Posts tonen met het label wolf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wolf. Alle posts tonen

13-01-2025

No risk

Wil niet wonen in Panama
Dat is me te nauw
Wil niet wonen in Groenland
Dat is me te koud
 
Laat ons dobbelen
Met ronde stenen
Elkaar verwoorden
Om des keizers baard
 
Laat ons zeeslag spelen
Met bommen en granaten
Dobberen op een grijze zee
Waar ijsblokken verhit in smelten
 
Tranen rollen uit wolvenogen
Wie vangt wie in trojka af
Vladimir Mark Donald Xi
Werelden in wanorde
 
Laat mij maar wonen
In mijn hart
De enige plek op aarde
Die mogelijk nog lacht


Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (2) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo)

08-01-2017

Weer wolf

De weerwolf had er genoeg van. Hoe lang was het niet geleden dat ie nog gewoon wolf mocht zijn? Hij huilde eens flink naar de maan. De maan die vervolgens vol liep met tranen door het erbarmelijke gehuil van de weerwolf. De nachthemel had het ook niet meer en liet net als de maan haar waterlanders vallen. In sneeuwvorm dwarrelden de tranen neer op aarde en bedekten deze met een witte laag. Dat was nu ook weer niet de bedoeling. De weerwolf vermande zich nog één keer en brulde nu zo hard dat de sneeuw niet meer op aarde durfde te landen, bang om in de hitte van het gebrul meteen te smelten. Dat was dan weer zonde voor alle sneeuwruimers die op aard geduldig zaten te wachten op het witte goedje. Ze hadden instructies gekregen, iets over code paars, of in ieder geval diep rood. Ze hadden de instructies gekregen van het weerstation, genaamd de Eenzame Wolf, vlak bij Schapingerdam. De rest van de avond, of eigenlijk nacht, besloten ze een spelletjesmarathon te houden. Een dart- en ganzenbord werden snel tevoorschijn getoverd.

De weerwolf intussen had nu een ander plan bedacht. Om weer gewoon wolf te zijn besloot hij het weer niet meer te maken. Dat moest iemand anders maar voortaan doen. Hij had het weer sowieso de laatste tijd niet meer echt goed gemaakt. De mensen klaagden steen en been. Hij was het beu, kotsbeu, al dat geklaag over zijn weer. Het heen en weer mochten ze wat hem betreft krijgen. Ahoeoeoe. Hij besloot de hulp in te schakelen van een goede maat van hem. Een weerpad. Die had hij afgelopen jaar ontmoet ergens in de bossen van Nummer Een, een klein plaatsje in Zeeland, in Nederland, Europa. Een grappig beest dat altijd vergezeld was van een rare kwibus. Hij had de pad daar ontmoet tijdens een druïdebal. Deze weerpad overtuigde hem met zijn weerkunst, door tijdens het bal telkens weer het weer weer overhoop te gooien. Fantastisch had de weerwolf dat gevonden. Regen, hagel, sneeuw, wind, storm, mist, alle weervormen, wisselden in no time af. Ja, als er één iemand in aanmerking kwam om het weer weer wat meer weerbaar te maken voor de mensheid, dan was het deze weerpad.

Met zijn mobiele weertelefoon nam Lowieke, want zo heette de weerwolf, contact op met de weerpad. Die stemde onmiddellijk toe. De weerpad had altijd al een functie geambieerd als weermaker. En nu was zijn kans. Lowieke op zijn beurt was blij dat ie nu eindelijk weer eens vrij was van het weerwolf zijn. Hij besloot terug te keren naar de Russische toendra om weer ouderwets achter trojka's met bange mensen aan te jagen. Aldus geschiede.

24-11-2016

Dag boek

Ik houd het al bijna mijn leven lang vast. Mijn dagboek. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Sinds ik kan schrijven. Het wil maar niet loslaten en lijkt me continu te achtervolgen. Kan ook niet anders. Ik doe namelijk verschrikkelijk mijn best om het te vullen. En ik geef het onmiddellijk toe, niet altijd met de leukste verhalen. Integendeel. Ik noem mijn dagboek niet voor niets 'treurwel'. Niemand heeft de sleutel tot dit stuk verdriet. Angstvallig houd ik treurwel altijd onder mijn kleren verborgen, dicht op mijn huid. Niemand anders mag het lezen. Ik moet er niet aan denken.

Zojuist heb ik speciaal voor mijn dagboek een heel bijzondere toer uitgehaald. Zo nu en dan vind ik het nodig om het wat lucht te geven. Ik neem mijn boek dan mee naar buiten. De frisse lucht in. Dit keer naar het bos. Bij de grote bosvijver hebben we samen een plons genomen. Een plons? Kan dat dan met een boek? Hoe zit het dan met de inkt? Vloeit die dan niet weg? Nee. De inkt die ik gebruik is watervast en loopt niet weg. Dat geldt ook voor al de woorden die ik gebruik. Voor eeuwig staan ze in mijn dagboek opgetekend. De inkt die ik gebruik kan ook tegen vuur. Mijn inkt is water- en vuurvast. Een hele geruststelling. Kan ook niet anders met al die droeve en verhitte situaties waarin ik steeds verzeild raak. En even voor de duidelijkheid. Ze overkomen mij, de situaties, ik zoek ze niet op.

Zeiknat kruip ik na een half uur samen met mijn boek de vijver uit. De plons heeft mij een bijzonder inzicht ingegeven. Als natte wolf in schaapskleren begrijp ik ineens waarom het me vaak niet lukt om mezelf op het droge te krijgen. Eureka. Als ik ze nu eens afwerp, die natte kleren? En als blote wolf door het leven ga. Zou dat helpen? Ik vertrouw het toe aan mijn dagboek. En het geeft zoals gewoonlijk, geen antwoord. Treurwel houdt niet van moeilijke vragen en zeker niet van oplossingen. Immers, dan houdt onmiddellijk zijn bestaansrecht op. Is dat ook wat ik wil? Nee. Me spiegelen aan bosvijvers en aan dagboeken? Nee. En daarom zeg ik bij deze gedag aan mijn dagboek. Dag boek. Blanco pagina's beheersen voort mijn leven. Ik pluk de dag.