een mooie compilatie. Het writersblok is over de kling gejaagd. Nu is het nog slechts een kwestie van de woorden in de juiste proportie te schikken en te scheren. O ja, en iets met inhoud is ook wel handig, of toch liever optekenen in een lijstje? In het kader van buitelen besluit ik te kiezen voor het laatste. Dat wordt nog een heel gepuzzel. Ik dartel en ik duikel, ik totter en ik tuimel. Ik kukel en failleer, om uiteindelijk languit te culbuteren. Duizelig neem ik afscheid van mijn column.

Mien open zenuw