Posts tonen met het label schrijfopdracht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfopdracht. Alle posts tonen

24-06-2025

Mien korte verhalen (66 + 67) met kleine grote waarheid

66) Bevroren buikpijn (20-06-2025)
 
Op dunne trillende beentjes sta ik op de rand van het Sportfondsenbad, in mijn donkergroene zwembroek bedrukt met kleine gele kano's. Het is vandaag afzwemmen voor diploma A. Ik krul de tenen van mijn voeten wat naar binnen op de natte, koude vloer. Ik ben zenuwachtig, maar het moet lukken. Mijn broer is het ook gelukt, de vorige eigenaar van mijn zwembroek. Er prijkt al een klein wit groen diploma op de voorkant van de zwembroek. Door broer Twan vorig jaar gehaald en door mams vakkundig erop genaaid. Maar ik moet nog. Het laatste onderdeel, 60 seconden watertrappelen ... en in het diepe springen. Vanaf het trapje het zwembad in gaan is voelt al als een grote opgave, laat staan springen.

De adem stokt in mijn keel. Er is niemand om me aan te moedigen. Papa werkt en mama heeft geen tijd, gaat niet graag de deur uit, komt liever niet onder de mensen. Ik moet het alleen doen en weet ook dat ik  het durf en kan. Maar het donkerblauwe water ziet er dreigend uit. Vorige keren ging het allemaal goed. Nu sluipt de angst binnen, gevoed door mijn fantasierijke verbeelding. Ik vlucht in mijn gedachten.

Een groot monster wacht onder de waterspiegel, zeker weten. Die slurpt me straks in een slok naar binnen. Of nee, het zijn allemaal kleine piranha's die me, van teen tot hoofd, in 10 seconden zullen wegvreten. Mijn gedachten worden alsmaar erger. Een grote waterwurgslang kringelt zich om mij heen en trekt me omlaag. Langzaam zal ik stikken, geen lucht meer krijgen onder water en de slang zal me wurgen en opeten. 

De zwemleraar telt af tot drie, een scherp fluitsignaal klinkt. Het zwembad verandert in een groot schuimbad met spartelende kleine mensjes. Het is wachten op Jaws. Maar niet voor mij. Ik sta nog aan de waterkant. Bevroren door buikpijn. Gelukkig krijg ik een herkansing en slaag.

Eerder gepubliceerd (geschreven in de derde persoon) op Schrijven Online naar aanleiding van een wekelijks schrijfopdracht. Aangepast naar de eerste persoon. 


67) Duimdiploma (24-06-2025)
 
Een heuglijke dag vandaag. De uitslag van de eindexamens is bekend en daarmee is het momentum aanstaande of ik al dan niet geslaagd ben voor mijn vwo. Voor vele klasgenoten een formaliteit, want ze weten dat ze goed gescoord hebben bij de schoolonderzoeken. De schriftelijke examens zijn altijd makkelijker. Met mij zijn er pakweg twee of drie klasgenoten die in een lastig pakket zitten. De onrust in mijn thuissituatie is niet echt om naar huis te schrijven en in de afgelopen jaren niet bepaald een voedingsbodem voor een succesvolle middelbare schooltijd gebleken. Het gebrek aan rust en concentratie en de ontwikkelingen in mijn puberbrein staan niet garant voor een glansrijk slagen. Sterker nog, ik heb bange vermoedens dat de schriftelijke examens niet voldoende compensatie zullen bieden aan mijn huidige resultaten van de schoolonderzoeken. Een of twee herexamens, daar ben ik bang voor. 
 
En ja hoor. Daar gaat de telefoon al. Mijn klassendocent economie stelt me op de hoogte van de uitslag. Ik ben een van de eersten die hij belt en dat is geen goed teken. Ik ben helaas gezakt voor twee vakken. Economie en aardrijkskunde. En de uitslagen van de andere vakken zijn ook niet echt om over naar huis te schrijven. Ik zwijg en denk kort terug aan een gesprek dat ik een paar weken geleden met hem had over mijn presteren en mijn toekomst. Dat ik er met de pet naar gooide, onvolwassen gedrag vertoonde en dat ik gezien de thuissituatie, ook verdriet deed aan mijn vader. Dat ik niet zou slagen voor het examen en het ook niet zou redden op een universiteit of hogeschool. Dat er iets moest veranderen aan mijn attitude. Harde woorden die zich in mijn hoofd nestelden en niet ik niet snel vergat. Ik kan het me nog goed herinneren. Mijn voorstellingsvermogen ging het te boven. Een klassendocent is er toch om steun te bieden, waar dan? Alleen maar negatief en schoppen onder mijn kont. En ja, thuis is het kut. Maar daar kan ik weinig aan veranderen. Ik troost me bij de gedachten dat ik mijn heil vind in de sport en bij mijn sportvrienden. En dan nu ... gezakt? Ik hoor het hem opnieuw bijna smalend zeggen. Hij voegt er nog aan toe, dat ik mijn stinkende best moet doen de komende weken om de herexamens alsnog te halen en wenst me daar veel sterkte bij. Veel succes. Hij moet nog veel mensen bellen.
 
Een paar weken later. De herexamens zijn geweest. Ik weet niet of ik ze gehaald heb. Beiden moeten ze voldoende zijn voor een vwo diploma. Ik wil niet nog een jaar overdoen. Maar ik heb gelukkig nog wel een troef in handen. Mijn stil gekoesterde wens om naar de Katholieke Academie voor Lichamelijke Oefening te gaan is bijna binnen handbereik. Ik ben geslaagd voor het toelatingsexamen en ook het motivatiegesprek verliep uitstekend. Ik weet dus bijna zeker dat ik het komend jaar in Tilburg ga studeren. Voorwaarde is wel dat ik minimaal een havo diploma heb. Ik hoef dus maar een van de twee herexamens te halen om in aanmerking te komen voor een havo diploma. Een duimdiploma heet dat dan. Hoe dat zo? Nou, je legt op een van de zeven vwo vakken een duim, eentje waar je een onvoldoende voor hebt ... en voilà ... geslaagd voor de havo. Intussen kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en zoek contact met mijn docent aardrijkskunde. Die mag eigenlijk niet uit de school klappen, maar heeft gelukkig een zwak voor mij. Iemand die wel in mij gelooft. En hij zegt niet wat de score is maar laat wel weten dat het eindresultaat voor aardrijkskunde een voldoende is. Ik spring een gat in de lucht.
 
Een dag later belt de klassendocent economie. Geheimzinnig doet hij over de uitslag van mijn herexamen economie, nadat hij eerst vertelt dat ik voor aardrijkskunde een voldoende heb gescoord. Uitgebreid begint hij eerst het herexamen Economie te bespreken ... en besluit mijn stoute schoenen aan te trekken ... ik heb tabak van zijn gespeel ... en leg hem uit dat mij niet meer boeit hoe ik het herexamen heb gemaakt en wat de uitslag is. Ik heb aardrijkskunde toch gehaald? Nou, dan kan ik naar de Sportacademie. Dan heb ik toch al een havo diploma. Het valt even stil aan de overkant. En dan volgt een zakelijk stem. Je hebt ook voor Economie een voldoende gehaald. Je bent geslaagd. Gefeliciteerd. Ik hang de telefoon op en denk ... wat een lul. 
 
Drie jaar later ontmoet ik in het weekend in mijn stamcafé van vroeger mijn klassendocent aan de bar. Hij zit voorover gebogen boven een bierglas. Hij ziet er droef en dronken uit en doet zijn verhaal. Hij is gescheiden, zijn vrouw heeft hem verlaten en vertelt aan mij hoe kut de wereld is. Ik leg een arm om hem heen en denk ... tja ... wat denk ik precies? Ik weet het zelf even niet meer. Maar echt medelijden. Nee, niet echt. Daarvoor heeft hij mij te diep geraakt.
 

07-01-2025

Slimste mens ... live

Ik begin met 3 – 6 – 9. De eerste vraag. Body Mass Index. Kassa. Donny Ronny is aan de beurt. Squatten zal hij niet snel doen. Maarten optillen ook niet. Entertainment bij het 25 jarig jubileum. Bore-out. Verveling slaat toe. De tijd op school gaat traag. Maar bij de slimste mensen gaat hij veel te snel.

Voor 10 seconden. Stracciatella. Compleet versnipperd. 050 komt nog even langs. Groningen met vaste lijn. Voor noodgevallen. Voor als de bom valt. Maarten belt altijd vast, naar de taxi-centrale in Utrecht om hem naar Texel te rijden in Purple Rain. Prinsheerlijk. Powerballad. Met bloot lijf een berg opklimmen in een sneeuwstorm. Dan helpt een powerballad je verder. Einde 3 – 6 – 9. Nu gaan we beginnen.

Tepel. BH. Afvoerkanaal. Schap. Goot. Waterpas. Dit zijn de antwoorden die niet op de beker passen. Boezemvriend wel. De tussenstand is gigantisch. Door naar de vierde ronde. Galerij met vieze plaatjes. Wie is de Mol bij Expeditie Robinson. En wie de Verrader bij het Familiediner? Donny Ronny niet. Sneeuwwitje en Hans en Grietje en Repelsteeltje doen het goed. Lange Frans in de Efteling niet. Frans Bouwer en Danny doet Vera. Roelof nog steeds op kop. De ontknoping nadert. Op naar de beslissende ronde. 

Maar niet voor mij. Ik moet plassen. Super Mario moet maar even wachten. De 40 en 50 punten vallen niet. Jaike gaat nu aan kop. Maar Roelof moet nog. Wie wordt winnaar van de dag? Moi!

 

20-12-2024

Kerst met Bison Kit

Het bos is sneeuwwit en toch voelt het grijs aan. Het begint al donker te worden en ik ben volledig de weg kwijt. Bomen kijken me droevig aan. Alsof ze vermoeden wat me te wachten staat. Zij hebben makkelijk praten. Ze staan altijd op dezelfde plek. Dwalingen kennen zij niet of amper. Hooguit in hun kruin. Het begint keihard te sneeuwen. Ik zing kerstliedjes om mezelf wat moed in te spreken. Het geeft warmte en lucht en brengt me terug in herinnering. Marshmallows plakken aan mijn gehemelte, knapperend vuur ruikt zoet. Het smaakt naar thuis en vrede.

Al dagenlang dwaal ik door dit verrekte grote bos. Nog nooit ervaren, zo’n oneindig groot oerwoud wit. En ik doe dit werk al lang, eeuwenlang. Ik vrees nu echt dat ik te laat ga komen. Mijn rendieren hebben er ook behoorlijk last van. Voor het eerst kerststress, daar voelt niet vertrouwd. Ik ben ook geen Sinterklaas, deadlines zijn mij onbekend. Ik spoor Rudolf nog maar eens aan.

Het is pikkedonker geworden. Alleen de sneeuw geeft nog wat licht. Ik heb er geen goed gevoel bij. De sneeuw blijft vallen en hoopt langzaam op. Heel even loop ik naast Rudolf mee. Het lijkt of ik met mijn rode laarzen op watten loop. Plots begint de grond onder mijn voeten te zweven. Ik zie de rendieren ook wankelen. We worden opgetild, met grond en al, en zweven met een rotgang door het bos. Takken zwiepen hard in mijn gezicht. Doodeng. Ze proberen mij van de zwevende grond te slaan. Enkele rendieren verliezen het evenwicht en vallen. Wolven met hun bek vol tanden en tong vol schuim wachten beneden. Ik zie hoe ze verscheurd worden. Poten, staarten, vliegen door de lucht. Groot is hun honger en woede.

Wolven? Maar waar zijn we dan in hemelsnaam? We vliegen zo verschrikkelijk hard. Siberië, Canada? In ieder geval het hoge Noorden. Het bos wisselt in rotsstranden en zee. In de verte doemen een paar reusachtige bomen op ... en het vreemde is ... ze hebben allemaal vier takken. Nog nooit zulke hoge bomen gezien. De takken draaien rond en maken een vreemd zoemend, zuigend geluid. In mijn beleving worden ze ook steeds groter, de takken en de bomen. Vooraan op de grond ontstaat paniek. De takken slaan als bezetenen wild in het rond … en ... nee ... nee ... de rest van mijn rendieren wordt compleet weggemaaid, doormidden gehakt.


Het bloed spat om mijn oren en in mijn ogen. Ik zie niets meer. Voel ook een klap van de molen. In kleine stukken vlieg ik door de wind. Met de handen, die gelukkig nog aan mijn armen zitten, vang ik mezelf in de lucht bij elkaar en grijp naar mijn tube Bison Kit. Die draag ik voor noodgevallen altijd bij me en komt nu goed van pas. Ik lijm alle lichaamsdelen vliegensvlug aan elkaar. Mijn hoofd houd ik enkele minuten stevig vast,  want die droogt het langst.

Ik kan nog maar aan een ding denken. Hoe kom ik thuis? Bij mezelf en bij de mensen. Gelukkig is de redding nabij. Een grote adelaar grijpt me in de nek, vliegt met flinke slagen richting Nederland en dropt me in de eerste de beste schoorsteen. Net op tijd. Ik voel me weer thuis. Eerst maar even douchen en tot zinnen komen. Het bloed druipt nog van mijn lijf. De Bison Kit is uitgehard. Daarna ga ik snel op pad met alle cadeaus, helaas zonder mijn gevolg. De nacht blijkt veel te kort. 
 
 
Gepubliceerd op Schrijven Online op 20 december 2024 (schrijfopdracht: Aan de haard)

09-10-2024

Hoekig temperament

Hoekig temperament kent vele keerzijden maar zal nooit circulair worden. Daar zijn wetenschappers en kunstenaars het samen over eens. Opposites attrack. Kubiek is het synoniem dat beide beroepsgroepen aanhangen. Er is zelfs een kunststroming uit voortgevloeid. Het kubisme, met als trouwste aanhanger en ontdekker Pablo Picasso, een sanguïnist in hart en nieren. Zijn bloed stroomt overal waar het gaan kan, maar bovenal naar zijn wormvormig aanhangsel, dat dan van opwinding proportioneel groeit binnenin zijn model.
Zet daartegenover de kubus van flegmaticus Ernő Rubik en de rust zelf keert weder. Luststorm gedempt met vierkant cirkels draaien naar een kleurrijk hoogtepunt. Bij beide heren is de climax zaligmakend. Daar draait niemand omheen. Bij Pablo cholerisch en gepassioneerd. Bij Ernő nerveus en apathisch.
 
 

08-10-2024

Finish in Montmartre

Mathieu glijdt uit op de kasseien. Die schrikken enorm van het lelijke hoofd en stuiteren keihard naar beneden. Zo luidruchtig dat het de doden wekt op het Cimetière de Montmartre. Truffaut, Heine, Stendhal, Berlioz, Gall, Dalida, Degas, Fragonard en Foucault, staan ineens allemaal rechtop in hun graf. Gelukkig zet Potet, die vooraan op het kerkhof ligt, op tijd zijn esoterische gave in. Het brengt de doden tot rust. Dat is niet gezegd van de bezoekers van het kerkhof. Die schrikken zich een hoedje. Wat er koddig uitziet, op een doorgaans saai en grijs kerkhof. Dalida biedt nog wat troost en zingt spontaan: 'Paroles, paroles'. Maar ik dwaal af. Zoals zo vaak op kerkhoven.
 
Aldus legt Mathieu vlak voor de finish het loodje. Zo jammer. Hij wil deze unieke race graag op zijn palmares schrijven. Maar deze blijft voor eeuwig kleven aan zijn opa Poelid'or. Amusant nog om te vertellen. Mathieu's neergang na de afgang gaat via Place du Tertre (Place de Têtes voor insiders), alwaar fake schilders toeristen opwachten op karikaturale wijze. Lelijk als de nacht worden deze aldaar geportretteerd en financieel getild; met overdreven dikke kin en dito neus in vette houtskoolstrepen. Vervolgens wordt conform etiquette, braaf gelachen en gekucht. Fantastisch, geweldig, hoe barok het vertoon! Alleen witte (poeder)neuzen en roze wangetjes ontbreken nog, naast pruiken, hoepelrok en veel te strakke broeken.
 
Mathieu huilt voor de tweede keer. Montmartre en Parijs zijn niet aan hem besteed. Veel liever fietst hij rondjes rond de kerk en in de polder. Zijn avontuur eindigt niet zonder liefde, maar met een toevoeging op 'Le mur des je t’aime', een liefdesmuur waarop in 250 talen 'ik hou van jou' geschreven staat. Alle grote talen zijn vertegenwoordigd, maar ook bijzondere talen zoals Navajo, Inuit, Bambara, Esperanto ... en nu ook het Poeliaans.
 
-------------------------------------------
 
Schrijfopdracht #527 - Montmartre (8 oktober 2024) - Odile Schmidt
In Montmartre gaat het mis. Dat is de opdracht van 300 woorden maximaal. Uiteraard kun je Google gebruiken en research doen, Youtube filmpjes kijken maar ook je fantasie aan het werk zetten. Een vrouw, een man en Montmartre. Tip: er is ook een begraafplaats in Montmartre.

02-10-2024

Help ik val of toch niet help?

Help ik val of toch niet help? Joop weet het niet. Joop is fictief. Wil liever niet bij zijn echte naam genoemd worden. Ik heb voor Joop gekozen; Jopie in de volksmond, hij is immers het tegenovergestelde van Popie. Help ik val of toch niet help? is het laatste wat Joop zei toen ik hem gisteren tegenkwam. Opmerkelijk, Joop zoekt zelden hulp. Je krijgt ook amper hoogte van zijn belevingswereld. Wat gaat er nu precies in Joop om?

Niemand die het weet. Maar geen nood. Het werkt zo ook voor Joop. Hij heeft geen benul van wat er speelt bij andere mensen. Vaak weet Joop dan ook niet hoe te reageren op zijn omgeving. Al helemaal niet waar het mensen betreft. Het kan hem weinig boeien. Voor zijn familie is dat anders. Die heeft het laten onderzoeken. Typisch iets voor de familie van Joop. Die wil zekerheid, weten wat er speelt. Hoe past Joop toch in hun plaatje en in het plaatje van de omgeving? Niet. Hij past er niet in. Joop is namelijk neurodivers.

Hoppakee, meteen een etiket geplakt op Joop. En nu? Hoe nu verder? In welke mate neurodivers? Nou gewoon, compleet anders dan de rest van de familie. En maar goed ook. Het zou een saaie boel worden, al die typische mensen die typisch hetzelfde gedrag vertonen en typisch reageren op eender wat. Nee, Joop is de norm voor mij. Compleet normaal dus.

Joop weet dat. We laten elkaar met rust. Heerlijk. Genieten van elkaars aanwezigheid. Met traan en lach. Want ook al zien we deze niet, we worden ze wel gewaar. We brengen ze alleen niet naar buiten. Jammer? Misschien. Voor de omgeving misschien. De typische omgeving.

Joop is overigens niet gevallen. Maar dat terzijde. Een geruststelling voor de familie. Dat dan weer wel.
 
---------------------------------------
 
Schrijfopdracht #526 - Vallen (1 oktober 2024) - Odile Schmidt
Schrijf een kort verhaal waarin vallen een rol speelt. Het kan verval zijn of van de trap afvallen. Ook zou ik graag een bijzonder personage erin zien. Eentje die niet neurotypisch is of op een andere manier niet mainstream in maximaal 300 woorden.

 
 

25-09-2024

Luchthang

Er hangt een luchtje aan mijn fietsdoodschrift. Zijwieltjes heb ik vroeger nooit gekregen, wel een fiets met bananenzadel, superglad. Angsten heb ik uitgestaan. 
 
Wat ging er mis? Wat niet? Plassen in bed tot de middelbare school. Ik ruik het bruine natte zeiltje nog. Scherpe urinelucht in mijn neus, billen bloot en ijskoud. Daar ging het mis. Mijn zelfvertrouwen en mijn vertrouwen in de mens. Wat kon ik doen? Geurmeester worden om vieze luchtjes de baas te zijn en angstzweet los te laten. Verdieping zoeken in mezelf. Ik dook flink naar beneden, worstelde en kwam boven. 
 
Ik vertrok naar Parijs en fleurde op. Eerst aan de universiteit, maar bovenal in kleine straatjes en grote avenues. Meures de la beures. Daar ontdekte ik pas echt wat geurtjes met mensen doen. Van Chanel tot rotte vis, alle geuren nam ik waar en werd gewaar van een ultieme waarheid; ruiken is subjectief. Iedereen stinkt naar lekker. Dus laat maar lekker stinken. 
 
Luchthang als basis voor mijn fietsdoodschrift. Opdat anderen er van leren. Lekker stinken, lekker ruiken is de kunst, het overwint zelfs een slechte adem. Laat niemand je de lucht ontnemen. 
 
----------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht #525 - Introspectie (24 September 2024) - Anna Strijbos 
Schrijf een introspectief stuk naar de wijze van een novelle of roman. Waar Marguerite Duras of bijvoorbeeld Connie Palmen, met een zeer kritische en onverbiddelijke blik naar zichzelf kijken, is een zelfkritisch of zelfonderzoekend stuk interessant om te lezen, mits het goed geschreven is. Natuurlijk hoeft het niet autobiografisch te zijn, zoals Marguerite Duras schreef, maar het mag wel. Het maximum aantal woorden is 200.

11-09-2024

Last van schrijfregels

Ik heb last van schrijfregels, meld me vandaag ziek, zwak en misselijk. Rode inkt druipt op het laken en ik heb flinke hoofdpijn. Balen, want eigenlijk wil ik een keileuk verhaal schrijven. Maar hé, ik ben ook maar een mens, een schrijver ga ik mezelf niet noemen. Dat doen jullie maar. 
 
Krijg nou tieten. Mien heeft zich vandaag ziek gemeld. Watje, loser, ongesteld, wat een flauwekul. Net nu ik zin heb in een maf verhaal. Want maf dat zijn zijn verhalen. 
 
Ik heb al tieten, merk ik op. Aan beide kanten een. En wacht, ik voel er ook een op mijn rug. Kan dat, ja dat kan. Want ik schrijf stiekem toch. Onder de lakens. Samen met mijn dokter. Heeft hij zelf voorgeschreven. En het werkt. Voel me plots welgesteld. Ik zing zelfs een liedje. Iets over zingen in een kerk en pilletjes. Zelf geschreven, nooit uitgebracht. 
 
Hé hallo, ik ben er ook nog. Waarom schrijf en zing je niet voor ons, beetje rollebollen met doktoren, hoed je voor hun sperma. Levensgevaarlijk. Ik kan wel een prikkelwoord opgeven, mocht je geen inspiratie hebben. Wat te denken van tapir of bakfietsmoeder. 
 
Ik doof mijn sigaret op het hoofd van de dokter. Hij geeft geen kick. Maar ik weet beter. Het brandt echt wel door. Ik ben genezen zeg ik. Je mag naar huis. Volgende week geen nieuwe afspraak. Zonder zich aan te kleden vertrekt hij. Ik denk: koud. Pak een blok noot en begin te schrijven. In de bakfiets van mijn moeder zit een tapir. Een flinke en hij leefde nog lang en gelukkig. 
 
----------------------------------------------  
 
Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #523 - Tegen de regels (10 september 2024) - Odile Schmidt Schrijf een kort verhaal dat tegen schrijfregels ingaat. Gebruik bijvoorbeeld tell in plaats van show, meer dan drie personages of laat het verhaal stagneren. Vooral je eigen schrijfregels niet volgen kan een interessant resultaat opleveren. Maximaal 300 woorden.

20-08-2024

Onomkeerbaar

De draad weer opgepakt. Woorden alleen, schieten tekort. Plaats geven lukt amper. Het is te vers. Staccato lukt een beetje. Dat moet dan maar. Vrienden begrijpen het gelukkig. Mijn collega’s nog niet. Ze houden wat afstand. Zien mij soms worstelen. Weten niet te handelen. Ik snap dat wel. Het gebeurde, te heftig. Onmacht bevriest hun aandacht. Dat dit is aangedaan?

‘Wat is er gebeurd?’ Ik val in armen. Ze bieden mij troost. ‘Kopje thee dan maar!’ Thee helpt bij verdriet. Meer nog dan koffie. ‘Ik ... ben ... gruwelijk ... toegetakeld.’ Zeg ik stotterend, snotterend. ‘Dat zien we, ja!’ Een stoel wordt aangeschoven. Ik zet me neer. ‘Midden in de nacht!’ Vrienden schrikken van verhaal. ‘Ik zoek nu rust.’ Ik mag blijven slapen. Durf niet naar bed. Het angstzweet breekt uit. Zij zien de paniek. ‘Je bent hier veilig!’ Dat besef ik wel. Maar mijn gevoel niet.

Collecte in de tram. Ik geef twee euro. Voor slachtoffers in nood. We zijn het allemaal. De collectant is blij. De tram stuitert verder. Het voelt niet senang. Mijn lijf doet pijn. Herstellend van het trauma. Maar ik moet verder. Zoek troost bij vrienden. Familie heb ik niet. Gelukkig zijn ze thuis.

Ik lig in bed. De ruimte is wit. Geroezemoes op de gang. Een verpleegster komt binnen. ‘Aha, meneer is wakker’. Ik zie toeters, bellen. Bedrading rondom mijn bed. ‘Waar ben ik zuster?’ Zuster zit naast me. ‘In het ziekenhuis meneer.’ Flitsen in mijn hoofd. Bitjes geheugen reframen langzaam. ‘Wat is er gebeurd?’ Zuster reikt water aan. ‘Drink eerst even wat?’ Zuinig sappel ik water. ‘U lag op straat.’

Ik hoor de ambulance. Voel me zwak, misselijk. Broeders tillen me op. Ik wil dit niet. Onrust in mijn lijf. Opstandig worstel ik los. De broeders knijpen hard. Ik rol ambulance in. Spreken lukt me niet. Een waas voor ogen. En ik val uit. Overgelaten aan mijn lot. Herinneringen wijzen de deur. Wat moet ik nu?

Klap op mijn gezicht. De deur uit getrokken. Geschopt, geslagen en gebeten. Hart bonkt in keel. Adrenaline spat uit aders. Woede, twijfel, angst overvallen. Ik zoek bescherming op. Houd vast aan agressor. Wachtend op een doodschop. Ik wil luid schreeuwen. Maar mijn stem zwijgt. Ik hoor iemand praten. ‘Je verdiende loon, hond.’ Dit is een misverstand.

Luid gebonk op deur. Irritant getik op raam. Gerammel aan het rolluik. Wie staat in brand? Slaapdronken veer ik op. Toch niet mijn ex? Niet weer dat gedoe? Ik kijk uit raam. Een vreemde gast beneden. Zij kijkt me aan. Is het een zij? Wie is die gast? Zal ik open doen? Een verward persoon mogelijk. Was ik dat ooit? Jazeker was ik dat. Medelijden overwint in mij. Doe de deur open.

----------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #520 - Aan de deur (20 augustus 2024) - Johanna Müller
Het is al laat. Je bent bijna klaar om naar bed te gaan (of je ligt er al in) en er staat plots een onbekende aan de deur. Die belt niet aan maar klopt als een wilde op je deur, op je raam, rammelt met de rolluiken.
De opdracht van deze week is: wat gebeurt er vanaf het moment dat je dat hoort, wie staat er aan de deur (als je die al opent) wie is het en wat gebeurt er vervolgens? Heb je spijt dat je de deur opende of net niet?
Je kan een verhaal maken van 500 woorden. Maak er een geloofwaardig verhaal van, en neem de lezer zeker mee in de verschillende emoties die je doormaakt als hoofdpersonage.

[Inspiratiebron voor mij was de film Irréversible. Een heftige film. Door de enscenering lijkt het kijken meer behapbaar, aan het eind edoch verontrustend. https://nl.wikipedia.org/wiki/Irr%C3%A9versible]

12-08-2024

Familieopstelling

We staan in het bos. De zon schijnt door de bomen en het ruikt heerlijk naar hars. Ik ben aan de beurt. De gedachte alleen al windt me op. Eerst maar eens mijn grote zus een plekje geven. Ze doet altijd onnozel dus plaats ik haar achter een dikke den. De broer die na mij komt, best aardig, zet ik dicht bij me. Op vijftig centimeter. Minder afstand kan ik niet verdragen en is gezien de situatie ook gevaarlijk. Mijn oudste zus kijkt uitdagend. Waar zal ik die eens plaatsen? Een takkewijf is het. Ik laat haar plaats nemen op een laaghangende tak van een dikke eik. Kan ze mooi overzicht houden. Mijn oudste broer dan nog. Met zijn overstelpend verantwoordelijkheidsgevoel stuur ik hem de struiken in. Nu is het zaak om de juiste tekst bij de juiste personen te vinden.

De therapeut naast me kijkt me aan. Hij ziet me worstelen. Ik heb het mezelf wel lastig gemaakt en moet bekennen dat ik de dingen misschien toch anders had willen doen. Ik kan dan ook niet de juiste woorden vinden bij mijn broers en zussen. Ze blijven wie ze zijn. Zichzelf helaas. Verplaatsen in een ander kunnen ze maar moeilijk. Hoeft ook niet. Het feit dat ik ze opstel geeft al voldoening. Geen terechtstelling maar een gekoesterde wens. Woorden zijn overbodig, daden ook. De therapeut ziet dat het kwartje is gevallen. Vanuit de kuil, die ik met veel pijn en moeite heb gegraven, kijk ik samen met hem naar mijn broers en zussen. Ik nodig hen allen uit om even te lachen en dan langzaam naar mij toe te komen en me een lieve aai over de bol geven. En zowaar, het gebeurt. Ik ben de gelukkigste man ter wereld. Heel even. Wie is de volgende?

--------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #518 - Setting (6 augustus 2024)  -  Odile Schmidt
Schrijf een kort verhaal waarin de setting net zo belangrijk is als de personages in maximaal 300 woorden.

24-07-2024

Een lange zit

Ze lopen al een tijdje door de wijk. Keurig gekleed stappen ze mijn oprit op. Ik doe de deur open.

'Goedenavond meneer, wij komen u spontaan een bezoek brengen om met u in gesprek te gaan over het leven in zijn algemeenheid, komt het gelegen?'

'Zekers, praten over het leven is mijn hobby, maar wacht ik haal even een stoel dan kan ik beter luisteren.'

De beiden dames kijken elkaar aan en ogen wat verbaast.

'Zo daar ben ik weer, brandt u los.'

Buiten begint het een klein beetje te miezeren.

'Nou meneer, wat wij graag willen weten is hoe het momenteel met u gaat en met uw leven, gaat het goed of zijn er obstakels of juist geluksmomenten?'

'Prima, geen obstakels, nu en dan een geluksmoment, niet te veel gelukkig want geluksmomenten zijn het meest vermoeiend. Dat vergeten mensen wel eens, dat geluk ook energie kost.'

'Dat is zeker waar meneer, fijn dat het goed met u gaat en dat er geen obstakels zijn op dit moment maar die kunnen altijd komen, hoe gaat u daarmee om?'

De miezer gaat over in lichte regendruppels, de dames halen uit hun tasjes een plastic regenmutsje en plaatsen dit op hun gesteven haardos.

'Dat hangt ervan af hoe ik in mijn vel zit en de aanleiding van het obstakel. Wanneer het obstakel niet te duiden is kan ik erg ongeduldig worden. Meestal tel ik dan tot tien. Dat helpt maar heel even.

Het begint nu echt hard te regenen. Mijn vrouw roept of ik de tussendeur dicht wil doen, ze krijgt het koud. De dames halen uit hun tasjes een plastic regenjas. Aankleden verloopt moeizaam, de dames zijn een beetje nat en het plastic stropt.

'Gelooft u meneer?'

Aha. Daar komt de reeds verwachtte aap uit de mouw. De diepte in.

'Ik ben een grote fan van Dante en van mezelf mevrouw. Het geloof komt via hen tot mij. Kent u Dante?'

Ik zie de dames voor mij even nadenken en stilletjes overleggen. Iets over wegwezen.

‘Dante zegt ons niets meneer, maar kent u onze lieve heer?’

‘Onze lieve heer? Eentje maar? Ik ken er wel wat meer die lief zijn? Maar wie is die van jullie? Delen jullie hem ook samen?’

Alsof de duvel ermee speelt. De dames pakken plots de biezen en hun bezemstelen. Weg zijn ze. En we beginnen pas? Dat is ook niet aardig.

 

-----------------------------------------------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #516 - Nog even blijven plakken  (23 juli 2024)
Nadine van de Sande  
Maximaal 400 woorden.

We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: “Het is maar eens tijd om naar huis te gaan,” maar een kwartier of een halfuur later staat de gast nog steeds met een been in en het andere been buiten de deur.
Soms is dat gezellig, maar soms ben je continu aan het hinten dat de gast toch echt, langzaamaan moet gaan ver-trek-ken...
Hoe dan ook, ‘even blijven plakken’ gaat over een actie die maar blijft slepen, zonder dat er iets spannends of interessants gebeurt.
In de opdracht van deze week blijft een gast – gezellig of vervelend- plakken. Schrijf over hoe die aanloop van vertrek maar blijft duren en duren. De uitdaging is om dat zodanig te schrijven dat het leuk of interessant blijft om te lezen. We willen niet dat de lezer ook de schrijver de spreekwoordelijke deur uit zou willen werken…
Zie deze opdracht als een kleine schrijfoefening om de balans te vinden tussen iets wat maar blijft slepen en daarom geschrapt moet worden en iets beschrijven wat ongemakkelijk of relatief langdradig is, maar wel op papier moet komen te staan.

 


 

26-06-2024

Het bizarre verhaal van Joke Jugendstiller

Joke had niets op met haar jeugd. Smoorverliefd was ze op Hubert, haar alles. Hubert zou haar door die vreselijke vleselijke jeugd heen helpen. Kortom Hubert was haar grote licht. Joachim, haar erg luidruchtig en aanwezig broertje vond de liefde die aanstonds was helemaal niets. Bovendien was hij dol op zijn grote voorbeeld Hubert die hem altijd wist te temperen, zowel realistisch als magisch. Een gouden combinatie was het. Alleen de driehoek paste Joachim niet zo goed. Vierkant tegen was hij zelfs. Een hartig woordje zouden broer en zus met elkaar spreken. Ware het niet dat Hubert zorgde voor een tussenkomst, nog voordat Joachim kwam. Gelukkig maar. Zoveel geiligheid verdraagt een boek zelfs niet.

"Boek, boek? Wie heeft het hier nu over een boek? Domme doos!" De toon was gezet. Joachim was bij Joke in haar hoofd gekropen en had onmiddellijk haar gedachten geraden.

"Verdomme Joachim, je speelt vals, wacht maar tot Hubert komt, jij minkukel!"

Daar popte Hubert al op. Hij nam meteen het woord en verdween snel achter de struiken. Gekend met het reactief gedrag van de familie Jugendstiller, deed hij er beter aan om even te schuilen. Hij was ook niet voornemens het woord snel terug te geven en wachtte de reacties van Joke en Joachim geduldig af. Die hadden intussen behoorlijk mot en sloegen elkaar de hersenpan in. De hersencellen dropen langs hun wangen naar beneden, smolten samen en hergroepeerden zich tot een nieuw brein. Een superbrein dat Hubert nogal verbaasde. Het was zo groot als een schoenendoos. En die schoenendoos nam vervolgens hem de maat. Of hij nog iets bij te dragen had tot deze discussie? ‘Welke discussie?’ vroeg Hubert zich af. Een discussie tussen maatje 37 en 43. En Hubert ... tja ... die fungeerde als lepel. De schoenen moesten immers passen.
 
Mijn eerste bijdrage op website 'Schrijven Online' ( geplaatst op Themaforum: Wekelijkse schrijfopdracht) met als Schrijfopdracht #512 - De doos (opgezet door schrijfcoach Odile Schmidt).
Schrijf een kort verhaal waarbij een doos een cruciale rol speelt in maximaal 300 woorden.
Hier de link naar het verhaal op Schrijven Online.
 
De eerste alinea bestaat uit 120 woorden met daarin verhaspelt het woord 'Jugendstil', dat weer als schrijfthema diende voor Week 26 op de website 120W. Onder dezelfde titel geplaatst op 120W. Dit stukje heb ik als uitgangspunt genomen voor de Schrijfopdracht #512 - De doos op Schrijven Online. 
Hier de link naar het verhaal op 120W. 
Deze versie is ook geplaatst op website Web Tales. 
Hier de link naar het verhaal op Web Tales.

 
 

21-06-2019

Bloemkoolgevoel

Heeft een bloemkool gevoel? En zo ja, hoe manifesteert zich dat gevoel dan? In tranen? In boosheid? Hoe kwetsbaar is een bloemkool? Heeft hij goede en minder goede dagen? Hoe oud wordt een bloemkool? Waarom voel ik mij soms als een bloemkool, vul ik het mogelijke gevoel van een bloemkool als waarachtig in? Omdat ik het gevoel ken? De verontwaardiging van onwaarachtigheid, is dat bloemkoolgevoel?

Kan een bloemkool liegen? Stoïcijns of toch misschien verraderlijk? Uit wanhoop? Omdat hij zich schuldig voelt? Zijn diepgewortelde eenzaamheid wil ombuigen in heel veel ooft? Coûte que coûte? Omarmd door kleine bloemkolen, mag hij daar zijn verlatenheid in troosten? En is hij daarin de enige partij die bepaald? Opgelegd door een troostloos, oneindig, onophoudelijk verlangen naar uitweg, gezelschap?

En hoe zit dat dan met de vruchtbaarheid en de basis, de gezonde grond van vrouw bloemkool? Is deze überhaupt aanwezig, mag zij er zijn? Is de liefde onvoorwaardelijk bij bloemkolen? Kwetsbaar? Mogen, moeten liefdes, keuzes, beslissingen, im Frage gesteld worden? Altijd? Voor de zekerheid? Schijnbare zekerheid? Hoe ver mag bloemkoolliefde gaan? Bloemkooleigenliefde?

Als de bloemkoolbasis niet goed is, ongezond zelfs, mag die dan toch tot bloei gebracht worden? Tegen beter weten in, advies negerend? Advies dat in de oren klinkt als een vervelend moordend voorbehoedsmiddel? Een voorbehoedsmiddel voor tegenspoed en ongeluk? En hoe zit dat dan, als je dat als bloemkool stiekem weet? Overwint dan de onmacht tegen eenzaamheid, het niet begrepen worden, verlatingsangst in jezelf? Zet je selfish door? Negeer je de zieke bloemkool, waarvan je zegt, denkt, voelt te houden?

Heeft een bloemkool gevoel? Kan ie diepgeworteld ergens mogelijk zelfs hypergevoelig zijn? Wie zal het zeggen? En even overdrachtelijk, onder ons in achterkamers gesproken; wordt het doorgegeven, is het mogelijk te temmen, te bannen desnoods? Je zult een leven lang leven in onwetendheid, met geheimen en levensvragen; die het daglicht niet verdragen, niet mogen zien? Daarvan alleen al krijg je baringsangst, openbaringsangst, toch? Hoe kwetsbaar kunnen bloemkolen zijn, in onderdrukt gedrag, gedachte en gevoel? Wil je dan überhaupt nog wel baren of geboren worden als bloemkool? Alsof je een keuze hebt. Niet dus. No way. Go along you lovely mayflower. What doesn’t kill you makes you stronger.

22-01-2019

Koning van Tjietjerkstradeel

Piet droomt al jaren. Hij weet nog steeds niet goed wat hij later wil worden. Beroemd, ja, dat is een ding dat zeker is, maar waarmee, waarin, waardoor? Piet komt uit de provincie, uit een klein dorp. Waar kan een jongen uit Tjietjerkstradeel nu precies uitblinken?

Ik kijk maar weer eens naar boven. Turen in de lucht. Er komt weer slecht weer aan. Nu ja, slecht? Wat is slecht? Wat voor de ene mens slecht weer is, is voor de ander weer prima. Ach, klagen dat doet iedereen sowieso, zelfs in Tjietjerkstradeel. Het gaat sneeuwen, zeker weten. Veel, heel veel, in de spits. We krijgen ook de grootste filestand uit de Nederlandse geschiedenis. Zeker weten.

Piet is een kei in het weer voorspellen. Met de paplepel ingegoten gekregen van zijn pa Sammie. ‘Kijk jongen, kijk omhoog, de hemel openbaart zich, kijk naar de sterren, die vertellen jou het weer. Geen sterren, ook goed, is het gewoon bewolkt. Zo simpel is het. Maar nu Piet de generatiekloof heeft oversprongen met een grote lange stok is hij klaar voor verandering. Voor zijn ultieme doel, beroemd worden.

Ik wil op de kijkkast, het grote beeldscherm. Dat is het. Iedereen moet naar mij kijken. Niet bij Studio Sport, niet bij SBS met frites, frikadellen, chinees of kebab op schoot. Nee, betekenisvol. Koninklijk. Wat zou het toch leuk zijn als ik deel mag uitmaken van het Koninklijk Huis. Eureka, dat is het. Dat wil ik later worden, Prins der Nederlanden. Nee, koning der Nederlanden. Ik ga alvast oefenen.

Maar pa Sammie, helpt Piet al snel uit zijn droom. Hij is Piet achterna gesprongen met een nog langere stok. Hij weet dat Piet bij de bibliotheek van Tjietjerkstradeel alle troonredes van de afgelopen tien jaar heeft geleend. Oefening baart kunst heeft Piet nog tegen hem gezegd. Maar een realist is zijn zoon nooit echt geweest. Met een lange warme sjaal weet hij zijn zoon eindelijk te vangen. Een oranje sjaal met bijpassende muts.

‘Hier Piet, ben je toch nog een beetje de koning!’

Inzending maandopdracht ColumnX:
Kruip in de huid van een bekende Nederlander en schrijf de column alsof jij diegene echt bent.
Verboden woorden: (vervoeging van) doen, en, televisie/TV
Verplichte woorden: troonrede, kebab, Tjietjerkstradeel

02-11-2017

Dichter bij de A (inclusief toets)

Als schrijver streef je maar naar een ding. Zorgen dat de lezer jou begrijpt in datgene dat je vertellen wil. Mocht dat niet zo zijn dan ben je een schrijver van B-garnituur. Een echte schrijver gaat voor A. Het is eigenlijk het omgekeerde van leren zwemmen. Want hij die zijn C-diploma heeft is allang vergeten hoe hij ooit zelf begon met reddend zwemmen. Kunt u het zich nog herinneren? De eerste watertrappel-ervaring? Precies. Niet dus. En daar gaat het dus om bij het schrijven. Hoe dichter een schrijver bij zijn eerste watertrappel-ervaring komt hoe beter hij bij zichzelf komt. De angst, de moed, het succes, ze zijn allen nodig voor een succesvol schrijven. Met een C-diploma ben je reeds ver verwijderd van die gave, die puurheid. Nee, met C-diploma behoor je tot de B-garnituur. Sprookjes schrijven kun je dan, hooguit. Fantasievol maar zonder inhoud. Veel te makkelijk taalgebruik ook. Je denkt met een C-diploma al heel wat te zijn. Maar de echte schrijvers blijven de eenvoud zelf. Dicht bij A. Less is more.
Hoe dichter een schrijver bij de A blijft hoe fijner de lezers het zullen vinden. Naar beter wil een lezer sowieso niet. Kijk maar eens welke schrijvers om u heen puur en bij zichzelf zijn gebleven. Bent u zelf een schrijver, dan daag ik u uit. Op welke schaal tussen A en Z bevindt u zichzelf op dit moment. Dichter bij de A of dichter bij de Z? En denk eraan, overschat uzelf niet. U spit het onderdelf bij de toets die een stukje verder nog volgt. Niets blijft onbesproken binnen de letters van het alfabet. Het alfabet is immers onze wet. Naar de wet geloof ik u dan ook. Niet naar de letter. We liegen dat het geschreven staat. Ik zeg het eerlijk. Vooruit dan maar. Ikzelf zit in de buurt van de M, precies in het midden dus. Ik zit safe. Het liefst wil ik nog een stuk vooruit, richting A. In mijn stoutste dromen hoop ik ooit de top vijf te halen. Minimaal de E dus. Ik heb nog even te gaan.
O ja en dan de test. Bijna vergeten. Schrijf een tekst over zesentwintig zinnen. Ja, die bestaan, zesentwintig zinnen. Je moet ze alleen goed zoeken. Een beetje fantasie is daarbij een vereiste. Circa twintig zinnen zult u zelf moeten verzinnen. Tip: denk terug aan het watertrappelen. Wat dacht u toen? Precies. Hou dat vast. De zesentwintig zinnen dan graag alsvolgt verwerken. In zesentwintig zinnen van maximaal zesentwintig woorden per zin. Kunt u nog volgen? En dan nu het ergste. Het eerste woord van iedere zin begint met een van de verschillende letters uit het alfabet. U moet alle letters een keer gebruiken. En nu komt het. De zesentwintig zinnen plaatst u in chronologische volgorde van A naar Z. Van Z naar A mag ook, maar dan zeg ik u alvast, dan gaat u nooit winnen. B-garnituur begrijpt u. U bent dan winnaar van de B-Garnituur. Eigenlijk Z, maar zover wil ik u niet vernederen. Laatste tip. Spit vooral geen onderdelf.
Vragen en inzendingen kunt u in een reactie onder dit stukje kwijt. Als u durft tenminste. Enfin, succes allemaal. Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. De jury bestaat uit me, myself and I. Ben benieuwd naar jullie inzendingen. Maximale lengte van de tekst? Rekent u dat zelf even uit. Zesentwintig keer zesentwintig. De woorden van de titel krijgt u cadeau, hoeft u dus niet mee te tellen. Hoe de winnaar wordt bepaald, vertel ik u later. Er moet nog iets geheim blijven. Bovendien prikkelt het de nieuwsgierigheid, creativiteit en uitdaging. Nogmaals. Good luck! U zult het nodig hebben.

02-10-2017

In de bus met Trudie Kortjakje

Honderdenzes wordt Trudie Kortjakje vandaag. Ze gaat op bezoek bij haar tweelingzus Funny. In de verte ziet ze de bus al aankomen en steekt haar duim omhoog. De bus stopt bij Langelindelaan 4. De deur ploft open. Kortjakje hijst zichzelf naar boven.

"Graag een retourtje Waaghalslaan, meneer de buschauffeur."
"Weet u dat wel zeker, mevrouw Kortjakje?"

Haar blik is veelzeggend. Trudie is niet van de grappen. Ze tuurt even snel de bus in. Shit, stampvol. Ze telt vijf euro dertig neer op de kleine schuifla.

"Het is weer druk vandaag, Bernhard."
"Komt goed, mevrouw."

Op de eerste tien stoelen van de bus zitten grote puberkabouters met oortjes in en telefoontjes in de hand. Snel loopt Trudie door. Ook achter in de bus is geen plek. Nors kijkt ze richting Bernhard. Die heeft Trudie's trage wandelgang nauwlettend in de spiegel gevolgd. Hij weet nu wat te doen.

"Hallo, hallo, attentie, attentie. Wil er iemand achterin even plaats maken voor mevrouw Kortjakje, ze is al honderdenvijf!"
"Honderdenzes vandaag!, gilt Trudie keihard terug.

De hele bus schiet wakker. Als oudsopraan van het beroemde Nationale Balalaika Koor uit Boedapest staat ze nog steeds haar vrouwtje.

"O, maar dan gaan we even zingen voor Trudie jongens ... met z'n allen ...!", schreeuwt Bernhard door de microfoon.
"Lang zal Trudie leven, lang zal Trudie leven ... lang zal ... in de Gloria ... hiep, hiep, hoera!"

Intussen heeft een busbewoner plaats gemaakt voor Trudie. Onderuitgezakt zit ze in de zetel. Een hoopje mens dat Trudie heet. Trudie heette. Trudie is niet meer.

30-09-2017

Webtales Workshop Schrijfopdracht September 2017

Alle problemen opgelost (12-09-2017) (In de Spotlight op Web Tales)

Problemen zijn net als woorden. Maar dan op zijn Frans. Paroles, paroles, paroles. Ik heb het proefondervindelijk uitgeprobeerd. Problemen, problemen, problemen. De mensen in het metrostation verklaarden me heel even voor gek. Sterker nog, ze keken niet eens meer welke metro er kwam. Neu. Ze stapten gewoon bij de eerste de beste metro die kwam in. Weg van alle problemen. Dat dachten ze. Nu hadden ze pas echt een probleem.

Nog meer problemen

Ik spring net op het nippertje mee de metro in. De schrik staat op het gezicht van de mensen te lezen. Nee, nee, nee, lijken de gezichten te zeggen. Ik zoek het eerste slachtoffer en schreeuw keihard in zijn oor. Problemen, problemen, problemen. Ik doe het in G-mineur. Dat komt snoeihard binnen, dat verzeker ik u. De man schreeuwt het uit. Stop, stop, stop. Ik krijg medelijden en spreek zijn buurvrouw aan. Problemen, problemen, problemen. In C-largo. Dat moet ze kunnen hebben. Wat een oren heeft die vrouw. Maar ook zij kan de woorden niet verdragen. Ook al heb ik ze nog zo mooi gezongen. Een meneer die alles rustig bekeken heeft tikt op mijn schouder. Dàt had nu net niet moeten doen.

Nog veel meer problemen

Het vraagt om een lucide aanpak. Geen idee wat dat is maar ik ga ervoor. Je hoort zo nu en dan wel eens wat. De man voor me wijst naar zijn mond, vervolgens naar zijn oren en schudt driftig met zijn hoofd van links naar rechts. Daarna draait hij met zijn wijsvinger snelle rondjes voor zijn oorgat en daarna houdt hij diezelfde vinger opgeheven voor mijn ogen en schudt daarmee wederom driftig op en neer. Dan valt het kwartje. Doof. Die man is doof. Houdt ie me nu voor de gek? Ik neem de proef op de som en schreeuw zo hard als ik kan. Problemen, problemen, problemen. Bijna alle passagiers plakken nu tegen de raam van de metro. Behalve de dove man. Stokstijf staat ie stil. Heel even. Dan valt ie neer. Dood?

Nu heb ik echt een probleem

Ik weet niet goed wat te doen. De passagiers gaan in een klein kringetje rondom de man en mij staan. De metro dendert intussen door. Heel irritant. Niets zo irritant als een kring mensen in een op hol geslagen metro. Ze plakken en ze stinken. De man blijft liggen. Ook al zo irritant. Niets zo irritant als een man op een vloer omringd door mensen in een op hol geslagen metro die plakken en die stinken. Ik kan maar een ding doen. Problemen, problemen, problemen. In Z-lentisimo dit keer. Ik weet wel wanneer ik me moet inhouden. Eureka. De man richt zijn bovenlijf op. En roept heel irritant. Heb ik u laten schrikken. Neu.

Alle problemen opgelost

Dat is werkelijk waar too much. Zo vinden ook alle omstanders. Oké ik maak dan wel veel lawaai. Heel veel. Maar faken, daaraan heeft iedereen een broertje dood. Wat er daarna gebeurde had ik u liever niet verteld. Maar het moet. Het kan haast niet erger lieve mensen. En masse heft het hele metrocompartiment zijn stem aan. In alle letters van het alfabet in alle tempo's. Sommigen ijl anderen weer zwaar diep. Tot op de bodem en skyhigh in koor. Problemen. Problemen. Problemen. Iemand trekt aan de noodrem. En ik kan het u vertellen, niet de stomdove man, doofstom. Nee. Maar hij vliegt wel buiten. Ik blij.

Les 1 Opdracht 1 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Suspense!


Stomdoof (13-09-2017)

Een stomdove man loopt over het perron van de metro. Het is nog vroeg. Zonder stok, want die heeft een stomdove man niet nodig. Althans dat denkt de man. Hij moest eens weten. Deze ochtend zou hij spijt krijgen van deze onbezonnen daad. Waarom? Dat vertel ik u zo. Ik ga vooralsnog eerst de spanning nog een beetje opbouwen. Naar een probleem, een groot probleem.

Ergens voelt de stomdove man toch wat argwaan. Een vreemd woord eigenlijk want wat is arg nu precies? Wanen kennen we wel. Toch? Nou, let op. De goede man heeft niet voor niets een feilloos gevoel voor wat er te gebeuren staat. Een zesde zintuig noem ik het. Op het perron lijkt alles rustig te verlopen. Een gewone doordeweekse ochtend. Maar zoals ik al zojuist voorzichtig aankondigde, schijn bedriegt. Niet dat ik de stomdove man als bedrieger wil duiden maar toch. Arg, wat geeft het ook? No problem.

Nee, u kent dat wel, zo'n dreigend unheimisch gevoel dat rondom metrostations kan hangen. Hitchcock zou er zowaar een puntje aan kunnen zuigen. Suspense. Niet meer dan dat. Totdat de metro het station komt binnenrollen. Zonder vogels, maar wel met piepende remmen. En dan gebeurt het. Het onverwachte.

'Problemen, problemen, problemen.' Een kleine long tall Bert met zwart haar, forse wenkbrauwen en een rode neus heeft zich uit de massa opgericht en zingt uit volle borst. Vals. Vals. Vals! Niet om aan te horen. De mensenmassa spurt zonder nadenken de metro in en kijkt verschrikt uit het raam. Althans de mensen die een plekje hebben weten te bemachtigen voor het raam. De stomdove man grijpt naar zijn stok. Arg. Mis!

Les 1 Opdracht 2 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Suspense!


Der Bomber (14-09-2017)

De zandloper staat op tafel. Heel langzaam zie ik het zand door het kleine gaatje stromen. En ik kan maar een ding denken. Laat het alsjeblieft heel even regenen in het bovenste deel van de zandloper. Kan dat? Nee, natuurlijk kan dat niet. Maar ik kan het wel denken, toch? Zodat het zand stroperig wordt en niet meer door het gaatje kan. Alsjeblieft. Ik moet toch ergens tijd winnen?

De zandloper staat nog steeds op tafel. Tien paar ogen staren me aan. Hoelang houd ik dit nog vol? Zie ik nu pretogen of bezorgde ogen? Ik kan het maar moeilijk peilen. Mijn eigen blik bevat maar een staat. Een staat van paniek. Ik voel ook tranen prikken. Nu al? Ik heb toch nog tijd? Mijn gedachten dwalen weer af. Wat als er nu een heel klein mannetje in de bovenste helft van de zandloper zou opstaan uit het zand? En dan, ja sorry, een heel klein poepje zou doen? Maar pas nadat hij driftig met zijn kleine handjes eerst een flinke kuil heeft gegraven. Kan dat? Ik stel het mezelf voor. Nee, dat gaat nooit lukken, graven en poepen tegelijk. Ik zie het zand steeds sneller stromen. Weg tijd.

De vraag, wat was nu ook alweer de vraag? Tien paar ogen staren me nog steeds aan. Een sportvraag. Wie scoorde in 1974 het bevrijdende doelpunt voor de Duitsers tijdens het WK voetbal? Wat een rotvraag. Hoezo bevrijdend doelpunt? Is dit een flauwe grap? Wil ik die vraag überhaupt wel beantwoorden? Maar opgeven is geen optie. Tien paar ogen kijken me op het moment suprême heel ernstig aan. Tien handen kloppen met hun vingers ongeduldig op de tafel. Hoezo tijdsdruk? De bonusvraag, in welke minuut werd er gescoord, laat ik schieten. Schieten, bombarderen? Der Bomber! Gerd. Gerd Müller! Ik zie de laatste korrel door het gaatje glijden. Shit! Weer verloren.

Les 1 Opdracht 3 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Suspense!


Goud in benen (15-09-2017)

Dick speelt advocaat van de duivel met engelengeduld. De mannen aan tafel kijken hem opgewonden aan. Zou deze man echt de oplossing hebben? Vanavond mogen ze wat langer opblijven en een spelletje spelen. In oranje pyjama's. De druk moet eraf, zo legt Dick uit. De mannen weten nog niet goed wat er boven hun hoofd hangt. Dick wel. Uitsluiting. Niemand wil dat. Maar Dick weet raad. Wie goed kijkt ziet ook dat er langzaam twee rode hoorntjes op zijn voorhoofd verschijnen. Spelletjes spelen helpt altijd.

'Wie is er aan de beurt?' Zenuwachtig kijken tien paar ogen naar Janssen, die vervolgens een kaart op tafel omdraait. 'Hoe heet de man die goud in benen had, maar datzelfde goud uit handen gaf toen bleek dat de verzekering niet langer zijn linkerbeen dekte en daarnaast ook nog eens een verkeerd merk schoenen droeg?' Wat een rotvraag, denkt Janssen en kijkt naar de zandloper die snel wordt omgedraaid. De tijd gaat in.

Het zand in de zandloper kleurt ineens goud. Dat kan toch niet. Tien paar ogen aan tafel zien hetzelfde. Dick grijpt in. Hij is niet voor niets advocaat van de duivel. 'Wie deze vraag weet mag de zandloper houden.'

Geroezemoes aan tafel. Robben steekt zijn vinger omhoog, wacht niet af en begint meteen te spreken.
'Dat is niet eerlijk. Janssen is aan de beurt en die vraag is veel te makkelijk!'
'Cruijff!', roept Sneijder ins Blaue hinein.
'Kop dicht Wesley, Janssen is aan de beurt!'
'Ho, ho!', valt Dick bij. 'Iedereen mag raden en Wes heeft gelijk. Het antwoord is Cruijff. Hij wint de gouden zandloper.'

Even blijft het stil aan tafel. Maar dan breekt de pleuris uit. Alle oranje pyjama's vallen elkaar ineens aan en zetten hun tanden in elkaars nekken. Bloed spat tegen het plafond. Wat gebeurt er nu? Dick ziet het allemaal met grote ogen aan. Heeft hij dan toch de macht? Twee grote rode hoornen op zijn voorhoofd knipperen fel aan en uit. Vervolgens wordt er luid op de deur geklopt. Ruud, die de deur bewaakt zet zijn fotocamera aan en gooit de deur open. Elf rode duivels vliegen naar binnen. De kamer verandert in een gekkenhuis. Totdat plots de zandloper stilvalt en weer kleurt in zandbruin.

Les 1 Opdracht 4 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Suspense!


De herfst was laat dit jaar (17-09-2017)

De herfst was laat dit jaar. De blaadjes bleven heel lang hangen aan de bomen. Evenzo de eikels. Was dit weer het zoveelste teken aan de wand? Aan de wand van het bos in de Ardennen?

Nee, dit is toch niet de tekst die Mischa voor ogen heeft. Een wand van het bos? Hoe komt ie erop. Dat gaat helemaal nergens over. En het ergste van al. Alle verdere inspiratie ontbreekt. Komop, denkt ie. Laat ik maar eens door een bos gaan lopen. Een echt bos. Niet zo'n plastic bos van IKEA.

Dat plastic bos had Mischa de afgelopen week nog bekeken. In een gids. Een kleurengids. Lelijk. Oerlelijk. Daar zou hij nooit en te nimmer inspiratie in vinden. Nee, dit keer moest hij als kunstenaar, als jonge schrijver, toch eens voor het echie kiezen.

Het deed Mischa denken aan de kunstacademie, waar ie geflopt was. Waar een boom van een kerel, luisterend naar dezelfde naam hem had voorgesteld eens een weekend in een kuil te gaan zitten. In een bos. En alleen maar waar te nemen wat er in die kuil gebeurde. Met de kuil en met hem. Een maffe opdracht die Mischa meteen had doen besluiten te stoppen met de academie.

Daan zit ie dan. In het bos dat nog herfst moet worden. Met een klein schepje graaft ie zich autobio. Hij doet er lang over. Hij is dan ook geen meesterschepper. Helemaal niet. Na drie uur spaden duikt hij in de kuil en geeft zich over aan het ontluiken van de herfst. Maar de herfst komt maar niet. De eikels vallen niet en evenmin de blaadjes.

Vier weken bivakkeert Mischa in zijn kuil. Zijn moeder komt hem af en toe voeren. En 's-avonds wordt er een klein grondzuil over de kuil gelegd. In een overlevingsslaapzak brengt ie de nachten door. En ja, na vier weken vindt hij dan eindelijk inspiratie, gaat naar huis en schuift aan tafel.

Maar laten we eerlijk zijn, lieve lezer. Het slaat als een tang op een varken. Toch? De tekst uit de eerste alinea kan niet echt door de beugel. Wel? Nou, helpt u dan Mischa verder in zijn kunstenaarschap. Alle ideeën zijn welkom. Zijn impresario houd zich war aanbevolen. Schrijven kan naar. Walnootstraat 12, 4367 CK Beukendorp. Graag ter attentie van Mischa Art. Dank u wel. Namens Mischa.


Les 2 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Inspiratieopdracht herfst


Vakantiebeleving (20-09-2017)

Ik zit in de auto. Dat kan zeven dingen betekenen. Ik ga naar mijn werk, ik doe boodschappen, ik ga op bezoek bij vrienden of familie, ik ga op museum- of theaterbezoek, ik toer wat rond, ik ga naar het benzinestation, ik ga op vakantie. Hiep, hiep hoera, bij de laatste optie. Of ben ik er toch nog een vergeten? Ja, natuurlijk. Ik zit bij iemand anders in de auto. Dat kan natuurlijk ook.

Je kent dat wel. Een auto. Zo'n ding op vier wielen, of zes, of acht, of misschien wel tien. Al naar gelang de bestemming. Vrachtauto's reken ik ook tot auto's. Maar wat als de auto nu plots een vliegtuig wordt? Kan dat dan? Ja, dat kan. Ik ga het u vertellen. Een vakantiebeleving, want dat was het.

Aan het benzinestation ergens in Italië, sta ik peentjes te zweten. Zo warm is het. Ik ben nog maar zeventien en een bezorgde moeder zou denken: 'Wat doet die jongen daar, zo alleen bij een benzinestation?'. Maar die moeder heb ik niet. Dus daar hoef ik me geen zorgen over te maken. Over de moeder dan. En vice versa.

Maar daar sta ik dan. Met het zweet op mijn voorhoofd en een kartonnen bord in de hand. Ik houd van simpel en direct. Holland staat er opgeschreven. In kapitalen. Want de automobilisten moeten het wel goed kunnen zien. Na lang wachten stopt er een dikke vette Mercedes. Anders kan ik het niet uitdrukken. Dit moet gevoeglijk bijvoeglijk verteld worden. Ik permitteer me dat. Ondanks de opdracht om bijvoegingen te mijden. Show don't tell.

Nou, de show was compleet. De chauffeur had echter wat argwaan. Of ik een briefje wilde ondertekenen dat hij niet verantwoordelijk was voor eventueel letsel berokkend tijdens de reis. Ach, wat kon mij nu gebeuren?

Les 3 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Schrijven is schrappen


Kale dialoog (21-09-2017)

Wassen en knippen?
Graag.
Mooi weer vandaag.
Ja, gisteren en morgen niet.
U bedoelt?
Precies wat ik zeg, gisteren en morgen niet.
Ja, ja.
Volgens Pien dan.
Armand?
Die ja, die kan het weten.
Hoezo?
Nou gisteren klopte het weer zoals hij voorspelde.
Ja.
Dan klopt het morgen weer.
Dat is een aanname meneer.
Klopt. Niets mis mee toch?
Let maar eens op. Overmorgen komt het uit.
Dat het weer van gisteren klopt?
Precies.
Nu heeft u mij tuk.
Daar heb ik geen zin in.
Waarin?
In Tuc.
U bedoelt?
Ik heb zojuist al gegeten.
Oh, die Tuc bedoelt u?
Een zout koekje.
Ja, dat smaakt niet bij de koffie.
Hoever bent u al kapper?
Halverwege.
Links of rechts?
Van allebei een beetje.
Overdwars dus.
Precies.
Geen bloempotkapsel hoor?
Nee, ik zou niet durven.
De vorige keer stak mijn vrouw spontaan rozen in mijn oren.
Het is niet waar?

Les 4 Opdracht 1 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Dialoog


Vergeten groenteman (Het verhaal) (26-09-2017)

Sta ik bij de groenteman, kruipt er een klein mannetje voor. Met een rollator. Ik denk wat krijgen we nu? Dat gaat hier niet gebeuren. Al een uur sta ik te wachten op drie mensen voor me die de meest onmogelijke dingen bestellen. De groenteboer houdt het amper bij. Hij moet zelfs 'nee' verkopen aan een van zijn klanten. Afrikaanse vijgentakken heeft hij niet. Nog nooit van gehoord ook. Kun je die überhaupt eten, denk ik dan. Of de groenteman even op zijn laptop wil kijken.

Laptop? Laptop? Dat is geen laptop. Dat is een weegschaal. O. Of de groenteboer dan vergeetviolen heeft. Wat? Vergeetviolen, groene. Groene? Groene vergeetviolen? Bestaan die dan? Wordt hier iemand voor de gek gehouden? Het lijkt er veel op. Achter in de zaak laat iemand van zich horen. Een luide bas klinkt. Ja, die zijn er zeker. Hij heeft ze gisteren nog gegeten.

De groenteman slaat nu een kruisteken en richt zijn armen omhoog. Lieve heer, zeg me dat het niet waar is? Nou, hij stak ze toch echt omhoog. Ineens wordt een beetje onduidelijk wie wat zegt. Eigenlijk wordt het hoogste tijd voor aanhalingstekens en namen. Maar zelfs die heeft de groenteboer niet. Wat nu? Gewoon opnieuw beginnen? Neu, geen denken aan.

Het kleine mannetje met de rollator staat inmiddels voor de toonbank. Met veel pijn en moeite kan hij maar net zijn pet op de toonbank leggen. Op zijn tenen. Dat wordt straks lachen als ie moet betalen. Dit is een hippe groenteman. Hier kun je alleen maar pinnen. Ananas en meloen. Wedden dat ik straks zijn pincode mag intoetsen? Mooi niet.

Het kleine mannetje dringt nog meer voor. Dat doet ie door met een paraplu lichtjes in de zij te prikken van zijn buurvrouw. Die schrikt en slaakt een klein gilletje. Ze slaat ook nog haar hand voor de mond en roept schalks: ‘Oeps’. Vervolgens slaat ze de kleine man keihard in zijn gezicht. Ik vraag me nu serieus af, was dat wel haar zij?

Tien kilo aardappelen wil de man en tien kilo wortels en vier netten grote uien. Drie keer raden wat het kleine mannetje de komende weken eet. Hij kijkt me onderzoekend aan terwijl hij zijn portemonnee trekt. Ik voel de bui al hangen. Voor mijn paard, zegt hij plotsklaps. Niet voor hemzelf hoor. Of ik even voor hem wil afrekenen? Hij kan niet bij de pinautomaat. Luid en duidelijk schreeuwt hij de cijfers in mijn oor zodra ik buk. Ik ben niet doof? Hij wel.


Vergeten groenteman (De dialoog)

“Hé, hallo, gaan we hier voordringen meneer? Dat ken echt niet. Gezien hoeveel mensen er nog voor je staan. Kleine koekenbakker.”
Het is inderdaad een heel klein mannetje met rollator dat probeert voor te dringen bij de groenteboer.
“Maar meneer, u ziet toch dat ik slecht ter been ben. Moet ik dan heel lang blijven wachten misschien? Waar is de hoffelijkheid gebleven?”
Een aantal mensen om mij heen kijkt me nu bedenkelijk aan.
“Vooruit dan maar. Opdondertje. Maar ik ga niet voor jou pinnen, als je dat maar weet.”

“Voor wie zijn de Afrikaanse vijgentak?”, roept de groenteman verstrooit.
“Voor mij Schillenboer, zet ze hier maar neer.”
De groenteboer is niet blij met zijn koosnaam, maar hé, het zijn en blijven klanten. Koningsklanten.
“Wat ga je er eigenlijk mee doen, Deus?”
Ook Deus is niet blij met zijn koosnaam, maar hé, het is wel de groenteboer en hij heeft Afrikaanse vijgentakken. Probeer die maar eens ergens anders te krijgen.
“Eh, weet ik nog niet Schillenboer, puree van maken denk ik. Ik moest ze meenemen van mijn vrouwtje, ons Sofieke.”
“Ons, ons, ons? Van wie is ze dan allemaal Deus?”
“Nou van Karel, Dre en Teun. Dat weet je toch? Flauwerd.”
De drie zonen dus, van Deus en Sofieke.
Schillenboer moet lachen. Net als de rest van de winkel.

“Dan heb ik hier nog een pondje groene vergeetviolen. Van wie zijn die?”
Geen antwoord. Geroezemoes in de winkel.
“Hallo, vergeetviolen, groene, van wie?”
“Dat heb je nou met die kleredingen, die worden altijd vergeten. Klootviolen.”

“Meneer, meneer, ben ik al aan de beurt?”
Het kleine rollatormannetje zwaait met zijn kleine petje boven de toonbank uit.
“Wie roept daar? Ik hoor u niet?”
Met een vette knipoog kijkt Schillenboer alle aanwezigen in de winkel aan.
“Hier, hier, hiero!”
“Oh, ben jij het weer pet, aan het voorkruipen zeker?”
“Neu, ik zou niet durven, die meneer hier achter mij liet me voor.”

“Ho, ho, wacht eens even!”, klinkt een iel hoog stemmetje naast hem. Daar staat een koket dametje op naaldhakken en staart het kleine rollatormannetje vanuit de hoogte heel erg uit de hoogte aan. “Ik ben aan de beurt!”
"O, ja!"
“Meneer, meneer, wat doet u nu. Oeh, ah, lekker, nee, nee.”
Met een grote smak slaat ze het mannetje met haar vlakke hand tegen zijn gezicht.
“Viespeuk!”

“Graag tien kilo aardappelen, tien kilo wortelen en vier zakken uien Schillenboer. En hij betaald.”
Ik krijg een pasje in mijn hand geduwd en ik buk. Vier cijfers schreeuwt ie in mijn oor en nog wat anders.
“Voor mijn paard. Begrijpt u wel?”

Les 4 Opdracht 2 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Dialoog


Boos (28-09-2017)

Ik ben verschrikkelijk boos. Zo boos ben ik nog nooit geweest. Het gaat alle boosheid te boven. En ik heb wat boosheden meegemaakt. Poe poe. Dat wil je niet weten. Natuurlijk wil je het weten. Maar ik ga het niet allemaal vertellen. Boos is eigenlijk mijn zijn. Kom je me ergens tegen, zie je me boos. Ook als ik lach ben ik eigenlijk boos. Hoe dat zo komt? Nou heel simpel. Boos geboren in een hele boze omgeving. Kan dat? Ja dat kan. Mij is verteld dat zowel de vroedvrouw als de dokter even terugdeinsden toen deze me voor het eerst zagen. Zo boos was ik al. Ik huilde niet. Ik krijste. Ik krijste een complete collectieve boosheid van pakweg tweeduizend maanden naar buiten. Het hield eenvoudigweg niet meer op.

Tweeduizend maanden? Ja, boosheid van tweeduizend maanden. Ik ga niet alles benoemen van die opgekropte, uitgelopen, collectieve boosheid. Ik zal slechts het begin benoemen. Op de dag af tweeduizend maanden geleden, 28 januari 1851 om precies te zijn, keerde mijn familie de goedheid voorgoed de rug toe en stortte zich in boosheid. Wat volgde is een herhaling van zetten, keer op keer, generatie op generatie. Het werd altijd doodgezwegen. De grondslag van de boosheid. Jammer maar helaas. Alles werd erbij gesleept om toch maar de boosheid te kunnen plaatsen. Boosheid moest een reden hebben.

Totdat er in de jaren vijftig een omslagpunt kwam. De hippietijd moest nog aanbreken. Maar onze familie was er al snel bij. Boosheid moest men koppelen aan liefde. Aldus geschiedde. Het is daarom dat ik zeg dat mijn boosheid eigenlijk geen boosheid is maar liefde. Kijk, dat klinkt al veel liever, leuker en gezelliger, toch? Met zo iemand wil u wel in contact treden, toch? Zeker als de liefde ook een beetje stout is. Mag. Niets leuker dan stoute liefde. Maar let op. Eigenlijk draait het hier om stoute boosheid. In ons geval. In mijn geval. Boos is lief. Onthoud dat goed.

Lief

Omringd door louter lieve mensen heb ik altijd mijn boosheid ingeslikt. Is dat verstandig? Buikpijn heeft het mij opgeleverd. Aanhoudende buikpijn. Alleen maar om de liefde te dienen. Wie wil nu niet dat de ander lacht en blij is? Daar is voor boosheid geen enkele plek. Ik weet het, het is nooit leuk om alleen maar boos te zijn of boosheid uit te stralen. Daarmee maak je geen vrienden. Maar toch? Is de mantel der liefde dan zo’n warme deken? Ik weet het niet.

Ik vertrouw zelfs de mantel van Sinterklaas niet meer. Nooit gedaan overigens. Sinds ome Toon mij vertelde dat die mantel een nepmantel is die helemaal niet uit Spanje komt, ben ik voorgoed afgehaakt bij goedheid in mensheid. Zeker toen ome Toon mij heel duidelijk aanwees, op de rug van Sinterklaas, waar onze asbak had gestaan? Onze asbak? Ja, want het was ook ons rode tafelkleed, dat de Sinterklaas om zijn nek had geslagen. Nou ja, eigenlijk nog niets aan de hand, want Sinterklaas vergeet ook wel eens iets en misschien was zijn mantel wel in de was. Zo probeerde de familie de boel nog te redden. Maar toen andere ome Toon zijn baard omlaag trok en in zijn mond een glaasje jonge jenever knikkerde, toen wist ik genoeg.

Fake, fake, fake. Ik leef in een fakewereld. Hoe kan ik dan nog lief blijven? Nou, niet zo moeilijk. Voor de cadeautjes natuurlijk. Want die wilde ik niet missen. Gelukkig was ik nog steeds omringd door lieve mensen, en een hele boze. Ome Toon de eerste sprong werkelijk waar uit zijn vel. Hij kwam voor mij op. Supertof. En al mijn woede ventileerde zich in ome Toon. Wie nog een keer dit mannetje voor de gek zou houden, zou te maken krijgen met ome Toon.

Andere ome Toon was intussen omgevallen. Klaar. Uitgeteld. En de rest van de familie kon alleen maar lachen. En lief zijn. Maar was dat dan wel echt? Ik twijfelde voort aan alles. En ik zal het u eerlijk zeggen. Ik twijfel nog steeds. Aan alles. Maar hoe dan ook. Alles beter dan boos. Veel beter ben je lief. Zelfs in het spelen. Lief spelen werkt altijd.

Les 5 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Ontdekkend schrijven


In de bus met Trudie Kortjakje (02-10-2017)

Honderdenzes wordt Trudie Kortjakje vandaag. Je zou het niet zeggen. Ze ziet er maar voor de helft zo uit. De andere helft is vijfentwintig. De bovenhelft zogezegd. Trudie gaat op bezoek bij haar tweelingzus Funny. Die is van hetzelfde kaliber en net zo vief. In de verte ziet ze de bus al aankomen. Stoer steekt Kortjakje de duim omhoog. De bus die moet wel stoppen bij Langelindelaan 4.

Met een diepe zucht ploft de deur open. Kortjakje hijst zichzelf naar boven. Haar onderkant is toch wel oud. De benen willen amper mee. Die hebben vandaag geen zin in lopen. Ze blijven veel liever staan. Stevig spoort Trudie beide benen aan.

"Graag een retourtje Waaghalslaan, meneer de buschauffeur."
"Weet u dat wel zeker, mevrouw Kortjakje?"

Haar blik is veelzeggend. Trudie is niet van de grappen. Ze tuurt even snel de bus in. Shit, stampvol. Shit, een nieuw woord uit het kersverse vocabulaire van mevrouw. Ze volgt namelijk al drie weken een cursus Haags straatslang.
Ze telt vijf euro dertig neer op de kleine schuifla.

"Het is weer druk vandaag, Bernhard."
"Komt goed, mevrouw."

Een korte blik van verstandhouding stemt Trudie gerust.

Op de eerste tien stoelen van de bus zitten grote, lange, slungelachtige puberkabouters met oortjes in en telefoontjes in de hand. Hun verhoudingen van lijf en ledematen zijn nog buiten proportioneel. Uit de boekentassen onder de stoelen puilen dikke boterhammentrommels. De elastieken staan op springen. Snel loopt Trudie door. Ook achter in de bus is geen plek. Nors kijkt ze richting Bernhard. Die heeft Trudie's trage wandelgang nauwlettend in de spiegel gevolgd. Hij weet nu wat te doen.

"Hallo, hallo, attentie, attentie. Wil er iemand achterin even plaats maken voor mevrouw Kortjakje, ze is al honderdenvijf!"
"Honderdenzes vandaag!, gilt Trudie keihard terug.

De hele bus schiet wakker. Als oudsopraan van het beroemde Nationale Balalaika Koor uit Boedapest staat ze nog steeds haar vrouwtje. De puberkabouters voor in de bus laten van schrik hun telefoontjes los en grijpen naar de oren. Nee, de oortjes zitten er nog in. Hoe is dat mogelijk? Dwars door vier oren heen, komt ze vierkant binnen.

"O, maar dan gaan we even zingen voor Trudie jongens ... met z'n allen ...!", schreeuwt Bernhard door de microfoon.
"Lang zal Trudie leven, lang zal Trudie leven ... lang zal ... in de Gloria ... hiep, hiep, hoera!"

Intussen heeft een busbewoner plaats gemaakt voor Trudie. Onderuitgezakt zit ze in de zetel. Een hoopje mens dat Trudie heet. Trudie heette. Trudie is niet meer.


In de bus met Trudie Kortjakje (Extended version)

Honderdenzes wordt Trudie Kortjakje vandaag. Ze heeft twee armen, twee benen en een hoofd. Alles stevig ingepakt in bontmantel. Ze mag dan wel Kortjakje heten, haar mantel reikt tot over de enkels. Het vriest namelijk om en nabij de vijfentwintig graden. Honderdenzes. Je zou het niet zeggen. Ze ziet er maar voor de helft zo uit. De andere helft is vijfentwintig. De bovenhelft zogezegd. Trudie gaat op bezoek bij haar tweelingzus Funny. Die is van hetzelfde kaliber en net zo vief. Met dit verschil, dat Funny niet zo grappig is als Trudie. Eigenlijk hebben de ouders verkeerde namen geplakt op hun dochters. Maar dit terzijde. In de verte ziet ze de bus al aankomen. Stoer steekt Kortjakje de duim omhoog. De bus die moet wel stoppen bij Langelindelaan 4, een mooie laan vol grote zomereiken, zonder blad, het is immers winter. Al vier weken.

Met een diepe zucht ploft de deur open. Kortjakje hijst zichzelf naar boven. Haar onderkant is toch wel oud. De benen willen amper mee. Die hebben vandaag geen zin in lopen. Ze blijven veel liever staan. Stevig spoort Trudie beide benen aan. Dat doet ze met een klein leren zweepje, dat ze met ferme uithalen, achter op haar dijbenen loslaat. Ze moet wel stevig slaan om effect te sorteren door het dikke bont. Maar het gaat vooruit. Langzaam.

"Graag een retourtje Waaghalslaan, meneer de buschauffeur."
"Weet u dat wel zeker, mevrouw Kortjakje?"

Haar blik is veelzeggend. Trudie is niet van de grappen. Ze tuurt even snel de bus in. Shit, stampvol. Shit, een nieuw woord uit het kersverse vocabulaire van mevrouw. Ze volgt namelijk al drie weken een cursus Haags straatslang.
Ze telt vijf euro dertig neer op de kleine schuifla.

"Het is weer druk vandaag, Bernhard."
"Komt goed, mevrouw."

Een korte blik van verstandhouding stemt Trudie gerust.

Op de eerste tien stoelen van de bus zitten grote lange slungelachtige puberkabouters met oortjes in en telefoontjes in de hand. Hun verhoudingen van lijf en ledematen zijn nog buiten proportioneel. Uit de boekentassen onder de stoelen puilen dikke boterhammentrommels. De elastieken staan op springen. Snel loopt Trudie door. Ook achter in de bus is geen plek. Nors kijkt ze richting Bernhard. Die heeft Trudie's trage wandelgang nauwlettend in de spiegel gevolgd. Hij weet nu wat te doen.

"Hallo, hallo, attentie, attentie. Wil er iemand achterin even plaats maken voor mevrouw Kortjakje, ze is al honderdenvijf!"
"Honderdenzes vandaag!, gilt Trudie keihard terug.

De hele bus schiet wakker. Als oudsopraan van het beroemde Nationale Balalaika Koor uit Boedapest staat ze nog steeds haar vrouwtje. De puberkabouters voor in de bus laten van schrik hun telefoontjes los en grijpen naar de oren. Nee, de oortjes zitten er nog in. Hoe is dat mogelijk? Dwars door vier oren heen, komt ze vierkant binnen. Ook de mensen van de middenrij laten van schrik alles los wat ze vasthadden. Met het bizarre gevolg dat er nu plots zeven goudvissen wegspoelen richting busputje achtervolgd door een wilde hongerige poes, die weer achtervolgd wordt door een leipe teckel. Ja, echt waar. Het lag aanvankelijk allemaal op schoot.

Dit kan Bernhard niet over zich heen laten gaan, zo maar laten passeren en hij parkeert de bus even langs de kant.
"Oké jongend, maar dan gaan we even zingen voor Trudie ... komop met z'n allen ...!", schreeuwt Bernhard door de microfoon.
"Lang zal Trudie leven, lang zal Trudie leven ... lang zal ... in de Gloria ... hiep, hiep, hoera!"

Intussen heeft een busbewoner plaats gemaakt voor Trudie. Onderuitgezakt zit ze in de zetel. Een hoopje mens dat Trudie heet. Trudie heette. Trudie is niet meer.


In de bus met Trudie Kortjakje (Limited version)

Honderdenzes wordt Trudie Kortjakje vandaag. Ze gaat op bezoek bij haar tweelingzus Funny. In de verte ziet ze de bus al aankomen en steekt haar duim omhoog. De bus stopt bij Langelindelaan 4.

De deur ploft open. Kortjakje hijst zichzelf naar boven.

"Graag een retourtje Waaghalslaan, meneer de buschauffeur."
"Weet u dat wel zeker, mevrouw Kortjakje?"

Haar blik is veelzeggend. Trudie is niet van de grappen. Ze tuurt even snel de bus in. Shit, stampvol. Ze telt vijf euro dertig neer op de kleine schuifla.

"Het is weer druk vandaag, Bernhard."
"Komt goed, mevrouw."

Op de eerste tien stoelen van de bus zitten grote puberkabouters met oortjes in en telefoontjes in de hand. Snel loopt Trudie door. Ook achter in de bus is geen plek. Nors kijkt ze richting Bernhard. Die heeft Trudie's trage wandelgang nauwlettend in de spiegel gevolgd. Hij weet nu wat te doen.

"Hallo, hallo, attentie, attentie. Wil er iemand achterin even plaats maken voor mevrouw Kortjakje, ze is al honderdenvijf!"
"Honderdenzes vandaag!, gilt Trudie keihard terug.

De hele bus schiet wakker. Als oudsopraan van het beroemde Nationale Balalaika Koor uit Boedapest staat ze nog steeds haar vrouwtje.

"O, maar dan gaan we even zingen voor Trudie jongens ... met z'n allen ...!", schreeuwt Bernhard door de microfoon.
"Lang zal Trudie leven, lang zal Trudie leven ... lang zal ... in de Gloria ... hiep, hiep, hoera!"

Intussen heeft een busbewoner plaats gemaakt voor Trudie. Onderuitgezakt zit ze in de zetel. Een hoopje mens dat Trudie heet. Trudie heette. Trudie is niet meer.

Les 6 Workshop Schrijfopdracht Web Tales: Ontdek jouw stijl

13-09-2017

Der Bomber

De zandloper staat op tafel. Heel langzaam zie ik het zand door het kleine gaatje stromen. En ik kan maar een ding denken. Laat het alsjeblieft heel even regenen in het bovenste deel van de zandloper. Kan dat? Nee, natuurlijk kan dat niet. Maar ik kan het wel denken, toch? Zodat het zand stroperig wordt en niet meer door het gaatje kan. Alsjeblieft. Ik moet toch ergens tijd winnen?

De zandloper staat nog steeds op tafel. Tien paar ogen staren me aan. Hoelang houd ik dit nog vol? Zie ik nu pretogen of bezorgde ogen? Ik kan het maar moeilijk peilen. Mijn eigen blik bevat maar een staat. Een staat van paniek. Ik voel ook tranen prikken. Nu al? Ik heb toch nog tijd? Mijn gedachten dwalen weer af. Wat als er nu een heel klein mannetje in de bovenste helft van de zandloper zou opstaan uit het zand? En dan, ja sorry, een heel klein poepje zou doen? Maar pas nadat hij driftig met zijn kleine handjes eerst een flinke kuil heeft gegraven. Kan dat? Ik stel het mezelf voor. Nee, dat gaat nooit lukken, graven en poepen tegelijk. Ik zie het zand steeds sneller stromen. Weg tijd.

De vraag, wat was nu ook alweer de vraag? Tien paar ogen staren me nog steeds aan. Een sportvraag. Wie scoorde in 1974 het bevrijdende doelpunt voor de Duitsers tijdens het WK voetbal? Wat een rotvraag. Hoezo bevrijdend doelpunt? Is dit een flauwe grap? Wil ik die vraag überhaupt wel beantwoorden? Maar opgeven is geen optie. Tien paar ogen kijken me op het moment suprême heel ernstig aan. Tien handen kloppen met hun vingers ongeduldig op de tafel. Hoezo tijdsdruk? De bonusvraag, in welke minuut werd er gescoord, laat ik schieten. Schieten, bombarderen? Der Bomber! Gerd. Gerd Müller! Ik zie de laatste korrel door het gaatje glijden. Shit! Weer verloren.


Schrijfopdracht Web Tales (naar een idee van Christa Sevichny)
Onderwerp: Suspense en tijdsdruk!
Een manier om suspense toe te voegen is tijdsdruk. Tijdsdruk is in feite een probleem of oplossing met een tijdsaspect. Het probleem of de oplossing daarvan zal plaatsvinden binnen een gestelde tijd (een week, een dag, een uur). Bijvoorbeeld: de bom gaat af over een half uur of morgen hoort jouw personage of hij is aangenomen voor zijn droombaan. Het kan ook gebeuren dat het probleem erger wordt gedurende een bepaalde tijd, bijvoorbeeld wanneer een personage gewond is en zo snel mogelijk hulp nodig heeft.

Tijdsdruk hoeft niet gebonden zijn aan de tijd zoals aangegeven op een klok; het is zelfs aan te raden om te vermijden dat jouw personage continu op de klok kijk. Het gevoel van tijdsverloop is voldoende, bijvoorbeeld “Zodra mijn man terugkomt van de oorlog kan ik hem vertellen dat ik zwanger ben” of “Over enkele ogenblikken zal de jury bekendmaken wie de wedstrijd gewonnen heeft”.

Bedenk ten minste drie manieren om tijdsdruk toe te voegen aan jouw verhaal. Het kan handig zijn om eerst te bedenken wat jouw personage zou willen bereiken. Dit kan iets heel kleins zijn, bijvoorbeeld je wil een cadeautje kopen voordat de winkels sluiten, of iets heel groots, bijvoorbeeld iemand die terminaal ziek is maar toch die grote wereldreis wil maken.


12-09-2017

Alle problemen opgelost

Problemen

Problemen zijn net als woorden. Maar dan op zijn Frans. Paroles, paroles, paroles. Ik heb het proefondervindelijk uitgeprobeerd. Problemen, problemen, problemen. De mensen in het metrostation verklaarden me heel even voor gek. Sterker nog, ze keken niet eens meer welke metro er kwam. Neu. Ze stapten gewoon bij de eerste de beste metro die kwam in. Weg van alle problemen. Dat dachten ze. Nu hadden ze pas echt een probleem.

Nog meer problemen

Ik spring net op het nippertje mee de metro in. De schrik staat op het gezicht van de mensen te lezen. Nee, nee, nee, lijken de gezichten te zeggen. Ik zoek het eerste slachtoffer en schreeuw keihard in zijn oor. Problemen, problemen, problemen. Ik doe het in G-mineur. Dat komt snoeihard binnen, dat verzeker ik u. De man schreeuwt het uit. Stop, stop, stop. Ik krijg medelijden en spreek zijn buurvrouw aan. Problemen, problemen, problemen. In C-largo. Dat moet ze kunnen hebben. Wat een oren heeft die vrouw. Maar ook zij kan de woorden niet verdragen. Ook al heb ik ze nog zo mooi gezongen. Een meneer die alles rustig bekeken heeft tikt op mijn schouder. Dàt had nu net niet moeten doen.

Nog veel meer problemen

Het vraagt om een lucide aanpak. Geen idee wat dat is maar ik ga ervoor. Je hoort zo nu en dan wel eens wat. De man voor me wijst naar zijn mond, vervolgens naar zijn oren en schudt driftig met zijn hoofd van links naar rechts. Daarna draait hij met zijn wijsvinger snelle rondjes voor zijn oorgat en daarna houdt hij diezelfde vinger opgeheven voor mijn ogen en schudt daarmee wederom driftig op en neer. Dan valt het kwartje. Doof. Die man is doof. Houdt ie me nu voor de gek? Ik neem de proef op de som en schreeuw zo hard als ik kan. Problemen, problemen, problemen. Bijna alle passagiers plakken nu tegen de raam van de metro. Behalve de dove man. Stokstijf staat ie stil. Heel even. Dan valt ie neer. Dood?

Nu heb ik echt een probleem

Ik weet niet goed wat te doen. De passagiers gaan in een klein kringetje rondom de man en mij staan. De metro dendert intussen door. Heel irritant. Niets zo irritant als een kring mensen in een op hol geslagen metro. Ze plakken en ze stinken. De man blijft liggen. Ook al zo irritant. Niets zo irritant als een man op een vloer omringd door mensen in een op hol geslagen metro die plakken en die stinken. Ik kan maar een ding doen. Problemen, problemen, problemen. In Z-lentisimo dit keer. Ik weet wel wanneer ik me moet inhouden. Eureka. De man richt zijn bovenlijf op. En roept heel irritant. Heb ik u laten schrikken. Neu.

Alle problemen opgelost

Dat is werkelijk waar too much. Zo vinden ook alle omstanders. Oké ik maak dan wel veel lawaai. Heel veel. Maar faken, daaraan heeft iedereen een broertje dood. Wat er daarna gebeurde had ik u liever niet verteld. Maar het moet. Het kan haast niet erger lieve mensen. En masse heft het hele metrocompartiment zijn stem aan. In alle letters van het alfabet in alle tempo's. Sommigen ijl anderen weer zwaar diep. Tot op de bodem en skyhigh in koor. Problemen. Problemen. Problemen. Iemand trekt aan de noodrem. En ik kan het u vertellen, niet de stomdove man, doofstom. Nee. Maar hij vliegt wel buiten. Ik blij.


Schrijfopdracht Web Tales (naar een idee van Christa Sevichny)
Onderwerp: Suspense en problemen! Dit zorgt ervoor dat lezers van jouw verhaal hun uitstapstation missen.
Stel je de volgende situatie voor. Vanavond krijg je een groep familie of vrienden te eten. Je wilt een lekker gevarieerde maaltijd op tafel zetten. Je wil naar de supermarkt, maar je kan je boodschappentas niet vinden. Dit is een relatief klein probleem. Bedenk een ander probleem dat net iets erger is. Probeer daarna een probleem te bedenken dat nog iets erger is dan het tweede probleem. Herhaal deze stap totdat je vijf problemen hebt waarvan de volgende steeds erger is dan de vorige.

22-09-2016

Ik vertrek, na de STER

Vroeger was het voor sommige mensen een gewoonte om tijdens een slecht huwelijk, of goed huwelijk, weg te lopen van de partner met de smoes: ‘ik ben even een pakje sigaretten halen’, of shag. Vroeger dus, want tegenwoordig wordt er niet meer echt gerookt en ook bijna niet meer getrouwd. Nee, er wordt gelurkt aan een elektronische sigaret of een waterpijp en die hoef je niet ergens te gaan halen, die gaan nooit op bij mijn weten en gevoel. Een tekort aan rookgerief vormt niet langer een excuus om stiekum de benen te nemen. Nu vertrek je gewoon na de STER. Want bij het consumeren van al die baggerreclame vraag je jezelf al snel af, pas ik nog wel in dit huwelijk of samenwonen?

Samenwonen is eigenlijk een soort huwelijk, maar dan met samenlevingscontract, want binden willen we ergens toch weer wel, zeker als er kindjes gekocht worden. Bij kindjes kopen gaat er dan vaak een belletje rinkelen, het zaait in veel relaties paniek, heel vreemd, want het behoort toch tot een van de meest natuurlijke processen in een mensenleven. Maar dat geldt ook voor weglopen, ook wel angst genoemd? Waarvoor dan angst? Voor de relatie of voor het nieuw te conceptueren kleine wezentje? Grappig, want nu zet de spellingchecker onmiddellijk een rode streep onder conceptueren. Dat zegt veel en niets. Of het bestaat
niet, of het wordt niet erkent. Het woord bedoel ik dan, niet de conceptie en de gevolgen daarvan. Weglopen is zo triest, je zou er spontaan van aan de waterpijp gaan of elektronische sigaret. Een mens moet iets, bij gebrek aan.

Even terugkomen op de reclame en de boodschap die reclame vaak afgeeft: een sfeer creëren van gezelligheid en knusheid die ons raakt op een gevoelige plek. En ja, dan heb je de poppen aan het dansen. Dan kan het zijn dat er wel eens iemand vertrekt, na de STER. Terwijl de vrouw, of man kan ook, de koffie zet, vertrekt de andere man, of vrouw kan ook, omdat
het eenvoudigweg op is, niet de koffie maar de relatie, omdat de man of vrouw in kwestie door reclame tot inzicht is gekomen, ik kan beter vertrekken. Reclameren heeft dan geen enkele zin meer, je kan hooguit er heel hard achteraan hollen.

Samen vertrekken na de STER is mogelijk ook een optie. De ware romantiek. Ervoor gaan saampjes, voor elkaar. Gewoon samen vertrekken. Niet ik vertrek naar Hongarije, of Polen, of Frankrijk, want daar is nog plek genoeg. Nee, samen vertrekken. Het liefst met twee rechterhanden, of nee, doe er maar vier. Succes en liefde verzekert. Over vijf jaar spreken we elkaar weer. Kijken wat er van terecht gekomen is, van de liefde en het vertrek.

Inzending schrijfwedstrijd september 2016 op ColumnX. Thema september: Naar eigen invulling.