Vroeger was het voor sommige mensen een gewoonte om tijdens een slecht huwelijk, of goed huwelijk, weg te lopen van de partner met de smoes: ‘ik ben even een pakje sigaretten halen’, of shag. Vroeger dus, want tegenwoordig wordt er niet meer echt gerookt en ook bijna niet meer getrouwd. Nee, er wordt gelurkt aan een elektronische sigaret of een waterpijp en die hoef je niet ergens te gaan halen, die gaan nooit op bij mijn weten en gevoel. Een tekort aan rookgerief vormt niet langer een excuus om stiekum de benen te nemen. Nu vertrek je gewoon na de STER. Want bij het consumeren van al die baggerreclame vraag je jezelf al snel af, pas ik nog wel in dit huwelijk of samenwonen?
Samenwonen is eigenlijk een soort huwelijk, maar dan met samenlevingscontract, want binden willen we ergens toch weer wel, zeker als er kindjes gekocht worden. Bij kindjes kopen gaat er dan vaak een belletje rinkelen, het zaait in veel relaties paniek, heel vreemd, want het behoort toch tot een van de meest natuurlijke processen in een mensenleven. Maar dat geldt ook voor weglopen, ook wel angst genoemd? Waarvoor dan angst? Voor de relatie of voor het nieuw te conceptueren kleine wezentje? Grappig, want nu zet de spellingchecker onmiddellijk een rode streep onder conceptueren. Dat zegt veel en niets. Of het bestaat
niet, of het wordt niet erkent. Het woord bedoel ik dan, niet de conceptie en de gevolgen daarvan. Weglopen is zo triest, je zou er spontaan van aan de waterpijp gaan of elektronische sigaret. Een mens moet iets, bij gebrek aan.
Even terugkomen op de reclame en de boodschap die reclame vaak afgeeft: een sfeer creëren van gezelligheid en knusheid die ons raakt op een gevoelige plek. En ja, dan heb je de poppen aan het dansen. Dan kan het zijn dat er wel eens iemand vertrekt, na de STER. Terwijl de vrouw, of man kan ook, de koffie zet, vertrekt de andere man, of vrouw kan ook, omdat
het eenvoudigweg op is, niet de koffie maar de relatie, omdat de man of vrouw in kwestie door reclame tot inzicht is gekomen, ik kan beter vertrekken. Reclameren heeft dan geen enkele zin meer, je kan hooguit er heel hard achteraan hollen.
Samen vertrekken na de STER is mogelijk ook een optie. De ware romantiek. Ervoor gaan saampjes, voor elkaar. Gewoon samen vertrekken. Niet ik vertrek naar Hongarije, of Polen, of Frankrijk, want daar is nog plek genoeg. Nee, samen vertrekken. Het liefst met twee rechterhanden, of nee, doe er maar vier. Succes en liefde verzekert. Over vijf jaar spreken we elkaar weer. Kijken wat er van terecht gekomen is, van de liefde en het vertrek.
Inzending schrijfwedstrijd september 2016 op ColumnX. Thema september: Naar eigen invulling.
Posts tonen met het label televisieprogramma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label televisieprogramma. Alle posts tonen
22-09-2016
19-05-2016
Een spiegelglad vaarwel
De glazenwasser dipt zijn supermoderne raamborstel diep in de emmer. Nog een klein stukje en dan is hij klaar. Een heel klein beetje reiken en ja, het laatste stukje raam is ook gedaan. Geen zin en tijd om de lange ladder te verplaatsen. Te veel moeite. Met grote verbazing en schrik kijkt het voorbijtrekkend publiek omhoog. Een luide schreeuw. En daar gaat ie. Willem Waterveger. Glashard onderuit. Clean.
Video, ik zie. Ik kijk naar het programma Funniest homevideo’s (part 366). De kleuren zijn vaal. Mijn HD Philips Flexatron Ultraspectrum Visionair 6.0 XWS krijgt de kleuren amper strak en stilstaand. De video’s stammen uit het begintijdperk jaren 80. Mijn ogen en hersenen vullen de trillende craquelé beelden gelukkig automatisch aan. Een voor een gaan de schaatsers onderuit. Hard. Keihard. Schaatsen is een kunst. Zeker op glad en dun ijs. Ze verdwijnen achter elkaar in het dunne water, ijs- en ijskoud. Not funny.
De heks kijkt in de grote spiegel aan de muur. Wie is die vrouw? Een grote pukkel prijkt op haar kromme neus. Ze draagt op het hoofd een hoge brede zwarte scheve hoed. Een rookpluim stijgt op uit haar linkeroor en kringelt boos naar boven. Twee priemende zwarte ogen zuigen zich vast in de spiegel. De kromme neus glijdt over het oppervlak en krimpt ineen. De spiegel stinkt. Wie is die vrouw? Wat is ze lelijk? Ze kan zichzelf maar niet herinneren en legt de grote spiegel met een groot gebaar op de vloer. Ze gaat erop staan en vloekt. Het helpt niet. De spiegel scheurt. Van schrik glijdt de heks onderuit. Abracadabra is niet meer. Lelijk mens.
Cikuq watertandt. Ze tuurt door het kleine streepje naar de horizon. Daar loopt ie. Het eten voor vanavond. Ze verbijt de honger. Het moet. Op het harde ijs draagt het geluid kilometers ver. Zover reikt haar kruisboog niet. Pinguïn staat voor vanavond op het menu. Gelukkig kunnen pinguïns niet snel lopen. Een geluk bij een ongeluk. Een verdwaalde pinguïn. Binnen schootsafstand. Cikuq legt aan. Op het moment van schieten glijdt de pinguïn onderuit. Landt op zijn kont. De pijl schiet over. Dan maar twee keer schieten. Time to say goodbye.
Inzending schrijfwedstrijd mei 2016 op ColumnX. Combinatie van Primer (Vaarwel) en Schrijfveer (Spiegelglad) van 19 mei 2016. Naar aanleiding van een opgegeven woord / zinsnede vrij associëren.
Video, ik zie. Ik kijk naar het programma Funniest homevideo’s (part 366). De kleuren zijn vaal. Mijn HD Philips Flexatron Ultraspectrum Visionair 6.0 XWS krijgt de kleuren amper strak en stilstaand. De video’s stammen uit het begintijdperk jaren 80. Mijn ogen en hersenen vullen de trillende craquelé beelden gelukkig automatisch aan. Een voor een gaan de schaatsers onderuit. Hard. Keihard. Schaatsen is een kunst. Zeker op glad en dun ijs. Ze verdwijnen achter elkaar in het dunne water, ijs- en ijskoud. Not funny.
De heks kijkt in de grote spiegel aan de muur. Wie is die vrouw? Een grote pukkel prijkt op haar kromme neus. Ze draagt op het hoofd een hoge brede zwarte scheve hoed. Een rookpluim stijgt op uit haar linkeroor en kringelt boos naar boven. Twee priemende zwarte ogen zuigen zich vast in de spiegel. De kromme neus glijdt over het oppervlak en krimpt ineen. De spiegel stinkt. Wie is die vrouw? Wat is ze lelijk? Ze kan zichzelf maar niet herinneren en legt de grote spiegel met een groot gebaar op de vloer. Ze gaat erop staan en vloekt. Het helpt niet. De spiegel scheurt. Van schrik glijdt de heks onderuit. Abracadabra is niet meer. Lelijk mens.
Cikuq watertandt. Ze tuurt door het kleine streepje naar de horizon. Daar loopt ie. Het eten voor vanavond. Ze verbijt de honger. Het moet. Op het harde ijs draagt het geluid kilometers ver. Zover reikt haar kruisboog niet. Pinguïn staat voor vanavond op het menu. Gelukkig kunnen pinguïns niet snel lopen. Een geluk bij een ongeluk. Een verdwaalde pinguïn. Binnen schootsafstand. Cikuq legt aan. Op het moment van schieten glijdt de pinguïn onderuit. Landt op zijn kont. De pijl schiet over. Dan maar twee keer schieten. Time to say goodbye.
Inzending schrijfwedstrijd mei 2016 op ColumnX. Combinatie van Primer (Vaarwel) en Schrijfveer (Spiegelglad) van 19 mei 2016. Naar aanleiding van een opgegeven woord / zinsnede vrij associëren.
01-07-2013
Opsporing verzocht
Daar is ie dan de avond. Nog voor ik het goed besef staat ie voor mijn raam. Is het alweer zo laat? Ik trek de gordijnen voor zijn neus dicht. De donkerte mag niet naar binnen kijken. Laat staan ongenode gasten. Die lopen al in hun bloterik rond op mijn televisie. Zich niet bewust van de camera’s die op hen gericht zijn. Verstopt in zwarte capes kijken ze wazig in de lens.
Knap dat de schouwer daar nog een beeld uit kan opmaken. Een basstem klinkt uit de speaker van mijn tv. Het gaat hier om twee personen van middelbare leeftijd. Een donker getinte man met een kleine kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw. Hij spreekt met een buitenlands accent. En een kale blanke man met gedrongen postuur en een kleine tattoe in zijn hals. Draagt een gouden halsketting met hangertje waarop staat ‘I love nobody’. In de volgende beelden zie ik de mannen vanalles stelen. De beelden komen koud en direct binnen.
Zal ik de gordijnen maar weer open maken? Geen denken aan. Een glad geschoren agent schuift langzaam in beeld. Met afgemeten basstem spreekt hij mij vaderlijk toe. Herkent u een van deze personen neem dan contact op met de lokale politie? Alle informatie is welkom. Er verschijnt een telefoonnummer in beeld. U kunt ook anoniem bellen. Ik trek de gordijnen toch maar open. Er staat een schim in mijn tuin, op het pad naar de voordeur. Aan zijn nek hangt een kettinkje. Het blinkt flauwtjes in de maneschijn.
De schim loopt naar de voordeur en belt aan. Ik denk een paar seconden na en besluit open te doen. Maar niet voordat ik een honkbalknuppel uit de meterkast heb gehaald. De man aan de deur begint keihard te lachen. U zit ‘Opsporing verzocht’ te kijken zegt hij tegen mij. Heb geen nood. Ik heb ook zo’n kettinkje. Kijk maar. Ja kijk maar goed. En ziet u ook die blauwe plekken in mijn gezicht. Ik kijk hem onderzoekend aan en zie dat ie twee blauwe ogen heeft en een blauwe kaak. Uit zijn oor sijpelt een beetje bloed.
Ja kijk zegt de man aan de deur. Ik heb zojuist bij de buren aangebeld voor een donatie voor het Rode Kruis, maar ook zij keken naar ‘Opsporing verzocht’. Uw buurman heeft nogal losse handjes en heeft me even laten merken dat ik vrij ongelegen kwam. Sterker nog hij was erg geschrokken van mijn komst en sloeg mij zonder tekst en uitleg en zonder verhoor en wederhoor tegen de vlakte. Ik kon net op tijd wegkomen. Ik weet niet wat er anders gebeurd zou zijn. Ik had wel gezien dat hij naar ‘Opsporing verzocht’ keek, maar had geen idee dat ik leek op een van de daders. Dat zag ik pas toen ik bij u door het spleetje van de gordijnen keek.
Ik kijk naar de man die voor mijn voordeur op de grond ligt. Hij bloedt uit zijn oor. Aan mijn honkbalknuppel kleeft bloed. Heb ik dat gedaan? Met voorbedachte rade of in een vlaag van verstandsverbijstering? Ik twijfel. Had de man die daar ligt zojuist dat maffe verhaal verteld? Neemt het verhaal een loopje met me? Ik besluit de honkbalknuppel en mijn gedachten in onschuld te wassen en trek de man aan beide benen mijn woning binnen.
Ik sleep hem door de gang naar de woonkamer en zet hem naast me op de bank. Ik denk goed na over vervolgstappen. De ernst van de situatie en de realiteit dringen via de televisie binnen. Kent u een van deze daders of herkent u het kettinkje neem dan contact op met de lokale politie? Ik draai het anonieme nummer dat in beeld verschijnt. Ik vertel de man aan de andere kant van de telefoon dat ze de zaak als afgesloten kunnen beschouwen en geef mijn adres door. Of ik beide mannen op de bank heb zitten? Ik dacht het wel en trek de gordijnen weer dicht. De nacht viel als een baksteen. Gelukkig maar. De honkbalknuppel stond namelijk nog in de gang toen de donker getinte man met kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw zijn vriendje in mijn woonkamer claimde.
Knap dat de schouwer daar nog een beeld uit kan opmaken. Een basstem klinkt uit de speaker van mijn tv. Het gaat hier om twee personen van middelbare leeftijd. Een donker getinte man met een kleine kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw. Hij spreekt met een buitenlands accent. En een kale blanke man met gedrongen postuur en een kleine tattoe in zijn hals. Draagt een gouden halsketting met hangertje waarop staat ‘I love nobody’. In de volgende beelden zie ik de mannen vanalles stelen. De beelden komen koud en direct binnen.
Zal ik de gordijnen maar weer open maken? Geen denken aan. Een glad geschoren agent schuift langzaam in beeld. Met afgemeten basstem spreekt hij mij vaderlijk toe. Herkent u een van deze personen neem dan contact op met de lokale politie? Alle informatie is welkom. Er verschijnt een telefoonnummer in beeld. U kunt ook anoniem bellen. Ik trek de gordijnen toch maar open. Er staat een schim in mijn tuin, op het pad naar de voordeur. Aan zijn nek hangt een kettinkje. Het blinkt flauwtjes in de maneschijn.
De schim loopt naar de voordeur en belt aan. Ik denk een paar seconden na en besluit open te doen. Maar niet voordat ik een honkbalknuppel uit de meterkast heb gehaald. De man aan de deur begint keihard te lachen. U zit ‘Opsporing verzocht’ te kijken zegt hij tegen mij. Heb geen nood. Ik heb ook zo’n kettinkje. Kijk maar. Ja kijk maar goed. En ziet u ook die blauwe plekken in mijn gezicht. Ik kijk hem onderzoekend aan en zie dat ie twee blauwe ogen heeft en een blauwe kaak. Uit zijn oor sijpelt een beetje bloed.
Ja kijk zegt de man aan de deur. Ik heb zojuist bij de buren aangebeld voor een donatie voor het Rode Kruis, maar ook zij keken naar ‘Opsporing verzocht’. Uw buurman heeft nogal losse handjes en heeft me even laten merken dat ik vrij ongelegen kwam. Sterker nog hij was erg geschrokken van mijn komst en sloeg mij zonder tekst en uitleg en zonder verhoor en wederhoor tegen de vlakte. Ik kon net op tijd wegkomen. Ik weet niet wat er anders gebeurd zou zijn. Ik had wel gezien dat hij naar ‘Opsporing verzocht’ keek, maar had geen idee dat ik leek op een van de daders. Dat zag ik pas toen ik bij u door het spleetje van de gordijnen keek.
Ik kijk naar de man die voor mijn voordeur op de grond ligt. Hij bloedt uit zijn oor. Aan mijn honkbalknuppel kleeft bloed. Heb ik dat gedaan? Met voorbedachte rade of in een vlaag van verstandsverbijstering? Ik twijfel. Had de man die daar ligt zojuist dat maffe verhaal verteld? Neemt het verhaal een loopje met me? Ik besluit de honkbalknuppel en mijn gedachten in onschuld te wassen en trek de man aan beide benen mijn woning binnen.
Ik sleep hem door de gang naar de woonkamer en zet hem naast me op de bank. Ik denk goed na over vervolgstappen. De ernst van de situatie en de realiteit dringen via de televisie binnen. Kent u een van deze daders of herkent u het kettinkje neem dan contact op met de lokale politie? Ik draai het anonieme nummer dat in beeld verschijnt. Ik vertel de man aan de andere kant van de telefoon dat ze de zaak als afgesloten kunnen beschouwen en geef mijn adres door. Of ik beide mannen op de bank heb zitten? Ik dacht het wel en trek de gordijnen weer dicht. De nacht viel als een baksteen. Gelukkig maar. De honkbalknuppel stond namelijk nog in de gang toen de donker getinte man met kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw zijn vriendje in mijn woonkamer claimde.
Abonneren op:
Posts (Atom)