Posts tonen met het label zon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zon. Alle posts tonen

10-02-2025

Zoektocht naar elektra

Langzaam drinken wij de oorlog
niemand richt zich nog op moed
 
reuzen slaan het water neer
vreten zich een weg door bloed
 
spuwen lelijk morsetaal
gaan zelden kopje onder
 
alle energie stroomt weg
uit windbuil en turbine
 
maar bovenal schijnt toch de zon
waaraan wij dorstig laven
 
zij dondert bliksemt in de buik
gelukzalig haar explosies
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (5) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout)
 

07-06-2024

Straatarmoede

Straten stralen?
Borstelen, ho maar
Vegen, echt niet
Gemeente geeft niet thuis
Gras groeit er overheen

Straten stromen!
Putten uitgeput
Drollen op de weg
Emmeren dan maar
Met kano naar het werk

Straten staken!
Door werkzaamheden op de weg
Barricaderen zelfs de stoep
Camera’s veroorzaken Flitzkrieg
Waar is mijn luchtpistool?

De straat is moe
Betreurt eenrichtingsverkeer
Stoot zich aan drempels
Komt zichzelf tegen
Loopt hartstikke dood
 

Inzending voor Pomgedichten:
 
Met vervolgens nog een toegift naar aanleiding van het commentaar dat al voor de sluitingstijd geplaatst was op Pomgedichten. Het was niet zonnig genoeg, Ik stuurde een nieuw gedicht per mail met als onderwerp: Toegiftig. In 'halve' dank ontvangen. Immers beter gekeerd dan verdwaald. Zie ook de link hierboven. 
[red: tekst hieronder is aangepast]

 
Stad mijner dromen
 
Zon schijnt door de bomen
Streelt de takken langs de gracht
Die schaduwen werpen in het water
Langs kleine bootjes

Guitig de glimlach op gezichten
Handen trekken kleine golven
In de grachten langs de straten
Zon en schaduw strelend

Harten springen open
Zon in en boven Amsterdam
De stad toch mijner dromen
In gouden glinstering, in vuur en vlam

De klinkers in de straten
Blinken, dampen, smelten
Wat bikkelhard is wordt weer zacht
Zelfs mijn hart maakt lieve sprongetjes

Oh, oh, lief en zonnig Amsterdam
Stad mijner dromen
Nooit ga ik meer vertrekken
Zolang de zon schijnt en de maan straalt 
 
 

08-02-2018

Inauguratie van een augurk


Zuur, bitter, maar ook sweat as life. Met deze kwalificaties op zak kijkt de augurk het publiek aan. Met een beetje weemoed. Want hij weet, vroeg of laat verdwijnt hij achter glas. Een lot, een noodlot zo u wil. Maar deze inauguratie pikt hij toch maar mooi mee. Zijn twee kleine ronde paranimfen zien spierwit van de spanning. Als ze maar niet het woord krijgen, is het enige dat ze kunnen denken. Ze zijn niet zo van de grote woorden. Broer augurk kan daar veel beter meer overweg.

De microfoon wordt onder de neus geduwd van de augurk. Of hij nog iets te zeggen heeft aan het publiek? Wel, eigenlijk niet zoveel. Ja, misschien dat hij zich groen en geel geërgerd heeft aan het campagne en champagne voeren. Hoeveel moeite het heeft gekost om tot op het laatst, zure bommen over de streep te trekken. Een kapitaal heeft het hem gekost. Maar hij is blij dat alle zure gezichten zich nu met hem keren naar de zon, die altijd schijnt. Een zon die alles groot maakt, net als hem. Hij heeft maar een missie. Gloren, gloren, gloren en laten gloren.

Met maanfiguren heeft de augurk helemaal niets. Veel te donker en duister. Veel te emotioneel ook. Maar dan emotioneel de verkeerde kant op. Life is like sunshine not a howling moon. Het is natuurlijk ook een beetje frustratie die doorspeelt. Als augurk is hij ooit afgewezen om mee te mogen reizen naar de maan. Hadden zijn tegenstanders dat toentertijd geweten, dan hadden ze de selectiecommissie vast gestimuleerd hem te kiezen. Een enkeltje maan, dat wel. Die zien we nooit meer terug. Het zal de zonnepresident augurk nog wel even tijd kosten voordat hij als eerste augurk de zon bereikt. Een kleine stap voor een augurk, een grote stap voor het augurkdom.

Langzaam wordt een glazen vitrine c.q. aquarium het podium opgereden. Een glasbak voor een glasbak. Het water is lauwwarm. Deze augurk is een gevoelig typje en de meest belangrijke augurk op aarde. Daar moeten we zuinig op zijn. Wie weet maakt hij de wereld wel weer groot again. En brengt hij de wereld en zichzelf een stukje dichter bij de zon, zonder zijn vingers en haren te branden. Wie weet of hoopt? Met geheven kin verlaat de augurk royaal zwemmend in roze badwater het toneel, op weg naar een akelig wit huis, zijn toekomstige gevangenis, zonder toren, voor vier jaar lang. Hij liever dan ik. De augurk ontvangt van het publiek een staande ovatie met niets dan stralende gezichten. Here comes the sun ... little darling ...here comes the sun ... and I say ... ta da da da ta da da ...to the loo ...

27-07-2017

Zonnebrand

IJskoude hitte
Alomvattend
Pijnlijk

Ik nader zon
Die glimlacht
Onnozel

Steeds dichterbij
Het smeltpunt
Ik kook

Mijn huid valt af
Pegasus remt
Haren schroeien

Landen op de zon
Een onmogelijke queeste
Quichotteloos

Een oerknal
Zon spat uiteen
Valt omlaag

Een streep
Een punt
Aan horizon

Eindigheid voorbij
Nog voor de aanvang
Punt uit

Wat rest?
X noch Y noch as
Slechts zonnebrand

Geschreven om voor te dragen tijdens het literair open podium in Bibliotheek Eindhoven op 27-07-2017. Organisatie: PoëzieClub Eindhoven. Thema: Dichter bij de zon.

26-07-2017

Dichtman dicht (130317 - 260717)

Kies (130317)

Politiek
Een metafoor
Of matte matador

Stemhok
Open boek
Gordijnen blijven gesloten

Paspoort
Geen gezicht
Na negen jaar

Vouw
In stembiljet
Haast anderhalve meter

Partij
Niet gevonden
Op de achterkant

Geslacht
Man vrouw
Ik kies onzijdig

Keuze
Is reuze
Reeds gisteren gemaakt

Zweven?
Wiet nodig?
Voor vrije teelt

Vrijheid
Op reis
Diep in Turkije

Enclave
Nederlands getint
Niemand die verkiest

Stem
Ja stem
Af op ander

Demo
Cratietherapie
Kostelijk voor niets

Geloof
In jezelf
In eigen kunnen

Samen
De wereld
Behoeden met elkaar

Chapeau
Groen licht
In rode avondschemer

Blauw
En paars
Nooit meer middelen

Lang
Lang leve
Lang leve vrijheid

Advies
Niet nodig
We weten wel

Rood
Gerafeld potlood
En zonder gum

Hok
Zwart omlijnd
Gevuld met kruis

Hart
Bloedend hart
Kloppend in vingers

Kies
De keuze
Die goed voelt


Mata Hari naar Daktari (20-03-2017)

Mata Hari naar Daktari,
Pipo de Clown of Mamalou?
Lawrence! Hij kijkt scheel!
Het zijn blote dames, die ik aanbeveel!


Lentekramp (280317)

Er trekt iets aan mijn ingewanden
Lasso's van ongenoegen sluiten emoties af
Acute hartstilstand
Oorlog in gedachten
Hersencellen strijden om gelijk
In een volledig niets banen ze zich onmogelijke wegen

File, stilstand in mijn donkere brein
Niemand, maar dan ook niemand wil daar toeven
Zwarte galgeur ontsnapt aan lijf en leden
Kramp kroelt in de maag
Mijn hele lichaam hoest
Het doet ongelofelijk veel pijn

Huid stottert, haren rijzen
Mijn schedelpan staat op exploderen
Daar helpt geen aspirientje tegen
Pleisters plakken is zinloos
Lijm laat los en bloed drukt door het plastic
Droog is de mond, hij vraagt om water

Gehemelte plakt, zuigt en klakt
De tong drukt als een leren baksteen tegen tandvlees en gebit
Ik kauw witte pasta en sappig zuig ik menthol binnen
Kleine explosies in luchtwegen en hersenkamers
Frisse moed dringt door tot in mijn tenen
Een metamorfose vindt langzaam plaats

Zon zweeft door mijn zware ziel
Het is vreugde die mijn hart doet openspringen
Quicksteps in mijn ganse lijf
Wals en polka op mijn heupen
Lambada's in mijn buik
Tango, salsa in mijn nek

Tenen voeten staan niet langer stil
Handen vingers doen wat ik niet wil
Armen benen slaan spaghetti in de lucht
Vieren vrijheid, bannen tucht.
Hunkeren, dansen, zoenen, vrijen
Laat passie, liefde maar gedijen


Sjaak Mus (040417)

Zwoel en troel
Zweeft in kraaiennest
Een dappere dodo

Kruit verschoten
Lap voor oog
Haak aan spaakbeen

Kielhalen
Bovenste beste
Opdat gedronken wordt

Zeeschuim
Bommen en granaten
Haddockhoop

Graf zonder aarde
Redding zonder boei
Rust in golfslag

Jack Mus
Moest niks
Hij zegevierde

Slaaf van schip
Hardnekkig stuurs
Vermoord in vooronder


Merelnijd (210417)

Lente in de tuin
Zwarte strijd
Veren fladderen
Aan vleugels

Nek diep gebogen in hals
Gehurkt de kont
Diep in de grond
Kleine kwispeling

Gele ogen spieden
Gele snavel pikt
Pieren in en uit het zand
Heb je dan geen honger?

Fluister geilheid
In mijn schelploos oor
Opdat de aarde bevriest
Voor heel even

Staart omhoog
Staart omlaag
Merelnijd
Vervlogen


Kuit (150517)

In minuut een
Schiet hij kuit

Uit de bocht
Helaas de ander

In minuut elf
Wordt hij held

Helaas geen grip
Wiel eraf gereden

Penalty, weer raak
Alles in drie

Is gewoon pech
Volgende keer beter

Coolsingel wordt gek
De Kuip explodeert

Max buigt diep
De lange lummel

Kuit schiet kuit
Hangt in tribune

Groeten uit Barcelona
Vanuit solide bolide

Hand in hand
Voor Feyenoord een

Hasta la vista
No tengo dinero


Roze Tom (230517)

Okker, Okker, okkernoten
Cooper, Cooper, minicooper

Tube, tube, lekke tube
Tuba, tuba, hoempapa

Flits, flats, keihard omlaag
Zwets, zweet, langzaam omhoog

Giro giraal
Finish aan de haal

Nog vijf, tien, vijftien meter te gaan tot aan de streep.
Blijf nou toch eens liggen verrekte meet.

Honger, honger, nok nok
Zonnestralen in de nek

Klop, klop, who's there
Hallu voor de ogen

Fietsval
Sta op!

Ze komen eraan
Va bene, va bene

Trek aan het stuur
Krom de rug

Gaan met die benen
Ar rief ie dertie

Uit het zadel nu
Roze glimt de bilnaad

Vanuit de tenen een kreun
Bloed spat uit de ogen

Tong hangt uit Tom
Tom, Tom, Tòòòmmmmm

Niet bijten, niet bijten
Stouwen

Dwars door de streep
Wees gegroet hoog in de lucht

Losse handen
Hart loopt over

Nooit meer alleen
Lang leve de zege

Tom van de Molen
Wiekt meisjes van het podium

Een lange arm omvat de beker
Champagne van Joke bruist

Roze, alles is roze
Roze Tom


Erotisch vingergedicht (120617)

Ik dicht
Met vingers
Geen woorden

Wijsvinger duim
Pink ertussen
Nauwelijks pijn

Ringvinger haakt
Middelvinger omhoog
Kut

Strak open
De rechterhand
Gespreide vingers

Linkerhand krampt
Vingers smeken
Laat los

Maar wat?
Lucht happen
Duim dikt

Pink schatert
Middelvinger lacht
Wijsvinger buldert

Ringvinger huilt
Weg ring
Ringweg eindigt

Pijnlijke scheiding
Huwelijk gestrand
Gezellig vrij

Vrij gezellig
Handen vrij
Onder lakens

Handen shaken
Benen trillen
Vingers jeuken

Kom klaar
Handje vol
Vingers plakken

Wijsvinger wijst
Buurvrouw komt
Op middelvinger

Dansende duimen
Likkende vingers
Zuigende pinken

Vuist knijpt
Hand schudt
Mond pijpt

Tong wangt
Wang tongt
Zilte mondexplosie

Lady Pink
Opent duim
Ringt vinger

Shake hand
Loose fingers
Happy ending


Dichter bij de zon (240717)

Bloedje heet
Vingers opgezet
Woorden zweten
Letters smelten
Brandend papier

Bloedje heet hij
Vingers opgezet gespreid
Woorden zweten zinnen
Letters smelten dicht
Brandend papier rookt

Bloedje heet hij altijd
Vingers opgezet gespreid gezwollen
Woorden zweten zinnen zeiknat
Letters smelten dicht aaneen
Brandend papier rookt altijd

Dichter dicht kwantitatief dichtbij zon
Wat kan een dichter zweten
Met vingers opgezet gespreid gezwollen
Letters smelt hij dicht aaneen
Brandend papier rookt altijd stevig

Kan hij dichter, nog dichterbij zon?
Zweten zoals een dichter zweten kan?
Met vingers gespreid, opgezet gezwollen, witheet
Letters smelten dicht aaneen tot vers?
Op altijd stevig rokend brandend papier?

Gloeiendhete zongedichten schieten uit een brandende hemel
Bloedjegeil zoeken zij dorstig naar enthousiast publiek
Om geproefd, gelezen, gehoord, geduid te worden
Zeven dagen lang vierentwintig uur per dag
Dichter bij de zon wil hij blijven


Zonnen (260717)

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Houden het hoofd amper boven water
Ze mogen niet verdrinken

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Ogen stralen, oren gloeien
Hersens koken

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Zetten manen klem
In het diepe duister

Nog even en ik ontwaak
Uit dagdromen die nooit zwijgen
Die eigenlijk niemand wil horen

Zonnen willen zonnen
Eeuwig branden
Onophoudelijk

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Verwarmen mijn gemoed
En stomen mijn gedachten

Mag ik nog heel even slapen
Op mijn zachte deken
Zonlief?

Dichterbij kan ik niet komen
Mijn hart brandt uit mijn borst
Ik mag niet verdrinken

In weemoed noch verlangen
In brandende liefde
In zon noch schaduw

Zonnen

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Houden het hoofd amper boven water
Ze mogen niet verdrinken

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Ogen stralen, oren gloeien
Hersens koken

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Zetten manen klem
In het diepe duister

Nog even en ik ontwaak
Uit dagdromen die nooit zwijgen
Die eigenlijk niemand wil horen

Zonnen willen zonnen
Eeuwig branden
Onophoudelijk

Zonnen zwemmen in mijn hoofd
Verwarmen mijn gemoed
En stomen mijn gedachten

Mag ik nog heel even slapen
Op mijn zachte deken
Zonlief?

Dichterbij kan ik niet komen
Mijn hart brandt uit mijn borst
Ik mag niet verdrinken

In weemoed noch verlangen
In brandende liefde
In zon noch schaduw

Geschreven om voor te dragen tijdens het literair open podium in Bibliotheek Eindhoven op 27-07-2017. Organisatie: PoëzieClub Eindhoven. Thema: Dichter bij de zon.

24-07-2017

Dichter bij de zon

Bloedje heet
Vingers opgezet
Woorden zweten
Letters smelten
Brandend papier

Bloedje heet hij
Vingers opgezet gespreid
Woorden zweten zinnen
Letters smelten dicht
Brandend papier rookt

Bloedje heet hij altijd
Vingers opgezet gespreid gezwollen
Woorden zweten zinnen zeiknat
Letters smelten dicht aaneen
Brandend papier rookt altijd

Dichter dicht kwantitatief dichtbij zon
Wat kan een dichter zweten
Met vingers opgezet gespreid gezwollen
Letters smelt hij dicht aaneen
Brandend papier rookt altijd stevig

Kan hij dichter, nog dichterbij zon?
Zweten zoals een dichter zweten kan?
Met vingers gespreid, opgezet gezwollen, witheet
Letters smelten dicht aaneen tot vers?
Op altijd stevig rokend brandend papier?

Gloeiendhete zongedichten schieten uit een brandende hemel
Bloedjegeil zoeken zij dorstig naar enthousiast publiek
Om geproefd, gelezen, gehoord, geduid te worden
Zeven dagen lang vierentwintig uur per dag
Dichter bij de zon wil hij blijven.


Geschreven om voor te dragen tijdens het literair open podium in Bibliotheek Eindhoven op 27-07-2017. Organisatie: PoëzieClub Eindhoven. Thema: Dichter bij de zon.

28-03-2017

Eindeloos zonzicht

Zonnig vul ik mijn dag met. Via de planken op de vloer kijk ik naar. De merels voor de raam wachten op. De radio speelt een lied en het enige dat ik kan doen is. Het water in mijn glas lonkt naar een slokje van. Zal ik dan toch maar even?

Nee, het is veel te mooi om niet te. Dus geef ik me over aan wat diep van binnen. Maar eerst neem ik het daglicht tot mij met volle. Buiten geef ik de vogeltjes. Ze tjilpen ongelovelijk. Geluk en dadendrang kloppen in hun. Ach, was ik toch zo vrij als.

Maar waarom somberen als ik in gedachte. Ik schakel over naar mijn lieve. Zet beide hersenhelften op stand. Ik daal af naar beneden, daar waar ik meestal niet in gedachte. Onder het hart voel ik mijn buik zachtjes. Waarom is hij toch zo? Een beetje aandacht heeft hij. Kroelen, strelen, aaien, duwen, trekken, ik kom er niet.

En toch, de buik is mijn tempel en mijn. Midden in het lijf spoort hij van alles. Onder en op de maag geeft hij. En dacht ik alleen maar kronkels te voelen in mijn. Blijkt dat ook de buik te beschikken over een. Stil luister ik naar zijn. Hij geeft ritme en. Soms haalt hij me. Dat stemt me. Het is gelukkig weer bijna. Vlinders gaan dan wild te. Fladderen fluweelachtig daar waar het plezierig.

Toeven, dralen, zeuren, hopen, killen, chillen in. Passing. Heerlijk is het om even stil te. Even niets te. Zou ik veel vaker moeten. Mogen, willen, durven, het is vaak maar een kleine. En toch, mensheid is hardleers en wil liefst niet teveel. Best wel jammer, want juist in verandering ligt groei. En wat is er leuker dan persoonlijke. Als we daar als mensheid eens meer op.

Grote woorden waaien. Kleine laten zich te weinig. Zonzicht stroomt nu mondjesmaat. Ik slurp het met lijf en leden. Ogen, oren, lippen, wangen, neus, huid en haar, ze glunderen, ze stralen van. Achter glas de wereld beschouwen is niet. Maar het is wel een. Dat geeft. En. Eindelijk. Aan het. Wat een. Ik haal. In. Lucht. Eindeloos. Zonzicht.

31-12-2015

Schrijfveren December 2015 (16 t/m 31)

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice

16. Telefoontje van een oude bekende

Met verbijstering hoor ik het verhaal aan. Niet een echt consistent verhaal. Ik kan er geen touw aan vastknopen. Wat opvalt zijn de associaties. Ik betrap mezelf op het zoeken naar een rode draad. Totdat ik erachter kom deze er wellicht niet is. Maar het geraaskal komt me zo bekend voor dat mijn nieuwsgierigheid het wint van de vermoeidheid van het luisteren. Er zitten ook wel zinnen tussen die mij verbazen en mij terugvoeren naar een ver verleden. Nog steeds opent het geen deuren in mijn brein. Maar ik geef niet op. Een klein fragment dan maar. Voor zover ik me herinner.
Weet je wel die ene keer daar bel ik voor. Met Carnaval de benen buiten gestoken en daarna stomdronken op de piano gespeeld op het lege plein. Wat ik je vragen wil klopt dat dan niet helemaal. Dorien lang niet meer gezien weet jij waar ze is? Ja, die met dat mantelpakje die bij de slager oude kaas bestelde. En toen kwam die rare zwarte Piet voorbij. Ja, serieus. Hartje zomer. We zijn toen met zijn allen naar de bioscoop gegaan. Ik zal het nooit meer vergeten. Wil je iets voor mij doen. Heb ik Dorien gisteren ook gevraagd. Weet je echt niet waar ze is? Ben nog met je vader op zoek gegaan naar het vinden van het lot. Dat jullie toen kwijt waren. Heb me altijd al verbaast dat je vader altijd hetzelfde eindcijfer nam. Maar om nu een heel lotnummer van buiten te kennen en dan bij hoog en laag beweren dat de jackpot gevallen is op dat nummer en dat de loterij toegeeft dat dat klopt maar helaas niet kan uitkeren omdat het lot na lang nadenken in de broek van pa zat en de 40 graden bontwas niet overleefde. Dat doet pijn. Zelfs een bloemetje ging er niet af ...
De oude bekende ratelde maar door. Frustrerend dat ik niet meer op zijn naam kon komen. Het was iets met Piet, heel lang geleden. Maar wederom kwam ik er niet tussen. Uiteindelijk de verbinding maar verbroken. Leek mij wel wijs.

17. Alles was kakkerlakbruin

We sliepen in een tent. Dat hadden we dus nooit moeten doen. Niet in die jungle. Maar we hadden weinig keus. Ik waande me heel even op een onbewoond eiland. In een aflevering Expeditie Robinson. Alleen dan zonder wedstrijd en daarmee zonder strijd. Al dagen waren we de weg kwijt. Het was dan ook best wel een groot eiland. Het grootste in het Noorden. Op een zaterdag was de bom gevallen. Hij vaagde alles weg. Behalve ons. Vijf vrienden die heel eventjes schuilden voor het weer. De woeste wind en de felle regen. Ik verbaas me nog steeds dat de toren is blijven staan. En ook het licht dat draaide nog. Verbazingwekkend. Het wierp wel vreemde kleuren over het landschap. Alles zag bruin. Kakkerlakbruin. Vies. Smerig zag het eruit. Het maakte ook dat we geen enkele honger hadden. Dagen lang beten we op een houtje. Maar dat liever dan een hap nemen uit kakkerlakbruin. Nu was het tijd de tent af te breken en verder te gaan. Met een beetje mazzel konden we het eiland nu in een keer nemen. Het bood het meeste perspectief op redding. Tenzij de redding niet nabij was. Maar daar hadden wij natuurlijk niets over te zeggen. De envelop zouden wij nooit openmaken. Ammenooitniet.

18. Jojo

De zinnen kwamen al snel teruggerold. De woorden hechtten aan het touwtje. Gelijk een jojo. Maar dan in omgekeerde volgorde. Volgorde omgekeerde in dan maar. Jojo een gelijk. Touwtje het aan hechtten woorden de. Teruggerold snel al kwamen zinnen de.

Ik knipte de zinnen in het midden snel door midden. En herhaalde de oefening. Het jojo-effect kwam daarmee extra tot zijn recht. Hoe krom ook. Ik husselde de stukjes door elkaar en bouwde een nieuw verhaal. Maar wel met een vast concept. Aan herhaling had ik een gruwelijke hekel. Eigenlijk hield ik helemaal niet van gejojo. Maar een beetje structuur kon geen kwaad.

De zinnen. De woorden. Kwamen al snel teruggerold. Hechtten aan het touwtje. Gelijk. Maar dan in. Een jojo omgekeerde volgorde. Volgorde omgekeerde jojo een. In dan maar. Gelijk. Touwtje aan het hechtten. Teruggerold snel al kwamen. Woorden de. Zinnen de.

19. Wie geboekt heeft, moet verschijnen

De schrijver had eindelijk geboekt. Niet een boek. Nee, drie maar liefst. Het was hem uitstekend bevallen het boeken. Tegen het eerste boek had hij enorm opgezien. Maar het tweede rolde zowaar in honderd stukjes uit zijn pen. In het derde groef de schrijver zich autobio. Trots had hij de boeken voorzien van een mooie voor- en achterkant. Met naald en draad had ie alles aan elkaar gebonden. In zij. Euforie alle boeken aan elkaar. Dat was niet slim. Hij schaarde zijn boeken zachtjes van elkaar en begon opnieuw te naaien. Hij zorgde ervoor dat de boeken niet meer bij elkaar lagen. Het was wel een beetje lastig dat de bladzijden nu al gaatjes hadden. Het papier dat de schrijver had gebruikt was van lage kwaliteit en dus kwetsbaar. Met grote zorgvuldig- en voorzichtigheid moesten naald en draad door de bestaande gaatjes geregen worden. Een monnikenwerk. Maar het loonde de moeite. Iedere dag zorgde de schrijver voor een nieuwe oplage van drie. De drie-eenheid was heilig voor hem. Zo bracht de schrijver zijn boeken dagelijks naar drie boekenwinkels. Hij hoopte dan tevens dat er op de toonbank geen boeken meer van hem lagen. Dat was dan een goed teken. Die waren dan verkocht. Kassa. Of hij even mocht vangen. De schrijver was trouw aan zijn boeken en zijn boekenwinkels. Hij verscheen iedere dag.

20. Daar zou ik nooit over schrijven

Alle onderwerpen waren op. Wat nu? Hoe kon de schrijver in hemelsnaam verder met zijn vak. Waar moest hij over schrijven, zonder onderwerp. Taalkundig kon het al helemaal niet. Probeer maar eens een verhaal te schrijven zonder onderwerp. Dat gaat nergens over. En ergens moet het toch wel over gaan. Wie leest anders zij. Werk? Niemand toch? En schrijven doet de schrijver nooit voor niemand. Een schrijver schrijft aan od voor iemand. Altijd. Desnoods aan of voor zichzelf. Aan of voor anderen schrijven is natuurlijk honderd, wat zeg ik, duizend keer leuker. Maar dan moet het wel ergens over gaan toch? Lang, heel lang dacht de schrijver na. Hij pijnigde zijn hersens en kroop door alle holen en keek achter iedere deur in zijn hersenpan. Had hij daadwerkelijk over alles al geschreven? Dat was niet mogelijk. Op herhaling wilde hij niet. Een nieuw sausje over een oud verhaal ook niet. Dat was hem zijn eer te na. Maar wacht eens even. Wacht. Nee, dat ligt toch veel te simpel voor de hand? Het is niet waar? Maar natuurlijk. Ik moet nog schrijven over Daar. Helemaal vergeten. Het meisje dat laatst loos was, Daar.

21. De draak van de rouw

Hij brulde het uit van pijn. Wat een verdriet. Drakenverdriet. Nog nooit was de draak zo verliefd geweest. En nog nooit was de draak zo in de steek gelaten. Eigenlijk was zijn geliefde een draak van een draak. Maar hee, liefde maakt blind, toch? De draak stak zijn verdriet niet onder stoelen of banken, dat mag duidelijk zijn. Niet alleen kwamen er meterslange vlammen uit zijn neus, nee, ook zijn drakenstekels stonden loodrecht omhoog. Hoed u dan voor de draak, mesdames et messieurs, als drakenstekels op ontploffen staan dan zijn hemel en aarde te klein. Ik noem maar wat. U begrijpt wel wat ik wil uitdrukken, duidelijk wil maken. Zaak is het nu om de pijn weg te nemen van onze draak. Maar hoe? Het drakenmeisje waar hij zo verliefd op was was allang met de Noorderzon vertrokken. De maan scheen halfslachtig wat de stemming er niet bepaald beter op maakte. Intussen had de sluiswachter de sluis al botenwijd opengezet. Niet voor de boten maar voor de tranen die uit de drakenogen biggelden. Een overstroming kon het drakendorp op dit moment niet goed gebruiken. Het dorp maakte zich namelijk op voor het grote drakenfeest dat zevenjaarlijks gehouden werd. De stortvloed aan tranen zou het decor in gevaar kunnen brengen. En om in no time een nieuw kasteel te bouwen dat zagen de drakenbewoners niet zitten. Het drakenmeisje moest niet zo moeilijk doen en zich opofferen voor het feest. Acuut werd de snelste draak verzocht een brief af te leveren bij de Noorderzon. Het was nu wachten op een teken van berouw. Berouw van een drakenvrouw voor een drakenman in rouw.

22. Wie zou je bellen als je de loterij won?

Met de baas van Ziggo natuurlijk. Afhankelijk van het bedrag dat ik zou winnen uiteraard. Een miljard is tegenwoordig al haalbaar. Dan kom ik dicht in de buurt van overname. Uitkopen zou ik de baas en de hele Ziggo handel. En deze zou ik dan weer doorverkopen aan XS4all. Nadat ik eerst alle autoriteiten en waakhonden die mogelijk dwars kunnen liggen bij aankoop omgekocht had. Met oogverblindend geld en exclusieve biefstuk, van de haas desnoods.
Waarom? Gewoon omdat het kan. Hoe vaak ze mij niet hebben lastig gevallen. Die Ziggomonsters. Ik betaal ze. Met gelijke munt terug. Nou nee, niet met gelijke munt. Met veel minder munt. Ik krijg nog heel wat munten van hen terug. Voor al die momenten dat ik niet online kon gaan en geen verbinding kreeg. Ontmantelen die business en onderbrengen bij hun concurrent. En liefst meteen de beste. XS4all. Mee eens? Prima.

23. Ik schrijf niet omdat ...

Ik schrijf niet omdat. Dat zou veel te makkelijk zijn. Ik schrijf. Punt. Less is more. Waarom zou ik omdat moeten schrijven? Of nog erger niet omdat. Veel liever schrijf ik intrinsiek. Vanuit het schrijven zelf. Ik ben de gedachte. Ik ben het tooltje. Ik ben het middel. Ik ben de pijn, de liefde en de troost. Ik schrijf dus ik ben. Niet omdat. Nee. Gewoon. Ik schrijf. Punt. Waarom? Nee. Ook daar trap ik niet in. Net zo goed niet als in het niet waarom? En nee, een dubbele ontkenning is geen bekentenis. Een gat een holte in bekennen. Wie bekent loopt leeg. Wie ontkent houdt vast. Aan niets. Aan ont. Laten we het daar maar even op houden. Ophouden te bekennen. Ik schrijf niet omdat. Ik ben niet gek. Het waarom mag voor mij in mysterie blijven hangen. Intrinsiek. Onverklaard.

24. Aan de hemelpoort

Hé Pé, laat me eens binnen!
Oh ... en wie ben jij dan wel?
Was ... ik ben toch dood?
Dat klopt.
Wat klopt?
Laat maar zitten. Mag ik even je ID?
Heb ik niet bij me, is dat nodig dan?
Nou, je bent hier wel bij de hemel.
So what?
Zonder ID kom je hier niet binnen.
Maar Pé, it's me, your buddy.
Sorry hoor, er gaat bij mij geen belletje rinkelen.
We hebben samen nog op school gezeten?
Oh ... en waar dan?
In Methusalem.
Methusalem?
Ja, op de ambachtsschool.
Wacht nu gaat er een belletje rinkelen.
Had u iets besteld Peter?
Nu even niet Tender, ik ben even in gesprek.
We zaten samen in de klas met Jozef, ken je die niet meer?
Met Jozef, ja, maar dat is lang geleden.
Dat klopt.
Onder welke steen heb jij geleefd?
Ha, ha, eentje uit de oudheid. Hoe heet zo'n ding ook alweer? Een menhir. Ik heb er later nog een obelisk uit gehouwen. Weet je wel?
We hebben het gezien ja hiero. We lagen dubbel. Wat een lelijk ding. Maar kom binnen jongen. Ben alleen even je naam kwijt.
Judas is de naam. Maar zeg maar liever Juul. Weet je, er is nog ooit een sport naar mij vernoemd. Naar het schijnt wordt ie binnenkort op aarde opgenomen als Olympische sport. Daar ben ik best fier op.
Dat mag. Maar kom, we gaan nu eerst een borrel vatten. Dat is lang geleden. Juul, wie had dat gedacht.
Je bent niets veranderd Pé, en nog steeds portier. Je ziet er goed uit.
Dank je.

25. Wat betekent spiritualiteit?

In het bezit zijn van een dubbele spirit. Dat is spiritualiteit. Alleen zijn ze de 'd' vergeten. De 'd' van dubbel. Erg slorig. Kijk, vrijwel iedereen is in meer of mindere mate in het bezit van spirit. Een drijfveer die ons beweegt. Een vat energie dat klaar ligt om aangeboord te worden. Alleen het wordt niet altijd gedaan dat aanboren. Waarom niet? Omdat sommige mensen het vat niet vinden en omdat sommige mensen die het wel vinden niet beschikken over de juiste tool om het vat te openen en te laten bruisen. Is dat niet dubbel? Wel vinden maar er niets mee doen? Zonde. Een dikke ton spirit die op springen staat niet aanboren? Wat houdt sommigen dan tegen? Ruwe diamanten onder het stof die maar geen plumeau weten te vinden. Rijkdom in armoede. Armoedig rijk. Hoe dubbel is de spirit. Hoe duaal. Duaal? Ja, je hebt er namelijk altijd anderen voor nodig om duaal te kunnen zijn. Want die anderen die kunnen duiden op een andere kant. Andere kant? Ja, andere kant. Alles heeft meerdere kanten. Of in ieder geval een andere kant. Welke kant je ook kiest, je hebt er ook kennis van de andere kant voor nodig. Niet volledig. Want dat zou te makkelijk zijn. In ieder geval heb je wel spirit nodig om het überhaupt te kunnen onderzoeken. Wellicht wordt het nu allemaal wat zweverig. Geen paniek. Ook dat hoort bij spiritualiteit. Het is een bijwerking. Voor sommigen aangenaam voor anderen onaangenaam. Zolang je maar met beide voeten op de grond de spiritualiteit aangaat en met beide handen aangrijpt kunnen er mooie dingen gebeuren. Sommige begrijpelijk. Andere onbegrijpelijk. Het vatten zonder te vatten. Dat is toch mooi? Het verrijkt de geest en bevrijdt geesten uit de fles. Wat ergens op de bodem borrelt bruist langzaam naar boven. Trigger spirit.

26. Hoogzomer

Hoogzomer, je zult het zijn. Ergens hoog in de bergen. Top. Wel hopen dat er iemand in de buurt is. Je wil het hoogzomer zijn immers graag delen. Het kan behoorlijk pijn doen. De euforie. Dan denk je terug aan het momentum dat vooraf ging. Dat bepalend was voor jouw toestand. Want een toestand is het. Of beter gezegd kan het zijn. Niet iedereen heeft er last van. Van hoogzomer zijn. Trek in haring, last van pollen. Dramatisch gedrag. Depressieve neigingen. Ongeloof. Het kan zo maar komen aanwaaien. Over de berg, door diepe dalen. Dan is het fijn om een hand te voelen. Op je schouders, op je buik. Zeker als de hoogzomer voeten krijgt. Vat op jouw. Je langzaam leeg vreet. Explodeert. Op het hoogtepunt van de hoogzomer komt het tot een uitbarsting. Gouden regen valt uit de hemel, de sluizen gaan open. Brugwachters staan aan de kant en steken duimen op. Wie wenst wie nu succes? De pijn is haast ondraaglijk, maar je perst de lippen op elkaar. Puft hufters is het gezicht. Hoogzomer zijn is niet fijn. Koorts kruipt op je voorhoofd. Zweet spat in de ruimte. Welke idioot had deze zomerwens? Je verlangt heel even terug naar de winter. Zou het liefst weer voor de kachel willen kruipen, op een berevel, samen met de liefde van je leven. Om samen weer opnieuw hoogzomer te worden.

27. (On)afhankelijkheid

Het kind zit op de vloer en speelt (on)handig met zijn speelgoed. Moeders houdt het in de gaten. De telefoon gaat. (On)doordacht neemt ze op. Ah, ben jij het. Ja, ik ben het. (On)willekeurig gaan haar gedachten over naar de zwoele nacht die zij gisteren had. Het was fijn. Ja, het was fijn. Wil je nog een keer afspreken? Ja graag. Wanneer? Het liefst (on)middellijk. Dat kan. Waar? Bij jou of bij mij? Kom maar naar hier? Zal ik wat te eten meenemen? (On)belangrijk, ik heb alles in huis. Tot zo. Tot zo. (On)dankbaar kijkt ze naar de kleine op de vloer. Waar moet ik dat joch nu laten? (On)mogelijk op zijn kamertje, het moet maar even. De bel gaat. Daar is ie al. Dat is vlug. (On)wijs snel dropt ze de kleine op de kamer en opent de deur. Vol (on)behagen vliegt ze hem om de nek en kust hem (on)behoorlijk van top tot teen. Heerlijk voelt het om zo (on)verwacht genomen te worden, midden op de dag. (On)wijs werkt ze hem af, de (on)gelikte beer. Haar huis staat van binnen compleet ondersteboven. Haar hoogtepunt dat moet nog komen. Luttele seconden voelt ze (on)wel. Van top tot teen (on)klaar. Haast (on)gelovelijk. (On)afhankelijk geluk.

28. Waar smaakt je favoriete muziek naar?

Mijn favoriete muziek smaakt naar meer. Ik lust er wel pap van. Of soep. Met lettervermicelli. In alfabetische volgorde: Anouk, Bach, CCR, Dylan, ELO, Focus, Glitter, Hozier, Iggy, Jett, Koop, Lennon, Monk, Novastar, Otis, Prince, Quincy, Randy, Satie, Tindersticks, Ultravox, Vicky, Winehouse, XTC, Yes, ZZ Top. Zoveel smaken, zoveel soorten. Van into the mood tot rock and roll. Van klassiek tot camp. Van jazz tot hiphop. Van Strauss tot Stones.

29. De zon ging prachtig onder

De zon zien ondergaan dat is een van de mooiste ondergangen die ik ken. Soms hangt de maan dan ook in de buurt. Maar die kan natuurlijk niet tippen aan de zon. Bescheiden hangt deze dan ook meestal in nevel gehuld of achter een roze wolk. Waar je ook staat in de wijde wereld het is en blijft een mooi schouwspel. Aan zee of in de bergen geeft natuurlijk een extra meerwaarde. Of wat te denken van de woestijn. Oeps, waar is ie nou zo snel gebleven? Voordat he het zand uit de ogen hebt gewreven staan de maan en de sterren al te pronken. Een ruimtelijk metamorfose in speedtime.
Onderwater de zon zien ondergaan is ook best bijzonder. Of op de Noordpool. Wie goed luistert hoort de zon dan sissen, zodra deze de waterhorizon aanraakt. Als een spiegelei glijdt ie dan de zee in. Met tranen in de ogen word ik het gewaar. De gele zinder die met mijn pupillen stoeit. Mij plagerig in de ogen schijnt. Het enige dat je daarna blieft is een groot glas bier of witte zoete wijn. Een sangria is natuurlijk ook niet verkeerd. Daarnaast is het verkeren in goed gezelschap ook niet verkeerd. Niets mooiers dan de zon te delen met je lief.

30. Wat miste je als kind?

Mijn handschoenen natuurlijk. Altijd zaten die rotdingen ergens opgestroopt verstopt in mijn mouwen. Aan zo'n klerentouw dat dwars door je jas was getrokken. Vergeet de muts niet. Hoorde je nog iemand roepen. Ga toch weg. Ik wil naar buiten. De sneeuw in met mijn sleetje. Sneeuw? Waar is die sneeuw dan? Maakt niet uit. Hoop doet leven. Desnoods schuif ik door het natte gras. Ergens achter mijn ellebogen voel ik de wollen wanten prikken. Mijn jas zou ik uit kunnen doen. Een idee. Maar ik kijk wel uit. Veel te koud. Veel liever blaas ik af en toe op mijn handen. Die handschoenen zijn ook altijd veel te groot. Daar kun je een slee niet goed mee vastpakken. Laat staan aansturen.

De sneeuw voelt wel koud aan. Zo met blote vingers. Net als het gras. Ik schat zo in dat ze over een paar minuten gaan gloeien. Rood worden ze dan. Vuurrood. En als ik dan niet snel naar huis ga, blauw. Roodblauw. Een keer heb ik dat laten gebeuren. Daarna nooit meer. Voor mij geen vingers meer op de verwarming. Ik moet er niet aan denken. Ik mis de winter en de koude vingers. Nog steeds. De wanten nooit. Volgens mij zitten ze nog steeds in mijn jas. Verstikt in veel te smalle mouwen.

31. Jaren die vragen stellen en jaren die antwoord geven

Het jaar is weer voorbij. Een van de velen. Ik laat het achter me. Laat een nieuw maar komen. Het voorgaande jaar stelde me weinig vragen. Het waren er zo weinig dat ze makkelijk te beantwoorden waren. Ben dan ook benieuwd of het komend jaar me voor meer vragen zal stellen. Het wordt weer eens tijd dat de balans de andere kant doorslaat. Meer vragen dan antwoorden. Dat zou fijn zijn. Dat houdt je bezig. Anders is het wanneer de jaren vol met antwoord zitten. Indien antwoorden de vragen overstelpen dan wordt het een zooitje. Zoek dan maar eens een passend antwoord. Sommige jaren verlopen wat dat betreft als een verkapt multiple choice. En dan niet een multiple choice met vier, maar met zes antwoorden. Vermoeiend. Wegstrepen lukt dan niet goed. Nee, geef mij maar zes vragen zonder antwoord. Een jaar vol cryptogram. Waar na veel gepuzzel bevredigende oplossingen worden gevonden. Onbetwistbaar en eenduidig. Al is het er maar een. Er moet ook wat te raden blijven. Anders is het leven maar saai.

01-04-2015

Momento dado

Ik houd zijn oren stevig vast, bang dat ik anders van hem afval. Voorzichtig leun ik over zijn hoofd heen. Ik kan mijn nieuwsgierigheid amper bedwingen. Ik wil graag zien wat hij ziet. Ik geniet van ieder moment en zuig de warme lucht die rond onze oren vliegt diep naar binnen. Het verwarmt niet alleen mijn longen, maar ook mijn buik. Om over het hart maar niet te spreken. Dat bonst sowieso in mijn keel. Al sinds we van de grond zijn opgestegen.

Het is een droomvlucht die ik onderga. Gelukkig heb ik mijn fotocamera meegenomen. Het bewijs moet vastgelegd. Wie zal mij anders geloven. Het wordt steeds warmer, we stijgen langzaam op. Mijn transportmiddel is zwijgzaam. Sinds de uitnodiging heeft hij niet meer met mij gesproken. Hij heeft me verteld dat hij me brengt naar waar ik op zoek ben. Un momento dado. De warmte wordt nu toch wel drukkend. Het zonlicht verblindt. Waar brengt deze rare vogel mij naartoe? Wat wil hij me laten zien?

Mijn transportmiddel praat. Ik kan het amper verstaan. Mijn oren staan in brand, net als de staart van de rare vogel. Ik raak nu toch wel lichtelijk in paniek. Waar en hoe gaat deze droomvlucht eindigen? "Pak je camera Mien! Kleinste sluitertijd!" Ik pruts wat aan mijn camera. "Leg hem stil tussen mijn oren en buk!" Ik begrijp er niets van maar reageer op de automatische piloot. "Afdrukken als ik ja zeg!" We vliegen recht de zon in. Hoe is het mogelijk? "Bukken, bukken, bukken!" Het vuur aan de staart van de vogel klimt over zijn rug richting mij. Ik heb nog maar heel weinig tijd. En dan, dan zie ik plots een gezicht ... een gezicht midden in de zon ... maar van wie ... ? Ik begin te huilen. Keihard. "Jaaaaaaa!" Ik druk af. Het moment is mij gegeven. Un momento dado.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 8e schrijfopdracht op ColumnX (april 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Beschrijf een momentopname in een willekeurige situatie in 290-310 woorden.

21-01-2015

Knakworst, frites en mayonaise

Hete zonnestralen zinderen door de lome lucht en branden op mijn blote rug. Ik durf de zon niet aan te kijken. Bang dat hij verblindt richt ik mijn blik naar beneden. Ik zie overal voeten om me heen. Af en toe schuiven ze een klein stukje naar voren. Wat in de voeten staat schuift mee. Het zijn blote lijven. Ze proberen mij te pletten. Ik geef niet toe.

De lijven waar ik tussen sta ruiken naar zout en zonnebrandcrème. De geur vermengt zich in mijn neus, samen met de geur van hars die uit de dennenbomen waait. Heel eventjes knijp ik in mijn hand en voel of de muntjes er nog inzitten. Ze gloeien en ik hevel ze voorzichtig over in mijn andere hand. Ze mogen niet vallen. Mijn timing is perfect. Zodra ik de muntjes heb overgeheveld wurmt een man, een kartonnen doos boven zijn hoofd dragend, zich los uit de vleesmassa. Het gat dat ontstaat wordt meteen ingenomen. Ik probeer het nog te voorkomen door mijn borst en armen breed te maken. Maar ik ben te klein. Ik zal nog even moeten wachten.

Intussen vangt mijn neus de heerlijke geur die ontsnapt uit de kartonnen doos. Het ruikt naar knakworst, frites en warme mayonaise. Het water loopt me in de mond. De vleesmassa voor me wijkt heel even en ik spring er snel tussenin. Het is now or never. Ik schiet door en bots bijna met mijn gezicht tegen de toonbank van de friteskraam. Plots word ik door iemand opgetild. “Hier, help deze kleine maar eerst, volgens mij heeft ie honger!” Om mij heen wordt hard gelachen. Even later sta ik met een knakworst en een klein frietje in mijn handen, glunderend in de zon, de mayonaise druipend over de vingers. Hoe gelukkig kan een klein mensje zijn?

Geschreven n.a.v. 5e schrijfopdracht op ColumnX (januari 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
De opdracht voor januari 2015 is een vrolijke:
-Beschrijf in maximaal 300 woorden een vrolijke, gelukkige gebeurtenis uit jouw leven. We dagen deze maand uit tot 'mooischrijverij', dus wees vooral kwistig met de bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden.
-Deze opdracht is een tweeledige. In februari volgt deel twee.

26-07-2013

Zjonnie Rainbow

Ik zit op het strand en laat me vollopen met zon, zee en zand. Er is geen zuchtje wind en er hangt geen wolkje in de lucht. Ik slurp zoete dromen naar binnen. Totdat ik plots word gestoord door een vreemd geluid. Ik kijk in het gezicht van een balkende ezel. Op de ezel zit een man in Hawaii-outfit.
“Hallo meneer, wat doet u hier? En kunt u misschien een beetje aan de kant gaan met uw ezel, u staat in mijn zon?”

“Ik wil best een stukje verderop staan”, antwoordt de ezel, “maar dan moet ik wel aangespoord worden. U moet wat harder praten. De man op mijn rug is wat dovig. “
“Zwijg.” Klinkt het vanaf de rug van de ezel. “Ik heb de man met zijn emmertje en zijn schepje prima gehoord. U stelt dus dat de zon van u is, hè? Wie heeft u dat wijs gemaakt?”

“Ik zal me eerst maar eens even voorstellen. Mijn naam is Zjonnie Rainbow, en ja een stuk van de zon is van mij. Vorige week gekocht op Heelalplaats.nl. Ik heb het meteen gemeld bij het kadaster. Die hebben mijn eigendom gemeten en vastgelegd. U staat nu precies in één van mijn zonnestralen. Dus als u zo vriendelijk wilt zijn?”

“Net wat ik dacht. De kat heeft u dat klaarblijkelijk wijs gemaakt.” Zegt de geëzelde man. “Weet u zeker dat uw achternaam geen “Zonnesteek” luidt? De zon is in zijn geheel eigendom van John de Mol. Dat weet iedereen. En u beweert dat ik in een stukje van UW zon sta? John is mijn bridgepartner. Die wil ik best wel even bellen, indien u doorgaat met raaskallen?”

“John de Mol? Ho, ho, die is toch blind? Behalve voor geldpegels. Belt u hem gerust. Bel ik even met mijn eigen brugmaatje, Sylvio. Als ie tenminste niet aan het bungelen is. Ziet u die stralen? Ja kijkt u maar even achterom, die stralen zijn echt van mij. Maar wat is uw naam eigenlijk? Met wie heb ik de eer? En niet onbelangrijk, hoe luidt de naam van uw levendig vervoermiddel?”

De ezel lispelt; “Ik heet Har… “ “Zwijg!” onderbreekt de man zijn muildier. Terwijl hij zijn mobiel uit een heup trekt en wat nummers intikt vervolgt hij; “Onze namen zijn niet relevant… Momentje,… John?! Met Freek. Zeg, de zon, die is toch van jou?... Precies… Ik sta hier met Harold op het strand bij een man die beweert dat ik in zijn zon sta. Nou kan ik hem wel zeggen dat hij in mijn schaduw zit, maar…. Wat zeg je?... Oh, die is ook van jou?.... Okay, okay, ik geef hem je zelf wel even.” De man op de ezel gooit zijn mobieltje naar Zjonnie. “Meneer de Mol wil je spreken.”

“Met Zjonnie. Met wie? Met John? Dat is dan 25 euro, pannenkoek. Waarom? Omdat jij mijn naam gebruikt, oelewapper. Wat zeg je? Of ik overal eigenaar van ben? Wat …? Ja, dat kan wel zijn, en dan heb ik het nog niet eens over de zon gehad. Die brugmaat van jou die staat er middenin en weigert weg te gaan. Wat zeg je? Dat Freek wel een oplossing weet? Wat … ja, ja, … wat kan Harold? O… ja, ja, dat wil ik wel zien. Hé, Freek het schijnt dat die Harold van jou gouden munten kan poepen. Laat eens zien. Dan hebben we het nergens meer over.”

“Ik poep helemaal niks!” Antwoordt Harold bars. “M’n hoeven staan in brand en ben helemaal klaar met jullie dispuut. Ik geef het heerschap op mijn rug de keuze; of zich naast mijn rug vervoegen, of een rondje rodeo. Het interesseert mij geen biet van wie de zon is en vraag mij serieus af wie van ons nou de ezel is. Ik ga een patatje halen.” Geschrokken van de felle toon ontstijgt Freek zijn viervoeter. Samen kijken Zjonnie en Freek naar de kont van een wegwaggelende ezel. “Van wie de zon is”, horen ze Harold nog mompelen. “Get a life….”

“Altijd koppig die ezels. Geef mij maar zebra’s. Die blijven altijd binnen de lijntjes. Wel Freek, volgens John weet jij een oplossing. John denkt dat ie zelf de zon en de schaduw bezit. Maar daar gaat het mis. In Italië zijn de zon en de schaduw ooit lang geleden geboren. In de vroege middeleeuwen zijn ze aangekocht door de keizer van Rome en in de late Middeleeuwen kwamen ze in het bezit van de adel. Onlangs is de meest ijdele edele van Italië eigenaar geworden, Sylvio Scaduzoni. En ik ben zijn schatbewaarder. Die John van jou is een grote fantast. Dus, zeg het maar. Hoe lossen we dit op?”

“Gekocht op Heelalplaats.nl en nu ineens schatbewaarder van een edele met een nog slechtere naam dan de uwe? Een ezel die gouden munten poept? Bungelende brugmaatjes? 25 euro vragen, omdat iemand uw naam gebruikt? En dan is John een fantast? Wat een slecht verhaal”, antwoordt Freek. “Ik wil graag mijn mobiel terug. Steek die zon maar in uw roze dossier.”

Co-column geschreven door Pierken en Mien



22-05-2013

Zonneslingers

De zon slingert stralen door de lucht. Van stilstand is nooit sprake. Vrolijk, maar amechtig, strooit zij zonneslingers. In een wijde boog. Zo maar van links naar rechts. Blij als een klein kind. De zon wordt nooit volwassen. Zij strooit met licht. Laat mensen stralen in verwarring. Ook al lost zij donkerte op, de zon is niet te vangen. Met geen pen te beschrijven. Laat staan te schilderen. Ik laat haar los, de zon.

Zij kietelt en brandt in alle spelonken van mijn lichaam. Onder oksels en in knieën. Daar waar nooit brandend licht wordt gezien. Bloedheet is de zon. Met een brede frons op het gezicht zoekt de zon naar god vergeten goden. In meest vreemdsoortige oorden. In zwarte spiegelgaten en achter golvende lachspiegels.

De maan neemt in de nacht de zoektocht over. Haar licht is zachter, maar komt zelden aan. Kortom, haar schijn is schijn. Zij lacht heel hard om hevig onbezonnen schaduwavonturen. Witte schaduwen werpt zij voor zich uit. Koud, zoekend naar het grote licht. Naar licht dat niet wil lopen. De maan laaft zich aan de nacht en verslikt zich bijna nooit. Hoesten doet ze dan weer wel. Grote gele zandkorrels van slaap.

De aarde legt zich er bij neer. Maar niet voor lang. Midden in de nacht droomt zij zich onrustbarend wakker. Het smaakt dan nooit naar meer. Vastgenageld aan de zwarte nacht wacht de maan geduldig op de ochtendstond. Strak en rond. Helder en vol. Met een oppervlak vol rimpels. De nacht, stokoud, kleurt langzaam grijs en lichtbruin. Met onzichtbare armen trekt hij nevels uit de grond. De maan vervaagt achter roze wolken. Donzige wolken die baden in blauw licht.

De hemel verbergt het zware lichaam van de nacht. Zweeft hoopvol door luchtkastelen, door fantasie in bovenkooien. Aardse lichamen rijzen en nemen langzaam en bedachtzaam voeding tot zich. Uitgestreken vergezichten turen door het raam. Als het vandaag maar niet gaat regenen. Hagel, sneeuw of doorzichtige verf, nat en broos. Regen die als gladde folie aan auto’s blijft plakken. Waarin de zon zich weer zal spiegelen. Zinderend, zwanger vanuit de lucht. Deftig strooiend met warme zonneslingers.