Posts tonen met het label mop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mop. Alle posts tonen

24-03-2025

Chicken tonight

Festina lente. Haast u langzaam. Maar dat geldt niet voor deze kippen. Zij zijn in hoog beraad, want de lente is in het land. En dat betekent opletten geblazen. Voor je het weet beland je als kip op de BBQ. En geloof me, ze staan te popelen. Nee, niet de kippen, maar de BBQ-mannetjes, een enkele vrouw daar gelaten. ‘Chicken tonight’ is hun grote vrees, om kippenvel van te krijgen. Zo kleurrijk deze kippen zijn … en verlicht … gaan we ze dit jaar niet meer meemaken. Bruine kip saté zal het eerder worden. Niet langer op stok, maar een stok dwars door kleine stukjes van de billen. Een gevleugeld spreekwoord zou ik nu te berde kunnen brengen. Maar niet vooraleer ik een anekdote vertel in oorlogstaal. Neem WOII en neem een piloot van de Royal Air Force. Stort neer in een weiland ergens in Twente. Ja, het bestaat en waar gebeurd, midden op een kippenfarm. De kippenboer komt woest naar buiten gerend, vloekend, tierend, met een hooivork. Waarom een hooivork? Geen idee. Ik vind het wel leuk, heb ik er gewoon bij verzonnen. De piloot schijt zeven kleuren stront en roept angstig met zijn armen hoog geheven: “Keep quiet … keep quiet!!” De boer … nog giftiger: “Kiep kwait, kiep kwait ???  … Ik ben sodeju al mien kiepe kwait!!!” Het einde laat zich raden. De boer, ten einde raad, ten einde raad. Over de brug met Erasmus dan maar. ‘Het ei moet niet wijzer willen zijn dan de kip’. Niet dan? Of toch liever Lincoln, om actueel te eindigen. ‘Men krijgt eerder een kip door het ei uit te broeden dan door het kapot te slaan!’ Chicken tonight!
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (10) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout tijdens de Helmondse Lichtjesparade 2025 op 22 maart)
 

22-03-2024

Mien korte verhalen (57 t/m 59) met kleine grote waarheid

Geschreven tussen 12-07-2011 en 18-11-2014
(in derde persoon onder alias Kees, in maart 2024 geredigeerd naar eerste persoon Mien)
 
 
57) Getapte mop (12-07-2011 > 22-03-2024 geredigeerd)
 
Vrijdagavond. Ik fiets naar mijn werk. Ik heb er niet zoveel zin in vandaag, maar plicht roept. Langzaam stromen de arbeiders op het industrieterrein de poorten binnen. Het distributiecentrum waar ik werkzaam ben ruikt naar meel, verpakkingsmateriaal en weeë zure lucht. Snel stop ik mijn kaart in de prikklok en berg mijn jas op. Door de grote speakers in de megahal klinkt Skyradio. Hol en leeg. De muziek zal zich vannacht herhalen. Moonlight shadow. Wel drie keer.

Zwijgzaam haal ik een pallettruck op, ook wel BT genoemd. De accu’s van de BT zijn gelukkig al opgeladen voor de nachtploeg. Bij de magazijnchef haal ik mijn eerste orderbon op. Het wordt een vrachtje toiletpapier en chips laden. Lekker makkelijk. Ik stuur mijn BT de toiletpapier- en chipsgang in en kan nog net de heftruck ontwijken die midden in de gang staat. Het is de heftruck van dronken Willem. Die laat zich altijd omhoog takelen door zijn collega Dries. Willem heeft weer eens flink gedronken en gaat zijn roes uitslapen op stelling 44, tussen het toiletpapier. Na de nachtlunch gaat hij pas aan de slag. Hij hoeft maar 20 orders te verwerken. Met zijn ervaring a piece of cake.

Om het uur gaat de pauzezoemer. Heel fijn want een bak koffie gaat er altijd in en houdt de nachtploeg wakker en scherp. Ik ben nog niet echt opgenomen bij de nachtploeg. Ik ben student en uitzendkracht. In de stoere distributiewereld kost het dan extra moeite om een plek te veroveren. Na de pauze check ik of mijn BT niet stiekem is vastgebonden aan een stelling. Gelukkig niet. Mijn twee pallets staan hoog opgestapeld en propvol. Het moment om waakzaam te zijn. De vaste krachten zijn dol op breukpakketten. Het is hun extra bonus. Een stukje verder staat een pas begonnen uitzendkracht zijn omgevallen vracht uit te pluizen. Hij is het slachtoffer van de nacht. De vaste krachten lachen in hun vuistje. Op de pallet stond veel wijn. Dat wordt een mooi breukpakket.

De lunch is altijd het breekpunt van de nachtdienst. De pauze duurt veel te lang. Tijd voor een praatje. Onderwerp van gesprek zijn steevast gore moppen. De mannen met de meeste tattoos lachen het hardst. Ik lach schaapachtig mee. Ik wil er graag bij horen. Ook de magazijnchef lacht mee. Heel belangrijk om hem te vriend te houden. Hij deelt namelijk de orders uit. De moppen zijn van bedenkelijk niveau. “Wat krijg je als je Pinokkio pijpt?” “Splinters in je mond!” Er wordt hard gelachen. “Waarom mag sperma niet heter zijn dan 40 graden?” “Anders gaat je leuter fluiten”.

De nachtdienst zit er op. Het is 06:00 uur. Ik ben blij dat ik naar huis kan. Met een leeg en slaperig hoofd glijd ik op m’n fiets door de ochtendnevel. In de woonwijken staan de rozen in bloei en hangen de vlaggen en boekentassen in top. Vanavond heb ik weer een eindexamenfeest. Thuis duik ik snel in bed. Ik heb vanmiddag nog strafcornertraining en die mag ik niet missen. Ik speel hoofdklasse hockey en zondag staat een belangrijke wedstrijd op het programma. Gauw dus effen een paar uurtjes vooruit slapen.

Het is een half uur fietsen naar het hockeyveld. Ik stroop mijn kousen omlaag en doe mijn scheenbeschermers uit. Het is veel te warm. Aanvoerder Gerard spreekt me aan. “Hee kerel hoe gaat ie? Hoezo moe? Werk je nog steeds in dat distributiecentrum? Je bent gek.” Gerard vindt het maar niks dat ik in een distributiecentrum werk en nachtploegen draai. Dat gaat ten koste van slagkracht. De hockeywedstrijd van aanstaande zondag is een hele belangrijke. Ik denk er het mijne van.

De warming-up is van korte duur. Tijdens de rekkingsoefeningen is er tijd voor een praatje. Onderwerp van gesprek zijn steevast gore moppen. De mannen met de grootste mond lachen het hardst. Ik lach schaapachtig mee. Ik ben nog niet lang bij de club en wil er graag bij horen. De moppen zijn van bedenkelijk niveau. “Wat krijg je als je Pinokkio pijpt?” “Splinters in je mond!” Er wordt hard gelachen. “Waarom mag sperma niet heter zijn dan 40 graden?” “Anders gaat je leuter fluiten.” Gegrinnik in de groep.
 
Ik lig in een deuk van het lachen. Mijn teamgenoten kijken me bedenkelijk aan. De anders zo nuchtere en stille Mien die nu ineens zo hard lacht. Wat is er aan de hand? Ik kan het niet uitleggen. Het is frappant hoezeer mijn hockeymaten overeenkomstig gedrag vertonen met de arbeiders uit het distributiecentrum. Alleen de tattoos ontbreken. Ze moesten eens weten. Ik herinner me plots het gesprek met de directeur van de Academie Beeldende Vorming, dat ik afgelopen week had. Die vroeg aan mij hoe ik in hemelsnaam mijn kunststudie kon combineren met het spelen van tophockey. Dat zijn toch totaal verschillende werelden? Hij moest eens weten? Bulderend van het lachen hervat ik de rekkingsoefeningen, mijn hockeymaten in verwarring achterlatend. Zou dronken Willem alweer aan het bier zitten?
 
 
58) Afscheid in de toekomst (18-11-2014 > 22-03-2024 geredigeerd)
 
Bedeesd zit ik aan het ontbijt. Ik heb geen enkele trek. Niet in eten en niet in gesprek. Mijn gedachten vullen maag en hoofd, met het aanstaande afscheid, met zeurderige pijn en twijfel. Om tien uur is het zover. Ik treed binnen. De groepsruimte voelt zwaarder aan dan normaal. De stoelen leger. Iedereen neemt plaats in de kring.

Hans neemt het woord en vraagt wie er af wil trappen. Ik raap al zijn moed bij elkaar en neem een dapper besluit. Ik heb het er al vaker over gehad maar nog nooit aangedurfd. Ik heb mijn groepsgenoten met hun problemen zien worstelen en nu na twee maanden is het aan mij.

Scherp stel ik de situatie voor. Nu zestien jaar geleden. Ik was negen. De stoelen gaan aan de kant. Uitgezonderd twee. Zij vormen de bank. De bank waarop mijn zieke moeder ligt. Achter de bank zie ik de gestreepte gordijnen hangen. Gordijnen die altijd dicht zijn. Ook hartje zomer. Ze houden de hitte buiten en het drama binnen. Maar niet vandaag.

Met lichte aarzeling trek ik de gordijnen open. Het warme zonlicht vervult de ruimte en schijnt op het gezicht van mams. Ze opent de ogen en kijkt me lieflijk aan. "Dag lieve jongen, kom je eindelijk afscheid nemen? Na zestien lange jaren? Weet dat ik van je gehouden heb, ook al liet ik dat niet merken. Door mijn ziekte, door mijn stoornis. Sorry dat ik zo vroeg heen moest gaan. Hier een dikke knuffel!"

"Dag lieve mams, ik ben zo verdrietig, heb je ook nooit kunnen vertellen dat ik van je hou ... Maar ... ineens ... zo maar ... was je weg ... Ik heb je niet zien gaan. Heb geen afscheid van je kunnen nemen. Mijn tranen heb ik aan de Maas gegeven. Aan moeder Maas. Ik geef ze nu aan jou. Opnieuw en met een glimlach. Dag lieve mams. Love you!" 


59) That will be the day (04-01-2012 > 23-03-2024 geredigeerd)

Met een zwaar hoofd word ik wakker. Langzaam open ik mijn ogen en knipper met mijn lange wimpers doelloos in het donker. Achter in mijn oren hoor ik vaag en dof iets wat lijkt op muziek. Het is mijn wekkerradio die dagelijkse rituelen afdraait. 
Begin de dag met een dansje. Begin de dag met een lach. Want wie vrolijk kijkt in de morgen. Ja die lacht de hele dag. Ja die lacht de hele dag ...
Ja, maar nu even niet. Mijn hoofd staat niet naar Giel’s geluksriedel. Vandaag is een bijzondere dag.

Met lichte weerstand schuif ik langzaam uit zijn bed. Liever wil ik deze dag niet beginnen. Voor mij mag hij gewoon voorbij gaan. Overgeslagen desnoods, geskipt. Al heel lang ligt hij in het verschiet. Nu is deze dag aangebroken. Het voelt als een loodzware deken. Ik overweeg om voor de gelegenheid speciale kleding aan te trekken. Maar welke? Ik denk terug aan wat er toentertijd gedragen werd. Bruin, paars, oranje. Wijde pijpen, lange rokken. Mijn gedachten dwalen af als een gouwe ouwe uit de wekkerradio klinkt. Eres tú van Mocedades. Ik zoek de vertaling op in het Engels, Touch the wind en verbaas me over de tekst.

I woke up this morning and my mind fell away. And looking back sadly from tomorrow. As I heard an echo from the past softly say. Come back, come back, won't you stay. And only forever can I say I love you. And only forever have I lost you. But only a dreamer could wake up. As I do and hope it's still yesterday.

Met een zachte plof en zwaar gemoed zink ik neer op de oude zitzak in de slaapkamer. Met tegenzin schuif ik in mijn sokken. Geitenwol vandaag, want het is winter. Voor de gelegenheid dan toch maar een corduroy broek aan. Een paarse blouse met grote kraag en een bijbehorend vest. Klaar is Kees. Nu nog even de sluipers zoeken. Mijn outfit is bijna compleet. Alleen de groene pukkel ontbreekt nog. In gedachten zie ik mijn gerafelde pukkel op de oude nappa leren bank liggen. Verstild in een armetierige grijze woonkamer. Hij denkt terug aan kapotte knieën, opengehaald aan een veel te harde kokosmat. Ruw. Wreed. Maar ach. Everybody was wounded, wounded at Wounded Knee.

Ik hoef mijn gedachten niet langer te ordenen. Ze achtervolgen me al sinds mijn jeugd. Haunted by days and numbers. Deze dag zou vroeg of laat komen. Daarvoor heb ik geen glazen bol nodig. Ook geen visnet en ook geen macramé. Achtenveertig jaar is zij geworden. Droef en moederziel alleen, 17656 dagen lang. Vandaag word ik net zo oud. Een speciale aangelegenheid. Troostvol bind ik een verjaardagskaart aan een vlieger. Een verjaardagskaart voor mijn moeder, die hoog in de hemel is. Een kaart met 17656 digitale kaarsjes. Voor als het donker is daarboven. Ach, stroom, stroom, stroom, de loop van het leven gaat altijd voort.

19-12-2017

Vlucht naar Egypte

Er zijn moppen die beklijven, nergens over gaan en toch alleszeggend zijn. Die persoonlijke smaak overstijgen, verbinden in gulle lach, desnoods onbegrip. Bevrijden, wringen. Contradicties in terminussen.

Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.

Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:

‘Het is geel en trekt door de woestijn?’

‘Een kudde vanille-yoghurt'.

Niemand lacht. Te absurd voor woorden.

30-06-2016

Schrijfveren Juni 2016

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Koud voetenbad (01-06-2016)

Ik zit niet lekker in mijn vel. Wat ik dan meestal doe is een voetenbad nemen. Bijgeloof? Wie zal het zeggen? Eerder macht der gewoonte. Het helpt met aarden. Hoe dan ook. Ook geeft het verplichte rust. Met een voetenbad aan je voeten kun je niet veel actie ondernemen. Ik heb het wel eens geprobeerd hoor. Gelijktijdig een voetenbad nemen en boodschappen doen. Geen succes. Ik heb de kassa bij de supermarkt niet gehaald. Althans, niet met warm water. Kon onderweg ook niet echt bijvullen. AH is best klantvriendelijk, maar mijn verzoek ging toch iets te ver. Ik was al verbaast dat ze me toelieten met een voetenbad. Na de groenteafdeling moest ik echter al afhaken. Mijn voetenbad was lek gestoken door een cactus die toevallig op de grond lag. Nu rijzen wellicht twee vragen. 1) Wat doet een cactus in een supermarkt? 2) Hoe kan een cactus een voetenbadje lek maken? Het antwoord op beiden vragen is edoch eenvoudig. 1) AH hield een cactusproef die toevallig die week liep. Om te laten zien dat cactussap in drinkpakken weldegelijk cactus bevat. Een stekelige dame legde dat uitstekend uit. Echter een cactus was er toevallig even tussenuit uitgepiept. Had zich op de grond laten vallen, net op het moment dat ik voorbij liep. En dan zegt men dat toeval niet bestaat. Een kruising van twee wegen? Ik heb het geweten. 2) Mijn voetenbadje bleek van inferieure kwaliteit. Nooit meer koop ik voetenbadjes van de Zeeman. Wat natuurlijk wel gelijktijdig kan is een voetenbad nemen en schrijven. Maar of je daar nu zo rustig van wordt? Dat is voor jullie een vraag, voor mij vanaf nu een weet.


Een ronde tafel (03-06-2016)

Vandaag wordt eindelijk een besluit genomen over de openingstijden van kasteel Gwinnieverstupidi. Alle ridders uit de wijde omgeving zijn opgetrommeld. Aan het hoofd van de grote zware eiken rechthoekige tafel zit het hoofd. Het hoofd knikt naar alle aanwezigen en opent de vergadering. Of er nog nieuwe agendapunten zijn en of er nog een wisseling moet komen in de agenda? Stilte.

Helemaal aan het einde linksachter in de hoek, steekt de arm zijn arm op. Geen nieuw agendapunt maar wel een verzoek tot wisseling van een agendapunt. Of het bepalen van de locatie en inrichting voor het houden van de vergadering naar voren geschoven kan worden. Het agendapunt eindigt altijd op de laatste plaats en wordt nooit behandeld. Daar baalt de arm van. Het hoofd knikt en vraagt alle aanwezigen hoe zij daar over denken. Prima plan wordt er gemompeld. Wisselen met agendapunt een? En de openingstijden dan? Komen die dan nog wel aan de beurt? Vast.

Alle ridders stemmen voor de wisseling. De huidige kamer en tafel worden ter discussie gesteld. De locatie is te krap, is donker en ruikt muf. De tafel waaraan vergaderd wordt is een onding. Rechthoekig en veel te lang. Sommige ridders worden niet gezien. Iemand een idee? Een ronde tafel plaatsen in de serre. De serre? Gwinnieverstupidi heeft geen serre. Dan bouwen we een serre. We? Het gepeupel. Goed plan. Door de ronde tafel kan iedereen elkaar zien. In een serre schijnt meer licht en stroomt meer frisse lucht.

Tot zover alles koek en ei. Ware het niet dat het hoofd zijn bedenkingen heeft. Waar gaat het hoofd zitten aan een ronde tafel? Die vraag schiet door ieders hoofd. Alle ridders voelen de bui al hangen. Het hoofd gaat niet akkoord. Een prominente plek aan een ronde tafel is niet mogelijk. Wacht, wacht. Arm steekt nog eens zijn arm op. Een plek midden op de ronde tafel. Daar kan het hoofd toch zitten? No way. Het hoofd keert niemand de rug toe. Iets wat midden op een ronde tafel onvermijdelijk is. We denken er nog even over na. Het volgende agendapunt.


Een familielegende (06-06-2016)

Ome Jan is de aap van de familie. De aap? De aap. Hij is de leukste, gekste, liefste oom. Ieder verjaardagsfeestje geeft hij partij. Slingert de mafste moppen uit zijn mouw. Mijn tantes vinden er niets aan. Maar ik smul. Zeker als ze een beetje erotisch getint zijn. Daar kunnen de tantes absoluut niet tegen. Dan worden de blikken snel afgewend en de neuzen in grote nep leren tassen gestoken. Er word dan en masse gegraaid naar lippenstift, eau de cologne, zakdoekjes of poederdozen. Een keer, werkelijk waar, deden alle tantes dat tegelijkertijd. Dat was een komisch gezicht. Ze vielen daarbij haast van hun stoel. Het was dan ook een hele erge, foute, schuine mop. Zo schuin dat ik hem hier niet kan neer typen. De mop zou van de regel vallen, zeker weten. Geen enkele mop vond de mop dan ook leuk. Zelfs Moppie niet.

Ome Jan trekt zich er nooit iets van aan en hakt altijd als eerste zijn gebakje snel naar binnen. Om de volgende mop te vertellen. Een keer heeft ome Jan het zo bont gemaakt met het tappen van moppen dat alle tantes stante pede opstonden en een hun vertrek aankondigden. De ooms volgden gedwee. Ze waren niet opgewassen tegen boze tantes. De mop die het vertrek bewerkstelligde ging niet eens over seks. Nee, die ging veel dieper. Ook deze mop zal ik hier niet te berde brengen. Ik zou niet durven. Stel dat een van de tantes mee zou lezen. Ik moet er niet aan denken.

Enfin. Op deze manier werd ome Jan wel een familielegende. Sommige tantes nodigen ome Jan niet meer uit. Of ze bellen met tante Sjaan om te vragen wanneer ome Jan weer een visavond heeft. Dan plannen ze hun verjaardag op die dag. Echt waar. Jan houdt namelijk van vissen bij avondlicht. Eigenlijk is hij best een romanticus. Maar niet op het gebied van moppen tappen. De eerste romantische mop moet sowieso nog uitgevonden worden. Uitgezonderd tante Moppie. Dat is en blijft een schatje. Zij heeft altijd een picknickmand en kaarsjes bij zich. Voor het geval dat.


Faliekant mislukt (07-06-2016)

Geschokt ben ik door het nieuws. The Greatest is overleden. En dan weet iedereen meteen wie ik bedoel. Cassius Clay oftewel Muhammad Ali. De bokser die niet alleen een bokser was met vuisten, maar ook met zijn mond en hart. Binnen en buiten de ring. Hij is niet meer. Na een slepende ziekte, hij leed aan Parkinson, zijn ineens de geleerden het erover eens. Parkinson was het gevolg van de rake klappen die hij al die jaren tegen zijn hoofd kreeg. Maar daarover heeft Ali nooit geklaagd. Sterker nog. Als een echte bokser stond hij voor zijn ziekte en ook voor de mensen die daaronder lijden. Tot tranen toe geroerd was ik toen hij in Atlanta waardig en met trillend lijf, de Olympische vlam ontstak. Wat een held. Dan ben je groot.

Zijn uitspraken waren legendarisch. Hij liet zich niet voor het karretje spannen. Nooit. Zelfs het leger had geen vat op hem. Er was geen enkele Vietcong die hem 'nigger' noemde, waarom zou hij dan tegen hen vechten? Een standbeeld voor deze man. Maar dan toch. Het moet gezegd. Uiteindelijk ging het toch mis met Ali. Financieel raakte hij aan de grond. Hij moest weer boksen. Opboksen. Een faliekant mislukte laatste rentree. Hij kreeg rake klappen, de tegenstander raakte zijn faliekant, zijn scheve kant, met een niet rechte hoek. Hoe pijnlijk. RIP greatest of all!


Het ruikt hier naar rook (14-06-2016)

Ik grijp naar mijn neus en knijp de vleugels dicht. Dit wil ik niet ruiken. Deze rook. Het is rook die helemaal verkeerd is. Dat zie je zo. Daarvoor heb je ogen. De rook is groen. Gifgroen. En ik wil helemaal niet weten hoe gifgroen ruikt. Dat bedenk ik zodra mijn ogen de rook gewaar worden. Mijn neus hoeft dat niet te doen. Die is veel gevoeliger dan mijn ogen. Sterker nog. Vaak is mijn neus de aanleiding voor nattigheid die uit mijn ogen komt. Door woede of verdriet, maar ook van blijdschap. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Helaas.

Nee, de ogen zijn mijn ziel en zaligheid en onderzoeken wat en wie er verder door mag dringen in mijn lijf. Geen gifgroene rook dus. Maar hoe weet ik nu zo zeker dat het groen gif is? Groen staat toch meestal voor veilig? Safe. Hoe weten mijn ogen dan dat het beter is om de neus te sluiten? Intuïtie, overtuiging, vooroordelen, kennis, wikipedia? Wie zal het zeggen? Ja, ik dus. Ik zal toch echt zelf in deze moeilijke kwestie het heft in handen moeten nemen.

Het heft? Wat is nu weer het heft? Iets verhevens misschien? Het eerste waar ik aan moet denken is een mes. Een mes heeft toch een heft? Een handvat? Maar hoe steek ik groen gif nu neer? Dat is toch vechten tegen windmolens? Gelijk een Don Quichotte die met zijn zwaard groene ballonnetjes doorprikt. Ik weet het niet. Misschien moet ik mij afwenden en heen gaan. Naar elders. Waar elders dan ook mag zijn. Maar dat is dan weer een zwaktebod. Afkeren van iets wat ik niet ken. Hoe zit het dan met verwondering?

Misschien is het gifgroen wel helemaal niet zo gif. Zal ik dan toch maar de neus een klein stukje openzetten? Ach ja, waarom niet? Gisteren heb ik nog een draak in zijn bek gekeken. En wat deed ie? Hij gaf gewoon een knipoog. Vet!


Steile rotsen (21-06-2016)

Het begint nu wel erg onbehaaglijk te voelen. Het vocht druipt van de muren af terwijl het niet eens regent. De zon heb ik al weken niet gezien. Althans, zo voelt het. Het bruin van de vakantie ben ik allang kwijt. Ik ga voor de verandering maar weer eens linksaf. Niet te vaak. Ik wil niet in cirkels lopen. Zou ik toch een levend wezen tegenkomen? Een pratend levend wezen. Die mijn taal spreekt. Ik zou blij zijn.

'Hallo, wie loopt daar in mijn labyrint?'

Ik schrik. Waar komt die piephoge stem vandaan? De vraag wordt nog een keer herhaald. Piephoge stem, zou het dan van boven komen. Ik strek mijn nek die zeer doet van het in het duister staren. De zon schiet in mijn ogen en maakt me blind voor wat ik zie. Ergens boven op de stijle rotsen word ik iets gewaar dat spreekt. Ik blijf niet onopgemerkt.

'Wie ben jij en hoe kom jij in mijn labyrint?'

Teveel vragen. Ik ben te uitgeput om te antwoorden. De vage vorm krijgt langzaam gestalte. Vanuit kikkerperspectief moet het welhaast een enorme reus zijn die op mij neerkijkt. Een gebochelde reus, nu ik goed kijk. Hoe ik hier ben gekomen? Ik heb werkelijk waar geen idee. Ik heb nog drie minuten om een antwoord te vinden. Een verstaanbaar antwoord, in reuzentaal.

'Je krijgt nog twee minuten om te antwoorden!'

Dat is niet eerlijk en niet genoeg. Vlug waag ik een poging en praat de reus naar zijn mond. Ik vertel dat ik met mijn kleine paardje een sprong waagde van B5 naar C3 en me plots op een onbewoond eiland begaf. Omzoomd door hoge steile rotsen. Mijn paardje, dat goed kan zwemmen heeft een gat gevonden in de steile rotsen. En dat gat ben ik nu kwijt, net als mijn paard.

'Ha, ha, daar geloof ik helemaal niets van. Mijn labyrint is geen schaakmat, maar een damkleed. Kies bij de volgende viersprong het midden en je komt terecht. Veel succes!'


Familiegeheimen (22-06-2016)

Een familiegeheim ontstaat niet zomaar. Vaak gaat er een proces van rijping aan vooraf. Het moet groeien. Net als een goed verhaal. Want laten we eerlijk zijn. Vaak zijn ze om te smullen, die familiegeheimen. De verborgen dochters of zonen. De vreemdgang. Het doorgeschoven familiekapitaal. Op rekeningen die zelfs op de Bahama's onbekend zijn. Om op te maken dan. Wie wil er nu een schuld erven? Naast alle ellende is dat too much. Gelukkig weten de gieren er niet altijd van. Waardoor boontje om zijn of haar loontje komt. Alsof er geen vrouwelijke bonen bestaan. Ja, ja, hangend aan staken. Zou het daar vandaan komen. Het mannelijke? Wat? Alsof vrouwen niet mogen staken? Onzin. Sinds ze van het aanrecht geklommen zijn, mogen ook zij staken. Op het aanrecht desnoods. Vrouwvriendelijk. Dat wel. Manvriendelijk bestaat dan weer niet. Onmogelijk. Juist zij hebben het het hardst nodig. Vriendelijk wezen. Een kostbaar erfgoed. Brengt me weer terug bij de familie. Het geheim en zijn of haar geschiedenis. U mag het dit keer zelf invullen lieve lezer(es of in). Want zijn die wezen wel zo vriendelijk? Zonder pa en ma geen familie? Onzin. Ze kunnen evengoed een broer of zus hebben. En dan heb je toch wat te (ver)delen. Maar hoe komen die familiegeheimen nu toch uit? Wel, heel simpel. Via de televisie. Het gaat niet lang meer duren en dan maken ze er een quiz van. Read my lips. Zoiets. Leuke titel zou dat al zijn. Marietje heeft een zusje. Ze voelt het. Ze weet het zeker. Ze gaat op zoek. Wat en wie gaat ze inzetten? Een soort Cluedo. Maar dan anders. Er wordt niet iemand vermoord, maar iemand geboren. Food for thoughts. De winnaar krijgt een reis aangeboden. Naar een plek naar keuze. Want wie weet er nu waar wezen wezen moeten? Laten we daar vooral geen geheim van maken. Get lost of Ga los. Zo zou het nieuwe programma ook kunnen heten. Get lost op de Ga los pa of ma eilanden.


Is het eten klaar? (24-06-2016)

Bezweet, het zoute water op rug, voorhoofd en bovenbenen, pluk ik mij het apelazarus. Het onkruid moet eruit. Nog voor het eten klaar is. Ik ben halverwege het grindpad dat als een T-splitsing in mijn tuin ligt. Wel zo handig met water geven en onkruid plukken. Eerst heb ik zorgvuldig het grindpad zelf ontgrast, ontmost en ontplant. Daarna, maagd als ik ben, heb ik het grind, of beter gezegd de kiezel zorgvuldig gekamd met de hark. Alles ligt weer recht. I love it. Ik kijk even op mijn horloge, dat ik niet om heb? Afgedaan voor het tuinieren. Logisch toch? Maar ik weet de tijd. Geen tijd meer. Voor de zekerheid geef ik een gil naar achteren. ‘Is het eten al klaar?’

Vanuit de keuken komt onmiddellijk antwoord. ‘Je hebt nog vijf minuten!’ Vijf minuten! Waarom heeft ze mij niet eerder gewaarschuwd? Verdomme. Mijn hoofd maakt overseconden. Laatste stukje nog afmaken? Alles laten vallen? Snel nog even douchen? Haal ik niet meer. Malloot. Timing, I hate it. Adem in adem uit. Ik hou vast aan afspraken die ik met mezelf heb gemaakt. Laat je niet gek maken. Alles een voor een afhandelen. Dat geeft rust. Ik maak in vijf minuten tijd de een na laatste border af. Balen dat ik de laatste niet meer heb gered. Het zij zo. Ik ruim het tuinafval en de tuinspullen op. Rennend. Vlieg de trap op richting douche. Zet de kraan aan terwijl ik me uitkleed en jump onder de douche. In vier vegen haal ik het zand van alle kanten van het lijf. De tenen vragen extra aandacht. Vooruit dan. Bukken.

Nog lekkend schuif ik aan tafel.
‘Wat eten we lief?’
‘Waterzooi!’
‘Mmm … lekker!’

01-05-2016

Hier kan ik niet zonder

Het langwerpige boekje dat op mijn knie ligt heeft gekrulde hoekjes en is erg broos. De pagina's zijn vergeeld. Ik sla het open op de eerste pagina en lees. De moppen van Max zijn wel heel oud en flauw. Het Nederlands is keurig. Net als de spelling en de lay-out. Braaf en een heel klein beetje stout. Tailleur heet de schrijver. Wat een deftige naam. Het klinkt bijna als een dreiging. Max Tailleur. Nog even en ik stuur Max Tailleur op je af. Dat zal je leren! Ik lach om mijn eigen grapje. Maar is het wel zo lollig? De situatie in ieder geval niet. Ik lach krokodillentranen.

Wat moet ik nu toch doen? Grote vertwijfeling. Het papier is op. De verleiding groot. Maar hoe dierbaar is Max Tailleur? Hij hangt hier niet voor niets al jarenlang in dit kleinste kamertje van het huis. Wat betekenen de grapjes voor de eigenaar van dit kleine hok? Werkt het ontlastend? Of stopt het juist de boel? Zal ik het gewoon toch maar proberen? De nood is immers hoog. Ik ga op zoek naar de flauwste grap en de bladzijde die het minst geleden heeft. Ik wil immers niet met mijn vingers door het papier drukken. Bah! Alleen de gedachte al.

De eigenaar van het kleinste kamertje van dit huis is haast doof. Schreeuwen om papier heeft dan ook geen enkele zin. Op de voorlaatste pagina heb ik beet. Een blanco pagina nota bene, aan beide kanten! Heb ik even geluk. Geen drukwerk dat achterblijft op mijn achterste. Ik scheur de pagina heel voorzichtig uit het witte plastic ringetje. Het papier is zo poreus dat het makkelijk loslaat. Ik besef dat ik maar een kans heb en dat ik zorgvuldig te werk moet gaan. Alles moet in een keer meekomen en schoongeveegd.

Ik vouw de pagina zo goed en zo kwaad als het kan tot een klein schepje. Moet kunnen. Ik leg het schepje in mijn handpalm en steek het tussen mijn knieën door. Bedachtzaam en heel voorzichtig schep ik met een elegante beweging mijn bilspleet schoon. Een zucht van verlichting. Ik laat het schepje vallen met inhoud en spoel de bruine grap vlug door. Ik hang Max weer aan het haakje en was mijn handen. In onschuld.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Hier kan ik niet zonder (01-05-2016)

12-07-2011

Getapte mop

Vrijdagavond. Kees fietst naar het werk. Hij heeft er niet zoveel zin in vandaag. Maar plicht roept. Langzaam stromen de arbeiders op het industrieterrein de poorten binnen. Het distributiecentrum waar Kees werkzaam is ruikt naar meel, verpakkingsmateriaal en weeë zure lucht. Snel stopt hij zijn kaart in de prikklok en bergt zijn jas op. Door de grote speakers in de megahal klinkt Skyradio. Hol en leeg. De muziek zal zich vannacht herhalen. Moonlight shadow. Wel drie keer.

Zwijgzaam haalt Kees een pallettruck op, ook wel BT genoemd. De accu’s van de BT zijn gelukkig al opgeladen voor de nachtploeg. Bij de magazijnchef haalt Kees zijn eerste orderbon op. Het wordt een vrachtje toiletpapier en chips laden. Lekker makkelijk. Kees stuurt zijn BT de toiletpapier- en chipsgang in en kan nog net de heftruck ontwijken die midden in de gang staat. Het is de heftruck van dronken Willem. Die laat zich altijd omhoog takelen door zijn collega Dries. Hij heeft weer eens flink gedronken en gaat zijn roes uitslapen op stelling 44, tussen het toiletpapier. Na de nachtlunch gaat hij pas aan de slag. Hij hoeft maar 20 orders te verwerken. Met zijn ervaring a piece of cake.

Om het uur gaat de pauzezoemer. Heel fijn want een bak koffie gaat er altijd in en houdt de nachtploeg wakker en scherp. Kees is nog niet echt opgenomen bij de nachtploeg. Hij is student en uitzendkracht. In de stoere distributiewereld kost het dan extra moeite om een plek te veroveren. Na de pauze checkt Kees of zijn BT niet stiekum is vastgebonden aan een stelling. Zijn twee pallets staan hoogopgestapeld en propvol. Het moment om waakzaam te zijn. De vaste krachten zijn dol op breukpakketten. Het is hun extra bonus. Een stukje verder staat een nieuweling zijn omgevallen vracht uit te pluizen. Hij is het slachtoffer van de nacht. De vaste krachten lachen in hun vuistje. Op de pallet stond veel wijn. Dat wordt een mooi breukpakket.

De lunch is altijd het breekpunt van de nachtdienst. De pauze duurt veel te lang. Tijd voor een praatje. Onderwerp van gesprek zijn steevast gore moppen. De mannen met de meeste tattoes lachen het hardst. Kees lacht schaapachtig mee. Hij wil er graag bij horen. Ook de magazijnchef lacht mee. Heel belangrijk om hem te vriend te houden. Hij deelt namelijk de orders uit. De moppen zijn van bedenkelijk niveau. “Wat krijg je als je pinokkio pijpt?” “Splinters in je mond!” Er wordt hard gelachen. “Waarom mag sperma niet heter zijn dan 40 graden?” “Anders gaat je leuter fluiten”.

De nachtdienst zit er op. Het is 06:00 uur. Kees is blij dat ie naar huis kan. Met een leeg en slaperig hoofd glijdt hij op z’n fiets door de ochtendnevel. In de woonwijken staan de rozen in bloei en hangen de vlaggen en boekentassen in top. Vanavond heeft hij weer een eindexamenfeest. Thuis duikt Kees snel in bed. Hij heeft vanmiddag nog strafcornertraining. Die mag hij niet missen. Kees speelt tophockey en zondag staat een belangrijke wedstrijd op het programma. Gauw dus effe een paar uurtjes vooruitslapen.

Het is een half uur fietsen naar het hockeyveld. Kees stroopt zijn kousen omlaag en doet zijn scheenbeschermers uit. Het is veel te warm. Aanvoerder Gerard spreekt hem aan. “Hee kerel hoe gaat ie? Hoezo moe? Werk je nog steeds in dat distributiecentrum? Je bent gek.” Gerard vindt het maar niks dat Kees in een distributiecentrum werkt en nachtploegen draait. Dat gaat ten koste van slagkracht. De hockeywedstrijd van aanstaande zondag is een hele belangrijke. Kees denkt er het zijne van.

De warming-up is van korte duur. Tijdens de rekkingsoefeningen is er tijd voor een praatje. Onderwerp van gesprek zijn steevast gore moppen. De mannen met de grootste mond lachen het hardst. Kees lacht schaapachtig mee. Hij is nog niet lang bij de club en wil er graag bij horen. De moppen zijn van bedenkelijk niveau. “Wat krijg je als je pinokkio pijpt?” “Splinters in je mond!” Er wordt hard gelachen. “Waarom mag sperma niet heter zijn dan 40 graden?” “Anders gaat je leuter fluiten.” Gegrinnik in de groep.

Kees ligt in een deuk van het lachen. Alle hockeyers kijken hem bedenkelijk aan. De anders zo nuchtere en stille Kees moet nog harder lachen. Hij kan het niet uitleggen. Het is frapant hoezeer zijn hockeymaten overeenkomstig gedrag vertonen met de arbeiders uit het distributiecentrum? Alleen de tattoes ontbreken. Ze moesten eens weten. Kees herinnert zich plots het gesprek met de directeur van zijn school, dat hij afgelopen week had. De directeur van de Academie Beeldende Vorming had hem gevraagd hoe hij in hemelsnaam zijn kunststudie kon combineren met het spelen van tophockey. Dat waren toch totaal verschillende werelden? De directeur moest eens weten? Bulderend van het lachen hervat Kees de rekkingsoefeningen, zijn hockeymaten in verwarring achterlatend. Zou dronken Willem alweer aan het bier zitten?

Mien BT