Posts tonen met het label feest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label feest. Alle posts tonen

06-06-2024

Mien korte verhalen (62 + 63) met kleine grote waarheid

62) Dorstig zestien (31-05-2024)
 
Kratten bier en fris staan hoog opgestapeld in het souterrain van de vier etage-flat, gekleurde lampjes hangen aan het lage plafond en de muziekinstallatie is zojuist stevig uitgetest. Herman Brood klinkt heel 'shpritsz' door de boxen. Bijna is het saturdaynight en vier ik mijn verjaardag. Zestien jaar en heel dorstig. Dorstig om het te worden en dorstig om te zijn. Zou ze komen, mijn voormalige vlam? Het is nog niet zolang geleden en ze heeft al een nieuwe vriend. Haar gedroomde prins, ik weet het. Loslaten. Moeilijk. Iedereen is uitgenodigd. Familie, enkele klasgenoten en veel hockeyvrienden. Zou de trainer en de coach ook komen? Mijn stiefbroer draait nog wat aan de knoppen, het klinkt nog niet helemaal naar zijn zin. Zijn grote hobby, muziek. Ook de mijne, alleen onze smaken verschillen nogal. Heb hem dan ook de nodige instructies gegeven. Het is zeven uur in de avond en begin nu toch wel wat zenuwachtig te worden. Tijd voor een biertje. Intussen inspecteer ik de twee kelderruimtes voor de zoveelste keer. Alles hangt nog. De ballonnen, de slingers, de posters, de lampjes. Een gevoel van trots vervuld me. Ja, ik haat deze flat, het wonen veel te krap, met vieren in een veel te kleine flat. Maar feestvieren kan overal. Zeker in een gezellig sfeervol hol. Het zwarte plastic aan de muur laat nu toch een beetje los. Even beter vastmaken.
 
Langzaam komen de eerste gasten binnen. Familie voorop. Ze zijn er allemaal en ik neem de cadeaus in ontvangst. Ze glunderen bij het zien van mijn blije gezicht. Binnen no time komt ook de rest binnen. Ik heb er zin in en zo ook de gasten. Geen schroom en er wordt volop gedanst. Maar toch ... even overvalt mij de weemoed. Ik zie hoe Carolien dolverliefd is op Mark en het geeft me een misselijk gevoel. We hebben even oogcontact. Glimlachen volstaat. Ik geniet van mijn vrienden die uitzinnig dansen op de muziek. Alle klassiekers trekken voorbij. Deep Purple, Pink Floyd, Stones, Brood en Beatles en ja ook af en toe een Abba-tje. Mijn stiefbroer draait goed. De biertjes gaan er goed in. En heel langzaam verandert de kelderruimte in een bad cave met bier- en zweetlucht. Het zwarte plastic zeil schreit tranen van plezier. De goedkope geurtjes zijn allang verdwenen uit de lucht. Ik glunder tot achter mijn oren. Mijn vader praat met mijn hockeytrainer en met mijn coach, ze zijn toch gekomen. Laat, but who cares? Tot in de kleine uurtjes gaan het feest door. Flatgenoten zijn ermee akkoord. Gelukkig maar. Ik zie mijn vader en stiefmoeder samen tevreden uitkijken naar het gepeupel en naar het eind, dat onvermijdelijk komt. Sweet sixteen ben ik geworden en wil het een leven lang zo blijven vieren. We eindigen het feest met Hotel California. Such a nice surprise. Ik geniet nog lang na.
 
 
63) Bright eyes (06-06-2024)
 
Het is zomervakantie en er zijn nog geen plannen gemaakt, het weer is niet fantastisch en toch willen we op vakantie. Met twee pubers een verzoeking. Het wordt een weekje Duitsland ergens in de middle of nowhere, althans zo voelt het toch. Ik heb helemaal geen zin, want ik wil veel liever in Weert blijven, dichtbij mijn vriendinnetje. Het vertrek geeft me een onbestemd gevoel van het moment dat we in de auto stappen. Ik wil niet weg, ik wil haar zien. Gisteren heb ik haar nog een brief geschreven, dat ik haar zal missen, een hunkerbrief, hoe het haar zal gaan vergaan zo zonder mij, of ze me gaat missen? De laatste ontmoeting bij haar thuis was niet geweldig, snipverkouden was ze, een povere welkomstzoen smaakte naar eucalyptus. Ze was de hele tijd afwezig, het bezoek van korte duur.
 
De autorit naar Duitsland is vreselijk en het regent pijpenstelen. Droef druk ik mijn neus tegen het koude natte raam van het zijportier en tuur naar buiten. Auto’s en witte strepen schieten voorbij. Het vakantieoord met saaie appartementen ligt mistroostig op een kleine heuvel, net als de sfeer die over de hele vakantie hangt. Er is niet veel te doen op de plek waar we zijn. Ik weet niet eens de naam van deze godverlaten plek. Hoe zou het met mijn vriendinnetje zijn? Zou ze de brief al hebben gekregen?
 
Alle attracties hebben we onderhand gehad, welgeteld twee en de flipperkast helpt ook niet echt meer mee de tijd te verdrijven. Mijn stiefbroer is alleen maar bezig met zijn schoolboeken. Hij zit in het laatste jaar van de LTS. Uit verveling besluit ik wat te gaan wandelen in de bossen rondom ons hotel, een bos dat alleen maar bestaat uit dennenbomen en sparren, kilometers lang en meters hoog, de paden rechttoe rechtaan. Het weer is druilerig en alles voelt nat. Naaktslakken, lichtbruin en ontelbaar kruipen traag over het pad, uit baldadigheid ga ik er op eentje staan, zo maar. Ik baal van mezelf, waarom doe ik dat nou? Boosheid, verveling, verdriet, ze schreeuwen om verklaring, maar ik weet het even niet. Trap onderweg nog een aantal slakken plat. Ook de zwarte.
 
Het eten in het hotel is niet te hachelen, na de maaltijd kijk ik nog een film en duik op tijd de koffer in. Een stapelbed in een kleine kamer en ik lig boven. De slaap lijkt maar niet te komen, mijn gedachten zijn bij mijn vriendin in Weert. Hoe ver lijkt dat nu weg. Eindelijk trekt de slaap me een diepe droom in, een ware nachtmerrie. Ik droom van een grote bruine naaktslak die zichzelf langzaam opblaast in mijn kamer. Hij houdt niet op te groeien en kom haast klem te zitten onder zijn massa. Nee, nee, hij gaat me nog dooddrukken! In grote paniek spring ik uit bed en land op de grond. De slak duwt me nu richting deur. Ik wil naar buiten maar de deur zit op slot. Hoe kan dat nu? Ik trap keihard tegen de deur. Een groot gat, want hij blijkt van dunne triplex te zijn. Mijn redding. Dan word ik wakker en besef wat ik heb gedaan. Een vette straf, dat is het.
 
De stemming wordt er de volgende ochtend niet beter op. De schade wordt opgenomen en mijn vader is nors, dit wordt een dure grap. We zijn nu al vier dagen in dit saaie oord en alles in mij roept naar huis te gaan. Maar in de middag komt de post. Ineens stijgt mijn bloedslag naar ongekende hoogte. Ik houd de brief onder mijn neus, hij ruikt een beetje naar parfum en doet mijn hart sneller kloppen. Ik besluit de brief in het bos te lezen en loop naar buiten. Een weeïg onderbuikgevoel laat me sneller lopen. Na een kwartier durf ik de brief te openen. Maar een blaadje, constateer ik droef, wat er geschreven staat nog meer droevig. Mijn vriendin heeft na lang nadenken besloten om een einde te maken aan onze relatie. Mijn eerste grote liefde, wil niet meer verder met mij. Verdriet en ongeloof maken zich meester van mij, tranen biggelen over mijn wang en vallen op de brief, enkele woorden vervagen. Sorry Mien. Ik ben ontroostbaar en wil naar huis.
 
Tot die conclusie is ook mijn vader gekomen. In overleg met stiefmoeder en stiefbroer besluiten we een paar dagen eerder naar huis te gaan. Iedereen blij. Nou ja, blij? Op de autoradio klinkt Garfunkel. ‘Bright eyes. Is it a kind of a dream? Floating out on the tide. Following the river of death downstream. Oh, is it a dream?’ Wishfull thinking. Ik pink een traan weg. Watership down.
Mijn stiefmoeder weet niet goed wat te zeggen en vertelt dat ze helemaal geen zin heeft om volgende week weer te gaan werken. Ze is poetsvrouw, werkt enkele ochtenden in de jambuurt en niet toevallig, of juist wel, ook bij de ouders van mijn vriendin. Nu ex-vriendin dus. Was het sowieso gedoemd te mislukken, onze relatie? Ik weet het niet. Ik moet er nog even aan wennen. Aan de terugreis lijkt geen einde te komen. Het voelt oneindig en onwezenlijk. 
 
 
 

30-12-2017

Zalig Pasen Kerstman (4)

Beet. De grote kerstmuts van de kerstman past in zijn geheel over pa Haas. One size fits all. Zoals hazen meestal doen in nood, blijft pa stokstijf zitten. Zijn naam is niet voor niets Haas. Hij kan maar aan een ding denken. Einde onderzoek. Hij kan zijn onderzoeksgegevens zo snel niet meer veiligstellen. Wammes en Wommes zijn in geen woonkamer, wegen of velden te bekennen. Ze hebben hun hazensnor gedrukt. Angsthazen zijn het. Pa Haas niet. Zijn stokstijfpose is slechts een pose. Eigenlijk is hij een verschrikkelijk wilde haas. Eentje om voor uit te kijken. Maar dat weet de kerstman niet. Nog niet.

'Ha, ha, hebbes!', roept ma Engelhaar. 'Gaan we hem koken, bakken of frituren?'
'Ik stel voor om hem eerst het vel over de oren te trekken, niet?'
'Goed plan, kerstman.'

Zodra de kerstman pa Haas in zijn kerstmuts naar zich toetrekt gebeurt het meest onwaarschijnlijke. Haas laat een scheet en kerstman valt acuut flauw. Zo ook ma Engelhaar. Als een konijn gaat haas er vandoor. Niet dat het verschil uitmaakt. Alleen de sprongen zijn wat kleiner. Haas huppelt wat onhandig. In het leger aangekomen brengt hij snel verslag uit. Wommes en Wammes verwerken alles in de computer. In Excel, in min tien graden Celcius deo, want god, wat is het koud. Waarom eigenlijk niet in Word? Dan heb je meteen een goede tekst. Omdat er ook gerekend moet worden. In formules. Kookformules? Nee, rekenformules. De eindsom komt er zo aan. Wat was ook alweer de onderzoeksvraag? O ja, bewegingen rondom de kerstboom- en kerststal.

De uitslag. In een maand tijd is de kerstboom evenredig met de kerststal dagelijks zo'n twaalf keer bezocht door twee kinderen, een moeder en een vader. 31 x 12 x 4 = heel veel. Meer dan vorig jaar. Minder dan twee jaar geleden. Het soort bezoeken is daarentegen anders, zo blijkt, dan vorige jaren. Uit bewondering neemt nog steeds het grootste aantal treffers in. Maar uit honger, dit jaar veel kerstkransjes in de boom, is het aantal bezoeken danig toegenomen. En nog een heel bijzondere ontmoeting. Een vreemde gast met de moeder des huizes. Nou ja, vreemde gast, iedereen kent de kerstman wel, toch? Dat is voor het eerst. Althans dat Wommes, Wammes en pa Haas weten. Je weet natuurlijk nooit wat er onopgemerkt stiekem gebeurd. Wammes, Wommes en pa Haas hebben onder de kerstboom ook wel eens een tukkie gedaan.

Enfin. Volgens jaar opnieuw onderzoek. Misschien is er dan wel sprake van een nieuwe geboorte. Een tweeling in de kribbe van pakweg drie maanden oud. Dat zou wat zijn? Met kleine kerstmutsjes op uiteraard. Ma Haas is al aan het breien. Eind goed al goed, zogezegd. Ook dit jaar is de familie Haas vrijgesteld van familie Engelhaars kerstdis. Zijn zij even lucky dat zij vega zijn en zijn gebleven. De Kerstman kan zijn arrenslee weer pakken en zijn broek optrekken. Hij is hier ook weer klaar. Kan weer back to the North. Tot volgend jaar dan maar weer. Zalig Pasen Kerstman.

28-12-2017

Zalig Pasen Kerstman (3)

Ma Engelhaar gilt het uit. Zo'n gigantisch orgasme heeft ze nog nooit meegemaakt. Zelfs niet bij pa. De kerstman schrikt er van. Ook pa Haas kan niet zeggen dat hij dit ooit heeft meegemaakt. Ongehoord. Hij houdt zich stevig vast aan de stam van de kerstboom waaronder hij schuilt. Maar hij doet dat veel te ruw. De kerstballen in de boom en de kaarsjes van de kerstverlichting zwaaien gevaarlijk op en neer. De kerstman ziet het ook. Liggend op de bank, onderop, duwt hij ma Engelhaar snel van zich af. De piek dreigt uit de boom te vallen en net op tijd glijdt hij van de bank. De piek schiet uit de boom rakelings naast zijn kerstmuts en blijft in het hoofdkussen van de bank zitten. Het scheelde niet veel of de kerstman was gekeeld door een vlijmscherpe glazen piek uit de kerstboom. Een ding is zeker, dat had zeker de krant gehaald. Ma Engelhaar snapt niet goed wat er aan de hand is. Zij komt nog bij van het mega-orgasme dat haar lichaam en hoofd volledig in de ban houdt. Ze trilt nog na.

'What the fuck, is dit?', roept kerstman luid.
Geen taal voor een kerstman denkt pa Haas en schiet snel weg onder de boom. De kerstman stevent in zijn bloterik, met slechts zijn kerstmuts op en laarzen aan, naar de kerstboom en inspecteert wat de boom heeft doen bewegen. Maar er is niets te zien. Pa Haas heeft zich snel verstopt achter de kerststal en hoopt dat baardmans hem niet ziet.

'Wat heeft er nu voor gezorgd dat die kerstboom uit zijn slof geschoten heeft? Met een piek nota bene. Nog nooit zo'n agressieve kerstboom meegemaakt.'

Ma Engelhaar is intussen bij zinnen en staat de kerstman bij.
'In een kerststal, daar hoort toch geen haas te zitten, wel?'

Pa Haas voelt nattigheid. Snel neemt hij de benen, poten en oren en maakt dat ie verdwijnt. Een konijn zou er jaloers van worden. Hans Kazan ook. Zo hebben de haas en het konijn met kerstmis toch nog iets gemeen. Gevoel voor verdwijnen.

'Shit, daar gaat de haas. Snel geef me jouw muts.'

Gelukkig is de kerstman meester in de improvisatie. Snel gooit hij zijn muts richting pa Haas. Het is dan geen hoge hoed en de kerstman geen goochelaar, pa Haas vermoedt wat er gaat gebeuren.

26-12-2017

Zalig Pasen Kerstman (2)

De kerstman treedt binnen. Het is al donker en de familie Engelhaar ligt al even te bed. De ene helft met zorgen over welke cadeautjes ze gaan krijgen en de andere met zorgen of het einde van de maand wel gehaald wordt, qua budget. Kortom, er wordt die kerstnacht slecht geslapen. Vol spanning kloppen vijf harten. Vijf? Ja, moeder en zusje zijn nog niet in beeld geweest, maar ze bestaan echt. Ze bibberen iets minder hard dan pa en de broertjes, maar toch, het geeft evengoed veel stress.

De kerstman streelt over zijn baard. Wommes trekt zijn oren in. Komt die kleine dikzak nu richting kerstboom gelopen? En wat draagt ie daar op zijn rug? Een lijk? Nee! Hij gooit het lijk hard op de grond. Uit de zak rollen allemaal cadeautjes. Bijna wil Wommes tevoorschijn springen. Zijn de cadeautjes voor hem? Nee, natuurlijk niet. De gedachte alleen al geeft Wommes wel een warm gevoel. En verdrietig tegelijk. Ze krijgen nooit niets in het leger. Ja, worteltjes. Voor de afwisseling met kerst, hele kleine. In zoet geweld. Smaakt best lekker. Maar het grootste feest is en blijft natuurlijk de worteltaart. Mmm ... Die is voor tweede kerstdag. Mjammie.

Waar moest ie nu ook alweer op letten, Wommes? O ja, natuurlijk, de beweging rondom de kerststal en -boom. De dikke kerstman heeft wel iets met de boom, maar niet met de stal. Die keurt hij nauwelijks een blik waardig. De zondaar. Ligt daar niet een heilig geest in? Moet ie die dan niet groeten, al is het maar uit respect? Zo dom is Wommes toch blijkbaar niet. Hij heeft altijd goed opgelet bij de catechismus. Die was altijd vroeg in de morgen, het eerste uur op de Mariakonijnenbasisschool. De rest kon hij dan niet meer volgen. Ja een half uurtje rekenen kon hij nog net bevatten. Optellen. Wel zo handig. Zeker bij het aantal bewegingen rondom de kerstboom en -stal bij de familie Engelhaar.

Zijn broer Wammes wil er dan altijd nog een goed verhaal bij. Liefst gestoeld op filosofie. Maar daar kan Wommes niets mee. Wat moet hij in hemelsnaam vertellen bij hetgeen hij nu ziet. De kerstman kleedt zich uit. Wat doet ie nu? Hoe valt dit te rijmen? Daar gaat de huiskamerdeur opnieuw open. De kerstman is intussen helemaal bloot op de bank gaan liggen. Geen gezicht. Alleen zijn muts heeft ie opgehouden. Voor de herkenning? Daar staat mams in de deuropening. In een dun vuurrood negligé. Nee! Dit gaat hier niet gebeuren. Wommes slaat zijn beide lange oren over zijn ogen. Dit wil hij niet zien. Hij kruipt langzaam naar achteren en vlucht door het vluchtgat,linea recta richting leger. Het is de beurt aan pa Haas. Maar niet nadat Wommes uitvoerig verslag heeft uitgebracht.

Pa leunt tegen de kerstboom en hoort de geluiden in de woonkamer aan. Wat een amateurs denkt hij onwillekeurig. Die geven nooit vaak van dattum, dat mag duidelijk zijn. Hij hoort de vrouw des huizens kreunen en mompelen. Het kreunen snapt pa Haas, het mompelen niet. Het lijkt zelfs op zeuren. Wie zeurt er nu bij zo'n happening? En wat doen ze er lang over. Hij was allang klaar geweest. De kerstman neemt blijkbaar de tijd. Totdat ...

21-12-2017

Zalig Pasen Kerstman (1)

Met jaloerse blik zit een kleine haas onder de kerstboom van familie Engelhaar. Hij zit verstopt achter de kerststal. Waarom krijgt die boom en stal toch zoveel aandacht? Hij begrijpt er niets van. Zodra de huiskamerdeur open gaat is de eerste weg die de bezoeker of huisgenoot aflegt een wandeling naar boom en stal. Al dagen observeert Wammes deze merkwaardige boom- en stalgang. Gelukkig is hij zelf nog niet ondekt. Hij weet telkens weer op tijd weg te duiken achter de in rotspapier verpakte, gestapelde kerstbaldozen. Een keer is hij bijna betrapt. Door het kleinste lid van familie Engelhaar, kleine Joris van vier. Het korte oogcontact tussen Wammes en Joris is er een van verbazing en onschuld. Wammes in freeze-stand en Joris in de war. Kerstmis en een haas, iets klopt er niet? Gelukkig is kleine Joris kort van geheugen en snel afgeleid. De aanlokkelijke schittering van een glinsterende kerstbal in de ogen van Joris, redt Wammes. 'Nijn, nijn', denkt Joris nog, wetend dat er iets niet klopt. De kerstbal lacht hem toe. Een vrolijk menneke is het toch. Gelukkig heeft hij niet langer besef van haas.

Voorlopig heeft Wammes genoeg gezien en keert terug naar zijn eigen habitat, de wei van boer Harmsen. Een prachtige wei gelegen tegen een bosrand in de buurt van Harfsen. In de sneeuw volgt hij zijn eigen pootafdruk, de kortste weg naar het leger. Hij wil zo snel mogelijk verslag uitbrengen. Vanochtend zes bezoeken aan boom en kerststal. Dat zijn er twee meer dan gisteren. Hij is benieuwd wat pa daarvan vindt. Zal hij het weer optekenen in het grote boek? En wat zal pa dan zeggen? 'Goed gedaan Wammes!' Zijn broer Wommes is nu aan de beurt. Vroeg of laat zullen alle onderzoeksgegevens leiden tot een eindconclusie. Op zijn laatst op eindjaarsdag. De deadline van dit bewonderingswaardige onderzoek. Zolang ze maar niet ontdekt worden, familie Haas, want dan loopt het onderzoek gevaar. God weet wat er dan gebeurt? Wammes van vier is een wijze haas, maar mankeert helaas nog het bevattingsvermogen, de ratio, om oorzaak en gevolg te duiden. In het leger valt nog het een en ander te leren.

Wommes mag op pad. Weliswaar ouder dan Wammes, maar wel minder slim. Wommes weet het. Gelukkig heeft hij daar verder geen last van. Hij is meer iemand van uitvoering dan van visie. Inzicht laat hij liever over aan Wammes, zijn filosofisch broertje van vier. Op aanraden volgt hij wel hetzelfde potenspoor. Ook Wommes houdt van de kortste weg. Even kijken of de coast in de huiskamer clear is. Yes. Snel positie innemen onder de boom achter de in rotspapier verpakte kerstbaldozen en dan geduldig afwachten. Daar gaat de huiskamerdeur open. Wie komt daar binnen?

04-10-2017

Knuffeldierendag

Proficiat
Meneer Kat
Ik knuffel
Beertje Buffel
Hoe voornaam
Haar naam

Felies
Mevrouw Mies
Ik omhels
Haar dikke pels
Heel aardig
Ook vandaag jarig

Taart met slagroom
Voor Aap Oom
Ik slinger
Aan zijn vinger
Mijn hartendief
Hij is lief

Hoezee, hoezee
Voor leeuw René
Scheel loenst hij mij aan
Gaan met die banaan
Vandaag is het feest
Voor ieder beest

Ook voor alle knuffeldieren
Olifanten, beren, stieren
Ze gieren, lachen, brullen
Lekker samen flauwekullen
Op vier oktober
We draaien Ronnie Tober

Met z'n allen in het reuzenrad
Truus de Mier, Stoffel de pad
Ook Swiebertje mag mee
En Saartje, vooruit olé
Rondjes draaien, honderd toeren
We laten ons vervoeren

Hieperdepiep hoera
Toetert Ka, de geel, blauw, bonte ara
We knuffelen ze allemaal tot leven
Al is het maar voor even
Weer een jaar erbij
Alle dieren blij

30-09-2016

Schrijfveren September 2016

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Het behang bewoog (02-09-2016)

De flessen liggen op de grond en rollen in de wind af en toe richting plint. Het maakt een vervreemdend geluid op de kale vloer in het tochtige huis. Het heeft zojuist geregend en de zon schijnt door het gebroken raam. De zonnestralen kaatsen af op de lege flessen en toveren een prachtig spectrum op het behang. Dansend licht in alle kleuren. De luie poes is er zelfs wakker van geworden. Ze springt speels achter de kleurengolven aan maar heeft nooit beet. In een laatste poging schiet ze met een katachtige reactie, haar toevertrouwd, zo hoog mogelijk tegen de muur omhoog en hecht met haar klauwen in het behang dat door al haar vochtigheid meegeeft. Maar niet volledig. Twee repen behang scheuren mee aan de kleine nageltjes van poes.

Het geluid klinkt vreemd. Alsof het behang een grote scheet laat. Wat vervolgens weer bekend klinkt in de oren van de man die half onderuit gezakt tegen de muur aanleunt. Zijn benen steken bewegingloos recht naar voren. Ze zien eruit als twee benen van een grote pop. De man vertoont het uiterlijk van Jan Klaassen. Grote rode lange neus. Warrig haar. Klein blauw mutsje op. Grote handen. Waarvan de linkerhand een lege groene wijnfles omklemt. En grote druilerige ogen die al eventjes het licht niet meer zien. Hij is wakker geschoten van de scheten uit het behang. Behang dat lijkt te bewegen. De kat is inmiddels gevlucht, door het kattenluik dat van onmetelijke grote is. Er kan met gemak een leeuw doorheen. Althans in de ogen van Jan Klaassen. Hijzelf is van minimale proportie. Buiten proportie in de ruimte waarin hij zich bevindt. Dit is niet zijn vertrouwde poppenkast. Integendeel. Dit is een heel naar theater.

Maar wat een mooi licht. Twee reepjes behang dansen op drankorgelmuziek. Stilletjes in het houten hoofd van Jan Klaassen. Hij nipt tevergeefs aan de lege fles.


Een koffer pakken (04-09-2016)

Het is niet erg gebruikelijk om te vertellen hoe je een koffer pakt. Laat staan een rolkoffer. Meestal pak ik een rugzak of boodschappentas. Het gaat eenvoudigweg wat makkelijker. Ik zal het even toelichten. En voor deze keer in detail. Nogmaals niet gebruikelijk dat ik dat doe.

Ik begin bij de boodschappentas. Twee hengsels en geen poespas. Wel zo makkelijk. Ik grijp ze stevig vast met beide handen. En dan laat ik het gebeuren. As simple as that. Ik hoef er niet veel voor te doen. Het gat is groot genoeg. De boodschappentas zorgt voor de grootste overgave. Slaan is niet nodig. Met twee neukteugels in handen gaat dat ook best moeilijk.

Een rugzak pakken. Dat wordt wat moeilijker. Het ligt eraan of deze nog een binnenbeugel draagt, een frame, zo'n ouderwetse. Het geeft een extra handicap. Maar ik zeg altijd. Op een oude fiets moet je het leren. Gewoon alle ritsen open, en het zijn er veel, heel veel. En dan maar rijden. Jammer alleen dat de meeste rugzakken niet rechtop blijven staan.

De rolkoffer. Mijn favoriet. Ik hou wel van een beetje beweging. Met een rolkoffer kun je ook nog wel een scheve schaats rijden. De twee wieltjes laten je lekker rijden. Maar wel oppassen dat hij er niet tussen komt. Dat doet toch wel erg zeer. Het hengsel dat er aan de bovenkant uitfloept is dan weer erg handig. Zeker bij het rechtstandig rijden.

Tot slot de koffer. Ja die vind ik uiteindelijk het lekkerst om te pakken. Daar duik ik nu het liefste in. Op bed met de klep open en dan lekker volproppen. Van leren koffers houd ik het meest. Die zijn niet zo stug als die plastieken. En laat ik nu eens helemaal eerlijk zijn. Wat vrijt nu het lekkerst? Gewoon leer of met plastic? Ik weet het wel.


Een vreemde trekpleister (06-09-2016)

Er ligt een grote bult op het strand van Ameland. Een Duitse bult, want er staat een Duits vlaggetje op. Nog geen meter van de bult steken twee voeten uit het zand. Rode voeten. Ze hebben blijkbaar al heel wat uurtjes zon gehad. Zie ik het nu goed. De bult gaat heel zachtjes op en neer. Er zit beweging in de zandbult. Van de andere kant komt een vreemd geluid. Het komt onder een opengevouwen krant vandaan. Die Zeit. Die Zeit ronkt als een bezetene. Onregelmatig, wat mij bij het luisteren een verstikkend gevoel geeft. Alsof ik zelf geen adem krijg. Laat staan het wezen dat onder de krant ligt. Dat het een wezen is weet ik zeker. Ik herken die geluiden namelijk. Ze vinden ook plaats op mijn slaapkamer en het heet snurken.

Een merkwaardig tafereel. Naast de bult zitten twee kleine kinderen te spelen met emmer en schop. Ze hebben een lange gracht gegraven naar zee. Een zee die rust in eb. Vijf meter lang is hun gracht en hij loopt ingenieus af richting bultbuik. De Duitser die onder het zand begraven ligt is vast een ingenieur. Een ingenieur die heel veel houdt van bier en worst. Gefascineerd kijk ik naar de handelingen van de kinderen. Ze peuteren wat aan de voeten die uit het zand steken en trekken een vette pleister van de kleine teen. Bah, denk ik. Wat een viespeuken. En niemand die op hen let. Waar is de moeder? Nergens te bekennen. Totdat het ijskoude zeewater uit de gracht de dikke half in het gestoken buik bereikt.

“Scheisse!”, hoor ik een hele hoge sopraanstem roepen. De buik klapt omhoog en daar zit moeders. Rechtop in het zand met grote ogen opengesperd. Er staat moord en doodslag geschreven in de donkere pupillen. De kinderen zijn in geen wegen of velden te bekennen. Ook wel best moeilijk aan het strand. Vanachter een winddoek zie ik echter vier ogen angstig gluren. Ze zouden eigenlijk op ondeugend moeten staan. Je zult maar zo’n Duitse moeder hebben?


Zwerfplastic (08-09-2016)

De walvis sperde zijn mond wagenwijd open en slikte een paar kuub water in een keer naar binnen. Slikte? Nee zoog. Hij was immers een zoogdier. Het grootste ter wereld. Dinosaurussen daargelaten. Een zwemmend zoogdier. Mobile heette de grootte walvis. Het stond op zijn dikke buik getatoeëerd. Zo vernoemd omdat hij zich voortdurend verplaatste, wapperend met zijn grote staartvin van wel zes meter. Die sleepte hij al zijn hele leven achter zich aan. Soms jeukte dat ding verschrikkelijk en sloeg hij er extra hard mee. De onrust werkte als speedmotor. Zo croste hij de oceanen door. In no time.

Met een grote hoest proestte Mobile het water weer uit. Er was iets meegekomen dat hem niet beviel. Hij voelde nu ook dat er iets was blijven steken bij zijn navelfontein. Een foutje der natuur. De navel was door zijn lieve heer op de rug geplaatst. Althans dat dacht Mobile. Hij had het voor de zekerheid nog nagevraagd bij zijn mamma. Wat doet dat spuitding op mijn rug? Maar die had toch een andere verklaring. Logisch heel logisch. Dat komt door de stuitligging lieverd. Daardoor is het een en ander verdraaid. Sorry. Ach, wat maakte het ook uit. Mobile vond het prima zo. Een beetje in de lucht spuiten vond hij helemaal geen probleem. Maar nu zat zijn gaatje verstopt. En dat was wel heel vervelend. Door wat?

Op het water dobberden wel duizend kleine plastic flesjes lege Flügel. Had hij die ingeslikt? Hij begreep onmiddellijk de oprisping. De lucht in de kleine flesjes was in zijn grote bek ontsnapt en opgewarmd en dat veroorzaakte natuurlijk een enorme hoestprikkel. Zo warm had hij het lang niet meer gehad. Hij werd ook nog een beetje draaierig van de lucht. Maar het verklaarde niet de verstopping van zijn navelfontein. Totdat een ingedaald flesje Flügel spontaan uit zijn navel plopte. Wat een opluchting. Hij kon weer spuiten. Mobile zwom weer lekker verder. Nadat ie eerst nog een grote boer had gelaten.


Zwarte sokken (10-09-2016) Zie ook Schrijfveer 29-11-2015 met dezelfde titel

Ik heb helemaal niets met zwarte sokken. Anderen zweren erbij. Lekker neutraal en het past overal bij. Ik vind het kleurloos. Mijn sokkenkast is dan ook zeer kleurrijk. Zowel in kleur als in formaat. En ja, ik heb zo mijn favorieten. Neem nu de olifantensokken. Ruim van formaat, roze, en uiteraard met aan de voorkant een klein slurfje en aan de zijkanten flaporen. Zit dat niet allemaal in de weg denkt u nu? Nee hoor, ik pas mijn schoenen er altijd op aan. Maatje pipo. Succes gegarandeerd, zeker als ik ze uittrek in het bijzijn van kinderen. Heerlijk die snoetjes van die lieve verkleedde Maja's. De kleine vleugeltjes van de kiddo's beginnen altijd spontaan te flapperen. Daarnaast draag ik graag mijn opasokken. Lekkere dikke wollen sokken, niet van geit, maar van kameel. Heerlijk warm. Ja, ik weet het grijs is geen kleur, maar zwart al evenmin. Bovendien bevat het grijs nog een wit streepje en een paar accenten magenta. Door de ouderdom spontaan ingegroeid. Hoe? Een merkwaardige zon die mijn was bestrijkt. Mijn sokken verdienen het beste en drogen altijd buiten in de zon. Hoe ik dat dan bij slecht weer doe? Met een zonkanon en een klein windmolentje. Daarvan worden de sokken lekker fris. Van alle markten thuis zogezegd. Mijn favoriete stek sowieso, de markt. Lekker snuffelen in de sokkenkramen. Laatst nog een voltreffer gevonden. Laarskousen, zweetvrij. Ze verzinnen het tegenwoordig. Maar ik moet zeggen, het werkt. Ook tegen zweethanden. Heb daardoor een paar extra gekocht en daarvan het tenenbed ingeknipt. Nu heb ik ook heerlijke handschoenen. De kleur? Vleeskleurig. Dan valt het niet zo op. Krijg daardoor wel van die Michelinhanden, maar what the fuck. Wie geeft daar nu om? Zoveel handen schud ik niet op een doordeweekse dag.


's Nachts op het balkon (12-09-2016)

Er gebeuren vreemde dingen ’s nachts op het balkon. Maar eerst zal ik even het balkon beschrijven. Het is van gietijzer gemaakt, telt dertig spijlen met een onderlinge afstand van net geen tien centimeter waardoor het twee meter lang is en een meter diep. De spijlen zijn bekleed met rode pluche. Het hangt pakweg drie meter boven de grond, vast aan de ouderlijke slaapkamer. En belangrijk. Het beweegt niet. Logisch zou je denken, maar zelfs balkons zijn in de huidige tijd niet meer stabiel. Er is geen enkele architect die het nog in het hoofd haalt om daar garanties over te geven. En ja, in de nabije omgeving zijn reeds drie balkons omlaag gedonderd. Overbelasting zegt de verkering. Ze keren niet uit. Hebben foto’s van Facebook gehaald waarop de eigenaren een flink feestje geven op het balkon. Zeg nu eerlijk, het is ook een geweldig podium, een pluche balkon. Met zeven mensen dansen op zo’n balkon, ook al lijkt het meer op schuren, is niet slim.

Maximaal met zes personen betreden had de architect nog in de bijsluiter vermeld. In stilstand. Verder geen meubelstukken plaatsen die zwaarder zijn dan vijftig kilo. En vooral niet ’s nachts. De luchtvochtigheid kan dan erg toenemen, wat een negatief effect heeft op de maximale belasting. De flatbewoners voelen zich gedupeerd en hebben gezamenlijk een rijdende rechter in de arm genomen. Beter hadden ze een stijgende rechter genomen. Met een auto naar etage vijf is best lastig. Maar met een fietst moet het goed kunnen, denken de bewoners. Helaas paste ook de fiets niet in de lift. Een lift berekend op maximaal zes personen. Wat een toeval. Van afstand heeft de rechter aldus de zaak beoordeeld en de gedaagde partij gelijk gegeven. Alles stond immers duidelijk in de voorwaarden en kleine regeltjes van de koopcontracten uitgelegd. Geen speld tussen te krijgen. Nu staan er drie balkons in het plaatselijke leugenaartje aangeboden. Wel zelf demonteren en ophalen. Het lijkt Marktplaats wel.


Tot je recht komen (14-09-2016)

Ik kan op dit moment alleen maar denken aan september. Midden september met 32 graden Celsius. Dat kan toch niet? Mocht ik in het Middellandse Zeegebied wonen dan zou ik nog kunnen denken, alla, het hoort erbij. Een vanzelfsprekendheid een natuurlijke loop der natuur. Maar in het noorden van Europa deze temperaturen? Het zou verboden moeten worden. En dat, dat kan nu net niet. Op een ding hebben we als mens geen invloed. Het weer, het klimaat. Tenminste niet onmiddellijk. Op de lange termijn is dat nog een ander verhaal. Ik kan me het zuur van de zure-regen-problematiek nog levendig voor de geest halen. Gelukkig hoeven we ons daar geen zorgen meer over te maken. De zure regen heeft plaatsgemaakt voor bloedhete zon op onverwachte en onaangekondigde momenten. En ook al proberen we met z'n allen controle uit te oefenen en alle situaties te beheersen, ons klimaat, de temperatuur, de neerslag, de techniek, ze lachen ons keihard uit. De zon en buienradar voorop.

Hoe moet ik nu in hemelsnaam tot mijn recht komen? Als de zon de zon niet meer is en de regen de regen niet meer. Want laat ik het u maar meteen vertellen. Ik twijfel eraan. Aan het weer en bijbehorende voorspellingen. Of ik dan afhankelijk ben van het weer en de verwachtingen? Zeker. Ik stem alles af op het weer. Kleding, vakantie, afspraken, uitgaan. En vaak achteraf met grote weerzin, als het niet klopt. Weerzin. O wat zou ik dat woord graag eens een andere lading geven. Niet langer negatief maar positief. Weerzin, zin in weer. Dat is al even geleden, weerzin, gewoon weer zin in het weer. Maar nee, het glas is in deze half leeg en niet half vol. Met grote weerzin, weertegenzin. Nee, dat werkt ook niet.

Hoe laat ik nu een woord tot zijn recht komen in het gevoel en in de gedachte die ik momenteel beleef? Tegenweerzin kan ook niet. Ik houd het dan toch maar voorlopig bij weerzin, positief gelabeld. Ik wil weer zin krijgen in het weer. Zodat ik kleren aan kan die ik van te voren heb bedacht en klaargelegd. Kleren die weerzinwekkend zijn. Juist ja. Daarin komt mijn gedachte en gevoel beter tot zijn recht. Weerzinwekkend. Nee, ook weer ambigue. Tweeledig, drieledig zelfs. Weer zin wekkend of weerzin wekkend. Dus weer zin krijgen of zin in weerzin. Trek in het weer. Niet waarom. Ach, verdorie. Laat ook maar zitten. Ik krijg het toch niet opgelost. Weerzin. De zon mag edoch gerust blijven schijnen. Maar niet te hard.


Helm (16-09-2016) Zie ook Schrijfveer 26-11-2015 met dezelfde titel

Ik ben zo trots op mijn helm en aai hem dagelijks. Koesteren doe ik hem al jaren. Zorg ook dat ie niets te kort komt en stevig blijft glimmen. Daarvoor gebruik ik speciale zalfjes. Milieuvriendelijk uiteraard, want mijn helm moet nog jaren mee en mag het milieu niet belasten. Dat doet ie tot nu toe nog niet. Maar wie weet komt daar op korte termijn verandering in. Milieuwetgeving is de laatste jaren zo grillig. Misschien worden er wel beperkingen opgelegd aan helmen. Moeten ze aan een bepaald formaat voldoen en worden er eisen gesteld aan de substantie en viscositeit. Het metaalgehalte, de glimfactor, de omvang, de riem. En dan heb ik nog geeneens gesproken over de aankleding.

Onlangs is er nog hevige kritiek geuit op het bekleden van de helm met een visnet. Ongepast vonden een aantal fanatiekelingen. Dat hebben de helmdragers geweten. De fanatiekelingen, voor het grootste deel bestaand uit sportfanaten die dagelijks de sportschool bezoeken en altijd de fiets nemen, hielden een demonstratie. Bij het Malieveld. Gewapend met zilveren bestek en gekleed in maliënkolder maakten ze hun punt. Ze liepen echter zo snel dat niemand hen kon volgen. De demonstratie miste daardoor volledig doel. Ook waren er weinig helmdragers aanwezig. Dat het te maken met festiviteiten elders. Zo viel de dag van de demonstratie samen met een massale kortingsactie bij een bekende fastfoodketen en de nationale bierdag.

Deze laatste werd voor het eerst gevierd in Nederland. En ja, daar kon de belangrijkste doelgroep, de helmdragers, niet ontbreken. Zo ook ik niet. De demonstratie had dan ook geen enkel effect. Maar netjes als wij helmdragers zijn werd uit solidariteit met de demonstranten het netje weggelaten. Met blote helm bestormden we die dag de beruchte fastfoodketenfilialen, café's, biertenten en aanverwante horecazaken. Met grote honger en dorst. Nou, die werd gelaafd. Onze helmen hadden de dag van hun leven. Slechts een enkeling liet kortstondig het leven, viel af, uitgestrekt, gevloerd en plat op de grond. Mateloos en grenzeloos. Maar ja, het blijven helmdragers.


Een oud feest (18-09-2016)

Het feest zucht. Het is al zo oud. Al minstens honderd jaar. Heeft al een lintje gehad en de burgemeester op bezoek. En onder ons gesproken. Het is op. Zo laat het oude feest weten. Geen trek meer in oude kaas en zoutstengels. In slingers of ballonnen. Stoeltjes naast elkaar, netjes op een rij, aan met plastic zeil gedekte tafels. De beste stoelen voor de oude oudjes, met een zacht kussen om de tere billen wat beter en aangenaam te ondersteunen. Een stoel is op voorhand bezet. Die is voor het feestvarken. Ja die met de krul in de staart. En in zijn neus. De jarige heeft namelijk ook geen trek. Het is het zoveelste moetje. En hij weet het. Er is geen ontkomen aan. Samen met het oude feest trekt hij ten strijde. Met zijn beste pakje aan. Gesteven hemd en terlenka broek. Bretels losjes over de schouder, knellen mag niet meer.

Een kleinkind van zo’n jaar of vijftig vertelt de schuinste moppen. Opa kent ze al. Het oude feest zucht en de slingers slaan haast neer. Al honderd keer gehoord. Ongehoord. En oma pruilt haar lip, knipt haar doffe ogen dicht. Is het nog geen tijd? Het feest schudt nee. We beginnen pas. En we hebben ook nog geeneens gezongen. Lang zal ie leven klinkt wat cru, maar gaat uit volle borst. En opa die zingt mee. Heeft ie eigenlijk wel keus. Daar komt dan eindelijk het cadeau. Een grote doos wordt de kamer binnengereden. Iedereen staat op en lacht. Wat is er dan zo lachwekkend? Vraagt opa zich in stilte af. Het lint zakt makkelijk van de doos. En nu begint het feest ook hard te lachen. Zo oud als het feest en opa zijn, deze ruim gevulde doos kan echt de pret niet drukken. Daar staat ze dan. Getogen in zijden lingerie. Het hartenrood spat van haar lijf. Zie haar armen kronkelen. En uit gaan haar handschoenen. De sfeer komt er nu goed in. Met een van hare blote handen verdwijnt heel langzaam het linkerbandje van haar BH, de rug naar opa gekeerd. Het rechterbandje gaat wat stroever. Ze komt er niet meer uit. Opa die moet helpen. Maar helaas. Opa gaat nu onderuit.


Een spannende pageturner (20-09-2016)

Het boek dat Briele leest is van ongekende schoonheid en megaspannend. Hij vreet de letters, woorden, zinnen en houdt het boek zo nu en dan ver van zich vandaan. Te eng om door te lezen. Maar Briele durft haast niet te pauzeren. Hij zit de hoofdpersoon op zijn hielen. Eigenlijk zit ie in zijn nek. En de hoofdpersoon weet dat. Hij sleept lezer Briele met zich mee. Tijd voor conversatie is er nauwelijks. Briele zou wel willen. Klopt het wel wat de schrijver over zijn hoofdpersoon schrijft? Het liefst zou Briele het de hoofdpersoon vragen. Maar deze geeft geen krimp. Die heeft wel wat beters te doen. Hij rent van pagina naar pagina. De schrijver houdt hem amper bij. En dat ook nog eens in Times Roman. Hij struikelt bijna over de schreven en wurmt zich tussen de zinnen door. Op de hielen gezeten door dat vreselijke monster.

Ook Briele slaat het beest van zich af. Soms voelt hij de adem van het beest tegen zijn blote voeten kriebelen. Het stinkt ook nog eens verschrikkelijk. Naar bedorven eten. Een aaseter is het beest. Stevig drukt Briele zijn teennagels in de rug van de hoofdpersoon. Om hem aan te sporen sneller te gaan. Het is een kwestie van seconden en dan lust het beest hun rauw. Maar het lukt niet om naar de volgende pagina te komen. Waarom niet? Vraagt Briele zich af. Al snel wordt het duidelijk. De tekst die op de pagina geschreven staat is niet de minste. Hier stopt het verhaal. En Briele leest hardop in gedachten. ‘Beste lezer, ik wil u rekenschap geven. Indien u deze pagina omdraait begaat u mogelijk een grote fout. Er is geen weg meer terug. U zult ook niet vrolijk worden van wat er nog te lezen staat. Aan u de keus. Maar ik zou het wel weten. Ik zou het niet doen. Het kan mogelijk het einde betekenen.’

Het einde betekenen! Wat bedoelt de schrijver daar nu mee? Is dit een dubbele boodschap? In dit fictieve verhaal, zoals het stond beschreven op de flap? Of is dit verhaal toch niet zo fictief als het zich doet voorkomen? De vieze adem van het beest die is toch ook levensecht. De hoofdpersoon houdt stil en denkt hardop na. Net als Briele. ‘De dood of de gladiolen!’ En beiden draaien ze de pagina om. De rest is geschiedenis. Iedereen leefde nog lang en gelukkig.


Daar zou ik nooit naartoe gaan (22-09-2016) Zie ook Schrijfveer 25-11-2015 met dezelfde titel

Naar de vierde wereld. Of de tweede. Daar zou ik nooit naartoe gaan. Pas als het goed gaat met de eerste en derde, zou ik het mogelijk ooit overwegen. Ik geloof namelijk in oneven. Even werelden bestaan namelijk niet. Een wereld in balans, het is een onmogelijke wensdroom. Als eender welke wereld in evenwicht is, dan staat ie stil. Voor beweging is disbalans nodig. Zo ook voor groei. Het is wel vervelend voor mensen die op een onevenwichtige wereld vertoeven. Je weet amper waar je aan toe bent. Er kan je vanalles overkomen.

Voor mensen die naar zekerheid zoeken is de queeste naar evenwicht vaak een drama. Niets om aan vast te houden, angst om eraf te vallen. Van wereld en geloof. En waarom op zoek naar een tweede wereld? Hoe is er überhaupt een derde gekomen? Waren de eerste twee niet goed genoeg? En hoeveel werelden moeten er nog uitgezocht, ontdekt of gemaakt worden? En dan heb ik het nog geeneens gehad over een eigen wereld. Die zijn er veel. Een paar miljard. Uniek. Stuk voor stuk.

Ik zou misschien wel samen met iemand anders naar een even wereld willen. Om dan samen gelukkig te worden. Geluk, ook al zo'n groot woord. Net als wereld. Ik zou dan samen met die persoon via Trivago het meest voordelige hotel boeken op die wereld. Dan weet ik zeker dat ik goedkoop uit ben. Er even uit. Van de wereld. Mijn eigen wereld. En samen vertoeven in de wereld van een ander. Samen een nieuwe wereld bouwen. Een imperfecte uiteraard. In disbalans en in beweging. Drie werelden die bij elkaar komen. Een derde wereld. Maar dan anders dan alle anderen. Het einde lijkt me dat. Heerlijk. Geen tweede of vierde voor mij. Ammenooitniet. Aan drie heb ik genoeg.


Kamperfoelie (24-09-2016) Zie ook Schrijfveer 21-11-2015 met dezelfde titel

'We zijn Kamperfoelie vergeten!', roept pa keihard door de auto en trapt op zijn rem.
Met z'n allen vliegen ze half door de auto. Moeder bijna met het hoofd door het raam.
'Nou en, dat kreng wilde toch niet mee?', antwoordt moeder verbolgen. 'Doorrijden'.
Maar dat is vaders eer te na. Op de Gouden Steenweg draait hij à la Verstappen om, maar dan zonder te spinnen, want dat doen ze achter in de auto al. De drie meiden op de bank vinden het fantastisch dat pa omkeert.

'Nou, nou, stop dan maar even hier klojo, en laat mij er maar uit. Dan pik je me later maar op. Ik heb zo mijn bezwaren. Hier bij de Macro. Stop!'
Met piepende remmen en met zijn hoofd op rood, rookwolkjes uit neus- en oorgaten, stopt pa de oude Ford Capri. Moeders stopt boos uit en smijt het portier dicht. 'Jullie mogen ook zonder mij doorrijden strakkies, ik hoef die Kamperfoelie nooit meer te zien. Ik red me wel. Doeg!
Dit moet pa toch wel even tot zich laten doordringen. Meent ze dat nu.
'IJsje, ijsje, ijsje', roepen de drie meiden op de achterbank.
'Straks dames, we gaan eerst Kamperfoelie ophalen.'

Aan de grote villa in de Boslaan van Tietjerksteradeel wapperen voorzichtig de gordijntjes open. Daar staat Kamperfoelie parmantig op de vensterbank en kwispelt met zijn staart hard tegen het raam. Snel stapt pa uit en doet de deur open. Kamperfoelie springt blij en uitgelaten tegen hem aan. De meiden kijken strak voor zich uit achter op de autobank. Ze plagen Kamperfoelie, die er niets van begrijpt. Hij springt via het portier dat pa heeft open laten staan de Capri in, wurmt zich over de versnellingsbank richting meiden en springt bij hen op schoot. Toe maar, aaien, strelen, kietelen! Maar er komt geen reactie van de dames. Wat flauw. Intussen haalt pa wat spullen uit het huis en dropt die in de achterbak. Op naar de Macro, op naar miss Chagrijn.

Buiten zit moeder op een bankje naast de Macro in de zon te genieten van een enrom groot schepijs met wel liefst vier grote bollen. Chocola, mokka, hazelnoot en pistache. Pa en de meiden kennen hun pappenheimster al wat langer.
'Wij willen ook!', roepen de meiden keihard.
Kamperfoelie springt bijna tegen het plafond en pa schiet bijna door de voorruit. De ijscokaart belt hard en vertrekt naar het volgende pand op het grote industrieterrein.
'Erachteraan, snel!', gillen de meiden.
'En moeders dan!'
'Laten zitten, dat soepkreng!'
Pa glundert en draait zijn auto richting ijscokar. Ook hij heeft wel zin in een koele versnapering.


Ik heb met een ander niks te maken (26-09-2016)

Jantje zit in de kleuterklas. Hij is alweer vijf jaar. Trakteren daar had ie even geen zin in. Wat de anderen kinderen ervan vonden boeide hem niet. Al die traktaties, hij had er een bloedje hekel aan. At ook altijd met grote tegenzin het snoep van anderen op als die jarig waren. Veel liever at ie liga. Met een klein laagje crème ertussen. Vanillecrème, want die at hij het liefst.

De kleuters in de klas vonden Jantje maar een vreemd jongetje. Hij bleef altijd een beetje achter bij de rest en had zo zijn bijzondere gewoonten. Zo zong ie iedere dag wel een of twee refreinen van zijn favoriete liedje: Ooit zag ik pruimen hangen. Dat kende de kleuters nu ook uit hun hoofd. Heel af en toe zomgen ze het met Jantje mee. Dan zagen ze hem glunderen van oor tot oor.

Ja, ja, een raar mannetje was Jantje wel. Hij hoefde nooit te plassen. Ook al zo iets vreemd. Waar liet ie dan zijn plas? Dat vroegen de kleuters zich regelmatig af. Zo ook de juf. Die begreep niet zoveel van Jantje. Hadden ze maar een gebruiksaanwijzing gegeven, de ouders van. Niemand wist wie de ouders waren. Ze hadden het mannetje gewoon achtergelaten voor de deur van de school. Aan een ketting. Best zielig.

De kleuters en de juf vermoedden dat het te maken had met het liedje dat Jantje dagelijks zong. Want na vijf keer het refrein gezongen te hebben, al dan niet met inzet van de kleuters, moest Jantje altijd keihard huilen. Haast niet te stoppen was dan het gesnik. De juf probeerde Jantje dan te troosten. Maar dat lukte haast nooit. Ook niet als de juf aanbood om samen met de andere kleuters in de klas een mooie tekening te maken.

Jantje had helemaal niets met anderen te maken. En al zeker niet een tekening. Zingen dat mochten ze van hem. Tot vijf keer toe. En dan was het genoeg. Dan verzonk Jantje in gedachten. In zichzelf. Had niet langer iets met anderen te maken. Alleen maar met zichzelf. Eigenlijk ook wel best een beetje te begrijpen. Het deed pijn. Voor iedereen. De verlatenheid van Jantje.

20-09-2016

Een oud feest

Het feest zucht en piept. Het is al zo oud. Al minstens honderd jaar. Zo oud als Methusalem. Heeft ook al vele lintjes gehad en burgemeesters op bezoek. Maar even onder ons gesproken. Het is op. Zo laat het oude feest weten. Geen trek meer in oude kaas en zoutstengels. In slingers of ballonnen. Stoeltjes naast elkaar, netjes op een rij, aan met plastic zeil gedekte tafels. De beste stoelen zijn voor de oudste oudjes, met een zacht kussen om de tere billen wat beter en aangenaam te ondersteunen. Een stoel is op voorhand bezet. Die is voor het feestvarken. Ja die met de krul in de staart. En in zijn neus. De jarige heeft namelijk ook geen trek. Het is het zoveelste moetje. En hij weet het. Er is geen ontkomen aan.

Samen met het oude feest trekt hij ten strijde. Met zijn beste pakje aan. Gesteven hemd en terlenka broek. Bretels losjes over de schouder, knellen mag niet meer. Een kleinkind van zo’n jaar of vijftig vertelt de schuinste moppen. Opa kent ze al. Het oude feest zucht en piept, de ballonnen en slingers slaan haast neer. De glazen dood. Al honderd keer gehoord. Ongehoord. En oma pruilt haar lip, knipt haar doffe ogen dicht. Is het nog geen tijd? Het feest schudt nee. We beginnen pas en we hebben nog geeneens gezongen. Lang zal ie leven klinkt wat cru, maar gaat uit volle borst. En opa die zingt mee. Heeft ie eigenlijk wel keus?

Daar komt dan eindelijk het cadeau. Een grote doos wordt de kamer binnengereden. Iedereen staat op en lacht. Wat is er zo lachwekkend? Vraagt opa zich in stilte af. Het lint zakt makkelijk van de doos. En nu begint het feest ook keihard te lachen. Zo oud als het feest en opa zijn, deze ruim gevulde doos gaat echt de pret niet drukken. Daar staat ze dan. Getogen in zijden lingerie. Het hartenrood spat van haar lijf. Zie eens hoe haar armen kronkelen? Hups en uit gaan haar lange handschoenen. Een voor een. De sfeer komt er goed in. Met een van hare blote handen verschuift ze heel langzaam het linkerbandje van haar BH, de rug naar opa gekeerd. Het rechterbandje gaat wat stroever. Shit, het wil niet lukken. En opa die moet helpen. Maar helaas. Opa gaat volledig onderuit, stilletjes op weg naar eeuwige jachtvelden.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Een oud feest (16-08-2016)

16-01-2016

Blaasmuziek

Er staat veel publiek langs de kant. Ze staan er verkleumd bij. Koude gezichten, rode neuzen. Ik zoek nog een leeg plekje. Met een vriendelijk gebaar wring ik me ietwat verlegen tussen een stel bruine beren. Ze hebben zich goed verkleed.

In de verte zie ik de optocht al aankomen. Ik ben net op tijd. Een van de beren naast me heeft een raar standje. De benen zijn gekruist en met beide handen drukt hij wat zenuwachtig zijn knieën ritmisch naar beneden. Hij mompelt wat voor zich uit. Iets van ‘ik hou het niet meer’.

De grote prinsenwagen komt naderbij. De fanfare zet de nieuwste carnavalskraker in. Naast me zie ik de beer wegspurten. De blaasmuziek wordt hem te veel.

Kleine ode aan Gé Reinders

04-09-2015

Smokkelwaar

Hoeveel water er valt in een land is afhankelijk van het seizoen. In Nederland bijvoorbeeld valt de meeste regen in de zomer. Weermannen- en vrouwen willen ons doen geloven dat het niet zo is. Het zijn levende draken die met vuur spuwen. ‘Het gaat niet regenen’. Ze zijn bang dat anders heel Nederland op vakantie gaat naar het buitenland. Weerdraken zijn het. Weermannen- en vrouwen.

Let op de herkomst van mijn woorden. Hoe vaak is er niet in Nederland sprake van ‘het is vandaag weer een draak van een weer’? Ja, ja. Ik zit er niet naast. Ik ben namelijk een succesvolle woordcomposer. En nu vraagt u zich natuurlijk af. ‘Succesvol, hoe smaakt succes?’ Heel simpel. Droog en vol. Niet halfvol. En ik kan u vertellen dorstig. Heel dorstig. Het smaakt altijd naar meer. Het afgelopen jaar heb ik het ook meegegeven als nieuwjaarswens. Aan al mijn vrienden. ‘Succes maakt dorstig’. Nou, dat heb ik geweten. Voor het eerst had ik sinds lange tijd mijn huis weer vol zitten. Meestal komen er maar een man of 10.

Misschien komt het ook omdat ik naar aanleiding van een recente verhuizing een doos met oude liefdesbrieven tegenkwam. Het leek me een leuk idee om ook al mijn voormalige geliefden uit te nodigen voor Oud en Nieuw. Dan kom je al gauw op 20. Enfin, het was ook wel leuk. Vooral de aandoenlijke antwoorden op mijn uitnodiging. Eentje vroeg me zelfs: ‘Is er iets wat je heel graag zou willen hebben?’ Een inkoppertje. De liefde natuurlijk. Die zou ik graag terug willen hebben. Maar om dat nu meteen te melden. Nee. Niet gedaan.

Ik hoefde geen enkele brief door de papiermolen te doen want ze kwamen allemaal langs. Alle 10. Naast de andere 10 bezoekers die al ieder jaar kwamen. Het werd een gezellige avond die standaard, want dat doe ik ieder jaar een half uur voor de klok 12 uur luidt, afgerond werd met het spel ‘Ik ben een held omdat …’. Ja, ja, tradities daar houd ik aan vast. Bij mij krijgt iedere bezoeker met oud en nieuw de kans om te schitteren. Het moet. Het moet immers een schitterend nieuw jaar worden. Ieder jaar weer, met een goed gevoel. Dat mijn buurvrouw zichzelf een held vindt omdat zij een vensterbank vol cactussen heeft waaraan zij zich nooit prikt, vind ik steevast de grootste heldendaad. Haar heldendaad is ieder jaar hetzelfde. Maar dat terzijde.

Ik geef ook ieder jaar een passend cadeau aan mijn helden. Al mijn geliefden gaf ik dit jaar een blik beige verf. Lekker veilig, toch? Komt altijd goed van pas en het is gelijk een dankbaar onderwerp voor gesprek. Ik bedoel, iedere vrouw weet wel wat te zeggen over beige verf. De meeste dames die ik ontmoet heb in mijn leven dragen mooie titels. Ik had dan ook dit jaar een deftig gezelschap bij elkaar. Het stak wel wat af bij de rest van mijn bezoek. Maar dat loste ik eenvoudig op door iedereen met elkaar de mond te snoeren. Dat schiep een band die ongekend is. Ik gebruikte eetbare slingers want sommige dames droegen de titel edelachtbare. En daar moet je mee uitkijken. Ze spreken er nog over. Het is nooit te laat om vroeg kennis te maken met andersoortigen, mits het in stijl is. Tijdens het spel maakte ik nog dankbaar gebruik van het nut van een dagboek. Mijn eigen dagboek. Zo wist ik feilloos te voorspellen welke heldendaden mijn geliefden te berde gingen brengen. Ik zat er bij niemand naast, behoudens een. Maar dat had meer te maken met een vroege jeugdherinnering die ik hier beter niet bespreek. Vertaal het maar naar … alles wat hier staat is fictie.

Ik dacht dat ik de enige was die vroege jeugdherinneringen wegdrukte, maar dat was niet het geval. Marijke, die helemaal wild was van reïncarnatie, vertelde in haar heldenverhaal dat zij weerdraken al in haar vroege jeugd had leren weren. Nu raakte het gezelschap even in de war. Weerde zij nu weerdraken? Of leerde zij weerdraken zich te weren? En zo ja, weren tegen wat? Een taalkundig probleem naar later bleek. Zij weerde dus, niet de draken. Door dat leerproces en het nieuw verworven inzicht waren in een klap haar jeugdherinneringen verdwenen. En daarmee ook haar bijkomende jeugdproblemen. Althans, dat dacht Marijke. Niemand vroeg haar dan ook: Marijke, hoe kom je aan die blauwe plekken? Het antwoord was immers duidelijk. De weerdraken meldden zich blijkbaar ieder jaar opnieuw.

Een essentieel onderdeel van het spel is de hamvraag die onderdeel maakt van het spel. ‘Wat heb je allemaal bereikt?’ Een logische intro en voorschot op het antwoord op de slotvraag ‘Ik ben een held omdat …’. Mijn derde geliefde, Pieternel-Chantal, ja ja, met dubbele naam gaf een mooi antwoord in het spel. ‘Je stierlijk vervelen en jezelf dat toestaan, heeft mij de ruimte gegeven om de mooiste schilderijen te maken en stimuleert mij enorm in mijn creatieve processen. Daarmee maak ik mezelf een held’. Applaus volgde. Dit was met kop en schouders het mooiste heldenverhaal. Wat Pieternel-Chantal niet vertelde was dat ze stiekem verschillende baantjes had om in haar eigen onderhoud te voorzien. Ze had eigenlijk helemaal geen tijd om zich te vervelen. Maar dat kon ze moeilijk vertellen en publique. Allemaal buitenkant bij Pieternel.

Nee, dan het verhaal van Godefruutje van Testselaar. Ja, ik verzin het niet. Zij droeg voor uit een handvol gesmokkelde brieven uit de Eerste Wereldoorlog. Wel zeer actueel. ‘Dit mag wel uit mijn rugzakje, want ik draag het al mijn hele leven bij me! Mijn opa was van de verkeerde kant en toch mijn held!’ Vele vragen rezen. Hoezo van de verkeerde kant, was ie niet “normaal” of diende hij de vijand? En wat is normaal in deze? Een foute opmerking hoe dan ook. Zeer ambigue. Al die keren dat je moet wachten op uitleg vertraagt de boel enorm. Het hele gezelschap verkeerde dan ook even in minuten van onzekerheid. Witte vlekken ontstonden boven de hoofden. Gelijk een plek uit je jeugd die verdwenen is. Ik legde even mijn blocnote op tafel en mijn pen in het pennenbakje. Dit werd ook mij te veel. Dit verhaal kon ik niet optekenen. Mijn vaderlandsliefde kent grenzen. Nadat de grootste hitte uit de lucht was heb ik het gezelschap onmiddellijk na de 12 uur plichtplegingen, kusje hier en kusje daar, vriendelijk de deur gewezen. Nooit meer, nee nooit meer ga ik nog een Oud en Nieuw feestje geven.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. schrijfveren op ColumnX (september 2015) van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand september zijn:
1 afhankelijk van het seizoen - 2 levende draken - 3 de herkomst van mijn woorden - 4 hoe smaakt succes? - 5 nieuwjaarswens - 6 oude liefdesbrieven - 7 wat je heel graag zou willen hebben - 8 de papiermolen - 9 ik ben een held omdat … - 10 een vensterbank vol cactussen - 11 beige verf - 12 mooie titels - 13 het is nooit te laat - 14 het nut van een dagboek - 15 een vroege schoolherinnering - 16 alles wat hier staat is fictie - 17 ik dacht dat ik de enige was - 18 reïncarnatie - 19 hoe kom je aan die blauwe plekken? - 20 wat heb je allemaal bereikt? - 21 je stierlijk vervelen - 22 baantjes - 23 gesmokkelde brieven - 24 dit mag wel uit mijn rugzakje - 25 "normaal" - 26 al die keren dat je moet wachten - 27 minuten van onzekerheid - 28 een plek uit je jeugd die verdwenen is - 29 pennenbakje - 30 vaderlandsliefde

12-03-2009

Mien Carnaval

Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.

Drie dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba, slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen. Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw, met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.

Carnaval is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman, Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind. Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een originele act.

Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld. Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus. Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de maskerade compleet.

De optocht is een groot kleur- en muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik en strijken verontwaardigd hun veren recht.

Een antieke bierwagen met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm hun laatste lied.

Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…


Mien


In oude Venlose Carnavalsliedjes wordt het Carnavalsgevoel mooi vertaald en bezongen.
Voor de liefhebber en dialectworstelaar hieronder de teksten van 11 juweeltjes.

Vastelaovund (Sjiengele sjiengele boem!)
Festina lente
Meuderke leef
Beer leedje
Det duit um ’t Veurjaor
De Twië einzame
Zing nog ens
Minsekinder waat ein maedje
Den alde kleiërkas
't Is gedaon
De Wortelepin