Posts tonen met het label ezel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ezel. Alle posts tonen

17-02-2025

Ezelinnenmelk

Ia, ia, ia … AI, AI, AI
Cleopatra neemt een bad
en overweegt haar zonden
techniek neemt met haar een loop
 
ze ligt in bad met haar schepper
en koestert mooie dromen
ze blijft allergisch voor techniek
en zweert bij ezelinnenmelk
 
wie heeft haar zo getekend
broeders namen haar in nood
in memoriam twee ezels
strekking staat op hoge poten
 
melkkoe is de ezel immer nog
spuwt digitale cash uit mond en gat
tafels blijven rijkelijk gedekt
en knuppels zijn er meer dan genoeg
 
ach … was het gras zo groen als gras
dan zouden er nog wonderen gebeuren
kregen we vast ezelinnenmelk
in gezonde kleuren 
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (6) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Appeltern mei 2008)

 

17-06-2017

Dichtwerk voor een optionele debutantenbundel

Laken en deken

Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg

Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou

Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in

Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk

Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon


Beladen ballades

De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.

Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.

Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.

Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.


Bellen blazen

Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.

Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.


Duinenrijen

Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.

Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.

Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.


Hamer en beitel

Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen

Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk

Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest

Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede

Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen

Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar


Mien

Helmond, 9 juni 2017

22-12-2016

Kerstmiskermis

Ik heb een prijs gewonnen. Ja echt. Een superprijs. Ik mag drie uur lang gratis kerstboodschappen doen in alle winkels binnen een omtrek van drie kilometer van de liefdadigheidskerk, gelegen in het hart van ons dorp. Ik ben winnaar geworden van de befaamde buurtverenigingkerstmisprijsvraag. Hoera. Om twee uur vindt het startschot plaats en ik heb uiteraard een goede strategie ontwikkeld.

Eerst heb ik de winkels online gescand die meedoen aan de buurtverenigingkerstmisprijsvraag. Daarna een plattegrond getekend met looptijd en winkelindeling. Ik weet precies waar de boodschappen liggen die ik graag wil scoren. Voor de zekerheid heb ik gisteren alvast een generale gedaan. Als het goed is win ik er omgerekend 4539 en een halve euro aan prijzengeld mee.

Ik mocht ook één iemand meenemen. Niet nader gespecificeerd in de spelregels, heb ik gekozen voor een lastezel. Hij heet Otto en draagt een door mij op maat gemaakt lastpak en een aanhangwagentje. Daar passen in ieder geval de koelvriescombinatie, het gasfornuis en de combimagnetron op. Er is ook voldoende plaats voor de stofzuiger, de ladder, de werkbank en de Walt zaagmachine. De rest wil ik graag vullen met sterke drank en wat kratjes bier.

De rit zal eindigen bij de supermarkt. Ik ga de Appiehappie helemaal leegmelken. Alleen maar de luxeproducten. De koperen pannenset, de stereocombinatie en het zilveren bestek. Het glaswerk van zuiver kristal laat ik liggen. Wel neem ik nog een optie op de parfum-aanbieding en de luxe chocola. Maar alleen als ik voldoende tijd over heb. Mocht dat lukken dan kom ik toch aardig in de buurt van de 5000 euro. Mooi prijsje toch? En dat voor een volle kaart spaarzegels die mij omgerekend nog geen 100 euro aan boodschappen heeft gekost. Allemaal noodzakelijke boodschappen uiteraard.

Ik ben klaar voor de grote kerstmiskermis. Zowel Otto als ik dragen een kerstmisoutfit. Dat moest van de organisatie. Ik draag een goedkoop vilten kerstpak met foute baard van engelenhaar en Otto is verkleed als Rudolf. Hij heeft wat moeite met het gewei en de rode plastic knijpneus, allemaal voorzien van fel knipperende ledjes. Maar kom op zeg, het duurt slechts drie uur. Otto weet dat ie na afloop een goddelijk ezelmaal voorgeschoteld krijgt. In zijn eigen stal. Die zal hij ongetwijfeld op tijd ruiken. Het werkt allemaal in mijn voordeel. Knap uitgedokterd nietwaar?

De hele buurt staat klaar voor de kerk. Ze willen me natuurlijk in al mijn gretigheid op de bek zien gaan. Maar dat gaat niet gebeuren. Snel droom ik nog de route. Witgoedwinkel Witje, Handyshop Briek en Brak, Drankhandel Rigoneus en tot slot de Appiehappie Duivenbode. Dat moet toch lukken in drie uur tijd. Otto heeft er ook zin in. Dat zie ik aan zijn twinkelende oogjes. Hij is inmiddels gewend aan de ledbelichting. Zijn neusvleugels knipperen hetzelfde tempo mee.

De burgemeester steekt zijn jachtgeweer omhoog. En daar is het verlossend startschot. Otto bevriest. Nee. Niet nu. Ik kietel zijn buik. Dat helpt. Maar niet lang. Dan maar het paardenmiddel ingezet. Een flinke schop onder zijn kont. Iaaaaááááá ... daar gaat ie. Ik zit achter op de aanhangwagen en doe mijn plicht. Ik zwaai en roep heel hard 'ho, ho, ho ...'. De buurt ligt in een stuip. Wat kan mij dat verrekken. De eerste winkel komt in zicht.

Witgoedwinkel Witje. Nondedju, alle artikelen waarnaar ik op zoek ben zijn verplaatst. En néé, de combimagnetron is uitverkocht. Gisteren stonden er nog twee. Hoe kan dat nou. Vloekend en tierend laad ik wat alternatieven in. Maar nu raakt wel mijn schema in de war ... en ... erger ... houd ik nog voldoende plek over? Niet te veel bij nadenken, roep ik mezelf moed in en op naar Briek en Brak.

Eerst maar de Walt zaagmachine. Dat is zo'n lomp ding. Shit. Alleen het demonstratiemodel is nog beschikbaar. Ik schroef de hele mikmak los en graai een grote doos uit het legedozenhok. Het past maar net. Het kost wel gigatijd. Meer dan gedacht. Ik sjouw mezelf haast een breuk en fluit naar Otto. Die begrijpt me gelukkig en loopt met aanhangwagen tot voor de deur. Wie nog langer zegt dat ezels dom zijn, moet hier dan maar eens goed opletten. Voor de trap kies ik de meest economisch opvouwbare. Die van 7 meter wordt het, opgevouwen tot max drie. Dat kan Otto met gemak hebben. Het gewei heb ik afgelopen week extra verstevigd met een ijzeren tussenbalkje waarop de ladder perfect kan rusten. Daar passen straks ook mooi de kratten op.

Op naar Rigoneus. Ach, dat is nu lief. Henk heeft speciaal voor mij een doos whisky en een doos mix klaargezet. Ik zie ook nog een doosje champagne staan. Geen Cava maar echte. Die gaat dus ook mee. Inclusief 6 kratjes Bav, grote. Het past precies. Tot slot de Appiehappie. Ik heb nog precies een half uur over. Dat moet toch lukken. Alle luxe producten zijn nog aanwezig. Hoera, hoe is het mogelijk. De prijsjagers zijn me niet voor geweest. Bij de kassa neem ik nog zes sloffen Marlboro mee. Maar ik rook toch niet? Marchandise Mien! Er is altijd nog zoiets als zwarte markt.

Om precies 1 minuut voor 5 landen Otto en ik op het kerkplein. Moe maar voldaan. De buurt is weer opgetrommeld en onthaalt ons met een oorverdovend applaus. Voor Otto en mij kan Kerst en Nieuwjaar niet meer stuk. Dankjewel lokale middenstand. Waar doen jullie dat toch van? Otto balkt. Hij heeft honger gekregen. En terecht. In de stal genieten we beiden samen van een heerlijk en verdiend ezelmaal.

26-07-2013

Zjonnie Rainbow

Ik zit op het strand en laat me vollopen met zon, zee en zand. Er is geen zuchtje wind en er hangt geen wolkje in de lucht. Ik slurp zoete dromen naar binnen. Totdat ik plots word gestoord door een vreemd geluid. Ik kijk in het gezicht van een balkende ezel. Op de ezel zit een man in Hawaii-outfit.
“Hallo meneer, wat doet u hier? En kunt u misschien een beetje aan de kant gaan met uw ezel, u staat in mijn zon?”

“Ik wil best een stukje verderop staan”, antwoordt de ezel, “maar dan moet ik wel aangespoord worden. U moet wat harder praten. De man op mijn rug is wat dovig. “
“Zwijg.” Klinkt het vanaf de rug van de ezel. “Ik heb de man met zijn emmertje en zijn schepje prima gehoord. U stelt dus dat de zon van u is, hè? Wie heeft u dat wijs gemaakt?”

“Ik zal me eerst maar eens even voorstellen. Mijn naam is Zjonnie Rainbow, en ja een stuk van de zon is van mij. Vorige week gekocht op Heelalplaats.nl. Ik heb het meteen gemeld bij het kadaster. Die hebben mijn eigendom gemeten en vastgelegd. U staat nu precies in één van mijn zonnestralen. Dus als u zo vriendelijk wilt zijn?”

“Net wat ik dacht. De kat heeft u dat klaarblijkelijk wijs gemaakt.” Zegt de geëzelde man. “Weet u zeker dat uw achternaam geen “Zonnesteek” luidt? De zon is in zijn geheel eigendom van John de Mol. Dat weet iedereen. En u beweert dat ik in een stukje van UW zon sta? John is mijn bridgepartner. Die wil ik best wel even bellen, indien u doorgaat met raaskallen?”

“John de Mol? Ho, ho, die is toch blind? Behalve voor geldpegels. Belt u hem gerust. Bel ik even met mijn eigen brugmaatje, Sylvio. Als ie tenminste niet aan het bungelen is. Ziet u die stralen? Ja kijkt u maar even achterom, die stralen zijn echt van mij. Maar wat is uw naam eigenlijk? Met wie heb ik de eer? En niet onbelangrijk, hoe luidt de naam van uw levendig vervoermiddel?”

De ezel lispelt; “Ik heet Har… “ “Zwijg!” onderbreekt de man zijn muildier. Terwijl hij zijn mobiel uit een heup trekt en wat nummers intikt vervolgt hij; “Onze namen zijn niet relevant… Momentje,… John?! Met Freek. Zeg, de zon, die is toch van jou?... Precies… Ik sta hier met Harold op het strand bij een man die beweert dat ik in zijn zon sta. Nou kan ik hem wel zeggen dat hij in mijn schaduw zit, maar…. Wat zeg je?... Oh, die is ook van jou?.... Okay, okay, ik geef hem je zelf wel even.” De man op de ezel gooit zijn mobieltje naar Zjonnie. “Meneer de Mol wil je spreken.”

“Met Zjonnie. Met wie? Met John? Dat is dan 25 euro, pannenkoek. Waarom? Omdat jij mijn naam gebruikt, oelewapper. Wat zeg je? Of ik overal eigenaar van ben? Wat …? Ja, dat kan wel zijn, en dan heb ik het nog niet eens over de zon gehad. Die brugmaat van jou die staat er middenin en weigert weg te gaan. Wat zeg je? Dat Freek wel een oplossing weet? Wat … ja, ja, … wat kan Harold? O… ja, ja, dat wil ik wel zien. Hé, Freek het schijnt dat die Harold van jou gouden munten kan poepen. Laat eens zien. Dan hebben we het nergens meer over.”

“Ik poep helemaal niks!” Antwoordt Harold bars. “M’n hoeven staan in brand en ben helemaal klaar met jullie dispuut. Ik geef het heerschap op mijn rug de keuze; of zich naast mijn rug vervoegen, of een rondje rodeo. Het interesseert mij geen biet van wie de zon is en vraag mij serieus af wie van ons nou de ezel is. Ik ga een patatje halen.” Geschrokken van de felle toon ontstijgt Freek zijn viervoeter. Samen kijken Zjonnie en Freek naar de kont van een wegwaggelende ezel. “Van wie de zon is”, horen ze Harold nog mompelen. “Get a life….”

“Altijd koppig die ezels. Geef mij maar zebra’s. Die blijven altijd binnen de lijntjes. Wel Freek, volgens John weet jij een oplossing. John denkt dat ie zelf de zon en de schaduw bezit. Maar daar gaat het mis. In Italië zijn de zon en de schaduw ooit lang geleden geboren. In de vroege middeleeuwen zijn ze aangekocht door de keizer van Rome en in de late Middeleeuwen kwamen ze in het bezit van de adel. Onlangs is de meest ijdele edele van Italië eigenaar geworden, Sylvio Scaduzoni. En ik ben zijn schatbewaarder. Die John van jou is een grote fantast. Dus, zeg het maar. Hoe lossen we dit op?”

“Gekocht op Heelalplaats.nl en nu ineens schatbewaarder van een edele met een nog slechtere naam dan de uwe? Een ezel die gouden munten poept? Bungelende brugmaatjes? 25 euro vragen, omdat iemand uw naam gebruikt? En dan is John een fantast? Wat een slecht verhaal”, antwoordt Freek. “Ik wil graag mijn mobiel terug. Steek die zon maar in uw roze dossier.”

Co-column geschreven door Pierken en Mien



24-12-2011

Herderkens, herderkens

De os doet zijn verhaal

Hier sta ik dan met mijn zware lijf en dikke poten, in een veel te kleine stal. Ik heb nauwelijks plek en iedereen loopt me voor de voeten. Het is hier ongelofelijk druk. Een komen en gaan. Iedereen vergaapt zich boven een klein kribje achter in de stal. Ik snap er niets van. Er worden hier wel vaker kindertjes geboren. Maar deze kleine schat trekt toch wel erg veel aandacht. Het moet vast een belangrijk kindje zijn.

Verdikkeme zeg, wat een vervelende ezel hier naast mij. Hij staat ongegeneerd tegen mij aan te leunen. Hij heeft het zeker koud. Ik voel zijn botten door zijn vel, tegen mijn dikke buik aantrillen. Ach, ze zijn ook niets gewend die domme ezels. Wie heeft dat feest hier eigenlijk georganiseerd? Het is toch veel te koud voor een babyshower? Hoe halen ze het in hun hoofd om dat buiten in een stal te doen?

Zeg, nou lopen er ook al schapen voor mijn voeten. Ze lopen allemaal in polonaise en mekkeren er wat irritant op los. De voorste houdt er het tempo goed in. Hier moet ik even ingrijpen. “Ho, ho, meneertje schaap, een beetje respect voor een oude os. Hou eens even op met zenuwachtig door die stal te hollen. Straks gebeuren er nog ongelukken. Sta liever eens stil en luister naar de mooie hemelse muziek die in deze stal klinkt. Het lijkt wel of hier engelen zingen.”


Mijmeringen van een ezel

Nou zeg die os is ook een mopperkont. Hij denkt dat ik hem niet versta. Hij moest eens weten. De onnozele. Ik ben namelijk een geletterde ezel. Afgestudeerd cum laude op HAVO, stro en Cambridge. Hij kan nog zo staan schudden met zijn dikke kont. Luctor et emergo. Ik wijk hier voor geen meter. Zijn vacht is veel dikker dan de mijne. Ik, ik warm me lekker aan de zijne. Laat die dikke os maar lekker kuchen. Wij noeste dieren staan hier met een missie. Dat is dit pas geboren kindje beschermen tegen regen, wind en kou.

Ik blaas me helemaal suf, de longen uit mijn magere lijf. Straks kan ik nog geen IA meer zeggen. Maar ja, alles voor het goede doel. Het is hier stiekem toch wel druk. Daar heeft die os toch wel een punt. Het wemelt van de schapen in de stal. Ik kan die beestjes geen ongelijk geven. Het regent buiten pijpenstelen en wie wil er nu een natte vacht? De schaapjes staan hier op ’t droge. Ziet ze toch eens grijnzen. Maar menen ze dat nu wel? Of is het schijn die bedriegt? Die grijns van hen is eigenlijk best schaapachtig.

Hé, daar komt mijn oude baas de stal ingelopen. Hij draagt een houten staf. Ik herken hem bijna niet meer terug. Hij is getooid in een schapenvel. Waar is zijn blauwe overall gebleven? En draagt hij nou sandalen in plaats van klompen? In mijn oude baasje is geen boer meer te bekennen. Hij is schapenherder geworden. Wat heb ik voor mijn oude baas een ballast gedragen. Jaar in jaar uit. Gebukt ging ik onder al zijn zorgen. Nu is het een contente mens. Hoor hem eens lachen boven het kribje. Van blijdschap zingt hij spontaan een nobel refrein. Nota bene in het Latijn. Geletterd als ie is.


De zorgen van Maria

Wat een beestenbende is het hier in deze stal. Een puinhoop maken ze er van. En ik maar proberen alles maagdelijk schoon te houden. En dan die herrie? Als dat zo doorgaat maken ze mijn lieve menneke nog wakker. Dat is niet de bedoeling. Ziet hem daar eens heerlijk slapen. Het is voor mij nog steeds een mirakel hoe dit kindje in mijn buik terecht is gekomen. Onbevlekt volgens mijn moeder. Dat is toch wel bijzonder.

Mijn Jozef en zijn familie waren ‘not amused’, toen zij dit hoorden. Ik heb hemel en aarde bewogen, om hen op het hart te drukken, dat er niemand anders in het spel is. Zelfs engelen heb ik aangeroepen. Gelukkig gaf er eentje gehoor. Die gaf een originele uitleg aan de situatie. Nu maar hopen dat het verder geen toestanden geeft. We krijgen veel toeloop voor ons menneke. Ik voel me als moeder Maria dan ook zeer vereerd. Boeren, herders, koningen, ja zelfs drie wijzen uit het oosten, bezoeken ons kindje.

Die wijzen komen goed van pas. Zij geven tekst en uitleg over het bijzondere mirakel. Eentje is wel erg enthousiast. Arnol heet hij geloof ik. Met luid stem verhef orakelt hij de oren van ieders hoofd er bijna af. Het is een lief mens, maar eenmaal op dreef is hij moeilijk te bedaren. De drie wijzen hebben de stal gemakkelijk gevonden. Een ster en wat fritslichten van Philips wezen hen de weg. Het enige wat ze hoefden te doen is ‘Glow with the flow’. Nu luisteren ze in de stal met blij gemoed naar het gezang van leeuweriken. Hoort de vogels en de muziek eens dwarrelen, in de ijle winterlucht!


Jozef timmert aan de weg

Nog steeds kan ik het niet begrijpen. Hoe is het mogelijk dat mijn lieve Maria een kindje heeft gebaard? In elke man die de stal hier binnentreedt, zie ik een potentiële vader. De geboorte heeft de gemoederen bij ons thuis flink doen oplaaien. Mijn vader heft telkens de armen ten hemel als hij ons kindje ziet en roept dan luid:
“Die kleine heeft niet jouw handen en veel te weinig haar. Heb je die neus al eens bekeken, en die oortjes? Nee, nee, die kleine lijkt niet echt op jou?”

Gelukkig is mijn moeder milder gestemd. Zij is een trotse oma en onvoorwaardelijk content. Ze zegt tegen mij: “Je bent nu vader geworden mijn lieve zoon. Er rust een grote verantwoordelijkheid op je schouders. Je geeft het leven door, zorg er goed voor. Het is een menneke met een missie. Kijk maar eens naar al dat bezoek, daar moet een bijzondere reden voor zijn.” Mijn mams heeft gelijk. Zo heb ik het nog niet bekeken. Maar het stelt me nog niet helemaal gerust. Bij ieder mannelijk bezoek blijft een zweem van verdenking bestaan. Met mijn timmermansoog speur ik neuzen, oren en ogen van bezoekers af op zoek naar gelijkenis. Gelukkig tevergeefs.

Een gevleugelde vriend stelt me eindelijk gerust. Hij spreekt van een godswonder dat gekoesterd moet worden. En dat het de kleine aan niets mag ontbreken. Opgelucht stort ik mij op het timmeren van een fantastisch kribje. Ik gebruik al het sloophout dat ik kan vinden. In diverse maten en pasteltinten. Kleurrijk moet het kribje zijn. Trots als een pauw besluit ik er gauw kasten, tafels en stoelen bij te maken. Misschien begin ik wel een handeltje? Een gouden handel wel te verstaan. Het resultaat van creatieve processen geeft altijd lucht. Ik omarm al mijn muzen en zing van blijdschap en geluk.


Kindje Jezus laat van zich horen

Jezus, wat een drukte bij mijn kribbe. Het is zeker weer showtime? Ik krijg hier niet eens de tijd om een dutje te doen. Jammer dat ik geen filmcamera bij me heb. Je zou die gezichten eens moeten zien, die boven mijn kribbe komen hangen. Ik lig af en toe helemaal in een deuk. Behalve als ze zeveren, van opwinding. Ja, dat komt wel eens voor. Dan helpt maar één ding. Snel mijn mond en ogen dichtdoen. Ik krijg veel commentaar op mijn kribbe. Die vindt iedereen prachtig. Sommigen doet het denken aan Piet Hein Eek. Geen idee wie dat is. Vast één of andere local.

Zou het al etenstijd zijn? Ik krijg langzaam honger. Eens even kijken of ik wat aandacht kan trekken van mijn mams. Een kwestie van mijn mond ver open doen en dan jammerlijk huilen. Succes gegarandeerd.
Hé, wie zijn die deftige heren die nu plots boven mijn kribbe hangen? Ze ruiken naar wierook en naar mirre. Ze ruiken in ieder geval beter dan die os en die ezel. Wat kunnen die beesten een partij dampen. Die twee maken ook nog eens de hele tijd stennis. Alsof ze niet genoeg plek hebben in de stal.

Ach, het zal mijn tijd wel duren. Ik lig hier voorlopig goed. Mijn mams en paps zien er gelukkig en tevreden uit. Wat kan ik me dan als kindje nog meer wensen? Er doen verhalen de ronde als zou ik mensen redding brengen. Dat is wel een beetje hoog gegrepen. Ik begrijp best dat in deze complexe wereld van techniek en multimedia een wegwijzer zeer gewenst is. Maar verwacht van mij geen zegen. Zolang mensen mij niet verafgoden wil ik ze best met raad en daad bijstaan. Ik ben een specialist in troost, hoop en liefde. Bij hoge nood mag iedereen er wat van komen halen. Ik deel het met liefde en plezier.

Mien kerstverhaal


Kerstverhaal in vijf delen.
Voorgedragen tijdens het Kerstconcert van Kamerkoor Alauda Vocalis.
Op 20 en 23 december 2011 te Eindhoven.
Dirigent: Hubert Koniuszek.

Programma:
1. G. Messaus (1589-1640): Resonet in laudibus
2. Kerstverhaal (dl.1): De os doet zijn verhaal
3. W.G. James (1892-1977): Country carol
4. G. Messaus (1589-1640): O salich heylich Bethlehem
5. Jetse Bremer (1959): In ‘t stalleken van Bethlehem
6. Kerstverhaal (dl.2): Mijmeringen van een ezel
7. G. Messaus (1589-1640): Dies est laetitiae
8. W.G. James (1892-1977): The three drovers
9. Jetse Bremer (1959): Het komet een schip
10. G. Messaus (1589-1640): Het quamen dry Coningen
11. Kerstverhaal (dl.3): De zorgen van Maria
12. Jetse Bremer (1959): O herders laat uw bokken en schapen
13. G. Messaus (1589-1640): Laet ons met herten reyne
14. Th. L. de Victoria (1548-1611): O Magnum mysterium
15. Kerstverhaal (dl.4): Jozef timmert aan de weg
16. W.G. James (1892-1977): Carol of the birds
17. Jetse Bremer (1959): Herders hij is geboren
18. G. Messaus (1589-1640): Het viel eens hemels dauwe
19. Kerstverhaal (dl.5): Kindje Jezus laat van zich horen
20. Jetse Bremer (1959): In ‘t stalleken van Bethlehem