Posts tonen met het label mode. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mode. Alle posts tonen

09-03-2017

Verkiezingen

Wat zal ik morgen weer eens verkiezen? Ik heb geen idee en besluit hulp in te roepen. Sinds kort heb ik een handig tooltje gedownload op mijn telefoon. Een zelfgebouwd appje. Het heeft wel even kruim gekost om het te maken. Maar dan heb je ook wat. Eerst een kleine database gebouwd voor de opslag van alle data. Wel zo handig. De architectuur heb ik simpel gehouden. Het is mijn eerste app en dan moet je het jezelf niet al te moeilijk maken. Ik maak dan ook gebruik van simpele bouwstenen en een eenvoudig woordenboek. De terminologie haal ik uit de praktijk zodat ik ze eenduidig en begrijpelijk kan hanteren.

Als basis van de inrichting, een soort kapstok waar ik alles aan wil ophangen, gebruik ik de bouwtekening van IKEA. Die heb ik gelukkig bewaard. Sterker nog, gedigitaliseerd voor de eeuwigheid. Zodoende kan ik de inrichting eenvoudig kopiëren en weet ik precies waar ik alles kan vinden en opslaan. De sokken, gesorteerd op kleur en dikte in de linkerla. Het ondergoed met hiërarchische onderverdeling, lange pijpen, korte pijpen, geen pijpen, vetergoed, hemd met lange, korte en geen mouwtjes, lentegoed, zomergoed, herfstgoed en wintergoed, in de rechterla. De laden hebben uiteraard hun eigen onderverdeling. En de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik het ontwerp van IKEA zelf ietwat naar mijn eigen hand, of beter voet en onderlijf heb gezet. Kortom extra vakjes bijgemaakt.

De indeling van de bovenkast bespaar ik u even lezer. Omvattend, zoals u mij kent. Dankzij de app, die inmiddels de testfase glansrijk heeft doorstaan, heb ik in de ochtend, eigenlijk de avond ervoor, geen keuzestress meer. De app, die ik voor het gemak Sjanellie Flanellie heb genoemd, maakt ook nog eens prachtige kledingcombinaties op basis van de laatste modetrends. Uiteraard heb ik de app gekoppeld aan websites van gerenormeerde couturiers uit Parijs, Londen en New York. Die uit Bejing en hipsterstad Berlijn moet ik nog toevoegen. Heel af en toe geeft de app een error aan. Geen enkele app is natuurlijk perfect en altijd voor verbetering vatbaar. Meestal heeft de error te maken met het ontbreken van een kleidngstuk. Het zit of in de was of het is nog in bestelling. Gelukkig heb ik de app zo geprogrammeerd dat deze snel met een alternatief komt. Negen van de tien keer is het een perfect alternatief. Een enkele keer kan ik er echt niet mee de deur uit. Dan zorg ik voor een handmatige aanpassing. Per slot van rekening moet je zelf ook nog iets te kiezen hebben.

Zo de keuze is gemaakt. Morgen kies ik voor een groen setje. Nu nog even een passend ontbijt erbij zoeken. Ik selecteer mijn andere favoriete app Appie Happie Pappie. Gelukkig zitten koel- en voorraadkast nog goed vol. Ik kies voor een Frans ontbijtje. Met een gerust hart kan ik nu eindelijk slapen gaan. Morgen geen keuzestress.

31-12-2016

Schrijfveren December 2016

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Geluk is kwetsbaar als een herfstblad (02-12-2016)

Een aantal bladeren staat op het podium. Een beetje hulpeloos en schuchter. De tekst zit er nog niet goed in. De regisseur laat weinig ruimte voor improvisatie en dat steekt de blaadjes. Bladeren hulpeloos en schuchter laten; dat vraagt om problemen. Het eikenblad dat hoog boven de rest uitsteekt en van volwassen leeftijd is, heeft nog het meeste moeite met de spaarzame speelruimte. In volle bloei en wasdom zou hij toch moeten en mogen schitteren. Maar, nee, ook hij moet zwijgzaam liggen op de grond en wachten tot de winter komt. Hoe saai kan het leven van een blaadje zijn. Zich onderscheiden van de rest gaat zo niet lukken. Straks wordt hij nog overvleugeld door een beuken- een espen- of erger nog een berkenblad. Hij moet er niet aan denken.

Bezwaarlijk krult hij zijn bruine randen op en beschermt zich tegen de wind die het podium opgeblazen wordt. Had hij nu toch maar een maillot aangetrokken. Gelukkig is het nog maar drie weken naar de generale repetitie. Zou hij de boel nog in beweging kunnen krijgen? Dit kunnen ze de toeschouwer toch niet aandoen? 'In de herfst van het leven.' Dat is de titel van het stuk. Experimenteel en erg zen. Ze moeten gewoon zichzelf zijn en stil blijven liggen op de grond. Een eenakter zonder pauze en nauwelijks tekst. Gelukkig is er wel muzikale ondersteuning. Anders zou het wel erg saai worden voor het publiek. Zij die sterven gaan groeten u op muziek van Mieke Telkamp, gebracht op Albert Hammond wijze. Hij eikenblad zou er liefst zelf van weg willen lopen. Wat een klaagzang.

Maar ja, er moet ook brood op de plank komen. Dan kun je het slechter treffen als eikenblad. Hij prijst zich dan ook stiekem gelukkig. Slapend rijk worden. Niets mis mee. En toch. Het blijft ergens schuren. De rolverdeling is zo anoniem dat niemand kan schitteren op de planken. Nee, het is bepaald een dooie boel. Er is nog maar kort tijd om de boel eens flink in beweging te brengen. De blaadjes liggen niet voor niets in de herfst van hun leven. Hoogste tijd voor nog wat actie. We spannen samen. Voor ons geluk. Alle blaadjes op het podium doen mee. Na vlug beraad zijn we het allen eens. We willen opschudding. Het eikenblad knipoogt en steekt zijn duim omhoog naar de windtechnicus, het is een goede vriend van hem. Een afgesproken teken. De windturbine gaat naar max en alle blaadjes waaien van het podium, keihard de zaal in. Sommigen breken bijna hun nek. Het eikenblad landt op schoot bij de regisseur. Die is kwaad en scheurt hem haast in twee. Dat heeft ie toch maar mooi voor elkaar. Boosheid is ook emotie. Van geluk laat het bruin gerande eikenblad een blijde traan.


Het opsporen van wonderen (04-12-2016)

Met mijn armen gestrekt en de kromme tak stevig vasthoudend sjouw ik over het platteland. In stilte en vroeg, heel vroeg in de ochtend. Dat is het beste moment van de dag om wonderen op te sporen. De laatste tijd gaat het me nog maar moeilijk af. Tot twee maanden geleden ging het me veel beter af. Dan ving ik dagelijks wel zo'n drie wonderen. Drie per dag? Jazeker. Drie per dag, minimaal. Het waren geen bijzondere wonderen hoor. Laat dat duidelijk zijn. Op een gegeven moment raak je er wel aan gewend. De bewoners van het dorp waarin ik woon vonden het zo langzamerhand ook wel best. Een dagelijks portie wonderen wordt na verloop van tijd zo ... gewoon. Vergelijk het maar met het dagelijks vinden van een pot goud aan het einde van de regenboog. De dorpelingen waren dan ook al schatjerijk. En sinds twee weken, nadat er een interview met mij had gestaan in het plaatselijke leugenaartje de Trompetter, heeft zowel de landelijke als de internationale pers er lucht van gekregen. Zelfs Reuters besteed er nu aandacht aan. Toch niet de eerste de beste mediatycoon. Maar sindsdien gaat het snel bergafwaarts. Teveel aandacht krijg ik en ik kan mijn werk niet meer in stilte doen. De dorpelingen kwamen terecht in opstand. Uiteindelijk heb ik een deal gesloten met Reuters en de verzamelde pers. Ze gunnen me de ochtend van 04:00 tot 08:00 uur. Dan kan ik ongestoord mijn gang gaan. Maar het wil maar niet lukken. Mijn zoektocht naar wonderen eindigt hier. Helaas.


Ooit, binnenkort (06-12-2016)

Ga ik weer naar huis. Ik kan niet wachten. Lekker weer terug onder de Spaanse zon. Liggen in mijn hangmatje, lekker drankje erbij, paard op stal en Pieten in geen velden of wegen te bekennen. Of is het wegen en velden? Waarom in welke volgorde? Dat heeft toch ooit iemand bedacht. Vice versa gelijk een pont. Schipper mag ik overvaren? Nou, doe maar even niet. Marokko is me veel te koud. Zeker als er leven op Pluto is. Is dat zo? Na Mars moet alles zo'n beetje mogelijk zijn. Ooit, binnenkort.

Als het maar gebeurt voordat ik 500 honderd wordt. Ja, zolang schenk ik al cadeautjes. Maar alleen in Nederland. Tover ze vanonder mijn mijter en stuiter ze de wereld in. Als kinderen zo blij, zo worden ze ontvangen. Geen wankreet die ik hoor. Ik hoor het Marco al zingen. In zijn Polo. Dromen komen uit. Onder paddenstoelen met rood met witte stippen. Wit met rode stippen dat staat zo lelijk. Die zijn vast giftig. En giftige paddenstoelen liggen zwaar op de maag. Nee, geef mij de wit met rode stippen maar. Met of zonder kaassaus, het is me eender. Zolang er maar niets in mijn baard blijft hangen.

Ah, daar gloort aan de horizon, links van mij, de Spaanse kust. En rechts het blauwe water met als ik heel erg ver kijk een klein lichtpuntje. Een vrouw steekt haar verlichte lantaarn omhoog, vrij van alles. Wat is het leven toch mooi. Hier en daar of daar en hier aan de kust, de Spaanse kust. We leggen aan en ik laat mijn merrie los en zie de Pieten heerlijk over het strand buitelen. Iedereen blij. Eindelijk weer thuis.


Een spiegel voorhouden (08-12-2016)

Ik zie helemaal niks. De spiegel die ik mezelf voorhoud is zwart. Een donker gat. Hoe kan dat nou? Zwarte gaten in de ruimte zijn nog spannend, maar een zwart gat in een spiegel, dat is ernstig. Een teken aan de wand. Ik hang de spiegel terug aan de spijker. Zal ik hem aan diggelen slaan? Het ergst van al, ik zie ook geen spiegelbeeld van mezelf. Of is dat juist het zwart? Zwart van binnen. Zwart voor ogen. Ik weet het even niet meer. Heb ik misschien fout gehandeld? Is dit mijn straf? Zie ik niets omdat ik niets wil zien? Of krijg ik niets te zien omdat ik het verdien?

Kies jij maar. Ja, jij lezer. Je kent me toch? Denkt me te kennen, althans. Nee, ik geef me niet verder bloot. Hier zul je het mee moeten doen. Als ik je nu eens een spiegel voorhoud? Zie jij dan ook zwart? Ja. Dan is er serieus iets aan de hand. Op zwart gaan doet een televisie, een website, een avondklok. Ho eens even, wacht. Je trekt toch niet de stekker eruit, wel? De ruimte die is pas zwart. Hoewel er natuurlijk ook nog sterretjes schijnen. Maar dan moet je ze wel willen zien.

Je ziet ze niet? Tja, dan heb je een probleem. Een echt probleem. Zwart zien, zwart willen zien, dat doe je dan jezelf aan. Zwart kijken wil ik het niet noemen. Veel belangrijker is het zien. Een wezenlijk verschil. Aapjes kijken of aapjes zien. Naar het grote geheel kijken, of het grote geheel zien. Ben jij een kijker of een ziener. Ik weet het wel. Ik maak het even voor je af. Ik zal het voor je duiden. Van afkijken komt afzien. Van doorkijken doorzien. Van uitkijken uitzien. Van inkijken inzien. Zo simpel is het.


Een inheems woord (10-12-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

Cupcake. Dat is het eerste woord dat me te binnen schiet. Inheems uit het buitenland geïmporteerd. Uit Canada om precies te zijn. Voor het eerst gebezigd door Diemanuitcanada. Het oudste lid, niet meer actief, van Column X. He loved cupcakes. Zeker als ze van een specifiek formaat waren. Cupcake Double X was zijn favoriet. Bij voorkeur propvol kliek en kwak. Een bijzonder goedje gekweekt in de buurt van Vancouver. Zonder kliek en kwak geen lekkere cupcake. Afgemaakt met een flinke toet slagroom is helemaal het ultieme.

De laatste keer dat Diemanuitcanada dat gegeten heeft is inmiddels ook alweer lang geleden. Maar geen nood. Hij heeft het recept ergens verstopt op de website Column X. Ergens te vinden in de archieven, lees krochten van CX Café. Het oude CX Café welteverstaan. Los of vast geschreven. Dat maakt in deze niet uit. Kliek en kwak zit ook aan elkaar. Maar ik dwaal af. Onderweg in de trein naar de meest recente Column X meeting. Op weg en op zoek naar kliek en kwak. Inheems en onder ons gesproken op zoek naar de lekkerste cupcakes van Den Bosch, Bossche Bollen.


Kartelrandjes (12-12-2016)

Mijn vingers hebben het. En niet zo zuinig. Door jarenlang nagelbijten en navelstaren. Van navelstaren kartelrandjes aan je vingers krijgen? Ja dat kan. Zodra het neuspeuteren gaat vervelen, stop ik de kartelrandjes uit mijn neus in mijn buiknavel. En ja, daarvoor moet je staren, zeker met mijn buik. Die steekt vooruit. Altijd op de meest ongelegen momenten. Bij sokken aantrekken, schoenen strikken en bij het plaatsen van kartelrandjes in de buiknavel.

Mijn papier heeft ook kartelrandjes en mijn zenuwen. Maar binnen die laatste twee bestaat geen causaal verband. Alhoewel? Van papier kun je behoorlijk zenuwachtig worden. Vooral als het leeg is. Dan kan je kiezen. Of ik kauw aan het papier of ik kauw op mijn zenuwen. En ja, soms volgt het een op het ander. Dat gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Kauwen op mijn zenuwen houd ik niet lang vol. Ze blijven namelijk nooit zitten, die kauwen. Hersenpikkers zijn het. En dan vliegen ze weg.

Maar het vervelendst blijven toch de kartelrandjes van nagelbijten. Vooral de stukken waar ik niet meer bij kan, ook al doe ik nog zo'n moeite. Links of rechts dat maakt niet uit. Ik bijt, zaag, trek en kartel aan beide zijden, net zo makkelijk. Soms schakel ik de hulp in van mijn hond. In gedachten dan. Ik heb immers geen hond. Wel een kat. Maar die luistert niet naar mij en is ook niet echt geïnteresseerd in mijn vingerworstelingen.

Als de nagels zowat op zijn, ga ik vrolijk verder met mijn vingers. Aan sommigen heb ik al een mooi kartelrandje geknaagd. Het worden op die manier hele spitse vingers. Gelijk Dracula tanden heeft heb ik spitse vingers. Gelukkig zijn ze bestand tegen knoflook en kruisen. En het moet gezegd, ze zijn ook erg handig bij het buiknavelpeuteren. Want onder ons gezegd, ook ik ben wel eens toe aan een schoonmaakbeurt.

Sinds kort ben ik ook aangesloten bij een kartelrandkartel. Een zeer aangenaam bondgenootschap van lotgenoten. We kartelen wat af samen. En we liggen regelmatig ook in een deuk. Van onze eigen kartels. Volgende week hebben we weer een bijeenkomst. Ik zie er nu alweer naar uit.


Voorjaarsmode (14-12-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

Ecokleren. Dat is de nieuwe voorjaarsmode. Alle koeturiees wagen zich er in de winter aan. Het is allemaal tijdelijk en riesaikelbaar. Outentiek en niet te moeilijk. Omvattend en niet onthullend. Een nieuwe stroming.

In sommige werelddelen wordt het al toegepast. Eskimomode wordt het ook wel genoemd. We trekken weer dieren aan. Letterlijk. In het westen wordt dat lastig. Zulke grote dieren lopen daar niet meer rond. Ze zijn zeldzaam. De Ecokleren zullen dan ook wederom alleen voor de elite beschikbaar en toegankelijk zijn.

Nu is het helemaal niet erg om koude kille ijskasten in ijsbeerpakken te hijsen. Maar wat kost dat? Geld moet rollen, maar toch niet op deze manier? Tot uitstervens toe? De mode begeeft zich komend jaar op glad ijs. Althans in het westen. In het noorden is het pure noodzaak. Kost het ook niet veel geld, want een ijsbeer kost daar niets. Geen vervoerskosten, alleen heel veel tijd. Het schijnt nogal stug te naaien, zo'n ijsbeerpak.

Maar goed dat deze nieuwe mode nu tot een hoogtepunt komt. Over een paar jaar, de wetenschappers zijn het er nog niet over eens hoe lang precies, zal er geen ijs meer voorkomen in het noorden. Of de ijsberen dan ook hun wintervacht en ijspak afgooien laat zich niet voorspellen. Dat ze het warm krijgen en gaan zweten is echter een ding dat zeker is. Witte voorjaarsmode. Ga maar alvast sparen. Misschien alvast een klein verzoek doen aan de kerstman. Een ijsbeerpak voor onder de kerstboom. Best hip.


Rode draden (16-12-2016)

Het klopt weer. Wat een vreugde. Lief hart opgelapt. Draden goed gelust. Bloed stroomt omhoog. Bloed stroomt omlaag. Kruipt door hartkamers. Vloeit compleet gezuiverd. Morgen naar zwembad. Voorzichtig lijf dompelen. Drijven, voelen, leven. Misschien voor even. What the fuck. Ik heb overleefd. Rode draden kloppen. Revalideren kan beginnen. Lang leve vlechtartsen. Garen- en draadmeesters. Lucky I am. Gezondheid weer gered. Nooit meer frites. Veel te vet. Loos het zout. Loos de suiker. Loos het boos. Omarm de liefde. Omarm het zelf. Omarm de eigenliefde. Omarm de ander. Met dikke kussen. En vette knuffels. Leef het lijf. Lijf het in.


Snakkend naar adem (18-12-2016)

Zojuist de kachel aangemaakt, met de kerstboom. Had ik niet moeten doen. Raam open zetten helpt niet meer. De rokende boom begint nu zelf te hoesten. Hij kucht de dennennaalden dwars door de kamer. Alarm. Honderd lessen BHV spoken door mijn hoofd. Eerst jezelf in veiligheid brengen. Ja, maar hoe red ik dan mijn huis? En wie slapen er nog in mijn huis? De vlooien, de motten, de spinnen, de mieren, en al die dieren die ik al een tijdje niet gezien heb, maar waarvan ik weet dat ze er zijn. Ergens, verstopt in een nog maar enkele dagen ingelaste winterslaap. Ik krijg het niet over mijn hart om ze niet wakker te maken. Ik snak naar adem.

De eerste kerstballen vallen uit de boom en de gordijnen vatten vlam. Ik moet laag over de vloer bewegen, dat kan ik me nog herinneren. En de deur naar binnen toe opentrekken. Of nee, beter dichtlaten. Nog meer zuurstof kan de woonkamer echt niet verdragen. In colonne zie ik de eerste mieren langs de plint marcheren. Gelukkig, die zijn alvast gered. Maar waar blijven de motten en de spinnen, de vlooien en de andere dieren? De sprinklerinstallatie springt dan plots aan. Nee, deed die het dan nog? Een geluk bij een ongeluk. Ik trek mijn nylon kersttrui snel uit en spring een rondje rond de zwarte boom. Snakkend naar adem. But who cares?

Van buiten zie ik de buren door de raam naar binnenkijken. Zelfs die van tegenover. En ja, dan ga je je toch wel schamen. In je blote pielemans. Zomaar ineens. Allemaal aan elkaar geschreven en geplakt. Nu wel. Vrolijk kerstmis en zalig nieuwjaar, mompel ik in onverstaanbare lipletters. Bezorgd, zwaaien ze me uit. Alweer bijna een oud jaar verschroeid.


Roze tulpen (20-12-2016)

Ik ben fan van roze tulpen. Ik druk er graag mijn neus in. Zeker als ze vlezig zijn. Dronken word ik van de geur. En al helemaal als er een zwoele voorjaarswind bij waait. Ik vlei me er dan tussen, met heel mijn lijf. Heerlijk overwoekerd worden door het roze vlees. Ik doe mijn ogen dicht en laat geur en kleur binnenkomen. Al mijn zintuigen slaan dan op hol. Begin te trillen van genot. Zintuigen gaan iets met elkaar aan. Mijn mond ruikt, mijn neus kijkt en mijn oren proeven. De tast hóór ik dan weer. Het brengt me in vervoering. Ik kan daar eenvoudigweg niets aan doen. Het gaat vanzelf.

Met rozen heb ik dat veel minder. Die steken en prikken. Dat leidt af van passie en van hartstocht. Amarillen, die komen nog een beetje in de buurt. Maar dan heeft roze niet langer de voorkeur. Bloedrood moeten amarillen zijn, gelijk de liefde. Vlezig hard én zacht tegelijk. Uiteindelijk gaat er niets boven roze tulpen. Roze vlezige tulpen.

Ik volg de blaadjes in de prille lente. Soms volgen ze een pad. Alsof de duvel ermee speelt. Tulpenblaadjes liggen dan geplaveid op het gras en op de tuintegels richting tuindeuren. Tuindeuren die openstaan voor wat? Ja, voor wat? Ze lokken mij naar binnen, richting trap en slaapkamer. En daar, daar ligt ze dan. De mooiste muze van moeder natuur, in roze negligé, de prachtigste bloem van mijn leven. Mijn tulpenvrouw. Zeg dan maar eens nee?


Zoveel manieren om een sjaaltje te strikken (22-12-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

Charles, diep weggedoken in de kraag van zijn zwarte leren jas, loopt met kordate pas door de donkerste steeg van Amsterdam, de Zwarte Floddergats in helder Mooks jargoen. Af en toe staat ie stil. Ja, het is een lange gats de Zwarte Floddergats. Hij kijkt of alle dames nog keurig achter het raam zitten. En dat zitten ze. Met de kanariepiet trouw naast hun. De vleselijke volière ziet er vandaag weer proper uit.

Af en toe wringt zich een gatsgluurder, het liefst zonder aanraken, tussen Charles en de muur door. Zijn gestalte is ook imposant. Daar wil je niet aankomen. En al helemaal niet als Charles je met zijn blauwe doorsteekkijkers doordringend aankijkt. Maar de mannen in de steeg zoeken geen oogcontact. Met niemand niet. Het zijn lijftuurders en -gluurders. De laatsten doen het stiekem. Althans dat denken ze. De gekooide dames en volière-dieren weten wel beter.

Charles draait de bocht om en loopt nu de Schompesgats in. Hier moet het vanavond gebeuren. Dat heeft hij zich vanochtend voorgenomen. De middaginspectie verloopt uitstekend. Nog even een praatje met Esmeralda en Bonita en hij weet precies hoe de vogels vanavond zullen vliegen. Vanavond besluit Charles een schuchter typje te nemen. Hij heeft geen trek in vervelend touwgetrek, nee, vanavond gunt hij zich gemak.

Na de koffie, het donkert al, neemt Charles een kijkje in de lade. Welke sjaal zal hij nemen? De roze wordt het. Hij trekt de deur achter zich dicht en denkt onderwijl na op welke manier hij vanavond de sjaal zal strikken. Bij een schuchter persoon is dan de laterale stringmethode de meest eenvoudige. En vanavond, vanavond houdt Charles van eenvoud. Hij positioneert zich precies tussen de Zwarte Floddergats en Schompesgats in, wachtend op zijn slachtoffer.

Ah ... daar is ie al. Slaat ie de Schompesgats in? Yes! Vastberaden en met de roze sjaal in zijn knokkels gedraaid loopt hij achter het schuchter mannetje aan. Het kleine mannetje moest eens weten ... Niemand in de buurt? Niemand in de buurt.


Knus en Sneu (27-12-2016)

Daar lopen ze dan, hand in hand over de lange wandelpaden in het haast verlaten tuincentrum, Knus en Sneu. Op koopjesjacht. Op zoek naar goedkope kerstballen en kerstversiering voor 2017 en wie weet misschien wel verlichting voor aan de gevel. De koopjeshoek is geen succes. De beste spulletjes zijn allang weggesnaaid. Ze zijn ook veel te laat. Te laat zelfs voor oliebollen. Tweedehandse bollen die al sinds 16:00 uur koud liggen te worden. Dan smaken ze naar weeë meelwormen en daar hebben beiden geen trek in. Sneu overweegt nog heel even een zak van 10 bollen te kopen, om te vermengen als visaas. Morgen gaat hij weer vissen met de jongens.

Knus trekt Sneu aan zijn jas. Er liggen nog een paar mooie pieken. In de aanbieding, notabene. Maar dan moeten ze er drie kopen, want anders gaat de aanbieding niet door. Misschien iets voor Sneu's vismaatjes. Een van de drie pieken lijkt zelfs op een vis. Een kromme aal. Of is het een misgietsel? Sneu twijfelt. Nee, toch maar niet. Bovendien hebben alle drie zijn maten al een kunstboom die ze al tien jaar lang hetzelfde decoreren. Sterker nog, ze trekken hem ieder jaar kant en klaar uit een kartonnen doos van de zolder. De vrouwen komen niet langer in opstand. Zij bakken ook al tien jaar lang dezelfde oliebollen en appelflappen. En ieder jaar blijven er net zoveel over. Voor de buren en de vissen in de vijver achter op het veldje.

Aan de kassa kijkt Knus nog even in het winkelwagentje. De buit is weinig. Weer helemaal niets. Om schuldgevoel af te kopen besluiten ze in onderling overleg samen nog een treetje kerstkaarten te kopen. Voor volgend jaar alvast. Neutrale. Alleen met een kerstboom erop en fijne feestdagen. Geen jaartal, want dan zijn ze niet meer te gebruiken. De kassajuffrouw kijkt met een schuin oog beurtelings naar Knus en Sneu. Toch niets achter de hand gehouden? Zien ze haar denken. Snel nog wat pakpapier van de rol snijden en hup wegwezen. De buit is binnen.


Zuiverheid (29-12-2016)

Vandaag extra alert. De nieuwe NS Dienstregeling is ingegaan. Check check dubbelcheck. Bij het beginstation meteen vertraging. Bij het eindstation is de vertraging opgelopen tot twee uur. Valt best mee, vertelt de conducteur mij. Gisteren liep deze trein helemaal niet. De man naast mij doet spelletje 24. Opblaasbaar speelgoed. Tekenen met Sudoko. Japanse babydoll of Sumoworstelaar. Wie zal het zeggen? Ik ben op zoek naar Rodin. Die bivakkeert tijdelijk in Groningen, tegenover het station. In Utrecht stopt de trein op het pasgeopend nieuwe station. Het witte gebouw dat ik zie vanuit de trein hangt scheef. Het wijkt. Lijkt nog het meest op een H. Waarom geen U denk ik dan. Of misschien de H van haast? Hoe cynisch. Groningen komt eraan in de mist. Lang niet meer getreind. En nu kan ik niet eens naar buiten kijken. Had ik toch maar een boek meegenomen. Spel 24 naast me is opgelost. Het is een opblaasbare saxofoon met muzieknoot. Wie verzint dat. Niet ik. Buiten deze tekst. Loepzuiver.


De eeuwige keuze (31-12-2016)

Zwart of rood? Rood of wit? Wit of bruin? Bruin of grijs? Grijs of gekleurd? Gekleurd of effen? Effen of altijd? Altijd of nooit? Nooit of ooit? Ooit of misschien? Misschien of zeker? Zeker of onzeker? Onzeker of overtuigd? Overtuigd of met twijfel? Met twijfel of recht op het doel af? Recht op het doel of in de hoek? In de hoek of altijd lief? Altijd lief of stout? Stout of verdorven? Verdorven of rot? Rot of rotje? Rotje of vuurpijl? Vuurpijl of grondwerk? Grondwerk of stijgerbouw? Stijgerbouw of villakunst? Villakunst of André Rieu? André Rieu of André van Duin? Duin of zee? Zee of zand? Zandkasteel of luchtkasteel? Luchtkasteel of fata morgana? Morgana of Mildred? Mildred of een muis? Muis of kat? Kat of hond? Hondenweer of sneeuw? Sneeuw of hagel? Hagel of slag? Slag of stoot? Stoot of Marlene? Marlene of opwaaiende zomerjurken? Opwaaiende zomerjurken of bloot? Bloot of bold? Bold of beautifull? Beauty or full? Full metal jacket of harnas? Harnas of maliënkolder? Kolder of onzin? Onzin of zin? Zin of zinnen? Bij zinnen of hoofdzinnen? Ach ... we schrijven lustig verder ... in 2017 ... niet waar?





04-01-2016

Voorjaarsmode anno 2016

Ik haal de ballen uit de boom en berg de kerstverlichting zorgvuldig op. Alles keurig weer terug in de kartonnen dozen en de dozen in plastic boxen, muisvrij. Ik loop drie keer naar de zolder met een of twee dozen. Hoeveel plastic boxen staan er dan minimaal op de zolder? Indien ik maximaal twee boxen per keer kan dragen en minimaal twee keer het maximale aantal boxen naar boven draag?

Redactiesommen oplossen, altijd leuk. Maar nu het serieuze werk. De voorjaarsmode. Wat zal ik dit jaar toch eens gaan dragen? Of zal ik eerst mijn vakantie boeken? Nee, foute volgorde. Alhoewel? Als ik eerst de vakantie boek, weet ik meteen hoeveel ik overhoud voor de nieuwe mode. Misschien dat er zelfs nog een kleine grill vanaf kan. Mijn ovenmagnetron met grillfunctie is in 2015 stuk gegaan en absoluut aan vervanging toe.

Ik boek de verste reis die mijn ingeschatte budget voor 2016 toestaat. Op afbetaling, ik mag de vakantiesom in termijnen overmaken. Wat lief van Prij$vrij. De reis zal dit jaar naar de Dominicaanse Republiek gaan. Ik houd van mollen. En die schijnen in de Dominicaanse Republiek massaal aanwezig te zijn. Tenminste minimaal een is mij toegezegd. Voor de zekerheid sluit ik toch maar een annuleringsverzekering af.

Wat rest er voor de voorjaarsmode? Mmmm … niet zoveel. Ik kijk even naar de kale kerstboom. De kerstboom kijkt naar mij. Eureka! Mijn eerste ingeving voor het nieuwe jaar komt binnen. Wat een idee.

Uit de keukenla haal ik een pincet en pluk zorgvuldig alle naalden uit de boom. Ik leg ze voorzichtig in mijn naaidoos. Wie niet rijk is moet slim zijn. Dit voorjaar draag ik een luchtig naaldkostuum. Voor het ontwerp duik ik de zolder op. Daar heb ik nog een paar oude jaargangen Burda en Knip liggen. Zit vast iets moois tussen.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van schrijfopdracht ‘Schrijfveren’.
Een idee van Hella Kuipers in samenwerking met redactie ColumnX.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Voorjaarsmode (15-11-2015)

16-12-2015

Schrijfveren December 2015 (1 t/m 15)

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


1. Flessendrager

Vol trots stapte Joris op de fiets. Vandaag was een belangrijke dag. Dat voelde hij tot in zijn tenen. De laatste competitiedag zou hem nog lang heugen. En hem niet alleen. Zijn team moest en zou vandaag winnen. En hij ging daar persoonlijk voor zorgen. De hele week had hij al het internet afgestruind naar een goed recept. En gisteren had hij het dan eindelijk gevonden. Het was eigenlijk best eenvoudig. De ingrediënten had hij gewoon in huis. Een goede mix van een beetje Ajax en citroenwater en dat, om de te camoufleren, vermengd met basterdsuiker en een klein beetje ranja. Met bruine bastaardsuiker had dat ook gekund, maar die was helaas niet in huis.
Zorgvuldig had Joris de ingrediënten gemengd en zelf geproefd. Hij moest wel zeker zijn van de zaak. Hij proefde nauwelijks verschil. Acht flessen had hij gevuld en in de flessendrager geplaatst. Voorzichtig fietste hij met zijn toverdrank naar het voetbalveld. Bij het voetbalveld aangekomen ontsnapte een klein zeepbelletje zijn mond. De toverdrank werkte niet zoals hij had verwacht. Was de dosering dan toch niet juist geweest. Heel even twijfelde Joris. Een kwartier innemen voor de wedstrijd schreef het recept voor. Maar klopte dat wel? Iedereen nam voor de wedstrijd wel een slokje, zover was wel zeker. Maar met een zeepsmoel de wedstrijd beginnen, dat was niet wijs. Over bijwerkingen repte het recept niet. Hoe dan ook. Het zou en moest leiden tot een mooie en schone overwinning. Brandschoon.

2. Past je naam bij je?

Dat vraag ik mij af. Soms wel soms niet. In het eerste geval luister ik. In het tweede geval meestal niet. Tenzij het herhaaldelijk gebeurt. In sommige levensfasen is dat het geval. In militaire dienst en in je jeugd, thuis en op school, komt dat wel eens voor ja. Herhaaldelijk. O ja, en wellicht ook nog in de laatste levensfase. In het verzorgingstehuis. Dan zijn de oren juist gespitst. Dan past bijna iedere naam bij je. Je wil dan niet vergeten worden. Je let dan goed op. Hee, op die naam wordt niet gereageerd. Dan doe ik het. What the fuck. Ze zullen me horen, niet vergeten. 'Ja, Thea Meulenkamp, dat ben ik, hiero!!!'
De indianen zijn er goed in. In naamgeving. Ze zijn zeer inventief en hangen de naam vaak op aan de omgeving en situatie van conceptie. De meest poëtische namen zijn daaraan ontsprongen. Ik noem er een paar. Halve maan, Wilde stier, Groene cactus. Maar ook, Lelijke van Dalen achter de Rododendron of Lieve Tinus met de broek op de enkels. Wilde Harry die het verlaten van de kerk voor het zingen net niet haalde. Sommige namen zijn een compleet gedicht. Cowboys zijn er veel onhandiger in. Sue. Wie noemt zijn zoon nu Sue. Dat is bijna net zo erg en saai als Johnny. Daar kun je echt niet mee aankomen bij het gemeentehuis. Echt niet.

3. Gemengde gevoelens

Niets zo vervelend dan gemengde gevoelens. Als de haat in de liefde draait of de liefde in de haat. Als spijt verwarring geeft en trots naar je keel grijpt. Dat wil je niet meemaken. Twijfelen in zekerheid. Ook al zo verrekte lastig. Nee, het liefste hou ik gevoelens gescheiden. En bij voorkeur in de juiste volgorde. Eigenlijk wil ik er niet van weten. Van gevoelens. Ze komen vaak zo dichtbij. Ze roeren. Hoe dan ook. Daarvoor hoeven ze niet eens gemengd te zijn. Nee, het beste kun je gevoelens, en zeker gemengde gevoelens ontroeren. Anders nemen ze bezit van je. Dat is het laatste wat je wil. Dat gevoelens bezit van je nemen. Eenmaal ontroert keer je terug tot de werkelijkheid. Op aarde zogezegd. De gewenste volgorde wil ik hier ook nog even uit de doeken doen. Te beginnen bij geen gevoel. Ook wel ontkenning genoemd. Komt voor bij heftige ervaringen die aanvankelijk niet te vangen zijn in gevoel. Ook wel grote leegte genoemd. Verwarring kan ook. Verdwazing zelfs. Is de eerste verdwazing voorbij dan volgt vrijwel onmiddellijk de boosheid. Boos omdat je het wellicht niet begrijpt. Het gaat je verstand te boven. De ervaring. Na een poos volgt het verdriet. Tot tranen toe. De hysterie voorbij. Diep geroerd is het verdriet. Puur en diep. Het wil niet van vermenging weten. Niet meteen. Maar als de vermenging komt dan voelt het goed. Gedeelde smart is halve smart. Na het diepe pijnverdriet volgt lucht en en erkenning. Herkenning. Aanvaarding. Dit gevoel van erkenning, herkenning kan heel even verontrustend zijn. Ervaring valt op zijn plaats. Vluchten hoeft niet meer. Vechten ook niet. Hemels voelt dan plots de vaste aarde onder de voeten. Gemengde gevoelens verdienen het ontrafeld te worden. Back to basic. Het geeft rust. Maar alleen voor diegenen die er voor open staan. De worsteling aandurven. Afwachten heeft geen enkel zin. Zelfs een bloem heeft een eindigheid aan blaadjes. Wel of niet. Wel of niet. Ja of nee. Ja of nee. Blijven hopen op een oneven aantal, beginnend bij ja. Nee, willen we toch niet horen?

4. De geur van een oud tapijt

Het dringt niet echt meer tot me door. De geur van oud tapijt. De geur van versleten sokken, gestold eten, gedroogde urine, beestjes die niet meer willen kruipen, niet meer kunnen kruipen, overgaan tot ontbinding, de laatste restjes as, bruine as, van een allang vergane hofnar, die ooit zijn voeten veegde aan een gloednieuw tapijt, lang, lang geleden.

Het dringt niet echt meer tot me door. De geur van oud tapijt. De geur van een veel te kleine ruimte, zonder ramen, zonder afzuiging, alleen een kleine spleet, onder in de hoek, die een klein beetje licht doorlaat, die heel, maar dan ook heel langzaam, zuurstof geeft, licht ververst, maar veel te weinig. De kleine ruimtegeur benauwt, voor eeuwig, tot de dood erop volgt, in een veel te nauwe kist. Hoe lang nog? Het witte satijn aan de zijkanten kan de geur van oud tapijt niet smoren, het mocht mee, gelukkig, in de kist, met voeten getreden, dertig jaar lang, voor de fauteuil. Ik koester de herinnering, nog tien minuten, op weg naar het hiernamaals.

5. Het grootste geschenk

Dat ben ikzelf. Het is me vergeven. In een donker verleden. Langzaam is de kindsheid er vanaf gestroopt. Ontelbare verpakkingen heb ik van me afgegooid. Verpakkingen die er laag voor laag stroperig en met flinke dwang zijn aangekleefd. De meest kleurrijke verpakkingen heb ik nog even laten zitten. Verstrikt in gouden strikken die klemden om de ziel, heb ik uiteindelijk alle trossen losgegooid. Om te kunnen varen dwars door wilde zee. Wetend dat het grootste geschenk uiteindelijk vanzelf zou komen bovendrijven. Na harde labour. Nu ik mezelf heb uitgepakt voelt het goed. Bloot en zacht. Als boter. Zo kan ik ook in handen zijn. Kneedbaar lief. Maar alleen omdat ik dat zelf wil zijn. Lief en kneedbaar. Lief voor mezelf en daarmee lief voor een ander. Verliefd mag ook. Op mezelf en op een ander. Iets mooiers bestaat er niet. Zelfs geen godsgeschenk. Ik ben van mezelf. Laat jij ook van jezelf zijn. Een groter geschenk kan ik niet geven. Bloot en zacht. Omdat het kan. Samen. Bij voorkeur. Niet alleen.

6. Opeens werd alles duidelijk

Half op weg wordt alles heel duidelijk. Ik heb tot nu toe slechts voor een kwart geleefd. De eerste helft was half. Mag dan de tweede heel zijn. Vol en compleet. Aan het einde van de eerste helft is een stukje van de helft geheeld. Met veel moeite. Toen werd alles duidelijk. Ineens. Informatie stroomde binnen. Met messen op de keel. Uit pure noodzaak. Het onderste uit de kan moest boven komen. In de put, diep in de put blijft alles donker. Stikdonker. Nu licht en lucht geklaard zijn kan de tweede helft beginnen. Rugzak om en bergschoenen aan. Goed gekleed en voorzien van voldoende proviand, beschut voor wind en regen, lavend in de zon, genietend van het zelf. De berg wordt vlak en de vlakte stijgt naar grote hoogte. Ik schud bergen van me af en wentel mij in zachte heuvelen. Ze voelen en smaken naar loof niet naar den. Ik zwem in Zen. Vloeibaar word ik. Een met de natuur. Ik heb geen vinnen, vleugels, armen, benen nodig. Draaglijk draagt de natuur mijn sporen. Ik vermenigvuldig als vanzelf. Opeens wordt alles duidelijk. Opeens werd alles duidelijk. Opeens zal alles duidelijk worden. Tijdloos.

7. Onverwacht bezoek

Mijn tante uit Marokko staat voor de deur. Geheel onverwacht en toch ook weer niet. Ze had zichzelf aangekondigd via de televisie. Alle zenders spraken ervan. De binnenlandse en de buitenlandse. Ze komen eraan. Onaangekondigd. Als een vlucht regenwulpen. En daar staat ze dan. Voor mijn deur. Mijn tante uit Marokko. Ik ben eventjes haar naam kwijt. Een paspoort heeft ze niet. Alleen een kleien rugzak en een mobiele telefoon. Helaas zonder beltegoed. Anders had ze zeker even gebeld. Hoe ze aan mijn nummer komt? Geen idee. Als ik doorvraag komt de aap uit de mouw. Ze heet Amatoekanimalis en ze komt niet uit Marokko maar Timboektoe. Het nummer heeft ze gekregen van de maffia. De Italiaanse vraag ik nog. Nee, de Russische. Dat verklaard. Onlangs ben ik nog gehackt.

Ik heet Amatoekanimalis van harte welkom, onverwacht. Ik schrik van mijn eigen toezegging. Totdat ik besef dat de buren het niet zal boeien. Die zitten sowieso op Thailand. Overwinterend. Nergens voor nodig eigenlijk, want hier in Nederland kent de winter inmiddels ook tropische temperaturen en nauwelijks regenval. Dat is in Thailand dan weer niet. Daar regent het taai en stug door. Al weken. Mijn tante mag geheel onverwacht op de bank liggen. Een extra bed ontbeer ik nog. Vanavond eten we stamppot. Bewust. Het is eten dat mijn tante kent. Aardappels en groente. Over een toetje twijfel ik nog.

8. Vulkaanuitbarsting

Heel stil lag de vulkaan te slapen. Dat deed ie al jaren. Hij maakte zich nergens druk over. Dat was niet het geval met de mensen die zich onder hem gevestigd hadden. Zij hielden dagelijks wacht en hielden de vulkaan scherp in de gaten. Iedere ademhaling werd nauwlettend opgetekend en in kaart gebracht. De gegevens werden opgeslagen in een database die voorzien was van een ingenieus rekensysteem. Ingewikkelde algoritmes voorspelden hoe de vulkaan in de toekomst mogelijk zou reageren. Let wel, mogelijk.

Het systeem bood geen honderd procent garantie voor juiste voorspelling. Alle bewoners onder de vulkaan hadden dan ook een dure verzekering afgesloten. Voor de zekerheid. Ze betaalden zich blauw aan premies. Maar waarom? Als de vulkaan zou uitbarsten konden zij de schade-uitkering niet innen. Vreemd, heel vreemd. Maar de bewoners onder de vulkaan hadden een plausibele verklaring. Ze hadden allen in hun polis een bijzondere clausule laten opnemen. Mocht de vulkaan uitbarsten en hun hele hebben en houden verwoesten inclusief eigen lijf en leden en lijf en leden van medeverzekerden dan zou de verzekeringsmaatschappij het geld schenken aan een goed doel. Het goede doel werd jaarlijks door een democratisch gekozen vertegenwoordiging van verzekerden bepaald.

Dit jaar werd voor de vijfennegentigste keer een doel gekozen. Ja, zolang sliep de vulkaan al. De verzekerden wisten niet meer zo goed welk goed doel ze het komend jaar moesten kiezen. Ze hadden alle goede doelen al ooit gekozen. Er moest een nieuw doel verzonnen worden. Maar welk? Ze kwamen er niet aan uit en besloten weer opnieuw te beginnen met het eerste goede doel waarmee ze vijfennegentig jaar geleden mee begonnen waren. Maar dat hadden ze nou net niet moeten doen. De vulkaan ergerde zich aan zoveel gebrek aan creativiteit en barstte in woede uit. Helaas was er niet op tijd een nieuw doel gekozen. Weg schade-uitkering. De vulkaan en de verzekeringsmaatschappij leefden nog lang en gelukkig. Van de bewoners is nooit meer iets vernomen.

9. Het leven is als een ...

Pluisje. Het waait met alle winden mee. Maar dan moet er wel wind waaien. Het voelt zich thuis in alle jaargetijden en op alle plekken op aard. Het heeft altijd goede zin en is nooit verkouden. Dat komt omdat een pluisje altijd de warmte bij zich weet te houden. Het heeft ook nooit last van stof. Zelfs niet bij het nadenken. Haar gedachten dwarrelen fris en vrolijk in haar brein. Een innerlijke vertaling van haar uiterlijk. Heerlijk toch. Frank en vrij dwarrelen van binnen en van buiten. Een harde kern heeft pluisje niet. Ze is de zachtheid zelf. Zij plooit zich in alle situaties en geniet van al dat is. Dat is nogal. Leven leven als een pluisje is verrukkelijk. Bij harde woorden vliegt het pluisje gewoon weg. Bij zachte woorden blijft het plakken aan de lippen. Het kietelt en het kust. Lief zijn is haar ware aard. Onbezorgd kan het zich nestelen in alle hoeken van de kamer. Ze is dol op licht. Bij alle lichtbronnen komen pluisjes pas echt tot leven. Dansen dartelend door de atmosfeer. Laten zich meevoeren in optimale sferen. Ooit een bozig pluisje ontmoet? Ik niet. Pluisjes weten ook van wanten. Prikkelen soms het gemoed. Na drie keer niezen komt dan uiteindelijk alles weer goed. Pluisjes zijn ook altijd pluis. Op pluisjes kun je bouwen. Een leven lang.

10. Schoenen die er niet bij passen

Iedereen heeft er wel eens last van. Van schoenen die er niet bij passen. Maar geen nood. Gelukkig is de omgeving meestal waakzaam. Een beetje omgeving spreekt zich uit. Ik heb het moeten leren. Dat niet alle schoenen overal bij passen. Zo draag ik in de sauna nooit meer laarzen. Noch kap- noch regenlaarzen. Voetbalschoenen heb ik ook ooit geprobeerd, om over mijn spikes maar niet te spreken. De mensen in de sauna reageerden in de sauna, stuk voor stuk geaffronteerd. Met bergschoenen aan het ontbijt, dat is ook bepaald geen mooi gezicht. Zelfs niet met mijn badjas dicht. Op naaldhakken aardbeien plukken. Dat is ook al zoiets. En wat te denken van fietsen op pantoffels. Je glijdt zo weg, daar is niets aan. Ik heb zo ooit eens uren voor een stoplicht gestaan. Gelegen liever gezegd. Ik had mijn toeclips immers aan. Gered ben i, toen door een held op sokken. Hij heeft me zachtaardig van mij fiets getrokken. Wat ik ook nooit meer zal doen dat is marcheren op crocks. Je gaat dan al na tien minuten van je socks. Op zwemvliezen naar je werk is ook niet slim. Achter het bureau dat kan nog net. Maar in de bedrijfskantine daar staat het pet. Schoendragers houdt je bij de leest. Wie de schoen past trekt hem aan.

11. De kleur van een auto

Het zal me werkelijk worst wezen welke kleur mijn auto heeft. Letterlijk. Figuurlijk wordt het natuurlijk een ander verhaal. Je kunt aardig voor worst staan als je met een foute auto komt aanzetten op, ik noem maar wat, de golfbaan. Doe dat niet met een tweedehandsje en ook niet met een oude roestbak. Ga met je Jaguar of Mercedes ook niet je uitkering ophalen. Met een hoerensloep naar de hoeren lijkt mij ook een slecht idee. Beter is te voet. En dan die kettinkjes en stickers aan de ramen. Sommige bestuurders zouden zich toch echt wel moeten schamen. Ik rem niet voor dieren, dat is er zo een. Stuur die maar met een defecte cabrio de Beekse Bergen in. Het dak gaat er dan af. Zeker weten. Met blindering heb ik ook veel moeite. Zeker als die spiegelt. De kleur van de bestuurder mag dan mogelijk onvoorspelbaar zijn, zijn gedrag is dat zeker. Ik heb dan altijd de wildste fantasieën. Een mooie vrouw op de bestuurderstoel, bloot tot op haar knieën. Geef mij maar een auto, transparant van kleur. Dan stel ik niemand en ook mezelf never nooit te leur. Toiletrol op de hoedenplank dat wel. En altijd een flesje water bij de hand. Ook de kleurrijkste auto moet wel eens naar de kant of staat langdurig in de file. Met mooie velgen of met vieze wielen, het maakt geen enkel verschil.

12. Iets belangrijks verloren

Hoe zou het nu met hem gaan? Dat vraag ik me af. Jaren geleden heb ik hem verloren. Mijne lieve maat. Mijn steun en toeverlaat. Wat heeft hij mij getroost. Overdag maar vooral 's nachts. Heel wat uren heb ik met hem doorgebracht. Totdat ie plots verdween. Zijn biezen pakte. Maar waar naartoe? Zal ik dat nog ooit te weten komen. Degenen die hem kenden zijn allang verdwenen. Niemand die het mij vertellen kan. Het enige dat mij rest is dat ik dan mijn lieve maat maar droom. Met alle risico's van dien. In mijn fantasie maak ik hem mooier. Wordt ie als vanzelf het beste paard van stal. Niemand kan meer aan mij maatje tippen. Hij is van onbesproken gedrag en niet te evenaren. Sterker nog, mijne maat weet mij weer opnieuw te bedaren. Hij is een lust voor het oog en ruikt ook nog eens lekker. Luisteren kan ie als de beste. Op knuffelen is ie dol. Hij geeft me liefde en ook warmte. Gratis en voor niks. Het lijkt wel of ie nooit is weg geweest. Maar dan besef ik plots. Ik leef hier in gedachten. Mooie herinneringen gaan nooit verloren. En toch, toch zou ik heel graag willen weten. Wat is er toch van jou geworden. Ik zie je zo nog staan, daar voor het raam. Pluizig bruin, lang op korte pootjes, met flapoortjes tot de grond en een heel kleine plastic neus. Het kraaltje dat ik zo graag koester. Waar ben je toch naartoe?

13. Leren timmeren

Mijn opa sloeg altijd spijkers krom. Op een oude werkbank in de schuur. Met zware hamer en rechte rug haalde hij dan uit. Heel, heel soms op zijn duim. Dan vloekte hij met schuim. Mijn lieve opa is niet meer. Een man van weinig woorden. Hij was een echte timmerman. Specialist in molens. Voor in tuinen en gazon. Vervaardigd zeer inventief, van lommerd en oud ijzer. Spijkers, schroeven, bouten, wieldoppen, oude fietswielen, alles kwam van pas. Het duurde uren en uren. Houtjes zus en houtjes zo en dan de finale. De grote wieken wit beschilderd, zijn lijf in het groen. Van opa leerde ik timmeren. Alleen al door te kijken. Metselen dat deed ie ook. Want de molen moest ook ergens op staan. Een grote steen die werd gegoten van harde cement. Een bezemsteel als kleine mal. Want daar moest later de ruggengraat van de molen in. Ook in zwaarden was mijn opa specialist. Ik had het grootste van de hele buurt. Totdat ik ze zelf mocht maken. Mijn allereerste mini Floris zwaard.

14. Vers van de pers

Het komt niet meer zo vaak voor. Vers van de pers. De pers is allang niet meer vers. Oudbakken media. Op zich helemaal niet erg. Doordat er een doorlooptijd zit op het nieuws dat van de persen komt kan er in de tussentijd goed na gedacht worden. Nadenken, een fenomeen dat ook steeds minder voorkomt. Haast gedachteloos wordt het nieuws gebracht. Een wedstrijd op topniveau. Secondenwerk vaak. Deed een nieuwsbericht er vroeger nog een middagje of een dag over om bij de mensen te komen, tegenwoordig staat het, alle spelfouten ten spijt na luttele seconden op Facebook, Twitter en Instagram. Pinterest, LinkedIn en andere mediatools volgen ietsje later. Het blijft wachten op een tool die nog sneller is. Stel je voor. Het nieuws is dan meteen oud als je het binnenkrijgt. Je kunt het nieuws dan inpakken in je oude smartphone en weggooien. Als rotte vis. Niets zo vervelend dan oud nieuws. Neem nu deze column. Is toch niet meer vers zodra je hem gelezen hebt. Ruik maar eens goed. Hij stinkt zelfs een beetje. Komop, wat dichter bij je neus. Sensorknop aan natuurlijk. De linkse. De geurbutton. Ja die met dat neusje tussen duim en wijsvinger. Ennehhh ... Stinken wa ...

15. Alleen de verbeelding is echt

Alleen de verbeelding is echt. Een titel die klinkt. Daar zou ik nou een mooi gedicht over kunnen schrijven. Ins Blaue hinein. Daar gaat ie.

Verbeeld je eens
Een beeld in ogen
Rank
Bloot

Verbeeld je eens
Een beeld in ogen
Luchtig
Vrij

Verbeeld je eens
Een beeld in ogen
Echt
Tastbaar

Gehouwen
Uit hamer en steen
Geborduurd
Met naald en draad

Ergens
Diep van binnen
Kokend
In een hersenpan

Onvoorstelbaar
Onbestelbaar
Onbehoorlijk
On

16-03-2003

Spoort sport?

Wat een sport om deze rubriek een gezicht te geven. Sport spoort blijkbaar niet op ColumnX. Ik kan er natuurlijk een sport van maken om zo snel mogelijk op de bovenste sport van deze rubriek te eindigen maar ik vrees dat dat een spaak in mijn stoel zal kosten. Ik zal immers gebukt gaan onder het wedstrijdelement en mijn gebrek aan vaardigheid.

De Dikke van Dale geeft de volgende definitie voor sport:
1. lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- en wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn, resp. bevorderd worden.
2. [bepaalde geestelijke bezigheid] => denksport
3. trede van een ladder => sport
4. spaak in een stoel => spijl

Helaas verzuimd de Dikke aan deze definitie toe te voegen wat de gevolgen kunnen zijn van sport. Je kunt b.v. afvallen van sport. Wie kortgeleden een fitnesscentrum heeft bezocht zal dit volledig beamen. Met de lente op komst wordt er weer heel wat vet verbrand. Sport is een seizoensartikel en wordt luid toegejuicht door de mode-industrie. Al dat overbodig vet moet immers netjes getoond worden. Het selecteren van de juiste kledij is dan ook een sport op zichzelf. Als vervolgens het overtollig vet met uiterste inspanning is ingetoomd begint het rondje winkelrennen opnieuw. A new body, a new dress.
De mode-industrie raakt nimmer verzadigd en doet de definitie sport alle eer aan. Met een tomeloze conditie en grote vaardigheid wordt het wedstrijdelement uitgemolken tot op het bot om tot de hoogste scores en verkoopcijfers te komen. Met het WK dammen in Nederland is voor deze industrie een nieuwe markt aangeboord. De damcoltrui en het schaakbordvest schreeuwen om nieuwe trends. Na wat gepuzzel zullen de modebaronnen de markt veroveren met nieuwe dessins en zal het maatkostuum weer haar intrede doen.
De mode-industrie kent een lange historie in de sport. In het Victoriaanse tijdperk werden stoelen bekleed tot aan elke sport toe. De spijlstijl was erg bepalend voor het aanzien van vele baronnessen en de sportbekleder beleefde gouden tijden. Het gilde van Sportbekleder werd opgericht. Om spraakverwarring en strijd tussen de verschillende gilden te voorkomen wijzigde het gerenommeerde gilde van Kleedsport haar naam in Perrysport.
Rijst nog steeds de vraag waarom Column X-ers geen sport bezigen. Wellicht is er geen uitdaging, valt er weinig eer te behalen. Misschien zijn we platgeschaatst door Nederlands winterse sporttak nummer één. Vreemd dat de luchtigheid, tijdelijkheid en snelheid waarmee columns zich in het landschap van letteren begeven geen herkenning, geen voedingsbodem vinden in het landschap van de sport. Ik mis wat sporten op de trap die tot in de hemel reikt. Sport wedijvert zegt de Dikke van Dale. Maar sport kan ook verbroederen. Laten we verbroedering zoeken in wedijver en de rubriek “sport” weer nieuw leven inblazen. Laat mij niet alleen in deze rubriek! Laat sport weer sporen.