Kamergotchi / Gein & Ongein / 19-02-2017
Er lopen sinds kort wat vreemde figuren rond in mijn bos. Vreemd omdat ze zich raar gedragen. Ik probeer het verband nog te vinden. Het zijn overwegend mannen, dat heb ik inmiddels waargenomen. Ik heb het nog niet in de nacht gecheckt, maar ga dat zeker nog doen. Ik heb namelijk sterk het idee dat deze vreemde figuren samen naar iets gemeenschappelijks op zoek zijn. Ze dragen allemaal een klein apparaatje bij zich. Mozes kriebel. In de meest felle kleuren en ze maken nog herrie ook. Ook iets dat de vreemde wezens met elkaar verbind. Daarnaast dragen ze allemaal donkerblauwe pakken en een eenvoudige stropdas in felle kleuren. De kleuren rood en lichtblauw overheersen. Ze lopen ook allemaal wat houterig, als houten klazen. En vertel mij niets over houten klazen. Ik heb er voldoende ontmoet in mijn bos en leven.
Ik heb goed waargenomen en weet nu ook dat de apparaatjes allemaal hun ieder geluidje hebben. En dat als zo'n geluidje afgaat er lichte paniek ontstaat bij de drager. Ik ben ondertussen toch wel erg nieuwsgierig geworden wat voor informatie de apparaten afgeven aan hun gebruiker. Want telkens weer lijken ze ervan ondersteboven. Het gevloek en getier is dan ook met regelmaat niet van de lucht.
'Wat moet ik doen?' 'Ik heb helemaal geen honger!' 'Alweer stemmen verloren!' Zijn de meest gehoorde commentaren, waar ik dan iets mee kan. Als meester in associatie kan ik niet anders tot de conclusie komen dat de apparaatjes de meester zijn over hun eigenaren, gebruikers, dragers. Een eng idee lijkt me dat. Alsof jezelf niets meer te zeggen hebt. De meesten ogen dan ook speakless.
Even later kom ik een wandelaar tegen in mijn bos die meer kennis lijkt te hebben over het fenomeen dat nu al dagen voor mij afspeelt. Duidelijk gevalletje 'Kamergotchie' maakt de wandelaar mij duidelijk. 'Kamerwie?' Deze meneren en ook dames (keurig in rokkostuum en/of mantelpak) zijn deelnemers aan de kamerverkiezingen van maart 2017. Mijn hartslag gaat spontaan omhoog. Ik heb ervan gehoord. Een belangrijke gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor alle gebieden in Europa en met een beetje pech ook de rest van de wereld. Mijn hart denkt en voelt ook na, ga ik voor links of voor rechts? Qua kamer niet geheel onbelangrijk.
Ondanks dat het bloed soms daar stroomt waar het niet gaan kan, is dat bij dit spel van een geheel andere orde. Doorgaans stroomt links bloed door de linker hartkamer en rechts bloed door de rechter. Dat wordt stevig bewaakt. Maar, de heren doktoren zijn er wel mee bezig. Naar het schijnt. Griss mich nich. Omleidingen en stents moeten er voor gaan zorgen dat diverse bloedvaten met elkaar en met hart voor de zaak in het reine komen. Samenwerking is daarbij het toverwoord. En dat is nu juist wat ik de vreemde figuren in het bos net niet zie doen. Jammer. Gemiste kans. Huilers zijn en blijven het. Terugzetten kan helaas niet meer. Alle zeehonden vrezen Maurice. De cijfers van Maurice. En wij. Wij lezers naast de kant, wij wachten op uitslag, het uiteindelijke resultaat van verkiezingskoorts. Nu blijft het vooralsnog jeuken en krabben.
Polonaise / Gein & Ongein / 25-02-2017
Raakhout komt op me af met grote paddensprongen. Dan is er iets aan de hand, dat mag duidelijk zijn. Ik moet meekomen. Hij stopt onder een grote eik. En dan zie ik het. Een grote poster hangt er op zijn stam. Ik heb daar zo'n hekel aan. Van die maniakken die mijn bos gebruiken voor reclame. Maar het moet gezegd, deze poster fascineert. Waarom? Door zijn tekst. Die is heel eenvoudig en toch ook weer niet. Eigenlijk is ie best wel filosofisch. En dat mag ik wel.
Ik weet, ik weet het, een beetje selectief in mijn afkeuring. Maar het woord, dat zo verspreid wordt dat is toch fantastisch. Zonder toeters en bellen, nee, gewoon recht toe en recht aan. Zonder lelijke graffiti, zonder afbeelding en ... heel belangrijk ... gesigneerd. Door een zekere Loesje. In eenvoudig zwartwit hangt de poster te stralen in de zon. De tekst daartegenover, nee niet aan de overkant, daar staat een den, veel te dun om tekst te dragen van dit formaat, de tekst die is helemaal niet zwartwit. Letterlijk ja, figuurlijk nee.
In vele tinten grijs, wat doorgaans veel kleur oplevert, is de tekst kleurrijk en stemt tot nadenken. En bij nadenken komen bij mij altijd veel kleuren vrij. Een kleurrijk denken. Mijn hart springt dan heel even open. En Raakhout weet dat. Daarom is ie mij komen halen. Ik hou zo van die schat, hij voelt me naadloos aan. Al een eeuwigheid lang is hij mijn trouwe maat en viervoeter.
Carnaval
De polonaise bewijst dat degenen die voorop lopen heus niet altijd weten waar ze naartoe gaan.
Loesje
Dat staat op de poster geschreven. Door Loesje ondertekend in gedrukt handschrift. Mijn hoofdmotor draait op volle toeren. Wat een diepgang zit er in de tekst. Koude en warme rillingen lopen afwisselend langs mijn spina. Raakhout kijkt me met een zelfvoldane blik aan. Hij weet dat ie dadelijk een beloning krijgt. Terecht. Verdiend.
Ik houd me vooralsnog bezig met deze bijzondere tekst. Mozes kriebel, brizzl djeu, griss mich nich, ik heb er geen woorden voor. Ik zie in gedachten alleen maar mensen achter elkaar aan lopen. In een grote rij. Dwars door mijn bos, van boompje naar boompje, niet wetend waar naartoe? Heerlijk om zo doelloos te zwalken. Af en toe staat de polonaise stil en maakt spontaan een hup. Dan gaat plots, op een niet afgesproken signaal, de linkerarm en daarmee automatisch ook de linkerhand van eenieder de lucht in. Soms halen ze ook de rechterarm en -hand van de schouder van hun voorganger en steken die beiden in de lucht. Samen dus met de linkerarm en -hand. De polonaise gaat dan alleen op voeten en benen verder, loshandig losbandig.
Ze zingen dan keihard. 'En dan die hendjes de lucht in'. Ik weet niet of ik het goed versta. Maar hendjes zal dan wel handen betekenen. Of is het een verbastering van kip. En bedoelen ze eigenlijk te zeggen 'en dan die hennetjes de lucht in', wat dan weer vreemd is, want hennetjes kunnen amper vliegen. Ze stuiven eerder op. Hoewel, hoe komen ze dan in de bomen om te slapen? Hennen en kippen vinden het namelijk heerlijk om in bomen te slapen. Dan voelen ze zich veilig.
Ik zie nu ook dat de polonaise duidelijk in de war is en zoekend. Ze gaan ineens ook achteruit met zijn allen. Een gevaarlijke situatie tussen al die bomen in mijn bos. En hup, alsof ze mijn gedachte kinnen lezen, gaat de stoet weer vooruit. Om me na enkele minuten opnieuw te doen verbazen. Alle armen en handen gaan wederom de lucht in, maar nu draait ieder op zijn plaats een pirouette om vervolgens een halve slag te keren en de nieuwe voorganger bij de schouders te vatten. En hup, iedereen weer volle kracht vooruit. De eersten zullen de laatsten zijn. De polonaise is duidelijk zoekend en de weg nog even kwijt. Maar wat ze allemaal onder weg toch meemaken. Fantastisch.
In gedachte doe ik mee en Raakhout natuurlijk ook. Zo bouwen we ons eigen feestje. Keigezellig, nietwaar. Carnaval. Vleesfeest. Ik hou de schouderhammen stevig vast en zing vrolijk mee. 'En dan die hendjes de lucht in!'
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Posts tonen met het label poster. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poster. Alle posts tonen
28-02-2017
23-01-2014
Drakenvriend
Met een zucht slaat Kees de deur van zijn nieuwe slaapkamer open. Het ruikt naar vers behang en latex. Flauwtjes neemt hij de nieuwe plek in zich op. Drie muren beige, één muur chocoladebruin. En dat op de vijftiende verdieping van een okergele flat. De verflucht kriebelt in zijn neus. “En wat vind je ervan, is ie niet mooi?” In de blik van pa ligt het antwoord hoopvol opgesloten. “Ja pa, het ziet er goed uit.” Kees liegt, om bestwil, de ruimte is veel te klein.
Hij kan zijn kont amper keren. De spullen uit zijn vorige kamer lijken de muren van dit hol omver te duwen. Tussen het bed en het bureau is nauwelijks loopruimte. Als de stoel naar achteren is geschoven kan er niemand door. Kees ziet al snel dat hij voortaan op zijn linkerzij moet slapen. Op de rechterzij is het risico te groot dat hij de slaapkamerdeur bij plotse entering langs zijn gezicht ziet schuren. En dat wil ie niet. Een goede slaper is hij niet. Daar is Kees te waakzaam voor. Op zijn buik of rug slapen kan ie niet.
Met een plof gooit Kees zich neer op het bed. Op de buik met zijn neus in het kussen. Pa rommelt wat in de keuken. Zo te horen op zoek naar nieuwe orde. Een orde die hij maar moeilijk lijkt te vinden. Sinds kort woont Kees alleen met pa. Het hoekhuis in de volksbuurt waarin Kees geboren en getogen is, is noodgedwongen verkocht. Alle mensen uit het huis zijn vertrokken. Twee broers en een zus. Verliefd, verloofd, getrouwd. Weggerend, zo voelt het toch. Mams had het huis allang verlaten, zwevend naar de sterrenhemel. De tranen biggelen Kees over de wangen. Hij drukt zijn neus en tranen stevig in het kussen. Zelfs de geur in het kussen is niet vertrouwd. Hoe hard Kees ook snuift. Waarom? Waarom?
“Zit toch niet zo te mokken!” Kees veert op. Waar komt die stem vandaan? Een onbekende stem. Niet eerder gehoord. De slaapkamerdeur is dicht. Zijn vader is het niet. Wie leest Kees de les. “Ja, ja, je hoeft niet onder het bed te kijken hoor, ik ben het maar. Ja, hiero, hier op de deur!” Met grote verbazing kijkt Kees naar de poster op de deur. Zijn fluwelen draak is tot leven gekomen. De paarszwarte draak kwispelt wat met zijn staart en zijn fluorescerende ogen spugen vuur. Het maakt Kees en zijn koude kamer heel eventjes warm. “Bij de pakken neerzitten heeft geen zin, jongeman, je moet vooruit. Je nieuwe wereld ontdekken. Kop op. Droog je tranen!” Hoe durft de draak. Terugbrengen naar de winkel is geen optie. Zo’n brutale poster heeft Kees nog nooit gehad. “Bemoei je met je eigen zaken lelijke draak, wie denk je wel dat je bent?”
De draak bevriest onder de kou en stolt weer terug tot poster. Even twijfelt Kees aan zichzelf. Sprak die draak nu echt, of hoorde hij zichzelf praten? Zijn puberbrein haalt rare streken uit. En toch, de draak in zijn gedachten had wel een punt. Een plaatje draaien, dat is wat Kees wil doen. Muziek in droefenis maakt zijn lijden zacht. Hij kan alleen niet kiezen. Tussen Dylan en de Groot. Ach, arm kind, wat lig je hier stil, dertien lentes zo pril met het antwoord in de wind.
Hij kan zijn kont amper keren. De spullen uit zijn vorige kamer lijken de muren van dit hol omver te duwen. Tussen het bed en het bureau is nauwelijks loopruimte. Als de stoel naar achteren is geschoven kan er niemand door. Kees ziet al snel dat hij voortaan op zijn linkerzij moet slapen. Op de rechterzij is het risico te groot dat hij de slaapkamerdeur bij plotse entering langs zijn gezicht ziet schuren. En dat wil ie niet. Een goede slaper is hij niet. Daar is Kees te waakzaam voor. Op zijn buik of rug slapen kan ie niet.
Met een plof gooit Kees zich neer op het bed. Op de buik met zijn neus in het kussen. Pa rommelt wat in de keuken. Zo te horen op zoek naar nieuwe orde. Een orde die hij maar moeilijk lijkt te vinden. Sinds kort woont Kees alleen met pa. Het hoekhuis in de volksbuurt waarin Kees geboren en getogen is, is noodgedwongen verkocht. Alle mensen uit het huis zijn vertrokken. Twee broers en een zus. Verliefd, verloofd, getrouwd. Weggerend, zo voelt het toch. Mams had het huis allang verlaten, zwevend naar de sterrenhemel. De tranen biggelen Kees over de wangen. Hij drukt zijn neus en tranen stevig in het kussen. Zelfs de geur in het kussen is niet vertrouwd. Hoe hard Kees ook snuift. Waarom? Waarom?
“Zit toch niet zo te mokken!” Kees veert op. Waar komt die stem vandaan? Een onbekende stem. Niet eerder gehoord. De slaapkamerdeur is dicht. Zijn vader is het niet. Wie leest Kees de les. “Ja, ja, je hoeft niet onder het bed te kijken hoor, ik ben het maar. Ja, hiero, hier op de deur!” Met grote verbazing kijkt Kees naar de poster op de deur. Zijn fluwelen draak is tot leven gekomen. De paarszwarte draak kwispelt wat met zijn staart en zijn fluorescerende ogen spugen vuur. Het maakt Kees en zijn koude kamer heel eventjes warm. “Bij de pakken neerzitten heeft geen zin, jongeman, je moet vooruit. Je nieuwe wereld ontdekken. Kop op. Droog je tranen!” Hoe durft de draak. Terugbrengen naar de winkel is geen optie. Zo’n brutale poster heeft Kees nog nooit gehad. “Bemoei je met je eigen zaken lelijke draak, wie denk je wel dat je bent?”
De draak bevriest onder de kou en stolt weer terug tot poster. Even twijfelt Kees aan zichzelf. Sprak die draak nu echt, of hoorde hij zichzelf praten? Zijn puberbrein haalt rare streken uit. En toch, de draak in zijn gedachten had wel een punt. Een plaatje draaien, dat is wat Kees wil doen. Muziek in droefenis maakt zijn lijden zacht. Hij kan alleen niet kiezen. Tussen Dylan en de Groot. Ach, arm kind, wat lig je hier stil, dertien lentes zo pril met het antwoord in de wind.
Abonneren op:
Posts (Atom)