Ik heb het nog nooit eerder gedaan, sokken stoppen voor de deur. Wat dat betreft ben ik nog een maagd. Maar eens moet de eerste keer zijn. Ik heb dus mijn stoute schoenen aangetrokken en witte sokken, uiteraard. Verder draag ik een korte broek, het is best wel warm en dan mag het, ook van mij, en een geblokte blouse met korte mouwen. Ja, ja, ik weet het lieve mensen, stippeltjes is de nieuwe mode, maar daar doe ik dus niet aan mee. Dat is voor andere maagden. Maagden van dertien en veertien. Weet ik veel. Mannelijk of vrouwelijk. Dat maakt niet uit. Zolang het maar blouses met stippeltjes zijn. Dat luistert namelijk nauw. Voor maagden van dertien en veertien.
Ik pak de handleiding erbij en sla die open op pagina twee.
1. Kies je garen. Niet zo moeilijk. Het zijn zwarte sokken dus ik kies voor wit. Dan kan ik in ieder geval zien wat ik doe. Niemand die mijn sokken zal zien, toch?
2. Doe de draad in de stopnaald. Stopnaald? Ik wil geen stopnaald. Ik wil een naald die doorgaat. Wat een rare naam. Draai een knoop in het uiteinde van de draad. Done. Tot zover is het allemaal niet zo moeilijk te volgen.
3. Stop een stopei of maasbal in je sok. Wat? Hoe weten die mensen van de handleiding dat ik uit Limburg kom? Ongelofelijk. Maar hoe fiks ik dat, een maasbal in mijn sok? Ik kies toch maar voor het stopei. Ben toch al aan de dunne. Ehhh … aan het dunne garen. Waar heb ik het nu gelaten? Dat stopei? Kwijt. Dan maar een gloeilamp. Voorzichtig, heel voorzichtig doe ik de gloeilamp in de sok.
4. Knip alle rafelige eindjes weg. Bah. Met enig dedain pak ik mijn schaar en ontdoe de sok van rafelige randjes. De zwarte schaamhaartjes vallen naast me op de grond.
5. Prik de naald aan de ene kant van het gat door de sok. Maak één grote rijgsteek naar de overkant van het gat. Als ik dat maar haal? Maatje 45. Dat wordt lastig.
6. Herhaal je streken. Ha, ha. Niet zo moeilijk. Ha, ha!
De buurman komt langs en vraagt wat ik in hemelsnaam aan het doen ben.
Aan het stoppen buurman. Mijn sokken. Weer eens wat anders dan soppen. Ha, ha. Voor de deur ja. Wel zo gezellig toch? Kan ik nog eens een praatje maken. Biertje? Ik sta heel even op van mijn blauwe kratje en trek er een flesje uit. Ik overhandig de buurman het biertje en ga weer op mijn blauwe kratje zitten. Stoïcijns ga ik verder met het lezen van de handleiding. Punt 7. De buurman kijkt me nieuwsgierig aan.
7. Naai nu haaks op je rijgsteken. Bah, bah. Dit is het meest lastige stukje. Dwars naaien is nieuw voor mij. Ik ga op en neer door mijn zojuist geregen rijgsteken heen. Heel voorzichtig. Het is een precaire zaak. Ik maak een nieuw stofje aan dat de sok vult. E voilà. Klaar is Kees. Ik houd de sok in de lucht.
De buurman kijkt me vol bewondering aan.
Ik stop sokken voor de deur. Hoe zalig is dat? Zonnetje in mijn gezicht. Biertje bij de hand. Ontmaagding kan zo heerlijk zijn. Voor alles is een eerste keer. Biertje nog, buurman?
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Sokken stoppen.
Posts tonen met het label volksaard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label volksaard. Alle posts tonen
23-06-2016
11-07-2013
Krachtmeting in zult
Ze zullen het weten in Leeuwarden en Maastricht. In Nederland, in heel Europa. Brabant wordt de culturele hotspot in 2018. Maar waarom zolang wachten? Het staat al sinds de eeuwigheid in de sterren geschreven. De sterren van Brabant. De sterren van van Gogh. In diep, diep blauw. Maak maar alvast een diepe buiging voor een krachtmeting in zult.
De voorrondes verkiezing culturele hoofdstad zijn al achter de rug. De jury gaf nog gratis tips. Kies Eindhoven als kartrekker want Brabant is zo moeilijk te profileren. Profielen zat, maar ja, kies er dan maar eens eentje uit? Van Abbe en de Pont streden en worstelden met SM en MOTI totdat het in de Gaviolizaal beierde. Bundelen die cultuur. Het is geen pot nat. Maak Brabant verkoopbaar.
Zult is verkrijgbaar in talloze varianten. Net zoveel als er slagers zijn. In principe is zult gemaakt van de varkenskopvlees, zwoerd en andere voor de verkoop onrendabele onderdelen. Als smaakmaker niet vergeten naast zout, kruiden en bouillon wat gehakte augurk en een klein scheutje azijn toe te voegen. En als roze slagroom op de taart colorozozout. Voilà dat eet nu cultuur.
En dan gaan we ook nog even met z’n allen voor de fanfare uit. Als enige provincie in Nederland zonder volkslied. Dat kan toch niet. Guus moet maar naar huus want zijn lied staat op springen. In 2018 gewoon een tour general, zonder pardon. Vullen die stadions met cultuurhooligans en zultkoppen. Philips, Lavans, Rat Verlegh, Koning Willem II, en Vliert here we come. Polonaise op de tribunes. En van te voren even vet oefenen. Door verplicht concertbezoek in 013, Effenaar, Mezz, w2 en Lakei. Let’s rock and roll. Vierkant rood en wit de vlag in stok. En dan uit volle borst Brabants joelen.
Affesere en nie bedinne. Petazzie zulde gai naar binnen griesele verrekte golliepaop. Meepesant hedde gai nog een tesnuzzik nodig zibbedeeske, of een schottelslet. Zo de eerste strofe van ons Brabants volkslied is vast klaar. En ik zeg oe, dat is geen Standaardnederlands. Dat hebben wij verleerd in de 16e en 17e eeuw. Helaas. Het Hollands beheerste toen de spraak en het Brabants de spelling. Ge moet het maor wete. Standaard. Aan munne fiets ja. Houdou. Brabantse dialecten zijn niet erkend en genieten geen enkele bescherming. Daar ligt nog een teer puntje.
Heem dat is waar de Brabander wil zijn. Heel Europa zal daar weet van krijgen. Want heel Brabant loopt kundig in kringetjes om zijn eigen heem. Op zelfgemaakte schoenen, uiteraard. Dat het allemaal mag baten. We gaan voor de zegen. Met z’n allen. Eindhoven de gekste. We sleuren alle Europeanen aan hun neus, dwars door woeste gronden, door zand, hei en stuif. En wie niet meer kan mag even paardje rijden dwars door Gruns en ven. Wie daarvan dorstig wordt mag even dommelen, trappisten of witjes baffen. Daarna proppen we de gasten vol met Bossche bollen en worstenbrood. Een zwaar beleg. Maar het zal ze gunstig stemmen. Niemand is de sigaar.
Op 6 september 2013 gaat de kogel door de kerk. Een jury zal dan één stad voordragen bij het Ministerie van OCW. Daar gaan waarschijnlijk zo’n honderd weesgegroetjes en tig processies aan vooraf. Maar vanuit de ton is al prinselijk orakeld. Leeuwarden en Maastricht krijgen aflaat. Brabant laat van zich spreken. Het staat in de sterren geschreven. Sint Bonifacius en Rieu mogen slechts naar de centjes fluiten.
De voorrondes verkiezing culturele hoofdstad zijn al achter de rug. De jury gaf nog gratis tips. Kies Eindhoven als kartrekker want Brabant is zo moeilijk te profileren. Profielen zat, maar ja, kies er dan maar eens eentje uit? Van Abbe en de Pont streden en worstelden met SM en MOTI totdat het in de Gaviolizaal beierde. Bundelen die cultuur. Het is geen pot nat. Maak Brabant verkoopbaar.
Zult is verkrijgbaar in talloze varianten. Net zoveel als er slagers zijn. In principe is zult gemaakt van de varkenskopvlees, zwoerd en andere voor de verkoop onrendabele onderdelen. Als smaakmaker niet vergeten naast zout, kruiden en bouillon wat gehakte augurk en een klein scheutje azijn toe te voegen. En als roze slagroom op de taart colorozozout. Voilà dat eet nu cultuur.
En dan gaan we ook nog even met z’n allen voor de fanfare uit. Als enige provincie in Nederland zonder volkslied. Dat kan toch niet. Guus moet maar naar huus want zijn lied staat op springen. In 2018 gewoon een tour general, zonder pardon. Vullen die stadions met cultuurhooligans en zultkoppen. Philips, Lavans, Rat Verlegh, Koning Willem II, en Vliert here we come. Polonaise op de tribunes. En van te voren even vet oefenen. Door verplicht concertbezoek in 013, Effenaar, Mezz, w2 en Lakei. Let’s rock and roll. Vierkant rood en wit de vlag in stok. En dan uit volle borst Brabants joelen.
Affesere en nie bedinne. Petazzie zulde gai naar binnen griesele verrekte golliepaop. Meepesant hedde gai nog een tesnuzzik nodig zibbedeeske, of een schottelslet. Zo de eerste strofe van ons Brabants volkslied is vast klaar. En ik zeg oe, dat is geen Standaardnederlands. Dat hebben wij verleerd in de 16e en 17e eeuw. Helaas. Het Hollands beheerste toen de spraak en het Brabants de spelling. Ge moet het maor wete. Standaard. Aan munne fiets ja. Houdou. Brabantse dialecten zijn niet erkend en genieten geen enkele bescherming. Daar ligt nog een teer puntje.
Heem dat is waar de Brabander wil zijn. Heel Europa zal daar weet van krijgen. Want heel Brabant loopt kundig in kringetjes om zijn eigen heem. Op zelfgemaakte schoenen, uiteraard. Dat het allemaal mag baten. We gaan voor de zegen. Met z’n allen. Eindhoven de gekste. We sleuren alle Europeanen aan hun neus, dwars door woeste gronden, door zand, hei en stuif. En wie niet meer kan mag even paardje rijden dwars door Gruns en ven. Wie daarvan dorstig wordt mag even dommelen, trappisten of witjes baffen. Daarna proppen we de gasten vol met Bossche bollen en worstenbrood. Een zwaar beleg. Maar het zal ze gunstig stemmen. Niemand is de sigaar.
Op 6 september 2013 gaat de kogel door de kerk. Een jury zal dan één stad voordragen bij het Ministerie van OCW. Daar gaan waarschijnlijk zo’n honderd weesgegroetjes en tig processies aan vooraf. Maar vanuit de ton is al prinselijk orakeld. Leeuwarden en Maastricht krijgen aflaat. Brabant laat van zich spreken. Het staat in de sterren geschreven. Sint Bonifacius en Rieu mogen slechts naar de centjes fluiten.
Abonneren op:
Posts (Atom)