Posts tonen met het label esther suzanna. Alle posts tonen
Posts tonen met het label esther suzanna. Alle posts tonen

26-04-2017

Drama Lechniatskinsky

Ze kennen elkaar al een eeuwigheid, Greorge, Pjotr en Wrisky. Nog voor het bestand van Lechniatskinsky. En nu, op dit moment, hebben ze elkaar het hardste nodig. Liggend op het strand van Snytnobirks, op de buik in het zand, de handen op de rug gekneveld, prop in de mond, voeten vastgebonden aan strandpalen, wachtend op de vloed. Totaal uitgeput. Ze kunnen helemaal niets meer. Het enige dat ze nog delen met elkaar zijn dezelfde gedachten. Zwevende gedachten. Niet aan de dood. Nee, aan hun grootste liefde. Aan Natasja, die ze allen liefhebben, Natasja Blowdimir. Waar ze allen ooit het bed mee deelden, op ieders eigen wijze, niet wetend van elkaar. Toen geluk nog heel gewoon was. Natasja uit Lechniatskinsky, waar is ze nu gebleven? Hun allerliefste maatje.

De zee kruipt steeds dichterbij, is haast voelbaar, de wind waait schuimvlokken in hun gezicht. In wanhoop schrijft Wrisky met samen geknoopte voeten de naam van zijn grote liefde in het zand. Hij kronkelt zijn lijf en duwt twee gekromde grote tenen in het zand.

N A T A S

Na de S krijgt hij kramp. Pjotr kijkt hem boven zijn knevel zijdelings aan. Zijn wenkbrauwen zitten bij zijn haargrens. Hij snapt wat Wrisky doet. Ook hij begint met zijn lijf te kronkelen.

N O G 1 K E E R W I P

Dan slaat de artrose toe. Vervolgens krijgt Greorge in de gaten dat zijn vrienden rare lichaamsbewegingen maken, alsof hun laatste uur geslagen is. In pure wanhoop kromt hij zijn tenen en graaft in het zand.

H E L P

Langzaam glijden de golven tegen de hoofden van de drie mannen. De krampachtig geschreven noodkreten in het zand zullen weldra verdwijnen. What’s on a man’s mind in zijn laatste seconden? Gedeelde vriendschap, geliefden en seks, veel seks. Drie levens schieten voorbij in koude hoofden. Totdat één hoofd plots een kluts krijgt.

“Au”, schreeuwt Pjotr binnensmonds. Zijn kreet botst hard op de prop. De prop schiet naar buiten. De golven die langzaam aanzwellen maken zijn mond ook nat.
“Verrek, een fles. Jongens. Een fles met inhoud. Een brief. Van wie?”

De fles drijft mee op een golf. Met een laatste stuiptrekking klemt Pjotr de fles tussen zijn benen. “Krak”, zegt de fles en breekt. De brief glijdt eruit en rolt open op het water, drijft mee op een terugtrekkende golf. In een flits leest Pjotr vier dichtregels. Een noodkreet.

Voor wie mij vindt
En mij bevrijdt
Die wacht gezwind
De eeuwigheid

Was getekend,
Hoogachtend,
De geest in de fles

Pjotr kronkelt van opwinding.
“Jongens, wat een geluk, mij wacht de eeuwigheid,” schreeuwt hij enthousiast.
Hij kijkt naar zijn vrienden die heftig kronkelend naar hem staren. Hun blikken zijn dodelijk, het door de prop gesmoorde gemor is duidelijk herkenbaar als gevloek in alle toonaarden.

“Rustig nou maar, ik verzin wel een list,” sust Pjotr.
“Ik weet het!” roept hij. “Blijven kronkelen, neem je benen mee, ruk aan het touw dat vastzit aan de paal. Als de zee omhoog komt laten we ons drijven. Op het water. ONTSPANNEN. Zen. Daarna is het een fluitje van een cent, de paal komt onder water en wij zijn los!”

Het protest van zijn vrienden bereikt een hoogtepunt. Paniek in de ogen. Hoe kan je in hemelsnaam ontspannen in deze positie!? Wind op het strand zwelt aan. Zo ook de windzang. Horen ze het goed? Vertelt de wind hen een lied?

“Habe Mut und treue Zen … habe Mut und treue Zen … habe Mut und treue Zen …”

Het lijkt wel een mantra. Unsagbar schön. Wolken drijven over. Pijlsnel. In vorm en stijl van mantaroggen. Mooi. Zo mooi. Eindigen hier drie levens? De vloed is op zijn hoogst en drie lijven dobberen op het water. Het hoge water heeft een voordeel. Greorge en Wrisky raken nu ook verlost van de prop in hun mond.

“We moeten iets doen mannen!”, roept Greorge opgelucht.

“Zingen!”, schreeuwt Wrisky.

“Ja, ja, zingen", vult Pjotr aan, "Ramses, kop op mannen!”

“Zing, vecht, huil, lach, bid, werk en bewonder!
Zing, vecht, huil, lach, bid, werk en bewonder!
Zing, vecht, huil, ... niet zonder ons …!”

Een klein roeibootje nadert. Nee, het is niet waar? De mannen kunnen hun ogen niet geloven. Een geest, een geest. Natasja!

“Ik kom voor mijn ware liefde”, zegt ze met zwoele stem, licht hijgend door de inspanning van de lange tocht.

“Dat ben ik!” roept Wrisky.

“Nee, ik!” schreeuwt Greorge.

“Mijn liefste, je hebt mijn roep om hulp gehoord”, fluistert Pjotr, aangedaan door haar telepathische vermogens.

“Ja, mijn liefste Pjotr, maar het is Greorge die ik begeer, ik kom hem redden van de wisse verdrinkingsdood!” verzucht Natasja met haar beiden handen tegen haar flinke boezem gedrukt, niet opmerkend dat de peddels in het water glijden.

“Maar ik heb net de eeuwigheid gekregen?!” schreeuwt Pjotr gefrustreerd.

“Daarom juist”, zegt ze, haalt een mes tevoorschijn en snijdt het touw aan Greorges handen en voeten door.

“En Wrisky en ik dan?”

“Tja, jullie redden jezelf wel, toch?”

“Maar waarom Natasja? Betekende die mooie zwoele nachten niets voor jou? Waarom?”

“Ja, waarom lieve Nat, ook wij hebben samen goed doorgehaald toch?” vult Wrisky aan. 
“Toe, doe ons dit niet aan, verlos ons!”

“Sorry jongens, geen plaats in de boot!”

Ondertussen hijst Natasja de uitgeputte Greorge in de boot en vlijt hem tegen haar boezem. Greorge komt helemaal bij en nieuwe adrenaline stoot naar al zijn lichaamsdelen. Hij kan nog amper nadenken. Zijn gedachten focussen zich naar twee zaken en maken achtereenvolgens een buik- en hoofdhinkel. Een merkwaardig gevoel in zijn onderbuik duidt op een intens en haast onweerstaanbaar verlangen naar seks met Nat. Maar de hoofdhinkel wint het van de buik. Zijn vrienden in de steek laten? Dat nooit!

“Sorry Natasja, maar mijn vrienden zijn mij lief. Eén voor allen en allen voor één. Je moest eens weten wat voor een toffe gozers Wrisky en Pjotr zijn, dat moet jij toch weten. Kop op meid. We delen de boot en gaan desnoods met zijn allen vrijend ten onder.”

Maar Natasja is niet gek. Ze voelt dat de boot wordt meegezogen door een terugtrekkende vloed en grijpt snel naar de peddels. Maar, maar, maar … waar zijn die gebleven!

“Oké dan!” Ze beseft dat ze alle mankrachten nodig heeft om Greorge en zichzelf in veiligheid te brengen. Ze geeft het mes aan Greorge. Hij snijdt zijn drijvende kameraden los en helpt ze de boot in.

“Samen alweder in hetzelfde schuitje”, grijnst hij.

Pjotr en Wrisky grijnzen zuur terug. De afgewezen mannen zinnen ieder voor zich op wraak, een zoete. Vooralsnog moet iedereen de handen, zelfs hele armen uit de mouwen steken en terwijl Natasja ter aanmoediging een zeemanslied inzet, maaien de mannen half uit de boot hangend door het woeste water.

De wind trekt aan, golven zo hoog als huizen dreigen in de verte en komen dichterbij. De boot maakt water. In paniek scheppen ze gezamenlijk zoveel mogelijk water uit de boot maar het is vechten tegen de bierkaai. Een grote golf nadert en vol afgrijzen staren ze naar het bakbeest dat hun lot bezegelt. De boot kantelt. Ze gaan kopje onder. De woeste baren sleuren de halve notendop mee in hun wilde dans. Alleen Pjotr klampt zich vast en laat de boot niet los. Als de zee kalmeert klimt hij op de onderkant van de boot die nu boven ligt. Hij roept zijn maten en Natasja natuurlijk. Het blijft stil. IJzingwekkend stil. Daar drijft hij dan, Pjotr. Zijn wens is uitgekomen. Tot in de eeuwigheid. Alleen.

Co-column geschreven door Esther Suzanna en Mien

05-04-2017

De barbier van Bedosniwrat

Hij slijpt zijn mes. De kunst van ultieme gladheid zit in de scherpte.
De eerste zonnestralen vallen gefilterd door het doffe glas de ruimte binnen, geven een gouden gloed aan de kleurloze sfeer.
Zorgvuldig klapt hij het mes in, legt het netjes op de plank, in het verlengde van de kam. De scheerkwast staat fier rechtop naast de kom met net aangemaakte zeep, naar authentiek recept. Geen moderne fratsen hier.
Hij vouwt de mantel netjes op en legt deze klaar over de leuning van de stoel. Even strijkt hij met zijn hand over het versleten leer, dat als een strakke huid de stoel bekleedt.
Een bekend silhouet schuift langs het raam. De schaduw loopt richting deur.
De deurbel rinkelt.
Zijn eerste klant.

“Kom binnen Greorge. Je bent vroeg vandaag.”
Met Greorge komt ook de koude binnen. Het is hartje winter in Bedosniwrat. De sneeuw ligt veertig centimeter hoog en de sneeuwschuivers hebben moeite met het harde wit. Het schuurt onder het roest van metaal, de machines zijn oud. Te oud om nog te werken. Maar het moet. Het kan niet anders. En iedereen weet en beseft dat in het oude mijnwerkersdorp. Getroffen in oorlogstijd. Hoe wreed.
“Ga zitten Greorge, hetzelfde recept als anders?”
“Ja, doe maar, waarom ook niet? We moeten immers verder, nietwaar?”
Wrisky Stauwerz klopt de zeep nog eens goed door. Het wit maakt een slurpend geluid. De kwast is er klaar voor. Bedachtzaam ingezeept door Wrisky. Altijd maar in gedachten. Een harde knal klinkt. Glas breekt.

Stoïcijns grijpt Wrisky naar het mes. De barst in de enige spiegel die de winkel rijk is, voegt zich bij alle andere.
Het is schering en inslag in het mijnstadje. Geen nieuws.
Greorge haalt een wenkbrauw op, en schikt de witte slab over zijn jasje. Het schuim wil wel eens spatten.
“Wanneer laten ze die oude mijn nou eens onderlopen?” mompelt hij. Het schuim op zijn kin wiebelt mee.
“Beetje lastig nu, met die kou. Misschien in het voorjaar,” antwoordt de barbier.
Het puntje van zijn tong steekt naar buiten terwijl hij met een gerichte haal een streep maakt in het schuim.
Het rinkeltje van de bel klinkt. Hijgend stapt een man de barbershop binnen.
“Jullie moeten komen helpen!” schreeuwt hij.

Het is Pjotr Brinsky, een forse kerel, type ruwe bolster blanke pit, kale kop met een verwilderde oranje baard. Hij stinkt drie uur in de wind. Verzetsstrijder van het eerste uur binnen de ondergrondse van Bedosniwrat. Zowel Wrisky als Greorge kennen hem. ze beseffen onmiddellijk dat het hommeles is.
“Gaat het dan eindelijk gebeuren!” moppert Greorge en trekt meteen de witte schort van zijn nek.
“Ja mannen, het Apostolisch Genootschap van de Manke Ridders heeft de ondergrondse zojuist ingefluisterd dat de vijand de stadsmuren verlaten heeft voor een dropping in het veld. Als we snel handelen kunnen we de munitie nu aanbrengen.”
Doodse stilte in de barbershop.

Wrisky zucht.
“Kun je ook in gewone taal spreken?” zegt hij quasi boos. De twinkel in zijn ogen die zijn gegroefde hangwangen de uitstraling van een olijke hamster geven, verraden hem.
“Je bedoelt dat we nu onze illegale handel kunnen distribueren toch … al die mierenneukers zitten zeker in de kerk van de Heilige anti-alcohol Graal?”
Greorge, Pjotr en Wrisky bulderen van het lachen.
“Even serieus, dit is het moment. We hebben geen minuut te verliezen,” zegt Pjotr nog naschuddend.
“We komen eraan, zie je in de loods,” roept Wrisky terwijl hij met een doek de mousse van Greorges gezicht veegt. Terwijl Pjotr een voorsprong neemt trekken zij hun met bont gevoerde jassen aan. Gewapend met twee steekkarren die in de bijkeuken van de barbershop achter een gordijn stonden te wachten op deze gelegenheid, begeven ze zich door het winterse landschap richting loods, waar hun illegale wodkastokerij aardige verdiensten oplevert.

“Het gaat niet goed met onze PTSS-er Pjotr Wrisky, wat jij?”
“Ja, de oorlog blijft hem wel dwars zitten, het wordt de laatste tijd weer erger, maar ach, wat doe je eraan?”
“Ontnuchteren, in het heden plaatsen, aarden … en daarna heel heel veul wodka laten drinken!”
Greorge schiet in de lach. De beide mannen naderen de loods. De deur staat half open en ze horen gestommel en gevloek.
“Pjotr, ben jij dat?”
Korte stilte.
“Effe wachten. Nog niet binnenkomen. Ben nog bezig met de munitie!”
“Munitie? Waarvoor Pjotr?” roept Wrisky.
“Ja, kom maar binnen, ik ben klaar!”
Greorge en Wrisky stappen de loods in.

BENGG, BENGG, BOEM, KEDENG, KLATS, PPFFIEIEIEIE …
Aan de achterkant van de loods kruipt Pjotr op handen en voeten naar buiten. De loods staat in lichterlaaie. Targets uitgeschakeld. Het is hem toch gelukt.

Co-column van Mien en ES