Posts tonen met het label zen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zen. Alle posts tonen

21-04-2023

Onderweg

Alsof er ook een bovenweg is
ergens achterop een zware motor
kronkelend langs binnenwegen
zoekend naar de top tevergeefs
immers nimmer gaan voor eindbestemming
onderweg zijn is veel belangrijker
schouwend na schouwend vooruit achterom
dolend vol beleven op zoek naar niets
aankomen is zo saai heet niet voor niets eindstop
veel liever koesteren den beginne
met geesten in de zadeltas
en Pirsig in de spiegel
because traveling is always better than arriving at your final destination
 
 
Inzending enige echte virtuele – de dichter is altijd onderweg – trofee op pomgedichten punt nl, beloond met zilver. Waarvoor dank! Lees ook de reactie en de andere inzendingen!
 

 

02-04-2023

Zen, me and AI

Ik tik af in perceptie
zie alles door een roze bril
chat met chap, a good lad
beetje stroef in ijzeren kaakspieren

bot is een beetje lijzig
slecht geslapen op de couch
spindoctor werkt nog aan concept
mist nog wat bits en bytes

de roze bril gaat af
de billen bloot
hoe diep gaat AI vandaag
heden verleden ten dage

computer says no
ai, ai, hij het er geen zin an
een offday zogezegd
kortom de stekker is er even uit

we halen zen erbij zunne
en dat werkt
onderhoud aan motor
olie in plaats van zand in de mond
 
--------
 
Inzending voor Pomgedichten, beloond met een bronzen plek, met een bijzonder commentaar van Pom. Chapeau. Lees hier het uitgebreide verslag.

30-04-2017

Columns van Harrie (april 2017)

Titulataris Orientalis / Verkeer / 27-04-2017


De chef van de Andere kant heeft een bijzonder verzoek aan mij. Ik moet mij begeven naar Galacticum Aarde en om precies te zijn naar Nederland. Een klein land naar het schijnt. Fysiek. Maar groots in zijn daden. En, niet geheel onbelangrijk, van grote importantie op ruimtegebied. De chef faxt me heel ouderwets wat foto's door van een klein mannetje met een vreemde ringbaard. Ik krijg onmiddellijk associaties met de dwergen uit de Ban van de Ring van Tolkien.

Een tweede fax volgt meteen na de eerste. Met slechts enkele woorden in kapitalen.
NEE, GEEN DWERG UIT DE BAN VAN DE RING.
Fax drie volgt, met opdracht.
Zoek deze man op. Grote haast. Is bij mijn weten reeds overleden. Maar als het goed is heeft de begrafenis (ja, op aarde begraven ze mensen, of ze verbranden ze in ovens of op brandstapels) nog niet plaatsgevonden. Vind dierbaren en praat met hen. Breng onmiddellijk verslag uit. Hevel belangrijke informatie over via spacetransmissie. Einde bericht.

Zo, zo, dus deze dwerg is van grote importantie. Hoewel. Zo klein is deze dwerg niet. Een meter zesenzeventig. Dat is iets kleiner dan ik. Enfin. haast geboden. Ik stap in mijn TARDIS en voer de meegezonden coördinaten in. Mmm ... over pakweg 24 aarduren ben ik op plaats van bestemming. Althans in de buurt van plaats van bestemming. Want ik weet nog niet waar de TARDIS precies zal landen. Op een kerkhof of bij een uitspanning. De krantenartikelen spreken van een populair figuur. Dus zal er een flinke locatie zijn afgehuurd. 

De TARDIS landt middenin een tuin. Een vreemde tuin. De bomen hebben vreemde vormen. Scheefgroei is het amper te noemen. Eerder rondgroei. Alle bomen en struiken hebben namelijk een cirkelvorm. En nee, het is geen buxustuin. Uit de verte klinkt muziek. Ik kan het nog niet goed thuisbrengen, het klinkt een beetje vreemd. Klassieke muziek maar dan in bizarre toonhoogtes. Afgewisseld met irritant geklepper van castagnetten. Heel storend. Naar het schijnt was de dwerg Titulataris zeer gefascineerd door handklepmuziek. De bosschages weet ik nu ook in een keer te plaatsen. Orientalis. Bolle vormen uit de orient. Verklaart ook meteen de bijnaam van onze vriend die helaas niet meer is. Titulataris Orientalis. 

Mijn aankomst lijkt ingeseind of doorgebriefd. Ineens verzamelen zich een tiental look-a-likes Titulatarissen om mij heen. Waar komen ze vandaan? Het blijkt een fanclub te zijn. Het opperhoofd die, u gelooft het niet, op een haar na lijkt op Titulataris Orientaris, neemt het woord. Hij heeft een vreselijke hoge piepstem die niet van hemzelf lijkt. Hij houdt het dan ook amper drie zinnen vol en gaat dan over op zijn eigen moeder natuur klanken. 
Ik word van harte welkom geheten. Ik krijg ook inzage in het archief van Titulataris. Maar pas nadat er stevig getoost is op de overledene. May he rest in peace! Hear, hear!

We gieten in no time zes advocaatjes met slagroom achterover en gaan over tot de orde van de dag. Ik krijg inzage in een wonderlijk archief, waarvan zelfs ik als oppertechneut ga blozen. Man wat heeft dit vreemde kereltje rare dingen ontdekt, ontworpen en voorspeld. En allemaal uitgekomen. Het is haast ongelooflijk, wat zeg ik, onvoorstelbaar.

Ik maak nog even kennis met de naaste familie en vrienden en duik dan snel weer de archieven in. Een ding fascineert me ten zeerste. Een black box met vraagteken en uitroepteken en de tekst: Niet openen voor 2018! Ja, dag. Dan moet je bij mij zijn. Ik verzin een list en verzoek mijn mede-nieuwsgierigen het archief te verlaten. Met licht verzet nemen de heren en dames jaloers afscheid. En ik? Ik snijd de zwarte doos open met mijn Zwitsers zakmes dat ik standaard bij me draag. Een handig hebbedingetje dat ik dertig jaar geleden heb ontvangen van een Zwitserse gardeofficier. Wat zou er uit de doos verschijnen? Een hoed? Niets. Alleen een kleine standaard met een tekstbord. GEFOPT! Dat staat er. In koeien van letters geschreven. Of in letters van koeien zo u wilt. Op z'n Lakenvelds. Wat een humor. RIP Titulataris Orientalis (aka Chriet Titulaer).


Geest gezocht / Verkeer / 25-04-2017

Ik bevind me in Niemandsland. Althans zo lijkt het. Maar niets is minder waar. Ik ben er stiekem van overtuigd dat het land waar ik nu doorheen cross vergeven is van geesten. Dat kan haast niet anders. In de bergen leven geesten. Berggeesten zo is me ooit verteld en ik ga er naar op zoek. In opdracht van mijn Chef van de Andere Kant. Mijn TARDIS heb ik veilig geparkeerd in het dal. De uitklapmotor paste er net in. Uitklapmotor? Ja, ik maak in de bergen gebruik van een klein crossmotortje. Een Suzuki om precies te zijn. Dat rijdt het beste in de bergen. Een uitklapbaar 500cc motortje. Meer heb ik niet nodig. Ik wil de geesten ook niet meteen wakker maken. De uitklapmotor is overigens ook weer inklapbaar. Wel zo handig. Onder de zetel van de klapmotor heb ik een klein tentje verstopt en wat kampeerspullen. Voor de eerste hulp bij ongelukken en voor het geval ik niet meteen een geest vind. You never know.

Het landschap is prachtig. En zo nu en dan hoor ik naast de cadans van de motor een merkwaardig gezoem. Het klinkt veel te hard voor een insect maar daar doet het mij het meest aan denken. Is het misschien een geest? Hoor ik spoken? Dat zou mooi zijn. Ik houd de omgeving goed in de gaten. Daar is het geluid weer. Nog harder als voorheen. Ik herken nu ook wat spraak. Een vreemde taal. Zoveel weet ik zeker. Geen fab four taal. Geen Engels, Spaans, Frans of Duits. Ik ken mijn klassiekers. Het is eerder Russisch. Maar dat versta ik dan weer niet. Heb ik weer. Een geest die Russisch spreekt.

Voor me op de grond, zo'n vijftig meter voor de motor land ineens een vreemd beest op de bergweg. Het lijkt nog het meest op een sprinkhaan met grote witte vleugels. Die heft ie gevaarlijk boven zijn hoofd uit en spreidt ze breed. Alsof ie mij wil tegenhouden. Ik trap op de rem. Ik ben een boeddhist die zijn vak verstaat. De sprinkhaan spreekt inderdaad Russisch.

"Dobre denkski probleska comneska graputi kontexta drappulo dritaxi."

Ja, ja. Russisch of Chinees. Ik ben het kwijt. Kan net zo goed Pools of Japans zijn of Latijn.
Ik parkeer mijn motor, stap af en maak met mijn gebalde linkerhand, waarvan ik de wijsvinger heb uitgestrekt een roterende beweging bij mijn linkeroor en schud gelijktijdig mijn hoofd van links naar rechts. Oftewel, ik maak duidelijk dat ik er niets van verstaan heb.

"You in Karpaten, Seeking ghosts. I ghost. You're ghost!"

Het zal niet waar zijn. Nooit geweten dat er in de Karpaten ook Engels wordt gesproken. Laats staan door een look-a-like sprinkhaan met grote witte vleugels.
Het beest van pakweg dertig centimeter groot buigt langzaam voorover en spreidt beide vleugels zachtjes voor zich op de grond. Heel elegant. Adrem geef ik de sprinkhaan antwoord.

"Are you my ghost or my host? I don't get it! My name is Doctor Who by the way, and what's your name?"

De sprinkhaan kijkt me smalend aan.

"I know who you're. My name is Doctor Who too. I'm your ghost and host. Let me lead you to the door of your heart, or do you prefer the door to your soul?"

Ik begin nu toch wel een beetje te zweten. Langs mijn ruggegraat voel ik de druppels in mijn leren motorbroek lopen. I never wear underwear under your motorsuit. Verhip, nu betrap ik me zelfs op het denken in Engels. Dat is niet goed. Een teken aan de wand. Ik ben of dronken of ik ijl.

"You're dreaming. That's okay. It's the first step to consideration and depth. Now you have find me, you can take me with you, forever. For example, to your boss."

Geen denken aan. Ik ga toch niet mijn eigen geest meenemen naar mijn Chef. Dat is vragen om problemen.

"Do you know any other ghost?"

"Yes!"

"Can I meet one?"

"I bet you want to meet a mountain ghost!"

"How do you know?"

"Well I'm your ghost remember, ghosts know everything about the past, the present and the future!"

"Okay, then lead me to the nearest mountain ghost!"

De sprinkhaan sluit zijn vleugels voor zijn kleine kraaloogjes en mompelt iets in het Nederlands. Hoe weird ineens!

"Kwaliteit is het mysterieuze, innerlijke doel van ieder creatief mens. Dat si wat je zoekt mijn lieve vriend. Je bent helemaal niet op zoek naar een berggeest. Zoek uzelf vriend en ga heen!"

En plop. de sprinkhaan is weg. Met de horizon verdwenen. Ik zie ook geen horizon meer. Alleen maar zware bergen. En ik moet nog zo ver. Zal ik kwaliteit ooit vinden? En hoe zit het dan met de berggeest? Ik moet er een vinden. Vroeg of laat. Ik lijk wel gek te worden. Zo voelt het als ik weer op de motor stap. Waanzin begint me te achtervolgen. Ik moet hier rap wegwezen.

Dan stapt ineens een stukje berg de weg op. Wat is dat. Ik rijd mezelf bijna te pletter.

"Hier heb je je berggeest minkukel!".

In de berg die voor me staat zie ik een piepklein mondje bewegen.

"Ik geef je een goede raad, tevens vraag. Als je het antwoord weet ga ik met je mee. Vrijwillig."

Mijn ogen, oren en hersenen draaien overuren. Hoe krijg ik die berg überhaupt mee in de TARDIS?"

"Maak je geen zorgen vriend, ik pas telekenetisch nog in je broekzak, antwoord op mijn raadvraag: "Wer reitet so spüt durch Nacht und Wind, es ist der Vater mit seinem Kind".

Bizar. Ik snap er niets van maar weet wel onmiddellijk het antwoord. Ondanks dat het antwoord reeds gegeven lijkt.

"Ik!"

Zonder blikken of blozen krimpt de berg ineen tot broekformaat en verordent mij hem in mijn broekzak te steken. Aldus geschied. Wat ben ik blij. Ik durf geen vragen meer te stellen, start mijn motor en rijd richting TARDIS. Thuisgekomen ontvangt de Chef van de Andere Kant mij met open armen.

"En!"

Trots haal ik de berggeest uit mijn broek.

"Is dat alles?!"

"Dat is alles en niets. De waarheid."

Zowel de berggeest als ik schieten in de lach. Wij weten beter. RIP Robert Pirsig


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

26-04-2017

Drama Lechniatskinsky

Ze kennen elkaar al een eeuwigheid, Greorge, Pjotr en Wrisky. Nog voor het bestand van Lechniatskinsky. En nu, op dit moment, hebben ze elkaar het hardste nodig. Liggend op het strand van Snytnobirks, op de buik in het zand, de handen op de rug gekneveld, prop in de mond, voeten vastgebonden aan strandpalen, wachtend op de vloed. Totaal uitgeput. Ze kunnen helemaal niets meer. Het enige dat ze nog delen met elkaar zijn dezelfde gedachten. Zwevende gedachten. Niet aan de dood. Nee, aan hun grootste liefde. Aan Natasja, die ze allen liefhebben, Natasja Blowdimir. Waar ze allen ooit het bed mee deelden, op ieders eigen wijze, niet wetend van elkaar. Toen geluk nog heel gewoon was. Natasja uit Lechniatskinsky, waar is ze nu gebleven? Hun allerliefste maatje.

De zee kruipt steeds dichterbij, is haast voelbaar, de wind waait schuimvlokken in hun gezicht. In wanhoop schrijft Wrisky met samen geknoopte voeten de naam van zijn grote liefde in het zand. Hij kronkelt zijn lijf en duwt twee gekromde grote tenen in het zand.

N A T A S

Na de S krijgt hij kramp. Pjotr kijkt hem boven zijn knevel zijdelings aan. Zijn wenkbrauwen zitten bij zijn haargrens. Hij snapt wat Wrisky doet. Ook hij begint met zijn lijf te kronkelen.

N O G 1 K E E R W I P

Dan slaat de artrose toe. Vervolgens krijgt Greorge in de gaten dat zijn vrienden rare lichaamsbewegingen maken, alsof hun laatste uur geslagen is. In pure wanhoop kromt hij zijn tenen en graaft in het zand.

H E L P

Langzaam glijden de golven tegen de hoofden van de drie mannen. De krampachtig geschreven noodkreten in het zand zullen weldra verdwijnen. What’s on a man’s mind in zijn laatste seconden? Gedeelde vriendschap, geliefden en seks, veel seks. Drie levens schieten voorbij in koude hoofden. Totdat één hoofd plots een kluts krijgt.

“Au”, schreeuwt Pjotr binnensmonds. Zijn kreet botst hard op de prop. De prop schiet naar buiten. De golven die langzaam aanzwellen maken zijn mond ook nat.
“Verrek, een fles. Jongens. Een fles met inhoud. Een brief. Van wie?”

De fles drijft mee op een golf. Met een laatste stuiptrekking klemt Pjotr de fles tussen zijn benen. “Krak”, zegt de fles en breekt. De brief glijdt eruit en rolt open op het water, drijft mee op een terugtrekkende golf. In een flits leest Pjotr vier dichtregels. Een noodkreet.

Voor wie mij vindt
En mij bevrijdt
Die wacht gezwind
De eeuwigheid

Was getekend,
Hoogachtend,
De geest in de fles

Pjotr kronkelt van opwinding.
“Jongens, wat een geluk, mij wacht de eeuwigheid,” schreeuwt hij enthousiast.
Hij kijkt naar zijn vrienden die heftig kronkelend naar hem staren. Hun blikken zijn dodelijk, het door de prop gesmoorde gemor is duidelijk herkenbaar als gevloek in alle toonaarden.

“Rustig nou maar, ik verzin wel een list,” sust Pjotr.
“Ik weet het!” roept hij. “Blijven kronkelen, neem je benen mee, ruk aan het touw dat vastzit aan de paal. Als de zee omhoog komt laten we ons drijven. Op het water. ONTSPANNEN. Zen. Daarna is het een fluitje van een cent, de paal komt onder water en wij zijn los!”

Het protest van zijn vrienden bereikt een hoogtepunt. Paniek in de ogen. Hoe kan je in hemelsnaam ontspannen in deze positie!? Wind op het strand zwelt aan. Zo ook de windzang. Horen ze het goed? Vertelt de wind hen een lied?

“Habe Mut und treue Zen … habe Mut und treue Zen … habe Mut und treue Zen …”

Het lijkt wel een mantra. Unsagbar schön. Wolken drijven over. Pijlsnel. In vorm en stijl van mantaroggen. Mooi. Zo mooi. Eindigen hier drie levens? De vloed is op zijn hoogst en drie lijven dobberen op het water. Het hoge water heeft een voordeel. Greorge en Wrisky raken nu ook verlost van de prop in hun mond.

“We moeten iets doen mannen!”, roept Greorge opgelucht.

“Zingen!”, schreeuwt Wrisky.

“Ja, ja, zingen", vult Pjotr aan, "Ramses, kop op mannen!”

“Zing, vecht, huil, lach, bid, werk en bewonder!
Zing, vecht, huil, lach, bid, werk en bewonder!
Zing, vecht, huil, ... niet zonder ons …!”

Een klein roeibootje nadert. Nee, het is niet waar? De mannen kunnen hun ogen niet geloven. Een geest, een geest. Natasja!

“Ik kom voor mijn ware liefde”, zegt ze met zwoele stem, licht hijgend door de inspanning van de lange tocht.

“Dat ben ik!” roept Wrisky.

“Nee, ik!” schreeuwt Greorge.

“Mijn liefste, je hebt mijn roep om hulp gehoord”, fluistert Pjotr, aangedaan door haar telepathische vermogens.

“Ja, mijn liefste Pjotr, maar het is Greorge die ik begeer, ik kom hem redden van de wisse verdrinkingsdood!” verzucht Natasja met haar beiden handen tegen haar flinke boezem gedrukt, niet opmerkend dat de peddels in het water glijden.

“Maar ik heb net de eeuwigheid gekregen?!” schreeuwt Pjotr gefrustreerd.

“Daarom juist”, zegt ze, haalt een mes tevoorschijn en snijdt het touw aan Greorges handen en voeten door.

“En Wrisky en ik dan?”

“Tja, jullie redden jezelf wel, toch?”

“Maar waarom Natasja? Betekende die mooie zwoele nachten niets voor jou? Waarom?”

“Ja, waarom lieve Nat, ook wij hebben samen goed doorgehaald toch?” vult Wrisky aan. 
“Toe, doe ons dit niet aan, verlos ons!”

“Sorry jongens, geen plaats in de boot!”

Ondertussen hijst Natasja de uitgeputte Greorge in de boot en vlijt hem tegen haar boezem. Greorge komt helemaal bij en nieuwe adrenaline stoot naar al zijn lichaamsdelen. Hij kan nog amper nadenken. Zijn gedachten focussen zich naar twee zaken en maken achtereenvolgens een buik- en hoofdhinkel. Een merkwaardig gevoel in zijn onderbuik duidt op een intens en haast onweerstaanbaar verlangen naar seks met Nat. Maar de hoofdhinkel wint het van de buik. Zijn vrienden in de steek laten? Dat nooit!

“Sorry Natasja, maar mijn vrienden zijn mij lief. Eén voor allen en allen voor één. Je moest eens weten wat voor een toffe gozers Wrisky en Pjotr zijn, dat moet jij toch weten. Kop op meid. We delen de boot en gaan desnoods met zijn allen vrijend ten onder.”

Maar Natasja is niet gek. Ze voelt dat de boot wordt meegezogen door een terugtrekkende vloed en grijpt snel naar de peddels. Maar, maar, maar … waar zijn die gebleven!

“Oké dan!” Ze beseft dat ze alle mankrachten nodig heeft om Greorge en zichzelf in veiligheid te brengen. Ze geeft het mes aan Greorge. Hij snijdt zijn drijvende kameraden los en helpt ze de boot in.

“Samen alweder in hetzelfde schuitje”, grijnst hij.

Pjotr en Wrisky grijnzen zuur terug. De afgewezen mannen zinnen ieder voor zich op wraak, een zoete. Vooralsnog moet iedereen de handen, zelfs hele armen uit de mouwen steken en terwijl Natasja ter aanmoediging een zeemanslied inzet, maaien de mannen half uit de boot hangend door het woeste water.

De wind trekt aan, golven zo hoog als huizen dreigen in de verte en komen dichterbij. De boot maakt water. In paniek scheppen ze gezamenlijk zoveel mogelijk water uit de boot maar het is vechten tegen de bierkaai. Een grote golf nadert en vol afgrijzen staren ze naar het bakbeest dat hun lot bezegelt. De boot kantelt. Ze gaan kopje onder. De woeste baren sleuren de halve notendop mee in hun wilde dans. Alleen Pjotr klampt zich vast en laat de boot niet los. Als de zee kalmeert klimt hij op de onderkant van de boot die nu boven ligt. Hij roept zijn maten en Natasja natuurlijk. Het blijft stil. IJzingwekkend stil. Daar drijft hij dan, Pjotr. Zijn wens is uitgekomen. Tot in de eeuwigheid. Alleen.

Co-column geschreven door Esther Suzanna en Mien

20-04-2017

Vrees bewaarheid

Leugens om bestwil boezemen soms angst in. Zowel bij de drager als de ontvanger. Als drager van de leugen wil je de ontvanger liefst niet opzadelen met een rotgevoel. Sterker nog, de leugen om bestwil moet dat juist voorkomen. Maar stel nu, dat de drager zelf vrees heeft voor de waarheid. Dan heeft ie een probleem. Zijn vrees bewaarheid, dat hij zijn eigen waarheid moet inslikken en verpakken, verhullen als het ware. En voor hoelang? Niet onbelangrijk. Hoe lang moet hij als drager van de leugen de waarheid verstoppen? En weegt de vrees voor waarheid wel op tegen het ongemak van de leugen. Waarom niet meteen vertellen waar het op staat? Ik ben er klaar mee. Klaar! Nee, hoor. Stug volhouden, tegen wil en dank. Ik ga het je niet vertellen. Ik vertel jou een leugen om bestwil. En dat terwijl je verrekte goed weet dat de wil niet best is.

Veel beter zou je de bestwil inruilen tegen bestmag of beter nog bestkan, nee nog beter, bestmoet. Bestmoet doet goed. Het voelt als een verzadigd loslaten van stoelgang. Opluchting. Relieve. Ben lief. Opnieuw lief. Relief. Geen enkele vrees hoeft daarna nog bewaarheid. Loslaten. Zo fijn. Waarom reageren mensen juist zo bangelijk? Op loslaten. Wat heeft een mens te verliezen? Wat houdt ie vast? Leugens om bestwil. Wat een energie dat kost. Loslaten, loslaten. Geen wrijving meer, geen energieverlies. Wat schuurt moet bevrijd. Een mens moet zijn. Wezen. We en zen moeten we wezen. Dat helpt. Met elkaar. Met elke aar van ons zijn. Met vriendelijk gebaar. Loslaten zeg ik. Baren. Onbevreesd. Het geeft lucht en leven. Waarheid. Laat het los. Alle waar en al het ware. Uiteindelijk gaat iedereen dood. Vrees niet langer waarheid en bewaarheid. Angst is een dooddoener. Laat los.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Vrees bewaarheid (23-03-2017)

29-02-2016

Schrijfveren Februari 2016

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Laat jij je verzorgen? (05-02-2016) Zie ook Schrijfveer 04-11-2015 met dezelfde titel

Ja. Door alles en iedereen wat maar mogelijk is. Zorg is aandacht en dat is tevens de motor van ons bestaan. Naast liefde uiteraard. Zorg en liefde makes the world go round. Als dat er niet meer is dan houdt zo'n beetje alles op. Om te beginnen met het leven. Daarna volgt de dood. Zo simpel is het. Voor de gelovigen onder ons. Er zijn ook mensen die geloven in geld. De Dagobert Ducks. Ze eten de god ganse dag eendenpaté. Uit blik desnoods. Een keer per week gaan ze met hun moeder naar het restaurant. Uit goede sier doen ze dat en voor het podium. Omdat het zo hoort. Maar wie zorgt er nu voor mij? Jezelf natuurlijk. Op zijn best. Zijn paasbest, maar ook met kerstmis. En op je verjaardag. Wie zorgt er dan? De gasten. De darm, de lever, het hart, de longen en de skin. Ze hebben alle zorg nodig. Hang de slingers op aan je lijf en wrijf het goed in. Zodat het de zon, de wind en de regen goed verdraagt. Zorg begint bij liefde. Daar heb je geen selfiestick voor nodig. Ook geen sm. Sociale media. Sado masochisme. Het is maar wat je verkiest. Nog drie minuten zorg ik voor mezelf. Ik schreeuw het uit. Zorg komt voor de liefde. Zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander. Wie zorgt voor zichzelf en voor de ander heeft veel minder zorgen. Zorgen voor de zorgen. De rest komt morgen. Ik laat me verzorgen in mijn zorgen. Ver en dichtbij. Er is moed voor nodig. Moedig is de zorgvrager. Zo ook de zorgdrager. Het zijn de schouders die het doen. Schudt er maar eens goed mee. Omhoog en omlaag. Trek ze op. Nee niet je neus ...


Een vrij duistere sfeer (18-02-2016) Zie ook Schrijfveer 02-11-2015 met dezelfde titel

De berg lonkt. Groen is zijn voet, grijs zijn rug en wit de nek. Ik rijg mijn veters nog eens stevig aan en gooi een kleine rugzak op de rug. Van Carymore. Of hoe heet dat merk ook alweer? Genoeg bevoorrading voor een zonnige dag. Twee liter water en een hele hoop koeken. Noten en Dextro bij de hand. Eigenlijk nog nergens voor nodig. Maar het hoort bij de spanning. De spanning en de weet van het wordt weer een mooie dag.

Het eerste stuk is een verharde weg met vals plat. Deze berg kent geen binnendoor. Helaas. Vol verwachting speur ik de berm af naar het eerste rood-wit. Een versleten redder in de nood op grote hoogte, in het dal twee gelikte strepen verf op een hardhouten richtingwijzer. De richtingwijzer kent halverwege plots meerdere rood-witten. Zonder kaart weet je bijna nooit waaraan en waaraf. De rugzak klots nu tegen de groene vegetatie van den en spar. Mijn benen worden nat van het struikgewas. Het is nog ochtend. Op en neer en op en neer.

Heel langzaam wordt het zompig pad hard. De eerste kiezels verschijnen. De kiezels worden steeds groter. Het grijs blinkt wit. Tijd voor de zonnebril. Ik klok. Water en tijd. Kleine pauze met banaan en boterham. Ik loop nu van ontspanning naar inspanning. Mijn blik gaat omhoog. Ik vrees heel even voor de uitspanning. Die wordt plots donker. Nee, niet nu. Alsjeblieft. Geen duistere sfeer op deze mooie dag. Niet nu.

Ik doe mijn rugzak af en duik naar de bodem. Een lullig plastic regenjasje, knaloranje, moet de weergoden verzoeken zo snel mogelijk op te zouten. Het helpt. Hup, hup, Holland hup ... staat op mijn rug geschreven. De stortbui geeft een aangename cooling-down. Head up naar de piek. Ik kan hem nu zien. Soms, heel soms. Om de hoek. Hij prikt de zon haast lek. Sounds of music.


Leren handwerken (19-02-2016) Zie ook Schrijfveer 07-11-2015 met dezelfde titel

Sneeuw dwarrelt uit de hemel. Wit op blauw. Ik trek mijn leren handwerken aan. Het is nodig. De rode knokkels kunnen de kou niet langer verdragen. Het kost vandaag moeite om op gang te komen. De straat lijkt niet meer op gisteren. Heel even het paadje kwijt. Mijn schoenen trekken een nieuw vers spoor. Ik kijk achterom of ik niet achtervolgd wordt. En jawel hoor, door mezelf. Ik herken de sporen.

Het half uur lopen duurt en duurt vandaag. De dagdroom lijkt niet op te houden. Ik houd hem vast en neem hem mee. De gordijnen zijn dicht in de straten die ik passeer. Toch gluur ik van afstand door enkele kieren. Is er beweging? Staat de televisie aan? Met lichtjes aan de zijkant? Ik hoor huiskamerdrukte. Tijd om naar school te gaan. Nu al? Ik loop door. Daar is het bos. De weilanden die ervoor liggen zijn bedekt door sneeuw en ijle lucht. Aan de zijkanten rookt de lucht. Stroshaggies langs de beek. Geen koeien in de wei. Dat duurt nog even.

Ik sla twee paden in en stamp mijn voeten in de sneeuw. Krakend en kwakend. Een konijn trekt de oren in en drukt zijn buik in de sneeuw. Daar staat de hut. Mijn schrijfhut. Ik doe mijn jas uit en zet een potje thee. Intussen maak ik de kachel aan. Met hout en met mezelf. Hoe zal het vandaag gaan? Aan de tafel voor de raam trek ik de autobio naar me toe. Hij lacht me grijnzend toe. Toe maar. Ik trek mijn leren handwerken uit. Het is nu aangenaam warm.


Een visuele geschiedenis (23-02-2016)

Het begon allemaal ergens in de oertijd. Er zijn geen mensen getuige geweest van de Big Bang, dus daar ook geen beelden van. Het blijft gissen hoe dat eruit heeft gezien. Waarschijnlijk bijna net zo mooi als de implosie die fragmentarisch getoond wordt in de aftiteling van tv-serie Versailles. Niet met de Franse slag. Maar op zijn Lodewijks. Degelijk en noch kosten en moeite gespaard in uiterlijk vertoon. Zoiets. Glasscherven en bloemen die samensmelten in een prachtige vraag. Om daarna weer te exploderen.

De Big Bang moet ook zo zijn gegaan. Een grote klap met flarden puin, om daarna weer te hechten in dat wat waarde heeft. Het leven. Het ultieme leven. In vol ornaat en in volle schoonheid. Vanaf het moment dat de eerste mens het licht zag begon deze zich vanalles te verbeelden. Zijn eigen werkelijkheid.

Filosofen zouden daar eeuwen later prachtige theorie op loslaten. Verklaren is een mens aangeboren. Eens de controle kwijtgeraakt doet de mens almaar verwoede en bovenal vruchteloze pogingen de controle weer terug te krijgen. Met als resultaat oorlog en waanzin. En om die te verzachten wendt diezelfde mens de liefde aan, het voertuig van geluk. You get the picture?

Met taal werd getracht alles te bevatten. Eerst met gelukzalige oerkreten. De oehs, de aahs en de ohs. Daarna met wat meer oorlogszuchtig geluid. De hoos, de huus en de hees. Pas veel, veel later zag men de humor er van in. Het vertaalde zich in haas. De visuele geschiedenis werd uiteindelijk pas veel, veel later in taal en beeld vereeuwigd. In beeldtaal. Hertjes op een muur. Dino's op de rotsen. Vurig werd alles vanaf toen voor de eeuwigheid vereeuwigd. Soms mooi, soms lelijk, in kunst en kitsch.


Frambozen (28-02-2016)

Zal ik ze dit jaar weer houden in mijn tuin, frambozen? Heerlijk. Maar dan mag ik niet de vakantie verkeerd inplannen. Wie zaait wil oogsten, nietwaar? En ook op tijd zorgen voor de juiste netspanning. Je wil niet dat die gevleugelde dieven de struiken leegeten. Nog voordat je er goed naar gekeken hebt. Al die moeite voor niets. Je zou er bijkans zelf frambozig van worden. En wat gaan we er dan mee doen. Met de oogst? Vijftien frambozen in een potje? dat is nauwelijks de moeite. Frambozenjam gaat het dus niet worden. Op een beschuit is ook niet echt lekker. Ik wil het gevecht met mijn aardbeien niet aangaan. In de yoghurt dan maar? Zonde. Zeker in de magere. Aaien en ruiken. Daar blijft het dan maar bij. Zodra je het huidje goed betast dan doet het met de ogen dicht ergens aan denken. Toe, neem de proef eens op de som. Of som de beproeving. En? Voelt lekker toch? Een beetje fruitig, het rolt makkelijk in de hand, een beetje donzig, een beetje roze. Heerlijk zo'n framboos. Daar wordt je toch helemaal blij van? Het gaat niet lang meer duren. Dan gaat de framboos de grond in. Een vruchtbare nieuwe poging tot oogst. Dat de zon en regen maar snel zijn ding gaat doen. Als een gladiator met net zal ik mijn oogst bewaken. Voor het betere hand- en mondgevoel. Wat in het vat zit zal niet verzuren. Wat zeg ik. Het krijgt niet eens de tijd om vat te vatten. Zoet zal het smaken. Als honing. Na al het zuur.


Het afwezige land (29-02-2016)

Het afwezige land

Krambolo werd heel langzaam wakker. Onder een prachtige zon die langzaam, heel langzaam oppopte uit de blauwe horizon. Als een gele dolfijn. In een prachtige parabool zou hij pakweg 12 uur in de hemel hangen. Maar ... geen tijd voor verdere mijmeringen. En wie neemt nu 12 uur lang de zon waar? Dat is wel heel erg zen. En toch. Krambolo kon het niet laten. Het vluchtte in gedachten richting bergen.

Geklemd tussen twee megacontinenten Azië en Noord-Amerika had het na jaren knokken om bestaansrecht eindelijk toegang gekregen tot de elite der moeder aarde. Snakkend naar erkenning had het zich weten te voegen naar megalomane normen. Moeizaam hadden de belangrijkste landen Krambolo omarmd en erkend. Ze konden ook niet anders. Krambolo bevatte de grondstof waar moeder aarde mee gered kon worden. Zeldzame aardstenen die voor wie het wilde zien voorzagen in eeuwige energie en voedingstof. Milieuvriendelijk.

Veroveren hadden enkele landen al geprobeerd. Maar helaas. De aardstenen voorzagen ook in onoverwinnelijkheid. Mits goed ingezet. Geslepen. Krambolo kende zijn macht en nam zijn macht.

Apathisch zag de rest van de wereld toe hoe de zetel aan tafel van de belangrijkste wereldriddertafelconferentie leeg bleef. Ontredderd vroeg de voorzitter zich af waarom Krambolo afwezig was. Dat was niet conform de afspraak. Krambolo kon het niet echt bommen. Twaalf uur lang spotte het de teloorgang van weer een zonnedag in een heldere parabool. Niets was meer belangrijk. Zen zien en verder niet mauwen.


24-11-2015

Geloven


Geloof is een ongemeen goed.
Voor wie er in geloven wil smaakt het vaak zoet.

Geloof verschijnt in diverse vormen.
In zoele winden maar ook in stormen.

Ons gemoed maakt soms overuren.
Lijf en leden zijn dan nauwelijks te besturen.

Haast ongelofelijk maar zeker waar.
Zelfs geloof maakt de mens soms helemaal gaar.

De mond kookt, de ogen spuwen vuur.
Wild geloof wordt dan onbehoorlijk en guur.

De een zweert trouw, gelooft heilig in de kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.

Geloof in eigen kunnen, ook al zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.

Ook daarin kun je dan weer geloven.
Diep vanuit de grond, aards in Zen, of helemaal van boven.

Je kunt ook geloven in het tegenovergestelde.
Het is mogelijk de opvoeding die ergens knelde.

Geloof dat is iets voor de dommen, die met een laag IQ.
Ze zweven liever, dan dat ze aarden in het nu.

Er is ook zoiets als geloof in mystiek en fantasie.
Vooral in donkere decembermaanden gaan er flink wat door de knie.

Ze hemelen oude heren, met lange baarden gekleed in rode tabberds.
Vooringenomen, tijdelijk duurkoop, geloof op zijn allerbelabberdst.

Geloven, puur en zuiver, is niet voor iedereen vanzelfsprekend weggelegd.
Zoveel woorden, boeken vol geschreven, wie heeft er gelijk, zo onder ons gezegd.

Geloof in mensen, dieren, planten, dingen dat volstaat.
Gewoon eenvoudig blijven voeden, met liefde, in woord en daad.